De Koran Voorafgegaan Door Het Leven Van Mahomed Eene Inleiding
Chapter 90
[1400] Hiermede wordt de overwinning te Bedr bedoeld, waarbij verscheidene der voornaamste KoreÔshieten het leven verloren, of de hongersnood, waardoor de bewoners van Mekka werden getroffen, op het gebed van den profeet, dat aldus luidde; "O God! zet uwen voet met sterkte op Modar (een voorzaat der KoreÔshieten), en geeft hun jaren, gelijk de jaren van Jozef" waarop zulk eene groote schaarschte volgde, dat zij genoodzaakt waren zich met honden, krengen en verbrande beenderen te voeden (Al Beid‚wi).
[1401] Savary vertaalt dit aldus: Zij die in onwetendheid omtrent zijne leer verkeeren. Zij die in hunne blindheid blijven, tot het uur waarop de machtigste hunner, onze wraak gevoelende, met groot misbaar zullen uitroepen, enz.
[1402] Dat is; indien er meer dan ÈÈn God zou hebben bestaan, zooals de afgodendienaars dat gelooven (Zie Hoofdstuk XXI vers 22), of indien de leer door Mahomet verkondigd, overeenkomstig hunne neigingen ware geweest, enz.
[1403] Zijnde: De hongersnood. Men zegt dat de bewoners van Mekka gedwongen waren, hunne toevlucht tot ilhiz te nemen om zich er mede te voeden. Dit is eene soort ellendig voedsel uit bloed en kemelshaar bestaande, hetgeen door de Arabieren in tijden van schaarschte wordt genuttigd. Abos Sofia kwam tot Mahomet en zeide: Ik bezweer u bij God en de betrekking die tusschen ons bestaat, zeg mij, of gij denkt tot eene genade voor alle schepselen te zijn gezonden, aangezien gij de ouderen door het zwaard en de kinderen door honger hebt gedood? (Al Beid‚wi).
[1404] Namelijk de slachting te Bedr.
[1405] Zijnde: Hongersnood, die verschrikkelijker is dan de rampen van den oorlog (Al Beid‚wi). Overeenkomstig die uitleggingen moet deze plaats te Medina zijn geopenbaard, tenzij het in een profetischen zin worde opgevat.
[1406] Door het vormen eener afzonderlijke schepping en van een koninkrijk, verschillende van zijn schepping en zijn koninkrijk.
[1407] Zie Hoofdstuk XVII, vers 58, en volg.
[1408] Dat is: door beleediging te vergeven en deze door goed te vergelden, welke les echter gewijzigd wordt, door de voorwaarde, dat de ware godsdienst door zulk eene mildheid en grootmoedigheid niet worde benadeeld (Al Beid‚wi).
[1409] Om mij te bekampen, of, zooals het mede kan worden vertaald: Opdat zij mij niet deren.
[1410] Of, hetgeen mede door deze woorden wordt gezegd: In de wereld welke ik verlaten heb; dat is gedurende den verderen duur van het leven dat mij zal worden geschonken en waarvan ik ben afgesneden (Al Beid‚wi).
[1411] Het oorspronkelijk woord barzakh hier met hek vertaald, beteekent in de eerste plaats eene afdeeling of tusschenruimte, waardoor eene zaak van eene andere wordt afgescheiden. Het wordt echter door de Arabieren niet altijd in denzelfden en ook somtijds in een duisteren zin gebruikt. Zij schijnen in het algemeen daarmede datgene uit te drukken, waartoe de Grieken het woord Hades gebruikten; dan eens het woord voor de plaats der dooden aanwendende, dan weder voor den tijd dien zij in dien staat doorbrachten en dan weder voor den staat zelven. Hunne critici hebben uitgemaakt, dat het de tusschentijd of ruimte is, tusschen deze wereld en de volgende, of tusschen den dood en de opstanding. Ieder persoon, die sterft, wordt gezegd in al barzakh over te gaan, of, zooals de Grieken het uitdrukken katab`hnai e`ic . Zie Pocock, not. in Port. Mosis, p. 248, etc. Sommige uitleggers vatten deze plaats zÛÛ op, als bedoelden de woorden door ons met achter hen vertaald, integendeel voor hen (daar hier in het oorspronkelijke een dier woorden staat waarvan er verscheidene in de Arabische taal zijn, die namelijk twee geheel tegenovergestelde beteekenissen hebben) daar zij al barzakh als een toekomstige ruimte beschouwen, die vÛÛr en niet achter hen ligt.
