De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis

Part 20

Chapter 203,574 wordsPublic domain

De geslachtsnaam Sarlouis is ontleend aan den naam van het stadje Sarlouis of Saarluis, in Lotharingen. Ook als Sarluis en Serlui, en zelfs geheel verbasterd als Scharlewie komt deze zelfde geslachtsnaam in Nederland voor. Of de geslachtsnaam Charlouis ook aan dezen zelfden plaatsnaam ontleend zy, waag ik niet te beslissen, maar komt my zeer waarschijnlik voor. Misschien echter is hy ook afkomstig, evenals de geslachtsnamen Sjaarlouis, Sjaarloos en Saarloos, van den naam van het overmaassche dorp Charlois, in Zuid-Holland. Al deze geslachtsnamen zijn in spelling en uitspraak zoo verbasterd, dat men ze kwalik meer van elkanderen onderscheiden kan, veel min met zekerheid hunnen oorsprong kan aangeven.

Hernals is de naam van een dorp in Oostenrijk, by Weenen. Deze naam heeft waarschijnlik wel oorsprong gegeven aan de geslachtsnamen Hernalsteen, Ernalsteen en Ernaelsteen, die in de zuidelike Nederlanden voorkomen, en die ik anders niet weet te verklaren. Misschien ligt er by dit dorp wel een burcht, die den naam van Hernals-stein voert, en kunnen van dien naam nog nader de bovengenoemde geslachtsnamen ontleend zijn. De omstandigheid dat de zuidelike Nederlanden in de 17de en 18de eeu onder oostenrijksche heerschappy stonden, waardoor er wel oostenrijksche beambten in die gewesten werden aangesteld, die hunne oostenrijksche namen daar invoerden, geeft aan bovengenoemde vooronderstelling te meer grond. Volgens de eigenaardige vlaamsche uitspraak is de oorspronkelike letter h in Ernalsteen verloren gegaan, en toont Ernaelsteen nog grooter verbastering, volgens de zuid-nederlandsche spelling.

De geslachtsnaam Nederkoorn, te Haarlem niet zeldzaam, zal wel eene verdietsching zijn, in spelling en uitspraak, van den naam van het dorp Niederkorn of Nieder-Korn (daar is ook een Ober-Korn), in Luxemburg.

De geslachtsnamen Emmerik en Emrik eindelik, zijn hoogst waarschijnlik wel afgeleid van den naam der stad Emmerik in de Rijn-provincie, naby onze geldersche grens. Emmerik, Emmerich is echter eveneens een oud-germaansche mansvóórnaam, en deze mansnaam kan dus ook de oorsprong der genoemde geslachtsnamen zijn. Aan het patronymikon Emmeriks, ook als geslachtsnaam voorkomende, ligt hy zonder twyfel ten grondslag.

