Part 15
Met de groote gaven, die hem verleend waren, klom hij spoedig op. Van ingenieur werd hij officier bij de genie, van officier kapitein. Al spoedig eischten zijne denkbeelden en plannen een ruimer veld, dan Zweden hem kon aanbieden, en in 1826 trok hij naar Engeland. Hij bracht er niets anders met zich mede dan zijn uitvindersbrein en zijn geestdrift, benevens een vasten wil en een groote arbeidskracht. Onder het aantal zijner werktuigkundige scheppingen kan men noemen: een pompwerktuig, dat volgens een nieuw stelsel was vervaardigd; stoommachines met oppervlakte-condensatoren; een toestel dienende ter bevordering van den trek in de vuurhaarden en aangebracht aan het stoomschip Victoria in 1828, benevens een werktuig bestaande uit een hollen trommel, waaraan, door middel van daarin geleiden stoom, een draaiende beweging werd medegedeeld, die gedurende eenige uren, nadat de stoomtoevoer had opgehouden, aanhield en een snelheid had zoo groot, dat een punt aan de oppervlakte van den trommel zich per seconde over een afstand van negenhonderd voet voortbewoog, of met andere woorden: een snelheid gelijk aan die, waarmede Londen zich om de as der aarde beweegt. Verder een apparaat om zout uit zeewater te winnen; een toestel om booten over de kanalen te bewegen; een verscheidenheid van motoren, die door stoom of warme lucht in beweging gebracht worden; een hydrostatische weegtoestel, waaraan de Society of Arts een prijs toekende; een instrument, dat tegenwoordig bijna algemeen gebruikt wordt, tot het verrichten van peilingen met willekeurige lijnlengte. Wijders komen onder zijne werken nog ongeveer een vijftiental gepatenteerde uitvindingen voor en een veertiental machines, allen volgens een of ander nieuw systeem vervaardigd. Het was aan boord van de Victory, dat het stelsel van stoomcondensatie en het terugbrengen van het aldus verkregen water in den stoomketel, het eerst door hem op de scheepvaart werd toegepast. Toen Stephenson in 1829 den prijs won met zijn locomotief, was Ericsson hem kort op de hielen, daar diens locomotief, de Novelty, lichter en van minder trekkracht, veel sneller dan die van Stephenson liep. De locomotief van Stephenson woog ruim vier ton, en die van Ericsson slechts ongeveer twee en een halve ton. Ericsson was maar zeven weken vóór den dag van den wedstrijd gewaarschuwd, dat er een prijs door de directeuren van den Liverpool-Manchester-spoorweg was uitgeloofd en toch was de Novelty op den bepaalden dag aanwezig. In dit korte tijdsverloop waren alle plannen van deze prachtige machine gemaakt, berekend en het werk geconstrueerd, ja was een ware »tour de force" verricht, die waarschijnlijk nog nooit overtroffen is geworden en die des te merkwaardiger is, omdat de constructie van deze locomotief beter bleek te zijn dan die van alle andere machines, die aan den wedstrijd hadden deelgenomen.
Doch keeren wij terug tot Ericsson's denkbeeld, om een vaartuig met een schroef voorwaarts te drijven. Dit denkbeeld, waarop hij kwam door het nauwkeurig gadeslaan van de bewegingen van vogels en van visschen, heeft hij het eerst in toepassing gebracht op een modelboot, welke door hem gebouwd werd, en waaraan hij twee schroeven aanbracht, die in tegengestelden zin ronddraaiden en op een gemeenschappelijke as bevestigd waren. De boot had eene lengte van twee voet, en werd beproefd in een rond bassin van een badinrichting te Londen. Door middel van een beweegbare pijp, bleef zij in verbinding met een stoomketeltje, welke op den rand van het bassin geplaatst was, en waarin de noodige stoom ontwikkeld werd. Zoodra aan den stoom toegang verschaft werd tot het werktuig, dat de schroeven moest doen ronddraaien, werd het gewenschte resultaat verkregen, de beide schroeven draaiden om haar gemeenschappelijke as en de boot bewoog zich door het water met een snelheid van ongeveer zes mijlen in het uur. Het vraagstuk was dus opgelost en de hervormingen, die nu in de marine en ook bij de andere vaartuigen plaats vonden, rechtvaardigden ten volle de hoop door den uitvinder gevoed. Zoo had hij door het toepassen van dit beginsel niet alleen een nieuw middel gevonden ter voortbeweging van schepen, die de zeeën doorkruisen, maar hij had ook een toestel gevonden, dat voor de luchtscheepvaart, »de scheepvaart der toekomst," van gewicht zou zijn.