[1412] Niet in staat zijnde, door hunne vermaningen invloed op u te hebben, door de verachting waarmede gij hen beschouwt.
[1413] Zoo kort zal hun de tijd toeschijnen, in vergelijking met den eeuwigen duur hunner marteling, of omdat de tijd dien zij in de wereld doorleefden, de tijd was van hunne vreugde en hun genoegen. Het is namelijk bij de Arabieren gebruikelijk, datgene wat hun aangenaam is als van korten duur en datgene wat hun onaangenaam is als van langen duur te beschrijven.
[1414] Dat is: de engelen die rekening houden van den duur van der menschen leven en van hunne werken, of een ander, die tijd mocht hebben om op te tellen, en niet wij, die door onze smarten van onze gedachten en aandacht worden afgetrokken.
[1415] Deze titel is ontleend aan vers 35 van dit hoofdstuk.
[1416] Deze wet moet worden opgevat als geene betrekking te hebben op gehuwden die geene slaven zijn, daar overspel in zulk een geval, overeenkomstig de Sonna, met steeniging moet worden gestraft (Zie Hoofdstuk IV, vers 19 en 28).
[1417] Zijnde: Wordt niet door medelijden bewogen, hetzij om de schuldigen te vergeven, of om hunne straf te verzachten. Mahomet stond zoozeer de strikte en onpartijdige toepassing der wetten voor, dat men mededeelt, dat hij eens zou gezegd hebben: Indien Fatima, de dochter van Mahomet steelt, laat haar dan de hand afkappen (Al Beid‚wi).
[1418] Dat is: laat de straf in het openbaar volvoeren en niet heimelijk, omdat de schande zwaarder weegt dan de pijn en meer geschikt is om den misdadiger te bekeeren. Sommigen zeggen dat daarbij minstens drie personen moeten tegenwoordig zijn, anderen stellen twee of wel dat ÈÈn toereikend is. (Al Beid‚wi).
[1419] De voorgaande plaats werd geopenbaard voor de geringere en armere M‚hojerins of uitgewekenen, die de bijzitten der ongeloovigen trachtten te huwen, welke in den oorlog waren gevangen genomen, om de winst die uit de prostitutie dezer vrouwen voortsproot. Sommigen meenen dat dit verbod speciaal zij en alleen de bovengemelde M‚hojerins betreft, terwijl anderen van oordeel zijn, dat het meer algemeen is. Men neemt echter aan dat het afgeschaft is door de woorden die later volgen, luidende: Huw de onverbonden vrouwen enz., naardien ook ontuchtige vrouwen in die uitdrukking zijn begrepen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin). Sommigen veronderstellen echter, dat niet het huwelijk maar de onwettige omgang van zulke vrouwen op deze plaats wordt verboden.
[1420] Het Arabische woord mohsinat beteekent eigenlijk vrouwen van onberispelijk gedrag, maar om de daarna vermelde straf op den lasteraar toe te passen, wordt het mede vereischt, dat zij vrije vrouwen van rijpen leeftijd, volkomen in het bezit van hare verstandelijke vermogens en van den Mahomedaanschen godsdienst zijn. Hoewel het genoemde woord tot het vrouwelijk geslacht behoort, worden ook mannen verondersteld in deze wet te zijn begrepen. Aboe Hanifa was van oordeel, dat de lasteraar in het openbaar moest worden gegeeseld evenals hij die zich aan hoereeren had schuldig gemaakt; maar algemeen wordt deze meening bestreden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1421] Zie Hoofdstuk IV, vers 9.
