De Koran Voorafgegaan door het leven van Mahomed, eene inleiding omtrent de Godsdienstgebruiken der Mahomedanen, enz.

Part 95

Chapter 953,887 wordsPublic domain

[1773] Dit was Habbib Al Najjar, wiens martelaarschap hier wordt beschreven. Zijn graf is nog te zien nabij AntiochiÎ, en wordt veel door de Mahomedanen bezocht (Zie Schultens, Indic. Geogr. ad calcem. Vitae Saladini, voce Antiochia).

[1774] Zie Hoofdstuk XXIX, vers 18, noot.

[1775] Dat is: zij haast zich haren dagelijkschen loop af te leggen, terwijl het ondergaan der zon op het ter ruste gaan van een reiziger gelijkt.

[1776] Dit zijn achtentwintig constellatiÎn, door eene van welke de maan iederen nacht heengaat, en welke van daar woningen of huizen van de maan genoemd worden.

[1777] Savary vertaalt dit aldus: "Wij hebben de phasen der maan aangewezen en het oogenblik waarop zij opgehangen schijnt als de trossen van den dadelboom". Hij voegt er tevens bij, dat de dadelboom twee of drie groote trossen voortbrengt, die van zijn top uitwassen en nederhangen. Sale zegt bij deze plaats: Want als een palmtak oud wordt, krimpt hij, en wordt gekronkeld en geel, waardoor de verschijning van de nieuwe maan niet onaardig wordt voorgesteld.

[1778] Sommigen veronderstellen, dat hier de redding van Noach en zijne makkers in de ark wordt bedoeld.

[1779] Zooals kameelen, die de landschepen zijn; ook de lichtere schepen en booten.

[1780] De straf van deze wereld en van de volgende.

[1781] Toen de arme Moslems aan de rijkere KoreÔshieten aalmoezen vroegen, zeiden zij, dat, indien God voor hen kon zorgen en het niet deed, dit een bewijs was, dat zij zijne gunst niet zoozeer verdienden als zij zelven; terwijl nochtans God sommigen behoeftig doet zijn, om de rijken te beproeven en hun gelegenheid te geven, weldadigheid uit te oefenen.

[1782] Zie de noten van Hoofdstuk XXXIX.

[1783] Want zij zullen gedurende de tijdruimte tusschen dit herhaalde trompetgeschal slapen en geene pijn gevoelen (Jallalo'ddin).

[1784] Dit is: Zij verdienen aldus te worden behandeld om hun ongeloof en hunne ongehoorzaamheid; maar wij verdragen hen uit genade en verleenen hun uitstel.

[1785] Dit strekt tot antwoord aan de ongeloovigen, die beweerden, dat de Koran slechts een dichterlijk samenstelsel was.

[1786] Zijnde: Zij die met verstand zijn begaafd; daar de dommen en zorgeloozen met dooden gelijk staan.

[1787] Zie Hoofdstuk XVI, vers 4, noot.

[1788] De gewone wijze in het oosten om vuur te verkrijgen, bestaat daarin, dat men twee stukken hout tegen elkander strijkt, waarvan een gewoonlijk is van den boom Markh, en het andere van dien, Affar genaamd. Daaruit komt het vuur voort, hoewel het hout groen en vochtig is. (Zie Hyde de Reb vet. Pers. c. 25 p. 333 etc).

[1789] Sommigen verstaan door deze woorden, de zielen der menschen die zich in gehoorzaamheid aan Gods wetten onderwerpen, en zich wegspoeden van alle ongeloof en zonden, of de zielen van hen, die zich in slagorde stellen, ten einde voor den waren godsdienst te strijden, en hunne paarden aanzetten om op de ongeloovigen aan te vallen enz. (Al Beid‚wi).

[1790] Daar het oorspronkelijke woord in het meervoud staat, wordt het verondersteld de verschillende punten van den gezichtseinder te teekenen, van waar de zon in den loop van het jaar opstijgt, en die driehonderd zestig in getal zijn (gelijk aan het getal dagen van het oude, burgerlijke jaar) en hebbende evenveel overeenkomende punten, waar zij gedurende die tijdruimte achtervolgens ondergaat (Al Beid‚wi, Yahya). Maracci veronderstelt, zonder daarvoor eenigen grond aan te voeren, dat deze uitlegging is gebouwd op de dwaling van onderscheiden werelden (Marracc. in Alc. p. 589).