Ericsson bevond, dat het heel wat gemakkelijker was zich zelven, dan anderen, van het nut zijner oorspronkelijke denkbeelden te overtuigen. Met een moed, die aan onverschrokkenheid grensde, bestookte hij den vijand in zijn vesting, en trachtte de hoogmachtige lords der britsche admiraliteit tot het aannemen zijner uitvinding te dwingen. Hij construeerde een boot van acht voet op veertig; met een diepgang van drie voet, en voorzien van twee schroeven van één voet drie duim middellijn. Deze deden de boot een vaart van tien mijlen in het uur loopen of van zeven mijlen in het uur, wanneer zij tevens een boot van honderd veertig ton moest sleepen. Nadat Ericsson met deze boot een merkwaardig feit had verricht, namelijk het sleepen van de amerikaansche pakketboot Toronte met een snelheid van vijf mijlen in het uur, verzocht hij de admiraliteit om tegenwoordig te zijn bij een proefneming, welke beslissend zou wezen. Na met zijn kleine boot tot Somerset-House gevaren te zijn, nam hij de roeiboot, waarop zich de leden van de admiraliteit bevonden op sleeptouw en trok haar met groote snelheid tegen stroom op, tot niet geringe verbazing van de roeiers, die niet konden begrijpen hoe dit mogelijk was, aangezien er aan de sleepboot nergens voortstuwingsmiddelen te zien waren. Maar de lords van de britsche admiraliteit hadden vroeger te dikwijls moeten oordeelen over een aantal uitvindingen vol beloften, dan dat zij zich nu door het eenvoudig getuigenis hunner oogen zouden laten overtuigen. Met een beleefdheid, die hun menschlievendheid tot eer strekt, ontzeiden zij zich het genot den opgewonden uitvinder onmiddellijk door mededeeling van hun hoogwijze beslissing teleur te stellen. Het was eerst na eenigen tijd, dat deze bij toeval, door een gesprek, dat een der leden van den raad na het eten gehouden had, het vonnis dezer heeren hoorde dat als volgt luidde: »Zelfs aangenomen dat dit voortstuwingswerktuig de kracht zou bezitten om een schip in beweging te brengen, zou het praktisch toch geheel onnut zijn, omdat, daar de kracht achter aan het schip wordt aangebracht, het sturen volkomen onmogelijk zou worden."
Dit schrander orakel is oorzaak geworden, dat Engeland verstoken bleef van de talenten van Ericsson, welke van nu af Amerika ten goede kwamen. De Vereenigde Staten hadden het voorrecht in dien tijd den heer Francis B. Ogden als consul te Liverpool te hebben; deze was een ijverig voorstander van de ontwikkeling der stoomvaart op de Ohio en Mississipi. Ogden zag het nut van de uitvinding in en stelde Ericsson voor aan een anderen Amerikaan, den kapitein (daarna schout-bij-nacht) Robert F. Stockton, in dienst der marine van de Vereenigde Staten. Wel was kapitein Stockton marine-officier, doch hij liet de zeevaartkundige wetenschappen niet op zulk een onwrikbaren grondslag rusten als de britsche admiraliteit deed. Voor hem gold het: »ik zie, dus ik geloof", en toen hij terugkwam van een tocht, ondernomen aan boord van Ericsson's boot, de Francis B. Ogden genoemd, riep hij onmiddellijk uit: »de opinie van uw wetenschappelijke mannen gaat mij niet aan; wat ik vandaag gezien heb, is voldoende om mij te overtuigen."
Zelfs voordat de boot met Stockton aan boord haar tocht volbracht had, kreeg Ericsson van hem de opdracht twee ijzeren schepen volgens hetzelfde plan als de Ogden te bouwen. Deze booten werden geheel op kosten van Stockton gebouwd, wiens aanzienlijk fortuin hem dergelijke uitgaven toestond.
»Wij zullen uw naam op de Delaware laten weerklinken, zoodra wij de schroefboot hebben," zei de zeeman op hartelijken toon in zijn opgewonden dronk, dien hij ter eere van Ericsson instelde aan het diner, dat op den tocht met de Ogden volgde.
