De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Part 21

Chapter 213,605 wordsPublic domain

»Vroeger teekende de bedoelde persoon zich steeds J. L. van den berg, doch aangezien er vele familiën van dien naam zijn, en dit vaak tot verwarring aanleiding gaf, vroeg hij voor een drietal jaren verlof, bij zijnen familienaam te mogen voegen van Saparoea, hetwelk bij koninklijk besluit is toegestaan, en sedert dien tijd voert de familie, waarvan hij thans het waardige hoofd is, den geslachtsnaam van den Berg van Saparoea.

»Omtrent bovenbedoelde moordgeschiedenis te Saparoea kan men nadere bijzonderheden vinden in: Merkwaardige gebeurtenissen uit de Nederlandsche Geschiedenis (te Amsterdam uitgegeven), alwaar in eene noot een verhaal daarvan voorkomt."

§ 81. Duitschers hebben steeds het grootste gedeelte uitgemaakt van al de vreemdelingen, die in de Nederlanden een nieu vaderland zochten en vonden. En onder dezen waren het natuurlik weêr meest lieden uit de aan Nederland grenzende streken van Duitschland, uit de pruissische Rijnprovincie, uit Westfalen met de graafschap Benthem en het Nederstift van Munster (Arenberg, Meppen), en Oost-Friesland. Dien ten gevolge is het getal geslachtsnamen ontleend aan de namen van plaatsen in die gewesten gelegen, dan ook nog al aanzienlik. Zie hier eenigen van die namen, enkel van nederrijnlandsche plaatsen: Van Aken, Van Aaken en Van Ake, Van Calcar, Van Kleef en Van Cleeff, Van Cranenburgh met Van Kranenburg en Van Cranenborg [118], enz.

Niet aleen dat vele Neder-Rijnlanders zich om voordeelswille in de Nederlanden neêrgezet hebben,--velen deden dit ook om redenen van godsdienstigen aard. Immers nadat de kerkherforming aan den duitschen Beneden-Rijn al spoedig grooten opgang gemaakt had, en zeer velen aldaar in de 16de eeu de kerk van Rome verlaten hadden, werden later, in de 17de en ook nog in de 18de eeu, door de wereldlike en geestelike vorsten dier streken, de Protestanten vervolgd en verdreven. Vooral ook de Doopsgezinden of Mennoniten, die geen onaanzienlik deel schynen geformd te hebben van die Herformden, hadden veelvuldige vervolging te dulden. Ofschoon enkele doopsgezinde gemeenten aldaar, onder anderen te Krefeld, Kleef en Emmerik zich nog tot in deze eeu, gedeeltelik nog tot heden toe konden staande houden in naue aansluiting aan de nederlandsche Doopsgezinden, zoo waren toch vele leden dier gemeenten genoodzaakt hun land te verlaten. En waarheen zouden zy gereeder uitwyken dan naar de naburige noordelike Nederlanden, waar de herformde kerk heerschte, en waar men die verdrevenen, die veelal welgestelde, neringdoende en nyvere burgers waren, geerne eene gastvrye ontfangst bereidde! Deze zaak is d'oorzaak dat zoo menig doopsgezind geslacht ons heden ten dage in zynen geslachtsnaam nog zyne afkomst uit Neder-Rijnland vertoont,--dat juist zulke geslachtsnamen aan nederrijnsche plaatsnamen ontleend, veelvuldig onder onze doopsgezinde landgenooten voorkomen. Zie hier eenigen daar van: Van Calcar, Van Gelder, Van Goch, Van Gulik, Van Cleeff, Van Meurs, Van Rees, enz. Ook Van Bracht (tegenwoordig nog als Van Bragt voorkomende), zoo als de schryver heette van het zoogenoemde »Menniste Martelaarsboek", dat is: Het bloedigh tooneel der doopsgezinde en wereloose Christenen. Bracht is de naam van een dorp by 't stadje Kempen.