§ 74. Wat nu de geslachtsnamen betreft, die oorspronkelik de namen zijn van nederlandsche steden en dorpen, vlekken en gehuchten,--dezen zijn, uit den aard der zake, zóó talrijk, dat er geen denken aan is, hier ook slechts een honderdste gedeelte van al die namen op te noemen. Slechts eenige weinigen, opzettelik uit alle verschillende nederlandsche gewesten genomen, kunnen hier vermeld worden: Dokkum, Dronrijp, Hinlopen. [110] Dit zijn allen namen van welbekende plaatsen. Maar ook vele maagschapsnamen zijn ontleend aan de namen van kleine gehuchten, die weinig bekend zijn buiten hunnen naasten omtrek. De verklaring van die namen ligt dus niet zóó voor de hand. Zulke maagschapsnamen zijn: Bakhuizen (een zeer klein dorpke, eigenlik slechts een gehucht, in Gaasterland, Friesland), Reen (gehucht by Lutke-Wierum, Friesland), Tjallewal (gehucht by Schagen, West-Friesland), Knossens en Cnossens (gehucht, of eigenlik slechts eene enkele sate in de zoogenoemde Sneeker-Vijfga, Friesland), Bobeldijk (gehucht by Berkhout, Noord-Holland), Delfgaauw en Delfgou (gehucht by de stad Delft), Harscamp (een landgoed by 't geldersche dorp Ede), Onsenoort (gehucht by Heusden in Noord-Brabant), enz. Wie zoude ook niet in de maagschapsnamen Stroobos en Valom veel eerder iets anders zoeken dan juist plaatsnamen? En toch zijn zy oorspronkelik wel degelik de namen van de gehuchten Stroobos in Achtkarspelen, en Valom in Dantumadeel, beiden in Friesland. Zelfs aan de namen van enkele huizen, buitenverblijven, bekende herbergen, enz. zijn maagschapsnamen ontleend; b. v. Slangenburg, landgoed by Deutinchem in Gelderland, Spannenburg, naam van eene herberg naby de stad Sloten in Friesland, aan den Lemster-straatweg; Luchtenveld, eveneens de naam van eene herberg in Friesland, by het vlek de Joure; Spaarenberg, de naam van eene buitenplaats by Haarlem; Rustenburg, de naam van vele onderscheidene buitenplaatsen en herbergen, overal in de Nederlanden verspreid, enz. De geslachtsnamen Hoogerbeets en Hogerbeets, die geenszins zeldzaam zijn, en aan verschillende, onderling niet verwante geslachten behooren, dienen hier ook vermeld te worden. De bekende Rombout Hoogerbeets voerde dezen zynen toenaam naar eene hofstede van dien naam in of by het dorp Beets in West-Friesland by Hoorn gelegen, welke hofstede, naar alle waarschijnlikheid, op eene eenigszins verhevene plaats zich bevond. Zijn bloedverwant, de minder bekende dichter Johan Beets, ontleende weer zynen toenaam aan dien van het dorp zelven, waar de hofstede gelegen was, die denkelik van ouds eigen was aan de maagschap, waar Rombout en Johan deel van uitmaakten. [111] Nog heden, 't is genoeg bekend, komt de maagschapsnaam Beets in Holland voor. En ook in Friesland, waar hy wel aan den naam van het friesche dorp Beets, in Opsterland, zal ontleend zijn. De geslachtsnaam Gonggrijp is eigenlik de naam van het dorpke Goingaryp, in Doniawarstal (Friesland), in verbasterden form. Maar Deutekom, als maagschapsnaam voorkomende, kan naueliks als een verbasterde form van den plaatsnaam Deutinchem (stadje in Gelderland) beschoud worden, naardien »Deutekom" werkelik de algemeen gebruikelike uitspraak van dezen naam voorstelt. De geslachtsnaam Nierop (even als Van Nierop), ook nog meer samengetrokken als Nierp voorkomende, is eigenlik de naam van het noord-hollandsche dorp Niedorp, in de volksspreektaal »Nierop" of zelfs »Nierp" genoemd, even als het volk in Holland ook »Rarop", »Apkou" (Abcoude), »Berkou" en »Boref" zegt en gedeeltelik ook wel schrijft, in stede van de volle namen der dorpen Ransdorp, Abekenwoude, Berkwoude en Bodegraven. Den maagschapsnaam Tra (Traa komt ook voor, met Van Traa) ziet men zynen oorsprong van den plaatsnaam Ter-Aa ook niet op het eerste gezicht aan. Ter-Aa of Nieuwer-ter-Aa voluit, is een dorpke in het gewest van Utrecht. De maagschap, die dezen naam draagt, voert tevens den geslachtsnaam Kranen (»Tra Kranen"). Voegt men deze twee namen samen, gelijk veelal by misverstand gebeurt, als Trakranen, dan schijnt de beteekenis nog duisterder. [112] De naam van het dorp Stolwijk, by Gouda gelegen, wordt in de wandeling tot »Stolk" samengetrokken, en komt ook in dien versletenen form--Stolk--als geslachtsnaam voor. De geslachtsnamen Grol en Groll zijn eveneens samentrekkingen, volgens het alledaagsche spraakgebruik, van den naam dien het geldersche stedeke Groenloo in den volksmond draagt. Oldenzeel, als maagschapsnaam voorkomende, vertoont de dageliksche volksuitspraak van Oldenzaal, het stadje in Twente. De geslachtsnaam Bellingwout moet beschoud worden als eene omzetting in byzonder-hollandsch van den naam des dorps Bellingawolde in Groningerland. Maar de maagschapsnamen Wildervank en Wildervanck zijn niet ontleend aan den naam van het vlek Wildervank in Groningerland. Het omgekeerde is waar! Immers hier is het de plaatsnaam die aan den geslachtsnaam ontleend is. Het vlek draagt zynen naam naar dien van den stichter dier plaats, in de eerste helft der zeventiende eeu, naar Adriaan Geerts Wildervanck of Wildvang, een toenaam, die te kennen geeft »iemand die wild vangt"; die dus, met »Wildschut", jager beteekent.

