De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Part 52

Chapter 523,675 wordsPublic domain

[105] Elzas, Nassau, Navaere (Navarre), Neumark (eene gou van het pruissische gewest Brandenburg), Noorweegen, Oostenrijk, Padmos en Patmos, Piemont, Pommeren, Pruissen, Sauerland (eene gou van Westfalen), Spanje, Tirol en Tyrol, Toscanie, Waldeck, Wetterau (eene hessische gou), enz. Ook nog Portugaels, dat als een patronymikon in den tweeden naamval staat.

[106] Brandenburgh en Brandenburg, Calisch met Kalisch, Kalis en Calis (stad in Polen), Clermont, Craeau, Dublin, Edenburg, Fernambucq, Kantelberg (dit is de oud-nederlandsche form van den naam der stad Canterbury in Engelland), Konijn (Conin, stad in Polen; zie ook bl. 210), Lankester, Libau (stad in Koerland), Lion (?), Lissa (stad in Polen), London en Londen, Madras, Marseille, Mesritz en Meseritz (stad in Polen), Mureia, Orleans, Parijs, Presburg, Riga, Robaeys (deze naam, in Vlaanderen voorkomende, vertoont den byzonder-vlaamschen form van den naam der stad Roubaix, oorspronkelik Roodebeke, in Fransch-Vlaanderen), Romen en Roomen, Rouaan en Rowaan, Toledo, Versailles, Wyborgh en Wyburg (stad in Finland).

[107] Yonge, Christian Names, dl. I, bl. 54.

[108] Dresden, Dusseldorf en Dusseldorp, Frankfort, Halberstadt, Hamburg, Hanou (Hanau is eene stad in Hessen, waarvan d'inwoners veelvuldig in verbinding stonden met Nederlanders, en waar ook nog in deze eeu eene nederlandsche herformde gemeente gevestigd was), Heilbron, Keulen, Lobensteyn, Luneburg, Maagdenburg, Manheim, Metz (deze dikwijls voorkomende geslachtsnaam, en die door verschillende maagschappen gedragen wordt, kan ook een patronymikon zijn, en wel een tweede naamval van den ouden mansvóórnaam Met, Mette; zie bl. 154. Vooral waar hy als Mets geschreven wordt, zal dit het geval zijn). Dan Minden (komt ook, volgens de hollandsche uitspraak, als Minde voor); Neurenberg (en misschien is Neurdenburg hiervan wel eene verbastering); Regenspurg (nog in de oude zuidduitsche spelling, met p in plaats van b), Selle en Zelle (Celle, stad in Hanover), Andernagt, (dat is Andernach aan den Rijn; zie § 156), Sleeswijk, Spandaw (Spandau, Spandow, stad in Brandenburg, Pruissen); Speyer (de hoogduitsche form van den naam der stad Spiers, in den Pfalz); Straatsburg, Weymar, Wolffenbuttel en Zerbst, eene stad in Anhalt.

[109] Benraadt (dorp in de Rijnlanden by Dusseldorp), Berssenbrugge (dorp in Hanover by Osnabrück), Burlage, Boerlage, Buurlage (Burlage is een dorp in Oost-Friesland), Brandligt (dorp in de graafschap Bentheim), Dornseiffen (dorp by Siegen in Westfalen), Emmelkamp (dit is de nederduitsche naam van het dorp Emblicheim, in de graafschap Bentheim, aan onze drentsche grens by Koevorden gelegen); Geelkerken, nederduitsche form van den naam van het stadje Geilenkirchen, in de Rijn-provincie, naby onze limburgsche grenzen gelegen, Gescher (dorp in Westfalen naby onze twentsche grens), Gilhuys, nederlandsche form van den naam van het stedeke Gildehaus, in de graafschap Bentheim, naby onze twentsche grens gelegen, Holtrop (dorp in Oost-Friesland); Iburg (vlek in Westfalen, by Osnabrück), Kleinenboich (dorp in de Rijn-provincie, by Gladbach), Kleve (stad in de Rijn-provincie, naby onze geldersche grens), Kloppenburg (stadje in Oldenburg), Kniphuisen (in Jeverland, Oldenburg), Kranenburg en Cranenborg (stedeke in de Rijn-provincie, naby onze geldersche grens), Meurs (Mörs, stadje in de Rijn-provincie, by Keulen), Noordhoorn (Nordhorn, stadje in de graafschap Benthem, aan onze twentsche grens), Norden en Noorden (stad in Oost-Friesland), Pruim (verhollandscht van Prüm, een stadje bezuiden Aken in de Rijn-provincie), Steinvoort, Steinfort en Steinfoorte (Steinfurth, stadje in Westfalen), Tekelenburg en Tecklenborg (stadje by Munster in Westfalen), Tinholt (gehucht by Emlenkamp--zie hier boven), Viersen en Vierssen, Wagtendonk en Wassenbergh (alle drie stadjes in de Rijn-provincie, aan onze limburgsche grens), Weener en Witmond met Witmondt (twee oostfriesche stadjes), Witlage (dorp by Osnabrück), Wittmarschen (Wytmarschen of Wietmarschen, de naam van een oud en beroemd klooster, thans van een klein gehucht in de graafschap Benthem, by Noordhoorn aan onze twentsche grens), enz.

