De Koran Voorafgegaan Door Het Leven Van Mahomed Eene Inleiding
Chapter 97
[1993] Toen Mahomet te al Hodeibiya aankwam, zond hij Jawwas Ebn Omeyya, den KhozaÔet, om den bewoners van Mekka bekend te maken, dat hij met eene vredelievende bedoeling was gekomen, en wel om den tempel te bezoeken; maar zij, die volgens sommigen, wantrouwen koesterden, weigerden hem toe te laten. De profeet zond daarop Othman Ebn Affan, dien zij gevangen namen, terwijl het gerucht liep, dat zij hem gedood hadden, waarop Mahomet zijne manschappen om zich verzamelde. Zij zwoeren toen den eed van getrouwheid tot den dood gedurende welke plechtigheid hij onder een boom zat.
[1994] Namelijk de overwinning te Khaibar, of, zooals sommigen eerder aannemen, de inneming van Mekka enz.
[1995] Zijnde de handen der bewoners van Khaibar, of van hunne opvolgers, van de stammen van Arad en Ghalfan, of van de bewoners van Mekka, door het sluiten van den vrede van al Hodeibiya (Al Beid‚wi).
[1996] Jallalo'ddin verhaalt, dat tachtig ongeloovigen, in het geheim, in Mahomets kamp te al Hodeibiya kwamen, met het doel, sommigen zijner manschappen te verrassen. Zij werden echter gegrepen en voor den profeet gebracht die hun genade schonk en tevens beval, dat zij in vrijheid zouden gesteld worden. Deze edelmoedige daad was oorzaak van den wapenstilstand door de KoreÔshieten met Mahomet gesloten; want daarop zonden zij Sohail Ebn Amroe en nog eenige personen, om over den vrede te onderhandelen. Al Beid‚wi legt deze plaats met een ander verhaal uit. Hij zegt namelijk, dat Acrema Ebn Abi Jahl van Mekka, aan het hoofd van vijfhonderd man, naar al Hodeibiya optrok, en dat Khalid Ebn Al Walid door Mahomet tegen hem met eene legerafdeeling werd afgezonden, die de ongeloovigen tot het binnenste gedeelte van Mekka terug dreef, en daarna, uit eerbied voor de stad, aftrok.
[1997] Mahomets bedoeling bij de expeditie van al Hodeibiya was namelijk alleen, om den tempel van Mekka op vreedzame wijze te bezoeken, en een offer in het dal van Mina te brengen, overeenkomstig den aangenomen ritus. Hij voerde tot dat doel dieren met zich; maar de KoreÔshieten veroorloofden hem noch den tempel binnen te gaan, noch zich naar Mina te begeven.
[1998] Zijnde de Mahomedaansche geloofsbelijdenis of de Bismillah, en de woorden: Mahomet, Gods gezant, welke door de ongeloovigen werden verworpen.
[1999] Of den droom dien Mahomet te Medina had, alvorens hij naar al Hodeibiya trok. Hij droomde toen, dat hij en zijne makkers de stad Mekka veilig binnen trokken, met geschoren hoofden en afgesneden haren. Deze droom, die door den profeet aan zijne volgelingen werd medegedeeld, veroorzaakte groote vreugde onder hen, en zij veronderstelden, dat het visioen nog in het zelfde jaar zou worden vervuld. Toen zij echter bemerkten, dat de wapenstilstand gesloten was, die hunne verwachting nopens dat tijdstip verijdelde, waren zij diep getroffen. Daarop werd, ter hunner vertroosting, deze plaats geopenbaard, die het visioen bevestigde, dat echter eerst een jaar later zou worden vervuld, toen Mahomet het bezoek aflegde, onderscheiden door de bijvoeging van al Kada of voltooiing, omdat hij op dien tijd het bezoek van het vorige jaar voltooide, toen de KoreÔshieten hem niet veroorloofden Mekka binnen te gaan. Hij was toen genoodzaakt te al Hodeibiya zijne slachtoffers te dooden, en zich te scheren (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin. Zie Abu'lf. Vit. Moh. p. 84, 87).