[1422] Voor het geval dat beiden zweren, ontlast de eed des mans hem van de beschuldiging van en de straf op laster, terwijl de eed der vrouw haar vrijmaakt van de beschuldiging van en de straf tegen overspel; maar hoewel de vrouw hare onschuld bezweert, wordt het huwelijk krachteloos of door den rechter ontbonden verklaard, omdat het onmogelijk is dat zij met elkander zouden kunnen voortleven, nadat zij tot deze uitersten zijn gekomen.
[1423] Tot beter begrip dezer plaats is het noodig, het volgende verhaal mede te deelen. Toen Mahomet in het zesde jaar der hedjira eene expeditie tegen den stam van Mostalek ondernam, nam hij zijne vrouw AÔsha met zich om hem te vergezellen. Op hunnen terugtocht toen zij niet ver van Medina waren, trok het leger des nachts verder. AÔsha steeg onderweg van haren kameel af en verwijderde zich eenige oogenblikken. Hare lieden geloofden dat zij reeds in hare reistent was gegaan, zetten die op den kameel en leidden het dier voort, waarop de geheele karavaan haar weg vervolgde. AÔsha, zich verlaten ziende, bleef op dezelfde plaats waar zij was afgestegen, wachtende of er iemand zou komen om haar af te halen, en sliep eindelijk in. Korten tijd daarna kwam een jongmensch, Safwan Ebnal Moattei daar voorbij. Toen hij iemand op den grond zag liggen slapen, naderde hij en ziende dat het eene vrouw was wekte hij haar, door deze woorden twee maal zachtkens uit te spreken: Wij behooren aan God en tot hem moeten wij wederkeeren. Daarop bedekte AÔsha zich met haren sluier en hij bood haar zijn kameel aan. AÔsha nam zijn aanbod aan. Op deze wijze bereikte zij den anderen dag de karavaan weder. Toen de afwezigheid van AÔsha en haar terugkeer met Safwan bekend waren, werd zij door sommigen van overspel beschuldigd. Mahomet, niet wetende wat hij moest denken, bevond zich in eene groote verslagenheid en het was eerst na verloop van een maand dat hij verklaarde, de waarheid te kennen, tengevolge eener openbaring die geheel ten voordeele zijner vrouw was, terwijl hij de beschuldiging voor onwaar verklaarde (Al Bokhari in Sonna, Al Beid‚wi, Jallalo'ddin enz. Zie ook Abu'lf. Vit Moh. p. 82 etc. Gagnier Vie de Moh. lib. 4 c 7, en ook blz. 47 van dit werk).
[1424] De personen in het uitstrooien van dit schandelijk gerucht betrokken, waren: Abd'allah Ebn Obba, (die er de ontwerper van was en het uit haat tegen Mahomet tot het uiterste dreef), Zeid Ebn Ref‚a, Hassan Ebn Thabet, Mestab Ebn Otahtha, een achterkleinzoon van Abd'almotalleb en Hamna Bint Jahash. Ieder van hen ontving een tachtigtal slagen, overeenkomstig de wet in dit hoofdstuk vervat. Abd'allah werd alleen uitgezonderd, daar hij een mensch van groot aanzien was (Abu'lfeda. Vit. Moham., p. 83). Er wordt tevens gezegd, dat Hassan en Mestab blind werden en dat laatstgenoemde tevens het gebruik van beide zijne handen verloor (Al Beid‚wi).
[1425] Zijnde: Abd'allah Ebn Obba die de genade niet genoot, een waar geloovige te worden, maar als een ongeloovige stierf.