En ook evenzeer als Mennoniten, werden ook Israëliten wel uit nederrijnsche plaatsen verdreven, en zochten in de Nederlanden een vrediger verblijf. Of anderszins, toen handel en nyverheid, dus ook bloei en welvaart in de 17de eeu vooral uit vele nederrijnsche plaatsen weken, ook al ten gevolge van den uittocht der neringdoende Herformden naar de Nederlanden, toen trokken ook de Joden uit, om hier een neringryker oord te vinden. En zoo is het gekomen dat wy zulke namen als Van Kleef en Van Cleef, Van Gelder, Van Goch, Van Creveld, Van Wezel (met Emrik, Kalker, zie § 73), enz. by verschillende israëlitische geslachten in Nederland aantreffen. Maar ook buitendien nog schijnt het dat vele ingezetenen der stadjes Xanten, Calcar, Goch naar Nederland gingen wonen. Immers de geslachtsnamen Van Santen, Van Sante, Van Zanten, Van Zante, Van Calcar, Van Kalker, Van Kalkert, Van Kalkeren (ook het enkele Kalker), Van Goch, Van Gogh, Van Gog, enz. in allerlei verschillende spellingen, komen zeer veelvuldig voor. Zy worden in talrijkheid echter nog verre overtroffen door voormalige ingezetenen van het stadje Gelder, wier nakroost met de geslachtsnamen Van Gelder, Van Gelderen, Van Geldre, Van Geldern, Van Geldere, Van Ghelder buitengewoon talrijk is onder ons. De geslachtsnamen De Gelder, De Gueldre, De Ghelder en De Gheldere, in de beide laatste formen vooral ook in Vlaanderen voorkomende, houd ik voor verfranschte formen van Van Gelder, te meer wijl ik reden heb te vermoeden dat het noordnederlandsche geslacht De Gelder uit Vlaanderen in Holland is komen wonen, terwijl het westvlaamsche geslacht De Gheldere nog het oude wapen van Gelre als geslachtswapen voert. Maar de friesche geslachtsnamen Gelderda, Geldra en Geldersma, evenmin als Gelders, elders in de Nederlanden inheemsch, hebben niets te maken met den plaatsnaam Gelder of Gelre. Deze namen zijn ontleend aan den oud-germaanschen mansvóórnaam Gelder, Gelther.

§ 82. Minder talrijk dan de geslachtsnamen aan plaatsnamen in Neder-Rijnland ontleend, zijn onder ons die maagschapsnamen welke samengesteld zijn uit eenen westfaalschen plaatsnaam en het voorzetsel van. En toch hebben Westfalingen volstrekt niet in kleiner aantal dan Neder-Rijnlanders zich in de Nederlanden neêrgezet. Als slachters en bakkers, als bierhuishouders, vooral ook als handelaars in kleedingstoffen, met hunne talryke knechts, kellners, kantoor- en winkelbedienden en reizigers, zijn de zonen van de »Rothe Erde" rykelik onder ons vertegenwoordigd. Maar deze »Felingen" (zie bl. 191) kwamen meest allen in lateren tijd hier wonen dan de Neder-Rijnlanders. Zy kwamen toch in den regel om den broode, niet om gewetensvryheid. Immers behooren zy grootendeels tot de roomsche kerk. Zy kwamen meest in de vorige en vooral ook in deze tegenwoordige eeu--hunne scharen stroomen ons nog steeds toe; en zy brachten dies hunne geslachtsnamen reeds kant en klaar mede. Zoodat ons volk geene reden had om hen te noemen naar hunne plaatsen van herkomst--ook al ware dit na den jare 1811 nog mogelik geweest.

Eene uitzondering maken d' inwoners van de graafschap Benthem, welke landstreek tot Westfalen gerekend wordt. Dezen zijn hooftsakelik Herformden, en de nederlandsche taal was tot diep in deze eeu hunne kerktaal, ja, is dat by sommige gemeenten, even als in Oost-Friesland, nog heden. Van daar dat er steeds veel betrekking over en weêr tusschen deze landstreek en onze Nederlanden bestond, 't welk ook al mede aanleiding gaf (met den grooten hollandschen magneet, welvaart en rijkdom, handel en nering) om Bentheimers, in onze noordelikste gewesten als »Graafschappers" bekend, hier heen te doen trekken. Over de oorbeeldig nederlandsche geslachtsnamen dier Bentheimers zal verder in dit werk gehandeld worden; zie § 159.

