De Koran Voorafgegaan door het leven van Mahomed, eene inleiding omtrent de Godsdienstgebruiken der Mahomedanen, enz.

Part 88

Chapter 883,889 wordsPublic domain

[1227] De palmboom waarheen zij vluchtte, om daartegen in haren arbeid te leunen, was een verdorde stam, zonder top of bladeren; bovendien had dit des winters plaats. Desniettegenstaande voorzag die boom haar op wonderdadige wijze van vruchten ter harer verfrissching (Al Beid‚wi, Yahya al Zamakshari), zooals later wordt medegedeeld. Men heeft de opmerking gemaakt, dat het Mahomedaansche verhaal van Maria's verlossing zeer veel overeenkomst heeft met dat van Latona, zooals dit door de dichters wordt beschreven (Zie Sikh not., in Evang. Infant. pp. 9, 21 etc.), niet alleen doordat zij een palmboom aanvatte (Homer. Hymn. in Apoll. Callimach. Hymn. in Delum), hoewel sommigen zeggen dat Latona een olijfboom omvatte, of een olijf- en een palmboom, of wel twee laurierboomen, maar ook door het spreken der kinderen, hetgeen gelijk de fabel zegt, ook Apollo zou gedaan hebben terwijl hij zich nog in het lichaam zijner moeder bevond. (Callimach. t. a. pl., zie Hoofdst. III, vers 41).

[1228] Savary vertaalt deze plaats aldus: En zij riep uit: Gave God dat ik dood, vergeten en door de sterfelijken verlaten ware, alvorens ik had ontvangen.

[1229] Sommigen veronderstellen, dat dit het kind zelf was, maar anderen beweren dat het GabriÎl was, die eenigszins lager dan zij stond (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin). Volgens een andere lezing zou deze plaats aldus vertaald kunnen worden: En hij riep haar van onder haar. Sommigen passen het persoonlijk voornaamwoord haar op den palmboom toe.

[1230] En dienovereenkomstig was dit nauwelijks gezegd of de verdroogde stam herleefde, bracht groene bladeren voor en kreeg een top met rijpe vruchten beladen.

[1231] Letterlijk: uw oog.

[1232] Sommigen zeggen dat Maria werkelijk een broeder had A‰ron genaamd, die denzelfden vader maar een andere moeder had. Anderen veronderstellen dat hier Mozes' broeder bedoeld wordt, maar zeggen dat Maria vergelijkenderwijze zijne zuster wordt genoemd. Door anderen wordt beweerd, dat dit een ander persoon van denzelfden naam was, die tot hare tijdgenooten behoorde en om zijne goede of slechte hoedanigheden bekend was, en dat zij haar bij hem vergeleken, Ûf bij wijze van lof Ûf als een verwijt enz.

[1233] Bij Savary luidt dit aldus: Hij heeft kinderliefde in mijn hart geplant en mij van trotschheid, de gezellin van ellende, bevrijd.

[1234] Men zal uit Hoofdstuk III hebben gezien, dat Mahomet de passie van Jezus niet aannam. Dit vers nu heeft ten doel, Jezus als eenvoudig sterveling en profeet voor te stellen wiens leven ter beschikking staat van God, die alle wezens zal doen sterven, om hen later weder tot het leven op te wekken. Van daar dan ook, moet volgens Mahomet, Jezus, die in den hemel werd opgenomen, werkelijk voor den dag des laatsten oordeels sterven.

[1235] Door Savary wordt deze plaats aldus vertolkt: God kan geen zoon hebben. Geloofd zij zijn naam! Hij beveelt, en datgene wat niet bestaat, treedt op zijne stem in het leven.

[1236] Zijnde: door alleen te overleven, en alle schepselen dood en vernietigd zullen zijn. Zie Hoofdstuk XV, vers 23.

[1237] Zie Hoofdstuk VI, vers 74.

[1238] Door eerst door Harran en daarna naar Palestina te vluchten.

[1239] Letterlijk vertaald, zou dit moeten luiden: Wij verleenden hun eene verheven taal van waarheid.