[1791] Zie Hoofdstuk XV, vers 18.

[1792] Zie Hoofdstuk XV, vers 47, noot.

[1793] Dit moge den Europeanen een zonderlinge vergelijking schijnen; maar de oosterlingen denken, dat niets zoozeer der kleur van eene fijne vrouwenhuid nabijkomt, als die van een struisei, als het geheel zuiver is gebleven.

[1794] Er is een doornachtige boom die zoo genaamd wordt en in Tehama bloeit. Deze draagt vruchten op den amandel gelijkende, maar zeer bitter. Daarom heeft men dezen naam aan den helschen boom gegeven.

[1795] De ongeloovigen begrijpen namelijk niet, hoe er een boom in de hel zou kunnen groeien, waar zelfs de steenen als brandstof dienen.

[1796] Of van slangen, afzichtelijk voor het oog. Het oorspronkelijke woord heeft beide beteekenissen.

[1797] Sommigen veronderstellen, dat het bovenvermelde onthaal de verwelkoming der verdoemden zal wezen, alvorens zij die plaats binnengaan; en anderen, dat hun van tijd tot tijd zal worden toegestaan uit de hel te komen, om hunne brandende vloeistof te drinken.

[1798] Want Noach en hij kwamen in de hoofdpunten overeen zoowel wat geloof, als wat handelen betreft: doch de tijdruimte tusschen hen beiden bedroeg niet minder dan 2640 jaren (Al Beid‚wi).

[1799] Hij deed alsof hij dit uit den aanblik der hemelen kon opmaken; daar het volk zeer tot het bijgeloof der sterrenwichelarij overhelde, en gebruikte het tot zijne verontschuldiging, dat hij afwezig zou zijn bij hun feest, waartoe zij hem hadden uitgenoodigd.

[1800] Vreezende, dat hij eene aanstekende ongesteldheid had (Al Beid‚wi).

[1801] Zie Hoofdstuk XXI, vers 70 enz.

[1802] Zijnde: werwaarts bij mij heeft bevolen.

[1803] Hij was toen dertien jaar oud (Al Beid‚wi).

[1804] De uitleggers zeggen, dat Abraham het bevel, om zijn zoon te offeren, in een visioen ontving, dat hij, in den achtsten nacht van de maand Dhoe'lhaja zag. Ten einde hem echter te verzekeren, dat die niet van den duivel afkomstig was, hetgeen hij geneigd was te gelooven, werd hetzelfde visioen, den volgenden nacht herhaald, waardoor hij wist dat het van God kwam. Den volgenden nacht zag hij het ten derdenmale; alsnu besloot hij er aan te gehoorzamen en zijn zoon te offeren. Vanhier denken sommigen dat de 8e, 9e en 10e dagen van Dhoelhaja, Yawin atterwiija, yawm arafat, yawm alnehr genoemd worden, zijnde de dag van het visioen, de dag der kennis, en de dag der offerande. Het meest algemeene denkbeeld onder de Mahomedanen is echter, dat de zoon, die Abraham werd geofferd, niet Iza‰k, maar IsmaÎl was, daar IsmaÎl op dat tijdstip zijn eenige zoon was; want de belofte van Iza‰ks geboorte wordt lager vermeld, als, in tijd, op deze gebeurtenis volgende. Zij voeren ook de verklaring van hunnen profeet aan, die volgens het verhaal gezegd zou hebben: Ik ben de zoon der beiden, die als offerande werden aangeboden; daarmede zijn grooten voorvader en zijn eigen vader Abd'allah bedoelende, Abdelmottalib had namelijk beloofd, dat, indien God hem zou veroorloven de bron Zemzem op te sporen en te openen, en hem tien zonen zou geven, hij een daarvan zou willen offeren. Toen dus in beide opzichten aan zijn verlangen was voldaan, lootte hij tusschen zijne zonen, en daar het lot op Abd'allah viel, kocht hij hem los door honderd kameelen te offeren, hetgeen volgens de Sonna, de prijs was voor het bloed van een mensch (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin. Al Zamakshari). Zie bl. 7.

