Part 9
Alles ging naar wensch, met ongeduld wachtten de mannen op de rotsen het bevel voor den aanval. Daar klonk in de verte een geweerschot: luitenant Sinclair had stelling genomen. "Voorwaarts, mannen!" riep kapitein Brookes en in woeste vaart stortten de mannen zich van de rotsen en bestormden de hutten, waaruit liet dorp bestond.
Zóó onverwacht had de aanval plaats, dat de overgroote meerderheid van de bevolking niet dacht aan tegenweer; slechts enkele mannen grepen naar hun wapens, maar ze werden onmiddellijk neergeschoten. De overigen ijlden in wilde vlucht in de richting van het rivierdal, maar daar bij de opening in de rotsen stuitten ze op de dreigende geweerloopen van de mannen van Sinclair. Tusschen twee vuren, zagen ze geen uitweg meer; jammerend in wanhopigen angst liepen ze dooreen, in onverstaanbare klanken smeekend om lijfsbehoud. De insluiting door de aanvallers werd steeds nauwer en terwijl een deel van de matrozen met hun geweren de wilden in ontzag hield, grepen andere de mannen aan en bonden hun stevig de handen op den rug, bij de vrouwen en kinderen achtte men die voorzorg niet noodig.
Met de gevangenen werd nu de tocht naar de kust aangevangen. Op een plek, vanwaar de rots, die Gerald had aangewezen, goed zichtbaar was, werd halt gehouden en aan de Patagoniërs beduid zich neer te zetten, de mannen in een kring en daarbinnen de vrouwen en kinderen. Eerst hadden de ongelukkige wilden niets anders gedacht, of hun laatste uur had geslagen, maar die gedachte lieten ze los, hetgeen bleek uit het verdwijnen van de uitdrukking van wilden angst uit hun oogen: onverschillig zaten ze toe te kijken, naar hetgeen de blanke menschen uitvoerden.
Zeven bussen, elk inhoudende 16 1/2 pond dynamiet, werden in holten van de rots gebracht en toen Gerald den vrijwilligers, die zich hadden aangemeld, hun plaatsen had aangewezen, was men met de voorbereiding geheel gereed.
"En nu zullen we de proef met de Z.Z.-stralen nemen, Mr. Tregarthen," zei kapitein Brookes, toen hij afscheid nam van Gerald. "Het is half elf. Precies om twaalf uur zal ik den stroom van de Olijftak vrij laten, op een afstand van negen zeemijlen van de rots. Blijf hier wachten tot ik terugkom en houdt de gevangenen tot zoo lang vast. Ik hoop om half één terug te zijn."
"Zeer goed, Sir," antwoordde Gerald met een militair saluut en toen gaf de kapitein aan de overige mannen bevel af te marcheeren.
Intusschen had men op de Olijftak hard gewerkt, zoodat, toen de kapitein weer aan boord kwam, de duikers met hun arbeid gereed waren en de schroef weer dienst kon doen.
De ankers werden gelicht en het schip zette koers naar den mond van Desolation Inlet.
De bewaking van zijn gevangenen gaf Gerald weinig moeite, zoodat hij al den tijd had, om na te denken over hetgeen hij begonnen was. In zijn ijver om de Patagoniërs van een wissen ondergang te redden, had hij wel wat overijld een plan gevormd en nu de uitvoering zoo nabij was, kwamen de bezwaren van kapitein Brookes zich met groote kracht aan hem opdringen.
De Z.Z.-stralen konden wel eens op grooteren afstand werken, dan de uitvinder veronderstelde; de straal van haar gebied kon wel eens grooter zijn, dan de wijzer op het bord aangaf, de afstand en de ligging van de rots ten opzichte van de Olijftak konden wel eens niet zuiver zijn bepaald; -- en wat dan?
Tregarthen keek op zijn horloge. Het was een kwartier vóór elven.