[2000] Zijnde, dat sommigen geschoren waren, terwijl anderen alleen afgesneden haren hadden.
[2001] Zijnde de inneming van Khaibar.
[2002] Hoewel de Mahomedanen zich bij hunne gebeden van tapijten of matten bedienen, is het echter de gewoonte, den harden en blooten grond met het voorhoofd aan te raken. Dikwijls dragen zij ronde of vierkante steentjes bij zich, waarop zij met hunne hoofden steunen, als zij zich ter aarde werpen.
[2003] Dat is: waag het niet, uwe eigene beslissing in eenige zaak te nemen, alvorens gij het oordeel van God en zijn gezant ontvangen hebt.
[2004] Men zegt, dat deze plaats op de navolgende gebeurtenis berust: Al Walid Ebn Okba werd door Mahomet gezonden, om de aalmoezen bij den stam van al Mostalek op te halen. Toen hij hen in grooten getale tot zich zag komen, vatte hij argwaan en vreesde voor boos opzet, wegens de vroegere vijandschap tusschen hem en hen, gedurende den tijd der onwetendheid. Hij keerde onmiddellijk terug, en verhaalde den profeet, dat zij weigerden hunne aalmoezen te geven en getracht hadden hem te dooden. Mahomet wilde hen daarop met geweld tot hunnen plicht terugbrengen. Toen hij echter Khaled Ebn Al Walid tot hen zond, bevond deze, dat zijn voorganger hun onrecht had aangedaan, en dat zij even gehoorzaam als vroeger waren (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2005] Men zegt, dat dit vers werd geopenbaard, met het oog op Safiya Bint Hoyal, eene der vrouwen van den profeet. Deze kwam namelijk tot haren echtgenoot, en klaagde, dat de vrouwen tot haar zeiden: O, gij Jodin! de dochter van een jood en van eene jodin, waarop hij haar antwoordde: Kunt gij dan niet antwoorden: A‰ron is mijn vader, Mozes mijn oom en Mahomet mijn echtgenoot?
[2006] Dat is: gij zijt geen ware geloovigen, maar slechts uiterlijke belijders van den waren godsdienst.
[2007] Het onderscheid dat door de Mahomedanen tusschen het geloof en het Islamisme wordt gemaakt, is, dat het eerste het innerlijk geloof, en het andere, het uiterlijke teeken van dat geloof door godsdienstige daden is.
[2008] Dit beteekent: Beroemt gij u hem te bedriegen, door te zeggen, dat gij ware geloovigen zijt?
[2009] De verplichting ligt namelijk niet aan Gods zijde, maar aan de uwe, omdat hij u zoozeer heeft begunstigd dat hij u tot het ware geloof leidt, indien gij oprechte geloovigen zijt.
[2010] Sommigen beweren, dat deze letter bestemd is om den berg Kaf uit te drukken, die, in de verbeelding van een aantal oostersche schrijvers, de geheele wereld omringt. (Zie d'Herbel. Bibl. OriÎnt. Art. Caf.), Anderen zeggen, dat deze letter Kada al amr beteekent, zijnde: de zaak is besloten; namelijk de kastijding der ongeloovigen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin). Zie overigens Hoofdstuk II, vers I, noot.
[2011] Niet wetende wat zij met zekerheid van den Koran moeten erkennen; daar zij het dan eens een dichtstuk, dan weder een tooverstuk noemen en dan weder een goddelijk werk, enz.
[2012] Zie Hoofdstuk XVI, vers 15 en Hoofdstuk XXXI, vers 9.
[2013] Zie Hoofdstuk XXV, vers 40.
[2014] Zie Hoofdstuk XLIV, vers 36.
