De Koran Voorafgegaan Door Het Leven Van Mahomed Eene Inleiding

Chapter 68

Chapter 683,673 wordsPublic domain

De invloed van de omgeving van den sultan werd tijdelijk opnieuw overheerschend. Verschillende groot-vizieren volgden elkander binnen korten tijd op en, terwijl wanorde in het rijk de overhand kreeg, tastten nu de Oostenrijkers na hunne nieuwe overwinning beter door dan na de eerste in 1664. Met Lodewijk†XIV, die na den terugtocht der Turken ook Luxemburg genomen had, werd voor twintig jaar een wapenstilstand gesloten; met Polen, VenetiÎ, Malta en den paus een alliantie om verder met de Turken af te rekenen. En nu volgde overwinning op overwinning: Gran, Vysegrad, Pest, Boeda en de meeste Hongaarsche steden werden van 1684-1688 ingenomen, een samengeraapt Turksch leger bij Mohacz, het bekende slagveld, uit elkander gejaagd. In 1686 was geheel Hongarije van de Turken bevrijd en Leopold†I door den Hongaarschen rijksdag erkend als erfelijk koning; Apafy van Zevenburgen erkende hem als zijn eenigen leenheer en ook in Zevenburgen werd zoo de Oostenrijksche heerschappij voorgoed gevestigd. Reeds bedreigden de keizerlijken ServiÎ, waarvan Belgrado in 1688 in hunne handen gevallen was, en tegelijkertijd hadden de Venetianen ongeveer den geheelen Peloponesus en een deel van Midden-Griekenland, o.a. de steden Athene [2332] en Corinthe veroverd; alleen Athene konden de Turken hernemen.

Het was een fortuin voor de Porte, dat in 1688 een nieuwe oorlog in het Westen uitbrak, de negenjarige geheeten, een deel van den strijd van het huis Habsburg, nu gesteund door de beide zeemogendheden van West-Europa, beiden onder de leiding van Willem†III van Oranje, tegen Lodewijk†XIV. Een groot deel der Oostenrijksche troepen kon nu niet meer tegen Turkije gebruikt worden. Bovendien trad in 1689 opnieuw een krachtig groot-vizier op, Moestafa-ZadÈ, een broeder van Kˆprili†II. Het werd tijd, want de macht der militairen was weÍr zÛÛ groot geworden, dat ze in 1687 sultan Mohammed†IV, die bijna veertig jaar geregeerd had, afzetten en zijn broeder SuleÔman II (hiervoor, blz. 697) op den troon verhieven. De nieuwe Kˆprili bracht geestkracht aan en krachtiger deden met hem de Turken zich weÍr gelden. De Peloponesus, die zelf van Venetiaansche heerschappij ook niet gediend was, ontving een Turksch bevrijdingsleger met vreugde en werkelijk werden de Venetianen weÍr uit een groot deel van den Peloponesus verdreven. Maar tegen de Oostenrijkers was ook de nieuwe Kˆprili niet gelukkig. Zijn leger werd in den slag van Salankemen verslagen, hij zelf sneuvelde (1691). Daarna traineerde de oorlog gedurende eenige jaren. Noch de Oostenrijkers noch de Turken voelden lust tot den aanval over te gaan. Het bleef bij kleine gevechten. Ook de aanwezigheid bij het leger van sultan Moestafa†II, den zoon van Mohammed†IV, in 1695 gevolgd op zijn oom Ahmed†II--die iets van de krijgshaftigheid der vroegere sultans bezat en dan ook zelf te velde trok--kon niet veel aan den toestand veranderen; hij behaalde eenige kleine voordeelen.