Zie hier eenige nederlandsche geslachtsnamen aan westfaalsche plaatsnamen ontleend. De veelvuldig voorkomende naam Van Munster moet in d' eerste plaats genoemd worden. En dan Van Bekkum (stadje by Munster), Van Byleveld (Bielefeld, zie bl. 211), enz. [119] En aan bentheimer plaatsnamen ontleend zijn dezen: in d' eerste plaats de talrijk voorkomende namen Van Bentheim, Van Benthem, Van Bentem, Van Bentum; verder Van Noothoorn (Noordhoorn, Nordhorn, stadje aan onze twentsche grens), Van Veldhuizen met Van Velthuyse (Velthuizen, Velthusen, thans ook Velthausen genoemd, dorp in die landstreek), enz. [120]

§ 83. De Oost-Friesen zijn, wat de talrijkheid van hun volk betreft, veel geringer dan de Westfalingen en de Neder-Rijnlanders. Niettemin is het getal der Oost-Friesen, die zich voor en na in de Nederlanden gevestigd hebben, niet geringer dan het getal van onze andere oostelike buren. Vooral ook in onze noordelike gewesten, onder hunne stamgenooten, hebben zich de Oost-Friesen steeds in grooten getale neêrgezet. De omstandigheid dat de Oost-Friesen zich steeds, tot diep in deze eeu, tot de Nederlanders in 't algemeen, tot hunne volksgenooten bewesten Eems en Lauers in het byzonder voelden aangetrokken, veel meer dan tot Duitschers--dat ook de Oost-Friesen met de Nederlanders in volkstaal, zeden, bronnen van bestaan, godsdienst, enz. ten nausten verbonden zijn, droeg veel daar toe by. En ook boden de bloeiende nederlandsche gewesten den Oost-Friesen meer uitzicht op welvaart aan dan hun eigen land deed, vooral ook meer dan de duitsche landstreken achter hun gewest gelegen.

Uit deze talrijkheid van Oost-Friesen in de Nederlanden, zoude men mogen besluiten dat geslachtsnamen uit oostfriesche plaatsnamen met het voorvoechsel van samengesteld, ook talrijk onder ons zouden moeten voorkomen. Dit is echter het geval niet. Zulke namen zijn er wel, maar geenszins in die mate als men uit het bovenvermelde zoude mogen afleiden. Dat komt omdat de Oost-Friesen de zelfde friesche vóórnamen dragen als de nederlandsche Friesen en als allen die in de Nederlanden van frieschen stam zijn. En omdat de Oost-Friesen van ouds ook juist de zelfde oud-friesche wyze volgden om van hunne vóórnamen patronymika te formen, die dan later tot vaste geslachtsnamen werden, even als dit hier, bewesten Eems, het geval was en is. Zoo hadden dus de nederlandsche Friesen, de Groningerlanders, enz. geene redenen om aan de Oost-Friesen die zich onder hen vestigden, nieue namen, afgeleid van de plaatsen hunner herkomst, te geven. Immers droegen die Oost-Friesen reeds soortgelyke, of ook geheel gelyke, ten deele ook volkomen de zelfde namen, patronymika en andere geslachtsnamen, als de nederlandsche Friesen. Zoo treft men ook thans nog in onze noordoostelike gewesten en in de noordwestelike streken van Duitschland, voor zoo verre er oost en west van de Eems Friesen wonen, of lieden van frieschen stam, geheel de zelfde geslachtsnamen aan. Op deze gelijkheid van geslachtsnamen in Oost-Friesland en in de Nederlanden in 't algemeen, in het nederlandsche Friesland in het byzonder, zal ik verder in dit werk nog gelegenheid hebben nader te rug te komen. Zie § 160.

