De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Part 45

Chapter 453,445 wordsPublic domain

In de zuiver-saksische en friso-saksische gouspraken staat het woord lutje, ook lutke, in de plaats van 't algemeen-nederlandsche klein. Van daar de groningerlandsche geslachtsnaam Lutje, een tegenhanger van Klein, en Lutkemeyer, Lutjens en Lutgens, nevens Kleintjes dat in andere gewesten voorkomt, enz. Zie ook den maagschapsnaam Luttik, op bl. 492. Eene andere byzonderheid dezer zelfde streekspraken is nog de uitspraak der sch als sk, voorkomende in de geslachtsnamen Visker, Fisker en Busker. Verder de verkleinform op ien, die voorkomt in de geslachtsnamen Boertien in Drente (nevens Boerke in Friesland, zie bl. 480 en bl. 302); in Karssiens, elders Karsjens en Kersjens, van Karsje, Kars, Kers, Kerstiaan of Christiaan; Knoppien, Lukkien, Mandties, enz. De verkleinform je luidt in menige gouspraak, vooral in de hollandsche, als ie. Van daar de geslachtsnamen Assies, Keesie, Lampie, Weesie, Jaapies (Jacobs), enz. Assies is een patronymikon van Assie, en deze mansvóórnaam staat in de plaats van Asje, een verkleinform van Asse, 't welk een oud-friesche mansvóórnaam is, weinig in gebruik, maar ook door Leendertz in zyne naamlijst vermeld, en waar de patronymikale geslachtsnamen Asma, Assma, Assing, Assink, Van Asma, en vele plaatsnamen van afgeleid zijn. Een andere, zeer algemeen buiten Holland en Zeeland gebruikelike verkleinform is ke, in plaats van je of tje. Deze verkleinform komt in vele geslachtsnamen voor, in vele verschillende gewesten. Zie hier eenigen: Buurke, Boerke, Schuurke, Beerske, Mannekens, Guskens (van den verkleinform van Gus of Augustus), Wyvekens (zie bl. 167), Harkema, Gerkema, Waalkes, Gieskens (van den verkleinform van Gys, Gijs (zie bl. 176), Lollekens, Boomkens, Heykens en Heykema, enz. Zeer algemeen is ook de verfloeiing der d tot j of w. Deze volksuitspraak komt in vele geslachtsnamen voor; b. v. in Van Muyen, in plaats van, en nevens, Van Muyden, Den Ouwen, De Goeje en De Goeye, De Quay (de kwade), De Vroey (zie bl. 351), De Breeje, Van Goeyenhuisen, Van Ostaeyen, in plaats van Van Ostade, welke naam ook voorkomt, en die afgeleid is van het gehucht Ostade (Oost-Ade? of Ode-stade?) by Asten in Noord-Brabant; een ander gehucht Ostade of Ostaye ligt by Zundert, ook in Noord-Brabant. Eene oud-amsterdamsche, ook over andere steden en gouen van Noord-Holland verspreide uitspraak van het woordje nieu (nieuw) luidt als nuw, nu. Te Amsterdam kan men vele lieden nog hooren spreken van den Nuwendijk en de Nuwmarkt. Deze byzondere uitspraak vinden wy afgebeeld in de geslachtsnamen Nuwendam, in plaats van Nieuwendam, de naam van een dorp in het Waterland, tegenover Amsterdam aan 't Y gelegen; Nuwland en Nulant, Nuveen, Nuhout en Nusteeg (zie bl. 220). De formen Nieuwland met Nyland en Nieland, Nieveen, Nyhout, Nyholt, A Nyeholt, Nieholt komen ook, nevens dezen, voor. Eene andere uitspraak van dit woord nuw = nieu, en wel als nou, nouw, zelfs wel als noud, nouwd, is eveneens aan deze en gene gou in Noord-Holland eigen; onder anderen aan de spreektaal van het eiland Wieringen. En ook deze byzondere form komt in geslachtsnamen voor, en wel in Nouwland en Van den Nouwland. Eene andere verbastering van het oorspronkelike nieu, nieuw, vindt men in de maagschapsnamen Van Nievervaart en Nievergeld; zie bl. 431. De