[2015] De bedoeling dezer plaats is de verkondiging van Gods alwetendheid. Hij behoeft de onderrichtingen niet van de wachtengelen, doch hij heeft het in zijne wijsheid geschikt geoordeeld, hun dat ambt op te dragen; want indien zij zoo nauwlettend zijn, dat zij ieder woord nederschrijven, dat over de lippen van den mensch komt, hoe zouden wij dan kunnen hopen de aandacht van hem te ontgaan, die onze meest verborgen gedachten kent! De Mahomedanen bezitten eene overlevering, volgens welke de engel, die de goede daden des menschen opteekent, het bevel voert over dengeen, die de slechte daden nederschrijft, en dat, wanneer een mensch een goede daad verricht, de engel aan de rechterhand, die tien malen nederschrijft. Bedrijft hij eene slechte daad, dan zegt die engel tot dien van de linkerhand: Wacht nog zeven uren, eer gij haar nederschrijft; misschien bidt hij of vraagt hij vergiffenis (Al Beid‚wi).
[2016] Zijnde de duivel, die aan hem is vastgeketend.
[2017] Dit zal het antwoord wezen van den duivel, die door den zondaar als zijn verleider zal worden aangeklaagd; want de duivel heeft geene macht over een mensch, om hem te noodzaken kwaad te doen, dan alleen door hem datgene in te geven, wat met zijne verdorvene neiging strookt (Zie Hoofdstuk XIV, vers 26 en volg.).
[2018] Zijnde: Zijn er nog meer tot deze plaats gedoemd, of wordt mijne ruimte vergroot, om hen te ontvangen?
[2019] Dit werd geopenbaard ter beantwoording der Joden, die zeiden, dat God op den zevenden dag van zijn werk rustte, en zich op zijn troon, nederzette, als iemand die vermoeid is (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2020] Dit zijn de twee nederbuigingen na het avondgebed, die niet noodzakelijk of voorgeschreven, maar naar willekeur geschieden en overbodig zijn. Men kan die dus naar verkiezing verrichten of achterwege laten.
[2021] Dat is: van eene plaats, van waar ieder schepsel de oproeping gelijkelijk hoore. Deze plaats wordt geacht de berg van den tempel van Jeruzalem te zijn, die door sommigen wordt verondersteld, nader bij den hemel te liggen, dan eenig ander deel der aarde. Van daar zal de trompet van Israfil klinken, terwijl GabriÎl het volgende zal afkondigen: O, gij verrotte beenderen, verscheurd vleesch en verspreide haren! God heeft bevolen, dat gij zult verzameld worden om geoordeeld te worden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2022] Of: bij de vrouwen, die kinderen baren of verspreiden, enz.
[2023] Of: bij de vrouwen, die een last in haren schoot dragen; of: bij de winden, die den regen dragen, enz.
[2024] Of: bij de winden, die snel door de lucht trekken; of: bij de sterren, die zich ijlings in haren loop bewegen, enz.
[2025] Of: bij de winden, die den regen verdeelen, enz.
[2026] Zijnde de paden of loopbanen der sterren; of de dunne en uitgespreide wolken, die zich als paden aan den hemel voordoen.
[2027] Nopens Mahomet of den Koran, of de opstanding en den dag des oordeels, door verschillend en onsamenhangend daarvan te spreken.
[2028] Daar zij het grootste gedeelte in gebeden en godsdienstig overpeinzingen doorbrengen.
[2029] Zijnde: Uw voedsel komt van boven; van daar, waar het veranderen der jaargetijden en de regen uitgaat; en uwe toekomstige belooning is dus daar; d.i. in het paradijs, dat boven de zeven hemelen is gelegen.
[2030] Dat is: Zonder eenigen twijfel of de minste achterhoudendheid zooals gij elkander eene waarheid verzekert.
[2031] Zie Hoofdstuk XI, vers 72 en Hoofdstuk XV, vers 51.
[2032] Sommigen zeggen, dat GabriÎl, die een dezer vreemdelingen was, ten einde Abrahams vrees weg te nemen, het kalf met zijne vleugels aanraakte, waarna het onmiddellijk opstond, en naar zijne moeder liep; waarop Abraham hen als de gezanten van God erkende (Al Beid‚wi).
[2033] Zie Hoofdstuk VII, vers 76, enz.
[2034] Zijnde: voor drie dagen. Zie Hoofdstuk XI, vers 68.