In 1697 maakte de vrede van Rijswijk een einde aan den negenjarigen oorlog en Oostenrijk, dat nu bovendien een uitstekend veldheer had in Eugenius van Savoye, kreeg geheel de handen vrij tegenover Turkije. De slag bij Zenta (1697) bewees den Turken, wat ze nu te wachten hadden. Hun leger werd daar totaal verslagen, de groot-vizier en de andere vizieren, een aantal begs, de belangrijkste aanvoerders, 20,000 Turken gedood; de sultan zelf was met moeite ontkomen, zijn zegel en eenige vrouwen van den harem waren in 's vijands handen gevallen. De suprematie der Oostenrijkers kon nu niet meer betwijfeld worden. Weer was 't een Kˆprili, Houssein-Amoedja-ZadÈ, een neef van Kˆprili†I, die als groot-vizier aangezocht werd en redding bracht. Hij maakte toebereidselen voor een nieuwen veldtocht, maar tevens voor een vrede, want hij zag de noodzakelijkheid daarvan in. Reeds meermalen was er van vrede gesproken. Engeland en Nederland hadden er voor gewerkt, ten einde Oostenrijk geheel beschikbaar te maken voor den strijd tegen Frankrijk; om dezelfde reden had Lodewijk†XIV de Porte aangespoord den oorlog voort te zetten. Na Zenta wonnen het de zeemogendheden, die nog steeds hetzelfde belang bij vrede hadden, omdat opnieuw een groote oorlog om de Spaansche successie opdoemde. Onder hare bemiddeling werd de vrede van Garlowitz gesloten (1699) [2333], eigenlijk een wapenstilstand voor vijf en twintig jaar, die de Porte zware opofferingen kostte. Zij moest afstand doen van Hongarije, behalve het banaat van Temesvar, en van haar suzereiniteit over Zevenburgen; de grens tusschen Oostenrijk en Turkije werd gevormd door Donau, Oena, Sau en Drau. Zoo werden nu de beide deelen van Hongarije onder het huis Habsburg vereenigd en Zevenburgen werd na den dood van Apafy eveneens daarbij geannexeerd. Een groot aantal ServiÎrs vestigden zich in het Zuiden van Hongarije om de Turksche heerschappij te ontloopen. Leopold†I liet ze daar gaarne toe Ën om de verdediging der grenzen Ën om ze zoo noodig tegen oproerige Magyaren te gebruiken. Ook Polen kreeg bij den vrede van Carlowitz voordeelen: PodoliÎ en de West-Oekraine, in den tijd van Kˆprili II door de Turken veroverd [2334], moesten nu terugegeven worden. VenetiÎ behield den Peloponesus (de landengte van Corinthe niet) en een deel van DalmatiÎ.

Verder moeten we nog Rusland gedenken, dat ook--en nu voor het eerst--een ernstig aandeel aan den strijd tegen Turkije genomen had. Vroegere oorlogen tusschen deze beide landen, die, vooral om de Tataren, in de zeventiende eeuw nog al eens voorkwamen, waren van weinig beteekenis en hadden geene groote verandering aan de grens teweeggebracht. Na zware barensweeÎn was er onder de volksstammen van Oost-Europa een rijk gesticht, dat MoscoviÎ en later Rusland heette. Het groeide zijne naburen, de Polen, waarmede het gedurig oorloogde, in de zeventiende eeuw boven het hoofd, evenals zijne Zuidelijke buren, de Tataren. Onder czarin Sophie, dochter van den bekenden czaar Alexis uit het huis Romanow, had Rusland zich voor het eerst met de groote politiek bemoeid: het had zich aangesloten bij de alliantie van 1683 tegen Turkije, maar zonder veel gewicht in de schaal te leggen. De bondgenooten bekommerden zich te Carlowitz weinig om de Russische belangen en Peter†I, die sedert 1689 zijne zuster Sophie als czaar verving, sloot daarom zoo spoedig mogelijk alleen vrede; hij behield Azov, dat hij in 1697 genomen had en daarmede een belangrijken toegang tot de Zwarte Zee. Het volgend jaar reeds zond Peter tot grooten schrik van den sultan een schip door de Zwarte Zee naar Constantinopel en met dat schip een gezant, die den vrede bevestigde en tevens opheffing kreeg van de schatting, die Rusland nog steeds verschuldigd was aan de Tataren van de Krim. Dit was de eerste overwinning van Rusland, dat ook om zijn Grieksch-Katholieken godsdienst weldra de allerhevigste vijand van Turkije zou worden.