geslachtsnaam Mosk is eveneens in het westelikste Friesland inheemsch, en vertegenwoordigd de friesche uitspraak van 't algemeen-nederlandsche woord musch; zie bl. 382. In Friesland, zoowel als in West-Vlaanderen, spreekt men het woord duivel niet slechts als duvel, maar ook als dyvel, divel, dievel uit. Van daar de geslachtsnaam Den Dievel (zie bl. 355). De vogel kievit heet kyfte of kieft in de saksische gouspraak van Twente en oostelik Gelderland. Van daar de geslachtsnamen Kiefte, als tegenhanger van 't algemeen-nederlandsche Kievit, die in Twente (te Gramsbergen) my voorkwam, en Kyftenbelt, elders in Overijssel inheemsch. Zie bl. 490. De geslachtsnaam Borggreve, een tegenhanger van Burggraaf en Burghgraef, vertoont ook eenen saksischen form, even als Brouwhamer (zie bl. 365) eenen frieschen. Renneboog, samengetrokken uit Regenboog (zie bl. 414), komt in form naby 't woord rein, dat in het Friesch en West-Vlaamsch in de plaats van het algemeen-nederlandsche woord regen staat. Bemd voor beemd of weide, is eene brabantsche uitspraak, die wy terug vinden in den geslachtsnaam Van den Bemden (eene andere maagschap schrijft zelfs Van den Bempden), welke in Zuid-Brabant inheemsch is. In dat gewest vinden wy ook den plaatsnaam Suerbempden (Zuurbeemden), zoo als een dorp heet in het Hageland, met den daarvan afgeleiden geslachtsnaam Van Zuerbempden. In West-Vlaanderen laat men in de volksspreektaal de w wel achterwege, als deze letter aan het begin van een woord staat. Zoo zegt men daar orm of oorm in plaats van worm, oensdag voor woensdag, oelen en oekeren voor woelen en woekeren, gelijk de Hoogduitschers ook Rache (Wrache) zeggen voor het nederduitsche woord wraak. En zoo is er in Vlaanderen ook eene maagschap, die haren naam als Van der Ostyne spreekt en schrijft, nevens eene andere die Van de Woestyne heet, in den oorspronkeliken form. Deze vlaamsche naam, die zyne weêrga vindt in den noord-nederlandschen geslachtsnaam Van Wildernis, is tamelik algemeen in de vlaamsche gouen verspreid, en komt daar in allerlei formen en verbasteringen voor. Nevens Van der Ostyne nog als Van der Ostuyne en als Van der Hoestyne; naast Van de Woestyne nog als Van de Waestine, en, half verwaalscht, als Van de Wattyne. In der daad komt het hedendaagsche woord woestijn in oude west-vlaamsche oorkonden herhaaldelik voor als waestyn, waestine. Andere verbasteringen van dit woord vinden wy nog in de vlaamsche geslachtsnamen Wostyn, Hostin en Ostin, zelfs Van de Goesteene, en eene halve verwaalsching in De la Woestine, dat men ook, nog meer verknoeid, als Delawoëstine schrijft. De naam Van de Goesteene dankt zynen byzonderen form aan eene zeer gewone verwisseling van de letters w en g in de germaansche en romaansche talen. Zoo zijn de oud-germaansche mansvóórnamen Walther of Wouter, Wilhelm of Willem en Witte (of Wyten, zoo als de Vlamingen zeggen) in den mond en in de pen der Franschen tot Gauthier, Guillaume en Guido geworden, even als de oud-germaansche woorden war of oorlog (thans uitsluitend engelsch), wafel en waas (wasem) door de Franschen als guerre, gauffre en gas, zelfs gaz, in hunne taal zijn overgenomen. En juist in die verhouding staat ook de naam Van de Goesteene, die op de grenzen van het germaansch-romaansche, van het nederlandsch-fransche taalgebied, in Fransch-Vlaanderen inheemsch is, tot den naam Van de Woesteene, Van de Woestyne.