Steunende op de verzekering van Stockton, dat er door de Vereenigde Staten proeven op groote schaal zouden genomen worden, zeide Ericsson zijn contracten in Engeland in 1839 op en begaf hij zich naar Amerika. Stockton intusschen van zijn kant, vast besloten woord te houden, hield niet op de autoriteiten te Washington er met nadruk op aan te dringen dat onder zijn persoonlijk toezicht een stoomboot naar de plannen van Ericsson zou worden gebouwd.
Er verliepen twee jaren en een verwisseling van ministerie greep plaats tusschen den tijd dat hij zijn eerste aanvraag deed en de voltooiing van zijn arbeid. Het stoomschip werd gemaakt en ontving den naam Princeton; het werd in 1844 voltooid en spoedig werd de aandacht van alle mannen van het vak op dezen oorlogsbodem gevestigd. Het was een oorlogsschip met hulpstoomvermogen, en voorzien van het voortstuwingsmiddel van Ericsson, hetwelk zich achter aan het schip en geheel onder de waterlinie bevond. Deze bodem had onder anderen twee buitengewoon groote gesmeed ijzeren kanonnen van veertien duim, die met veertig pond buskruit geladen werden en een kogel van twee honderd vijf en twintig pond gewicht wegschoten. De senator Mallory van Florida had gelijk, toen hij in Mei 1858 tot het Congres zeide: »Deze bodem is de basis van onze tegenwoordige oorlogsvloot met stoomvermogen; hij is de grondslag van de oorlogsstoomschepen van de gansche wereld."
Ericsson had de Vereenigde Staten van Noord-Amerika aan het hoofd der zeemogendheden geplaatst, voor zooverre het de toepassing van den stoom op de krijgskunst betreft. Welke is de belooning geweest, die het dankbaar land hem voor dien dienst heeft toegestaan? De proeven met de Princeton hadden den ingenieur schatten gelds gekost en hij had twee jaren van onafgebroken arbeidzaamheid voor den dienst van het rijk veil gehad. Voor zijn tijd, zijn arbeid en zijn noodzakelijke uitgaven bood hij een werkelijk lage rekening in van vijftienduizend dollars, terwijl hij aan den goeden wil en de edelmoedigheid van het gouvernement overliet te beslissen wat men hem zou toekennen, ingeval hem iets toekwam voor zijn patentrechten.
Men denkt natuurlijk, dat die rekening onmiddellijk voldaan werd. In het geheel niet. Het tegenwoordig Congres was juist op die bijzondere huishoudkunde bedacht, die hierin bestaat dat men gebruik maakt van de oppermacht, om rechtmatige vorderingen met een hooghartige minachting te behandelen. De betaling van Ericsson's rekening werd door het departement van marine, misschien wel omdat zij zoo laag was, geweigerd. Daarop richtte Ericsson zich tot het Congres; een twaalftal jaren verliep, zonder dat hij er iets van vernam. Eindelijk werd een soort van rechtbank benoemd, die hem ten slotte hoorde; de drie rechters Gilchrist, Scarborough en Blackford oordeelden eenparig te zijnen gunste. Van deze rechtbank werd zijn rekening verzonden naar het Congres, opdat men daar de noodige gelden voor de betaling zou kunnen toestaan; zij ligt daar intusschen nog. De buitengewoon groote diensten, die Ericsson nog aan de Vereenigde Staten bewezen heeft, terwijl deze zaak hangende was, hebben hem de betaling zijner rekening nog niet kunnen verschaffen. Ericsson is ingenieur en geen bedelaar; dat is de oorzaak van het weinige succes dat hij heeft. Wanneer er iets was aan te merken op de geldigheid van zijn vordering, dan zou althans dat verzuim eenigen schijn van recht hebben; doch dat is het geval niet. Het amerikaansche Congres wil het noodige geld niet verstrekken om de rekening te betalen, en daar houdt de zaak mede op. Men beweert dat het in de natuur der republieken ligt ondankbaar te zijn; maar moeten zij de eerlijkheid ook te kort doen?