In het begin der achttiende eeuw vertoonde Turkije reeds dat beeld van uitputting en krachteloosheid, dat het sedert meestal is blijven dragen. Geen verbeteringen, want de nieuwe Kˆprili was reeds in 1702 afgezet en spoedig daarna gestorven en sultan Moestafa†II, die in 1703 van den troon verwijderd werd, werd opgevolgd door zijn broeder Ahmed†III (1703-1730), een zeer ergerlijke figuur, evenals Ibrahim geweest was. Natuurlijk werd onder zulk een regeering ook geen poging gedaan, om het te Carlowitz verlorene te herwinnen, ofschoon de Spaansche-successie-oorlog en de groote Noordsche oorlog, die geheel Europa bezighielden, en niet het minst de heftige opstand onder Frans †II Rakoczy in Hongarije, dien Oostenrijk niet dan met veel moeite kon bedwingen, gelegenheid genoeg daartoe boden. Alleen aan den grooten Noordschen oorlog, waarin vooral Rusland Zweden's overwicht aan de Oostzee trachtte te breken, nam Turkije door toevallige omstandigheden een aandeel, maar op welk een wijze! Karel†XII, de Zweedsche koning, was, na op zijn tocht naar Rusland bij Pultawa verslagen te zijn, gevlucht naar Turkije, waar hij te Bender verblijf hield. Zijne pogingen om de Porte te bewegen hem te steunen waren echter vruchteloos, evenals die van den Franschen gezant--nu hij tijdens den Spaanschen successieoorlog in zware moeilijkheden geraakte, versmaadde Lodewijk†XIV de Turksche hulp niet!--om de Porte tegen Oostenrijk op te zetten. Het gelukte daarentegen wel aan den Russischen gezant van de Porte een bevel te verkrijgen om Karel†XII uit Bender te verdrijven, maar dit bevel is niet nageleefd. Dat ten slotte de kans geheel ten gunste van Karel†XII keerde, was een gevolg van de overmoedige houding, door Peter†I tegenover Turkije aangenomen. In de uiterste deelen van het Turksche rijk, bepaaldelijk in de Donauvorstendommen, begon zich een neiging tot afscheiding te vertoonen, nu het rijk zoo zwak bleek. De hospodars van Walachije en MoldaviÎ beiden stelden zich met Peter†I in verbinding en deze beloofde hun niets minder dan onafhankelijkheid onder zijn suzereiniteit. Ook van uit Griekenland en ServiÎ bereikten hem blijken van sympathie voor een opstand.