"Smith!" riep hij, zich richtend tot één van de onderofficieren.
"Sir?"
"Gelast den mannen hun bandelieren af te doen en de magazijnen van hun geweren leeg te maken en stop de patronen in den grond bij dien boom daar."
Zonder eenige toelichting te vragen bij dit oogenschijnlijk zoo zonderlinge bevel, bracht Smith het aan zijn mannen over: aan blinde gehoorzaamheid waren ze op de Olijftak gewoon.
Nu had Gerald alle voorzorgen genomen, die te bedenken waren en kalm wachtte hij den loop der dingen af.
Langzaam kropen de minuten om en de spanning van den bewakingstroep werd bij ieder seconde grooter; ook de Patagoniërs schenen te gevoelen, dat er iets bijzonders zou gaan gebeuren.
Met zijn uurwerk in de hand wachtte Gerald en toen de groote wijzer één minuut voor de twaalf stond, riep hij: "let op!" en strekte den arm in de richting van de rots.
Wel verstonden de Patagoniërs den uitroep niet, maar ze volgden met de oogen de aangeduide richting. Een benauwende, doodelijke stilte hing in de lucht.
Precies om twaalf uur deed een vreeselijke ontploffing den harden bodem schudden en de rots ging schuil in een zware wolk van damp en rook. Toen die wolk was opgetrokken, was de rots geheel verdwenen: alleen wees een hoop steenklompen de plaats aan, waar ze gestaan had.
De uitwerking op de inboorlingen was niet te beschrijven. In doodsangst wentelden ze zich stuiptrekkend over den grond, gillend en kermend op een erbarmelijke manier.
Hun ontzetting was zoo groot, omdat juist déze rots voor hun oogen vernietigd werd. Daar was, zooals ze geloofden, de verblijfplaats van hun krijgsgod, die hen beschermde bij hun verraderlijke aanvallen op de bemanningen van vreedzame koopvaarders of visschersvaartuigen, die hier een schuilplaats zochten tegen zwaar weer. En nu bleken die blanke mannen op hun drijvend dorp sterker dan hun machtige oorlogsgod; dit maakte, dat hun vrees groeide tot wanhoop.
Om half één, precies op den afgesproken tijd, landde kapitein Brookes. Door middel van gebaren werd den Patagoniërs duidelijk gemaakt, dat men hun leven zou sparen, op voorwaarde, dat ze zich in de toekomst zouden onthouden van elke vijandelijke daad tegenover de bemanning van schepen, die Desolation Inlet aandeden. Ze schenen te begrijpen, wat van hen gevergd werd en gaven ook door teekens te kennen, dat ze de bevelen van hun overwinnaars getrouw zouden volgen.
"Laat ze nu heengaan," beval kapitein Brookes en zich toen tot Gerald richtend, zei hij: "Dat is prachtig gegaan. De Z.Z.-stralen hebben uitstekend de proef doorstaan en we kunnen er voortaan met alle gerustheid gebruik van maken, daar we zeker zijn omtrent de uitwerking. Dat is een groote gerustheid, want we zullen ze spoedig noodig hebben. Zoo even ontving ik een draadloos bericht, dat onze tegenwoordigheid in de Middellandsche Zee noodzakelijk maakt. Ik ken nog geen nadere bijzonderheden en kan dus niets verder zeggen, maar één ding weet ik wel en dat is, dat onze avonturen van de laatste maanden kinderspel zullen blijken bij hetgeen we daar zullen beleven."
HOOFDSTUK XIX.
IN DE MIDDELLANDSCHE ZEE.
Een week later kliefde de Olijftak de golven van het noordelijk deel van den Atlantischen Oceaan. Haar uiterlijk voorkomen was veel veranderd sedert ze Desolation Inlet had verlaten, want alle sporen van haar ontmoeting met de Engelsche kruisers waren verdwenen. Alle schade, door de granaten aangericht, was hersteld, alleen het automatische stuurtoestel had men niet weer in orde kunnen krijgen en daarom stonden nu voortdurend een kwartiermeester en twee matrozen aan het groote stuurrad, terwijl vroeger een uitkijkpost voldoende was, wanneer het schip, als een bezield wezen, een vasten koers volgde.
