De martelaars der wetenschap

Part 13

Chapter 133,824 wordsPublic domain

Reeds vroeg hield hij zich met de weverij bezig en zocht hij deze te vereenvoudigen. Zijn vader was een handwerksman, die laken en andere stoffen met goud, zijde enz. doorstikte. Deze echter kwam spoedig te sterven en daar zijn moeder reeds vroeger overleden was, kwam hij geheel op zich zelven te staan en in het bezit van een kleine erfenis. Hij huwde met de dochter van een wapensmid, Boichon. Zijn bruid zou hem, volgens de verzekering van den smid, een aardige huwelijksgift meebrengen. Zij deed het, niet in dien vorm, waarin men dat gewoonlijk verstaat, want geld heeft Jacquard van zijn schoonvader nooit gezien; maar hij vond een lieve vrouw, vol toewijding, vol moed, vol liefde ook in dagen van beproeving; zij geloofde in hem en bleef in dit geloof hem getrouw en hield zijn moed staande.

Jacquard richtte nu een atelier van gemaakte kleederen op, maar ook hem ontbrak de praktische geest van den handelaar. Hij slaagde niet, stak zich in schulden, verviel tot armoede en kwam bij een kalkfabrikant in dienst. Terwijl hij de brandstoffen in den oven wierp, maakte zijn vrouw te Lyon stroohoeden op.

Nog zwaarder dagen zouden aanbreken. Het jaar 1793 was daar; het schrikbewind was in vollen gang: de Girondijnen worden naar het schavot gesleept. Lyon verzet zich en Jacquard verzet zich mede. Aanhanger van de Republiek; maar tegenstander van het Schrikbewind neemt hij als eenvoudig soldaat deel aan de heldhaftige worsteling, die de inwoners van Lyon ondernemen tegen de Conventie. Lyon wordt verwonnen. De guillotine troont op de Place der Terreurs. Al wie meegedaan heeft wordt vervolgd en veroordeeld. Jacquard moet zich verbergen, te gelijk met zijn zeventienjarigen zoon. Vervolgens vluchten zij en nemen dienst bij het leger van den Rijn. Jacquard strijdt dapper voor zijn vaderland, maar koopt de zege duur, want zijn zoon sneuvelt, en sterft in zijne armen.

De ongelukkige vader wordt krank, kwijnt weg in het hospitaal, keert naar Lyon terug en vindt zijn huis verbrand. Daar mag hij zich nu weder vestigen met zijn vrouw, die hij slechts met moeite heeft weten op te sporen. De rust keert weder en met de rust de nijverheid en de welvaart.

Reeds lang had hij gezonnen op een middel om het een of ander werktuig in de plaats te stellen van de arbeidster of het kind, dat bij de zijdeweverij de zoogenaamde lac's aantrok (een soort van snoeren bij de weverij in gebruik). Hij dacht een samenstel uit van pennen en haken, waarmee hij den moeielijken arbeid der »tireuse de lacs" overbodig maakte en een bezuiniging van 50 pCt. in de zijdeweverij te weeg bracht. Op de tentoonstelling van voortbrengselen van Nationale Nijverheid in het jaar 1801 trok de nieuwe machinerie van Jacquard zeer de aandacht en won zij een bronzen medaille. Een andere vinding van Jacquard, een werktuig om vischnetten te knoopen, werd met goud bekroond.

Ware Jacquard bij de hand geweest, hij had fortuin gemaakt; maar hij behoorde tot hen, die anderen de vruchten laten plukken, terwijl zij zelven zich aan hun uitvinding wijden om die te volmaken. In 1802 werd hij naar het Conservatoire des Arts et des Métiers te Parijs geroepen, waar hij zich vestigde en twee jaren doorbracht, werktuigen en modellen van werktuigen samenstellend en verbeterend. Nergens kon hij beter geplaatst zijn. Hier vervaardigt hij zijne machines om fluweel-lint te weven en zijne spoelen voor de bewerking van het katoen. Voorts herstelde hij het beroemde weefgetouw van Vaucanson, dien ongeëvenaarden werktuigkundige, die zijne tijdgenooten versteld deed staan van zijne onnavolgbare automaten.