Zoo kwam het, dat voor den eersten keer een Russische czaar als hoofd van de Grieksche kerk optrad ter bescherming van zijne geloofsgenooten in het Balkanschiereiland. Peter trok de Proeth over, maar van den van zoo vele zijden beloofden steun kwam niets. De groot-vizier Baltadji-Mehemet--opvolger van een vijfden Kˆprili, Nauman geheeten, die echter slechts twee maanden zijn ambt waarnam en toen werd afgezet, omdat hij tot het laatst den oorlog tegen Rusland trachtte te voorkomen (1710)--bracht een leger van Turken en Tataren bijeen en met zijne overmacht sloot hij Peter niet ver van de Proeth in (1711). Toen gebeurde het wonderbaarlijke feit, dat Catharina, toen nog Peter's maÓtresse, later zijne vrouw en ten slotte zijne opvolgster, naar de Turksche legerplaats trok en het Russische leger redde door Mehemet te bewegen vrede te sluiten. Peter†I moest Azov teruggeven, terwijl enkele Russische vestingen, daar in de buurt opgericht, zooals Taganrog, gesloopt zouden worden; voor den Zweed bedong de Turk geenerlei voordeelen. De Donauvorstendommen werden van nu af iets meer aan Turkije onderworpen, doordat de Porte er niet meer een inboorling, maar een Phanarioot uit Constantantinopel tot hospodar benoemde. Het schijnt, dat Mehemet uit vrees voor de roerigheid in heel het Balkanschiereiland en bovendien, omdat hij niet veel op zijn leger vertrouwde, zich zoo gemakkelijk tot vrede liet verbidden door de geschenken, die Catharina hem bracht. Nog eenige jaren na dit verdrag van de Proeth bleef Karel†XII in Bender en later in Demotica, maar evenmin als vroeger heeft hij iets van de Porte gedaan kunnen krijgen; zelfs het niet onmiddellijk teruggeven van Azov bleef zonder invloed. Men weet, dat Karel ten slotte door Duitschland naar Zweden teruggekeerd en daar spoedig gesneuveld is.

Evenals de oorlog met Rusland vooral een gevolg geweest was van de bemoeiing van Peter†I met de binnenlandsche aangelegenheden van Turkije, zoo ontstond in 1714 een nieuwe oorlog met VenetiÎ, omdat de Venetianen steun hadden verleend aan Montenegro. Dit kleine vorstendom was nooit anders dan zeer losjes aan Turkije verbonden geweest; het wilde nu trachten geheel onafhankelijk te worden en vorst Danilo, die zich ook in verbinding had gesteld met Peter†I, was tijdens diens oorlog met de Porte ook tegen deze in verzet gekomen; hij had beter zijn woord gehouden dan zoovele anderen, die ook hulp hadden beloofd, maar thuis waren gebleven. Na het verdrag van de Proeth vielen de Turken Danilo met hun geheele macht op het lijf; de Montenegrijnen verdedigden zich dapper in hunne bergen, vroegen en kregen tevens hulp van VenetiÎ. Maar tegen dezen, evenals Turkije, hard achteruitgaanden staat alleen waren de Turken nog wel opgewassen. De flinke groot-vizier Damad-Ali veroverde, wat VenetiÎ in den Peloponesus bezat, en bedreigde de Ionische eilanden. Ondertusschen was de Spaansche successie na een hevigen oorlog geregeld, de vrede in het Westen hersteld en nu koos Oostenrijk, dat geen herleving der Turksche macht wilde dulden, onmiddellijk de partij van VenetiÎ. Eugenius van Savoye bracht den Turken nogmaals een verpletterende nederlaag toe, nu bij Peterwardein (1716): het volgende jaar nam hij Belgrado en een deel van ServiÎ. Was het niet om nieuwe verwikkelingen in het Westen geweest, veroorzaakt door het optreden van den Spaanschen minister Alberoni, Turkije zou nog meer gekortwiekt zijn: nu had Oostenrijk vrede noodig om Spanje's uitbreidingsplannen te kunnen tegengaan, en het sloot dien te Passarowitz (1718), behoudende het banaat van Temesvar, Belgrado met een deel van ServiÎ en klein-Walachije, n.l. het land tusschen Donau en Oltoe. VenetiÎ, ook in den vrede begrepen, verloor den Peloponesus, maar behield enkele plaatsen aan de Adriatische Zee. Het is de laatste vrede geweest, gesloten tusschen de eens zoo machtige republiek en Turkije; VenetiÎ speelde in de achttiende eeuw geen rol van beteekenis meer in de algemeen Europeesche politiek en nog vÛÛr het einde dier eeuw had Napoleon Bonaparte aan haar bestaan een einde gemaakt (1797). Montenegro, voor een korten tijd gedurende den oorlog onderworpen door Kˆprili-Nauman, toen pacha van BosniÎ, wist toch na den oorlog evenals vroeger zijne onafhankelijkheid zoo goed als geheel te handhaven.

