Part 4
"Ja, dat is een wonder!" stemde Alex Sinclair toe. "Het is niet mijn doel u ongerust te maken, maar we danken dezen rustigen gang alleen aan de lage ligging van het zwaartepunt, onze groote snelheid waarborgt onze veiligheid. Zoolang we recht tegen den golfslag ingaan, hebben we geen gevaar te duchten, maar als een golf ons van terzij aangreep, zouden we er anders voor staan: dan gaf ik niet zóó veel voor mijn leven."
Gelukkig duren zulke hevige stormen betrekkelijk kort en daar de Olijftak zulk een buitengewone snelheid had, was men spoedig door het gebied der orkanen heen en bereikte het schip ongedeerd kalmer streken.
Met vreugde begroette het scheepsvolk het oogenblik, toen de luiken weer werden geopend en ze op het dek frissche lucht konden inademen.
"Zeil aan stuurboord!"
Toen de officier van de wacht dezen uitroep hoorde, haastte hij zich kapitein Brookes te waarschuwen. Gedurende de reis waren er meermalen schepen in zicht geweest, maar de Olijftak had ze steeds zorgvuldig vermeden, behalve de Puma, waarmee een ontmoeting op een bepaalde lengte en breedte vooraf was vastgesteld. Het verwekte dan ook algemeene verwondering, toen de kapitein bevel gaf koers te zetten in de richting van het vreemde schip.
Snel naderde de Olijftak het vaartuig, dat een Duitsche vrachtboot bleek te zijn van ongeveer 4000 ton. Hulpeloos dreef het rond als een speelbal van de golven: aan de groote mast wapperde de signaalvlag, die beteekent, dat het roer is weggeslagen.
Met de noodige voorzorgen om een aanvaring te voorkomen, naderde de Olijftak zoo dicht mogelijk het schip, dat in nood verkeerde en door middel van een megaphoon deelde kapitein Brookes den Duitschen gezagvoerder mee, dat hij het schip op sleeptouw zou nemen naar Pernambuco.
"Heb ik te doen met een Engelsch oorlogsschip?" vroeg de Duitscher, die heel goed wist, dat hij in dat geval geen bergloon te betalen had.
"Neen," antwoordde kapitein Brookes kortaf.
"Hoeveel moet ik dan betalen?"
"Evenveel als aan een schip van de Britsche regeering -- niemendal. Breng nu maar een tros uit."
Toen vroeg de ander nog naar den naam van den kruiser, maar kapitein Brookes deed, alsof hij die vraag niet gehoord had. Of hij bijzondere redenen had voor die geheimzinnigheid, kon Gerald natuurlijk niet beoordeelen.
Het uitbrengen van een tros was geen gemakkelijk werk, want tweemaal brak de kabel af, maar de derde maal slaagde men beter en toen zette de Olijftak koers naar Pernambuco met een snelheid van twaalf knoopen, terwijl het vrachtschip er achter dreef als een geharpoeneerde bruinvisch.
"En laten we nu samen het schip nog eens nader bekijken, Mr. Tregarthen," zei kapitein Brookes, "deze ontmoeting maakt, dat ik mijn werkzaamheden moet onderbreken, ik heb dus weer eens tijd; laat Mr. Stockton ons vergezellen."
"Tot uw dienst, Sir, heel gaarne," antwoordde Gerald en een paar minuten later daalde de kapitein met zijn beide vrienden langs een ijzeren ladder af naar het gedeelte van het schip onder het pantser-dek.
Deze ruimte, die onder de waterlijn lag, was geheel electrisch verlicht, en dat was niet overbodig, want overal liepen bundels draden, beschermd door metalen kokers, die in verschillende kleuren geschilderd waren.
Ze kwamen voor een stalen schuifdeur, die door kapitein Brookes geopend werd, terwijl hij de beide vrienden uitnoodigde binnen te gaan. Ze kwamen in een portaaltje, dat aan de andere zijde afgesloten was door een tweede deur, die volkomen gelijk was aan die, welke ze reeds waren doorgegaan. Zorgvuldig sloot de kapitein de buitenste deur en maakte daarna de binnenste open, die toegang gaf tot een klein donker vertrek, dat nu en dan verlicht werd door den blauwachtigen schijn van vonken, die door de werking van een electrische machine ontstonden. Een jonge officier zat over het toestel gebogen, het hoofd zorgvuldig beschermd door een metalen kap, die voorzien was van ontvangers, zooals men gebruikt bij een telephonisch gesprek.