[1426] Deze plaats werd geopenbaard met het oog op Aboe Bekr, die gezworen had, dat hij in het vervolg niets aan Mestab zou schenken, ofschoon deze de zoon van zijn moeders zuster en een arme Mah‚jer of uitgewekene was, en wel uithoofde hij medegewerkt had, zijne dochter AÔsha te belasteren. Toen Mahomet hem echter dit vers had voorgelezen, kwam hij tot andere gedachten en ging hij voort, het jaargeld aan Mestab uit te betalen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1427] Hoewel de woorden algemeen schijnen te zijn, schijnen zij echter voornamelijk betrekking te hebben op hen, die de vrouwen des profeets zouden mogen lasteren. Overeenkomstig een gezegde van Ebn Abbas, zou uit een onderzoek van al de bedreigingen, in den geheelen Koran vervat, blijken, dat er geene zoo streng zijn als die bij de valsche beschuldiging van AÔsha uitgesproken, waarom hij van meening is, dat zelfs berouw de lasteraars niet van nut is (Al Beid‚wi).
[1428] Dan op toelating aan te dringen of aan de deur te wachten.
[1429] Zijnde: Die niet de bijzondere woning van een gezin uitmaken, zooals openbare herbergen, winkels, hutten, enz.
[1430] Zooals: hare kleederen, juweelen en hare toiletbenoodigdheden; meer bijzonder echter zulke deelen van haar lichaam, welke niet gezien mogen worden.
[1431] Sommigen meenen, dat hier hare bovenkleederen worden bedoeld, en anderen hare handen en aangezichten. Men houdt het er echter algemeen voor, dat eene vrije vrouw zelfs deze deelen niet mag ontdekken, behalve aan de hierna uitgezonderde personen, of bij sommige onvermijdelijke gelegenheden, zooals: bij het afleggen van getuigenis in het openbaar, het inwinnen van raad eens artsen, of het nemen van geneesmiddelen, enz.
[1432] En zorg te dragen, het hoofd, den hals en de borst te bedekken. Zooals wij reeds hebben vermeld, gaan de Turksche vrouwen nimmer uit, zonder gesluierd te zijn. In Egypte hullen de vrouwen zich in een langen mantel van zwarte zijde, die het geheele lichaam bedekt; aan de voeten dragen zij muilen van zeer dun, geel leder. Lange broeken en japonnen die tot op den grond nederhangen, verhinderen dat men hare beenen ziet; maar daar zij geene kousen dragen, verbiedt haar Mahomet, de voeten op zoodanige wijze te bewegen, dat daardoor de bekoorlijkheden worden ontdekt, welke verborgen moeten blijven. In het openbaar zijn zij altijd op de zedigste wijzen gekleed, maar in hare eigen huizen leggen zij al die overtollige gewaden af, en kleeden zich zeer luchtig.
[1433] Voor welke zij zich opschikken, en die alleen het voorrecht hebben haar geheel lichaam te mogen zien.
[1434] Deze nauwe betrekkingen zijn mede uitgezonderd, dewijl zij niet kunnen vermijden, deze personen dikwijls te zien en van deze geen groot gevaar te duchten is. Het is hun daarom veroorloofd te zien, wat bij eene zoo vertrouwelijke samenkomst niet kan worden verborgen (Al Beid‚wi), maar geen ander deel van haar lichaam; voornamelijk alles wat zich tusschen den navel en de knieÎn bevindt (Jallalo'ddin). Daar de ooms hier niet bijzonder zijn vermeld, bestaat er twijfel, of zij al dan niet mogen worden toegelaten om hunne nichten te zien. Sommigen zijn van meening, dat zij onder de rubriek broeders zijn begrepen; maar anderen oordeelen, dat zij niet in deze uitzondering zijn vervat, en geven daarvoor als reden op, dat zij de personen van hunne nichten niet aan hunne zonen zouden kunnen beschrijven (Al Beid‚wi).