In de laatste helft der zeventiende en in het begin der achttiende eeuw had Turkije het meest te lijden van Oostenrijk. In het verdere gedeelte der achttiende eeuw werd dit anders: Oostenrijk bleef meestal vijandig, maar de ergste vijand werd Rusland, door Peter†I den weg opgestuurd, die er een Europeesche mogendheid van moest maken, weldra, vooral sedert Catharina†II czarin werd, beschouwd als ÈÈn der groote Europeesche mogendheden. Voor Turkije werd Rusland, nu het zich kon doen gelden, gevaarlijker dan Oostenrijk, dat toen nog meer gaf om zijne positie in ItaliÎ en in Duitschland dan om uitbreiding op het Balkan-schiereiland. Rusland daarentegen had geen directe belangen in West-Europa en de uitbreiding over Noord-AziÎ, die ook in de achttiende eeuw begon, eischte gedurende langen tijd niet vele krachten. Gelukkig voor Turkije waren er twee andere landen, waaraan Rusland ook zijne aandacht moest wijden: Zweden, diep vernederd bij den vrede van Nyst‰dt, dat zich daarna een enkele maal trachtte op te richten, en Polen, een inwendig zeer zwak rijk, dat voor een veroveringslustig land tot uitbreiding als vanzelf uitlokte. Deze beide landen, maar vooral Polen, zijn in de achttiende eeuw voor Turkije's strijd met Rusland een welkome afleiding geweest, evenals de Westersche aangelegenheden dat waren geweest en ook nog bleven voor den strijd met Oostenrijk.

Het voornaamste punt van wrijving tusschen Rusland en de Porte was in de dagen van Peter†I en ook daarna de uitbreiding van het eerste land naar de Zwarte Zee. Czaar Peter had vÛÛr zijn dood (1725) geen gelegenheid gevonden zich van den Proeth-vrede te ontdoen. Wel had nog verschillende malen een oorlog tusschen hem en de Porte gedreigd, maar dat was een gevolg van moeilijkheden op de grens van PerziÎ. Gebruik makende van de groote wanorde, die in dezen tijd in PerziÎ bestond, trachtten de beide landen in en om den Kaukasus naar veroveringen in die streken, waar de Turken reeds meermalen met de Perzen gestreden hadden (zie hiervÛÛr, blz. 684) en waar Rusland van Astrakhan uit nu voor het eerst optrad. Dit leidde tot herhaalde botsingen, maar de Fransche gezant te Constantinopel, waar Frankrijk na den dood van Lodewijk†XIV meer invloed kreeg, bemiddelde tot tweemaal toe een vrede (1721 en 1724). Na Peter's dood (1725) was Rusland door binnenlandsche moeilijkheden minder agressief tegenover PerziÎ en Turkije kon ongestoord zijne veroveringen voortzetten. Maar dit duurde niet lang, want nadat de krachtige Nadir, een Turcoman, in 1736 shah van PerziÎ geworden was en hij de rust hersteld had, moest de Porte weldra al hare veroveringen teruggeven en Rusland deed dit uit eigen beweging, een betere gelegenheid afwachtende. Turkije had zwakheid, Rusland slimheid getoond.