Omstreeks dezen tijd was het bestaan van de tot nu toe zoo geheimzinnige Olijftak algemeen bekend en de voornaamste Europeesche staten hadden wel ingezien, dat men voortaan met haar strijdkracht zou moeten rekenen. Het rapport van Gerald aan de Britsche Admiraliteit had een zeer gunstig gevolg gehad, waarvan kapitein Brookes en zijn officieren niets wisten. Aan de talrijke schepen, die de Engelsche vlag over alle zeeën voeren, waren code-telegrammen gezonden, die het bevel inhielden de Olijftak ongemoeid te laten, zoolang deze zich onthield van vijandelijkheden tegen Britsche vaartuigen. De wijze, waarop kapitein Brookes was opgetreden bij Talcahuano, was zeker ook van grooten invloed geweest op deze vriendschappelijke gezindheid.
Aan boord van de Olijftak was, zooals we zeiden, van deze gunstige wending niets bekend en de kapitein deed al het mogelijke, om een ontmoeting met Engelsche schepen te vermijden. Zeer moeilijk zou dit gaan bij het doorvaren van de Straat van Gibraltar. Een andere weg om in de Middellandsche Zee te komen was er niet, want aan het Suez-kanaal kon in geen geval gedacht worden en daarom zag kapitein Brookes zich genoodzaakt zeer bijzondere voorzorgen te nemen. Hij had vernomen, dat een groot deel van de Russische, vrijwillige vloot den tocht zou maken van Libau naar Sebastopol en nu besloot de kapitein zijn schip het voorkomen te geven van een Russisch oorlogsvaartuig. Op die wijze hoopte hij ongehinderd voorbij Gibraltar te komen.
In de eerste plaats werden twee hooge schoorsteenen van zeildoek opgericht, verder werd er een mast bijgeplaatst met een nagemaakt toestel voor draadlooze telegraphie. Het geheele schip werd groen geschilderd, de kleur van de vaartuigen van de Keizerlijke Russische Marine en de naam Jekaterinoslav werd in Russische letters op den boeg gezet. De Russische vlag, het blauwe St. Andrieskruis op een wit veld, die aan den mast wapperde, voltooide de vermomming.
"Ik denk, dat we er zóó prachtig zullen doorkomen," zei kapitein Brookes tevreden, toen alles klaar was. "Alleen is het te hopen, dat we geen krachtigen wind krijgen in de Straat, want dan liggen onze mooie, nieuwe schoorsteenen dadelijk tegen het dek."
"En dan is onze verdere vermomming niets meer waard," voegde luitenant Sinclair er bij. "We hebben ze zoo stevig mogelijk bevestigd, maar toch bewegen ze nog door den wind."
"We moeten maar een beetje op ons goed gesternte vertrouwen. In allen gevalle reken ik er op, dat we wel op een geschikte manier door de Straat zullen heenkomen. Wilt ge in de machinekamer verzoeken de vaart terug te brengen tot vijftien knoopen en wilt ge de windstutten inspecteeren?"
Tegen zonsondergang veranderde de Olijftak, die in noordelijke richting langs de Spaansche kust voer, haar koers en voer naar het Z.O.
Het was een warme avond: Gerald zocht met zijn vriend Stockton een beetje koelte op het dek. Jack was onder de goede zorgen van Dr. White snel in beterschap toegenomen, zijn wond was wel heel gevaarlijk geweest, maar er deden zich gelukkig geen complicaties voor.