[1805] De uitleggers voegen er bij, dat Abraham reeds zoo ver gekomen was, dat hij op het punt stond, het mes met al zijne kracht door den strot van den jongeling te stooten, maar dat hij op wonderdadige wijze werd verhinderd hem te deren (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1806] De Mahomedanen veronderstellen algemeen, dat deze profeet dezelfde was, als Al Khedr en verwarren hen met Phineas (Zie Hoofdstuk XVIII, vers 64, noot) en somtijds met Edris of Enoch. Sommigen zeggen, dat hij de zoon was van Yasin en nauw verwant met A‰ron, terwijl anderen veronderstellen, dat hij een geheel verschillend persoon was. Hij werd tot de bewoners van Baalbec in SyriÎ, het Heliopolis der Grieken gezonden, ten einde hen af te brengen van hunne vereering van hunnen afgod Baal of de zon, wiens naam een deel van dien der stad uitmaakt, die oulings Becc werd genoemd (Jallalo'ddin, Al Beid‚wi).

[1807] De uitleggers weten niet recht wat zij van dit woord zullen maken. Sommigen meenen, dat dit het meervoud van Elias is, of, zooals de Arabieren het schrijven, Ilyas, en dat daarmede zoowel de profeet of zijne volgelingen worden bedoeld, als zij die hem gelijken. Anderen scheiden het woord, en lezen El Yasin, zijnde: Het gezin van Yasin, de vader van Elias, overeenkomstig hetgeen in de vorige noot wordt vermeld; anderen weder zijn van oordeel, dat er Mahomet of de Koran, of eenig ander boek der schriften mede bedoeld wordt. De meest waarschijnlijke veronderstelling is echter, dat Ilyas en Ilyasin dezelfde namen zijn, of denzelfden persoon beteekenen, zooals SinaÔ en Sinin denzelfden berg aanduiden; aangezien hier de laatste lettergreep slechts aan het woord is toegevoegd, om de cadans bij het slot van het vers te behouden.

[1808] Zie Hoofdstuk VII, vers 82 en Hoofdstuk XI, vers 83.

[1809] Zie Hoofdstuk X, vers 98.

[1810] Zie Hoofdstuk XXI, vers 87.

[1811] Zijnde: Hij werd door het lot aangewezen.

[1812] Deze woorden schijnen vooral betrekking te hebben op de gebeden van Jonas, terwijl hij zich in den buik van den walvisch bevond (Zie Hoofdstuk XXI, vers 87).

[1813] Door hetgeen hij had doorstaan, werd zijn lichaam gelijk aan dat van een pasgeboren kind (Al Beid‚wi). Men zegt dat de visch, na Jonas verzwolgen te hebben, met den kop boven water, achter het schip zwom, opdat de profeet zou kunnen ademhalen. Deze ging voort God te loven, tot de visch aan land kwam en hem uitbraakte. De meeningen der Mahomedaansche schrijvers, nopens den tijd dien Jonas in den buik van den visch doorbracht, verschillen zeer veel. Sommige veronderstellen dat het een deel van een dag was, andere drie, zeven, twintig, en sommige zelfs veertig dagen (Al Beid‚wi).

[1814] Het oorspronkelijke woord (Jaktin) beteekent eene plant, die zich over den grond uitspreidt, die geen opstaanden stengel heeft om haar te ondersteunen, en bijzonder eene pompoen. Sommigen veronderstellen echter dat de plant van Jonas een vijgenboom was, of anderen de kleine boom of struik Mauz (Al Beid‚wi) genaamd, die zeer groote bladeren en uitmuntende vruchten voortbrengt (Zie J. Leon. Descr. Afric. lib. 9 Gab. Sionit de Urb. OriÎnt, ad calcem. Geogr. Nub. p. 32 en Hottinger. Hist. OriÎnt. p. 78 etc.)

