De Koning der Zee

Part 5

Chapter 53,925 wordsPublic domain

"Mark Taylor," zoo begon luitenant Palmer, die als aanklager optrad, zijn rede, "ge wordt beschuldigd van desertie. Ge hebt uw post en dit schip zonder voorkennis en toestemming van den kapitein verlaten om een schuilplaats te zoeken aan boord van het Duitsche schip de Afrika. Niet tevreden met deze schending van de krijgstucht hebt ge aan den gezagvoerder van genoemd Duitsch vaartuig geheimen verraden, die alleen aan den kapitein van de Olijftak toebehooren. Bekent ge aan deze misdaden schuldig te zijn of niet?"

"Ik ben onschuldig. Ik --"

"Dat is voor het oogenblik genoeg.", viel hem de luitenant in de rede. "Straks zult gij de gelegenheid krijgen, u nader te verklaren."

Eerst werden nog vijf getuigen gehoord, die de beschuldigingen kwamen bevestigen en daarna mocht de beklaagde zich verdedigen.

Hij gaf toe, dat hij het schip had verlaten, zonder daartoe verlof te hebben ontvangen, maar hij ontkende ten stelligste eenig geheim van de Olijftak te hebben verraden aan den gezagvoerder of aan een lid van de bemanning van de Afrika. Hij begon in zuiver Engelsch, maar hoe verder hij kwam, des te meer werd een vreemd accent in zijn uitspraak merkbaar.

"En ten slotte wijs ik er op, dat ik Duitsch onderdaan ben en dus onder bescherming sta van de Duitsche vlag en de Duitsche regeering," verklaarde hij aan het eind van zijn verdediging.

"Als ge inderdaad een Duitscher zijt," bracht de kapitein in het midden, "waarom hebt ge dat dan niet gezegd, toen ge hier aan boord kwaamt en waarom hebt ge dat dan tot nu toe geheim gehouden?"

"Ik ben een Duitscher," herhaalde de gevangene. "Ik heet geen Taylor, maar Schneider. Dat heb ik aan deze heeren verteld." -- met een handbeweging duidde hij Gerald en Jack aan. "Ik heb hun gezegd, dat ik Duitsch onderdaan was en dat ik bij de eerste de beste gelegenheid het schip wilde verlaten; zij wisten er dus alles van."

"Waarom hebt ge mij daarvan niet op de hoogte gesteld?" vroeg de kapitein zich richtend tot Gerald.

"De man kwam op een avond zeer opgewonden in mijn hut. Inderdaad vertelde hij toen, dat hij Schneider heette en hij begon een verhaal van bijzonderheden uit zijn vroeger leven en klachten over zijn tegenwoordig bestaan. Wij hebben hem toen aan zijn verstand gebracht, dat hij zich bij u moest vervoegen, als hij grieven had. En toen gaven we hem zijn afscheid."

"Dank u," zei kapitein Brookes en toen vroeg hij aan den beschuldigde: "En kunt u mij ook zeggen, waar zich de beschrijving bevindt van de vervaardiging van onze 15 cM. granaten?"

"In één van de kasten van het laboratorium," antwoordde Schneider, die bij deze vraag nog bleeker was geworden.

"Zoo; en als ik u onder geleide naar het laboratorium zend, kunt u het stuk dan vinden?"

"Als het er niet meer is, dan is het gestolen; misschien hebt u het ergens laten verstoppen?"

"Het is gestolen, Sir," viel de kapitein driftig uit, "en wel door u. Het is gevonden door luitenant Slade in de hut van den gezagvoerder van de Afrika. Wat hebt ge daarop te zeggen?"

Schneider beefde over al zijn leden zoo hevig, dat één van de matrozen hem moest ondersteunen om te maken, dat hij niet op 't dek neerstortte.

"En nu heeren, het vonnis."

"Schuldig aan beide misdaden."

