De martelaars der wetenschap

Part 14

Chapter 143,749 wordsPublic domain

De werktuigen, die hij nu vervaardigde, waren evenwel ruw en grof en gebrekkig. 't Was er verre van af dat zij beantwoordden aan hetgeen Papin had gedroomd. Onaangename aanmerkingen en tal van ongunstige voorspellingen maakten dat onze uitvinder jaren lang zijn werk liggen liet. Hij had het voorbeeld van Savery, de aanmoediging van Leibnitz noodig, om het weder op te vatten. In 1707 gaf hij te Frankfort een werk uit over een Nieuwe manier om water hooger op te brengen door middel van vuur en beschreef daarin een nieuwe stoommachine. Papin liet er een in het groot maken, nam de proef met een stoomboot en liet die met den besten uitslag op de Fulda varen. Had hij met zijn zoeken en peinzen en arbeid, zijn mislukkingen en teleurstellingen het eerste tijdperk van eens uitvinders leven naar eisch volbracht, thans, nu deze strijd gestreden was, nu hij zijn doel bereikt had, lag het tweede vóór hem: de arbeid en moeite om zijn uitvinding ingevoerd te krijgen en haar verwerping door den tijdgenoot.

In een brief aan Leibnitz geeft hij te kennen, dat hij vele en machtige vijanden heeft. Hij heeft veel geduld geoefend, maar in den laatsten tijd zooveel te lijden gehad, dat hij zich niet langer in Duitschland vertrouwt. Hij zou wel kunnen procedeeren, maar hij heeft Zijne Hoogheid reeds lang genoeg met zijne onbeteekenende zaken bezig gehouden, en het komt hem beter voor dat hij wijkt. Hij heeft dus verlof gevraagd naar Engeland terug te keeren. Ook is het goed dat zijn stoomboot in een zeeplaats worde beproefd. Hij wil met zijn eigen boot de reis maken, waaruit men dan zal kunnen zien hoe doeltreffend haar inrichting is. Er is echter een bezwaar. De schuiten, die van Cassel komen, moeten te Münden blijven en aldaar lossen, terwijl Bremer schuiten de vracht verder brengen. Nu was het zijn wensch, dat hij met zijn boot van den Fulda in den Wezer door mocht varen. Hij vraagt daartoe in zijn brief de bemiddeling van Leibnitz, en hij vertrouwt dat de vrije vaart hem te eerder zal worden gegund, daar met zijn tocht geene handelsbelangen zijn gemoeid.

Maar neen! De Keurvorst van Hannover wilde of kon het verzoek niet inwilligen. Ondertusschen mocht hij zich verheugen in de wonderen van zijn boot. »De weerstand van den stroom," zoo schrijft hij, »beteekent zoo weinig in vergelijking met de kracht der machine, dat het nauwelijks verschilde, of de boot stroomopwaarts of afwaarts ging." Groot was dus de verleiding, om, in weerwil van de onthouden vergunning, te zien hoever hij met zijn boot komen kon. Hij scheept zich dus met de zijnen in en stoomt voorwaarts, stroom en wind de baas. Zoo komt hij te Loch, aan den Wezer.

Hier krijgt hij met het gild van de schippers van den Wezer te doen. Men gaat in allerijl den baljuw van Zeune roepen, die dan ook weldra komt aanloopen en nieuwsgierig de boot van Papin in oogenschouw neemt. Hij laat zich het zonderlinge ding uitleggen, waarmee men zonder zeil of riem kan voortkomen; maar niet minder bang dan nieuwsgierig van aard, druipt hij spoedig af, zonder de verdediging van Papin op zich te durven nemen. Den volgenden dag ziet deze een vrij groot aantal schuitenvoerders naderen, die straks zijn boot verbeurd verklaren, daar deze zonder geleibrief zich in hun vaarwater had begeven. Ze werd nu, volgens dit nieuwerwetsche strandrecht, op den kant gehaald en moest bij stukken in het openbaar verkocht worden. Denis Papin komt hier met al zijn macht tegen op, maar hij is één tegen velen. Te vergeefs roept hij bijstand in; de schippers, die hun prooi niet willen derven, beginnen al vast aan het werk der vernieling, onder de oogen van den armen grijsaard.