[2035] Want dit ongeval viel des daags voor.
[2036] Zooals bij voorbeeld: het mannetje en het wijfje, den hemel en de aarde, de zon en de maan, licht en duisternis, dalen en bergen, winter en zomer, zoet en bitter enz. (Jallalo'ddin).
[2037] Het hier bedoelde boek is, volgens een vrij algemeen aangenomen geloof, Úf het boek of register waarin de daden van alle menschen opgeteekend staan, Úf de bewaarde tafelen, die Gods besluiten behelzen Úf wel het boek wet, dat door God werd geschreven, terwijl Momes het krassen der pen hoorde, Úf ook wel de Koran (Al Zamakshari, Al Beid‚wi).
[2038] Zijnde: de Caaba, die zoo veelvuldig door de pelgrims wordt bezocht, of zooals sommigen eerder aannemen, het oorspronkelijke model van het huis in den hemel dat al Dorah genoemd, en door de engelen bezocht en omringd wordt, zooals het andere door de menschen.
[2039] Zijnde: ieder mensch wordt door God omtrent zijn gedrag als onderpand bewaard; indien hij wel handelt, lost hij dit in, terwijl hij het verbeurt, door slecht te handelen.
[2040] Dit is de woordelijke vertaling van eene Arabische uitdrukking luidende: "Laat ons gerust op den eersten tegenspoed wachten om ons daarop te wreken."
[2041] Want hoewel zij dit met hunne tongen belijden, loochenen zij het, door hunnen tegenstand, om hem te vereeren, gelijk hij dat verdient.
[2042] Zie Hoofdstuk XVI, vers 59, enz.
[2043] Zie Hoofdstuk XVIII, vers 36, enz.
[2044] Dit was eene der straffen welke de afgodendienende bewoners van Mekka hem tartten, op hen te doen nederdalen; en dan nog, zegt de tekst, indien zij een deel des hemels op zich zouden zien nedervallen, zouden zij het niet gelooven, dan nadat zij daardoor verpletterd werden (Al Beid‚wi).
[2045] Zijnde: Op den eersten klank der trompet.
[2046] Dat is: behalve de straf, waartoe zij, op den dag des oordeels zullen gedoemd worden, zullen zij vooraf door rampen in dit leven worden gekastijd, zooals de slachting te Bedr, en den zevenjarigen hongersnood, en ook na hunnen dood, door het onderzoek des grafs (Al Beid‚wi).
[2047] Sommigen veronderstellen, dat hier de sterren in het algemeen, en anderen, het zevengesternte in het bijzonder wordt bedoeld.
[2048] Namelijk den engel GabriÎl.
[2049] In zijn natuurlijken vorm, waarin God hem schiep, en in het oostelijk gedeelte des hemels. Men zegt, dat deze engel aan geen der profeten in zijn eigenlijken vorm verscheen, behalve aan Mahomet, en wel slechts tweemalen; zijnde eens, toen hij de eerste openbaring van den Koran ontving, en daarna weder, toen hij zijne nachtelijke reis naar den hemel ondernam, zooals vervolgens in den tekst wordt vermeld.
[2050] In een menschelijken vorm.
[2051] Maar hij zag het werkelijk.
[2052] Zijnde de boom, die tot grenspaal van het paradijs dient.
[2053] Deze woorden schijnen te beteekenen, dat alles wat onder dezen boom is, elke beschrijving en alle cijfers te bovengaat. Sommigen veronderstellen, dat hier de geheele engelenschaar wordt bedoeld, die God daaronder vereeren, (Al Beid‚wi) en anderen, de vogels, die op de takken zitten (Jallalo'ddin).
[2054] Door zoo wel de wonderen der stoffelijke, als van de geestelijke wereld te aanschouwen (Al Beid‚wi).
[2055] Dit waren drie afgoden der oude Arabieren. Wat de godslastering betreft, die, volgens sommigen, eens door Mahomet onbedachtzaam werd uitgesproken, toen hij deze plaats voorlas, zie Hoofdstuk XXII, vers 51, noot.