[110] Hoogezand, Muntendam, Dwingeloo, Hoogeveen, Vollenhove, Kampen (kan ook een patronymikon zijn), Steenwijk, Appeldoorn, Barneveld, Eibergen, Amerongen, Montfoort, Akersloot, Medemblik, Wydenes, Goudriaan, Pijnacker, Baarland, Cats, Middelburg, Zirkzee (eene wanspelling van Zieriksee), Eindhoven en Enthoven, Oosterwijk, Steenbergen, Broekhuizen en Broekhuyse, Beverloo, Valkenburg, Calmpthout, Hoogstraten en Hoogstraeten, Moll, Aarschot, Loven en Leuven, Oudenaarde, Ronse, Kortrijk, Meenen, Blankenberg, Belle, Peene, Linzeele, enz. Dit laatste (Lynsele, Lijnsele, Leinsele), is de oud-nederlandsche naam van het oud-vlaamsche dorp in Fransch-Vlaanderen, dat thans den verfranschten naam van »Lincelles" draagt.

[111] Zie De Navorscher, dl. XXVIII, bl. 88.

[112] Eene zonderlinge, den oore beleedigende en de tonge vermoeiende samenstelling van geslachtsnamen, eigen aan een enkel persoon, is Van Taack Trakranen (Van Taack Tra Kranen). Zoo deze naam ook nog eens tot eenen enkelen monsternaam samenvloeide, gelijk Tra Kranen reeds tot één naam geworden is! Vantaacktrakranen!

[113] Drentsche Volksalmanak, jaargang 1839, bl. 29 en jaargang 1840, bl. 143.

[114] Van Engeland, Van Hessen, Van Holstein, Van Ierland, Van Italië, Van Kent (graafschap in Engelland), Van Liefland, Van Nassau, Van Oostenrijck, Van Polen, Van Pommeren, Van Pruissen, Van Savoyen, Van Saxen, Van Spanje, Van Zweeden en Van Sweden.

[115] De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 41.

[116] Zie myne opstellen »Friesland over de grenzen", in het tijdschrift De Tijdspiegel, jaargang 1882, en »Eenige bizonderheden aangaande de kleederdracht der Friesinnen", in het tijdschrift De vrije Fries, dl. XV.

[117] Van Dantzig, Van Dresden, Van Edenburg, Van Gosselaar (zoo deze naam althans eene verbastering is van Goslar, eene stad in den Hartz), Van Hamburg, Van Havre, Van Hoey, Van Koppenhagen, Van Leipsig en Van Leipzig, Van Lissa (stad in Polen--zie bl. 210), Van London, Van Luik en Van Luyk, Van Lunenburg. Van Mansfeld en Van Mansvelt (Mannsfeld, stadje in de pruissische provincie Saksen, by Merseburg), Van Memel, Van Messel (dorp in Hessen, by Darmstadt), Van Milaan, Van Namen en Van Naamen, (Namen is eene waalsche, dus voor Nederlanders eene vreemde stad, even als Luik en Hoei), Van Napels, Van Oldenburg en Van Oldenborgh, Van Parijs, Van Praag, Van Rensburg, Van Ryssele, Van Robaeys (Roubaix, stad in Frankrijk--zie bl. 209), Van Rowaen (Rouaan, stad in Frankrijk--zie bl. 209), Van Straatsburg, Van Tonderen, Van Tonningen, Van Toulon, Van Venetië, Van Weenen, enz. Misschien ook Van Oven en Van Ove, van den naam der hongaarsche stad Ofen?