Waarschijnlijk heeft dit recht barbaarsch bedrijf de stoomvaart een eeuw teruggezet.

Later vinden we Papin te Londen; maar geknakt, zwak en krank. Robert Boyle is overleden en de nieuwe leden der Koninklijke Maatschappij kennen hem ternauwernood. Frankrijk was nog altijd voor hem gesloten. Nog langen tijd bleef de ongelukkige uitvinder met een schrale tegemoetkoming van de Koninklijke Maatschappij voortleven, zonder dat hij er aan denken kon zijne kostbare proefnemingen in Engeland te hernieuwen. »Ik moet," zoo zegt hij ergens, »mijne werktuigen nu maar in den hoek van mijn schoorsteen zetten."

Tot een jaar na de vrijverklaring der Vereenigde Staten moet men opklimmen, om de oude plannen tot stoomvaart weer hernieuwd te zien. Amerika, met zijne groote rivieren, was wel het gebied, waarop de stoomboot zich het eerst vertoonen moest. Dit geschiedde dan ook. James Watt had in Engeland de stoommachine met dubbele werking bekend gemaakt, en het oogenblik was gekomen dat zij op de vaart werd toegepast. In 1784 bood een amerikaansch werktuigkundige, John Fitch, generaal Washington het model aan van een schuit met gewone roeiriemen; maar die door stoom bewogen werden. Het vaartuig werd gebouwd en op de Delaware zou de proeftocht plaats hebben. Washington en Benjamin Franklin kwamen dit bijwonen en begaven zich aan boord. Ieder stond versteld van wat hij zag, toen het schip daar heenging, dampend uit den schoorsteen en slaande met zijne riemen, die zich uit zichzelven schenen te bewegen. Maar nog grooter was de verwondering der menigte, toen zij de schuit tegen stroom en vloed op zag roeien en dat met een snelheid van vijf en een halven mijl per uur.

De proeftocht gelukte volkomen en er vormde zich te Philadelphia een maatschappij tot verdere verwezenlijking van de zaak. Franklin en een geleerd sterrekundige, Rittenhouse, stelden zich aan het hoofd. Zoo kreeg Fitch in 1788 van het amerikaansche gouvernement een privilege, volgens hetwelk niemand dan hij alleen gerechtigd was, in vijf staten, stoombooten te laten varen. Een algemeene inschrijving verzekerde hem de noodige gelden om een stoomvaart op eenigszins groote schaal in te richten. Fitch besloot nu een zoogenaamd galjoot te bouwen en daarmede een geregelde vaart te onderhouden tusschen Philadelphia en Trenton; maar bij de vervaardiging van de machines, die hij nu noodig had, ondervond hij groote bezwaren. Hij had slechts gewone smeden en slotenmakers tot zijn dienst en zijne stoommachines waren dan ook van dien aard, dat hij er weinig eer mee inlegde en de uitslag ditmaal erbarmelijk was. Het galjoot liep veel trager dan het kleine scheepje gedaan had. Dit was genoeg om de geldschieters ongerust te maken, die met schrik hun geld zagen verdwijnen en de uitvinding eer terug dan voorwaarts gaan. Door bemiddeling van eenige kundige lieden mocht het echter Fitch gelukken, zich weder aan het werk te zetten. Hij wist het nu zoover te brengen, dat het stoomschip acht mijlen in het uur aflegde, en bij een plechtigen proeftocht, die met den gunstigsten uitslag bekroond werd, heesch de gouverneur van Pensylvanië eigenhandig op het nieuwe schip de vlag der Vereenigde Staten.

Na deze overwinning behaald te hebben, werd de vernuftige, onvermoeide man noch toegejuicht, noch gesteund. Men geloofde niet dat de nieuwe uitvinding een toekomst had. Fitch scheen een man zonder praktischen zin en men lachte om zijn geestdrift, wanneer hij zeide dat zijn boot eens den Atlantischen Oceaan zou oversteken. Bij een lateren proeftocht, in 1790 ondernomen, stoomde zijn boot, tegen den wind op, met een snelheid van zes mijlen in het uur, van Philadelphia naar Burlington; maar ook dit gaf nog geen vertrouwen. De mannen van het geld lieten hem dus in den steek. Te vergeefs waren zijne voorspellingen, te vergeefs zijne beden: hij werd uitgelachen.