"Mark Taylor, of liever Schneider, ge zijt schuldig bevonden aan desertie en verraad. Wat de eerste misdaad aangaat, moet ik toestemmen, dat ik niet het recht had u te berooven van de bescherming van de Duitsche vlag, omdat u Duitsch onderdaan zijt. Maar daar is niets meer aan te veranderen, ik zal zelf de gevolgen van die daad moeten dragen en dat doe ik heel gerust, want ik vrees zelfs de heele vloot van Duitschland niet. Wat het verraad aangaat, wijs ik erop, dat ge geheel vrijwillig de betrekking van verantwoordelijk officier aan boord van de Olijftak onder mijn commando hebt aangenomen. In iedere gemeenschap is verraad tegen het hoogste gezag strafbaar met den dood en ik beschik over de macht om die hoogste straf aan u te voltrekken. Ik wil echter verzachtende omstandigheden laten gelden: uw misdaad heeft voor ons geen nadeelige gevolgen gehad en de verleiding was sterk, daar ge geheel de beschikking over het stuk hadt, dat ge aan uw landgenoot hebt willen overleveren. Op grond hiervan verander ik de doodstraf in die van eenzame opsluiting gedurende den tijd, waarin de Olijftak dienst doet. Natuurlijk wordt u voldoende lichaamsbeweging toegestaan met het oog op uw gezondheid. -- Breng den gevangene weg!"

Onder geleide van twee gewapende matrozen werd Schneider van het campagne-dek gebracht en bij 't afdalen van de ladder ging één van de mannen hem vóór, terwijl de andere hem onmiddellijk volgde.

De gevangene daalde twee sporten van de ladder af, maar keerde zich toen plotseling om en stootte den man, die hem volgde naar beneden. Van de verwarring, die daardoor ontstond, maakte hij gebruik om naar de verschansing te snellen en het volgende oogenblik wierp hij zich met een forschen sprong over boord.

Allen snelden toe, om te zien, hoe het treurspel zou eindigen, maar de ongelukkige man was in de diepte verdwenen en kwam niet meer boven.

"Dat heeft ons ontslagen van heel wat moeilijkheden in de toekomst, en we hebben er eigenlijk ook al last genoeg van gehad," mompelde kapitein Brookes.

Den volgenden dag voer de Olijftak langs de oostkust van Patagonië, zóó dicht, dat duidelijk aan stuurboord de ruwe, kale heuvels van dat onherbergzame land te zien waren.

"Zoo, goeden morgen, Mr. Tregarthen," riep kapitein Brookes, toen Gerald aan dek kwam. Hij sprak met een minzaamheid, die in de laatste dagen ver te zoeken was geweest, maar nu had hij zijn gewone opgewektheid blijkbaar teruggevonden. "Nu denk ik, dat ons schip wel gereed is voor den strijd, tenminste wat de bewapening betreft. Er zullen nog wel gebreken zijn, maar die zullen we wel vinden en verhelpen. Ik ben van plan eens een proef te nemen met de strijdmiddelen van de Olijftak, zonder gebruik te maken van haar electrische kracht. Binnen een uur krijgen we Carlos Rock in zicht -- u hebt daar zeker wel eens van gehoord."

"Neen, Sir."

"Carlos Rock is een klein, onbewoond eiland met een omtrek van minder dan een kwart mijl, terwijl de grootste hoogte 600 voet bedraagt. Hoeveel ronden van een 35 cM. kanon zullen noodig zijn, om het te vernietigen, denkt ge?"

"Dat kan ik niet zeggen, sir, maar één treffer zou er al een geducht gat in slaan."

"Als ge mij vergezellen wilt in den commandotoren, kunnen we zien, wat de Olijftak kan uitrichten."

Een hoornsignaal riep alle hens aan dek en binnen een paar minuten was de geheele bemanning bezig schotten en dwarsbalken weg te nemen. Een tweede signaal volgde en toen werd het dek door allen verlaten.

"Dat noemen ze nu, klaar voor het gevecht," dacht Tregarthen, maar voor hij zijn verwondering had uitgedrukt, bracht kapitein Brookes een paar hefbomen in beweging. Geluidloos zakten nu de massief-stalen windschutten met het dek naar omlaag, de schoorsteen verdween en de booten en andere voorwerpen, die zich op 't dek bevonden daalden neer in ruimten, die daarvoor waren aangebracht. Tegelijkertijd werden de waterdichte schotten hermetisch gesloten. Op het geheele bovendek bevond zich nu niets meer; alleen de vier torens, de lichte snelvuur-kanonnen en de zware commando-toren staken er boven uit.

"Hoe vindt ge dat?" vroeg kapitein Brookes, in geestdrift. "Nu zijn we gereed om aanvallen van torpedobooten af te slaan. En kijk nu eens, als ik dezen hefboom in beweging breng."

Nu verdwenen de snelvuurkanonnen onder het pantserdek en zware stalen platen schoven zonder eenig gerucht over de ruimten, waarin ze neerzakten.