In velen onzer gouspraken nemen de woorden, die zich daartoe leenen, geerne, als ter versterking, eene t achter zich. Zoo kan men vele Hollanders den naam van 's Gravenhage als den Haagt of liever als den Haacht hooren uitspreken. In Gelderland noemt men de rivier de IJssel veelal den Iisselt; en Meppel wordt door vele Drenten en Overijsselaars altijd Meppelt genoemd. In West-Vlaanderen kan men de woorden wylen, heden, samen, pastoor, kelk, enz. als wilent, hedent, sament, pastoort en kelkt hooren uitspreken. Ja, te onzent en ten uwent behooren zelfs in geheel Nederland tot de schrijftaal. Deze, by tongval achtergevoegde t vinden wy ook in eenige geslachtsnamen, in Van Zutvent (nevens Van Zutphen); in Van Isselt (naast Van IJssel); Valkenborgt (by Valkenburg); Andernagt (oorspronkelik Andernach--zie bl. 211); Kleywegt (nevens Kleiweg); Mestdag en Mestdach (nevens Mesdag, zie bl. 417), enz. Misschien ook in Tellenhoft. Te Antwerpen komt de naam Asselberg in drie verschillende formen, aan drie verschillende maagschappen eigen, naast elkanderen voor. Te weten, in zuiveren form als Asselberg, in tongval-form als Asselbergt, en als patronymikon: Asselberghs.

Juist tegenovergesteld aan deze byvoeging eener overtollige t, laat men in de limburgsche gouen, en ook elders wel, de t achterwege als deze letter een woord sluit. B. v. ach, in plaats van acht, is algemeen limburgsche uitspraak. Ook deze eigenaardigheid vinden wy in sommige geslachtsnamen te rug. Immers komen nevens de namen Coenegracht (zie bl. 280), Offergelt (zie bl. 431) en Vijftigschild (zie bl. 431), in de zuid-nederlandsche deelen van Limburg de maagschapsnamen Coenegrach, Offergel en Vijftigschil voor.

De lange a-klank vóór eene r luidt in zeer vele nederlandsche gouspraken, eigenlik en van ouds in allen, als eene byzondere opene e; haard = heerd, paard = peerd, merkwaardig = merkweerdich, enz. Deze zoogenoemde zware e-klank, die oudtijds by de Zuid-Nederlanders ook wel als ei afgebeeld werd, komt voor in de geslachtsnamen Van den Eertwegh en Van Eerdewegh (nevens Van den Aardweg--zie bl. 474); Beerske (zie bl. 480), De Keirsgieter, Snelderweert en Van Maarschalkerweert, enz.--Aan Brabant eigen is de uitspraak van de tweeklank oe als ue. En deze uitspraak is afgebeeld in de geslachtsnamen Buekenhoudt en Verbueken (buek = boek of beuk, dus Buekenhoudt = Boekholt--zie bl. 498 en bl. 405); Van Suetendael (nevens Van Zoetendaal in Holland); Van Nueten, Ketelbueters en Capuen. Ook byzonder-brabantsch is de uitspraak van den tweeklank ou als au; hout b. v. als haut, en oude, door uitfloeiing der d (zie bl. 501), als auwe of au'e. In menigen, vooral zuid-brabantschen geslachtsnaam is deze byzondere uitspraak in de spelling afgebeeld; b. v. in Schautteet, dat is Schoutheet (zie bl. 326); in Hautvast (zie bl. 468); verder in Sauwen (zie bl. 185), Dauwe en Dauwen (zie bl. 339), in Aupiers (zie bl. 171), Austraete (zie bl. 220), Auwerkerken (Ouwerkerk en Ouderkerk komt ook voor, en Van Auwerkerck); Van der Auwera en Van der Auweraa. Deze laatste zonderling schynende naam, zonderling vooral als hy op de zuid-nederlandsche wyze geschreven wordt (Vanderauwera), wordt verklaard door den eveneens voorkomenden geslachtsnaam Van der Ouderaa (dat is: van het oude water, zie bl. 281). Verder Van der Auwermeulen en Van Auvermeulen nevens Van der Oudermeulen; Caudyser nevens Coudyzer; Van den Eechautte en Van den Eechaudt nevens Van den Eekhout; Van den Audenhoven en Van Audenhoven nevens Van Oudenhoven, enz.