[2056] Zie Hoofdstuk XVI, vers 59.
[2057] Zijnde: zal hij God zijn wil voorschrijven, en dengeen die hem behaagt, tot zijne tusschenpersonen of tot zijn profeet benoemen, of zal hij een godsdienst naar zijn eigen zin kiezen, en de voorwaarden stellen, waarop hij de belooning van dit en het volgende leven zal kunnen verwerven (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[2058] Deze plaats wordt gezegd, geopenbaard te zijn met het oog op al Walid Ebn al Mogheira, die eens, den profeet volgende, door een afgodendienaar werd gesmaad, omdat hij den godsdienst der KoreÔshieten verliet, en aanleiding tot schandaal gaf. Hij antwoordde daarop, dat hetgeen hij deed, uit vrees voor de goddelijke wraak geschiedde. De afgodendienaar bood daarop aan, voor een zekere som, de schuld der afvalligheid op zich te zullen nemen. Nadat de koop gesloten was, keerde al Walid tot de afgodendienarij terug, en betaalde den man een deel der overeengekomen som. Later echter, bij nadere overweging, achtte hij dit te veel, en hield het overige gedeelte terug (Al Beid‚wi).
[2059] Dat is: Is hij verzekerd, dat het den persoon met wien hij de bovenvermelde overeenkomst sloot, zal toegestaan worden, hier namaals in zijne plaats te lijden (Al Beid‚wi).
[2060] Syrius, of het groote hondsgesternte, werd door sommige der oude Arabieren aangebeden (Hyd. not. in Ulug. Beig. Tab. stell fix p. 53)
[2061] Zijnde: Sodom en de andere steden, welke zij in haren val medesleepte (Zie Hoofdstuk XI, vers 9).
[2062] Het woord, maan, dat zich in het eerste vers bevindt, strekt tot titel voor deze Soera. In dit eerste vers wordt van de komst van het uur, d.i. van den dag des oordeels gesproken. Onder de teekenen, die dit vreeselijke oogenblik zullen voorafgaan, is dat van het splijten der maan. Sommige uitleggers willen echter in de woorden "de maan is gespleten" eene toespeling zien op het mirakel door Mahomet verricht, waarbij hij de maan met zijn vinger in tweeÎn spleet.
[2063] Dat is, als de engel Israfil de menschen tot het oordeel zal oproepen.
[2064] Noach deed dit verzoek niet, dan nadat hij herhaalde malen gewelddadig door zijn volk was bejegend; want men verhaalt, dat een hunner hem aanviel en bijna verworgde, waarna hij, tot zich zelven gekomen, uitriep: O Heer! vergeef het hun want zij weten niet, wat zij doen (Al Beid‚wi).
[2065] Zijnde: Op een Woensdag. Zie Hoofdstuk XLI, vers 15, in de noot.
[2066] Of een kouden wind.
[2067] Men verhaalt, dat zij eene toevlucht in de rotskloven en holen zochten, terwijl zij elkander vasthielden, doch de wind blies hen met hevigheid weg, en wierp hen als lijken neder (Al Beid‚wi).
[2068] Deze is, volgens den Koran, de naam van den profeet, die tot de Thamoedieten werd gezonden.
[2069] Zie Hoofdstuk VII, vers 71, enz.
[2070] Dat is tusschen de Thamoedieten en de kameel. Zie Hoofdstuk XXVI, vers 155.
[2071] Namelijk Kodar Ebn Salef, die geen Arabier was, maar een vreemdeling, die onder de Thamoedieten woonde. Zie Hoofdstuk VII, vers 71 noot.
[2072] Deze woorden beteekenen of de droge takken, waarmede men in het Oosten kooien of schuilplaatsen bouwt, om het vee tegen wind en koude te beveiligen, of de stoppels en de andere stoffen, waarmede men, gedurende den winter, het vee in de kooien voedt.
[2073] Zoodat hun oogholten opzwollen, en met de overige deelen van het aangezicht gelijk werden. Dit wordt gezegd door middel van eene streek des vleugels van den engel GabriÎl geschied te zijn. Zie Hoofdstuk XI, vers 79 en volg.