"Daar hebben we kaap Tarifa," zei Gerald, toen er aan bakboord een rood licht zichtbaar werd. "Spoedig zullen we nu wel het witte licht van Europa Point in het oog krijgen. Ik ben wel benieuwd naar de gebeurtenissen, die ons wachten. Het zal nog wel gaan, de Middellandsche zee binnen te komen, maar hoe moet het, als we weer terug willen. Door zoo'n paar kruisers als bij Talcahuano kom je wel heen, maar hier krijgen we de heele Britsche Middellandsche zeevloot aan den hals: dat is wat anders."
"Laten we geen zorgen maken voor den tijd. Tot nu toe gaat alles best, we zijn al in de Straat en worden niet opgemerkt."
"Ja, onze vermomming helpt er ons voor 't oogenblik doorheen, maar als het eenmaal bekend is, dat de Olijftak in de Middellandsche zee is, dan worden we van alle kanten aangevallen."
"Als zij --."
Den volzin, dien Jack wilde uitspreken, kon hij niet voleindigen, want eensklaps blies er een rukwind uit de richting van Carnero Point, greep de Olijftak aan stuurboord en wierp de twee schoorsteenen van zeildoek in zee. Het doek raakte verward in de roerkettingen, en daardoor was de werking van het roer verlamd.
Even snel als de wind was opgestoken, ging hij ook weer liggen.
Kapitein Brookes verloor geen oogenblik zijn kalmte en nam dadelijk zijn maatregelen. De motors werden stopgezet, om te voorkomen, dat de schroeven door het zeildoek onklaar zouden worden en dadelijk werden de noodige mannen aan het werk gezet om de hinderlijke doekmassa's uit den weg te ruimen.
Vlug togen ze aan den gang, maar nog geen tien minuten waren ze bezig, of daar grepen met de grootste juistheid de verblindende stralen van een zoeklicht de Olijftak.
"Een schip," sprak kapitein Brookes, "ieder op zijn post, mannen."
Toen hij den commando-toren had bereikt, was het zoeklicht gedoofd en door middel van een signaallicht in den mast, riep het vreemde schip de Olijftak aan, die bewegingloos wachtte, op hetgeen er volgen zou.
"Geef antwoord," beval de kapitein kort en daarop volgden van de brug van het andere schip korte lichtschitteringen, die beduidden: "Welk schip?"
"We zullen maar geen schuilevinkje spelen, Tregarthen. Ik wil mijn eigen, geliefde vlag toonen en als ze maar eenigszins hun veiligheid liefhebben, dan zullen ze daar wel afblijven."
Daarna gaf hij bevel te antwoorden: "De kruiser, de Olijftak."
Een oogenblik later volgde van het andere schip de vraag: "Is kapitein-luitenant Tregarthen aan boord?"
"Zoo, Mr. Tregarthen, hoort ge wel, ge zijt in rang verhoogd, laat me u van harte gelukwenschen."
Er werd bevestigend geantwoord en nu seinde het Britsche schip -- want het was ontwijfelbaar een Engelsch vaartuig --:
"Ik heb u een mededeeling te doen; ik zend u een boot."
"Als die boot langszijde ligt hebben we niets meer te vreezen," merkte kapitein Brookes op, "maar we zullen toch op onze hoede moeten zijn. Laat de schroeven een paar slagen doen, dan kunnen we zien of ze te gebruiken zijn en laat flink voortmaken met het opruimingswerk."
Nauwelijks was de valreep neergelaten, of men hoorde het geluid van riemen en de omtrek van de naderende boot werd zichtbaar.
"Twee brieven, Sir; één voor den commandant van dit schip en één voor kapitein-luitenant Tregarthen. Wilt u zoo goed zijn mij voor beide een bewijs van ontvangst te geven?" zei de officier, die de sloep commandeerde, "Ge zult me toch zeker wel de eer aandoen, een oogenblik aan boord te komen," sprak kapitein Brookes hoffelijk en terwijl de officieren naar de campagne gingen, vervolgde hij: "Mag ik zoo onbescheiden zijn, te vragen, hoe het mogelijk is, dat ge brieven voor mij aan boord hadt?"