[1240] Daar hij te dien opzichte wordt genoemd, en vooral om zijne vastberadenheid en standvastigheid, welke hij zijn vader had beloofd, toen deze Gods bevel ontving om hem te offeren (Al Beid‚wi), daar de Mahomedanen zeggen, dat het IsmaÎl en niet Iza‰k was die door God aan Abraham bevolen werd te offeren.

[1241] Of Henoch, de grootvader van Noach, die dien bijnaam om zijne groote kennis had. Hij werd namelijk door niet minder dan dertig boeken met goddelijke openbaringen begunstigd en was de eerste die met eene pen schreef en de sterre- en rekenkunde beoefende (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1242] Sommigen passen dit toe op de eer van de profetenzending en zijne gemeenzaamheid met God. Anderen echter veronderstellen, dat hier zijne opneming tot God wordt bedoeld. Zij zeggen namelijk, dat hij op den ouderdom van driehonderdvijftig jaren door God in den hemel werd opgenomen; nadat hij eerst gestorven en vervolgens weder tot het leven opgewekt was, en dat hij thans in een der zeven hemelen of in het paradijs leeft (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin, Abu'lfeda).

[1243] Zijnde woorden van vrede en troost, of de groeten der engelen. Zie Hoofdstuk X, vers 10 enz.

[1244] Hier spreekt GabriÎl tot Mahomet.

[1245] Dat is: die het recht op den naam van God hebben of verdienen.

[1246] Sommigen zeggen, dat hier een bijzonder persoon wordt bedoeld, namelijk Obba Ebn Khalf. Zie Hoofdstuk XVI vers 4 in de noot.

[1247] Men zegt namelijk, dat alle ongeloovigen op den dag des oordeels zullen verschijnen, geketend aan den duivel, die hen verleidde (Al Beid‚wi).

[1248] Hieruit blijkt het, zegt Al Beid‚wi, dat God sommigen der weerspannigen vergiffenis zal schenken. Maar misschien wordt hier bedoeld, het onderscheiden der ongeloovigen in verschillende klassen, om hun verschillende plaatsen en graden van pijniging aan te wijzen.

[1249] Zijnde: meer weerspanningen en verdorvenen en in het bijzonder de opperhoofden van secten, die eene dubbele straf zullen ondergaan voor hunne eigene misstappen en hunne verleiding van anderen.

[1250] De ware geloovigen zullen namelijk mede langs of door de hel moeten gaan; doch dan zal het vuur verminderd en de vlam uitgebluscht worden, om hun niet te schaden; maar de anderen zal het omringen. Sommigen veronderstellen echter, dat deze woorden slechts doelen op den overgang van de smalle brug die over de hel ligt (Al Beid‚wi).

[1251] Zijnde: van ons of van ulieden. Toen de KoreÔshieten niet in staat waren een boek, gelijk den Koran aan te wijzen, snoefden zij op hunne welvaart en hunnen adel. In dat opzicht stelden zij zich zelven zeer hoog en versmaadden de volgelingen van Mahomet.

[1252] Deze plaats werd geopenbaard met het oog op Al As Ebn Wayel. Deze was geld schuldig aan Khabbab. Toen de laatste om het verschuldigde vroeg, weigerde de schuldenaar te betalen, tenzij Khabbab Mahomet verloochende. Op dit voorstel werd door Khabbab geantwoord, dat hij dien profeet nimmer zou verloochenen; noch levend, noch dood, noch zelfs als hij op den jongsten dag zou worden opgewekt. Hierop hernam Al As: als gij weder zijt verrezen, kom tot mij; want dan zal ik overvloed van rijkdommen en kinderen hebben, en ik zal betalen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1253] Zijnde: Hij zal verplicht wezen, zijne geheele welvaart en zijne kinderen achter te laten als hij sterft.

[1254] Het woord van den oorspronkelijken tekst kan ook worden vertaald door steun, kracht, eer.