[118] Van Crefeld, Van Dorsten, Van Dulken, Van Duren en Van Duuren, Van Dusseldorp, Van Emmerik, Van Erkelens, Van Eupen, Van Gangelt, Van Gelder, Van Goch en Van Gogh, Van Griethuizen en Van Griethuysen, Van Gulik en Van Guylik, Van Heeringen, Van Keeken, Van Kempen, Van Ketwich, Van Keulen en Van Colen, Van Kleef, Van Lennep, Van Meurs, Van Orsoy, Van Rees, Van Rijnberk, Van Santen, Van Schermbeek, Van Siutfyt, Van Sonsbeek en Van Sonsbeeck, Van Stralen, Van Straelen en Van Straalen, Van Suchtelen, Van Trier, Van Viersen en Van Vierssen, Van Wesel, Van Weezel en Van Wezel, enz.

[119] Van Bilderbeek (Billerbeck, stadje niet ver van onze geldersche grenzen), Van Brethorst (dorp by Minden), Van Dortmond, Van Koetsveld (Coesfeld, stadje by onze geldersche grens), Van Lingen, Van Loon en Van Lon (Lohn, Stadt-Lohn, stadje aan onze geldersche grens. Deze naam kan echter ook van het belgisch-limburgsche stadje Loon of Looz komen), Van Minden en Van Minde, Van Ogtrop (Ochtrup, stadje aan onze twentsche grens), Van Osenbruggen, Van Ossenbruggen en Van Ossenbrugge (dit is de nederlandsche form van den hoogduitschen naam der stad Osnabrück. Oudtijds was in Friesland ossenbrugsch linnen zeer bekend), Van Asbeck (gehucht by Ahaus), Van Hassbergen (dorp by Osnabrück), Van Riemslo (dorp tusschen Osnabrück en Herford), Van Ledden (gehucht by Ahaus), Van Vrede en Van Vreeden (Vreden, stadje aan de geldersche grens), Van Zoost (Soest, stad in Westfalen; deze naam wordt als Soost, Zoost uitgesproken, ook door de Hoogduitschers), enz.

[120] Van Nieuwenhuis (Nieuwenhuis, Nienhuis, Nienhaus, Neuenhaus, een benthemsch stadje aan de drentsche grens), Van Emmelenkamp (zie bl. 212), Van Wittmarschen (Witmarschen, Wietmerschen, zie bl. 212), Van Wilsum en Van Ulsen, dorpen in die landstreek), enz.

[121] Van Doornum, Van Geuns en Van Goens, Van Jennelt, Van Jeveren, Van Hinte, Van Leer, Van Lengen, Van Norden en Van Noorden, Van Varelen, enz. Jever en Varel behooren slechts in volkenkundigen zin tot Oost-Friesland, maar in staatkundigen zin tot Oldenburg.

[122] Fr. Arends, Erdbeschreibung des Fürstenthums Ostfriesland. Emden, 1824.--bl. 207.

[123] Van Haren, Van Assen, Van Coeverden, Van Kampen, Van Deventer, Van Zutphen, Van Tiel, Van Loenen, Van IJsselstein, Van Egmond, Van Haarlem, Van Leyden, Van Alphen, Van Eyndhoven, Van Breda, Van Broekhuizen, Van Weert, Van Tholen, Van Hulst, Van Turnhout, Van Lier, Van Deynze, Van Beveren, Van Aalst, Van Brussel, Van Heyst, Van Houtryve, Van Hautryve, Van Autryve, Van Outrive (aangaande deze vier laatste namen zie men bl. 218), Van Vive, Van Iperen, Van Honschoten, Van Suypeene (Zuid-Peene, dorp in Fransch-Vlaanderen), Van Uxem, dat zijn allen welbekende namen aan welbekende nederlandsche plaatsen ontleend.

