De martelaars der wetenschap

Part 5

Chapter 53,870 wordsPublic domain

De groote Stille Zuidzee heeft nog meer martelaars aan te wijzen. La Perouse, een fransch zeeofficier, werd omstreeks 1780 door zijn regeering uitgezonden, om de reizen van Cook voort te zetten en een doorvaart te zoeken langs het Noorden van Amerika. Met De Langle zou hij ongekende oorden verkennen, een onderzoek instellen naar de walvischvangst in het Zuiden, en naar de pelterijen in het Noord-Westen van Amerika, de nog weinig bezochte Westkust van dit werelddeel bezoeken, de zeeën van China en Japan bezeilen, Australië aandoen, en in al die streken planten en metalen zoeken, de inboorlingen bestudeeren, handelsverkeer openen.

Twee fregatten, de Boussole en de Astrolabe, lagen te Brest gereed. La Perouse zou over het eerste, De Langle over het andere bevel voeren. La Perouse vaarde kaap Horn om, zeilde noordwaarts op naar den berg van St. Hélie en ontdekte onder anderen de baai van Monti. Verder ging het langs de Sandwich-eilanden naar de Filippijnsche eilanden, naar Japan en de Oostkust van Azië. Daar werd De Langle, wijl hij de schepen van versch regenwater liet voorzien, bij het instappen van den sloep door prauwen met inboorlingen omringd, die hem met knuppelslagen vermoordden. Robert de Paul Lamanon, die als natuurkundige de reis medemaakte, werd met elf matrozen aan zijne zijde gedood.

La Perouse verliet dit noodlottig oord en landde den 26sten Januari 1783 te Botany-baai. Hij schreef een langen brief aan den minister van marine, waarin hij den uitslag zijner ontdekkingstochten en het verlies zijner reisgenooten mededeelde, met bericht dat hij naar Frankrijk onder zeil ging.

Dit was la Perouse's laatste brief. Men hoorde niets, noch omtrent hem zelven, noch omtrent zijne schepen, totdat in 1826 de engelsche zeekapitein Peter Dillon op de klippen der Hebriden de overblijfselen vond der schepen, met een paar kanonnen en ankers. Dit was alles, wat van de Astrolabe en de Boussole overig was; maar 't waren welsprekende getuigen van het vreeselijk einde van dezen roemruchtigen zeetocht.

Doch wij willen naar Australië terugkeeren. Een duitsch onderzoeker, Leichardt, vatte in 1848 het plan op de binnenlanden te bezoeken van het vasteland van Australië. Eerst slaagde hij er in, dit onbekende land in noord-westelijke richting te doorsnijden, daarbij een weg afleggende van 3000 kilometers. Hierdoor aangemoedigd, vatte hij het plan op het eiland in zijn grootste breedte, van het Westen naar het Oosten, te doorkruisen. Hij vertrok in het begin van 1848 van Brisbane en bereikte de rivier de Cagoon, die 480 kilometers van de zee ligt. Maar sedert ontving men geen tijding van den moedigen reiziger. Tien jaren later vonden de gebroeders Gregory eenige sporen van deze expeditie bij de rivier Victoria.

Omstreeks dienzelfden tijd deed een australisch volkplanter Kennedy zijn best de oostelijke kusten van Carpentaria te verkennen. Hij drong zoolang voort tot zijne levensmiddelen uitgeput raakten. Al zijne reisgenooten verlieten hem, op een inboorling na, die 't moest aanzien hoe de ongelukkige Kennedy door de afschuwelijke menscheneters der binnenlanden doodgeslagen werd. Zelf ontkwam de getrouwe ter nauwernood, om de treurige tijding over te brengen.

Het vreeselijk uiteinde van Kennedy en Leichardt weerhield noch de gebroeders Gregory, noch anderen de woeste binnenlanden te doorkruisen, en onder deze is Burke de eerste geweest, die het vaste land van Australië, van Melbourne tot de golf van Carpentaria, is doorgetrokken. Ook hij heeft dezen roem met zijn leven betaald.