In 1792 kwam Fitch in Frankrijk. Maar de toestand van dit rijk was gedurende het jaar 1792 niet van dien aard, dat men oog had voor wetenschappelijke uitvindingen. Een oogenblik lachte het geluk hem toe. Brissot, een der afgevaardigden bij de Conventie, kende hij van vroeger. Hij vond in hem een vriend weder en een beschermer, die echter op 31 October 1793 het leven liet onder de guillotine. Gansch verlaten, arm en berooid moest hij bij den consul der Vereenigde Staten om vrijen overtocht verzoeken.

John Fitch had geleefd voor een denkbeeld en zoodra hij daar afstand van doen moest, had zijn leven geen waarde voor hem. Somberheid greep hem aan; hij zocht zijn jammer en ellende te vergeten bij het genot en de bedwelming van den drank; en eens op een avond, terwijl hij levensmoe en alleen langs de Delaware liep en van een hooge klip nederzag, greep de wanhoop hem aan, als een duizeling, en wierp hem neder in den stroom.

Zijn opvolger en landgenoot, was Robert Fulton. Hij werd in 1765 in het graafschap Lancaster geboren, en werd al vroeg in de school van den tegenspoed gevormd, daar zijne ouders arme Iersche uitgewekenen waren. Hij was drie jaren toen zijn vader stierf en trad in dienst bij een juwelier. Fulton had een bizonder grooten aanleg voor de schilderkunst en oefende zich hierin zoo trouw, dat hij, zeventien jaren oud, er reeds een middel van bestaan door vond. Zoo werd dan de aanstaande uitvinder van de stoomboot een reizend kunstenaar, van herberg tot herberg trekkende, uithangborden, portretten, landschappen schilderend. Daarna vestigde hij zich als miniatuurschilder te Philadelphia, maakte er naam en won er zooveel geld, dat hij zijn moeder een kleine boerderij kon koopen om er den ouden dag te slijten.

Toevallige ontmoetingen kunnen groote verandering brengen in iemands lot. Zoo was het ook hier. Een rijke Amerikaan, Samuël Scorbitt, vatte voor den jongen schilder een bizondere genegenheid op en verschafte hem de middelen om naar Londen te gaan en aldaar een zijner vrienden, Benjamin West te bezoeken, die hem gaarne zou voorthelpen en verder brengen.

Fulton vertrok en Benjamin West ontving hem als een oud vriend; maar tengevolge van een onverklaarbaren ommekeer in zijne neigingen, liet Fulton op eens de schilderkunst varen en gaf zich met hart en ziel aan werktuigkunde over. Hij was twee jaren lang bezig met het teekenen van werktuigen voor een fabriek te Birmingham, kwam daarna weder in Londen en ontmoette er zijn landgenoot Rumsey, die van niets anders droomde dan van de vervaardiging van een stoomschip. Toen Fulton in het spoor der werktuigkunde getreden was, had hij zijn weg door het leven gevonden; hij hield zich bezig met allerlei werken; hij zocht een nieuw stelsel van kanalisatie, hij maakte een soort van ploeg om kanalen te graven, hij vond een molen uit om marmer te zagen en te polijsten. Maar hij kwam met dit alles in Engeland niet verder.

Fulton dacht zeker in Frankrijk meer ondersteuning en aanmoediging te zullen vinden. Hij trok in 1796 naar Parijs. Vandaar sloeg hij een blik op zijn vaderland. De handel van de Vereenigde Staten had vreeselijk te lijden van de oorlogen, die Europa teisterden. Engeland oefende een soort van schrikbewind uit over de zee, wijl het met zijne marine de koopvaarders aanhield en opbracht, die, van Amerika en elders gekomen, Frankrijk kwamen voorzien. Fulton zou zijn vaderland en de zee vrijmaken. Hij vond twee ontzettende werktuigen uit, het onderzeesch schip en de torpedo, en besloot zijne uitvindingen in Frankrijk bekend te maken om er Engeland mee te treffen.