Naar Lyon teruggekeerd (1804), vond hij aldaar een eerlijk en welgezind kapitalist, Camille Pernon, en eindelijk zal dan zijn kunstig weefgetouw in het werkelijke leven der fabriekwereld optreden. De kamer van koophandel en het stedelijk bestuur bemoeien zich met de zaak; eene commissie, bestaande uit de knapste handelaren, onderzoekt zijne toestellen en legt daarvan de gunstigste getuigenissen af en weldra wordt het stedelijk bestuur van Lyon gemachtigd Jacquard het privilegie van zijn weefgetouw af te koopen voor een lijfrente van 3000 francs. Zoo werd zijn brevet algemeen eigendom. De uitvinder ruilde een uitvinding, die hem vijftien jaren arbeidens en niet weinig ontbering en ellende gekost had, voor een eenvoudig stuk dagelijksch brood. Hij vroeg het gouvernement ook nog een premie van vijftig francs voor elk getouw, dat volgens zijn vinding zou worden opgericht.

»Dat is er een, die zich niet spoedig tevreden laat stellen!" riep Napoleon, toen hij het brevet teekende. (De Keizer zelf liet zich ook zoo spoedig tevreden stellen!)

Nieuwe beproevingen wachtten hem nu. De invoering van zijn weefmachine verwekte een niet geringe opschudding onder de arbeidende klasse. Alom vertelde men dat het nieuwe toestel den handenarbeid onnoodig maakte en dat het volk er door tot den bedelstaf zou worden gebracht. Hij werd met bedreigingen achtervolgd. Hij heette een verrader, die den armen handwerksman aan de willekeur van den rijken fabrikant prijsgaf. Dat was dan het loon voor zijn waken en zoeken, zijne tranen en zijne zelfverloochening! Allengs steeg de haat al hooger en hooger, als een opkomende vloed, die hem dreigde mee te sleepen. Jacquard was niet meer veilig op straat; men beleedigde hem in het openbaar. Eens zelfs werd hij door den verwoeden volkshoop naar de Rhône gedrongen.

»Te water, te water met hem!" riepen de woestelingen.

Zonder de tusschenkomst van een paar moedige mannen zouden zij hem in de rivier hebben geworpen.

Een ander zou gevlucht zijn en den zegen van zijn uitvinding naar elders hebben overgebracht--hij bleef. Hij wist den haat en den tegenstand het hoofd te bieden, wachtende op het uur zijner rechtvaardiging. Hij wist dat zijne machines overvloed en welvaart stichten, dat zij den arbeid vermeerderen en tegelijk de lichamelijke vermoeienis verminderen zouden. Eens zou men hem de welverdiende hulde niet onthouden!--Welnu, hij bedroog zich niet.

Het weefgetouw à la Jacquard heeft een hervorming in de zijdeweverij teweeg gebracht en de stad Lyon groot gemaakt. En niet alleen Lyon mag hem dankbaar zijn, maar Rouaan, Manchester, Berlijn, Moscou, Petersburg, Amerika, Indië, China hebben zijn uitvinding tot hun nut weten aan te wenden.

Na zich aller achting verworven te hebben, trok de groote uitvinder zich naar de omstreken van Lyon terug en bebouwde daar zijn tuin. Daar kwam menig vreemdeling hem zien en mocht er zijne medailles en zijn Croix d'honneur bewonderen. Hij stierf, van allen geëerd, op den 7den Augustus 1834, twee-en-tachtig jaren oud. Wat had hij niet doorgestaan!

De uitvinder van de linnenspinnerij was niet gelukkiger.

Philippe de Girard werd te Lourmarin (Vaucluse) geboren, op den 1sten Februari 1775. Hij was een dier groote geesten, die met alle talenten begiftigd zijn en bij alles een wonderbare vindingskracht ten toon spreiden. Van zijn prilste jeugd af maakte de toekomstige uitvinder, evenals Newton, kleine werktuigen, vooral radertjes, die hij door middel van een stroomende beek in beweging bracht. Op veertienjarigen leeftijd dacht hij een aardig werktuig uit, waarbij hij zich den golfslag als beweegkracht ten nutte maakte. Voor alle wetenschappen en alle kunsten bezat hij een wonderlijke geschiktheid. Met hetzelfde gemak beoefende hij werktuig- en plantenkunde, schilder-, beeldhouw- en dichtkunst.

De stormen der omwenteling ontrukten Philippe de Girard aan het vredige leven in het ouderlijke huis. Na de wapens te hebben gevoerd tegen de omwentelingsmannen van het Zuiden, moest hij met zijne familie Frankrijk verlaten, en om zich en de zijnen in het leven te houden, schildert hij te Mahon, op het eiland Minorca, en maakt hij zeep te Livorno. Ondertusschen deed hij zich reeds door eenige uitvindingen kennen.