De Ier Thomas O'Hara Burke vertrok uit Melbourne, op den 2Osten Augustus 1860, aan het hoofd van een volledig uitgerust gezelschap, waaronder de sterrekundige Wills. Op het einde van September bereikte hij, tusschen 25° en 26° zuiderbreedte, den grooten steenwoestijn, waar vóór 15 jaren de reiziger Start zes maanden in de grootste moeilijkheden had doorgebracht en zijn reismakker Poole van dorst was omgekomen. Burke en de zijnen waren gelukkiger. Zij kwamen ongedeerd aan de andere zijde van de groote woestijn, die door de juist gevallen regenbuien overal meren en oazen vertoonde. De tochtgenooten drongen in de vallei van Yappar door, en hun veerkracht werd niet weinig versterkt toen zij aan gewisse teekenen ontdekten dat de zee niet verre meer wezen kon. Burke en de zijnen hadden nog maar een vlakte door te trekken, en zij waren er, maar ongelukkig was die vlakte met ondoordringbaar struikgewas bezet. De reizigers waren zwak, de paarden en kameelen waren voor het grootste gedeelte gestorven, en die overgebleven waren weigerden verder te gaan. De levensmiddelen begonnen schaars te worden. Onder die omstandigheden terug te keeren was een moeielijke zaak, doch er schoot niets anders over, en bij dezen terugtocht stierven Burke en Wills van vermoeienis en uitputting in de vallei van Cooper.

Zij hadden hun weg geteekend. Een kleurling, John Mac Douall Stuart gelukte het, eenigen tijd later, denzelfden tocht tot zijn einddoel voort te zetten en de zee te bereiken, dien Burke alleen van verre had hooren ruischen.

Zoowel door deze heldhaftige pogingen, als door zoo menige onderneming van jonger datum en gelukkiger uitslag, zooals die van Landsborough, Mac Kinlay, Hardwicke, Cowle, Gilles, Warburton, begint Nieuw-Holland, evenals Afrika, meer bekend te worden. Toch blijft er nog genoeg te doen over. [1] Ten Noord-Westen levert het land van Tasman ten Noorden het land van Arnhem, ten Noord-Oosten het land van Carpentaria en het schiereiland van York nog altijd een ruim veld op, waar toekomstige landontdekkers roem behalen en kennis vermeerderen kunnen. Men rekent dat van de 6 353 000 vierkante kilometers, die de oppervlakte van dit eiland uitmaken, een derde gedeelte nog nader onderzocht moet worden. Zoo blijkt wel dat het werk van den enkelen mensch weinig beteekent, en de verovering van den aardbodem een arbeid is voor de eeuwen, die zeker maar langzaam voltooid wordt.

HOOFDSTUK III.

HET ONDERZOEK NAAR DE HOOGERE LUCHTSTREKEN.

De hoogere luchtstreken, waar de meteoren gloeien, waar regen, hagel en bliksem geboren worden, hebben steeds de nieuwsgierigheid der menschen gaande gemaakt; maar eeuwen lang zijn de bergen het eenige hulpmiddel geweest om deze luchtstreken te bereiken. Bovendien waren de toppen der bergen, met hun sneeuw en ijs, voorheen voorwerpen van hevigen afschrik. De reizigers, die de stoutheid hadden gehad het zoo hoog te wagen, hadden zulk groot ongerief ondervonden, ten gevolge van de ijle lucht en de kou, dat men zich van een berg een vreeselijk denkbeeld maakte. Toen Pedro de Alvarado in 1534 de verovering van Peru ondernam, moest hij de Andes overtrekken op een hoogte van 4800 meters; een gedeelte van zijn leger bezweek te midden dezer hooge gewesten, en zij die den tocht overleefden, hadden in die mate geleden van den ijlen dampkring en de lage temperatuur, dat velen de vingers afgevroren waren en allen er als lijken uitzagen.

Tot aan het einde der vorige eeuw hield men de bestijging van den Mont Blanc voor iets onmogelijks. Toen een Engelschman, Windham geheeten, in 1741, besloot de ijsbergen der Alpen te beklimmen en zich tot Montanvers te wagen, waren de bewoners van Chamounix overtuigd, dat hij niet slagen zou. De voorzorgsmaatregelen, die hij nam, zouden onze tegenwoordige touristen hartelijk doen lachen.

Eenige maanden na Windham's onderneming scheen het jammerlijk uiteinde van Plantade diegenen in het gelijk te stellen, die nog altijd een zwaar hoofd hadden in het bestijgen van bergen. Plantade, een sterrekundige van Montpellier, wel bekend wegens zijn ijver voor de wetenschap, had eenige onderzoekingen in het werk gesteld naar den barometerstand op de hoogste bergen der Pyreneën. Den 28sten Augustus 1741 viel hij in onmacht bij de »Hourquette des Cinq Ours", op den Pic du Midi, en stierf aan de zijde van zijn quadrant, op een hoogte van 2400 meters, in den ouderdom van niet minder dan zeventig jaren.