In December 1797 vingen te Parijs op de Seine de eerste proefnemingen aan. Hij had bussen of doozen met kruit, en wist die onder water door te bewegen, te besturen en op een gegeven oogenblik te laten springen. Hiermee zou men groote oorlogsschepen kunnen vernielen. Maar deze proeven waren zeer kostbaar, en aan het eind van zijn geld, richtte Fulton zich tot het Directoire, in de hoop, dat de fransche Regeering hem helpen zou. Zijne plannen werden naar het Ministerie van Oorlog verzonden en aldaar door een commissie voor onuitvoerbaar en onpractisch verklaard. Fulton kon zich zulk een verblinding niet begrijpen. Hij vervaardigde nu een volkomen en fraai model van zijn onderzeesche boot, in de hoop, dat dit tastbaar overredingsmiddel iets meer zou uitwerken, doch drie jaren verdeed hij aan allerlei vergeefsche pogingen, om de aandacht der regeering op zijn werk te vestigen. Fulton wendde zich tot Holland, maar ook hier vond hij geen troost. Toch gaf hij den moed niet op. Om aan het noodige geld te komen, schilderde en vertoonde hij in Parijs een panorama. Het trok de aandacht en vulde zijn kas. Met dat geld zette hij zijne proeven voort, en toen hij met alles klaar was, wendde hij zich tot Bonaparte, die juist tot eersten Consul benoemd was. Op advies van de Volney, Monge en Laplace, stond de Regeering hem nu eenig geld toe, en met behulp hiervan bouwde hij een flinke boot, die in 1800 te Havre en te Rouaan zijn onderzeesche loopbaan begon. Gedurende den zomer van 1801 voer hij er mee naar Brest. Hij dook met zijn boot, zegt men, tachtig meters diep, bleef op deze diepte twintig minuten lang liggen en kwam op vrij grooten afstand van het punt van uitgang weer boven. Den 17den Augustus 1801 bleef hij langer dan 4 uren onder water en had hij, toen hij boven kwam, vijf mijlen afgelegd.

Te Brest nam hij ook nieuwe proeven met zijne torpedo's. In een koperen bus of doos deed hij honderd pond kruit, dat hij op een gegeven oogenblik kon laten ontploffen. Deze torpedo werd met een koord van dertig el bevestigd aan een boot en van daaruit in zee aangestoken. Het is geheel onze tegenwoordige torpedo-boot. Onder groote bijvalsbetuigingen van het samengestroomde volk deed Fulton een boot springen, die juist op de reede lag, maar te vergeefs trachtte hij eenige engelsche schepen te naderen, die op de kust kruisten, wat de groote ontevredenheid van den Eersten Consul opwekte.

Bonaparte werd verblind door de sleur; hij hechtte geen waarde aan Fulton's vinding en antwoordde zelfs niet meer op de verzoekschriften, die tot hem werden gericht.

Al dit strijden moe, zou Fulton weder naar Amerika gaan, toen de gewezen kanselier van den staat New-York, Livingstone, hem overhaalde te blijven om met hem het vraagstuk van de stoomvaart te onderzoeken. Fulton stemde toe en legde zich met zijn gewonen ijver op de zaak toe. Hij zag spoedig in, dat zijne voorgangers hunne werktuigen te licht hadden gemaakt en dat hierin de oorzaak gelegen was, ten gevolge waarvan zij niet waren geslaagd. Hij bracht dus verbetering aan in de tot dusver gebezigde machines, maakte een model met schepraderen, deed er proeven mee op een kleine rivier bij Plombières, maakte met behulp van Livingstone een grootere boot en deze stoomde den 9den Augustus 1803 de Seine op en neder, in tegenwoordigheid van eenige afgevaardigden van de Academie van Wetenschappen. Het scheepje liep met een snelheid van 1m 6 in de seconde tegen stroom op.

Deze inderdaad belangrijke zaak ging echter bijna onopgemerkt voorbij. Wat was Fulton's speelbootje op de Seine bij de overwinningen van Bonaparte? Ook de Eerste Consul zelf had niet veel verwachting van deze nieuwe plannen des Amerikaans en zag in hem niet anders dan een kwakzalver en gelukzoeker, wien het om geld te doen was. Hij hield trouwens niet van nieuwigheden van dien aard. 't Baatte niet of de maarschalk Marmont al ten gunste van Fulton pleitte. »'t Is niet te zeggen," zoo schreef deze, »wat er gebeurd zou zijn, wanneer Napoleon zich had laten inlichten en afstand had willen doen van zijne vooroordeelen. Frankrijk's goede geest klopte bij hem aan; maar de Eerste Consul bleef doof en zijn goed geluk ging heen."

