De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school.
Part 10
--"En nu zou ik graag nog even tot u terugkeeren. Mag ik weten welke plannen u voor de toekomst uitbroedt?"
TOEKOMSTPLANNEN.
--"Jawel, plannen heb ik, maar ik zal daaraan eerst werken als ze heelemaal rijp zijn. Zoo heb ik 'n uitgewerkt plan voor 'n roman, vollédig, hoofdstuk voor hoofdstuk--heel uitgebreid--en dat ligt er nu al van '97 af. En dan nog 'n ontwerp dat ik geschreven heb in 1901 of 1902. Maar--ik doe er nog niets aan ... ik wacht nog wat, en misschien komt 't pas binnen 'n jaar of tien aan de beurt. Juist omdat ik nog ander werk moet verrichten, spijt 't me zoo, dat 'n menschenleven eigenlijk veel te kort is,... want ge begrijpt, als ik lessen moet geven aan d' hoogeschool kan ik geen omvangrijk literair werk ondernemen."
Ik ben er van overtuigd, dat op 't punt van literatuur, de magen van de menschen tegenwoordig bedorven zijn. De lezers zijn te veel gewend aan gepeperde lekkernijen die op de sensatie werken; zoodat ook van mijn bedoelingen veel verloren zal gaan ... maar--dat is mijn schuld niet. Die menschen kunnen ook in Flaubert niet voelen wat er eigenlijk in gelegd is, en dat is een troost.... Misschien is 't mijn schuld, maar ik vind dat mijn standpunt goed is, en dat de menschen ongelijk hebben. Van mijn "Wandelende Jood" kan ik dat heel rustig zeggen, want met de eenige reserve dat de stijl in 't begin mij niet volkomen bevalt, heb ik 't werk niet uit mijn handen laten gaan voordat 't ongeveer alles gaf wat ik op dezen oogenblik te geven heb, en geven kàn. 'n Ander zou 't misschien schooner en grootscher kunnen doen, ik op mijn leeftijd, met mijn krachten kan 't niet beter ... ik ben er heel tevreden mee, want ik heb niets verzuimd om mijn werk zoo goed te maken als ik kan. En dat is 'n groot geluk, want 't boek is, om zoo te zeggen: de som van heel mijn jeugd....
Neen, nu kent ge hem nog niet. Maar blijf een oogenblik onder den indruk van zijn rustigen spreektrant, en zie 'm dan zitten in zijn stijlvol studeervertrek, waar 't heldere zonnelicht en de zoete woudgeur zich nestelen in de kleinste hoekjes. Alles heeft er zijn vaste plaats en hij zou er boeken en papieren met gesloten oogen kunnen vinden. En bekijk dan eens zijn bijna steenroode gelaat, zijn borstelige haren, zijn machtigen neus, zijn afgebeten knevel, zijn schitterende oogen waarin Oostersche tinten gloeien.
Als-ie 'n oogenblik vergeet dat er iemand bij 'm is, zijn z'n gebaren driftig als vlammen.
Voorwaar! deze man die klaagt dat het leven zoo kort is, maar die tien jaar met 'n plan rondloopt liever dan een onrijp boek te geven ... deze stille Vlaming heeft zich zelf verwonnen en diep beseft wat is 't nuttelooze van een wankelend gebaar.
Zijn kunst zal ons geslacht overleven!
ILLUSTRATIES.
ILLUSTRATIES.
Lodewijk van Deyssel Willem Kloos (Ets van W. Witsen) idem Albert Verwey (jeugdportret) idem Frederik van Eeden (jeugdportret) idem (portret uit Walden-tijd) Frans Netscher Marcellus Emants (jeugdportret) idem Aug. Vermeylen (jeugdportret) idem
INHOUD.
HISTORIE VAN DIT BOEKJE.
I. LODEWIJK VAN DEYSSEL: Eerste indruk. Van Deyssel's debuut. "Een liefde." Impressionisme. De "onvoegzaamheden" in "Een liefde." L'art pour l'art. Van Deyssel gezellig. De "oude" van Deyssel. Schrijver en publiek. Eerst moet zijn werk hem genot schenken. De "grenzen" van letter- en schilderkunst. De socialistische dichters. Zekere "schetsen"-schrijvers. Tendenz-kunst. Hoe hij werkt.
II. WILLEM KLOOS: "Dank u meneer, verder niet." Herinnering aan Jacques Perk. Het Nieuwe. De uitgave van "Mathilde." Waar een mensch niet bij kan. De oprichting van "De Nieuwe Gids." Medewerkers. Het woord een levend wezen. De groep valt uiteen. Huwelijk. Er is maar één goede richting. Kunstenaar en referent. Onze hedendaagsche literatuur. Neerdrukkende kunst. Kunstenaar en Maatschappij. Vergeten kunstenaars. Om literatuur te begrijpen. Het publiek en de boeken. "Men" oordeelt niet artistiek.