In Groningerland zijn de geslachtsnamen Reenders en Meendering inheemsch. Het schijnt my toe dat deze namen, die aldaar en elders ook voorkomen als Reinders, Reynerts en Meynderink met Meindering, (zoon van Reinder, [Reinher, Reginheri of Raginhari], en zoon van Meinder, [Meinher, Meginheri of Maginhari]), hunnen oorsprong ook te danken hebben aan eene byzondere uitspraak in den eenen of anderen tongval. Een tegenhanger van den groningschen naam Reenders is de geslachtsnaam Renders (eveneens van Raginhari afgeleid,) en die in West-Vlaanderen inheemsch is.--Bekend is de byzonderheid die aan vele, vooral zeeusche en vlaamsche gouspraken eigen is, dat de h, als beginletter van eenig woord of lettergreep, niet uitgesproken wordt. Waar tegen over staat dat die zelfde letter wel uit onkunde geschreven wordt, (en ook wel gesproken, zoo als te Zwolle, op Fliland, enz.) waar zy niet behoort. Aan deze zonderlinge onregelmatigheid, ten opzichte van de h, danken de volgende geslachtsnamen hun ontstaan: Van der Hauwera (zie Van der Auwera hier boven), Liefhooghe, zie bl. 345; Houdenbrouck, in Vlaanderen inheemsch, en elders als Oudenbroek, in Holland ook als Ouwenbroek voorkomende; Bouckout nevens Bouckhout en Boekhout; Van de Kerckove nevens Van de Kerckhove; Kortenoeven nevens Kortenhoeve; Nettekoven en Gripekoven, dat is voluit: Nettinkhoven (zie bl. 83) en Gripinkhoven. In de spelling der geslachtsnamen Van der Hougstraete, Van der Ougstraete, Verougstraete, Verhougstraete, Verhoestraete, allen aan verschillende vlaamsche maagschappen eigen, valt de infloed van verschillende gouspraken en tongvallen op meer dan eene wyze op te merken. De verwaarloozing der h in de uitspraak had ook inkrimping van het lidwoord ten gevolge, in geslachtsnamen als D'Haese, D'Hondt, D'Hert, D'Hoedt, enz. die allen in de zuidelike Nederlanden inheemsch zijn. In enkele gevallen is die h, als beginletter van eenig woord, ook geheel verdwenen, ten gevolge waarvan het lidwoord geheel met het hoofdwoord is saamgesmolten. Deze verbastering komt voor in de geslachtsnamen Daveloose (De Havelooze--zie bl. 353), Duyvetter (D'Huyvetter--zie bl. 316), Dedel (zie bl. 354), enz.