"Dit zijn onze voorzorgen. Aan boord van bijna alle moderne slagschepen is de lichte bewapening, die dienen moet om torpedo-aanvallen af te slaan, slecht beschermd. Komt het tot een treffen, dan is het lichte geschut binnen vijf minuten vernietigd. Hier staan de kanonnen veilig en wij kunnen ze gebruiken, zoodra wij ze noodig hebben. Kijk, daar is Carlos Rock."

Gerald keek op en zag een steenen kolossus, die loodrecht uit de zee oprees, gebeukt door de golven, die in witte schuimvlokken uiteenspatten tegen zijn voet.

Intusschen had kapitein Brookes den kwartiermeester bevel gegeven op een afstand van twee mijlen om het eiland heen te varen om zich ervan te kunnen overtuigen, dat het inderdaad geheel onbewoond was. Tien minuten waren voldoende voor het volbrengen van deze rondvaart en in dien tijd zochten de officieren met hun kijkers de treurig verlaten rots af. Geen menschelijk wezen was er te zien; duizenden zeevogels waren de eenige bewoners.

"Let nu op!" zei de kapitein tot Gerald. "Ik kan niet in bijzonderheden treden, maar gij zult wel begrijpen, wat ik bedoel. Alle acht de kanonnen zijn twee aan twee met elkaar verbonden en gereed voor het afvuren van een volle laag. Kom nu hier en kijk door deze opening."

Tregarthen voldeed aan de uitnoodiging en toen haalde kapitein Brookes een hefboom over. Even ging een bijna onmerkbare trilling door het schip en een kleine terugslag werd gevoeld, een dunne, nevelachtige, bruine rook steeg omhoog, maar geluid van kanonschoten werd niet gehoord, alleen het gieren van de projectielen, die met een snelheid van 2500 voet per seconde uit de loop gedreven werden. Het geheele rotseiland werd in een stofwolk gehuld en het doffe gerommel van vallende steenblokken werd gehoord.

"De rots ziet er nu heel anders uit, Sir," riep Gerald uit, toen hij de uitwerking van het geschutvuur door zijn kijker had opgenomen.

"Zoo!" zei de kapitein. "Zou er een schip zijn, dat daartegen bestand is? Maar ga nu beneden eens kijken naar het laden van de stukken, dan zullen we daarna gedurende een halve minuut snelvuur afgeven."

Tregarthen verliet nu den commando-toren langs een stalen wentel-ladder en kwam in de ruimte onder het pantserdek, waar hij bijna de geheele bemanning van het schip bijeen vond; ook de mannen, die de pantsertorens commandeerden. Hij begreep er niets van, dat deze niet op hun post waren.

Matrozen, het bovenlijf geheel bloot, waren bezig met het aanrijden van granaten op kleine kruiwagens uit het magazijn. De projectielen werden in een grooten metalen bak geplaatst, die in verbinding stond met den voorsten toren. Wanneer er zoo twaalf ronden in den bak geplaatst waren, gingen de deuren dicht en daarboven scheen een helder rood licht.

Even ging er een zachte trilling door het schip en dat herhaalde zich tot twaalf maal toe in minder dan vierentwintig seconden. In het volgende oogenblik vlogen de deuren van den bak open en twaalf ledige, zwak rookende cilinders vielen op den vloer; een matroos wierp een emmer water in de ruimte en de nieuwe lading was gereed.

Maar daar schetterde weer een hoornsignaal: "ophouden met vuren" en de officieren gingen aan dek om de uitwerking te zien van het geschutvuur.

"Hoe is dat gegaan?" vroeg kapitein Brookes. "Met uitzondering van drie man en ik zelf, was de geheele bemanning veilig en wel onder het pantserdek. Automatisch laden en vuren, met volkomen zekere trefkans, daarmee zijn we onoverwinnelijk."

"'k Zou zeker niet gaarne aan boord zijn van een schip, dat door een volle laag van uw kanonnen werd getroffen," merkte Gerald op. "Maar als nu gedurende den strijd de richting van een paar kanonnen zich wijzigt, zoodat een deel van het schip in de vuurlijn komt?"

"Daar is rekening mee gehouden. Dan wordt onmiddellijk het verband van den toren, waarin ze zich bevinden met de rest verbroken. Het samenwerken van de vier torens is niet bepaald noodig; ze kunnen ook ieder op zich zelf vuren. Dan neemt dadelijk de kommandant van den toren de leiding van zijn afdeeling op zich. De kans, dat wij ons eigen schip zouden beschadigen, bestaat dus niet."

Hier werd het gesprek gestoord door de komst van een matroos.