Nederlandsche geslachtsnamen, met van er voor, aan oostfriesche plaatsnamen ontleend, zijn de volgenden. In de eerste plaats moet hier de geslachtsnaam Van Emden genoemd worden, die, met Van Embden, Van Emde, Van Embde (en het eenvoudige Emden, Emde), enz. nog al talrijk en algemeen onder ons voorkomt; ook onder onze israëlitische medeburgers. Emden trouens is ook niet slechts de voornaamste en volkrijkste der oostfriesche steden, maar de bewoners van die aloude Eemsstad hebben ook steeds de nauste betrekkingen met de Nederlanden onderhouden. Verder Van Aurich en Van Aurick, Van Bingum, Van Borssum, enz. [121]

Het schijnt dat vooral ook Israëliten uit Oost-Friesland zich in de Nederlanden hebben gevestigd. Immers treffen wy onder hen, behalven Van Emden, ook de geslachtsnamen Van Geuns, Van Leer en Van Norden aan. Geuns is de nederlandsche form van den naam van het oostfriesche stedeke Gödens of Neustadt-Gödens, welke naam door d' Oost-Friesen zelven ook als Gööns of Geuns uitgesproken wordt. Hier behoort de geslachtsnaam Van Goens (oe = ö = eu) ook genoemd worden, die even eens aan dit oostfriesche stadje ontleend is. De bekende Gouverneur-Generaal van Neêrlandsch Indië, Ryklof Van Goens was dan ook een Oost-Fries, even als zijn ambtsvoorganger Gustaaf Willem Van Imhoff, en, zoo als Arends zeit: »entweder im Gödenschen oder zu Leer geboren." [122] En dat het juist eene doopsgezinde en eene israëlitische maagschap is, die beiden den geslachtsnaam Van Geuns dragen, is ook niet zonder beteekenis. Het stadje Geuns toch was oudtijds eene byzondere stede, waar lieden van allerlei godsdienst en kerk mochten wonen en vryelik hunne geloofsplechtigheden verrichten. Iets wat in andere oostfriesche plaatsen ('t en zy dan Emden) niet, of althans niet in die mate geoorloofd was.

§ 84. Na al deze namen aan buitenlandsche plaatsnamen ontleend, zijn thans de geslachtsnamen, geformd met het voorzetsel van, uit de namen van nederlandsche steden, dorpen en gehuchten, noord en zuid, aan de beurt om hier besproken te worden. Byzonderheden leveren deze geslachtsnamen weinig op. Ook eischen zy, uit den aard der zake, voor den nederlandschen lezer geenen naderen uitleg. Zulke namen toch als Van Groningen, Van Vlissingen, Van Gent, Van Leuven zijn voor iedereen duidelik, en gemakkelik verklaarbaar. Wijl ik in dit werk van alle groepen en soorten van geslachtsnamen die ik bespreek, voorbeelden heb aangevoerd, wil ik ook hier eenigen van die namen opnoemen, ofschoon het eigenlik onnoodig is, want ieder een kent ze voldoende. Van Dokkum, Van Oosterzee, Van Leens, [123] enz.