Holierook en Olierook zijn nederlandsche maagschapsnamen, die zekerlik door niemand zoo terstond zullen worden beschoud als afgeleid te zijn van plaatsnamen, ten zy dan van eenen engelschen naam »Holyrock", gelijk men eens heeft willen beweren, en tegenover my heeft staande gehouden. De oorsprong van deze zonderlinge namen is als volgt: Van ouds lag, niet verre van Schiedam, het huis van een adellik geslacht, en dat huis droeg den verstaanbaren, duideliken, zuiver nederlandschen naam van Hooglede (Hoog-Lede). Maar deze naam werd door het volk al spoedig verbasterd en verkort. Natuurlik sleet de laatste lettergreep er spoedig af, en de g werd, op oud-nederlandsche wyze, zoo zacht mogelik uitgesproken, dat deze letter weldra in eene j (of i, y) verfloeide, eerlang ook geheel uit het oorspronkelike woord sleet. Eene andere eigenaardigheid, de byzonder-hollandsche uitspraak van menige e als i (ee als ie, been = bien), deed mede haren infloed op den naam Hooglede gelden. Met dat gevolg dat Hooglede in den mond des volks nog slechts voorkwam als Hooilee, Holee, Holy of Holi. De Schiedammers echter, als zoo vele andere Nederlanders, laten de h geerne achterwege in hunne uitspraak, zoo dat Holy nog meer inkromp en Oli werd. De weg die van ouds uit Schiedam voerde naar het huis Hooglede, de Hooglederweg dus, is dan ook te Schiedam nog slechts bekend als de »Olieweg". Immers, de zoo erg mishandelde naam Oli kon door het volk niet meer verstaan worden; zoo dacht men dan aan het woord olie, en--de schiedamsche »Olieweg" had nu eenen verstaanbaren naam. Ook in hedendaagsche maagschapsnamen vinden wy deze min of meer versletene formen terug; namelik in Van Hoylede en in Van Holy.

Zeker oord in de nabyheid van het huis Hooglede werd, om de eene of andere reden, die tot onze zaak niet afdoet, de Hooglederhoek genoemd, en de polder, daar bestaande, is nog heden bekend onder den naam van Hooglederhoeksche polder. Maar even als 't oorspronkelike Hooglede tot Holy was verbasterd, zoo maakte het volk van Hooglederhoek ook Holyerhoek, Holiërhoek, en dien ten gevolge ziet men den naam van den polder dan ook wel als »Holiërhoeksche polder" geschreven; b. v. in Witkamp's Aardrijkskundig Woordenboek. De schielandsche in- en omwonenden van Hooglederhoek of Holiërhoek kapten, naar schielandsche gewoonte, in hunne uitspraak die h weêr weg, en maakten van dezen plaatsnaam: 'oliër'oek, Olieroek. Met dezen form Olieroek weet het volk nu weêr geen weg. Het maakt er dus Olierook van. Daarin is ook nog wel geenen duideliken zin opgesloten, maar olie en rook zijn toch twee woorden die het volk kent, en daarmede is men dan te vreden gesteld. Zoo zijn de maagschapsnamen Olierook en Holierook waarvan de laatste ten minste nog de beginletter h bewaard heeft, ontstaan uit den plaatsnaam Hooglederhoek, en daarvan verbasterd.