Fulton vertrok en ging naar Amerika. In 1807 ondernam zijn boot, de Clermont, aldaar haar eerste reis. Dit vaartuig mat 150 ton, had een stoommachine van 18 paardenkracht en werd met raderen in beweging gebracht. De stoomboot onzer dagen was geboren.

Toen Fulton aan boord trad van zijn zonderling vaartuig, werd hij van alle kanten door de domme spotternijen eener kwalijk gezinde menigte omringd. Hij hoorde zelfs dreigende kreten oprijzen. Maar toen zijn vaartuig zich statig begon voort te bewegen en daarheen gleed, als door geheime krachten voortgestuwd, braken aan alle zijden luide kreten van opgetogenheid los, die den uitvinder de miskenning en smaad deden vergeten die hij ondervonden had. Enkelen, die Fulton ook nu nog met onbetamelijke spotternijen begroetten, eindigden met te zwijgen en het wonder met open mond aan te gapen.

Eenige dagen deed Fulton in de nieuwsbladen aankondigen, dat hij op de Hudson een geregelde stoomvaart in werking zou brengen tusschen New York en Albany. De Clermont legde dezen afstand (240 kilometers) in 32 uren af.

Geen enkel reiziger had hem durven vergezellen; maar voor de terugreis bood er zich een aan, Andrieux, een Franschman, die in die dagen te New-York verblijf hield. Aan boord gaande om den prijs van den overtocht te betalen, vond Andrieux er slechts één man, die in een hut zat te schrijven. Dit was niemand anders dan Fulton zelf.

--Gij gaat immers met uw boot naar New-York terug?

--Ten minste wij zullen 't beproeven.

--Kunt gij mij mede nemen?

--Wel zeker, als gij 't wagen wilt!

Daarop vroeg Andrieux wat de overtocht kostte en betaalde zes dollars.

Onbewegelijk en zwijgend, in gedachten verloren, bleef Fulton het geld aanstaren, dat de vreemdeling hem in de hand gelegd had, zoodat deze meende dat hij zich in het een of ander vergist had.

--'t Is immers accoord, niet waar?

Op deze woorden ontwaakte Fulton uit zijne droomerij, zag den heer Andrieux aan, en terwijl de tranen hem in de oogen stonden, zeide hij met bewogen stem:

--Vergeef me, ik dacht er aan hoe die zes dollars het eerste loon vertegenwoordigen, dat ik voor al mijn arbeid ontvangen heb. Ik zou, ging hij voort, de hand des vreemdelings drukkend, dit oogenblik plechtig willen vieren en een flesch wijn met u drinken, maar ik ben te arm om het u aan te bieden.

Zoo nam op dien gedenkwaardigen dag de eerste stoombootreiziger zijn plaats en kwam goed en wel met de eerste passagiersboot te New-York aan. Nu was de stoomvaart geboren. In 1814 bouwde Fulton voor het amerikaansche gouvernement een stoomfregat van 145 voet lengte; maar hij mocht het niet in de vaart zien komen. Van Trenton komende, de hoofdstad van New Jersey, werd hij op de Hudson van de koude bevangen, en den 24sten Februari 1815 blies hij, na zware koortsen, den laatsten adem uit. Hij was slechts 50 jaren oud. De leden van het congres van New-York namen gedurende dertig dagen den rouw aan.

Het nimmer rustend vernuft had geen vrede met de schepraderen, waarmee de stoomboot, als met houten zwempoten, zich voortbewoog. Dallery vatte het denkbeeld op om een schroef te bezigen en maakte een schroefboot. Van alle zijden teruggewezen, begaf hij zich eens aan boord en sloeg in een verdrietige bui alles kort en klein. Hij had er genoeg van, en wierp zijne paarlen niet voor de zwijnen. Een ander man, Sauvage genaamd, raapte in 1843 het weggeworpen denkbeeld op en wijdde de twintig beste jaren van zijn leven er aan toe. Wat zouden de menschen anders doen dan ongeloovig het hoofd schudden over dezelfde schroef, die thans in alle richtingen zich heenwringt door alle zeeën? Geruïneerd, oud en zwak, verloor hij zijn verstand. Had de wereld zijn stelsel willen begrijpen en toepassen, de arme Sauvage ware tevreden geweest en gelukkig. Nu verteerde hem zijn idee-fixe. In het gesticht van de straat Picpus te Parijs kon men hem zien, met zijn viool en zijn vogels. Bij het klinken der tonen kwam er leven in zijn gelaat, dreven de wolken der zwaarmoedigheid hem van het voorhoofd, geleek hij nog eens de bezielde vinder, die het lied des uitvinders op de snaren zet. Het is een lied van vooruitgang en leven, het lied eener nieuwe wereld; maar als het uit is vindt de droomer zich in het gekkenhuis, waarheen de wereld hem verbant.