"Er is zoo even een draadloos bericht ontvangen Sir," meldde hij en overhandigde, terwijl hij salueerde, een gesloten enveloppe.

Kapitein Brookes opende het couvert en las een paar malen den inhoud, zonder dat zijn gezicht door verandering deed vermoeden, van welken aard de inhoud was. Daarop wendde hij zich tot de officieren, die op het campagnedek tegenwoordig waren.

"Heeren," riep hij uit, "het bericht dat ik daar ontvang, is van de grootste beteekenis. De gezagvoerder van de Afrika heeft gerapporteerd, dat hij aangevallen is door een schip, dat de witte vlag voert en er zijn reeds klachten ingebracht bij den Duitschen gezant te Londen. De Britsche regeering heeft echter onmiddellijk verklaard, dat het ten eenen male onmogelijk was, dat de aanval zou gedaan zijn door een Engelsch oorlogsschip, volgens de beschrijving moest het de Almirante Constant geweest zijn. Ten gevolge van die verklaring hebben de Britsche en de Duitsche regeering een nota aan de andere staten gezonden, waarin dat schip als een roofschip wordt gebrandmerkt, met verzoek het aan te houden, waar daartoe de gelegenheid bestaat. En zoo, mijne heeren, is de Olijftak een boekanier van den nieuwen tijd geworden. Iedere reede en elke haven is voor ons gesloten. Maar dat zal mij niet weerhouden den taak, dien ik mij gesteld heb, te volbrengen. Bij de vervolging, waaraan wij nu blootstaan, zal ik nooit een enkel schot lossen op een Engelsch schip, ik vertrouw dan op de snelheid van de Olijftak om den aanvaller te ontkomen, maar als een schip van een andere mogendheid het waagt ons aan te vallen, dan zal ik het een geduchte waarschuwing geven. En als die niet helpt, dan zullen ze tot hun schade en schande al de kracht gevoelen, van de verdedigingsmiddelen, waarover wij beschikken."

HOOFDSTUK XI.

DE STRIJD MET TWEE VLOTEN.

Zonder eenig ongeval bereikte nu de Olijftak de kust van Chili. De vijandelijkheden tusschen dit land en zijn ouden mededinger Peru, waren uitgebroken, maar uitgezonderd eenige onbeduidende schermutselingen van voorposten aan de grenzen, waren er nog geen gevechten geleverd. Geen van de beide republieken durfde er toe overgaan zijn leger in het vijandelijke gebied te zenden, voor men er zeker van was, dat er van den zeekant geen gevaar was te duchten. Het eerste bedrijf van den strijd moest ter zee worden afgespeeld en iederen dag kon men een ontmoeting van de twee vijandelijke vloten verwachten.

De Olijftak was dadelijk in verbinding gekomen met den agent van kapitein Brookes te Antofagasta aan wien door middel van een draadloos bericht werd opgedragen, aan de Presidenten van Chili en Peru een ultimatum te stellen. Binnen drie dagen moesten de vloten terug keeren in de haven, die ze hadden verlaten, of de Olijftak zou zich genoodzaakt zien, tusschenbeide te komen.

Aan de opdracht werd voldaan: het ultimatum werd aan de Presidenten gesteld en de voornaamste kranten maakten er melding van. Natuurlijk werd toen die vreemde tijding druk besproken en men vroeg elkander, wat voor schip toch eigenlijk die Olijftak was en van welke nationaliteit het was. Niemand kon die vragen beantwoorden en daarom kwam men tot het besluit, dat de heele geschiedenis een verzinsel was van een handigen grappenmaker of van iemand, die zijn verstand kwijt was. De beide Staatshoofden dachten er ook zoo over en wijdden daarom verder niet de minste aandacht aan het ultimatum. Niemand kwam op de gedachte, dat de Olijftak hetzelfde schip kon zijn als de Almirante Constant, die bij Pernambuco de Duitsche vlag beleedigd had en dat was geen wonder ook, want welk vaartuig zou den afstand van Pernambuco naar Valparaiso -- 4600 mijlen -- binnen vier dagen hebben kunnen afleggen.

In Chili kwam men op de gedachte, dat het ultimatum een list was van Peru om den vijand schrik aan te jagen en zoo koos de Chileensche vloot in alle gerustheid zee.

Dit nieuws werd aan de Olijftak meegedeeld uit Antofagasta en spoedig volgde het bericht dat de Peruaansche vloot de haven van Callao had verlaten, stoomende in zuidelijke richting.