[1815] Zie Hoofdstuk XVI, vers 59.

[1816] Dat is: de engelen, die mede onder den naam van geniussen zijn begrepen, zijnde eene soort van hen. Sommigen zeggen, dat de ongeloovigen zoo ver gingen, te verklaren dat God en de duivels broeders waren (Al Beid‚wi).

[1817] Deze woorden worden verondersteld door de engelen te worden gesproken, waarbij zij de vereering, hun door de afgodendienaars toegebracht, afwijzen en verklaren, dat zij ieder hunne taak en standplaats hebben, hun door God aangewezen, wiens bevelen zij ten alle tijde bereid zijn uit te voeren, en wiens lof zij aanhoudend zingen. Er zijn echter sommige uitleggers, die denken, dat dit de woorden van Mahomet en diens volgelingen zijn, daar de bedoeling zou wezen, dat ieder van hen eene voor hen bestemde plaats in het paradijs heeft, en dat zij de engelen zijn, die zich voor God in orde scharen, ten einde hem te vereeren en te aanbidden, en die zijn lof verkondigen, door ieder valsch denkbeeld te verwerpen, dat de waardigheid der goddelijke wijsheid en kracht zou kunnen verminderen.

[1818] De beteekenis van deze letter (Sad) is onbekend. Sommigen gissen dat die voor Sidk, zijnde waarheid, staat, of voor Sadaka (xdyq, xdqt) zijnde: hij (namelijk Mahomet) spreekt de waarheid. Anderen geven verschillende veronderstellingen op, die daarin overeenkomen, dat zij alle even onzeker zijn.

[1819] De KoreÔshieten waren namelijk zeer verstoord door de bekeering van Omar. De voornaamste hunner begaven zich daarop gezamenlijk naar Aboe Taleb, ten einde zich bij hem over de handelingen van zijn neef Mahomet te beklagen. Daar zij echter door de argumenten van den profeet in verwarring en tot stilzwijgen gebracht werden, verlieten zij de vergadering en moedigden elkander in hunne weerspannigheid aan (Al Beid‚wi).

[1820] Namelijk ons van hunne vereering af te trekken.

[1821] Zijnde in den godsdienst, welken wij van onze vaderen ontvingen, of in den godsdienst van Jezus, den laatsten voor de zending van Mahomet, en waarin de drieÎenheid voorkomt (Al Beid‚wi).

[1822] Savary vertaalt dit: Pharao door zijne lievelingen omringd. Overigens zegt Jallalo'ddin, tot opheldering van deze plaats, waarbij wij de vertaling van Sale hebben gevolgd, dat Pharao de gewoonte had, degenen, welke hij wilde straffen, met de handen en voeten aan vier in den grond geplaatste staken te doen bevestigen en hen zoo te martelen. Sommigen verklaren de woorden, die ook door "de heer of de meester der staken" kunnen worden vertaald, figuurlijk, als beeld van het hechte bestaan van Pharaos koninkrijk, dewijl de Arabieren hunne tenten door middel van staken bevestigen (Al Beid‚wi); doch zij kunnen ook de weerspannigheid en hardvochtigheid van dien vorst bedoelen.

[1823] Zie Hoofdstuk XV, vers 78.

[1824] De uitleggers veronderstellen, dat hier de geschiktheid bedoeld wordt om de vaak herhaalde uitoefening der godsdienstplichten vol te houden. Zij zeggen, dat David gewoon was, om den anderen dag te vasten, en de helft van den nacht in gebeden door te brengen.

[1825] Zie Hoofdstuk XXI, vers 79.

[1826] Dit waren twee engelen, die in de gedaante van menschen tot David kwamen, om zijn oordeel te vragen over den gewaanden en hierboven medegedeelden twist. Het is slechts de parabel van Nathan en David (2 Sam. XII) met eene kleine wijziging.