Spreken Zeeuen en West-Vlamingen de letter ij van het geijkte Nederlandsch als eene lange i uit, zy maken eene uitzondering met sommige woorden, als pijp, blyven, wijf, die ze als pupe, bluven, wuuf uitspreken. Deze byzondere uitspraak wordt aangeduid door de spelling uy in den zuid-nederlandschen geslachtsnaam De Puype, een tegenhanger van den noord-nederlandschen naam Pijp. In de friesche taal, en ook in de friso-frankische gouspraak hier en daar in Noord-Holland, wordt het woord brug als bregge, breg uitgesproken. Die uitspraak, welke ook weergegeven wordt in den naam van het gehucht Ter Bregge (aan de brug), by Hillegersberg in Zuid-Holland, vinden wy ook terug in de geslachtsnamen Van der Breggen nevens Van der Brugge en Verbruggen, en in Bregman nevens Brugman. In West-Vlaanderen komt deze zelfde naam zelfs in den form Van der Brigghe voor. Enkele geslachtsnamen toonen door hunne spelling en geheel hun voorkomen aan dat zy ontstaan zijn in de saksische tongvallen, in het zoogenoemde Plat-Duitsch, dat over onze oostelike grenzen gesproken wordt. Zulke namen zijn: Schöttelndreier (schoteldraaier, een maker van fijn eerdewerk), Bütefür (zie bl. 469), Lütkebühl, dat is: kleine heuvel (lütke = klein, zie bl. 500), enz. Vry algemeen Nederlandsch is de uitspraak van het woord vriend als vrind. In den geslachtsnaam De Vrind komt deze uitspraak voor.

Woorden die slechts in deze of gene byzondere gouspraak bestaan, maar die in het algemeene Nederlandsch onbekend zijn, komen weinig als geslachtsnamen voor. Als zoodanig noemen wy Schrier, Stykel, Siepel, Tosch, enz. in Friesland; zie bl. 480; Kedde, ook een geslachtsnaam, is de friesche naam voor een hit (hitlandsch peerdje of poney). Van Twuyver, een noordhollandsche maagschapsnaam; in de westfriesche gouspraak van noordelik Noord-Holland heeft het woord twuiver de beteekenis van gehucht of buitenwijk, eene buurt, afgescheiden van de beboude dorpskom gelegen. Naber en Ninaber (zie bl. 437) zijn saksische woorden; De Puydt en Biebuyck (zie bl. 385 en 369), vlaamsche. Ook is byzonder-vlaamsch de maagschapsnaam Doolaeghe, die ook als Doolage, Van Doolaeghe en Verdoolaege voorkomt, en die uit een oud-vlaamsch woord bestaat, dat moeras beteekent.--In onze friesche en saksische gouspraken luidt het woord zuur als sûr, men spreke soer, van daar de geslachtsnaam Soerewyn (zie bl. 424).--De namen van steden en dorpen zijn in 't algemeen, in de dageliksche spreektaal, aan allerlei verbastering en inkorting onderhevig; en deze verknoeiingen vinden wy terug in de geslachtsnamen welke van die plaatsnamen afgeleid zijn. Reeds op bl. 208, 213 en 217 zijn er enkelen opgenoemd van zulke verbasterde plaatsnamen, die als maagschapsnamen in gebruik zijn. Zie hier nog eenigen: Van Uitert en Van Uytrecht (deze laatste naam vertoont eigenlik anders niet als eene spelling die van d'algemeen-aangenomene eenigszins afwijkt), Van Vendeloo, verknoeide volksuitspraak van den naam der limburgsche stad Venloo; Noorloos (Noordeloos, dorp in Zuid-Holland); Van Hinlope en Hinloope, Van Dordt, Van Gorkum, Gouwswaard en Gouswaard (Goudswaard, dorp in Zuid-Holland); Oussoren (Oudshoorn, ook een zuid-hollandsch dorp); Wessanen (West-Zaan, ook West-Zanen); Van Buul en Van Buel (Budel, dorp in Noord-Brabant); Van Strien (Stryen, dorp in Zuid-Holland); Dooyeweert en Dooyewaard (Dodeweert of Dodewaard, dorp in Gelderland), enz.

