De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Part 35

Chapter 353,371 wordsPublic domain

Catto, Katte, Kat is een oud-germaansche mansvóórnaam, die ook in samenstellingen, als Catuald (Katwalt) en Catumer (Katmar) voorkomt, en door Förstemann in zijn Altdeutsches Namenbuch tot drie verschillende naamstammen, Chad, Gad en Hath, gebracht wordt. Een enkele der talryke geslachtsnamen Kat en Cat, en, in den tweeden naamval als patronymikon, Kats, Cats en Catz, zal zeker wel van dezen ouden mansvóórnaam afstammen. Zekerlik is dit het geval met de friesche patronymikale geslachtsnamen Katsma en Katma, en met menigen plaatsnaam. Waarschijnlik behoort het patronymikon Cæding, dat by de Angel-Saksen voorkwam, ook wel tot dezen mansnaam. Buitendien kan de geslachtsnaam Cats, Katz, behalven een tweede-naamvalsform van den diernaam, of van den mansvóórnaam, ook nog de plaatsnaam Kats of Cats zijn, zoo als een dorp heet op het zeeusche eiland Noord-Beveland. By de zeeusche maagschap Cats althans meen ik dat dit zekerlik het geval is.

De geslachtsnaam Kater en De Kater kan ook een geheel anderen oorsprong hebben, als van het woord dat de mannelike kat aanduidt. Een kater toch is iemand die in eene kate (keet of kot--zie bl. 266) woont. Het woord kater, als de benaming van eenen geringen boer, of van eenen boeren-arbeider, die in eene hut of kate op het erf van den eigenerfden boer woont, is in sommige saksische streken van ons land en van Duitschland in gebruik. Even als keuter (in Friesland zeit men wel keuterboerke), kötter, kaatsitter, kotsitter, katsate, kotsaat, cotsath, enz.,--woorden die allen van den zelfden oorsprong zijn, en allen het zelfde beteekenen. Naar myne meening ligt dit woord kater ten grondslag van menigen geslachtsnaam Kater en De Kater. De geslachtsnaam Keuter, in eene friso-saksische gou van Overijssel inheemsch (Bloksyl), is ongetwyfeld aan het woord kötte, kate, hut, ontleend. Kötter ware wis eene betere spelling voor dezen naam, die daarom toch geenszins van hoogduitschen, maar van zuiver nederlandschen, ofschoon dan ook al niet hollandschen, oorsprong is.

Bare of Baro is nevens Barre of Barro een oud-germaansche mansvóórnaam, die nog heden in Friesland in gebruik is. De geslachtsnaam Baars kan een patronymikon zijn van dezen naam, zoo als Baarsma dit zonder twyfel is. Andere geslachtsnamen aan dezen zelfden mansnaam ontleend, zijn nog Barma (met Barring in Engelland, en Barry in Frankrijk,--als een versleten patronymikon der oorspronkelik germaansche Franken? zie § 30.) Verder Barkema, een oud-friesche tweede-naamvalsform van den verkleinform Barke, die tevens aan de engelsche geslachtsnamen Barks, Barkes en Barkins oorsprong gaf. Barrahuis, een gehucht by Wirdum; Barrum, een gehucht by Tjum (beide in Friesland); Barwert, een gehucht by Oldehove in Groningerland; Barkwert, een gehucht by Kubaart in Friesland, misschien ook Barchem, een gehucht by Laren in Gelderland, zijn plaatsnamen die van deze mansnamen afstammen, en gemakkelik verklaard kunnen worden.

Dat Fosse, Fos oudtijds ook als mansvóórnaam in gebruik moet zijn geweest (al is het dat deze naam dan zekerlik slechts een verbasterde zal geweest zijn), blijkt duidelik uit de geslachtsnamen Vossema (oudtijds als Fossema geschreven), Vosma, Fossen, Vossen, Vosse, allen patronymikale namen van eenen mansvóórnaam Fos. Ook blijkt dit uit menigen plaatsnaam. De geslachtsnaam Vos kan dus evenzeer oorspronkelik deze mansvóórnaam zijn, als de diernaam.

