De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626
Part 8
Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe verscheijden brieve aen uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van attestatie midtsgaders een brief des conings om uwe E.E. (sulcx raedsaem sijnde) daer meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie, de welcke ick mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de Ed. Heer Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende oft uwe E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens evenwel de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques grotelijcx niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te verhaelen het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren geaviseert, confirmerende hier mede hetgene ick voor desen principalijcken over de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven. Wat alhier sedert is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende copijen van resolutien ende 't journal door mij gehouwden konnen sien, daer aen ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose tocht naer de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de vijanden ofte proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel daerinne gerust zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van menschen voorslagen volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns juijst haer witt niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de Chinesen, die met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese verscheijden plaetsen van 't eijlant Luçon, daer de stadt Manilla op leijt, aendoen, om door d'onse niet te werden aengehaelt; mede dat de schepen commende van Aquapulca d'imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn geweest te passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse oock aendoen de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die haer adviseren, waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren liggende op 7 1/2 graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het vaste landt van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer onseecker zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert mijn jongste schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw, alwaer wij verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor Spaansch Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden, doen wij voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een vande principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest, om met het volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont sijn, te peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael Reynst geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Edts resolutien connen sien. Godt geve d'uijtcomste soo mach succederen, dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten. Alsoo de schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om op d'ene offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne naer Sanghy vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke met haer tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also door het overlijden van Capn Mathys de luijtenant allene de plaetse waernam, is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert halff ijll van hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige resolutie daer over te nemen, vande voorn. plaetse t'seyl gegaen en is sedert noyt meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van verscheijdene swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te sijn, dat het voorsz. jacht met een Chineesche pelo, aen Galille liggende, aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde geanckert gelegen, alwaar den schipper gestorven was en aen landt begraven; dat is de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben becomen. Oft nu het voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen der Chinesen ofte andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is ons tot noch toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge door een overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het eijlandt Luçon in de Philippinas souwde sijn gebleven met geschut met al en eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt Manilha den gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht souwden wesen, doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den tyt leeren......
(Na over den toestand in de Molukken gesproken te hebben, vervolgt de schrijver:)
Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne Ed. door ons wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de Manilhas, en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen waren; doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer weijnich fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte, als hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een seeckere resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht het stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een seker rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede de Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen, sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban en Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden connen vruchteloos maecken. Ick soude wijtloopiger op de vruchten die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick niet en twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit stuck particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben becomen.......
(Verder bevat de brief slechts bijzonderheden over de Molukken en den persoon van den schrijver.)
Uwe E.E. aller onderdanighe dienaer
LAURENS REAEL.
Ternate, 25 Juli 1615.
BIJLAGE II.
P R O P O S I C I O N, D E D O N Iuan de Silua Gouernador y Capitan General, de Philipinas sobre que si convenia salir con armada contra el enemigo Olandes sin guardar el Orden de la cedula de treinta de dizienbre de mill y seiscientos, y catorce.
En la ciudad de Manila en doze de henero Hallaronse en esta junta. de mill y seiscientos y diez y seis años Tres Oydores. estando en las casas Reales en la sala Vn General alias Maese de dela Real audiencia su Señoria D. Iuan Campo. de Silva Cauallero del Orden de Santiago Onze Officiales de Gouernador y Capitan General destas regimiento. Yslas Philipinas y pressidente de la Dos Alcaldes ordinarios. audiencia y chancilleria Real que en Tres Preuendados de la ellas reside llamo Iunta General de metropolitania. todos los estados y abiendo venido a Dos Officiales reales. ella los señores Licenciados Andres de Dos Prouinciales. Alcaraz, Manuel de Madrid y Luna, Sinco Priore Guardianis y Doctor, Iuan Manuel Delauega, oydores rector. dela dicha Real audiencia y el Genral Sinco Frailes, Predicadores. Don Iuan Ronquillo del Castillo, Vn Prouisor. alguacil maior Destacorte y Cappitan Don Onze Comisarios de S. Lope de Sosa, y Francisco de Bilches Francisco. bario nueuo, Alcaldes ordinarios, desta Tres Cauos de Galeones. ciudad, y los Iuezes officiales Reales Sinco Capitanes de de la Real hacienda destas yslas Infantaria: todos 54. Tesorero Cappitan, Pedro Deçal Diernamariaca, contador Alonso de Spinoça Saravia y el Arzidiano D. Iuan de Aguilar, el Padre fray Iuan de Leiua, Prior de la Orden de Santo Domingo, el Padre frai Hernando Moraga Comisario de visita de la Orden de S. Francisco Maestre escuela D. Diego de Leon, el Padre Valerio de Ledesma Prouincial de la Compania de IESVS, el Padre Frai Agustin Mexia Prior de la Orden de San Agustin, el Canonigo Miguel Garcetas, el Padre Frai Pedro de la Madre de Dios, Prouincial de la Orden de San Agustin de los descalços Recoletos, Padre Fr. Francisco de San Guillermo, su companero, Licenciado Rodrigo Dias Guiral, Provisor de este Arçobispado, el Padre Frai Alonso de Valdemora, Guardian del Conuento de San Francisco, el Padre Guardian Fray Iuan Bautista, su conpañero, el Padre Francisco de Hotaco Rector de la Compañia do IESVS el Padre Fr. Iuan de S. Tomas, de la Orden de Santo Domingo, el Padre lector Frai Domingo Gonsalez su companero, el Padre Garces de la Conpania de IESVS. Fr. Iuan de Monte maior, Predicador de la Orden de San Agustin, Capitan Pedro Cotelo de Morales Alguacil maior desta ciudad, El Castellano Don Bernardino del Castillo Maldonado, y los Capitanes, Marcos de la Cueva, Pedro de Chaues, Anton Gores Montoro. Iuan de Spinosa Montero, Don Antonio de Arceo, Sebastian Perez de Acuña, Bernardo de Castro Regidores desta ciudad, Cappitan Adrian Perez de Huaque, depositario General della Secretario Pedro de Nabarete Escriuano del dho cabildo, Capitan Andres Oregon de Guevara, Capitan Antonio Careño de Valdès. Capitan Diego Sanchez, Capitan Sabastian de Madrid y Luna, Capitan Don Diego de Miranda Enriquez, Capitan Don Pedro Telles de Almacan, Capitan Iuan Bautista de Molina, Capitan Iuan de la Cueva y almirante Pedro de Heredia, y estando asijuntos por ante mi el pressente scriuano Mayor de la Gouernacion y Guerra destas Yslas, su Señoria propuso lo sigiente.