[1827] Omdat zij plotseling tot hem kwamen, op een dag van afzondering, toen de deuren bewaakt waren en niemand toegelaten werd, ten einde zijne godsdienstige overpeinzingen niet te storen. Zij zeggen namelijk, dat David zijn tijd geregeld verdeelde, een dag afzonderlijk met het dienen van God doorbrengende, een anderen om bij zijn volk recht te spreken, een anderen dag om voor hen te prediken en een anderen dag aan zijne eigen zaken besteedde (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1828] De misdaad waaraan David zich schuldig maakte, was het nemen der vrouw van Uriah, terwijl hij beval, dat men haar man aan het hoofd van den slag zou plaatsen, opdat hij gedood mocht worden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin). Sommigen veronderstellen, dat dit verhaal medegedeeld werd, om als een waarschuwing voor Mahomet te dienen, die naar het schijnt neiging had om te begeeren, wat een ander toebehoorde.

[1829] Door te veroorloven dat de onrechtvaardigheid ongestraft en de rechtvaardige onbeloond bleef.

[1830] Salomo had uit de veroverde steden Damascus en Nisibis een groot aantal paarden medegebracht; anderen zeggen, dat het paarden waren die David op de Amalekieten buit gemaakt en aan zijn zoon als erfenis nagelaten had; anderen weder, dat deze paarden uit de golven der zee waren voortgekomen en vleugels hadden. Toen men deze duizend paarden voor Salomo voerde, beschouwde hij die zoo lang, dat hij het uur des gebeds vergat; maar toen hij dit bemerkte, liet hij de dieren grootendeels ombrengen als offeranden, terwijl hij een honderdtal der schoonste behield. Om hem voor dit verlies te troosten, onderwierp God hem de winden (Al Beid‚wi, al Zamakshari, Yahya).

[1831] Nadat Salomo Sidon veroverd en den koning dier stad gedood had, nam hij zijne dochter als bijzit. Zij kreeg verlof het standbeeld haars vaders in hare vertrekken te mogen plaatsen; zij en hare dienstmaagden aanbaden dit en brachten zoodoende den afgodendienst onder het dak van Salomo, waaraan deze, door het vernielen der beelden een einde maakte. God wilde hem echter voor die zwakheid straffen. Salomo had de gewoonte, telkens als hij naar het bad ging, zijn ring het zinnebeeld der macht, en den talisman, door welken hij over de geniussen heerschte, in handen van eene zijner vrouwen te laten. Een demon gelukte het, zich, door het aannemen van Salomo's gedaante, er meester van te maken en zich op den troon te plaatsen. Salomo die, zoodoende, van zijnen rang was beroofd, verloor het koninkrijk en was verplicht op aarde rond te dwalen, tot de ring, die door den boozen geest in zee was geworpen, door een visscher opgehaald en aan Salomo teruggegeven was, waardoor hij zijne macht herwon (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin, Abu'Lfeda.).

[1832] Sommigen veronderstellen, dat deze woorden betrekking hebben op de geniussen, en dat Salomo daardoor wordt gemachtigd, naar zijn welbehagen, sommige van hen in vrijheid te stellen of in ketens te klinken.

[1833] Zie Hoofdstuk XXI, vers 83.

[1834] Het oorspronkelijke drukt niet uit, waaruit deze handvol bestond. Een verklaarder veronderstelt, dat het slechts eene handvol droog gras of biezen was; een ander, dat het de tak van een palmboom zou zijn geweest.

Zie de noten van vers 83, Hoofdstuk XXI.

[1835] De uitleggers komen niet overeen, omtrent het misdrijf door de vrouw van Job begaan, weshalve zij deze kastijding kon verdienen. Reeds vroeger hebben wij daarover gesproken. (Zie Hoofdstuk XXI de noot van vers 83.) Sommigen denken, dat het slechts was, omdat zij bij eene boodschap te lang uitbleef.

[1836] Want hij had gezworen, haar na zijn herstel, honderd slagen te zullen geven.

[1837] Zie Hoofdstuk VI, vers 86.