Aangaande den oud-germaanschen mansvóórnaam Hundo, Hond, die aanleiding kan gegeven hebben tot het aannemen der geslachtsnamen Hond, Hondt, Hondius, enz. zie men bl. 52.

Molle is een friesche mansvóórnaam, nog heden in volle gebruik. Het is oorspronkelik de zelfde naam, in andere uitspraak, als Melle; zie bl. 162. Van dezen mansnaam Molle kan de geslachtsnaam Mol, Moll ook worden afgeleid. Maar de geslachtsnamen Mollema, Mollen, Molling en Mollink zijn er zonder twyfel van afkomstig. Zoo ook Mollekens, een patronymikon van den verkleinform Molleke. Als plaatsnamen, waar aan deze naam al mede ten grondslag ligt, vermelden wy nog: Molla-state, te Eakmaryp; Molmaburen, een gehucht by Lutke-Wierum; Molsert (dat is samengetrokken van Molswert), eene buurt by Franeker, alle drie in Friesland. Verder Molhem, een dorp in Zuid-Brabant; Mollincourt in Isle-de-France (Frankrijk); Mollenkotten, gehucht by Hagen in Westfalen; en Molling, een gehucht by Bruneck (Enneberg) in Tirol.

De mansnaam Muus, nog heden als zoodanig in Noord-Holland voorkomende, is eene verkorting en verbastering van Bartholomeus--zie bl. 378 en 396. De geslachtsnamen Muis, Muys, Muisken kunnen dus even zeer aan dezen mansvóórnaam ontleend zijn, als aan den diernaam. De geslachtsnamen Muusse en Muusses zijn ongetwyfeld vadersnamen van dezen mansnaam; waarschijnlik ook Muysson.

Haso is een oud-germaansche mansvóórnaam, en als zoodanig in Förstemann's Altdeutsches Namenbuch vermeld. Dat deze naam ook oudtijds by onze voorouders in gebruik geweest is, bewyzen de geslachtsnamen Van Hasinga, Haasma, Haesen, Hazes, Hasens, misschien ook Haasse en Hase, benevens menige plaatsnaam, die allen er van zijn afgeleid. Van den verkleinform Haasje is de geslachtsnaam Haasjes geformd. Wijl de mansvóórnaam Haso, Hase door my nog niet in oude nederlandsche oorkonden is gevonden (ofschoon aan het bestaan er van geen twyfel is), en daarentegen de verkleinform Haasje wel als vrouenaam kan bewezen worden (Haesje Claes in 't Paradys b. v., de vrome vrou, die in de 16de eeu het Burgerweeshuis te Amsterdam stichtte), zoo kan de geslachtsnaam Haasjes ook wel een metronymikon zijn (zie § 59), en geen patronymikon. In allen gevalle is het duidelik dat de geslachtsnaam Haas niet noodzakelik aan den diernaam behoeft ontleend te zijn.

Dat de geslachtsnaam Konijn ook oorspronkelik een plaatsnaam kan wezen, even zeer als een diernaam, is reeds op bl. 210 aangetoond.

De namen der oude Friesen Hengist en Horsa (twee peerdenamen) bewyzen dat de geslachtsnamen Hengst, Hinxt en Ros (letterkeer van Hors of Ors) ook zeer wel oorspronkelik mansnamen kunnen zijn, even wel als huisnamen of diernamen.

Ram, Ramo is een oud-germaansche mansvóórnaam, gelijk door menigen plaatsnaam (Rammingen of Ramegnies, een dorp in de Henegou; Rammingen, een dorp by Ulm in Würtemberg; Ramminghausen, een gehucht by Syke in Hoya, Hanover) bewezen wordt. Van den verkleinform Ramke is de friesche patronymikale geslachtsnaam Ramkema geformd.