§ 75. De geslachtsnamen Duinkerken en Hazebroek moeten hier ook genoemd worden, zoowel als Belle, Peene en Linzeele, op bl. 214 vermeld. Want al behooren de steden, wier namen oorsprong gaven aan deze geslachtsnamen, thans (nog) tot Frankrijk, zy zijn toch oorspronkelik echt vlaamsch, zuiver nederlandsch, gelijk hunne namen duidelik uitwyzen, en gelijk de volkstaal dezer plaatsen dan ook nog steeds is. Het schijnt dat vooral uit de stad Hazebroek vele ingezetenen, zoo voor als na, in andere plaatsen, zoo wel van Noord- als van Zuid-Nederland, zich met der woon hebben gevestigd. Immers komt de maagschapsnaam, aan dezen stadsnaam ontleend, dikwijls en veelvuldig onder ons voor, en wel onder allerlei formen, als: Hazebroek, Hasebroeck, Haesebroeck, Haesebroek, Haesebrouck, (met Van Hazebroek), enz. en behoort aan verscheidene, onderling niet verwante geslachten. De geslachtsnaam Hautryve (met Van Houtryve) is ontleend aan den naam van het westvlaamsche dorp Hautryve. Deze naam is van romaanschen oorsprong: alta ripa, haute rive, hooge oever, namelik van de Schelde, waaraan dit dorp gelegen is. Toch zijn de bewoners van dit dorp vlaamsch-sprekende Vlamingen.--De maagschapsnamen Doornik, Luik en Luyk zijn afkomstig van de namen der bekende steden in het waalsche gedeelte van België. Slechts voor zoo verre deze namen zuiver nederlandsch zijn, behooren zy hier vermeld te worden.

§ 76. Ten slotte mogen hier nog eenige zeer byzondere namen vermeld worden, die tot deze groep behooren. Het zijn de geslachtsnamen Remmerswaal, Aalbertsberg, Blydenstein, Diepenhorst, Tetrode en Rodenburg. De dorpen Bloemendaal en Overveen, by Haarlem, droegen in de middeleeuen de namen Aalbertsberg en Tetrode; het stadje Aardenburg in Vlaanderen heette oorspronkelik Rodenburg; Diepenhorst is de oude naam van het dorp Ouddorp op 't eiland Goeree; en een klooster van Benedictyner monniken, dat in de middeleeuen na by 't dorp Runen in Drente lag, maar reeds in de 16de eeu opgeheven werd, droeg den naam van Blidestat (de blyde stede), ter blider steden, ter blider steên, later Blidensteen en Blijdenstein. Deze naam ging ook over op het dorp, dat rondom dit klooster ontstond, maar dat thans den naam van Runerwolde draagt. [113] Deze zes oude plaatsnamen behooren in de middeleeuen t' huis, en zijn thans nog slechts aan geschiedkundigen bekend. De hedendaagsche geslachten die deze namen dragen, vertoonen juist in die middeleeusche namen, die sedert de 16de eeu en vroeger reeds als plaatsnamen verdwenen zijn, het bewijs van hunne oudheid. Nevens Rodenburg bestaat ook Roodenburch en Roodenburg als geslachtsnaam, en nevens Tetrode nog Tetroode, Tetterode en Tettero, by verschillende geslachten. Hier uit zoude men wel kunnen afleiden, dat het hedendaagsche dorp Overveen in de middeleeuen geen onaanzienlike plaats moet geweest zijn. Van Aardenburg is het bekend dat dit thans zoo stille, kleine stedeke in de middeleeuen eene groote en bloeiende havenplaats was. Over den naam Remmerswaal zie men § 88.