III. ALBERT VERWEY: Schrijven uit liefhebberij. "Een jaar of wat uit mijn jeugd." Dr. Doorenbos. De strooming van 1890. Doel van het "Tweemaandelijksch Tijdschrift." Oprichting van "De Beweging." Het innerlijke: Gelijk streven op allerlei gebied. De geschiedenis van zijn werk. Geestelijke kunst. De onzegbaarheid. Wij gaan naar het religieuse. Dichter en Maatschappij. Proza en Verzen. Hij behoeft niet altijd iets te "vertellen." "Nacht in het Alhambra." Maatschappij en Dichter. Stijl. De tijd van de stijlgeving. De Kunstenaar "als zoodanig" en zijn periode. Wat niet gezegd kan worden.
IV. FREDERIK VAN EEDEN: Hoe van Eeden de Nieuwe-Gidsrichting begrijpt. Literair dichterschap en maatschappelijk dichterschap. De invloed van Kloos maakte de nieuwe richting individualistisch. Nietzsche en Multatuli. Tendenz-kunst dan? Zij vergeten hun meester Shelley. Algemeen menschelijk streven en taalvermogen. Het kenmerk van verkeerde tendenz-literatuur. Toen de oogen hem opengingen. Dramatisch werk. Kunstenaar en "de Massa." De waarde van prestige. De menschen moeten geleid worden. Zonder verbittering!. Van Eeden en "De Nieuwe Tijd." Persoonliikheid. Zij zoeken de groote persoonlijkheid. Het nieuwe luchtschip.
V. FRANS NETSCHER: Letterkundig leven in den Haag. Hoe Netscher tot Zola kwam. Eerste werk. Karakter van het eerste werk. Succes van het naturalisme. Hoe de "woordkunst" ontvangen werd. Justus van Maurik. Van Eeden en "Het servetje." Auteursverdriet. Netscher te Parijs. Theorethische studie; haar nut. De roman "Egoïsme." De Hollandsche Revue. Netscher over onze literatuur. De artist en "het openbare leven." Netscher in de politiek. Toekomstplannen.
VI. MARCELLUS EMANTS: Emants' veelzijdigheid. Emants als student. De bergen. Kunstenaar en Maatschappelijk leven. Hoe de dingen hem treffen. Waarom hij zijn werk publiceert. Hij kan 't niet anders. Zijn onafhankelijkheid. Het pessimisme. Is Emants Schopenhaueriaan. Pessimisme en gemoedstoestand. Het futiele van een levensdoel. Moet men voor het pessimisme propaganda maken? Emants en het socialistisch ideaal. De moreele ijsperiode. Lilith en Loki de eenige werken die een wereldbeschouwing belichamen. Emants streven naar objectiviteit. Lilith. Loki, het intellect. "Loki" geen eigenlijk symbolisch gedicht. Emants en de "Nieuwe Richting." Hij wilde zichzelf blijven. Hij ziet ook thans niet in welke nieuwe richting hij heeft ingeleid. De overdreven vereering van de woordkunst. Geen onschuldige grappen! Er is geen bijhouden aan! Zwaarmoedige kunst uit maatschappelijk oogpunt. Emants' ervaringen met een luguber boek. Voor en tegen van mensch-ontledende literatuur. Zijn liefste boeken. Waarom hij de "woordkunst" veroordeelt. Zijn modellen. Doode natuur en gekrenkte modellen.
VII. AUG. VERMEYLEN Kunst en Leven. Zijn streven naar "perfectie." "De wandelende jood." Het schrijven zelf. Vermeylen over de Noord-Nederlandsche literatuur. Schrijver en publiek. De Vlaamsche beweging voor '80. Bewust optreden van de Nieuwere Richting. "Jong Vlaanderen." Kloos en de Vlaamsche Beweging. Letterkundig leven te Brussel. Lotgevallen van "Van nu en straks." Gewijzigde ideeën. Verhouding tot de ouderen. Tweede "Van nu en straks." Niet uitsluitend literair. Waaraan "Van nu en straks" zijn grooten invloed dankte. "Vlaanderen." Personen. Hollandsche invloed. De Gedachte als zoodanig. Gemeenschapsgevoel. Conscience. De economische zijde van de taal-quaestie. Toekomstplannen.
LIJST VAN ILLUSTRATIES.
End of Project Gutenberg's De mannen van '80 aan het woord, by E. D'Oliveira