Lamme is een friesche mansvóórnaam, die oudtijds, meer dan tegenwoordig, in gebruik was. Sedert de hollandsche gouspraak in Friesland meer en meer bekend en gesproken werd, is deze naam buiten gebruik geraakt, wegens de min gunstige beteekenis die het woord lam (friesch laem met gerekte, opene a), althans voor eenen mansvóórnaam, in het Hollandsch heeft. In de naamlijsten van Wassenbergh, Leendertz en Brons, meermalen in dit werk aangehaald, wordt de mansnaam Lamme nog vermeld. In vroueliken form, als een enkel verkleinwoord (Lamke), en als een dubbel verkleinwoord (Lamkje), komt deze naam in Friesland nog meer voor als in den manneliken form. Ook in den friso-saksischen form Lammechien, in Groningerland en Drente. De mansnaam Lemme, mede in Friesland voorkomende, en oudtijds ook in andere nederlandsche gewesten in gebruik, is oorspronkelik de zelfde naam als Lamme, en levert daarmede slechts een klein verschil in tongval op. In de brabantsche en vlaamsche gewesten is Lam en Lem nog heden in gebruik als eene verkorting van den vollen naam Wilhelm, Willehalm, Willem. Deze mansvóórnaam kan, evenzeer als de diernaam lam, aanleiding hebben gegeven tot den geslachtsnaam Lam. Buitendien zijn de geslachtsnamen Lamminga en Lammenga, Lamming en Lamsma, Lams, Lammens, met Lemmens, Lems en Lemson, en de verkleinformen Lammekes, Lemkes en Lemke, zekerlik van dezen mansnaam afgeleid.

Bocco, Bucco is een oud-germaansche, in Förstemann's Altdeutsches Namenbuch vermelde mansvóórnaam, die als Bokke nog heden ten dage in Friesland in volle gebruik is. De geslachtsnaam Bok zal zekerlik wel, in menig geval, ontleend zijn aan dezen ouden mansnaam. Hy gaf buitendien oorsprong aan vele andere geslachtsnamen en plaatsnamen. Als geslachtsnamen, van den mansnaam Bokke afgeleid, vermeld ik hier: Bokkenga, Bocking en Buckinx, alle drie oude patronymika. Ook de engelsche plaats- en geslachtsnaam Buckingham behoort hier toe. Verder Bokkema, Bokma, Bockma, Van Bokma, Boksma, Boxma, Bokkens en Bokkes, ook allen tweede-naamvalsformen. Het getal der plaatsnamen aan den mansnaam Bokke ontleend, in alle germaansche landen voorkomende, is nog veel grooter dan dat der geslachtsnamen. Hier kunnen slechts de nederlandschen vermeld worden: Bokkum, gehucht by 't dorp Akkrum, en Boksum, dorp in Menaldumadeel, beide in Friesland; Nibbikswoud, een dorp in noordelik Noord-Holland; (deze naam is eene verbastering en samentrekking van Nieu-Bokswoude; Oud-Bokswoude is het dorp Hauwert, mede in het westerfliesche Friesland). Waarschijnlik ook nog Boksbergen, eene havesate by Olst in Overijssel. Buitendien zijn nog de geslachtsnamen Van Bockom en Van Oldenboccum aan plaatsnamen ontleend, die op hunne beurt weêr van den mansnaam Bokke afgeleid zijn. Plaatsen die Bockum en Bochum heeten, liggen er wel vier in Duitschland.

Een bekende oud-nederlandsche mansnaam, nog heden in volle gebruik, is Arend, by samentrekking Aart. De geslachtsnaam Arend kan evenzeer oorspronkelik deze mansnaam zijn, als de diernaam. Vele andere geslachtsnamen zijn eveneens aan dezen naam ontleend. Dit zijn: Arends, Arendsen, Arentzen, Arents, Arendsma, Arensma, † Aarnsma, Arentsma, Serarents (zie bl. 144), Aartsma, Aarts, Aerts, en misschien ook Arens, Ahrens, Arning, het verlatynschte Arntzenius (van Arntzen, Arendsen), Aarsen, in verkleinform Arnken en Arenkens, enz.