Eén der eersten, die de vlag der wetenschap op meer dan 4800 meters boven het oppervlak der zee geplant heeft, was een eenvoudige gids der Alpen, Jacques Balmat, die aldus den weg baande voor de roemrijke daden van de Saussure. Was Balmat van geringen stand, hij was groot door het hart, groot van moed, krachtig van wil, onwrikbaar waar hij zich een groot doel voor oogen stelde. Nadat de Saussure te vergeefs beproefd had den top van den Mont Blanc te bestijgen, besloot Balmat bij zich zelven het met den reus der Alpen te wagen. Hij verlaat de zijnen, en is dagen lang afwezig. Hij beklimt gletschers, werkt zich over spleten heen, trotseert den sneeuwval, klautert onvermoeid voort, en blijft verkleumd van de kou drie nachten in de sneeuw zitten, om niet in den afgrond te storten, staat honger en dorst manmoedig door, komt afgemat en uitgeput thuis, herstelt zich, vangt weder aan met onverwinbaren moed en smaakt eindelijk, den 9den Augustus 1786, de voldoening, de ijzeren punt van zijn Alpenstok te slaan in den hoogsten bergtop van Europa.

Nog vóór Balmat was zekere Bourrit door de hooge bergtoppen aangetrokken geworden. Hij was schilder op email, maar had dat vak vaarwel gezegd, om zich gansch te wijden aan het bestijgen en verkennen dier hoogten, die het onderwerp hadden uitgemaakt zijner schilderingen. De Saussure heeft hem een welverdiende hulde betoond, wanneer hij zegt: »Bourrit legde voor de verovering van den Mont Blanc nog meer ijver aan den dag dan ik. In 1812 kwam Bourrit, op tachtigjarigen leeftijd, van zijn laatsten tocht, met verstijfde beenen terug."

Ellendiger was het lot van Balmat, die den dood te midden van het ijs vond. Soms bracht hij één of twee weken buiten 's huis door. Eens, in September 1834, vertrok hij weder naar het gebergte, maar men zag hem niet wederkomen. De krachtige man, door Alexander Dumas de Christophorus Columbus van den Mont Blanc genoemd, was in een onbereikbaren afgrond neergestort.

Na Balmat en de Saussure zijn nog andere bergbestijgers naar de hoogere luchtstreken opgeklommen. De hoogste hoogte is hierbij bereikt door twee Beieren, de gebroeders Slagintweit. Den 19den Augustus 1856 hebben deze stoutmoedige mannen den Ibi-Gamim in Thibet beklommen, op wier top zij een hoogte van 6810 meters bereikten boven het oppervlak der zee. Een paar jaar later werd één der drie broeders, Adolf, te Kasghar door Muzelmannen vermoord, toen ter tijde in oorlog met China.

De luchtreizigers stellen zeker, bij het onderzoek naar de hoogere luchtlagen, een veiliger en gemakkelijker hulpmiddel onder ons bereik. Doch ook de luchtreis telt hare schipbreuken en hare slachtoffers.

De broeders Montgolfier vonden op het einde van de 18de eeuw het luchtschip uit. De proeven, genomen te Annonay, op het Champ de Mars, op een der pleinen van de Tuileriën, te Versailles, Lyon, Dyon en Milaan, deden overal van den luchtballon spreken, en Pilâtre de Rozier vatte het plan op, de straat van Calais met het luchtschip over te steken. De zucht om iets groots te doen, de wetenschap te dienen, het door hem in 1781 gesticht Lyceum in eere te brengen en zelf naam te maken, dreven hem tot dat waagstuk. Hij liet dus den controleur-generaal van finantiën, den heer Calonne, weten, dat zoo de staat de expeditie wilde bekostigen, hij de uitvoering er van op zich nam. Zijn verzoek werd ingewilligd en 42000 fr. werden hem toegewezen.

Romain, die toen ter tijde met zijne ballons veel eer inlegde, hielp Pilâtre. Hij verbond zich een luchtballon te vervaardigen van 30 voet middellijn voor een som van 6000 fr. Van het gouvernement verkreeg Pilâtre de zaal der garden met nog een ander vertrek, beiden in de Tuileriën, tot zijn beschikking.

In het eind van Augustus werd het werk begonnen; na zes weken was het gereed. Zeven honderd ellen witte taf waren er voor gebruikt en het snijden der banen werd door Sigaud en Lafond bestuurd. Met de meeste zorg ingepakt, kwam de ballon goed en wel te Boulogne aan, waar de opstijging zou plaats vinden.