[1255] Zijnde: bij de opstanding, als de afgodendienaars hunne afgoden en de afgoden hunne aanbidders zullen verloochenen, en zij elkander wederkeerig zullen beschuldigen. Zie Hoofdstuk VI, vers 24 en Hoofdstuk X, vers 29 volg.

[1256] Of: het tegendeel; d.i. eene schande in plaats van eene eer.

[1257] Dat is: uitgenomen hij, welke eigenlijk geschikt zal zijn die gunst te ontvangen, door het belijden van den Islam. Volgens eene andere vertolking kan deze plaats ook aldus worden vertaald: Zij zullen de tusschenkomst van niemand verkrijgen, behalve de tusschenkomst van hen, enz. Of anders: Niemand zal in staat zijn voor anderen tusschen beide te treden, behalve zij, die een verbond (of verlof) van God zullen hebben ontvangen; dat is: hij die daartoe door geloof en het doen van goede werken, overeenkomstig Gods belofte, of die daartoe van God het bepaalde verlof zal hebben ontvangen (Al Beid‚wi. Zie Hoofdstuk II, vers 255).

[1258] Zijnde: de liefde van God en van al de bewoners des hemels. Sommigen veronderstellen, dat dit vers werd geopenbaard om de Moslems te troosten, die om hun geloof, te Mekka veracht en gehaat worden. Hierbij wordt hun beloofd, dat zij de liefde en de achting der menschen in korten tijd zullen winnen.

[1259] De beteekenis van deze letters, waarmede het eerste vers aanvangt, en die daarom voor den titel zijn genomen, is niet met zekerheid op te geven. Sommigen meenen echter, dat zij er staan in plaats van Ya rajol, zijnde: O mensch! deze vertolking welke, naar het schijnt niet gemakkelijk uit het Arabisch is te verklaren wordt in zekere overlevering van het Ethiopisch afgeleid (Moham. Ebn Abd al Baki, ex trad. Acreman, Ebdae Abi Sofian). Sommigen zien in de letters het woord Ta, d.i. Tred, er bij voegende, dat Mahomet in den nacht toen deze plaats werd geopenbaard, waakte en bad, en daarbij slechts op ÈÈn voet stond, zoodat hem hier werd bevolen, het zich gemakkelijk te maken en beide voeten op den grond te zetten. Anderen weder beweren, dat de eerste letter Tuba gelukzaligheid en de laatste Hawiyat beteekent, zijnde de onderste afdeeling der hel, Tah is ook een tusschenwerpsel waarbij stilte wordt bevolen, en zou daarom op deze plaats niet ongepast zijn.

[1260] Hetzij door hunne ijverige zorg voor de bekeering der ongeloovigen, of door zich te vermoeien met waken, en de uitoefening van andere godsdienstige plichten. Het schijnt namelijk, dat de KoreÔshieten de buitengewone vermoeienissen, welke hij in dit opzicht leed, als het gevolg aanvoerden van de omstandigheid, dat hij hunnen godsdienst had verlaten (Al Beid‚wi).

[1261] Wij doen hier eens voor altijd opmerken, dat het woord God met eene groote G telkens door ons is genomen voor het Arabische woord Allah, de eenige God, terwijl god, goedheid, voor het Arabische woord illah, zonder lidwoord is gekozen. Zie voorts Hoofdstuk VII, vers 179 en op verschillende andere plaatsen.

[1262] Het verhaal van de geschiedenis van Mozes, hetgeen hier het grootste deel van het hoofdstuk inneemt, werd aangewezen om Mahomet door zijn voorbeeld aan te moedigen, aan de roeping van profeet met vastheid des harten te voldoen, daar hij dan verzekerd kon zijn, dezelfde hulp van God te ontvangen. Men zegt namelijk, dat dit hoofdstuk een der eerst geopenbaarden was (Al Beid‚wi.)