[1435] Dat is: Voor zooverre zij tot den Mahomedaanschen godsdienst behooren. Het wordt namelijk door sommigen, voor eene vrouw die eene ware geloovige is, ongeoorloofd, of ten minste onwelvoegelijk geacht, zich voor iemand te ontdekken die eene ongeloovige is, omdat deze zich er bezwaarlijk van zou kunnen onthouden, haar aan de mannen te beschrijven: anderen veronderstellen echter, dat hier alle vrouwen in het algemeen zijn uitgezonderd; want, omtrent deze bijzonderheid verschillen de godgeleerden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1436] Slaven van beiderlei kunne zijn in deze uitzondering begrepen, en ook, zooals sommigen meenen, huiselijke dienstboden, die geene slaven zijn, evenals die van eene andere natie.
[1437] Of die geene begeerte hebben van haar te genieten, zooals afgeleefde oude mannen en misvormden, of personen, welke de menschen als tafelschuimers volgen, om hunne overgebleven levensmiddelen, en te verachtelijk zijn, om den hartstocht eener vrouw of de ijverzucht van den man op te wekken. Of gesneden onder deze algemeene aanduiding zijn begrepen, is een geschilpunt tusschen de geleerden (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin, Yahya, enz.)
[1438] Door de ringen te schudden welke de vrouwen in het Oosten boven hare enkels dragen, en die gewoonlijk van goud of zilver zijn (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin, Yahya). De trotschheid waarmede de Joodsche vrouwen in den ouden tijd deze versierselen van hunnen voet deden klinken, is, behalve nog verscheiden andere dingen van dien aard, door den profeet Jesajah sterk gegispt (Jes. III; 16, 18).
[1439] Zij die niet gehuwd zijn van beide geslachten, hetzij ze te voren al of niet getrouwd waren.
[1440] Van beiderlei kunne.
[1441] Waarbij de meester zich verplicht, zijn slaaf in vrijheid te stellen, op de ontvangst van eene zekere som gelds, welke de slaaf aanneemt te betalen.
[1442] Zijnde: Indien gij hebt gevonden dat zij geloovig zijn, en reden hebt om te mogen aannemen, dat zij hunne verbintenis zullen nakomen.
[1443] Hetzij door hun iets van uwe eigen bezittingen te schenken of hun een deel van hunnen losprijs kwijt te schelden. Sommigen veronderstellen dat deze woorden niet slechts tot de meesters zijn gericht, maar tot alle Moslems in het algemeen, door hen aan te bevelen, degenen te ondersteunen die hunne vrijheid ontvangen en hunnen losprijs betaald hebben, hetzij uit hunne eigene middelen, of door hen toe te laten, een deel van de openbare aalmoezen te genieten (Al Beid‚wi).
[1444] Het schijnt dat Abd'allah Ebn Obba zes slavinnen bezat, op welke hij eene zekere belasting had gelegd, welke hij haar dwong door prostitutie te verdienen. Eene dier vrouwen beklaagde zich bij Mahomet, hetgeen de openbaring dezer plaats veroorzaakte (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1445] Zijnde: Het verhaal van de valsche beschuldiging van AÔsha, hetwelk op dat van Jozef en van Maria gelijkt (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1446] Maar van eene nog betere soort. Sommigen denken dat de bedoeling is, dat de boom noch in de oostelijke gedeelten noch in de westelijke, maar in het midden der wereld groeit; namelijk in SyriÎ, waar de beste olijven voorkomen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1447] Of een licht, welks glans verdubbeld is door de bovenvermelde omstandigheden. De uitleggers verklaren deze allegorieÎn en iedere bijzonderheid er van met groote scherpzinnigheid. Zij zeggen daarbij dat het hier beschreven licht dat van den Koran, of Gods verlichtende genade in het hart van den mensch is, en geven nog verschillende andere verklaringen.