"Het gevolg van een algemeene order, Sir," antwoordde de luitenant van de Galatea, één van de nieuwste super-Dreadnoughts. "Ten gevolge van uw ongelooflijke snelheid, is men altijd in het onzekere omtrent de plaats, waar uw schip zich bevindt. We zijn zoo gelukkig geweest in uw vaarwater te komen."
Er was een groot verschil tusschen de wijze, waarop de kapitein zijn brief in ontvangst nam en die, waarop Gerald hetzelfde deed.
Terwijl de eerste bedaard de enveloppe met een vouwbeen opensneed, scheurde Gerald de zijne in koortsachtige haast stuk.
Hij vond erin het afschrift van een besluit, waarbij luitenant Tregarthen tot kapitein-luitenant bevorderd werd, terwijl hij voor onbepaalden tijd voor speciale diensten werd aangewezen. Wat zijn verblijf op de Olijftak aangaat, daarover sprak de Admiraliteit zich niet duidelijk uit, toch lag er in haar woorden een aanmoediging voor hem om aan boord te blijven. Het bericht wentelde een grooten last van Geralds gemoed, maar door de opwinding van het oogenblik was het hem niet mogelijk, het voordeel, dat het hem bracht, geheel te overzien.
Intusschen had ook kapitein Brookes de lezing van zijn brief ten einde gebracht, maar geen trek op zijn gezicht verraadde den indruk, dien de inhoud op hem gemaakt had. Met zorg koos hij een veeren pen, versneed die en begon te schrijven.
Deze voorliefde voor veeren pen was een van de zonderlingheden van den kapitein. Overal op zijn schip waren zijn eigen nieuwste vindingen toegepast en hij schreef met de ouderwetsche ganzeveer.
Hij schreef keurig zijn antwoord, sloot zijn brief met een zuiver gevormd lakstempel en overhandigde dien met een hoffelijke buiging aan den Britschen officier.
Toen Gerald ook gereed was met het schrijven van zijn bericht van ontvangst, noodigde de kapitein zijn bezoeker uit, een fijne flesch Madera te blijven drinken en gezellig bleven de drie mannen nog een half uur bij elkander.
Nadat de sloep naar de Galatea was teruggekeerd, was men ook gereed met het wegruimen van de overblijfselen van de verongelukte schoorsteenen en na een vriendschappelijk afscheid met lichtsignalen, verlieten de beide schepen elkander. De Galatea keerde terug naar de haven van Gibraltar en de Olijftak zette, met een snelheid van vijf en veertig knoopen, koers naar het oostelijk deel van de Middellandsche zee.
Vroeg in den volgenden morgen stond de geheele bemanning aangetreden op het campagnedek. Alleen zij, die elders onmisbaar waren, ontbraken in de gelederen.
Toen Gerald aan dek kwam, bemerkte hij, dat de Russische vlag was neergehaald en dat een man gereed stond om de groene-witte van de Olijftak op een gegeven teeken te hijschen.
Iedereen gevoelde, dat er iets bijzonders aan de hand was.
Het was wel algemeen bekend, dat er een belangrijk bericht was ingekomen, maar bijzonderheden kende niemand en het was dus niet te verwonderen, dat alle oogen zich nieuwsgierig richtten op kapitein Brookes, toen deze, in groot tenue gekleed, aan dek verscheen.
De kapitein haalde het schrijven, dat hij den vorigen avond ontvangen had, voor den dag en begon, na een korte inleiding, het stuk voor te lezen.
"Van My Lords, uitoefenend het gezag van Opper-Admiraal van Z.M.'s hoogzeevloot aan den officier, commandeerende den kruiser (nationaliteit onbekend) de Olijftak.