Naar zijn haardstede teruggekeerd, richt hij te Marseille een fabriek op van chemische produkten. Maar ten gevolge van de staatkundige troebelen des tijds (1795) moet hij wederom het land verlaten. Nu verkrijgt hij te Nice een leerstoel voor chemie en natuurlijke geschiedenis, welke vakken hij, na 18 Brumaire, ook te Marseille onderwijst.

Eens in Frankrijk zijnde, komt hij ook weder te Parijs. Aldaar bleek al spoedig, op de tentoonstelling van 1806, wat het vernuft van Girard vermocht. Hij stelde er een nieuwen kijker ten toon, en ijzeren platen, die door een gansch nieuwe wijze van bewerking geschilderd en vernist waren. Ook zag men er de bekende hydrostatische lampen, die te dier tijde een ware omwenteling brachten in de kunst van verlichten. Eenigen tijd later ontving Girard van de Maatschappij van Aanmoediging een groote gouden medaille voor een merkwaardige stoommachine.

In 1810 wilde Napoleon de engelsche katoenfabrikage den laatsten slag toebrengen. Nadat hij alle havens van Europa voor haar had doen sluiten, vaardigde hij een besluit uit, dat den 12den Mei in de Moniteur verscheen en waarbij een millioen francs werd toegezegd aan den uitvinder, tot welke natie ook behoorende, die het beste werktuig zou vervaardigen tot het spinnen van linnen garens.

Eenige dagen na de uitvaardiging van dit Besluit was Philippe Girard, toen vijf-en-dertig jaren oud, bij zijn vader te Lourmarin. Bij het ontbijt werd het nieuwsblad binnengebracht, waarin deze oproeping voorkwam. De oude Girard reikte het blad aan zijn zoon over met de woorden: »Philippe, dat is iets voor u!" Na het ontbijt ging Philippe alleen uit, vastbesloten het vraagstuk op te lossen. Nimmer had hij zich bezig gehouden met de zaak, waarop het Besluit doelde. Hij vraagde zich dus af, of hij zich niet eerst in kennis zou stellen met alles, wat in deze beproefd was; maar al spoedig begreep hij dat het groote aanbod niet zou zijn gedaan, wanneer men ooit tot een gelukkige oplossing gekomen was. Voorts wilde hij ook liever niets van den toenmaligen stand der zaak weten, ten einde met te meer onafhankelijkheid zijn eigen weg te gaan en den ouden sleur te ontwijken. Hij nam dus vlas, garen, water en een vergrootglas, en beurt om beurt het vlas en het garen aanziende, dacht hij: »Met het een moet ik het ander vervaardigen!" Na het vlas met het glas te hebben beschouwd en het in water te hebben geweekt, zoodat hij de vezels kon afscheiden, vormde hij met de vingers een bijzonder fijnen draad. Wanneer hij nu maar een machine had, die hetzelfde kon wat hij met de vingers deed, dan was hij er. De kiem der uitvinding was in zijn gedachte opengesprongen en hij kon tot zijn vader zeggen: »Het millioen is mijn!"

Twee maanden later kon hij een eerste brevet op zijn uitvinding nemen. Zij is sedert niet wezenlijk veranderd en daaruit mag haar degelijkheid blijken. Van het millioen echter zag hij niets. De regeering scheen berouw te hebben, dat zij zulk een som had uitgeloofd voor een zaak, die zoo spoedig gevonden was. Men eischte nu, onder andere meer zonderlinge voorwaarden, dat het garen 400,000 meters zou meten in een kilogram en dat dit wonder zou verkregen worden tegen een vijfde van de kosten van het met de hand gesponnen garen. Philippe de Girard kwam hiertegen op, maar het Keizerrijk viel en toen de dag kwam, waarop de belooning zou worden uitgereikt, zei Thiers: Wat er was, het millioen was er niet meer.

Toch ging de Girard voort zijn vernuft aan Frankrijk's heil te wijden. Toen de verbonden Mogendheden in 1831 zich gereed maakten Frankrijk binnen te rukken, vond hij een soort van stoomwapen uit. De proeven, welke onder toezicht van verscheidene officieren met dit wapen genomen werden, gelukten volkomen. Het geleek eenigszins op de latere mitrailleuses, loste 180 schoten in de minuut en doorboorde op honderd passen een plank van 4 centimeters dikte. De moordtuigen zouden vervaardigd worden en het noodige geld werd er voor aangewezen, maar hoe snel ook de uitvinding gedaan en in praktijk gebracht was, nog sneller was de loop der gebeurtenissen, die haar overbodig maakten.