[124] Van Bergen-Henegouwen, Van Brussel, Van Brugge (veelal Van Bruggen gespeld, en daardoor twyfelachtig), Van Damme, Van Deynse, Van Diest, Van Evere, Van Gaveren (met De Gavere--in franschen form), Van Geel en Van Gheel, Van Gent, Van Gend en Van Ghent, Van Haerlebeke, Van Halmael, Van Hantryve (zie bl. 218), Van Heyst, Van Herzele, Van Herenthals, Van Hoboken, Van Iperen, Van Kanegom en Van Caneghem, Van Lier (één noordnederlandsch geslacht Van Lier is niet afkomstig van de zuidnederlandsche stad Lier, maar van de oostfriesche stad Leer, welke naam vroeger ook wel »Lier" werd geschreven--men spreekt »Leier"), Van Leuven en Van Loven, Van Lommel, Van Lookeren, Van Meenen, Van Moll, Van Moorsele, Van Otichem, Van Peer, Van Pelt, Van Petegem, Van Popering, Van Reekem, Van Sichem, Van Slype (Verslype, dat is Van der Slype, komt nog in Vlaanderen zelve voor), Van Somerghem, Van Sotteghem, Van Staden en Van Staa, Van Stockum, Van Tienen, Van Tongeren, Van Turenhout, Van Tuerenhout en Van Tuerenout, Van Vive, Van Waerschoot, Van Wetteren, Van Zantvliet, enz.

[125] Van Hazebrock (met Hasebroek, enz., zie bl. 218), Van Honschoten, Van Mardijck, Van Suypeene, Van Peene en Van Peen, Van Stapele, Van Uxem, Van Wynoxbergen, enz.

[126] Van Driel, De Dwingelo (merkweerdiger wyze komt deze naam in verfranschten form voor), Van Gennip, Van Gestel, Van Groeningen, Van Heemskerke, Van Cuyck, Van Lieshout, Van Moock, Van Oirschot, Van Ommeren, Van Os, D'Overschie (ook in franschen form), Van Puyfelick (Pufflik, dorp in Gelderland, in het Maas- en Waalsche), Van Rijswijck, Van Ruynen, Van Schijndel, Van Son, Van Stratum, Van Tilborgh, Van Velsen, Van Zuylen, enz.

[127] Zie een opstel over Munnikreede, van H. Q. Janssen, in het jaarboekje Cadsandria, voor 1854, te Schoondyke in Zeeusch-Vlaanderen uitgegeven.

[128] Zie N. de Roever, Nadere bizonderheden betreffende Jan Theunisz. Blanckerhoff, voorkomende in het tijdschrift Oud-Holland.--Amsterdam, 1882, jaarg. I, bl. 89.

[129] In hoogduitschen form, als Von Beesten, komt een geslachtsnaam, van dezen dorpsnaam ontleend, nog tegenwoordig in de Nederlanden voor; zoo ook Van Besten (te Antwerpen), en elders nog de zuiver nederlandsche form Van Beesten.

[130] Deinuma en Deinema, van het dorp Deinum; Dokkuma, van de stad Dokkum; Dongjuma, van het dorp Dongjum; Ferwerda, en het versletene Ferweda, van het dorp Ferwert; Holwerda, van het dorp Holwert; Jelluma, van het dorp Jellum; Jorwerda, van het dorp Jorwert; Kluurda, van het gehucht Kluurd, by Kimswert; Memerda, van het gehucht Memert, by Winsum; Miedema, van het dorp Miedum; Rauwerda, van het dorp Rauwert; Salverda, van het gehucht Salwert by Franeker; Sieswerda en Zieswerda, van het gehucht Sieswert of Sydswert by Hichtum; Weidema, van het dorp Weidum; Wurdema, van het dorp Wirdum (de naam van deze plaats wordt door de Friesen als Wurdum of Wuddum uitgesproken), enz.

[131] Helwerda, van het gehucht Helwert by Rottum in Fivelgo; Leta, van de Lete, een gehucht by Bellingawolde; Lula, van de Lule, een gehucht by 't Hoogezand; Wedda, van het dorp Wedde, en nog velen meer, zoo wel friesche als groningsche, die in mijn werk »Een en ander over friesche eigennamen," in De vrije Fries, dl. XIII, zijn aangegeven.