§ 157. Als een aanhangsel tot al deze maagschapsnamen die hun ontstaan danken aan de byzondere uitspraak, de byzondere formen en woorden, eigen aan de verschillende nederlandsche gouspraken, moeten hier nog eenige geslachtsnamen genoemd worden, welke, door hunne spelling, zondigen tegen de algemeene regels der nederlandsche taal. Onkunde zoowel als stijfhoofdigheid om niet nog in tijds te willen veranderen wat in verkeerden form door ouders of verder voorgeslacht onzen grootouders was overgeleverd geworden, zijn als oorzaken van deze wanspellingen aan te merken. Immers, die schrijfwyzen waar mede die namen tegen de thans geldende taalregels zondigen, zijn nooit by goede schryvers in gebruik geweest, zoo min in eenig nederlandsch gewest als in eenig tijdperk van het bestaan onzer taal. Braakenburg, Van Naamen, De Jaager, Kraamer, Raaymaakers, Rookmaaker, Raadersma, Van Maanen, Van Aaken, allen met twee a's waar de regels der nederlandsche taal nooit anders als eene enkele a hebben geeischt;--Van der Moolen, Van Lookeren, met eene o onnoodig en te veel. Van Buuren, Van Bueren en Van Buiren waar Van Buren volkomen genoeg was;--De Ruytter en De Ruyttere met eene overtollige t;--Schravemade, Van Schravendijk, Van Schravesande, Schrauwen (zie bl. 185), met verbastering der oorspronkelike 's-G in Sch ('S-Gravesande, in dezen goeden form komt deze maagschapsnaam ook voor. 'S-Gravenmade, enz.)--dit zijn allen voorbeelden van zulke wanspellingen.

Wijl de Hollanders in hunnen tongval de ij als ei uitspreken, en wijl de ey, als oude form der ei, door ongeletterden ook wel als eij wordt geschreven, zoo zijn velen bevangen in eene schromelike verwarring tusschen die letters en klank-afbeeldingen. Die onredelike verwarring heeft geslachtsnamen doen ontstaan als de volgenden, welke allen ware misspellingen zijn, al blijkt dit juist niet uit de byzonder-hollandsche uitspraak dezer namen: Kijzer; Holstijn, Boekestijn, Rijnierse, Mijer, Rijziger, in plaats van Keizer of Keyzer, Holstein, Reinierse, Reiziger, welke namen trouens in deze goede spellingen ook voorkomen. Vooral in het woord stein, waar vele maagschapsnamen op uitgaan, komt deze wanspelling voor: Everstijn, Palenstijn, Ponstijn, Willemstijn, enz. En omgekeerd Van Reyn, Van de Woesteyne, Teysen, zelfs Teijsen en Theijssen, Blokzeyl, De Reycke, enz. in plaats van Van Rijn, Van de Woestyne, Thijssen, enz., die allen eveneens voorkomen. Ook wordt de verwisseling van den goeden form uy met den slechten uij (de Ruijter in plaats van De Ruyter, Duijf in plaats van Duyf) dikwijls gezien. De maagschapsnaam Pyttersen, in Friesland inheemsch, bevat eene misspelling in die twee t's, waar slechts eêne t behoort geschreven te worden. Echter niet in die y, in stede van de algemeen-nederlandsche ie in dezen naam: Pietersen. Immers die spelling met y (dat is: zuivere, lange i) stemt volkomen overeen met de eigene uitspraak der Friesen, die naukeurig en zeer te recht onderscheid maken tusschen den tweeklank ie en de enkelvoudige, lange i of y. Zoo werd in de vorige eeu de mansvóórnaam Pieter (Petrus), volgens de zuivere uitspraak der Friesen, in Friesland zeer veelvuldig, zelfs vry algemeen als Pyter, ook wel als Pytter geschreven. Van daar de hedendaags zoo byzondere form van den geslachtsnaam Pyttersen.