De uitbreiding naar de Zwarte Zee kwam op het tapijt, zoodra keizerin Anna (sedert 1730), een nicht van Peter†I, die de regeering geheel naar diens voorbeeld voerde, daartoe de handen vrij kreeg, d.w.z. onmiddellijk nadat de Poolsche successie-oorlog, waarin voor het eerst buitenlandsche mogendheden met geweld over de Poolsche koningskeuze beslist hadden, geÎindigd was. Vereenigd hadden de beide grootste vijanden van Turkije hun candidaat op den Poolschen troon gebracht, vereenigd traden nu Rusland en Oostenrijk tegen de Porte op. Grensmoeilijkheden verschaften als zoo dikwijls een gereede aanleiding den oorlog te beginnen (1736). De Russen namen Azov, drongen de Krim binnen: de Oostenrijkers vielen in ServiÎ en kwamen vandaar in Boelgarije. Turkije scheen tot niets in staat. Sultan Ahmed†III was in 1730 afgezet en vervangen door Mahmoed†I, een zoon van Moestafa†II, maar bij die troonsverandering had het rijk geen baat gevonden. Toen gebeurde voor het eerst, wat sedert de Turken herhaaldelijk voor geheelen ondergang behoed heeft: er kwam steun voor hen en wel van Frankrijk, dat ook in den Poolschen oorlog tegenover Oostenrijk en Rusland gestaan had en nu ook hier de macht van deze beide mogendheden niet te groot wilde laten worden. Het trad ten gunste van Turkije op, nog wel niet openlijk met de wapenen, maar toch door de diplomatie en door het zenden van officieren om het Turksche leger bij te staan. Villeneuve, de uiterst handige gezant van Frankrijk te Constantinopel, kreeg een grooten invloed op den sultan; door zijn toedoen werd een krachtig man groot-vizier, en deze, Yeghen-Mohammed geheeten, wist, door het aanwakkeren van een godsdienstig fanatisme, de Turksche troepen tot actie te brengen.

Dat deed de kans ten deele keeren. Het Oostenrijksche leger, door keizer Karel†VI verwaarloosd, had juist zijn aanvoerder, prins Eugenius, verloren (1736) en bleek nu veel van zijn eens voortreffelijke eigenschappen ingeboet te hebben; het was plotseling tegen de Turken niet meer bestand. Van de Russen was in het Balkan-schiereiland weinig hulp te verwachten: zij hadden een langen weg af te leggen om er te komen en die weg was moeilijk, want het steppenland van Zuid-Rusland was nog zeer weinig ontwikkeld. Wel had een leger onder M¸nich Otsjakov en Kinburn aan den mond van den Djnepr genomen, wel avanceerde dit leger in 1737 tot de Boeg, maar nog in hetzelfde jaar moest het wegens ontberingen terug en eerst twee jaar later kon het opnieuw aanvallend te werk gaan. Ondertusschen werden de Oostenrijkers teruggedreven door de Turken en deze sloegen in 1739 het beleg voor Belgrado. De stad was sterk, kon zich lang verdedigen, maar Karel†VI, geheel onder den invloed van den schrik van het oogenblik, liet zich door bemiddeling van Villeneuve overhalen tot een voor hem zeer nadeeligen vrede, waarbij Turkije Belgrado met het deel van ServiÎ en klein-Walachije, die het te Passarowitz had afgestaan, terugkreeg. Verlaten door zijn bondgenoot, sloot ook Rusland, ofschoon M¸nich nu de Proeth overgetrokken was en daar een schitterende overwinning behaald had, vrede: het gaf zijne veroveringen terug; alleen Azov bleef Russisch, maar werd ontmanteld (1739).

Een tijd van rust voor Turkije volgde, toen de meeste Europeesche mogendheden beziggehouden werden door den Oostenrijkschen successie-oorlog en den zevenjarigen oorlog; ook Rusland, dat bovendien Zweden te bestrijden kreeg, werd hierin betrokken. Turkije sukkelde voort: evenmin als Mahmoed†I deed zijn broeder Osman†III (1754-1757) iets tot verbetering. Alleen enkele legerhervormingen, begonnen onder Franschen invloed, werden voltooid, vooral onder Moestafa†III, een zoon van Ahmed†III, door den groot-vizier Raghib-Pacha. Maar de geest van het leger veranderde daarmede op den duur niet veel. De Janitsaren en de Sipahi, nog altijd de kern van het leger, behielden al hunne voorrechten, werden steeds meer aanmatigend, terwijl hunne vechtwaarde verminderde.... en niemand durfde hen in hun bestaan aantasten.