De scheepsschroef schijnt vele uitvinders te hebben gehad, althans velen hebben over dit voorwerp en zijne toepassing nagedacht. Zoo staan te Triëst en te Weenen de standbeelden van Joseph Ressel, die de schroefboot reeds in 1797 zou hebben uitgevonden, en Amerika kent de eer der uitvinding toe aan den schout bij nacht Stevens. Doch de man, die de eerste schroefboot heeft doen loopen en haar ingevoerd heeft, is John Ericsson. Dit zeldzaam genie werd geboren in het jaar 1803, in een mijnwerkershut te Langbanrhythan in Zweden. Als knaap reeds onderscheidde Ericsson zich door zijne bizondere gaven als werktuigkundige. Met de eenvoudigste hulpmiddelen maakte hij allerlei machines. Op twaalfjarigen leeftijd werd hij opgenomen onder de leerlingen, die voor werktuigkundigen werden opgeleid, en toen hij den leeftijd van zestien jaren had bereikt, kreeg hij het beheer over een sectie van zeker kanaal, dat toen gegraven werd.

Zes honderd man (uit het leger), die in deze sectie werkzaam waren, kwamen dagelijks bij dit kind, om te vernemen wat hun taak zou zijn en hij, Ericsson, had onder zijn onderhoorigen een persoon, die niets anders te doen had, dan hem met een tabouret te volgen, waar de jeugdige knaap op ging staan om zich tot de hoogte van zijn waterpasinstrumenten te kunnen opheffen.

Men zal een denkbeeld krijgen van de wijze, hoe hij zich bezig hield, wanneer men nagaat, dat hij op zijn vijftiende jaar een verzameling teekeningen had, die hij in zijn vrijen tijd vervaardigde en die de voornaamste punten voorstelden van het bijna vijfhonderd kilometer lange kanaal, en een overzicht gaven van alle werktuigen en gereedschappen, die bij het graven in gebruik waren. Bij verschillende belangrijke werken, handelende over dit kanaal, dat een verbinding vormt van de Oostzee met de Noordzee, dwars door Zweden heen, is gebruik gemaakt van de teekeningen door Ericsson vervaardigd op een leeftijd, wanneer een andere knaap met bal of hoepel speelt.

Deze vroege ontwikkeling was volstrekt niet het gevolg van een of anderen dwang; het was de gansch natuurlijke ontwikkeling van een geest, die als bij instinct de beginselen der werktuigkunde begrijpt en in zich opneemt, zooals bij Raphael met de kleuren en bij Beethoven met de muziek het geval was. Als bewijs welk een buitengewonen aanleg Ericsson had, moge dienen, dat toen men hem eenigen tijd daarna aan een examen in meetkunde onderwierp, hij blijken gaf de beginselen dezer wetenschap zoo volkomen goed te begrijpen, dat hij de bewijzen der verschillende stellingen wist te geven, zonder daarvan ooit iets in leerboeken te hebben gezien.

Het is in deze instinctieve bekwaamheid van zijn geest, dat men niet alleen het geheim vindt van den buitengewonen voorspoed, dien hij gedurende zijn zestigjarigen ingenieursloopbaan bij al zijn werken ondervond, maar ook de verklaring hoe het mogelijk was, dat hij gedurende zijn leven met zooveel moeilijkheden te kampen had. Door zijn schranderheid kon hij zijn gevolgtrekkingen langs veel korter weg maken dan anderen en zijn geduld werd niet weinig op de proef gesteld, wanneer hij gedwongen werd de volgens hem zeer omslachtige bewijsvoeringen zijner ambtgenooten te volgen.