Pilâtre kwam den 20sten December 1784 aan, en twee dagen na zijn aankomst aldaar, vernam hij welke toebereidselen door Blanchard in Engeland gemaakt werden tot een dergelijke luchtreis als die, welke hij in den zin had. Hij ging naar Dover, sprak met Blanchard, voedde een oogenblik de hoop dat diens reis niet zou doorgaan; maar werd spoedig door de oude vrees bekropen en kwam naar Boulogne terug, waar hij Romain en zijn broeder achterliet, om zelf, diep ongelukkig, zich naar Parijs te begeven.

Ondertusschen stegen Blanchard en de engelsche dokter Jefferies, den zevenden Januari 1785, van het kasteel van Dover op en kwamen ongedeerd en wel in het bosch van Guines neder, na niet weinig gevaren te hebben doorstaan.

Zij kwamen te Parijs, waar Pilâtre hen minzaam begroette en zich goed hield, ofschoon hij de eer van het eerst de zee te zijn overgestoken aan zijn mededinger moest afstaan. Hij vroeg nu verschoond te mogen blijven van de reis, en de minister onthief hem van zijn verplichting; maar verlangde het geld terug, dat hij nog niet aan zijn ballon had besteed. Ongelukkig had Pilâtre, toen hij nog zeker was van zijn zaak, dit geld reeds uitgegeven. Hij begaf zich dus naar Boulogne, vast besloten zijn stoutmoedig opzet tot elken prijs door te zetten.

Pilâtre begon zich nu bezig te houden met zijn aanstaand vertrek. Er werden proeven genomen met kleine losgelaten ballons, die echter voortdurend landwaarts dreven. Ondertusschen ging de tijd voort en werd de ballon er niet beter op, die, in een hoek der vestingwerken geborgen, te lijden had, niet alleen van het weder, maar zelfs van de ratten.

Eindelijk scheen de lang verwachte tijd aangebroken. Het weder was fraai, de wind was gunstig en den 15den juni zou de opstijging plaats vinden. Men begon, wegens de hitte, de toebereidselen bij het krieken van den dag en om half acht was men gereed. Romain en Pilâtre de Rozier stegen in. De markies de Maisonfort wilde hen vergezellen, maar werd door Pilâtre ter zijde genomen: »Wij kunnen staat maken noch op het weer, noch op den ballon!" voegde hij hem toe; en zoo vertrokken zij. Een salvo van de artillerie begroette dit heugelijke feit. Trotsch en statig verhief de ballon zich loodrecht tot haar hoogste punt, berekend op 600 vamen, vervolgens richtte hij zich naar het Noorden, tot boven de klippen van la Crèche, waarna zij door den hoogen luchtstroom langzaam naar het vaste land begonnen af te drijven. Nog trilden de bijvalsbetuigingen der onafzienbare schare door de lucht en oogde men bewonderend en deelnemend het luchtschip na, toen een ontzettende kreet, uit duizend monden opgegaan, maar al te duidelijk liet vermoeden wat er gebeurd was. De ballon rimpelde, viel ineen en met een onbeschrijfelijke en telkens toenemende snelheid plofte het gansche samenstel met de twee ongelukkigen naar de aarde. Hartverscheurend was het de beide al te stoutmoedige reizigers daar te zien nederliggen, meer dan verpletterd door den ongehoorden val.

Zoo kwamen Pilâtre de Rozier en Romain om. Pilâtre was nog maar 28 jaren oud. Hij was te Metz geboren en naar Parijs gekomen, waar hij zich door zijne toewijding voor de wetenschap onderscheidde.

Na de beide genoemde martelaren volgt de italiaansche graaf Zambeccari.

Volgens het stelsel van de Rozier werd de ballon met lucht gevuld, die door middel van een stroovuur verwarmd werd, en al naarmate zij meer of minder verwarmd werd, den ballon rijzen of dalen deed. Dit stelsel van verwarming werd door Zambeccari ook op het waterstofgas toegepast en in dit geval niet onjuist een stelsel van vuur en kruit genoemd. Meer dan eens trachtte hij te Boulogne op te stijgen; doch de proef mislukte telkens. Het publiek begon hem uit te jouwen en hem voor waanzinnig of lafhartig uit te maken. Nog eens zou hij de proef nemen. Wel hadden er bij het vullen van den ballon weer een paar ongelukken plaats gehad; maar thans moest hij opstijgen, wilde hij niet door de hartstochtelijke menigte gesteenigd worden.