Dadelijk had nu kapitein Brookes zijn plan gemaakt. Hij wilde de Chileensche schepen te gemoet varen, erlangs heen koersen, zoodat hij tusschen de beide vloten in kwam en dan had hij ze in zijn macht.

Ongelukkigerwijze zou het echter anders loopen. Eerst ging alles naar wensch: de vloot van de zuidelijkste republiek kwam in het gezicht en stoomde voorbij, maar inmiddels had de Peruaansche vloot haar koers gewijzigd en voer naar Iquique.

"Daar zijn ze," riep kapitein Brookes op een der volgende dagen tegen het vallen van den avond en hij wees naar een nevelvlek aan den overigens helderen horizon.

"'t Is nu te laat, om vandaag nog iets te ondernemen. Ik zal hun een flinke portie Z-stralen toedienen, zoodat ze gedurende den nacht machteloos zijn. Morgen kunnen we dan de zaak voortzetten."

De Peruaansche vloot, die geen gebruik kon maken van haar licht-installatie en geen zoeklicht kon laten werken, koerste hulpeloos rond en trachtte op goed geluk vooruit te komen in de richting van Iquique. Niemand begreep, hoe het mogelijk was, dat zoo plotseling de werking van alle electrische instrumenten verlamd was en de geheele bemanning verkeerde in zenuwachtige spanning, vreezende voor een aanval van de Chileensche vloot.

Bij het aanbreken van den volgenden dag besloot kapitein Brookes vooreerst den afstand tusschen de Olijftak en de vijandelijke schepen eenige mijlen grooter te maken om zelf geen last te krijgen van de Z-stralen, waarmee hij werkte. Hij gaf dus bevel, den steven te wenden.

Terwijl deze beweging werd uitgevoerd, deed plotseling een vreeselijke ontploffing het vaartuig van het voor- tot het achterschip hevig schudden en aan stuurboord spoot een reusachtige waterzuil omhoog.

"Hemel, een mijn!" riep Gerald uit.

Hij had gelijk. De Peruanen hadden de zee met mijnen bestrooid en bij de wending hadden de stuurboord-schroeven van de Olijftak zulk een gevaarlijk voorwerp geraakt.

De bemanning bleef bedaard, er was geen sprake van een paniek: ieder was dadelijk op zijn post. De timmerman kwam aan dek met de geruststellende verklaring, dat het schip geen water maakte en een machinist berichtte, dat de drie schroeven aan stuurboord vernield waren, zoodat men de motoren had moeten stopzetten. De drie overige, onbeschadigde schroeven konden dus maar alleen werken en de snelheid van het schip was teruggebracht tot vijftien knoopen.

"Daar zullen ze voor boeten!" zei kapitein Brookes volmaakt kalm. "Als het heelemaal dag is, zullen we eens laten zien, waartoe de Olijftak wel in staat is."

De schemering duurde maar kort en toen eenmaal de zon boven de kim stond, zag men duidelijk de Peruaansche vloot op een afstand van zeven mijlen naar het oosten.

Ze bestond uit vier pantserkruisers, de Santa Rosa, Lima, Independencia en de Restauracion, en drie kanonneerbooten. Met de matige snelheid van zoowat veertien knoopen verwijderden zich de schepen in oostelijke richting.

Plotseling echter tot groote verrassing van de bemanning van de Olijftak, wendde de Independencia den steven, zonder twijfel met het doel een aanval te doen. Op drie kabelslengte volgde de Restauracion.

Alles was gedurende den nacht aan boord van de Olijftak gereed gemaakt voor het gevecht, zoodat de matrozen en officieren niets anders te doen hadden dan op de hun aangewezen posten te gaan.

[Illustratie: Het ongelukkige schip was uit elkaar geslagen. Pag. 77]

"De afstand is niet groot genoeg, om gebruik te kunnen maken van onze ZZ-stralen," zei kapitein Brookes tot Gerald, die zich bij hem in den uitkijktoren bevond. "Ik zal bevel geven tot afzonderlijk vuren uit de verschillende torens."

Met volle kracht kwam de Independencia aanstoomen, zoodat het schuimende water hoog opspatte voor den boeg. Dikke, zwarte rook golfde uit de schoorsteenen en wel vijf roodwitte nationale vlaggen wapperden van de masten.