"Dit is onze Marconi-kamer," zei de kapitein, zijn stem verheffende om zich verstaanbaar te maken bij de snel opeenvolgende, krakende geluiden, die aan het knallen van een zweep deden denken. "Onze draadlooze berichten gaan niet door de lucht, maar ze worden overgebracht door een electrischen stroom, die door het water gaat. Deze manier van doen is slechts een uitbreiding van het systeem, waarop het seinen-wisselen tusschen duikbooten berust. Wij staan op deze wijze in verbinding met onze agenten te Swanage in Engeland, Plougastel in Frankrijk, Kaap Cod in de vereenigde Staten, Sydney in Nieuw Zuid-Wales en Antofagasta in Chili. Zoo worden we dus uitstekend ingelicht, omtrent omstandigheden, die het noodig kunnen maken, dat wij tusschen beide komen."
"En zoo hebt u ook den uitslag vernomen van uw proefneming met de Zieten, niet waar?" vroeg Tregarthen.
"Dat is een heel slimme gissing, maar het is toevallig niet waar. Bij gelegenheid zal ik u echter wel eens vertellen, hoe dat in zijn werk is gegaan."
Nadat ze de Marconi-hut hadden bezichtigd, bracht de kapitein hen naar het voorste deel van het schip. Ze gingen door de kabelbergplaatsen en bereikten toen een klein luik. Hierdoor daalden ze af in het lagere gedeelte van het scheepsruim en traden een wigvormig vertrek binnen, dat in verbinding stond met den boeg van het schip. In het midden van de kamer stond een tafel, waarop verscheidene opgerolde electrische kabels lagen en een paar toestellen stonden, die veel op galvanometers geleken.
"En wat denkt ge nu hiervan?" vroeg de kapitein. "Waarvoor zouden deze toestellen dienen?"
"'k Weet het niet," zei Gerald, die na zijn vergissing van straks, voorzichtiger was geworden.
"Dit toestel waarschuwt ons, wanneer we over een onderzeeschen telegraafkabel varen. We weten allen, dat het haast onmogelijk is, de ligging van die kabels te vinden, maar met ons toestel kunnen we ze ontdekken op iedere diepte tot honderd vademen toe. En dan is het een kleinigheid om ze op te visschen en af te leiden. Een groot nadeel echter is het, dat het schip bijna geen vaart moet hebben, wil de aanwijzer werken en bij 't opvisschen van den kabel moet het heelemaal stil liggen."
"Dan hebt u zeker den kabel tusschen Borkum en Lowestoft afgesneden -- ik herinner me, dat in de krant van een storing in die verbinding werd melding gemaakt."
"Neen, dat heb ik niet gedaan, dat was het gevolg van een ongelukkig toeval. Wat zou ik er ook aan hebben een kabel onbruikbaar te maken: 't is me juist te doen om de berichten op te vangen, die erlangs geseind worden? Niet den kabel van Borkum naar Lowestoft hebben we afgetapt, maar die van Middelkerke naar Dumpton Gap en zoo kwamen we precies op de hoogte van hetgeen met de Zieten was gebeurd."
Nadat ze nu nog een bezoek hadden gebracht aan de machine-kamer, merkte kapitein Brookes op, dat ze nu wel de voornaamste bijzonderheden van het schip kenden. "We beschikken nog over een uitvinding, waarop ik werkelijk een beetje trotsch ben. Maar het toestel is nog niet geheel klaar en tot zoo lang zullen we wachten, vóór ik u de werking verklaar."
"Mag ik dan nog één ding vragen?" zei Gerald. "'k Hoop niet, dat u het onbescheiden vindt, maar ik zou graag weten, hoe u aan uw officieren gekomen zijt."
De kapitein antwoordde niet dadelijk. "De meeste van hen zijn mannen van eer," merkte hij op, "maar er is in hun leven 't een of ander gebeurd, waarom ze liever niet over het verleden spreken. Enkele gevallen wil ik u meedeelen, maar zooals vanzelf spreekt, geheel vertrouwelijk. Mr. Palmer, bijvoorbeeld, één van onze luitenants, was tot voor eenige jaren commandant van een Engelsch oorlogsschip. Zijn vaartuig liep op de rotsen, hij werd voor een zee-krijgsraad gebracht en moest zijn loopbaan opgeven. Zijn vrienden leven in de overtuiging, dat Mr. Palmer -- maar dat is zijn ware naam niet -- voor drie jaar op reis is naar de Rockies. En dan White, de dokter -- dat is ook een pseudoniem tusschen twee haakjes -- die was dorpsgeneesheer met een uitgebreide, bloeiende praktijk. Bij een lijkschouw verzuimde hij een onbeduidende kleinigheid, waardoor hij met den rechter in aanraking kwam. In Engeland was hij nu verder onmogelijk."