[1838] Zie Hoofdstuk XXI, vers 85. Al Beid‚wi spreekt hier van eene andere overlevering nopens dezen profeet, zijnde, dat hij een honderdtal IsraÎlieten onderhield en verzorgde, die tot hem vluchtten, na aan eene zekere slachting te zijn ontkomen, voor welke daad hem waarschijnlijk den naam van Dhoe'lkefl werd gegeven, daar de oorspronkelijke beteekenis van werkwoord cafola beteekent: iemand te onderhouden of zorg voor hem te dragen. Indien men op deze overlevering eene veronderstelling zou mogen bouwen, zegt Sale, dan zou ik mij verbeelden, dat de bedoelde persoon Obadiah de gouverneur van Ashabs huis was (Zie I Koningen XVII : 4.)

[1839] Zijnde, omstreeks dertig of drieÎndertig.

[1840] Namelijk de engelen.

[1841] Zie Hoofdstuk II, vers 32.

[1842] Zie Hoofdstuk VII, vers 17 en Hoofdstuk XV, vers 43.

[1843] Deze titel is ontleend aan vers 71.

[1844] Behalve vers 54 (Jallalo'ddin, Al Beid‚wi).

[1845] Zie Hoofdstuk VI, vers 145.

[1846] Zie Hoofdstuk XXII, vers 5.

[1847] Zijnde, de buik, de ingewanden en de vliezen, die de vrucht omsluiten.

[1848] Of: zij die goed doen, zullen goed zelfs in deze wereld ontvangen.

[1849] Laat dus hij, die zijnen godsdienst niet in zekerheid kan uitoefenen op de plaats, waar hij verblijf houdt, of geboren is, naar eene plaats van vrijheid en veiligheid ontvluchten (Al Beid‚wi)

[1850] Zijnde de eerste der KoreÔshieten, die den waren godsdienst belijdt; ook de leider, of het hoofd der Moslems.

[1851] Want zijne handen zullen aan zijn nek vastgeketend wezen, en hij zal niet in staat zijn iets anders te doen dan zijn aangezicht aan het vuur bloot te stellen (Al Beid‚wi).

[1852] Zijnde geen tegenspraak, gebrek of twijfel.

[1853] Deze plaats stelt de onzekerheid van den afgodendienaar voor, die door het dienen van verschillende meesters afgetrokken wordt, en de voldoening des gemoeds, die den aanbidder van den eenigen waren God wacht. (Al Beid‚wi).

[1854] Zijnde Mahomet en zijne volgelingen. Sommigen veronderstellen, dat door de hierna volgende woorden, bijzonder Aboe Bekr wordt bedoeld, dewijl hij de waarachtigheid van den profeet betuigde, wat zijne reis naar den hemel betreft.

[1855] De KoreÔshieten waren gewoon aan Mahomet te zeggen, dat zij vreesden, dat hunne goden hem eenig nadeel toebrengen, of hem van het gebruik zijner ledematen, of van zijne rede berooven zouden, omdat hij oneerbiedig van hen sprak.

[1856] Volgens deze plaats zijn de zielen van hen die slapen, bij God; Hij ontvangt die, en zendt die dan eens terug en behoudt die dan weder, naar gelang de bepaalde tijd al of niet is afgeloopen. Het gebruik van het woord teveffa, in deze plaats, ondersteunt, wat wij in de noot van Hoofdstuk III, vers 48 hebben gezegd. Wij doen bij deze gelegenheid opmerken, dat het woord en fous (meervoudig van nafs, ziel g.k.S.">rpS), persoon of individu beteekent en onderscheiden moet worden van rouh, (rvH) ziel, geeft, hoewel de rouh (meervoudig erwah) ook sterven beteekent, en dat de engelen mede moeten sterven, om daarna te worden opgewekt.

[1857] Hun niet veroorlovende in hunne lichamen terug te keeren.

[1858] Zijnde: In hunne lichamen als zij ontwaken (Al Beid‚wi).

[1859] Want niemand kan of durft zich vermeten, tusschen beiden te treden, tenzij met zijn verlof.

[1860] Of door mijne eigene wijsheid.

[1861] Zooals Karoen vooral deed (zie Hoofdstuk XXVIII, vers 76).

[1862] Zooals dienovereenkomstig geschiedde; want zij werden met een hevigen hongersnood van zeven jaren gestraft, terwijl zij de dappersten hunner krijgshelden in den slag van Bedr verloren (Al Beid‚wi).