Eindelijk steeg de luchtreiziger op, te middernacht. »Uitgeput van vermoeienis en vasten," zoo verhaalt hij ons, »bitter gestemd, de wanhoop in het hart, steeg ik op, zonder iets anders te verwachten dan dat mijn ballon, die veel geleden had, maar kort zou leven." Zambeccari was vergezeld van twee getrouwe vrienden, Andreoli en Grassetti. In de dichtste duisternis gehuld, samengescholen in het schuitje, hadden zij de bitterste koude te verduren. Ten twee ure meenden onze reizigers het gedruisch van water te hooren en een uur later zweefden zij eenige ellen boven de zee, het was de Adriatische. Zij wierpen ballast uit en stegen weder omhoog, zoodat zij veel te lijden hadden van kou, neusbloedingen, brakingen, verstijving enz. Des morgens zweefden zij weder boven de zee. Zambeccari ziet van verre land; maar de luchtstroom keert en drijft hen op nieuw naar de volle zee, de wanhoop en het graf heen. Er naderen schepen, maar de schepen wijken. Toch niet--één der kapiteins overwint zijn schroom bij het nog altijd ongewone schouwspel, en neemt onze vrienden aan boord. Grassetti geeft nauwelijks teekenen van leven, Zambeccari en Andreoli liggen zoo goed als in onmacht.

In het jaar 1812 is de ongelukkige graaf op een ellendige wijze omgekomen. Genoopt zijn opstijgen te bespoedigen en zich te haasten is hij boven in de lucht met zijn ganschen toestel in de brand gevlogen, en half verminkt, half verkoold nedergekomen. Hij heeft vele zijner lotgevallen eigenhandig beschreven, en die geschriften dragen overal de sporen van de grootste toewijding en waarheidsliefde. Zijn leven was een aaneenschakeling van ongelukken. Hij diende bij de marine en werd in 1787 door de Turken gevangen genomen. In 1790 zat hij in het bagno van Toulon, en in dit vreeselijk verblijf van ellende was het, dat hij besloot zich aan de luchtvaart te wijden en door de vrije hemelen te vliegen.

In 1802 kwam Olivari, te Orleans, op dezelfde wijze als Zambeccari om het leven. In 1806 stortte Mosment te Rijssel van boven uit den ballon, en in 1812 vatte Bittorf's ballon vlam boven Mannheim en werd hij zelf op de daken der stad verpletterd. In 1819 stak mevrouw Blanchard te Parijs vuurwerk in haar ballon af. Onder het gejuich en het handgeklap der menigte vloog haar ballon in brand, hetgeen voor een nieuwe kunstvertooning gehouden en met nieuwe en daverende toejuichingen begroet werd. De ballon daalde, als door een wonder, langzaam neder en gleed af langs een huis. »Gered!" riep de moedige vrouw; maar de mand, waarin zij zich bevond, bleef aan den muur haken, en de wonderbaar geredde werd naar omlaag uitgeworpen. Op dergelijke wijze kwam Sadler, de beroemde engelsche luchtschipper, in het jaar 1824 om, bij een storm. In 1846 werd Arban, te Triëst, schoon nog niet gereed met het vullen van zijn ballon, door het ongeduldig en woedend geworden volk zoo bedreigd en aangevallen, dat hij, om zich te redden, het schuitje loshaakte ten einde daarmee den ballon te ontlasten, en op een touw gezeten naar boven steeg, zonder anker, zonder lijn. Hij drijft al verder en verder en als hij daalt bevindt hij zich boven de zee. De ballon sleept hem door de golven, maar houdt hem boven, terwijl hij zich krampachtig aan het touwwerk vastklemt. Een paar visschers nemen hem op, meer dood dan levend. Later, van Barcelona opgestegen, is hij voor goed verdwenen.

Nog zij hier meegedeeld het ongeval van Spinelli met den Zenith. Den 10den Juli 1845 werd deze luchtreiziger te Montbazillac geboren. Hij was een der beste leerlingen van de École centrale des Arts et Manufactures. De ingenieur behoorde tot de keurbende van Frankrijk's jonge mannen. Zijn hart sloeg warm voor de zijnen en was vervuld van de edelste opwellingen. Zijn eerzucht was van de beste soort. Een edele vaderlandsliefde, een diepe eerbied voor 't geen goed en recht is, een innig geloof aan den vooruitgang, een ware hartstocht voor de wetenschap bezielden hem en hielden zijn gedachten bezig. Daarbij had hij een bijna vrouwelijke teederheid en een onbezorgdheid, die hem iets onwederstaanbaar beminnelijks gaven. Edelmoedig, goed, fijngevoelig en altijd vriendelijk, stal hij met zijne schoone blauwe oogen aller hart.