"En de matrozen?"
"Voor het meerendeel zijn ze slachtoffers van het korte dienstverband, dat de Britsche Admiraliteit slechts toestaat, waardoor de mannen op betrekkelijk jeugdigen leeftijd worden afgedankt en verder zijn er nog vroegere koopvaardij-matrozen bij van verschillende naties."
"Zijt u niet bang, dat er enkelen bij zijn, die op een goeden dag zullen deserteeren en de geheimen van de Olijftak verraden."
"Dat zou niets hinderen, zoolang ze niet allen tegelijk wegliepen; maar daarbij komt, dat ze op zulke voordeelige voorwaarden zijn aangemonsterd, dat ik me in 't geheel niet bezorgd behoef te maken voor desertie. En dan is geen van de mannen op de hoogte van de geheele inrichting van het schip. Zoo is 't ook met de officieren: zij zijn alleen bekend met het onderdeel, dat onder hun leiding staat. Neem bijvoorbeeld Sinclair, die het geschut bedient, hij, zou geen raad weten met de Z-stralen; Taylor -- o! nu heb ik toch nog iets vergeten. Eigenlijk is het wonder, dat ik niet meer vergeet, bij alles wat op mij neerkomt. -- Taylor, de scheikundige, beheert met behulp van Guy Temple het laboratorium. Ik heb u zijn heiligdom nog niet laten zien. We kunnen er dadelijk nog even heengaan."
Het laboratorium was een ruim vertrek, gelegen aan stuurboordzijde, onder den voorsten toren, door een luik in verbinding met het middendek. In één van de hoeken stond een groote werktafel, overdekt met reageerbuisjes, retorten en meer dergelijke voorwerpen, die men gebruikt bij scheikundige onderzoekingen, terwijl op den vloer ongeveer honderd cilinders in rijen waren neergezet.
"Waar is Mr. Taylor?" vroeg kapitein Brookes aan een jong officier, verdiept in een scheikundige proefneming.
"De laatste twee uur heb ik hem niet gezien, Sir."
"H'm!"
"Wil ik hem laten roepen, Sir?"
"Neen, dat is niet noodig. Nu, Mr. Tregarthen, hier zijn de ontplofbare ladingen voor de 15 c.M, granaten. De projectielen worden afgevuurd door middel van Whaddiet, een verbeterden vorm van cordiet; maar waaruit bestaat de springlading, denkt ge? 'k Zal het u maar zeggen: vloeibare lucht. Met deze springstof heeft een 15 c.M. granaat grooter uitwerking dan een 35 c.M. met lyddiet. Geen pantserplaat is er tegen bestand. Zoodra we het vrachtschip kwijt zijn, dat we op sleeptouw hebben, zal ik u de kracht laten zien." -- Hier werd de kapitein gestoord door de komst van een luitenant, die bleek zag van blijkbare opwinding, ondanks de donkere tint van zijn gebruind gelaat.
"Sir," riep hij uit. "Wilt u dadelijk aan dek komen? De officier van de wacht zendt mij hierheen, om u te zeggen, dat er verraad wordt gepleegd aan boord van de Olijftak."
"Zoo?" zei kapitein Brookes heel kalm op vragenden toon en zich daarna tot Tregarthen wendende, noodigde hij dezen uit hem te vergezellen naar het campagne-dek.
"Wel, Mr. Sinclair, wat is er gaande?" vroeg de kapitein aan den officier van de wacht, die hem te gemoet kwam.
"Ik bemerkte op het schip daar ginds iemand, die van de brug seinen gaf, Sir. Onmogelijk kon ik de beteekenis van die signalen vaststellen, maar ik kreeg de stellige overtuiging, dat de man, die ze gaf, trachtte zoo min mogelijk de aandacht te trekken van lieden, die er niet mee te maken hadden. Toen ik naar den achtersteven slenterde hield het spelletje dan ook geheel op. Daarop zond ik Mr. Weeks naar uw hut, om u op de hoogte te stellen. Hij vond u daar niet, maar kwam mij berichten, dat Mr. Taylor bezig was op het achterschip seinen te wisselen met den Duitscher."