Om te eindigen over deze onaangename zaak en de wijze waarop Ericsson door het amerikaansche gouvernement bejegend is geworden, zullen wij er alleen bijvoegen, dat hij op dezelfde edelmoedige manier beloond is voor de onschatbare diensten, die hij dat zelfde gouvernement verleend heeft door er op aan te dringen, dat het den Monitor zou aannemen. Men heeft vijftigduizend dollars kunnen vinden voor een of andere uitvinding van weinig belang, die men op de monitors meende te kunnen gebruiken; maar nooit is er een dollar in handen gekomen van hem, die het ontwerp van het schip gemaakt had. Geen Amerikaan, van welke zijde hij den strijd beschouwd heeft, zal den indruk vergeten, toen den 8sten Maart 1862 die kleine monitor te Hampton-Roads voor het eerst verscheen. De geschiedenis van die merkwaardige worsteling, waarin deze bodem zulk een belangrijk aandeel nam, is reeds te dikwijls en op allerhande wijzen verteld, dan dat wij haar hier nog eens zouden herhalen. Maar in dat verhaal komt een punt voor, dat maar al te dikwijls vergeten is en lang niet zoo algemeen bekend is als het overige. Want in de bewondering, die de gunstige afloop der zaak teweeggebracht heeft, heeft men te spoedig vergeten, hoeveel moeite Ericsson heeft aangewend om zijn volkomen nieuwe denkbeelden, die op de scheepsconstructiën betrekking hadden, ingang te doen vinden.
Gedurende acht jaar wachtte het plan van den monitor op de belangstelling die het verdiende. Een betere tijd brak aan, toen de oorlog de noodzakelijkheid van een comité bij het departement van marine deed gevoelen, dat zich bezig had te houden met het onderzoeken van de ontwerpen ter constructie van gepantserde oorlogsbodems en het geven van adviezen. Dit comité bestond uit de schouten-bij-nacht Joseph Smith, Hiram Paulding en Charles H. Davis. De laatst overgeblevene van dit comité, Hiram Paulding, is in den loop van het vorige jaar gestorven. De schout-bij-nacht Smith was president van het comité.
Wijs geworden door de ondervinding, die hij bij vorige gelegenheden had opgedaan aangaande den tijd, die er verloren gaat en het geduld, dat uitgeoefend moet worden, wanneer men te Washington iets tot stand wenschte te brengen, wilde kapitein Ericsson, die niet tot in het oneindige lankmoedig en geduldig was, niet zelf naar Washington gaan om de aandacht te vestigen op hetgeen hij volbracht had. Hij was geassocieerd met drie mannen, die bij rijke ondervinding en groote werkzaamheid de goede eigenschap paarden van zeer rijk te zijn. Deze hadden zich het lot van den monitor aangetrokken en besloten dat zij beproefd zou worden. Een van deze was de heer C. S. Bushnell uit Connecticut. Hij begaf zich naar Washington, maar hij kon er niet in slagen het comité te overtuigen, dat de ontwerper en samensteller van de Princeton waard was aangehoord te worden. Er bleef dus niets over, dan Ericsson over te halen zelf naar Washington te gaan, ten einde daar in persoon zijn zaak te bepleiten met zijn eigenaardige welsprekendheid, die zoo overtuigend en meêsleepend was dat zij meestal de verlangde uitwerking deed. Intusschen was het al ongeveer even moeilijk om Ericsson hiertoe over te halen als om het departement van marine te overtuigen. Men gebruikte toen een list. Hem werd verhaald, dat Bushnell te Washington goed was ontvangen geworden en dat er niets anders te doen was, dan zelf de details van de opdracht te gaan regelen.
Doch hoe groot was niet Ericsson's verbazing toen hij, voor het Comité verschijnende, bespeurde, dat hij niet alleen geen verwachte gast was, maar een bezoeker, wiens komst eigenlijk niet zeer gewenscht was. Het was zeer duidelijk, dat de leden van het Comité elkaar afvroegen, wie of wat hem daarheen gedreven had en zij namen de moeite niet dit voor hem te verbergen. Tot zijn groote verontwaardiging en verbazing tevens vernam Ericsson, dat het door hem ingediende plan van een stoomschip reeds lang door het Comité verworpen was. Zijn eerste beweging was zich onmiddellijk te verwijderen, doch zijn woede beheerschende drong hij er zoo kalm mogelijk bij het Comité op aan, dat hem de redenen die aanleiding tot dit besluit hadden gegeven, zouden ontvouwd worden. De schout-bij-nacht Smith nam toen het woord en beweerde, dat het schip niet stabiel genoeg zou zijn, dat het zou omslaan en met equipage en al zou verzinken.