Uiterst moeilijke jaren beleefde Turkije in het laatste deel der achttiende eeuw, na 1763. De zevenjarige oorlog was in dat jaar ten einde gekomen en onmiddellijk kwam de Poolsche kwestie weer aan de beurt. Het was opnieuw de successie, die Polen in moeilijkheden bracht. Nu geen oorlog, want Frankrijk was te uitgeput door de verliezen, die het pas geleden had, om zich tegen Rusland, dat gesteund werd door Pruisen, te verzetten, maar eenvoudig een wilsoplegging van de machtige keizerin Catharina: haar candidaat werd met geweld koning gemaakt, haar gezant oefende sedert een soort dictatuur te Warschau uit. De Porte had den stijgenden invloed van Rusland in Polen steeds met leede oogen aangezien: bij den Proeth-vrede had zij Rusland de verplichting opgelegd zich met de Poolsche zaken niet meer in te laten, maar die bepaling was een doode letter gebleven en in het vredesverdrag van 1739 was ze niet weer opgenomen. Sultan Moestafa†III voelde zich echter in hooge mate verontrust door het feit, dat Rusland nu te Warschau de wet voorschreef, en toen naar aanleiding vooral van kerkelijke moeilijkheden een burgeroorlog in Polen uitbrak en Rusland ÈÈn der partijen ondersteunde, nam de Porte een dreigende houding aan, te eerder, omdat ze wist, dat Rusland de steeds tot oproer geneigde Roemenen opstookte. Frankrijk, zelf onmachtig iets voor Polen te doen, stookte dit vuurtje handig aan. Toevallig werd de Turksche grens door Russische troepen geschonden en dit werd onmiddellijk door de Porte als aanleiding gebruikt om Rusland den eisch te stellen zijne troepen uit Polen terug te trekken.

Het scheen, of Turkije zijn oude kracht voelde herleven, maar het fiere ultimatum was niet in overeenstemming met den volgenden krijg (1768). Rusland bleek in staat Turkije te overwinnen en tegelijk Polen te blijven beheerschen. Was het ideaal van Catharina†II om zich een protectoraat over beide landen te verschaffen nabij, kon men zich afvragen. Zoowel de Krim als de Donauvorstendommen werden door Russische troepen veroverd. Een Russische vloot zeilde uit de Oostzee om het Westen naar de Middellandsche en--het was hare eerste actie van groote beteekenis--vernietigde de Turksche bij Tschesme op de kust van Klein-AziÎ (1770). Heel anders dan na Lepanto hebben de Turken nu en eigenlijk nooit meer kans gezien een eenigszins krachtige vloot bijeen te brengen. De Russische vloot beheerschte gedurende eenigen tijd de AegeÔsche Zee, maar hare kwaliteit was ook niet van dien aard, dat ze het kon wagen Constantinopel aan te tasten of andere veroveringen te maken. Ook den Grieken, die, door Rusland aangemoedigd, in opstand gekomen waren, kon zij geen hulp bieden. Deze eerste verheffing der Hellenen had dan ook weinig succes; zonder veel moeite kon de sultan haar bedwingen, vooral met behulp zijner als Muzelmannen zeer trouwe onderdanen, de Albaneezen, die daarbij schandelijke wreedheden begingen en ten slotte door de Turken zelf gedwongen moesten worden Hellas te ontruimen [2335]. Belangrijker was, wat het Russische leger verrichtte. Het trok in 1773 den Donau over, behaalde in Boelgarije aanmerkelijke voordeelen en sloot het leger van den groot-vizier Mouezzin-ZadÈ--ÈÈn der zeven groot-vizieren, die elkander tijdens dezen oorlog zijn opgevolgd!--te Sjoemla in. Maar weÍr naakte redding voor Turkije, opnieuw een gevolg van het optreden van andere mogendheden.