[1863] Aan hen, die oprecht berouw beloven en zijne eenheid beleiden; want de zonden der afgodendienaars zullen niet vergeven worden, zie Hoofdstuk II vers 75 noot.

[1864] Al Beid‚wi zegt: De eerste maal. Hij veronderstelt dus, dat er slechts twee malen zal worden geblazen (gelijk er ook slechts twee keeren uitdrukkelijk in den Koran zijn vermeld), terwijl anderen veronderstellen, dat het driemaal zal geschieden. Volgens Yahya en anderen, zal de tijdruimte tusschen deze twee trompetgeschallen, veertig dagen wezen, anderen gelooven echter, dat dit vele jaren zal bedragen.

[1865] Sommigen zijn van meening, dat de engelen GabriÎl, MichaÎl, Israfil en de engel des doods IsraÔl, niet in datzelfde oogenblik maar later zullen sterven, opdat het woord van God, volgens hetwelk alle wezens zullen moeten sterven, verwezenlijkt worde. Daarna zullen allen herrijzen.

[1866] Zie Hoofdstuk VII, vers 23 en Hoofdstuk XI, vers 115. Het schijnt, alsof, door deze woorden, de verdoemden hunne vernietiging aan Gods besluit van voorbeschikking wijten.

[1867] Dit is eene metaphorische uitdrukking, die de volkomene zekerheid en den overvloed voorstelt, welke door de gelukzaligen in het paradijs zal worden genoten.

[1868] Deze titel is ontleend aan de vermelding in vers 29.

[1869] Door handel te drijven SyriÎ en Yemen. Zie Hoofdstuk III, vers 196, noot.

[1870] Dit zijn de Cherubijnen, de hoogste klasse van engelen, die het dichtst in Gods tegenwoordigheid naderen (Al Beid‚wi).

[1871] Daar gij ons eerst in een toestand des doods, of ontdaan van leven en gevoel hebt geschapen, daarna leven aan het onbezielde lichaam hebt gegeven (Zie Hoofdstuk II, vers 26), ons vervolgens een natuurlijken dood hebt doen sterven, en ons hierna bij de opstanding hebt doen verrijzen. Sommigen zien in den eersten dood een natuurlijken dood, en in den tweeden, dien in het graf, nadat het lichaam daar tot het leven zal zijn opgewekt, ten einde ondervraagd te worden, en veronderstellen, dientengevolge, dat de dubbele herleving, die van het graf en die bij de opstanding is (Al Beid‚wi Jallalo'ddin).

[1872] Als de Schepper en zijne schepselen (Zie Hoofdstuk VI, vers 19) de bewoners van hemel en aarde, de valsche godheden en hare aanbidders, de verdrukker en de verdrukte, de arbeider en zijne werken elkander zullen ontmoeten (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1873] Zie nopens dezen persoon Hoofdstuk XXVIII, vers 76 noot.

[1874] Dat is: Houdt aan het vroeger genomen besluit vast, en voert het in de toekomst stipter uit (Zie Hoofdstuk VII, vers 124).

[1875] Want zij rieden hem, Mozes niet te dooden, opdat men niet zou denken dat hij niet in staat ware, hem door kracht van redenen weerstand te bieden (Al Beid‚wi).

[1876] Door het veroorzaken van botsingen en het te werk stellen van verleidingen, ten einde zijn nieuwen godsdienst in te voeren.

[1877] Dit schijnt dezelfde persoon te zijn, die in Hoofdstuk XXVIII vers 19 wordt vermeld.

[1878] Zie de rede van GamaliÎl tot het Joodsche Sanhedrin, toen de apostelen voor hen werden gebracht (Hand. V. vers 38, 39).

[1879] Zijnde de dag des oordeels, waarop de bewoners van het paradijs en van de hel met elkander een gesprek zullen houden, als de laatsten om hulp zullen roepen, en de verleiders en de verleiden elkander wederkeerig de schuld zullen toeschrijven (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1880] Zie Hoofdstuk XXVIII, vers 38.