"Sir, -- Hierbij berichten we u, dat het decreet, waarbij ge als zeeroover werd aangeduid, d.d. 29.8, is ingetrokken. Dit besluit is van kracht, overal waar Z. M.'s Regeering geëerbiedigd wordt. Aangenomen wordt verder, dat ge u zult onthouden van elke vijandige daad tegen onderdanen, schepen, gebouwen en verdere eigendommen van de Kroon -- (Was geteekend) Balderstowe, Secretaris van My Lords, enz., enz."
De eerste oogenblikken, die volgden op de lezing, bleef het doodstil. De officieren toch waren te phlegmatisch om hun gevoelens op luidruchtige wijze te uiten en de manschappen zagen niet dadelijk in, hoe belangrijk de inhoud van het schrijven was. Toen dit tot hen doordrong, uitten ze hun vreugde in een krachtig hoezee. Niets zou de trouw aan hun kapitein kunnen schokken, maar ze bleven toch steeds gevoelen Engelschen te zijn en het verwekte een groote vreugde, dat ze niet langer door de zeelieden van hun vaderland als zeeroovers zouden worden opgejaagd en aangevallen.
"Ge hebt zeker wel opgemerkt, mannen," sprak kapitein Brookes, "dat er meer uit dit stuk te lezen is, dan de Britsche Admiraliteit erin heeft willen neerschrijven. Wij zijn erkend ais een belangrijke factor voor het bewaren van den wereldvrede. En we kunnen gerust nog verder gaan, we kunnen verklaren, dat, mochten voor Engeland uren van beproeving aanbreken, de Olijftak zich zonder bedenken zal scharen aan de zijde van den kampioen voor waarachtige vrijheid.
"Aan den politieken horizon komen dreigende wolken opzetten. Welk aandeel de Olijftak zal hebben in de gebeurtenissen, die in de eerstvolgende weken kunnen verwacht worden, wil ik u meteen meededen.
"Eenigen tijd geleden zijn er ernstige moeilijkheden gerezen tusschen Turkije en Griekenland en verschillende omstandigheden wijzen er op, dat het geschil niet tot deze twee staten zal beperkt blijven, maar dat het leiden zal tot een algemeenen Europeeschen oorlog.
"Er loopen stellige geruchten omtrent het bestaan van een geheim verdrag tusschen Griekenland en Rusland, waarbij bepaald is, dat de Russische Zwarte-zee-vloot de Dardanellen zal forceeren, zoodra het eerste schot in den Grieksch-Turkschen oorlog wordt gelost. Tevens zullen Oostenrijk en Italië zich voegen aan de zijde van Turkije. Rusland zal dus zijn legers over de Karpathen zenden en wanneer we de noodige aandacht schenken aan de bondsverhouding tusschen Duitschland en Oostenrijk, dan moeten we wel aannemen, dat het eerste land niet zal toelaten, dat Rusland reusachtige troepenmassa's samentrekt op Duitschlands oostgrens. Frankrijk wacht slechts op een gelegenheid om de verloren provincies Elzas en Lotharingen terug te krijgen en zal dus stellig Rusland, waarmee het verbonden is, steunen.
"Het geschil tusschen Griekenland en Turkije mag dus niet tot uitbarsting komen. De ontmoeting tusschen de beide vijandelijke vloten mag niet plaats hebben; en die te verhinderen is de taak van de Olijftak."
Toen de kapitein zijn rede geëindigd had, klonk er nogmaals een luid hoezee en de bemanning marcheerde af.
Kapitein Brookes maakte zich juist gereed de campagne te verlaten, toen Mr. Selkirk, de chef van de machinekamer hem een niet zeer welkome mededeeling kwam doen. Er dreigde namelijk gebrek aan brandstof. Mr. Selkirk meende, dat men met de grootste zuinigheid nog voor twee dagen genoeg zou hebben.