[1263] De uitleggers zeggen, dat Mozes van Shoaib, of Jethro zijn schoonvader, verlof ontvangen hebbende om zijne moeder te bezoeken, met zijn gezin van Midian naar Egypte vertrok. Toen hij echter aan de vallei van Towa kwam, waarin de berg SinaÔ was gelegen, gevoelde zijne vrouw barensweÎn en werd gedurende een zeer duisteren en sneeuwachtigen nacht, van een zoon verlost. Ook was hij van zijnen weg afgedwaald, en zijn vee verstrooid, toen hij plotseling ter zijde van een berg een vuur zag, dat, toen hij naderbij kwam, in een groen bosch bleek te branden (Al Beid‚wi.)

[1264] Dit was een teeken van nederigheid en eerbied. Sommige beweren echter, dat er eenige onreinheid in de schoenen was, omdat die van de huid van een ongetemde ezel waren vervaardigd (Al Beid‚wi.)

[1265] Die eerst niet dikker dan de staf was, maar later tot eene buitengewone dikte opzwol (Al Beid‚wi.)

[1266] Toen Mozes zag, dat de slang zich met groote snelheid voortbewoog en steenen en boomen verzwolg, was hij verschrikt en ontvluchtte haar. Toen hij echter op deze woorden van God den moed herkreeg, had hij de onverschrokkenheid, de slang bij de kinnebakken te vatten (Al Beid‚wi.)

[1267] Want Mozes had een spraakgebrek, dat door het volgende geval werd veroorzaakt. Eens, toen hij nog een kind was, en Pharao hem in zijn armen hield, trok hij plotseling aan diens baard en plukte daaraan op zeer ruwe wijze. Pharao ontstak daardoor in zulk een hevigen toorn, dat hij beval, Mozes ter dood te doen brengen. Zijne vrouw Asia deed hem echter opmerken, dat hij slechts een kind was, dat geen onderscheid wist tusschen een brandende kool en een robijn; waarop Pharao beval, dat men daarvan de proef zou nemen. Daarop plaatste men een gloeiende kool en een robijn voor Mozes. Deze nam de kool en stak die in zijn mond, waardoor hij zich de tong verbrandde, en hierna schonk Pharao hem vergiffenis. Vergelijk Shalsh. Hakobb. p. 11.

[1268] Het Arabisch woord is Wezir, waarmede iemand wordt bedoeld, aan wien het opperbeheer der zaken onder een vorst is opgedragen.

[1269] De uitleggers zijn het niet eens over de wijze, waarop deze openbaring werd gedaan, hetzij door eene persoonlijke ingeving, door een droom, een profeet of een engel.

[1270] De uitleggers zeggen, dat zijne moeder dienovereenkomstig een kistje van papyrus maakte en dit met pek besmeerde, waarop zij er eenig katoen in legde. Daarop plaatste zij het kind er in en wierp het in de rivier, waarvan een tak in den tuin van Pharao uitliep. De stroom dreef het kistje van daar in een vischvijver, aan welks boord Pharao toen met zijne vrouw Asia zat, die eene dochter van Mozahem was. De koning beval, dat het kistje opgenomen en geopend zou worden. Men vond er een schoon kind in, waar Pharao behagen in schepte, zoodat hij beval, dat het zou worden opgevoed (Al Beid‚wi). Sommige schrijvers vermelden eene wonderdadige redding van Mozes, vÛÛr hij in het kistje werd gelegd. Zij verhalen namelijk, dat zijne moeder hem voor de beambten van Pharao in een oven had verborgen. Terwijl de moeder afwezig was, ontstak de zuster een groot vuur in den oven, om dien te stoken, niet wetende dat zich het kind aldaar bevond. Hij werd er echter later ongedeerd uitgenomen (Abu'lpeda enz.)

[1271] Dat is: ik gaf liefde voor u in de harten van hen die u zagen, en voornamelijk in het hart van Pharao.

[1272] De Mahomedanen beweren, dat men onderscheidene zoogsters bracht, maar dat het kind weigerde de borst van eene van haar te vatten, tot dat zijne zuster Mirjam, die gekomen was om tijding nopens hem te vernemen, haar zeide, dat zij eene zoogster zou zoeken en daarop zijne moeder bracht (Al Beid‚wi).