Nog al byzonder is ook de geslachtsnaam Waterloo, die natuurlik ontleend is aan den naam van het dorp Waterloo in Zuid-Brabant, waar in 1815 de bekende veldslag plaats vond. Later dan 1811 kan de geslachtsnaam Waterloo moeielik ontstaan zijn. Hy dagteekent dus nog uit den tijd vóór den slag, toen Waterloo nog, als een klein afgelegen dorpke zeer weinig bekend was. Merkweerdig dat de naam van dit eertijds zoo onbeduidende plaatske juist een geslachtsnaam worden moest!

De geslachtsnaam Deurloo is ook zeer byzonder. Dit is de naam van het zeegat aan den mond van den Hont of Wester-Schelde in de Noordzee (zie § 104).

§ 77. De bewoners van verschillende wyken of buurten in groote steden zijn elkanderen veelal zoo vreemd, als anders de bewoners van twee kleine steden of dorpen onderling zijn. Zoo konden de geslachtsnamen Oudschans, Kattenburg en Buitenkant, te Amsterdam voorkomende, ontstaan. Zy zijn ontleend aan de namen van drie welbekende oud-amsterdamsche buurten, waar de eerste dragers dier namen zekerlik gewoond hadden, »gewonnen, geboren en getogen" waren, eer zy in andere amsterdamsche wyken kwamen wonen, waar deze namen als toenamen, als »kenmerk van herkomst" hun gegeven werden. De geslachtsnaam Van Cattenburch echter heeft eenen anderen oorsprong, is van eenen anderen plaatsnaam ontleend. In zeer vele nederlandsche steden is er eene Peperstraat; het is gewoonlik de straat waar in de middeleeuen de kooplieden in speceryen, »die crudenieren" hunnen handel dreven en hunne winkels hadden. De maagschapsnamen Peperstraete en Van Peperstraete zijn ontleend aan dezen straatnaam, zekerlik op de zelfde wyze als boven beschreven is aangaande de namen Oudschans, enz. Tot deze zelfde groep van geslachtsnamen behooren verder nog Austraete (brabantsch voor »Oudestraat";--deze naam is dan ook in Zuid-Brabant inheemsch); Billestraete, Binnekade, Damsteeg, Diepenstraten, Groenestege, Hoogeweg en Hoogewegen, Hoogenstraten, Kampsteeg en Kamsteeg, Mommersteeg, Muntstege, Nieuwesteeg, Kerkbuurt, Vierstraete, Weststrate, Zeestraten, Scheldstrate en Schelstraete, enz. Deze laatste straatnaam komt als maagschapsnaam ook voor in de formen Verschelstraete en Verscheldstraete, dat is: Van der Scheldestrate, van de Scheldestraat. Hy moet dus oorspronkelik zijn uit de eene of andere plaats aan de rivier de Schelde gelegen. In der daad zijn deze vier geslachtsnamen dan ook eigen aan vlaamsche maagschappen.--De geslachtsnaam Vreeburg doet thans wel denken aan het bekende marktplein in de stad Utrecht. Maar deze naam kan evenzeer onmiddellik ontleend zijn aan den naam van het oude kasteel dat in den spaanschen tijd verwoest werd, en waaraan ook het hedendaagsche plein zynen naam te danken heeft. Immers daar ter plaatse stond die oude burcht.

§ 78. De grootste groep van nederlandsche geslachtsnamen, of liever die groep welke het grootste aantal namen omvat, is zonder twyfel de groep die uit namen bestaat, welke met het voorvoechsel van zijn samengesteld. In der daad, zulke namen komen uit der mate veelvuldig voor by het nederlandsche volk. Die van-namen zijn byna zonder uitzondering van aardrijkskundigen oorsprong, en men kan ze onderscheiden in byzondere en algemeene. De byzondere aardrijkskundige van-namen bestaan uit de namen van landen, gouen, eilanden, steden, dorpen en gehuchten (buitenlandsche natuurlik even zeer als binnenlandsche), allen met het voorvoechsel van er voor; b. v. Van Engeland, Van Wieringen, Van Deventer, Van Keulen. De algemeene aardrijkskundige van-namen bestaan uit gemeene zelfstandige naamwoorden die eene algemeene aardrijkskundige beteekenis hebben (berg, dijk, heide), maar die als byzondere aardrijkskundige namen dienst doen; eveneens met van er voor, en zoo wel met als zonder een lidwoord. B. v. Van Dijk, Van Sluis, Van den Berg, Van der Heide.