Nu--wanneer er iets is dat den monitor bijzonder van andere schepen onderscheidt, dan is het juist zijn vaste ligging, die natuurlijk een gevolg daarvan is, dat een betrekkelijk gering gedeelte van het schip zich boven water bevindt. En dit begon kapitein Ericsson met een reeks van even ernstige als duidelijke redeneeringen uit te leggen. Hij bemerkte dat hij veld won, dat zijn verklaringen haar doel niet misten, en, warm geworden in den strijd, eindigde hij met deze woorden: »Mijne heeren, na hetgeen ik u heb uitgelegd en medegedeeld, beschouw ik het als uw plicht, dien gij aan het land verschuldigd zijt, om, voordat ik deze zaal verlaat, mij het bevel tot het bouwen van een dergelijk vaartuig te geven."
Het Comité begaf zich nu naar een andere kamer, om van gedachten hierover te wisselen en noodigde kapitein Ericsson uit om over een uur terug te komen. Toen hij op het bepaalde uur verscheen, vond hij den schout-bij-nacht Paulding alleen in de vergaderzaal van het Comité. Deze ontving hem op de meest beleefde en vriendelijke wijze, deed hem in zijn particulier bureau komen, en vroeg hem nog eens de uitlegging te herhalen, die hij dien morgen van de stabiliteit van het stoomschip gegeven had. In dien tusschentijd had Ericsson den tijd gehad in zijn hôtel een aantal figuren te teekenen, die dienen moesten om onder een gemakkelijk te begrijpen vorm de kwestie der stabiliteit te verklaren. Van deze bediende hij zich om het betoog te herhalen, dat hij reeds gehouden had. De schout-bij-nacht, die later admiraal Paulding werd, was ten slotte geheel overtuigd. »Mijnheer," zeide hij met een oprechtheid, die hem tot eer verstrekt, »ik heb nu meer over stabiliteit geleerd door hetgeen gij mij hier gezegd hebt, dan door al wat ik er vroeger van gezien en gehoord had."
Deze samenkomst eindigde met een nieuwe uitnoodiging om over drie uur terug te komen. Precies op het gemelde uur werd Ericsson verzocht onmiddellijk in het kabinet van den secretaris Weller te komen, waar deze hem zonder verdere omwegen mededeelde, dat het comité nu gunstig over zijne plannen dacht en hem aanried zoo spoedig mogelijk naar New-York terug te keeren, ten einde zich aan den arbeid te kunnen begeven. Het contract zou later ter onderteekening worden gezonden. Voordat dit document door Ericsson ontvangen werd, was reeds al het ijzer voor den eersten monitor bewerkt; en toen het hem werd aangeboden, bespeurde hij, dat het een bepaling bevatte, waarop hij niet bedacht was geweest: die namelijk, dat, wanneer het bleek dat het schip te kostbaar was, de sommen, die door het departement van marine zouden worden voorgeschoten, terug betaald moesten worden. Een dergelijke waarborg was misschien noodig om den al te opgewonden uitvinder, om zoo te zeggen, in toom te houden; maar het was een harde voorwaarde, die Ericsson na zijn ondervinding vroeger met de Princeton opgedaan, zeker niet had aangenomen, wanneer hij haar vooruit had gekend.
En zoo geschiedde het dat het vaartuig, dat de eer van het gouvernement redde en misschien den afloop van den oorlog veranderde, niet aan het gouvernement behoorde, maar aan een particulier; een persoon, die, daargelaten de vaderlandsliefde, zeer goede redenen had om niet bizonder welwillend voor dat gouvernement gestemd te zijn. De laatste termijn was nog niet betaald, toen de Monitor zich met de Merrimac mat; en wanneer de Monitor, die in der haast, in een tijdvak van ongeveer honderd dagen, gebouwd was, niet de zware proef doorstaan had, waaraan hij plotseling onderworpen werd, dan zou niet alleen het laatste gedeelte van de betaling niet gevolgd zijn, maar dan had Ericsson al het reeds ontvangen geld terug moeten betalen.