De naam van den roofvogel valk diende den ouden Germanen almede als mansvóórnaam. Als Falacho, Falco wordt hy vermeld in Förstemann's Altdeutsches Namenbuch. Förstemann hecht evenwel eene andere beteekenis aan dezen naam. Tot in de 17de eeu bleef deze naam in Holland in gebruik. In 1628 voerden twee burgers van Amsterdam dien naam; de eene heette Jan Valcksz (dat is Jan, zoon van Valk), en de andere Valk Theunisz. [225] Ook in den jare 1471 woonde er te Schoonhoven zekere Valk Mertensz. [226] Maar in Friesland is deze zelfde naam, door de Friesen te recht Falke geschreven, tot op den dag van heden in gebruik gebleven. Hoochst waarschijnlik is menige geslachtsnaam Valk of Valck oorspronkelik deze mansvóórnaam, en geenszins in alle gevallen de diernaam. Maar zonder twyfel zijn de geslachtsnamen Falkema en Valkema, Falkena en Falckena, Falks, Valks, Falcksz, Valksz aan dezen mansnaam ontleend. Zoo mede de plaatsnaam Falkum of Falkum-burcht, by Bellingaweer in Hunsego (Groningerland). Misschien ook Valkoog, een dorp in het westerfliesche Friesland.

Een andere roofvogel is de havik, en ook zijn naam moest oudtijds als mansvóórnaam dienen. Die voornaam kan dus, zoo wel als de vogelnaam zelve, aanleiding gegeven hebben tot het ontstaan van den geslachtsnaam Havik. In 1572 vinden wy te Leiden eenen man die Meus Haviksz. (dat is Meus, de zoon van Havik) genoemd wordt door den geschiedschryver Bor, en die door Hooft voluit Bartholomeus Haavixzoon wordt geheeten. [227] De vogel havik heet in het Friesch hauk, en in het Engelsch eveneens hawk. Van daar de friesche geslachtsnaam Haukema en de engelsche Hawkins. Ook Haucke kwam my als nederlandsche geslachtsnaam voor.

Hraban, Rabo in hoogduitschen, Hravan, Raven, Rave, Raaf in nederduitschen form, is een oud-germaansche mansvóórnaam, die waarschijnlik aan den geslachtsnaam Raaf zynen oorsprong heeft gegeven. Buitendien zijn de geslachtsnamen Ravinga en Raven aan dezen mansnaam ontleend.

Hoe zonderling het klinke, ook Crai, Kray of Kraai moet ik voor eenen oud-germaanschen mansvóórnaam houden, al is het dat die naam my tot nog toe nergens voorgekomen is. Maar uit de geslachtsnamen Kraaima en Craien, vooral ook uit de oude patronymikale geslachtsnamen Kraayinga en Kraayenga in Friesland, en Craying in Engelland, zoo mede uit de plaatsnamen Kraaienwerf, een verdronken gehucht op het eiland Marken; Kraaienisse, een polder op het eiland Over-Flakee; en Craywijk, een dorp by Grevelingen in Fransch-Vlaanderen, meen ik met zekerheid tot het bestaan van den mansvóórnaam Krai te mogen besluiten.

Een friesche mansvóórnaam (al is hy weinig in gebruik, hy wordt toch in de naamlijsten van Wassenbergh en Leendertz aangetroffen) is Finke. En deze naam kan aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan der geslachtsnamen Vink, Vynck, enz. Van dezen mansnaam, die een verkleinform is van den frieschen mansvóórnaam Finne, Fin, (Fin-ke = Fin-tje), die als een oud-germaansche mansnaam ook door Förstemann vermeld wordt,--van den mansnaam Finke hebben wy buitendien de geslachtsnamen Finken en Vinken en in versletenen form Vinke; benevens vele plaatsnamen. En aan den oorspronkeliken mansnaam Fin zijn ontleend de geslachtsnamen Vinnema, het uitgestorvene Fingia (dat is Finninga) in Friesland, en Finning in Engelland.