De byzondere talrijkheid dezer van-namen, voor zoo verre zy aan de namen van uitheemsche landen en plaatsen ontleend zijn, strekt ten bewyze van de talrijkheid der vreemdelingen, die zich onder ons hebben neêrgezet. En voor zoo verre zy afkomstig zijn van de namen van inheemsche gouen en plaatsen, kan men daaruit afleiden de veelvuldigheid waar mede de Nederlanders, binnen hunne eigene landpalen, hunne woonplaatsen verwisseld hebben.

§ 79. De maagschapsnamen met van samengesteld, en aan de namen van vreemde landen ontleend, zijn, uit den aard der zake, het minst talrijk. Zie hier die, welke my bekend zijn: Van Beyeren, Van Boheme, Van Bourgondien en Van Bourgonje. [114] In de zuidelike Nederlanden komen de geslachtsnamen Van Ingelandt en Van Inghelant voor, als tegenhangers van den noord-nederlandschen geslachtsnaam Van Engeland; »Ingelant" toch, of »Inghelandt" is eene oud-nederlandsche spelwyze van 't woord Engelland, eene spelwyze die overeenstemt met de vlaamsche en friesche volksuitspraak. Twyfelachtig zijn my de geslachtsnamen Van Cornewal en Carnewal. Zijn zy ontleend aan den naam van de engelsche gou Cornwallis?--Een Franschman, Adrien geheeten, verliet in de laatste helft der zeventiende eeu zyne woonplaats, de stad Rochelle, en vestigde zich in Nederland. Hier noemde hy zich Adrien de Charente, naar het gewest Charente, waar in zyne geboorteplaats Rochelle ligt. Later verdietschte hy dien aangenomen franschen toenaam tot Van Charante, en in dezen form wordt die naam nog heden door zyne nakomelingen als geslachtsnaam gedragen. [115]

Werd op bl. 193 de opmerking gemaakt dat de volksnaam Ier niet als geslachtsnaam schijnt voor te komen, hier kan toch op den naam Van Ierland gewezen worden.

Het oostfriesche eiland Borkum, het eerste oostwaarts in de reeks der friesche eilanden die niet tot Nederland behooren, kan ter nauer nood voor een vreemd eiland gelden. Niet slechts omdat de Borkumers echte Friesen zijn, maar vooral ook omdat zy door zoo vele banden aan de Nederlanden en de nederlandsche koopvaardy- en visschersvloot gehecht zijn. [116] Immers nog tot voor weinige jaren was dit wel het geval; in de eerste helft van deze eeu en in vorige eeuen, tydens den bloei van den nederlandschen handel en van de visschery, natuurlik nog veel meer. Aan den naam van dit, in menig opzicht zoo hoochst merkweerdige eiland zijn de geslachtsnamen Van Borkum, Van Burkom en Van Burkum ontleend, met het enkele Borkum en waarschijnlik ook met Van Buurkom. Deze geslachtsnamen komen geenszins zeldzaam voor, en behooren aan verschillende, onderling niet verwante geslachten. Ook al een bewijs voor de talrijkheid der betrekkingen die er steeds tusschen dat eiland en de Nederlanden bestonden. De form Van Burkom en Van Burkum is volgens de friesche uitspraak; naukeuriger nog zou de spelling »Börkum" zijn, gelijk d'Oost-Friesen zelven ook spreken. Zoo luidt de geslachtsnaam Van Gorkum in den mond der oude Leeuwarders ook als »Van Gurkum"; de plaatsnaam Workum als »Wurkum", het woord vork als »furk", enz.