"Heel goed, Mr. Sinclair; doe verder alsof er niets aan de hand is."
Daarna zocht kapitein Brookes een plaatsje bij den achtersten toren, waar hij, zonder zelf te worden opgemerkt, alles zien kon, wat er op het vreemde schip gebeurde.
"Verstaat u Duitsch?" vroeg hij.
"Ja Sir," antwoordde Gerald.
"Zeg dan eens, wat dat daar beteekent," en hij wees naar de snelle bewegingen van een vlag daarginds.
"Beproef van nacht het schip te verlaten; wij zullen u wachten," las Gerald af.
"Juist," bevestigde kapitein Brookes. "Ze hebben blijkbaar voor 't oogenblik niets meer te zeggen, maar ik weet genoeg."
HOOFDSTUK IX.
ZEEROOF.
Gedurende den maaltijd was het aan niets te bemerken, dat er aan boord van de Olijftak vreemde gebeurtenissen te wachten waren. Kapitein Brookes had aan hen, die wisten, wat er gaande was, zeer strenge bevelen gegeven, tegenover de verdere bemanning het stilzwijgen te bewaren en er voor te zorgen, dat de verrader door geen woord of gebaar argwaan zou krijgen.
Aan tafel heerschte dan ook dezelfde opgewekte en vriendelijke toon van anders, maar Taylor, of liever Schneider was niet geheel op zijn gemak; dat merkte Gerald wel. Hij mengde zich niet in de gesprekken en aan zijn zwevende blikken was het heel goed te zien, dat zijn gedachten elders waren.
Toen de maaltijd geëindigd was en de sigaren voor den dag kwamen, verontschuldigde de kapitein zich en ging heen.
"Nog iets bijzonders, Mr. Sinclair?" vroeg hij aan den officier van de wacht.
"'k Heb het achterste promenade-dek onderzocht en daar een katrol met een kabel gevonden."
"Ge hebt toch alles stil laten liggen, hoop ik."
"Ja, Sir."
"Heel goed. Het licht moet in mijn hut worden aangestoken en de gordijnen moeten gesloten worden. Houd een oogje op Taylor, zonder dat hij er iets van bemerken kan en kom mij waarschuwen, zoodra hij zich naar het achterdek begeeft."
Kort na middernacht kwam het bericht, dat Taylor zich in de achtergalerij bevond en kapitein Brookes, Gerald, Stockton en de officier van de wacht verborgen zich op een plek, waar ze duidelijk de bewegingen van den verrader konden volgen.
Het was stikdonker. Alle lichten aan dek waren gedoofd, alleen een paar lantarens aan den voorsteven brandden, maar die waren van het promenade-dek af niet te zien. De Olijftak vervolgde kalm haar weg met een gang van ongeveer tien knoopen en ze liet een wit, lichtend spoor van schuim achter, dat afgebroken werd door den donkeren romp van het vrachtschip, dat een kabellengte verwijderd was.
Een kwartier lang bleef het doodstil, maar toen hoorden de mannen plots een plomp in 't water, veroorzaakt door den val van een donker voorwerp, dat ze overboord hadden zien vallen.
"Is hij over boord gesprongen?" fluisterde Jack Stockton.
"St! Neen, hij heeft de reddingboei over boord gegooid. 'k Zie de lijn, die er aan vast zit."
"Zoo is het," merkte kapitein Brookes op, die met een nachtkijker den omtrek verkende. "De reddingboei is uitgeworpen."
En toen hoorden ze voetstappen, dichtbij. Onwillekeurig weken ze achteruit en wierpen zich plat op den grond. Met ingehouden adem wachtten ze en daar verscheen boven de stalen verschansing de donkere omtrek van een menschelijke figuur. Dat was Schneider.
Dadelijk ging de man aan het werk. Met den meesten spoed hing hij den takel over den kabel, die de beide vaartuigen met elkander verbond en toen sloeg hij zijn eene been over den haak, die onder aan het blok bevestigd was. Stevig greep hij den takel vast en in deze ongemakkelijke houding waagde hij den moeilijken maar vrij ongevaarlijken overtocht. Hij stootte met het vrije been af en snel gleed de takel met zijn vracht langs het touw.
"We zullen wachten, tot hij halfweg is," zei de kapitein. Door zijn nachtkijker volgde hij den vluchteling en toen hij zag, dat deze zich midden tusschen de schepen bevond, een paar voet boven den waterspiegel, haalde hij zijn mes te voorschijn en begon den kabel door te snijden.