[132] Van der Dussen, Van der Dusse, Verdussen; de Dusse is een stroomke in Noord-Brabant, in het Land van Altena. Van der Eem en Overeem; de Eem is het rivierke waar Amersfoort aan ligt. Van der Eems, de rivier tusschen Groningerland en Oost-Friesland. Van der Giessen, Van de Giesse, Vergiesse; de Giessen is een stroom in Zuid-Holland, die by Giessendam in de Merwede valt. Van Heule, Verheule, Verheul; de Heule is eene beek in West-Vlaanderen; het woord heule, heul heeft evenwel ook de algemeene beteekenis van waterloop, water-affloeiing. Van IJssel, Van den IJssel, Verysel, in wanspelling ook Van den Eyssel. Van der Lei, Verley, Verleye, By de Lei; de Leie is eene rivier in West-Vlaanderen; maar het woord leie heeft ook de algemeene beteekenis van waterleiding, en komt, b. v. in Friesland, ook als plaatsnaam voor. Van der Lek en Van der Leck. Van der Linde en Van der Linden, ook Verlinde, Verlind; de Linde is een rivierke in Friesland; deze geslachtsnaam kan echter ook afkomstig zijn van den boom die linde heet; zie § 135. Van Maas, Van Maese, Van Maze, Van der Maas, Van der Maesen, Van der Maze, Vermaas, Vermaes, Vermaese. Van de Mandele, Van der Mandele, Van de Mandelen, Van de Mandel, Vermandele, Vermandel, ook door de zeer gewone verwisseling van l en r, Van der Mandere, Vermandere, Vermander; de Mandele of de Mandelbeke is een rivierke in West-Vlaanderen. Van de Merwe, Van de Merwede en Van der Merve. Van de Niers; de Niers is een rivierke in Limburg. Van Rijn, Van Rhijn, Van den Rhijn, in wanspelling ook Van Reyn. Van de Roer; de Roer is eene rivier in Limburg, die by Roermond in de Maas vloeit. Van de Rotte, ontleend aan het zelfde riviertje waar ook Rotterdam zynen naam naar draagt. Van der Schelde, Van der Schelden, Verschelde en Verschelden. Van Schie. Van der Swalm en Van der Zwalm; de Swalm is een rivierke in Limburg. Maar een ander rivierke in Oost-Vlaanderen, by het dorp Strypen, draagt ook den naam van de Zwalm; naar dit rivierke draagt een geslacht Van der Zwalmen zynen naam. Eene hofstede, ter Zwalme genoemd en aldaar gelegen, behoorde oudtijds aan den stamvader van dit geslacht; eene afsonderlike tak van het geslacht Van der Zwalmen heeft zynen naam verlatynscht tot Swalmius (zie Navorscher XXXIII, bl. 467). Van der Vecht, Van der Vegt en Van der Vegte. Van 't Vlie; het Fli is de stroom voor Harlingen, die tusschen Fliland en ter Schelling in de Noordzee valt. Van de Waal en Verwaal. Van de Werken; de Werke is eene oude, thans meest verloopene rivier in Noord-Brabant by Werkendam. Van de Worm en Van der Worm; de Worm is een rivierke in Limburg. Van Zoom; de Zoom is het rivierke in Brabant, waar de stad Bergen (op Zoom) aan gelegen is.

[133] Berg, Brink, Dam, Dijk, Duin, Haven, Hoek en Honck, Hoff, Huis, Kolk, Laan, Oort, Poel, Sluis, Strand, Veen, Veld, Zee.

[134] 'T Felt (het veld), De Geest en De Gheest, Den Duyn, De Hoogt, De Hoek, De Hoorn, De Poel, 'T Sas, De Wal en De Walle, De Weide, De Winkel, De Zee.

[135] Van Dijk en Van Dijck, Van Duin en Van Duyn, Van Hoeck, Van Hee, Van Houtte, Van Hove, Van Lee en Van Lede, Van Neste, Van Ooi, Van Ooy, Van Oye en Van Oyen, Van Oordt en Van Oorde, Van Rood met Van Rooy, Van Rooyen, Van Raay en Van Raey, Van Veen, Van Vliet, Van Wijk en Van Wijck.

[136] Zie mijn opstel: Amerzode, in De Navorscher, dl. XXXIII, bl. 128.

[137] Van den Bosch, Van den Bossche, Van den Bussche en Van den Bos, Van den Berg, Van den Bergh, Van den Berge, Van den Berghe, Van den Berghen, Van de Brug, Van den Burg en Van den Borg, Van 't Einde, Van 't Ende, Van den Ende, Van den Eynde, Van der Geest (zie bl. 247), Van der Gracht, Van der Graft en Van der Grift--dat zijn drie verschillende formen van één en het zelfde woord. Verder Van der Hage en Van der Haeghen, Van der Heide, Van der Heiden, Van der Heyde, Van der Heyden, ook Van der Heeden (vergelijk Van Hee op bl. 247), en zelfs Vandereyden, op zuidnederlandsche wyze, alles aan elkanderen geschreven, en dat, volgens de vlaamsche uitspraak, de h verloren heeft. Van den Hoek, Van der Hoeven en Van der Houven, Van 't Hoff en Van den Hove, Van der Hout, Van der Kamp, Van der Laan, Van der Kolk en Van der Kulk, Van der Kuylen, Van der Meere, Van der Meire en Van der Meer, Van den Oever, Van 't Padje, Van der Poel, Van de Put, Van de Putte, Van 't Rood, (zie bl. 248), Van der Sluis, Van der Vaart, Van der Veen, Van der Feen, Van der Ven, Van der Venne, Van der Vinne, allen verschillende formen van een en het zelfde woord, maar dat in de verschillende nederlandsche gewesten eene eenigszins verschillende beteekenis heeft. Eindelik nog Van der Veer, Van de Velde en Van der Velden, Van de Voorde, Van de Voordt en Van der Voort, Van der Weg en Van de Weghe, Van der Weide, Van de Woestyne, Van de Woesteyne en Van de Waestine, Van der Woude en Van der Zee.