De bovengenoemde geslachtsnamen zijn weinig in getal; maar die welke ontleend zijn aan de namen van nederlandsche gouen, landstreken, eilanden, zijn even min talrijk. My zijn, als tot deze afdeeling behoorende, slechts bekend de geslachtsnamen Van Braband, Van Friesland, Van Holland, Van Drenth, (misschien ook Van Kempen), Van Marken, Van Proostdy (zoo heet eene kleine landstreek in de provincie Utrecht, gemeente Abkoude), Van Schouwen, Van Urk, Van Veluwe, Van Vlaanderen, Van Waas, Van Walcheren en Van Walchren, Van Wieringen en Van Wieringhen, en Van Zeeland.

De geslachtsnaam Van Graefschepe dient hier ook vermeld. Dit is eigenlik een algemeene aardrijkskundige naam, wijl niet blijkt welk graafschap bedoeld is. De oude graafschappen Zutfen en Benthem dragen beiden by de in- en omgezetenen den naam van »de Graafschap" als by uitnemendheid. Waarschijnlik is bovengenoemde geslachtsnaam aan eene dezer twee graafschappen ontleend.

§ 80. Geslachtsnamen samengesteld uit de namen van uitheemsche steden en dorpen, met het voorvoechsel van daar voor, zijn uit den aard der zake talryker dan die aan de namen van landen en gouen ontleend. Zie hier eenigen van die namen: Van Basel, Van Bremen, Van Costenoble [117] (het enkelvoudige Costenoble komt ook voor), enz. Costenoble, Costenoblen, Constenoblen is de form waarin de naam der stad Constantinopel in oude, middeleeusche vlaamsche oorkonden geschreven staat. De geslachtsnaam Van Costenoble komt dan ook in Vlaanderen voor, en wel in het hedendaagsche Fransch-Vlaanderen. Oogenschijnlik is deze naam reeds zeer oud. Hy dagteekent wellicht nog uit den tijd der kruistochten, toen vooral ook Vlamingen naar de hoofdstad van het turksche rijk kwamen. Immers ook juist onder de Vlamingen waren, van alle nederlandsche stammen, het eerst geslachtsnamen in gebruik.--De geslachtsnaam Van Bethlehem zal wel uit eenen huisnaam geformd zijn. Want dat hy rechtstreeks aan den naam der bekende plaats in Palestina zoude ontleend zijn, door een voormalig ingezetene dier stede, schijnt my minder aannemelik, ofschoon het mogelik blijft.--Leinsele, een dorp in Fransch-Vlaanderen en waarvan de geslachtsnaam Van Leynseele ontstaan is, kan naueliks als een vreemde plaatsnaam gelden. (zie bl. 218).

De geslachtsnaam (Van den Berg) Van Saparoea is ook een zeer byzondere. Hy is, zoo verre ik weet, d'eenigste in Nederland, die ontleend is aan den naam eener plaats in Indië. Zie hier den oorsprong van dezen naam, volgens het tijdschrift De Navorscher, deel XXX, bl. 322.

»Saparoea is een welbekend eiland in den Molukschen archipel en behoort tot de Nederlandsch-indische bezittingen. Daar ter plaatse was in der tijd resident J. R. van den Berg, die bij een oproer of amokpartij, in Mei 1817, met zijne geheele familie (zijne echtgenoot Johanna Christina Umbgrove en drie kinderen), is vermoord, uitgenomen een kindje, het oudste zoontje, toen vijf jaar oud, dat door zijne min is gered, doch niet dan nadat het een krisslag had ontvangen, waardoor het eene oor door midden is gespleten. Later is het door de ijverige pogingen van den kapitein ter zee Q. M. R. Ver Huell, die zich in de baai van Saparoea bevond en onderrigt was dat het kind nog leefde, gelukt dat het hem werd uitgeleverd.

»Dit geredde kind is sedert naar Nederland overgevoerd, hier te lande opgevoed, thans (1880) een persoon tusschen de 60 en 70 jaren, een der voornaamste inwoners van Velp bij Arnhem, en sedert verscheidene jaren wethouder der gemeente Rheden.