[1273] Mozes doodde namelijk een Egyptenaar bij de verdediging van een zwaar mishandelden IsraÎliet en ontkwam het gevaar daarvoor gestraft te worden, door naar Midian te vluchten, dat op een afstand van acht dagreizen van Mesr was gelegen (Al Beid‚wi).

[1274] Zijnde: Tien (Al Beid‚wi).

[1275] Daar A‰ron op dien tijd was gekomen om zijn broeder te ontmoeten, hetzij door eene goddelijke ingeving, hetzij dat hij kennis droeg van zijn voornemen om naar Egypte terug te keeren (Al Beid‚wi).

[1276] Zijnde: Geluk of ellende na den dood.

[1277] Hetwelk waarschijnlijk de eerste dag van het nieuwe jaar was.

[1278] Door te zeggen dat de mirakelen in zijn naam gedaan, de gevolgen van toovenarij zijn.

[1279] Zij bedekte de staven met kwikzilver, dat hen door de hitte der zon deed bewegen (Al Beid‚wi. Zie Hoofdstuk VII, vers 112).

[1280] Zie Hoofdstuk VII, vers 120.

[1281] Letterlijk de tuinen van Eden. Zie Hoofdstuk IX, vers 73.

[1282] De uitleggers voegen er bij, dat de zee in twaalf afzonderlijke paden verdeeld was, zijnde een voor iederen stam (Al Beid‚wi Abu'lfed, in Hist. R. EliÎz, Pirke).

[1283] Zie Hoofdstuk II, vers 44.

[1284] Door ondankbaarheid, buitensporigheid, of slecht gedrag.

[1285] Zij gingen gedurende de eerste twintig dagen van Mozes' afwezigheid voort, den waren God te aanbidden, welken tijd zij, door de nachten mede in rekening te brengen, als veertig dagen beschouwden. Zij beweerden diensvolgens, dat zij den vollen tijd ten einde gebracht hadden, dien Mozes hun had bevolen, waarna zij tot aanbidding van het gouden kalf vervielen (Al Beid‚wi.)

[1286] Dit was zijn eigen naam niet, maar hij werd aldus genoemd, omdat hij tot zekeren stam onder de IsraÎlieten behoorde, Samaritanen genaamd. (Daardoor doen de Mahomedanen op vreemdsoortige wijze hunne onkunde in de geschiedenis blijken). Sommigen zeggen echter, dat hij een proseliet was, maar een huichelaar en afkomstig van Kirman of eene andere nabijgelegen plaats. Zijn ware naam was Mozes of Moesa Ebn Dhafar (Al Beid‚wi.) Selden is van oordeel, dat deze persoon niemand anders was dan A‰ron zelf (die werkelijk de vervaardiger van het kalf was), en dat hij hier Al Sameri wordt genoemd, naar het Hebreeuwsche werkwoord Smr, bewaren (Selden, de Diis syris, Synt, 1. c 4), omdat hij gedurende de afwezigheid van zijn broeder op den berg, de bewaarder of beschermer der kinderen IsraÎls was, hetgeen eene zeer vernuftige veronderstelling is, die niet geheel onvereenigbaar met den tekst van den Koran kan worden genoemd.

[1287] Zijnde: nadat hij zijn verblijf van veertig dagen op den berg volbracht en de wet ontvangen had (Al Beid‚wi).

[1288] Zijnde: de wet, die eene gemakkelijke en zekere leiding bevat om u op den rechten weg te voeren.

[1289] Zie Hoofdstuk VII, noot van vers 146.

[1290] In deze woorden wordt A‰ron door Mozes berispt, zijnen ijver niet ondersteund te hebben, door de wapenen tegen de afgodendienaars op te vatten, of dat hij hem niet op den berg was komen opzoeken om hem met hunne weÍrspannigheid bekend te maken.