De geest, waarmede Ericsson bezield was in deze omstandigheden, heeft zich geopenbaard in het antwoord door hem gegeven op de resolutiën van de kamer van koophandel te New-York. Deze resolutiën vroegen voor hem »een behoorlijke belooning voor zijn diensten, opdat de natie hem de verschuldigde dankbaarheid zou kunnen betuigen." Kapitein Ericsson antwoordde: »Al wat ik als belooning voor het bouwen van den monitor verlang is, dat mij de kosten van de constructie worden terug betaald. Dat is voldoende." En de dankbare natie heeft hem bij zijn woord gehouden en haar geld gespaard, om het uit te kunnen deelen aan lieden, die het ongetwijfeld beter dan Ericsson verdienden en aan gierige ondernemers, die niet zoo gemakkelijk te voldoen waren.
De bij het gevecht te Hampton-Roads verkregen resultaten zouden, zooals kapitein Ericsson beweert, nog veel grooter zijn geweest, wanneer men bij het bewapenen van het schip naar zijn raad had willen luisteren. Hij had er op aangedrongen, dat men hem veroorloofde stukken van twaalf duim in plaats van elf duim voor den monitor te vervaardigen. Men had hem toen met een medelijdenden glimlach geantwoord, dat stukken grooter dan van elf duim niet noodig waren. Hij had de stukken willen laden met een dubbele hoeveelheid buskruit (dertig pond) in plaats van met de gewone hoeveelheid van vijftien pond, maar hij kon daartoe de toestemming van den chef der artillerie, den kapitein Wise, niet verkrijgen. Zoo had, volgens Ericsson, de Merrimac met de Cumberland gezamenlijk in den grond kunnen geboord worden door een enkelen goed gerichten kogel, die uit een kanon van grooter kaliber met een grootere lading buskruit geschoten was geworden. Intusschen moet men bedenken, dat men toen eerst begon met gedeeltelijk de uitwerking van de zware stukken te begrijpen en dat zelfs nu nog deze kwestie onbeslist is. In elk geval werd de Merrimac genoeg ontredderd om verder voor geen tweeden keer een gevecht met de Monitor te wagen. Zij bleef sedert uit het vaarwater van dien oorlogsbodem en eindigde haar dagen op een wijze, die lang niet zoo edel was, als zij had kunnen zijn, namelijk door zich zelve te vernietigen.
De monitors werden weldra door het geboorteland van Ericsson, Zweden, aangenomen zoowel als door Noorwegen en Rusland. Engeland weigerde langen tijd met een hardnekkige ongeloovigheid, waarschijnlijk omdat het niet mogelijk zou zijn iets goeds van een yankee over te nemen. Doch toen de van twee torens voorziene monitor Miantonomah zich in den zomer van 1866 in de engelsche wateren vertoonde--dus langer dan vier jaar na de verschijning van den eersten monitor te Hampton-Roads--toen gaf in Engeland eindelijk de publieke meening toe. Toen maakte zich een soort van panische schrik van het land meester. »Een volkomen waarheid is het," riep de »Times" uit, »dat van alle naties der wereld de Vereenigde Staten de eenige is, die een gepantserde vloot heeft, welke waardig is dezen naam te dragen." De verschijning van de Miantonomah werd beschreven als een »schouwspel met een droevig voorteeken".
»Om deze verschrikkelijke uitvinding," zeide men tot de ongelukkige Engelschen, »groepeerde zich een menigte groote vaartuigen, die een belangrijk deel van de britsche marine uitmaakten en onder deze was er geen enkel, 't welk de vreemde indringer niet in vijf minuten naar den bodem der zee had kunnen zenden, indien hij niet met vreedzame bedoelingen van gene zijde der zee was overgekomen. Niet één van die groote oorlogsbodems zou het verlies van één zijner lotgenooten hebben kunnen wreken of zich aan een dergelijk lot hebben kunnen onttrekken. In één woord, de wolf was in de schaapskooi en de geheele kudde aan zijn genade overgegeven."
De man, die dezen wolf losliet, wacht zijn belooning nog. Hij is een krachtig grijsaard, die steeds op de middelen peinst, om zijn monitors, torpedo's en andere helsche werktuigen te verbeteren. Wij zouden hem met al zijn genie een duivelskunstenaar achten, wanneer niet de oorlog ter zee thans veel minder menschen kostte, dan in de dagen onzer houten vloten, wier vreeselijke oorlogsdans op de golven, in smook en vuur en vlam, op onze oude schilderijen zoo treffend en ijselijk wordt voorgesteld.