De kapitein ontveinsde zich de moeilijkheid van het geval niet. In de motoren zat de kracht van de Olijftak, als die niet voldoende gevoed konden worden, was het geheele schip machteloos. Er moest dus dadelijk naar een middel worden uitgezien, om den voorraad brandstof aan te vullen.
Malta zou men nog wel kunnen bereiken, maar de kapitein had er groot bezwaar tegen nu reeds dadelijk Engelsche hulp in te roepen en daarom vormde hij een ander plan.
De Olijftak zou koers zetten naar de Straat van Messina en daar goed- of kwaadschiks bezit nemen van de lading van één van de vele olie-tankschepen, die uit Baku naar de Fransche havens aan de Middellandsche zee varen.
HOOFDSTUK XX.
DE AMERIKAANSCHE VLIEGER.
Het was tegen het vallen van de schemering, dat de Olijftak den noordelijken ingang van de Straat van Messina bereikte. In de verte, aan stuurboord, schitterden de lichten van de Siciliaansche stad Milazzo, terwijl aan de andere zijde een roodachtig schijnsel in de lucht de plaats aanwees, waar Stromboli lag.
"Dat is Kaap Faro," merkte Sinclair op, terwijl hij een voorgebergte aanduidde, dat zich wazig afteekende in het bleeke, vervloeiende licht. "Nu komen we gauw in het: drukste vaarwater."
"Hoe gauwer hoe beter," zei luitenant Palmer. "De kapitein heeft juist de mededeeling ontvangen, dat we nog maar twee uur varen kunnen."
"Licht aan bakboord, Sir," riep de uitkijk, toen een mat-roode ster langzaam van achter het voorgebergte te voorschijn kwam.
"Zorg ervoor dat ze geen achterdocht krijgen," zei kapitein Brookes, toen het vreemde schip de sirene liet werken. "Vraag naar het register-nummer."
Het code-boek wees aan, dat men te doen had met het Engelsche schip Bletchley Hall.
Men liet het schip voorbijvaren. Ook een tweede ontmoeting beantwoordde niet aan het doel, want dat vaartuig was de Pluto, van Zante naar Castellamare.
De toestand werd bij het oogenblik meer dreigend en om de laatste brandstof zooveel mogelijk te sparen, werden de machines van de Olijftak stopgezet.
Bij het aanbreken van den volgenden dag zou echter het geluk beter dienen, want een groot vrachtschip kwam langzaam de Straat binnenstoomen en het geoefende oog van den kapitein zag al gauw, dat hij nu gevonden had, wat hij zocht.
"Als dat geen olietank is," riep hij vroolijk, "dan mag ik een Duitscher zijn!"
Zonder iets kwaads te vermoeden gaf het vrachtschip zijn naam op, de haven van uitklaring en van bestemming en den aard van de lading: ruwe petroleum. Maar daarop volgde tot niet geringe verbazing van den gezagvoerder een bevel van de Olijftak om bij te draaien.
Tot eer van den Rus moeten we echter verklaren, dat hij maar niet onmiddellijk dat bevel opvolgde. Hij versnelde den gang van het schip en trachtte zoo snel mogelijk weg te komen. Het tooneel, dat nu volgde, deed denken aan een jacht van een hond op een stekelvarken, want de Olijftak had het, dank zij het bespaarde overschot van haar brandstof, gebracht tot een snelheid van dertig knoopen. Ze loste een kanonschot en toen een granaat op twintig meter afstand van den boeg voorbijgonsde, besloot de Rus te stoppen en bij te draaien.
"Laat een boot neer," beval kapitein Brookes. "Mr. Palmer, gij wilt de zaak wel in orde brengen, niet waar? Nadere bevelen behoef ik u niet te geven."
"Neen, sir," antwoordde de luitenant.
Zoodra de boot bij het schip was gekomen, begon de kapitein, een groote, breedgeschouderde Rus, uit te varen en hij slingerde den indringers scheldwoorden, ontleend aan alle Europeesche talen, naar het hoofd.