[1291] Zijnde: indien ik de wapenen tegen de aanbidders van het kalf had opgevat, zoudt gij zeggen, dat ik een opstand had veroorzaakt, of indien ik tot u ware gekomen, zoudt gij mij gegispt hebben wegens het verlaten van mijn post, en dat ik uwe terugkomst niet had afgewacht, om te herstellen wat er verkeerds bedreven was.

[1292] Zijnde: dat de gezant, die hun van God werd gezonden, een zuivere geest was, en dat zijne voetstappen leven gaven aan alles wat zij aanraakten; daar deze geest niemand anders was dan de engel GabriÎl, op het paard des levens gezeten. Daarom maakte ik gebruik van het stof van zijn voet, om het gegoten kalf te geven. Men beweert ook dat Al Sameri den engel kende, daar die hem gered en zorg voor hem gedragen had, toen hij, een kind, door zijne moeder, uit vrees voor Pharao te vondeling gelegd was (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1293] Zie Hoofdstuk II vers 48.

[1294] Opdat gij hen niet met eene brandende koorts zoudt aansteken; want dit was het gevolg, als iemand hem aanraakte, terwijl hetzelfde geschiedde met de personen welke hij aanraakte. Daarom was hij verplicht, alle verkeer met anderen te vermijden en werd hij mede door hen geschuwd, behalve hij als een wild dier in de woestijn ronddwaalde (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin). Van hier wordt de gevolgtrekking gemaakt, dat een stam der Samaritaansche Joden die gezegd wordt een zeker eiland in de Roode zee te bewonen, de afstammelingen zijn van dezen Al Sameri, omdat het nog heden hun bijzonder onderscheidingsteeken is, dat zij dezelfde woorden gebruiken als zij iemand ontmoeten, namelijk La mesas, zijnde: Raak mij niet aan (Zie Geogr. Nub. p. 45).

[1295] Of, zooals deze plaats mede kan worden vertaald: wij zullen doen afvijlen. De hierboven gebruikte uitdrukking is echter de meer gebruikelijke.

[1296] Zie Hoofdstuk VI, vers 31.

[1297] Dit is namelijk bij de Arabieren een teeken van een vijand, of van een persoon van wien zij afkeerig zijn. Door dus te zeggen dat iemand eene zwarte lever (hoewel sommige Westersche volken hunnen afkeer te kennen geven door de uitdrukking "eene witte lever") roodachtige knevels en grijze oogen heeft, wordt eene omschrijving gegeven van een vijand en voornamelijk van een Griek welke natie den Arabieren het vijandigste was en gewoonlijk haren en oogen van die kleuren had (Al Beid‚wi, Jawhari, in Lex.). Het oorspronkelijke woord zorkan (van azrak) beteekent echter ook personen die een gebrekkig gezicht of blauwe oogen hebben of aan de staar lijden.

[1298] Zijnde in de wereld of in het graf.

[1299] Of: Behalve aan hem, enz. Zie Hoofdstuk XIX, vers 99.

[1300] De oorspronkelijke uitdrukking beteekent eigenlijk de nederigheid en verslagen blikken van gevangenen in de tegenwoordigheid van hunnen overwinnaar.

[1301] Hier wordt aan Mahomet bevolen, niet ongeduldig te zijn, wanneer er eenig oponthoud plaats heeft in het overbrengen der goddelijke openbaringen door GabriÎl, of om die niet te snel den engel na te zeggen, door hem in te halen, alvorens hij de geheele plaats geÎindigd hebbe. Sommigen veronderstellen echter, dat het verbod betrekking heeft op de openbaarmaking van een vers, alvorens hem dit volkomen zou zijn verklaard (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1302] De omstandigheid, dat Adam het goddelijke bevel zoo spoedig vergat, heeft sommige Arabische Etymologen het woord Imsan, (mensch) van nassiya (vergeten) afleiden en heeft mede het volgende spreekwoord doen ontstaan: Awwalo nasin awwalo'nnasi, d.i. de eerste vergeetachtige persoon was de eerste der menschen, zinspelende op den gelijken klank der woorden.