§ 85. Het aantal dezer geslachtsnamen, in de Nederlanden inheemsch, is verbazend groot. Geformd van plaatsnamen uit alle gewesten, treft men ze in al onze provinciën menigvuldig aan. Toch is de verspreiding dezer namen over alle deelen des lands geenszins gelijkmatig. Zeldzaam zijn zy nergens; maar in de noordelike en oostelike gewesten komen ze betrekkelik weinig voor. Hoe zuideliker van Friesland en Groningen en noordelik Noord-Holland men komt, hoe talryker men ze ontmoet. Het grootste deel is te vinden in de middelste streken der Nederlanden, in westelik en zuidelik Gelderland, in het Sticht van Utrecht, zuidelik Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Het allermeeste in getal treft men deze namen aan in de groote hollandsche steden, daar by te Utrecht, Arnhem, enz; vooral ook te Rotterdam. Nog zuideliker, in Zeeland, de beide Vlaanderen, Antwerpen, Zuid-Brabant, Limburg, treden ze weêr meer op den achtergrond, ofschoon zy in deze gouen toch nog veel talryker zijn dan in Friesland, Groningen, Drente, noordelik Noord-Holland, Overijssel, noordelik en oostelik Gelderland. In 't algemeen kan men zeggen dat zy onder de frankische bevolking meer voorkomen dan onder de friesche en saksische. In de noordelikste zoowel als in de zuidelikste gewesten treden de vadersnamen meer op den voorgrond. In Friesland daarenboven worden zy nog vervangen door sommige geslachtsnamen op a uitgaande en die van plaatsnamen geformd zijn. En dáár en in Noord-Holland benoorden 't Y ook door de plaatsnamen op zich zelven, zonder eenig voor- of achtervoechsel; b. v. Dokkum, Deinum, Wydenes, Medemblik.

De plaatsnamen van alle nederlandsche landstreken hebben niet in de zelfde mate bygedragen tot het formen van de geslachtsnamen hier omschreven. Die welke van plaatsnamen uit de noordelike gewesten van ons land geformd zijn, komen niet zoo veelvuldig voor als die welke samengesteld zijn met plaatsnamen uit de middelste gedeelten van Nederland. Velen vooral zijn ontleend aan de talryke noordbrabantsche plaatsnamen. Die in eene onzer groote hollandsche steden woont, neme eens eene uitvoerige landkaart van Noord-Brabant voor zich, en zie eens hoe velen van de plaatsnamen daar op voorkomende, oorsprong gegeven hebben aan geslachtsnamen van personen uit zyne omgeving, of die hy anderszins by name kent.

Uit der mate talrijk zijn in de noordelike Nederlanden de geslachtsnamen Van Staveren en Van Hinlopen, met Hinlopen, Hinlópen, Hinloope, enz. verspreid. Zoo talrijk dat het getal dergenen die deze geslachtsnamen dragen ongetwyfeld veel grooter is dan het getal der inwoners van die friesche stadjes. De reden hier van ligt voor de hand. Staveren en Hindeloopen zijn in vorige eeuen bloeiende, nering- en volkryke steden geweest. Vooral Staveren, d' aloude friesche hoofdstad, was in de middeleeuen eene belangryke handelsstad, vol volk en rijkdom. Maar toen de handel zich van daar verplaatste, vooral naar Enkhuizen en Amsterdam, welke steden aan den ondergang van Staveren al mede hunne opkomst te danken hebben, en toen de welvaart uit den frieschen Zuidhoek verliep, toen verlieten ook vele inwoners die plaatsen en vestigden zich elders, waar zy al licht van anderen den toenaam: Van Staveren of Van Hinlopen, enz. kregen, en die toenamen als geslachtsnamen behielden.

Zeer talrijk zijn in Holland en elders in de noordelike gewesten ook de geslachten die de namen Van Son en Van Zon, Van Os, Van Oss en Van Osch voeren. Zekerlik wonen er daar meer lieden die Van Son of Van Zon heeten, dan het geheele dorp Son inwoners telt. Wat de reden is dat zoo vele ingezetenen uit die noord-brabantsche plaatsjes hunne geboorteplaats verlaten en zich elders gevestigd hebben, is my niet bekend.

De geslachtsnamen Van Belkum, in Friesland voorkomende, en Belkom, zijn ontleend aan den naam van het dorp Berlikum in Friesland, welke naam door de friesche stedelingen als »Belkum" wordt uitgesproken, terwijl hy in de eigenlike friesche taal »Berltsum" (spreek uit: Beltsum) luidt. Maar de geslachtsnaam Van Berlekom is aan den naam van het noord-brabantsche dorp Berlikum ontleend.