Eenige maagschapsnamen zondigen ook, in taalkundig opzicht, tegen het geslacht der woorden waaruit zy samengesteld zijn; b. v. De Schaap en De Zout, in plaats van Het Schaap en Het Zout. Vry veelvuldig is het geslacht der woorden verkeerd genomen by die maagschapsnamen welke met Van den en Van der samengesteld zijn. Als voorbeelden van zulke taalkundig-onjuiste geslachtsnamen mogen hier vermeld worden: Van der Berghe, Van der Leeuw, Van der Wolf, die Van den Berghe, Van den Leeuw, Van den Wolf moesten zijn, omdat de woorden berg, leeu, wolf van het mannelike, niet van het vrouelike geslacht zijn. Zoo ook Van der Paardt, Van der Ende, Van der Hoff, als of de onzydige woorden peerd, einde en hof van het vrouelike geslacht waren. De form van den maagschapsnaam Van den Wall moge al overeenstemmen met het mannelike geslacht dat door de nieuere hollandsche taalkundigen aan het woord wal wordt toegekend--oorspronkelik en in zuiver nederduitsch is het woord wal (walle) van het vrouelike geslacht. Dit vrouelike geslacht komt in de geslachtsnamen Van de Wall en Van der Wal dan ook tot zijn volle recht, en zoo kan ik deze twee laatstgenoemde namen niet met Van der Berghe, Van der Paardt, enz. over den zelfden kam scheren. Eveneens als met Van der Wall is het ook met den maagschapsnaam Van der Hoek, te Leeuwarden inheemsch; zie bl. 268.

Eene enkele maal komt het voor dat twee afsonderlike namen, beiden aan één enkel geslacht eigen, door misverstand aan elkanderen worden geschreven, dus tot éénen naam worden saamgesmolten. In den maagschapsnaam Tra Kranen (Trakranen) is daarvan op bl. 216 een voorbeeld medegedeeld. Verkeerd is ook het gebruik van zeer vele Zuid-Nederlanders om voorzetsels en lidwoorden, die het zelfstandige naamwoord, het hoofdwoord dat den maagschapsnaam samenstelt, voorafgaan, met dat hoofdwoord aan één te schryven. Ware gedrochten van namen komen er op die wyze voor den dag; b.v. Vanderauwera, Vandenabeele, Vandenpeireboom, Vangeetruyen, Vandeneynde, enz. Of ook schryven de Zuid-Nederlanders zulke namen als Vander Auwera, Vanden Peireboom, Vanden Eynde. Het eene is zoo verkeerd als het andere. Door Walen en Franschen, die onze namen niet verstaan, is deze dwaze schrijfwyze zekerlik in zwang gebracht. Nog gedrochteliker worden zulke namen als er bovendien nog een andere geslachtsnaam aan verbonden wordt. Zoo is te Brussel de maagschapsnaam Vosvanavesade inheemsch. Het valt in der daad moeielik uit dien monsternaam op het eerste gezicht Vos Van Avesade (Van (H)avesathe?) te herkennen. Maar!--geheel vry van deze verkeerdheid zijn de Noord-Nederlanders ook niet. Wel valt het ons niet in om b.v. den naam Van der Heul te schryven als Vanderheul, maar by die formen van dezen zelfden naam waar van en der zijn samengesmolten tot ver, hechten wy dit ver wel aan het hoofdwoord, en schryven Verheul, 't welk eigenlik even verkeerd is als Vanderheul. Toch is deze schrijfwyze, waar ver met het hoofdwoord van den naam onmiddellik verbonden is, algemeen by ons in gebruik (zie § 95). Slechts zelden ontmoet men zulke namen op de taalkundig juiste wyze geschreven. Eerst in de laatste tientallen jaren is deze schrijfwyze door sommige maagschappen te recht weêr voor hunne eigene namen in gebruik genomen, b. v. Ver Loren, Ver Huell, Ver Voorn.

D. NEDERLANDSCHE GESLACHTSNAMEN, BUITEN DE HEDENDAAGSCHE NEDERLANDSCHE GRENZEN INHEEMSCH.