[2074] Waaronder zij gebukt zullen gaan, tot zij hunne volle straf in de hel ontvangen.
[2075] Deze profetie werd vervuld door de overwinning te Bedr op de KoreÔshieten behaald. Eene overlevering van Omar verhaalt, dat toen deze plaats was geopenbaard, Mahomet zelf bekende, de ware meening daarvan niet te begrijpen; maar op den dag van den slag te Bedr, toen hij zijn maliÎnkolder aandeed, herhaalde hij deze woorden.
[2076] Zijnde: Kun, dat is: Wees. Deze plaats kan ook aldus worden wedergegeven: De uitvoering van ons voornemen, is slechts eene eenvoudige daad, die in een oogenblik wordt ten uitvoer gebracht. Sommigen veronderstellen, dat dit op den dag des oordeels betrekking heeft.
[2077] De meeste uitleggers twijfelen, of dit Hoofdstuk te Mekka of te Medina werd geopenbaard, of gedeeltelijk op de eene en gedeeltelijk op de andere plaats.
[2078] Deze woorden zijn gericht tot de twee soorten van redelijke wezens, namelijk tot de menschen en tot de geniussen. Dit vers is door het geheele Hoofdstuk niet minder dan een en dertig malen herhaald of tusschengevoegd. Marracci gist, dat dit in navolging van David is geschied. Zie Psalm CXXXVI.
[2079] De oorspronkelijke woorden beteekenen de verschillende punten van den horizont of gezichteinder, waarop de zon in den zomer- en winterstilstand op- en ondergaat. Zie Hoofdstuk XXXVII, vers 5, noot.
[2080] Zie Hoofdstuk XXV, vers 55.
[2081] De laatste volzin van dit vers zou letterlijk moeten luiden: Hij is iederen dag in een anderen toestand. Deze woorden beteekenen, volgens de uitleggers, dat God zich beurtelings met de uitvoering zijner besluiten, den dood en het leven der schepselen, de vernedering van de eenen en de verheffing van de anderen bezig houdt. Bij de Muzelmansche mystieken hebben zij eene andere beteekenis. Volgens dezen is de bedoeling, dat de eenige en ondeelbare God, die onveranderlijk in zijn wezen is, wat zijne hoedanigheden betreft, veelvoudig is, en ieder oogenblik afwisselt, hetgeen hij tot in het oneindige voortzet. Hij brengt de schepping voort, en doet die verdwijnen; hij vertoont en verbergt zich.
[2082] Ten einde van Gods macht te vlieden, en zijn besluit te ontvluchten.
[2083] Want hunne misdaden zullen te erkennen zijn, aan hunne verschillende werken zooals verder in den tekst volgt.
[2084] Zie Hoofdstuk XXXVII, vers 65.
[2085] Zijnde: een afgescheiden paradijs voor de menschen en een ander voor de geniussen, of, zooals sommigen denken, twee tuinen voor iederen persoon; de eene als eene belooning voor zijne werken, en de andere als eene vrije en buitengewone gift, enz.
[2086] Van welke sommigen bekend zullen zijn, en gelijk de vruchten der aarde, terwijl andere van nieuwe en onbekende soorten zullen wezen; of vruchten, zoowel groen als rijp.
[2087] Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk eene ramp, die zekerlijk, en wel plotseling en met geweld zal plaats hebben. Hier beteekent het daarom de dag des oordeels.
[2088] Dit zijn de zaligen en de verdoemden. Deze zijn hier aldus onderscheiden, omdat boeken, waarin hunne daden zijn opgeschreven, in de rechterhand der eersten, en in de linkerhand der laatsten zullen worden gegeven (Jallalo'ddin, Al Beid‚wi). Ook beteekenen de woorden, hier met rechter- en linkerhand vertaald, mede geluk en ellende.
[2089] Zijnde: er zullen meer leiders zijn, die anderen in geloof en goede werken zijn voorafgegaan, onder de volgelingen der onderscheiden profeten van Adam tot Mahomet, dan onder de volgelingen van Mahomet zelven (Jallalo'ddin, Al Beid‚wi).