§ 86. Het is bekend dat vooral in de 16de eeu zeer vele nyvere burgers uit Vlaanderen en andere zuid-nederlandsche gewesten, ten deele om geloofsvervolging te ontgaan, ten deele ook aangelokt door den bloei en de welvaart der noordelike, van het spaansche juk bevryde streken, zich in grooten getale alhier, vooral in het eigenlike Holland, hebben neêrgezet. Vele antwerpsche en brugsche kooplieden trokken naar Amsterdam, vele kunstenaars (schilders) en nyveren (spinners, wevers), naar Haarlem en Leiden. Dien ten gevolge treffen wy nog heden in het Noorden zoo vele geslachtsnamen aan, die afgeleid zijn van plaatsnamen in het Zuiden. B. v. Van Aerschot, Van Beveren, Van Bree. [124] En de talrijkheid dezer geslachtsnamen staat nog in geen de minste verhouding tot de duizenden van Zuid-Nederlanders die zich in het Noorden hebben neêrgezet, omdat het grootste deel dezer Vlamingen en Brabanders reeds vaste geslachtsnamen had, vóór zy zich hier vestigden. Voor zoo verre het protestantsche, vooral ook doopsgezinde geslachten zijn, die deze geslachtsnamen, aan zuid-nederlandsche plaatsnamen ontleend, voeren, dagteekent het verblijf dezer maagschappen in de noordelike gewesten reeds uit het laatst der 16de en het begin der 17de eeu. Men herinnere zich hier de afsonderlike gemeenten van »Vlaamsche Mennisten," die tot in het laatst van de vorige eeu in vele noord-nederlandsche steden bestaan bleven. Ook de Vlamingstraat te Haarlem, waarschijnlik ook wel die in andere hollandsche steden (den Haag? Delft? Leiden?), draagt haren naam naar de Vlamingen, die zich aldaar met der woon vestigden. Dat er echter ook reeds vóór de kerkherforming Vlamingen in Holland waren komen wonen, blijkt b. v. uit de »Informacie up den staet van Hollant", bl. 281, waar wy reeds in 1514 eenen »Jan Van Beveren" vinden als inwoner van het dorp Sassenheim, by Leiden.

De maagschapsnaam Van Bergen-Henegouwen is zeer naukeurig van form, en moet geenszins als een dubbelde naam beschoud worden. Immers draagt Bergen (Mons), de hoofdstad van de Henegou, dezen toenaam ter onderscheiding van zoo menige andere bekende plaats die eveneens Bergen heet; b. v. van St. Winox-Bergen in Vlaanderen, Bergen-op-Zoom in Brabant, Bergen in Kennemerland, Bergen in Noorwegen, enz.

Geslachtsnamen ontleend aan plaatsnamen uit het fransche gedeelte van Vlaanderen komen ook geenszins zeldzaam in Noord-Nederland voor. Zie hier eenigen: Van Belle, Van Grevelingen, Van Duynkerken, [125] met het enkele Duinkerken, enz.

§ 87. Omgekeerd komen er in Zuid-Nederland geslachtsnamen voor, die ontleend zijn aan plaatsnamen uit de noordelike gewesten. Maar dezen zijn daar toch niet zoo talrijk als hunne tegenhangers in het Noorden zijn, wijl er zich nooit zooveel Noorderlingen in het Zuiden gevestigd hebben, als omgekeerd. De volgende namen, die deze groep formen, zijn my bekend: Van Biervliet, Van Delft, Van Dieren. [126] De namen Van Tilborgh echter, Van Biervliet en Van Yzendijk mogen hier eigenlik niet gelden. Immers de noordbrabantsche stad Tilburg en de stadjes Biervliet en Yzendijk in Zeeusch-Vlaanderen, behooren slechts in staatkundigen, geenszins in geschiedkundigen en volkenkundigen zin tot Noord-Nederland.