[1303] Zie Hoofdstuk II, vers 32 enz. en Hoofdstuk VII, vers 10 enz.

[1304] Zie Hoofdstuk VII, vers 21 volg.

[1305] Zie Hoofdstuk II.

[1306] De sporen hunner verdelging ziende; zooals van de stammen van Ad en Thamoed.

[1307] Zijnde: des avonds en des ochtends, als de voornaamste uren van het gebed. Sommigen veronderstellen echter, dat met deze woorden het middaggebed wordt bedoeld; daar op dat tijdstip de eerste helft van den dag eindigt en de tweede helft begint (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).

[1308] Dat is: Misgun of begeer hunne pracht en hunnen voorspoed in deze wereld niet. Zie Hoofdstuk XV, vers 88.

[1309] Zijnde: de belooning in het volgende leven voor u weggelegd of het geschenk der profetie, en de openbaring waarmede God u heeft begunstigd.

[1310] Men zegt dat als Mahomets gezin in droefheid verkeerde, hij gewoon was hun te bevelen, het gebed uit te spreken en dit vers te verhalen (Al Beid‚wi).

[1311] Dit hoofdstuk draagt dezen titel, omdat daarin sommige bijzonderheden nopens verschillende oude profeten worden medegedeeld. Zamakshari zegt, dat hij, die dit hoofdstuk zal lezen, genadig zal worden geoordeeld op den dag der opstanding. De profeten, die in den Koran zijn vermeld, zullen hunne handen naar hem uitstrekken en hem groeten.

[1312] Zijnde: nopens den tegenwoordigen toestand, bij wijze van raadplegen, of dat gij onderzocht wordt nopens uwe daden, opdat gij de belooning daarvoor zoudt ontvangen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin, Al Zamakhshari).

[1313] Men verhaalt, dat een profeet tot de bewoners van zekere steden in Yaman werd gezonden; maar in plaats van naar zijne vermaningen te luisteren, doodden zij hem. Daarop leverde God hen aan de handen van Nebuchadnezar over, die hen met het zwaard strafte. Op dat zelfde tijdstip riep eene stem van den hemel: Wraak voor het bloed der profeten! Daarop gevoelden zij berouw en gebruikten de woorden van deze plaats.

[1314] Maar tot het toonen van onze kracht en wijsheid aan hen die verstand hebben, opdat zij de wonderen der schepping ernstig zouden gadeslaan en hunne daden doen strekken tot bereiking van het toekomstige geluk; tevens de ijdele praal en voorbijgaande genoegens van deze wereld verachtende.

[1315] Wij zouden ons behagen hebben gezocht in onze eigene volmaaktheden of in de geestelijke wezens, die in onze onmiddellijke nabijheid zijn, en niet in het optrekken van stoffelijke gebouwen met geschilderde daken en schoone vloeren, hetgeen de uitspanning der menschen is. Sommigen zijn van oordeel, dat het oorspronkelijke woord, hier met vermaken vertaald, op deze plaats eene vrouw of een kind beteekent, en dit gezegde in het bijzonder tegen de Christenen is gericht (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin, Al Zamakshari).

[1316] Dit is: De geheele schepping zou noodzakelijk in verwarring geraken en omgekeerd worden, door het wedijveren van zulke machtige tegenstanders.

[1317] Dit is: de standvastige leer van al de geheiligde boeken, niet alleen van den Koran, maar ook van dezulke, die in vroegere tijdperken werden geopenbaard, en welke allen de wijzen van de groote en fundamenteele waarheid van Gods eenheid dragen.

[1318] Deze plaats werd met betrekking tot de KhozaÔten geopenbaard die de engelen voor de dochters van God hielden. Savary vertaalt die aldus: De ongeloovigen hebben gezegd: God heeft een zoon door gemeenschap met engelen. Deze godslastering zij verre van hem. De engelen zijn zijne geÎerde dienaren.

[1319] Zijnde: dat zij zich gedragen als dienaren, die hunnen plicht kennen.