"Goede hemel!" fluisterde Stockton. "Zoo wordt die man vermoord!"
"Wees daarvoor maar niet bang," zei Gerald, "hij wordt alleen maar ondergedompeld: ze halen hem daarginds wel aan boord met het touw. Ga uit den weg en kijk uit, als de kabel stuk springt."
Nauwelijks was die waarschuwing gegeven, of de laatste vezels van den kabel scheurden stuk en het deel, dat op de Olijftak was vastgemaakt, zwaaide met kracht over het dek en het schip kreeg plotseling een sterk versnelde beweging, 't leek wel een hond, die zich van zijn ketting had losgerukt.
"Laat de zoeklichten werken," commandeerde kapitein Brookes. "Roer naar stuurboord!"
Het schip draaide rond en de machtige lichtbundels gleden over het golvende water en beschenen het vrachtschip, dat een paar mijlen verder onbeweeglijk lag als een zilveren bark.
"Nu zijn we klaar. Houdt het schip daar in het oog," vervolgde de kapitein. "En nu, mijne heeren, zullen we slapen gaan en de zaak tot morgen laten rusten."
Bij het aanbreken van den dag ging Gerald weer naar boven, nieuwsgierig om te zien, hoe het met de zaken stond. De kapitein was al present.
Het Duitsche vaartuig bevond zich op een kleine mijl afstand. De bemanning had de rest van den kabel aan boord gehaald en ze hadden zeker wel bemerkt, dat de breuk van het touw geen toeval was, maar dat het doorgesneden was, want ze hadden zeilen bijgezet en het schip bewoog zich langzaam naar het Z. Z. W.
Volgens het bevel van den kapitein, was de Olijftak zoo dicht bij het schip gebracht, dat het te beroepen was.
"Draai bij," riep kapitein Brookes met een stentorstem. "Ik zal een boot zenden."
"Mr. Slade," ging hij voort, zich tot één van de luitenants richtende, "wilt ge naar dat schip gaan en Mr. Taylor tot elken prijs terugbrengen. Mr. Tregarthen, wilt u Mr. Slade vergezellen?"
In een oogenblik was de boot gestreken en bemand met matrozen, die met sabel en revolver gewapend waren. De luitenant beschikte ook over een pistool, maar Gerald wilde liever ongewapend meegaan.
Toen ze het vreemde schip naderden, zagen ze op de verschansing de krachtige figuren der Duitsche matrozen, die niet van plan schenen hen aan boord te laten komen.
"Werp ons een lijn toe, als ge wilt?" riep Slade.
"Wat komt ge hier doen?" vroeg de gezagvoerder van het vrachtschip.
"We komen den man halen, die van nacht van ons schip gedeserteerd is. We weten, dat ge hem geholpen hebt bij zijn vlucht."
"Hier aan boord komt ge niet," riep de gezagvoerder vastberaden. "Hebt ge onze vlag gezien? Dit schip is Duitsch grondgebied," en hij wees naar den achtersteven, waar de rood, wit en zwarte vlag wapperde.
"Riemen binnen boord!" commandeerde de luitenant en de boot gleed langs de zijde van het schip en de bootsman probeerde zijn haak over de verschansing te slaan. Het glimmende staal van een bijl flikkerde in de zon en het volgende oogenblik viel de ijzeren haak met een stuk van den stok in de boot, gelukkig zonder iemand te treffen.
"Doe dat nog eens, en ik zal laten vuren," schreeuwde Slade, die rood geworden was van ergernis.
Toen boog zich de gezagvoerder van het Duitsche schip over de leuning van de brug en richtte zijn revolver.
"Zeeroovers!" bulderde hij. "Houdt af, of ik schiet."
Hij gaf een onverstaanbaar bevel en toen daalde er een hagelbui van brokken steenkool en stukken ijzer neer op de mannen in de boot, waarvan sommige ernstig werden gekwetst.
Nu was het uit met het geduld van den luitenant: zonder een oogenblik te aarzelen trok hij zijn revolver, richtte snel en haalde den trekker over.
Er kwam geen vuurstraal, geen rook, toen het schot afging, alleen trilde de arm van den luitenant even, maar Tregarthen zag den Duitscher wankelen, de linkerhand aan den rechterschouder brengen en op 't dek vallen, terwijl zijn machtelooze hand het pistool losliet.