[138] Verburg, Verburgh, Verburgt en Verborg, Vercauteren (cauter, kouter is een zuidnederlandsch woord, en beteekent eene groote uitgestrektheid aanéénliggende boulanden of akkers), Vercruysse, Vercruyssen, Verkruysen, Verdonck, Vergote, Verhage, Verhagen, Verhaege, Verhaeghe, Verhaeghen, Verhave, Verheyden, Verheyen en Verhey, Verhoeven en Verhouven, Verkerk, Verleyen (zie bl. 243), Vermeer, Vermeere, Vermeire, Vermeeren, Vermeiren, ook, half duitsch Vermehr. Verder Vermeersch (zie bl. 250), Vermeulen, Verschuur en Verschueren, Versluys, Versteeg, Verstege, Versteegh, Versteghe en Verstegen, Verstraete en Verstraeten, Vervelde en Vervelden, Vervenne (zie bl. 249), Vervliet, Vervloet, Vervoort en Vervoorde, Verwei en Verwey, Verwerft, Verzele.

[139] Oudtijds was deze zonderlinge uitspraak der n als ng ook in sommige hollandsche en andere noordnederlandsche tongvallen zeer algemeen. Onder anderen in dien van Amstelland. Men zie hierover maar eens na hoe Gerbrand Adriaensen Bredero zyne zestiende-eeusche amstellandsche boertjes spreken laat. Ook nog heden hoort men dezen zelfden neusklank der n in den tongval van het dorp Soest by Amersfoort, en elders in Eem- en Gooiland.

[140] Angenroen (ang [d]en ro-en, aan den roden, aan de rode, zie bl. 248 en 258), Ingenbleek (ing [d]en bleek), Ingebos, Ingendael, Ingenhaag, Ingenhols (hols, holts, holtz, holt, hout), Ingenhoof, Ingenhorst, Ingenlath, Ingenegeren, Ingenohl, Ingeveld, Opgenhaaffe (zie § 104).

[141] Zie mijn opstel: Geslachtsnamen met ingen en angen beginnende, in De Navorscher, dl. XXIX, bl. 33.

[142] Zie Craandijk en Schipperus, Wandelingen door Nederland. Supplement.

[143] Te Kloeze (kloese is de saksische form van het hollandsche kluis; het adellike huis De Kloese is by Lochem; de geslachtsnaam Van der Kloes komt ook voor). Verder Te Lintelo, Te Lintum, Te Nuil, Te Pass, Te Riele, Te Roller, Te Cock, Te Strote (saksische form van straat, ook voorkomende in de geslachtsnamen In der Stroth en Strootman). Dan nog Te Veltrup, Te Walle, Te Water, Te Welscher, Te Winkel, Te Gussinklo (zie bl. 36), Te Wechel, Te Hennepe, enz.

[144] Ten Heuvel, Ten Hove, Ten Cate en Ten Kate, Ten Kley (klei, kleigrond; Van der Klei en Verklei met Kleistra komen ook voor), Ten Oever, Ten Raa (rade, rode, zie bl. 248, 258 en 259), Ten Sythoff en Ten Siethoff (het enkele Sijthof komt ook voor), Ten Wolde, Ten Zeldam.

[145] Ter Gouw, Ter Loo, Ter Marsch, Ter Pelkwijk, Ter Schure, Ter Spill, Ter Stege, Ter Velde, Ter Weeme (weême, wedeme, wedem, ook widem, widom is het oud-saksische woord voor het huis van den geestelike, voor de pastory dus. Als zoodanig is dit oude woord in onze noordoostelike gouen nog heden wel in gebruik; de geslachtsnamen Van Weemen en Weemstra zijn er ook van afgeleid). Eindelik nog Ter Weer.