De geslachtsnamen Musschenga en Muischenga in Groningerland, en Muskens in Limburg en Gelderland inheemsch, schynen van eenen mansvóórnaam Mus of Musk (Muske = Mus-ke?) afgeleid te zijn. Deze twyfelachtige mansnaam, die buitendien ook nog in den naam van het hanoversche dorp Müssingen, by Bodenteich in het Lüneburgsche schijnt voor te komen, kan ook aan de geslachtsnamen Musch en Mosch ten grondslag liggen. Over dezen naam staat nog het een en ander, van de hand des geleerden Leendertz en van my zelven geschreven, in De Navorscher, dl. XXVI en XXVII, bl. 361, 561 en 78, 80.

Over den mansvóórnaam Mees, eene verbastering en verkorting van den bybelschen naam Bartholomeus, en waarvan de geslachtsnaam Mees kan afgeleid zijn, zie men eenige byzonderheden in De Navorscher, dl. XXVII, bl. 412. Ook de geslachtsnaam Meeuw behoeft niet nootsakelik de vogelnaam te zijn, maar kan eene verkorting wezen van Meeuwis, een hollandsche mansvóórnaam die eveneens eene verbastering is van Bartholomeus. Een patronymikon van dezen mansvóórnaam bestaat als geslachtsnaam in den form Meeuwse. De geslachtsnamen Meeuwen echter en Van Meeuwen acht ik ontleend te zijn aan den plaatsnaam Meeuwen, zoo als een dorp heet in Noord-Brabant.

Duif is een oud-friesche mansvóórnaam, die oudtijds ook wel, als Duive, in Holland in gebruik was (Navorscher, dl. XXVII, bl. 408). In eene oorkonde, ten jare 1582 te Leeuwarden geschreven, vind ik vermeld: »Die erffgenaemen van Duyff Jelles in Sintte Jacobstraet". Van dezen mansvóórnaam kunnen de geslachtsnamen Duif en Duyf ontleend zijn, zoo wel als van den vogelnaam. De patronymikale geslachtsnamen Duyfs en Duivis (zie § 98), en, in verkleinform Duyfjes, zijn zonder twyfel van den mansnaam afgeleid.

Hano is een oud-germaansche, by Förstemann vermelde mansvóórnaam, die als Hane nog in onze friesche gewesten in gebruik is, alhoewel zeldzaam. In verkleinform, als Haantje, komt hy meer voor. Talrijk zijn de geslachts- en plaatsnamen van dezen mansnaam geformd, en naar myne meening kan ook menige geslachtsnaam Haan daaraan zynen oorsprong te danken hebben. Met de patronymika Haans en Haenen, Haantjes en Haentjens is dit zonder twyfel het geval. Andere geslachtsnamen, waar aan de mansnaam Hano ten grondslag ligt, zijn nog de versletene patronymika Hania, Hanja, Hanje, Hainja, Hainje en Van Hanja (zie § 29). De volle patronymikale form Haning is nog in Engelland als geslachtsnaam inheemsch. Ook Hanema is nog een friesche geslachtsnaam, die zoon van Hano beduidt.