[1448] Het verband dezer woorden is niet zeer duidelijk. Sommigen veronderstellen dat zij met de voorafgaande moeten worden verbonden, en dat de vergelijking nauwkeurig en juist is, naardien deze doelt op de lampen der moskeÎn, welke grooter zijn dan die in particuliere woningen. Sommigen achten deze woorden veeleer met de volgende woorden: verkondigen de menschen enz. in verband te staan. Anderen zijn wederom van oordeel, dat het de onvoltooide aanvang van eenen volzin is, en dat de woorden als: Looft God, of iets dergelijks moeten worden opgevat. De huizen welke hier echter worden bedoeld, zijn diegene, welke bijzonder voor de godsvereering zijn bestemd, of meer bijzonder de drie voornaamste tempels: van Mekka, Medina en Jeruzalem (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1449] Het Arabische woord Ser‚b beteekent; de bedriegelijke schijn, welke in het Oosten dikwijls in zandige vlakten tegen den middag wordt gezien, en welke gelijkt op eene groote watervlakte die in beweging is; hetwelk door de terugkaatsing van de zonnestralen wordt veroorzaakt. Het verschijnsel lokt dikwijls dorstige reizigers van hunnen weg af, maar bedriegt hen als zij naderbij komen, daar het voorwaarts gaat (want het schijnt altijd op denzelfden afstand te blijven), of geheel verdwijnt. (Vide Q. Curt. de rebus Alex. lib. VII, et Gol. en in Alfrag. p. 111. I. et in Adag. Arab. ad calcem Gram. Erp. p. 93).
[1450] Dat is: Hij ontsnapt Gods aandacht of wraak niet.
[1451] Deze verklaring, welke reeds op eene andere plaats is vermeld (Hoofdstuk XXI, vers 31) niet geheel juist zijnde, hebben de uitleggers verondersteld, dat hier met "water" het woord "zaad" wordt bedoeld of wel dat hier het water is vermeld als de hoofdoorzaak van den groei der dieren en als een aanzienlijk en noodzakelijk bestanddeel hunner lichamen.
[1452] Deze plaats werd geopenbaard om Bashir den huichelaar die, een verschil met een Jood hebbende, zich tot Caab Ebn al Ashraf begaf, terwijl de Jood Mahomets beslissing inriep (Zie Hoofdstuk IV, vers 63 en de noot), of, zooals anderen verhalen, werd dit vers geopenbaard om Mogheira Ebn Wayel, die weigerde een geschil, dat hij met Ali had, aan de beslissing van den profeet te onderwerpen (Al Beid‚wi).
[1453] Zijnde: Zooals hij met de IsraÎlieten ten aanzien der Kana‰nieten deed.
[1454] Aangezien er zekere tijdstippen van den dag zijn, waarop het voor een dienstbode, noch voor een kind gepast is, zonder verlof binnen te komen.
[1455] Zijnde: de tijd dat de menschen opstaan en zich voor den dag aankleeden.
[1456] Dat is: als gij des middags uwe opperkleederen aflegt om te slapen hetgeen een gewoon gebruik in het Oosten en in alle heete luchtstreken is.
[1457] Als gij u ontkleedt om u te bed te begeven. Al Beid‚wi voegt er een vierde tijdstip bij, waarop verlof om binnen te komen moet worden gevraagd: namelijk, des nachts; maar dit vloeit uit de omstandigheid zelve voort.
[1458] Zie vers 31 van dit hoofdstuk.
[1459] Zijnde: Waar zich uwe vrouwen of gezinnen bevinden, of in de huizen van uwe zonen, welke gij als de uwe moogt aanzien. Deze plaats werd geopenbaard, om sommige bezwaren of bijgeloovige denkbeelden bij de Arabieren gedurende den tijd van Mahomet, op te heffen. Sommigen van dezen meenden namelijk, dat het eten met verminkte of zieke personen hen onteerde: anderen meenden, dat zij niet in het huis van een ander mochten eten, al waren zij nog zoo na met hen verbonden, of al was hun, gedurende de afwezigheid des meesters, de sleutel van en de zorg over het huis toevertrouwd, en zij daarvan konden afleiden, dat het geoorloofd was; anderen vermeden, hoewel daartoe uitgenoodigd, met hunne vrienden te eten, uit vreeze dat zij lastig zouden zijn (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin.). De geheele plaats schijnt slechts eene verklaring te zijn, dat die dingen waaromtrent men zwarigheid maakte geheel onschuldig zijn, hoewel de uitleggers zeggen, dat het nu is afgeschaft, en dat het alleen betrekking heeft op de oude Arabieren, die gedurende de kindsheid van het Mahomedanisme leefden.