Eensklaps opende ze het vuur uit een 12 c.M. kanon en een 45 ponder huilde door de lucht. Gerald stond onbeweeglijk bij de nadering van het projectiel, dat recht op den toren afkwam en hij kon er niet toe besluiten de opening in de pantsering te verlaten. Het was niet de eerste maal, dat hij een projectiel met de oogen in zijn loop volgde, maar dan stond hij achter het kanon, waaruit het was afgevuurd; nu was echter de toestand een geheel andere.

Een oogenblik later hoorde hij een vreeselijken slag boven zijn hoofd, gevolgd door een regen van staalsplinters en een dikken, verstikkenden rook.

"De brug is getroffen," zei kapitein Brookes even kalm, alsof hij de meest gewone zaak van de wereld besprak. Even drukte hij op een knop, waardoor het bevel gegeven was, het vuur te openen uit den voorsten toren.

De beide 15 c.M. kanonnen werden tegelijk afgeschoten, zonder dat er eenig geluid werd gehoord. Met wiskundige zekerheid troffen de granaten haar doel en de uitwerking was verschrikkelijk. Het ongelukkige schip was uit elkaar geslagen en toen de zwakke rook geheel was opgetrokken, duidde alleen de beweging in het water aan, waar de kruiser in de golven was verdwenen.

De Restauracion wilde blijkbaar niet eenzelfde lot ondergaan: ze wendde den steven en zocht haar heil in een overhaaste vlucht. Ook de andere kruisers volgden dat voorbeeld en lieten de kanonneerbooten, die niet zoo snel voort konden, aan haar lot over. Kapitein Brookes, die tevreden was met de behaalde overwinning, zag echter van alle vervolging van zijn vijanden af.

"Het ziet er mooi voor ons uit," zei Gerald, toen hij zich weer bij zijn vriend Stockton gevoegd had, "een beschadigd schip en alle havens onherroepelijk voor ons gesloten."

"Zouden ze de schade kunnen herstellen?" vroeg Jack. "En als ze het niet kunnen, is dan de toestand gevaarlijk?"

"Als het er alleen maar om ging, de beschadigde schroeven door andere te vervangen, dan zou het wel in orde komen, doch de assen zijn vernield en dat maakt de zaak bezwaarlijk."

"Laten we ons maar niet bezorgd maken; ik houd me ervan overtuigd, dat kapitein Brookes er wel wat op vinden zal. Maar weet je, waarnaar ik erg benieuwd ben? Hoe het gaan zal, wanneer we worden aangehouden door een Britsch oorlogsschip. Als de kapitein zijn woord houd, dan mag hij geen gebruik maken van zijn verdedigingsmiddelen en als hij wil vluchten, dan worden we stellig ingehaald, nu we drie van onze schroeven kwijt zijn."

"Het is wel te hopen, dat we niet op de proef zullen worden gesteld. Maar heb je de uitwerking gezien van het schot, dat ons straks getroffen heeft. De heele brug is weggerukt, alsof hij van bordpapier vervaardigd was. Het stuurstoel is daardoor geheel vernietigd en we zijn dus voor het besturen van het schip aangewezen op de inrichting in den commando-toren, totdat de schade zal hersteld zijn. Maar laten we wat uit den weg gaan: daar komt kapitein Brookes."

De kapitein ging voorbij, maar hij was zoo in zijn gedachten verdiept, dat hij de twee vrienden niet opmerkte. Het was stellig een moeilijk vraagstuk, dat zijn geest vervulde en dat hij wilde gaan uitwerken in de rustige eenzaamheid van zijn hut.

"Hoe is de koers, Mr. Slade?" vroeg Gerald aan den officier van de wacht.

"We zullen spoedig een aanval doen op de Chileensche vloot."

"Weer een vuurgevecht?"

"Daar kan ik niets van zeggen."

Al heel gauw kreeg men nu den nieuwen vijand in zicht. Terstond werd de aanval begonnen en gevolgd door een zeer gemakkelijke overwinning, die geen menschenlevens kostte. Door middel van de Z. stralen werd de vijandelijke vloot machteloos gemaakt en daarop zond men een bericht naar het vlaggeschip van admiraal Zaetos, waardoor deze op de hoogte kwam van den ondergang van de Independencia. De geschiedenis van de Olijftak was dus geen fabeltje en de Chileensche vlootvoogd stemde er in toe, terug te keeren naar Iquique om nieuwe bevelen aan den President te vragen. Zoo was dus de Olijftak meester van de zee.

"En nu zullen we onze schade gaan herstellen," zei kapitein Brookes vroolijk. "Zijt ge bekend met de haven van Talcahuano, Mr. Tregarthen?"

"Neen, Sir."