§ 88. Natuurlik zijn er onder de maagschapsnamen, tot deze groep (plaatsnamen met van er voor) behoorende, ook eenigen waarvan de oorsprong in sommige opzichten duister is, of naderen uitleg noodig heeft. Sommigen dezer namen toch zijn ontleend aan de namen van kleine, weinig bekende plaatskes, gehuchten, enkele huizen, enz. Ook zijn er die verbasterde naamformen vertoonen, waar door de oorspronkelike naam van de plaats, die aan zulken geslachtsnaam oorsprong gaf, haast onkenbaar geworden is. Of eindelik, de plaats zelve, wier naam nog in eenen maagschapsnaam voort leeft, is reeds van den aardbodem verdwenen. Als voorbeelden kunnen in de eerste plaats gelden de geslachtsnamen Van Akendam, Van Houweninge met Van Houweningen, Van Munnikreede met Van Munnekrede, De Rommerswaele met Remmerswaal, enz. Voor weinige jaren lag nog even benoorden de stad Haarlem, vlak voor de Nieue- of Kennemerpoort aldaar, een gehucht onder het kennemerlandsche dorp Schoten behoorende, en dat den naam van Akendam droeg. De geslachtsnaam Van Akendam is er aan ontleend. Thans is, door uitbreiding der stad Haarlem, en door verandering der grensscheiding tusschen de gemeenten Haarlem en Schoten, dat gehucht geheel verdwenen. De haarlemsche straat die den naam van Schoterweg draagt, met het Frans-Hals-plein en de Frans-Hals-straat, nemen volkomen de plaats in van het oude Akendam.--Houweningen was de naam van een der zuidhollandsche dorpen, die by den tweeden Sint-Elisabeth's vloed, ten jare 1421, overstroomd werden, en sedert verdronken gebleven zijn ter plaatse waar thans de Biesbosch is.--Munnikreede was in de middeleeuen een vlaamsch stedeken, gelegen by Damme tusschen Brugge en Sluis. Het is thans volkomen verdwenen. [127]--En Rommerswaele, ook Roemerswaal en Reymerswael, was eene zeeusche stad aan den noordeliken wal van het eiland Zuid-Beveland gelegen, maar in de 17de eeu langzamerhand geheel verzwolgen door de ongebreidelde stroomen der Ooster-Schelde.--De geslachtsnamen nog heden in wezen, houden de herinnering aan deze oude plaatsen levendig. De Rommerswaele (de naam is eigen aan een zuidnederlandsch geslacht) is een verfranschte form. Zie § 165.

Van Bakkenes. Deze geslachtsnaam is ontleend aan den naam van het dorp Bakenes, dat in de middeleeuen benoorden de stad Haarlem lag, aan het Spaarne, maar dat reeds in d' eerste helft der 14de eeu tot Haarlem is binnengevest. De oude dorpskerk van Bakenes, nog onder den naam van Bakenesserkerk bekend en in gebruik, staat nog heden ten dage binnen de Spaarnestad, en de Bakenessergracht, d' oude grensscheiding tusschen dorp en stad, is daar nog aanwezig. Het volk te Haarlem spreekt nog steeds »Bakkenes" in plaats van Bakenes, en deze volksuitspraak beeldt de geslachtsnaam ook af.

Eenige geslachtsnamen zijn ook byzonder, omdat zy ontleend zijn aan de namen van middeleeusche sloten of kasteelen, die voor het grootste gedeelte geheel verdwenen zijn, of nog slechts als min of meer belangryke bouvallen bestaan. Zijn de dragers dezer namen in der daad nog afstammelingen van de oude edellieden, die deze sloten of burchten gesticht hebben en bewoond, dan vervalt de byzonderheid. Maar dit komt betrekkelik zelden voor. Meestal zijn het onadellike verwantschappen, die deze oude namen voeren, omdat een hunner voorouders, die eerst dien naam als een toenaam aannam, toevallig op de eene of andere wyze, als hoorige of dienstman of pachter, aan dat oude huis verbonden was, of misschien ook slechts op het grondgebied daar van geboren was. Wy willen slechts een paar van deze geslachtsnamen vermelden; Van Brederode en Van Teylingen.