De machinale linnenspinnerij en al de andere proeven, die Girard had genomen, kostten hem zijn gansche fortuin, alsmede dat zijner broeders, die zich bij hem aansloten. 't Is bijna ongelooflijk en toch is het waar, dat deze nuttige man, deze glorie en trots van Frankrijk, op zijn werkplaats, te midden van zijn arbeid, gevangen genomen werd wegens schulden, die hij in het belang van zijn uitvindingen gemaakt had. Men sloot hem op. Toen nam de Girard de aanbiedingen aan, die hem van wege Oostenrijk werden gedaan, om aldaar een spinfabriek op te richten. Hij vertrok, met een verscheurd gemoed, de helft zijner werktuigen meenemende, terwijl zijne broeders met de andere helft hun geluk in het ondankbare vaderland nog eens zouden beproeven. Zij slaagden niet. Het gouvernement wilde hun geen geld toestaan en de fabriek stond stil en werd een bouwval. Maar ook Philippe slaagde niet naar wensch. Toch bracht hij zijn werktuigen tot steeds grooter volkomenheid, onder anderen door de toevoeging van een kammachine, waarin hij later nog verbetering zou aanbrengen. Ook aan de stoomvaart wijdde hij zich. Van Pesth naar Weenen liet hij een schip den Donau opvaren, dat met stoom gedreven werd. Hij was de eerste die ter voorkoming van geweldige ontploffingen, den stoom zich ontwikkelen liet in dunne buizen.

Vervolgens werd de Girard door den Keizer aller Russen naar Warschau geroepen, om aldaar een groote spinnerij tot stand te brengen. Hij was er bovendien ingenieur der mijnen en werd er zoo populair, dat het stadje, hetwelk langzamerhand rondom zijn fabriek aangroeide, Girardow genoemd werd. Nog vond hij uit een toestel, om het sap uit de beetwortels te trekken en dit te doen verdampen, en een nieuw watermolenrad, dat door watervallen in beweging kon worden gebracht. Hij bracht verbetering aan in de wijze, waarop men zink uit erts bereidt, plaatste op den gevel van de Bank te Warschau een zichzelf registreerenden thermometer en op het observatorium te dier stede een zichzelf registreerende meteorograaf. Hij vond een werktuig uit om het houtwerk voor geweren te vervaardigen, een ander om bolvormige voorwerpen met mathematische juistheid te draaien, een stelsel van luchtverwarming in de hoogovens, stoommachines zonder balans, schroefraderen, een machine om werk te ontwarren, te spinnen, een zichzelf registreerenden dynamometer, werktuigen om steenen te bakken, een ander om ijzerdraad te trekken.

In 1844 kwam de Girard, nog altijd arm, naar Frankrijk terug. Vier jaren vroeger had hij een vlugschrift geschreven, waarin hij op krachtige wijze zijne rechten handhaafde: »Memorie aan den Koning, aan de Ministers en aan de Kamer omtrent den eersten rang, aan Frankrijk toekomende, waar het de uitvinding geldt van de spinmachines voor linnen garens. Ik kom, zoo zeide hij, èn voor mijn vaderland èn voor mijzelven de eer dezer uitvinding eischen, ter wille van welke, op Frankrijk na, geheel Europa mij hulde heeft gebracht."

Bij gelegenheid van de Tentoonstelling van Nijverheid te Parijs, in 1844, werd de Girard's kammachine niet weinig bewonderd; maar hij was toen een grijsaard van 69 jaren en leefde van een pensioen, dat de Keizer van Rusland hem had gegund en van een paar duizend francs, die een Vereeniging hem bij wijze van een aalmoes had toegestaan. Hij stierf in 1845. Dat zijne vrienden nimmer het kruis van het Legioen van Eer voor hem hebben kunnen krijgen, is wel een bewijs hoe laag de man geschat werd, die zijn vaderland zulke groote diensten bewezen had. In 1849 werd de Girard's recht op de uitvinding plechtig afgekondigd en in 1853 stemde het Corps Legislatif voor een nationale belooning, die aan des uitvinders erven zou worden geschonken. O, spot van het lot! Zijn broeder Frédéric was dood, zijn broeder Joseph was in de negentig en stierf het volgende jaar.