Volkomen zoo als Hano is ook Henno een oud-germaansche, in Förstemann's Namenbuch vermelde mansvóórnaam, die in den form Henne, en in verkleinform als Henke nog by het friesche volk in volle gebruik is. De geslachtsnaam Hen kan er aan ontleend zijn. Zonder twyfel is dit het geval met Henning (dit patronymikon deed en doet ook wel eens dienst als mansvóórnaam), waar Hennye en Henny versletene formen van zijn (zie § 30). Verder met Hens, met den samengestelden naam Hennixdael (dat is Henninks-daal), met Henkema en met Henkes; zie bl. 156. Als plaatsnamen mogen hier vermeld worden: Hennaart (dat is Hennawert, de wert of weerd van Henno) een dorp in Friesland; Henshuizen en Henswoude, gehuchten by Akkrum, Friesland; Hensbroek, dorp by Hoorn in West-Friesland; Henningen, dorp by Salzwedel in Pruissisch-Saksen; Hennighausen, gehucht by Meschede in Westfalen; Hennstedt, dorp in Ditmarschen, enz.

Eene zeer gebruikelike verkorting van den bybelschen mansnaam Paulus is Pau. De geslachtsnamen Paeu, Pauw, enz. kunnen zoo wel deze verkorte mansnaam zijn, als de vogelnaam. En ook kunnen Paus, Paeus, Pous patronymika daarvan wezen, even wel als ontleend te zijn aan het ambt van het hoofd der roomsch-katholike kerk.

In Friesland komt nog eene enkele maal als mansvóórnaam voor: Reiger. In de lijsten van friesche namen van Wassenbergh, Leendertz en Brons wordt hy vermeld. Ook is de friesche geslachtsnaam Reigersma er van afgeleid. De geslachtsnaam Reiger kan ook zeer wel aan dezen mansnaam zijn ontstaan te danken hebben. De volle form waaronder de oude germaansche volken dezen mansnaam in gebruik hadden, is Ragingar, in Förstemann's Namenbuch te vinden. Ragingar werd Raingar, Reinger en eindelik Reiger.

Swaan, Swano, Suano is al mede een oud-germaansche door Förstemann aangewezen mansvóórnaam. In vroueliken form, als Zwaantje, komt deze naam nog heden geenszins zeldzaam voor. Vooral in de friesche gewesten is hy inheemsch. De geslachtsnaam Zwaan, Swaan, Swaen kan zeer wel oorspronkelik deze mansnaam zijn. Hy is althans niet onvoorweerdelik de vogelnaam. Swaans, Swaens, Zwanes, Zwanen, Swaenen, ook in verkleinform Zwaantjes en Swanekens, zijn patronymikale geslachtsnamen van dezen mansnaam ontleend. De twee laatstgenoemden kunnen, wijl Zwaantje, Swaneke als vrouenaam in gebruik is, ook metronymika zijn; zie bl. 159. De friesche geslachtsnamen Swama en Zwama, die ik anders niet te verklaren weet, houd ik voor afgesletene formen van Swaanma, Swanama, anders gezeid: Swaans zoon.

De geslachtsnaam Bot, Both kan zoo wel de vischnaam wezen, als de oud-germaansche, nog heden by de Friesen in volle gebruik zijnde mansvóórnaam Botto. Botte, als vrouenaam Botje. Talrijk zijn de geslachtsnamen en plaatsnamen, waar aan deze mansnaam ten grondslag ligt; b. v. Bottinga en Bottenga, de volle oude patronymika, en Botnia met Van Bothnia, de versletene formen daarvan; zie bl. 66. Verder Bottema, Botma, Bottens, Bots en Bottes, en in verkleinform Botje, Botke, Botjes, meest allen in de friesche gewesten inheemsch. Bottingen is een dorp by Emmendingen in Baden; Bottum ligt by Fürstenau in Hanover; Bottorf by Berssenbrügge in Hanover; Bottens is een gehucht by Pakens in Jeverland (Oldenburger Friesland), en Botniahusen is een gehucht by Franeker.