[1460] Zooals de stam van Leith het voor ongeoorloofd hield, dat een mensch alleen at, en sommigen der Ansars, die als zij een gast hadden, niet anders dan in zijn gezelschap aten. Zoo waren er ook anderen, die weigerden met iemand te eten, uit eene bijgeloovige voorzorg, om niet ontreinigd te worden, of uit dierlijke vraatzucht (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin.)
[1461] Letterlijk u zelven; dat is, overeenkomstig Al Beid‚wi, de bewoners van het huis waarmede gij, door de banden des bloeds, en door het gemeene verbond van den godsdienst zijt verbonden. En indien er niemand in het huis is, zegt Jallalo'ddin, groet dan u zelven, en zeg: Vrede zij over ons, en over de rechtvaardige dienaren van God; want de engelen zullen uwen groet beantwoorden.
[1462] Zooals bij openbare gebeden, of een plechtig feest, of in den raad, of bij eene militaire onderneming.
[1463] Omdat zulk een vertrek, ofschoon met verlof en met eene redelijke verschooning, eene soort van schending is van de nauwkeurige vervulling van hunnen plicht; naardien zij hunne tijdelijke zaken boven den vooruitgang van den waren godsdienst verkiezen (Al Beid‚wi.).
[1464] Deze woorden worden op verschillende wijzen uitgelegd. Zoo kan de bedoeling wezen. Behandel de vermaningen van den profeet niet lichtvaardig, zooals gij zoudt doen met die van een persoon welke gelijk met u staat, door deze niet te gehoorzamen, of door er van af te wijken, of in zijne tegenwoordigheid te komen, zonder eerst verlof te hebben verkregen. Of de bedoeling kan deze zijn: Denk niet, dat wanneer de profeet God in het gebed aanroept, het met hem evenals met u gaat, als gij een verzoek tot een hooger geplaatste richt, die somtijds uw verzoek toestaat, maar het dikwijls afwijst. Of ook wel: Roep den profeet niet toe, zooals gij dat elkander doet; te weten bij den naam, of vertrouwelijk en met eene luide stem; maar maak van eene of andere eerbiedige benaming gebruik, zooals: O profeet van God! of: O gezant van God! en spreek op eene onderdanige en zedige wijze.
[1465] Al Forkan, of de onderscheiding, is een der namen van den Koran.
[1466] Zijnde de hemelsche lichamen, of de afgodsbeelden en de werken van des menschen handen.
[1467] Zie Hoofdstuk XVI, vers 105.
[1468] Zijnde aan dezelfde natuurlijke behoeften en gebreken onderworpen. De bewoners van Mekka waren met Mahomet, zijne omstandigheden en levenswijze te goed bekend, om hunne oude vertrouwelijkheid in den eerbied te veranderen, dien zij aan den gezant van God schuldig waren; want geen profeet wordt in zijn land geÎerd. Sommigen lezen hier: op de markt.
[1469] Door gelegenheid te geven tot afgunst, nijd en kwaadaardigheid: zooals, bij voorbeeld, de armen, geringen en zieken, als zij hunnen eigenen toestand vergelijken met dien van den rijke, edele en welvarende en door het volk aan hetwelke profeten waren gezonden, door die profeten te beproeven (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).
[1470] Zijnde bij hunnen dood of bij de opstanding.
[1471] Want op den dag der opstanding zullen de zaken op dat tijdstip zijn afgeloopen, en de gelukzaligen zullen hunnen middag in het paradijs en de verdoemden in de hel doorbrengen (Al Beid‚wi, Jallalo'ddin).