Onder de mannen, die zich verdienstelijk hebben gemaakt met het spinnen, kammen en weven van katoen, behoort ook Josua Heilman. In tegenstelling met bijna alle uitvinders bezat hij een aanzienlijk vermogen; maar dit belette den genius der vinding niet hem aan te grijpen. Te midden van de fabrieken van den Elzas wonende, vernam hij dat de eerste fabrikanten van den omtrek een som van vijfduizend francs boden voor een nieuwe machine om het katoen te kammen. De toenmalige kammachine was ongeschikt tot het dooreenwerken van katoen en wol, en deed bovendien veel verloren gaan. Heilman nam het besluit mee te dingen. Hij was toen geen eerstbeginnende, want hij had het opzicht gehad over een fabriek van machinerieën. Hij had een borduurmachine uitgevonden, waarin twintig naalden te gelijk in werking waren; zoo ook een verbeterd weefgetouw, een machine om stoffen te meten en te vouwen, een ander om den spoel op te winden, en weder een ander, waarmee hij twee stukken fluweel te gelijk weefde. Maar de vraag, die hem nu werd voorgelegd, was vrij wat moeielijker op te lossen. Hij besteedde verscheidene jaren aan het bestudeeren van dit vraagstuk. Hij had het er op gezet zijn doel te bereiken en dat te meer, naarmate het verder verwijderd scheen. Hij moest kostbare proeven nemen, werktuigen laten maken en zijne proefnemingen telkens veranderen en herhalen. Dit kostte hem zoo veel, dat zijn gansche fortuin en de bruidschat zijner vrouw er mee heengingen. Toen moest hij geld leenen, om in het leven te blijven, en toen hij zijn vrouw verloren had, besloot hij naar Engeland te gaan en daar een betrekking te zoeken, die voor hem en zijne beide dochters een bestaan kon opleveren. Heilman toog nu naar Manchester. Maar de gedachte aan zijn kammachine volgde hem op den voet en liet hem niet met rust. Hij vervaardigde er een voor een engelsch fabrikant, maar deze voldeed niet aan de verwachtingen. Naar Frankrijk teruggekeerd, om er zijne dochters te bezoeken, zat hij op een avond weder te peinzen en keek hij onwillekeurig, doch zeer aandachtig, naar zijne kinderen, waarvan het eene bezig was het ander de schoone, lange haren te kammen en op te maken. »Kon ik," dacht hij op eens, »kon ik met een werktuig de eigenaardige bewegingen van die hand namaken, die eerst de lange haren naar zich toe haalt en met een tegenovergestelde beweging de korte haren wegwerkt, dan was ik geholpen." Josua Heilman hervatte zijn arbeid, en na zeven jaren zoekens mocht hij eindelijk zijn schijnbaar zoo eenvoudig, maar in waarheid zoo samengesteld kamwerktuig gereed zien. Nog eenigen tijd had hij noodig om zijn uitvinding te voltooien, doch daarna had het dan ook een graad van volkomenheid bereikt, hooger dan welke men het zeker niet brengen zal. Men moet dit wonderbare werktuig zien werken, om het naar waarde te schatten. Het heeft in zijn greep en in zijn gansche beweging iets, dat aan de menschenhand doet denken. Nu was Heilman's fortuin gemaakt. Van alle kanten kwamen aanbiedingen, om hem zijn privilegie af te koopen. Maar hij genoot weinig van die weelde. Hij had zijn fortuin gegeven, doch toen het wederkwam stond hij op het punt van scheiden en ging hij de eeuwige rust in.

HOOFDSTUK IX.

STOOMBOOTEN, SPOORWAGENS, TELEGRAFEN.

De stoommachine, zegt Robert Stephenson, is niet de uitvinding van een enkel man, maar van een gansche reeks van werktuigkundigen. Van den eolipylus van Heron van Alexandrië tot de geweldige krukken, die booten en locomotieven in beweging zetten, hebben duizend handen het ijzer gesmeed, duizend hoofden zich peinzend gebogen, om die geleidelijke verbeteringen aan te brengen, die het verst verwijderd begin verbinden aan het tegenwoordige. Wat al kundige mannen zijn Watt en Stephenson voorafgegaan, wat al arbeiders hebben den weg gebaand voor de groote machinebouwers van onzen tijd!