Haring is nog heden ten dage in de friesche gewesten als mansvóórnaam in volle gebruik, en was het oudtijds ook in Holland. By dezen mansnaam moet aan eenen vischnaam geenszins gedacht worden. En my dunkt ook menige geslachtsnaam Haring, Haerynck, enz. vindt in dezen mansnaam zynen oorsprong. Haring als mansnaam is oorspronkelik een oneigenlik gebruikte vadersnaam van den ouden mansnaam Hare, Haro, die in Förstemann's Namenbuch als Hari voorkomt, en nog heden by de Friesen in gebruik is. Van Haring hebben wy de geslachtsnamen Harings, Haringsma, Harinxma en Van Harinxma, en de plaatsnamen Haringhuizen en Haringkarspel, dorpen in het westelikste Friesland of noordelik Noord-Holland, en Haringhusum, een gehucht by het dorp Fisvliet in het Westerkwartier van Groningerland. In Oost-Friesland is de geslachtsnaam Haringsna reeds uitgestorven. Talrijk zijn ook de geslachtsnamen die onmiddellik aan den mansnaam Haro, den naamstam van Haring, zijn ontleend. Als zulken noemen wy Haringa, Harema, Haarsma, Haersma, Van Haersma en Haren; ook in verkleinform Haarken.

Even als de naam van den visch haring in de meeste nederlandsche tongvallen als hering uitgesproken wordt, zoo komt nevens den mansnaam Haro ook de form Hero voor. En deze laatste form is ook in Friesland het meeste in gebruik, veelal als Here of Hero, in misspelling Heere, en zelfs, door de eigenaardige friesche klankbreking, als Hjerre, dat men ook wel Herre schrijft. In verkleinform als Heertje en Heerke en Herke, Herco en Harco komt deze naam eveneens voor, en is nog in volle gebruik. Behalven de patronymikale geslachtsnamen Hering, Herink, Herynck, enz. die men ook voor den vischnaam kan houden, zijn er nog zeer vele andere geslachtsnamen van dezen mansnaam afgeleid--om van de plaatsnamen niet te spreken. Zie hier eenigen van die geslachtsnamen: Herincks, Heerinckx, Heringa, Heeringa, Herenga, Heerema en Heerma, Heersema en Heersma, Heeres en Heeren, Heerkema, Heerkes, Heerkens, Heertjes, Herrema, Herres, Herking, Herkes, Herkens. Als tegenhangers van de laatstgenoemde namen, en daarmede slechts een klein verschil in uitspraak opleverende, terwijl zy van den zelfden oorsprong zijn, noemen wy hier nog de geslachtsnamen Harringa, Harsma, Harren en Harrens, Harkema, Harkink, Harken, Harkens, Harkes, Harksen, Hartjes en Hartjens; ook Hartsinck, Hartsing, Hartsema en het versletene Harssema, van den oud-frieschen verkleinform Har-tse = Har-ke, Harco, de kleine Harro.

De zelfde verhouding als tusschen Haro en Hero, haring en hering, bestaat ook tusschen de vischnamen baars en beers, tusschen de mansvoornamen Baro en Bero. Van deze oud-germaansche, by de Friesen nog in volle gebruik zijnde mansvóórnamen kunnen de geslachtsnamen Baars en Beers ook patronymika zijn, in den form van eenen tweeden naamval. Van Baro, Barro en van de verkleinformen Barke en Barle (Barlyn) zijn buitendien nog vele geslachtsnamen afgeleid, die op bl. 391 vermeld zijn. Die, welke van Bero, Berre, Berke, enz. afkomstig zijn, vindt men in § 136 opgegeven. Eindelik is nog de plaatsnaam Beers, aan drie dorpen eigen, in Friesland, in Noord-Brabant en in de antwerpsche Kempen,--oorzaak geweest van het ontstaan van geslachtsnamen Beers en Van Beers, misschien ook Beersman en Beersmans.

E. GESLACHTSNAMEN AAN HET PLANTENRIJK ONTLEEND.

§ 135. Is het getal der geslachtsnamen, die in der daad of schijnbaar ontleend zijn aan de namen van dieren reeds zeer aanzienlik, de geslachtsnamen afgeleid van de namen van planten en van gedeelten daarvan, in 't algemeen van voorwerpen uit het plantenrijk afkomstig, zijn nog veel meer in aantal.