Crocé-Spinelli had reeds eenige proefstukken van werktuigkunde geleverd en eenige goede bijdragen van kritisch wetenschappelijken inhoud geplaatst in het dagblad la République Française, toen hij opgenomen werd in den kleinen kring van eenige wetenschappelijke mannen, die de eerste kern uitmaakten van de Société Française de navigation aérienne. In het midden van dezen kring ontmoette hij Sivel.

Theodore Sivel, in 1834 geboren, had lang ter koopvaardij gevaren en vreemde landen bezocht. Toen de Oceaan geen geheimen meer voor hem had, werd hij aangetrokken door de groote luchtzee. Sivel was donker van uitzicht, had zwarte, glinsterende oogen, lange golvende haren en was vol geestdrift en veerkracht. Hij was hartstochtelijk van aard, buitengewoon sterk en van een vastberaden karakter. Zijn rechtschapenheid, zijn degelijkheid, zijn goedhartigheid, zijne beschaving, maakten van hem een buitengewoon man. Theodore Sivel had zich met hart en ziel aan de luchtvaart overgegeven. Na meer dan twee honderd malen in den vreemde en meer bepaald in Denemarken met den luchtballon te zijn opgestegen, was hij een even volleerd lucht- als zeereiziger geworden.

Sivel en Crocé-Spinelli moesten, eens met elkaar in aanraking gebracht, elkander onwederstaanbaar aantrekken. Zij besloten de handen ineen te slaan, om samen de wetten der hoogere luchtstreken op te sporen en het voorbeeld te volgen van zoovele edele voorgangers. De Société Française de navigation aérienne, voor wier ontwikkeling zij zoo veel hadden gedaan, stelde hen in 1874 in staat een luchtvaart te ondernemen en bij dezen tocht stegen zij tot op 7300 meters.

De heer Tissandier, de schrijver van het werk dat wij volgen, en mede een luchtreiziger van naam, werd later de vriend van beiden en de derde in hun verbond. Na in hun gezelschap met den Zenith de langste luchtreis gemaakt te hebben, welke ooit gedaan was, ondernam hij met hen den tocht, die aan Sivel en Spinelli het leven kostte.

Hier vinde de heldendood dezer beide reizigers een plaats. Den 15den April 1875, 's namiddags ten half twee ure, dreef de Zenith in de hoogere luchtstreken. Reeds waren de ijzige hoogten bereikt, waar eeuwige stilte en doodsche eenzaamheid heerschen. De drie reizigers, door de ijle, koude lucht bevangen, vielen één voor één in dien vreeselijken slaap, tegen welken de wil te vergeefs worstelt. Na tot 8600 meters te zijn opgestegen, daalde de ballon in de lagere lucht neder--één van de reizigers, Tissandier, ontwaakte, om de zwart gevroren lijken van zijne reisgenooten naar de aarde terug te voeren en aan haar schoot toe te vertrouwen.

Gansch Europa voelde zich bewogen bij den dood dezer martelaars, en oogde hen na in het graf. Maar zij sterven niet. Zij laten den lichtglans en de schoone en bezielende herinnering achter van hun moed en zelfopoffering.

HOOFDSTUK IV.

DE ONTDEKKING VAN HET WERELDSTELSEL.

De sterrekunde is de oudste aller wetenschappen. Zij is tegelijk met de beschaving geboren. Maar de denkbeelden, die men zich in oude tijden van de wereld maakte, verschillen niet veel van wat de eerste onkundige de beste zich in het hoofd haalt bij het staren naar het hemelgewelf.

Vóór de 16de eeuw wist men weinig of niets van het oneindige, had men geen besef van wat het heelal eigenlijk was. Men hield Jeruzalem voor het middelpunt der aarde en de aarde voor een vast punt te midden van zon, maan en sterren, die er, als dienende geesten, om heen draaiden. De hemel was een gewelf, hetwelk dit grootsche mechanisme omsloot.

Zou men de geheimen leeren doorgronden van het heelal, dan moest allereerst dit groote feit ontsluierd, zoo geheel in tegenspraak met het oogenschijnlijke, dat de aarde zoowel om haar as, als om de zon ronddraait. De ontdekking van dit feit is Copernicus' roem.