Ook de stoom heeft martelaren gemaakt, en een der eersten en grootsten is Denis Papin, voor wien thans te Blois een standbeeld is opgericht. Hij werd daar op 22 Augustus 1647 geboren. Hij werd opgeleid voor geneesheer, maar toonde spoedig een zeer stellige voorliefde voor de exacte wetenschappen en vooral voor toegepaste mechanica. Onze Huygens werd zijn beschermer en stelde hem in staat zich geheel aan zijne geliefkoosde studiën te wijden. Papin stond den geleerden natuur- en sterrekundige bij zijne onderzoekingen ter zijde en deed zich spoedig kennen door de ongemeene schranderheid, waarmede hij, in eenige onderdeelen, de luchtpomp verbeterde, die Maagdenburg's burgemeester, Otto von Guericke, had uitgevonden. Hij schreef ook een verhandeling over het »ledig", die de aandacht niet ontging van de door Colbert opgerichte Academie van Wetenschappen.

Het scheen dat een schoone toekomst zich voor den vernuftigen jongen man opende. Door de geleerden werd hij hoog geschat, door ieder werd hij met welwillendheid ontvangen. Doch in weerwil van dit alles verliet hij Parijs en trok op een goeden dag naar Londen, zonder dat iemand begreep waartoe dat plotselinge vertrek diende.

Denis Papin kwam te Londen in de eerste dagen van het jaar 1676. Hij liet zich aandienen bij Robert Boyle, den stichter van de Koninklijke Maatschappij van Londen. Deze groote geleerde werkte, verre van het stadsgewoel, op één zijner landgoederen, waar hij al de vermaarde mannen noodigde, die zich met hem aan de wetenschap wijdden. Hij liet den jongen franschen natuurkundige in zijn laboratorium toe en gedurende drie jaren hebben deze beide mannen samen gewerkt en een aantal onderzoekingen gedaan met betrekking tot den stoom. Langs dezen weg werd Papin op het denkbeeld gebracht van de zoogenaamde Papiniaansche pot (± 1681). Aan dit werktuig werd voor het eerst de veiligheidsklep aangebracht, die sedert een der voornaamste bestanddeelen van de stoommachine gebleven is.

Denis Papin moet een wispelturig karakter gehad hebben en een onwederstaanbare neiging tot een zwervend leven; want nauwelijks was hij bekend en beroemd geworden in Engeland of hij aanvaardde een betrekking aan de nieuwe Academie te Venetië. Zijne uiterlijke welvaart hield hier geen gelijken tred met zijn stijgenden roem. Integendeel, van armoede moest hij naar Engeland terugkeeren, na een paar jaren in Venetië te hebben doorgebracht.

Gedurende zijn tweede verblijf in Engeland dacht hij een werktuig uit, dat hem later verder zou brengen en hem leiden zou tot het bezigen van stoom als beweegkracht. In het eerst zocht hij als zoodanig samengeperste lucht te gebruiken en in 1687 bood hij de Koninklijke Maatschappij van Londen het model aan van een werktuig, waarop de kracht van een waterstroom als beweegkracht kon worden toegepast. Het werktuig bestond uit twee groote pompcylinders, wier zuigers door den val van het water in beweging gebracht werden en een luchtledig vormden in de buis. Aan de stang, die aan den zuiger verbonden was, werd een koord bevestigd en dit koord bracht een vrij aanzienlijke kracht over, wanneer de zuiger door den luchtdruk met geweld naar binnen werd gedreven. Dit werktuig was in den grond geen ander dan dat, waarmee indertijd te Saint Germain de luchtdrukspoorwagen in beweging gebracht werd. Papin's nieuwe machine werkte gebrekkelijk en voldeed geenszins aan de verwachting. Teleurgesteld wendde hij den blik naar Frankrijk heen. Maar een onoverkomelijk bezwaar stond hem in den weg. Hij was protestant. Men kon zijne gevoelens verbergen, zijn geloof afzweren, maar hiertoe was hij niet te brengen, hoe zeer hij er toe werd aangezocht. Zoo veroordeelde hij zich zelven tot levenslange ballingschap.

Door den Keurvorst van Hessen werd hem nu een professoraat in de mathesis te Marburg aangeboden. Hij nam dit aanbod aan en trok naar Duitschland. Aldaar zette hij zijne geliefkoosde proefnemingen voort. Hij zocht zijn ledig nu te verkrijgen door kruit te laten ontploffen; doch spoedig zag hij in, dat aan dit middel te vele bezwaren verbonden waren. Toen was het, dat hij op het goede en groote denkbeeld kwam om het ledig in zijn pijp te weeg te brengen door middel van stoom.