[146] Zie De Navorscher, dl. XXIX, bl. 36.

[147] De Navorscher, deel XXXIII, bl. 278.

[148] Dykstra, Endstra, ook tot Enstra versleten (van end, einde); Vaartstra, ook tot Vaatstra versleten, omdat de Friesen de r van het woord feart, vaart niet laten hooren; Veldstra, ook versleten tot Velstra; Geestra (Geeststra ware beter schrijfwyze) van geest, gast, zandgrond (zie bl. 247); Heidstra en Heitstra, Kampstra, Kamstra en Camstra. Verder Poelstra, Poortstra, Zandstra en Sandstra, ook versleten tot Sanstra, omdat de Friesen in het woord sand, zand, de d niet uitspreken. Verder Schanstra (Schansstra, van schans, ware beter), Strandstra, Toornstra, van toorn, toren, enz.

[149] Van den Herreweghen, Van der Hougstraeten, Van Hoonacker, Van Horshoven, Van Issacker, Van der Mensbrugge met Van der Meynsbruggen en het eenvoudige Mijnsbrughen, Van de Meulebroucke, Van der Noordaa, Van Quekelberghe, Van Schevichaven, Van Schilfgaarde met het eenvoudige Schilfgaarde, Van den Sigtenhorst met het eenvoudige Sigtenhorst, Van der Slagmolen, Van den Diepstraten, Van den Weyenberg met het eenvoudige Weyenberg, Verzijlberg, Van de Rovaart, Van den Crommenacker, Van de Veerdonk, Van den Santheuvel, Van den Huygevoort, Van de Siebkamp.

[150] Zie Levensbericht van Mr. C. J. Nieuwenhuis, in de Levensberichten der afgestorvene medeleden van de Maatschappij der nederlandsche letterkunde. Leiden, 1882.

[151] Zie De Navorscher, jaargang XXXIII, bl. 245.

[152] De Navorscher, dl. XXVI, bl. 360 en 363.

[153] Van Lennep en Ter Gouw, Uithangteekens, dl. I, bl. 48.

[154] »Feuchte Niederung;" zie O. Preuss, Die Lippischen Familiennamen, in het Jahrbuch des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung, jaargang IX, bl. 15.

[155] Brugman, Bruggeman, Brugmans en Bruggemans, Daalman, Dijkman en Dijkmans, Duinman, Geestman en Gastmans. Geest en gast zijn benamingen van hooge zandgronden, in tegenstelling met marsch, maarsch, meersch, dat lage kleigrond, aan zee of rivier gelegen, beteekent; vandaar Marschman, Maarsman, Meerseman, Mersmans, De Meersseman (echter kan Marsman enz. ook marskramer beteekenen). Verder Heideman, Heuvelman en Heuvelmans, Kolkman, Moerman, Moorman (zie bl. 197 en 198), Poelman, Plasman, Poortman, Slootmans, Polderman, Sluisman en Zijlman met Zijlmans (sluis en zijl is het zelfde; zie bl. 248), Straatman en Stegeman, Veldman met Veltman, Feldman en Feltman, Veenman en Veenemans, Wegman, Weideman en Weydeman (Weiman en Weyman kan hiervan eene samentrekking zijn, maar ook evenzeer jager beteekenen; zie bl. 298), Woldman en Woltman (in onze saksische gouspraken staat wold voor 't algemeen-nederlandsche woud = bosch), Sandman, enz.

[156] Blikslager, Brouwer, Herder, Kapper, Kramer, Koopman, Molenaar, Paardekoper, Schoenmaker, Timmerman, Smid, Snyder, Visscher, Voerman, Zeehandelaar, Zwaardemaker.

[157] De Bleeker, De Brouwer, De Coopman, De Koning, De Kleermaker, De Looyer, De Landmeter, De Munter, De Jager, De Visscher.

[158] Zie Register van den Aanbreng, dl. I. bl. 174.

[159] Zie De Navorscher, dl. XXXII, bl. 85, 361, 362, 551.

[160] Men zie aangaande dit belangryke woord De Bo's Westvlaamsch Idioticon en Guido Gezelle's Loquela, jaargang 1883, bl. 14.

[161] Register van den Aanbreng in 1511, dl. I, bl. 4.