[2090] Zie Hoofdstuk XV, vers 47, noot.
[2091] Het oorspronkelijke woord Talh is niet alleen de naam van den banaan, maar ook van een zeer hoogen doornachtigen boom, die een groot getal aangenaam riekende bloemen draagt (Zie J. Leon, Descript. Africae lib. 9), en de Acacia schijnt te wezen.
[2092] Dat in kanalen geleid worden, en wel op die plaatsen en op zulk eene wijze, als ieder dat zal verlangen.
[2093] Hebbende hij haar opzettelijk van fijnere stoffen geschapen, dan de vrouwen van deze wereld, terwijl zij aan geen der ongemakken zijn onderworpen, dier sekse eigen.
[2094] En hoe dikwijls ook de mannen tot haar ingaan, zullen zij immer bevinden, dat zij maagden zijn.
[2095] Men heeft reeds hier boven (vers 13 en 14) gezien, dat de uitverkorenen in grooter getal bij de ouderen, dan bij de nieuweren zullen zijn. Deze verzen zijn in tegenspraak met vers 38 en 39. Al Beid‚wi denkt echter, dat er hier geen tegenspraak is, aangezien het groote getal, de meerderheid van eene der beide troepen volstrekt niet uitsluit.
[2096] Zie Hoofdstuk XXXVI, vers 80, noot.
[2097] Om den menschen de opstanding te herinneren (Hoofdstuk XXXVI vers 80), waarop de voortbrenging van vuur in sommige opzichten gelijkt, of van het vuur der hel (Al Beid‚wi).
[2098] Of: Laat niemand die aanraken, enz. Niet alleen de zuiverheid des lichaams wordt namelijk van hem vereischt, die met den verplichten eerbied van dit boek wenscht gebruik te maken, en daardoor hoopt te stichten, maar ook de zuiverheid der ziel. Daarom worden deze woorden gewoonlijk op den omslag geschreven.
[2099] De meening dezer duistere plaats is als volgt: Indien gij niet gedwongen zijt op den jongsten dag rekenschap van uwe daden te geven, zooals gij door uwe loochening van de opstanding schijnt te gelooven, doe dan de ziel van den stervenden persoon in zijn lichaam terugkeeren; want gij kunt dit even gemakkelijk doen, als gij den dag des oordeels kunt vermijden (Jallalo'ddin, Al Beid‚wi).
[2100] Zijnde de leiders, of de eerste leermeesters van het geloof.
[2101] Dit woord komt in vers 25 van dit Hoofdstuk voor.
[2102] Het is namelijk, volgens eenigen, onzeker, op welk der beide plaatsen dit Hoofdstuk werd geopenbaard.
[2103] Dit is: gij zijt door de sterkste bewijzen en beweegredenen verplicht in hem te gelooven.
[2104] Aangezien later geene zoo groote behoefte meer aan beiden bestond. De Mahomedaansche godsdienst was door die groote overwinning hecht gevestigd.
[2105] Een licht zal hen namelijk op den rechten weg naar het paradijs leiden, terwijl het andere uit het boek zal voortkomen, waarin hunne daden zijn vermeld, en dat zij in hunne rechterhanden zullen houden.
[2106] Zijnde eene wet der gerechtigheid. Sommigen denken, dat de engel GabriÎl werkelijk eene balans aan Noach uit den hemel bracht, waarvan hem geboden was, het gebruik bij zijn volk in te voeren.
[2107] Dit is: Wij leerden hem, hoe het uit de mijnen moet worden opgegraven. Al Zamakhshari voegt er bij, dat Adam gezegd wordt, vijf ijzeren dingen uit het paradijs te hebben medegebracht, zijnde: een aanbeeld, eene tang, twee hamers, (een grooten en een kleinen), en eene naald.
[2108] Dat is oprecht en hartelijk.
[2109] De Muzelmannen zeggen dikwijls: La rahbaniÔeta fil-islami. Geen kloosterleven in den Islam.