"Nu aan boord, mannen!"
Ontsteld door hetgeen ze hun gezagvoerder zagen overkomen en verrast door de geheimzinnige wijze, waarop hij getroffen was, bood de bemanning weinig weerstand en binnen enkele minuten waren de matrozen van Slade meester van het dek van het Duitsche schip.
Nadat Slade een sein gegeven had, kwam er een tweede boot van de Olijftak, waarin zich een aantal matrozen en de dokter bevonden. Toen deze aan boord was, werd eerst de wond van den gezagvoerder onderzocht en die bleek niet gevaarlijk, het was een vleeschwond, het been was niet geraakt. Nadat een verband was aangelegd, werd de gekwetste naar zijn hut gebracht.
"Zeg, Tregarthen," riep Slade, "jij spreekt hun taal; vraag eens aan den eersten stuurman, of hij al zijn volk op het dek wil laten aantreden."
Gerald voldeed aan het verzoek en bracht het bevel over, dat door den Duitscher, die den moed niet had te weigeren, werd opgevolgd.
Zoodra de matrozen op het dek bijeen waren, droeg Slade aan enkele van zijn mannen op, de Afrika -- zoo heette het schip -- te doorzoeken.
Een nauwkeurig onderzoek leverde echter niets op: er was geen spoor van den vermiste te vinden. De stuurman werd in verhoor genomen, maar ook daardoor kwam men niet verder: zelfs bedreigingen hadden geen uitwerking.
Ten slotte verloor Slade zijn geduld; hij trok zijn revolver en richtte het op het hoofd van den stuurman, terwijl hij Tregarthen verzocht hem mee te deelen, dat Taylor voor den dag moest worden gebracht, dood of levend en wel binnen vijf minuten.
[Illustratie: Tregarthen zag den Duitscher wankelen. Pag. 60]
De vastberaden uitdrukking in de oogen van den luitenant deed den stuurman vreezen, dat hij zijn bedreiging zou ten uitvoer brengen en daarom vond hij het raadzaam, zich niet langer te verzetten. Hij gaf een bevel aan twee van zijn mannen, die nu met vier matrozen van Slade in het voorste ruim afdaalden.
Hier werd de deserteur gevonden, verborgen in een ledige tank en ondanks zijn heftig verzet werd hij aan dek gebracht en zonder omslag geboeid en daarna in de boot geplaatst. Daar nu het doel van den tocht bereikt was, keerden de booten naar de Olijftak terug.
"Brengt hem beneden en sluit hem op in zijn hut," beval kapitein Brookes kortaf. "Laat twee man op hem toezien, dat hij de hand niet aan eigen leven slaat. Mr. Tregarthen," voegde hij er bij, "ik dank u voor den dienst, dien ge bij deze gelegenheid bewezen hebt. Ge zult zeker wel behoefte hebben aan wat eten; uw ontbijt staat klaar."
"'t Verwondert me, dat de kapitein zoo goed wist, dat ik nog ontbijten moet," zei Gerald tot zijn vriend Jack, toen ze beiden aan tafel zaten.
"Daar begrijp ik ook niets van," antwoordde Stockton, die op de hoogte was van alle bijzonderheden omtrent den tocht naar de Afrika. "Maar wat me nog meer verwondert, is, dat hij zich ten doel stelt den oorlog uit te roeien. Daarvoor kiest hij al een heel vreemden weg. Het slot zal zijn, dat de Olijftak als een roofschip zal worden aangemerkt en dat wij aan de galg komen."
"We hebben hier zeker met een geval van zeeroof te doen," zei Gerald. "En het zou me niet verwonderen, als binnen een paar weken een internationaal eskader werd uitgezonden om ons te vervolgen."
Terwijl Tregarthen zoo sprak, had kapitein Brookes zonder eenig bedenken de witte vlag laten hijschen op de Olijftak, die snel wegvoer van het Duitsche schip, dat ze hadden aangevallen.
HOOFDSTUK X.
GEREED VOOR DEN STRIJD.
Zes glazen in de voormiddag-wacht. De Olijftak gleed met een snelheid van tien knoopen door het kalme water, terwijl de tropische zon fel brandde op de zonnetent, die over het campagne-dek was uitgespannen.
Alle officieren waren daar in een halven kring gezeten en daarachter stonden de matrozen opgesteld, voor zoover ze niet elders op het schip onmisbaar waren. Er heerschte een stemming van ernst, want er zou recht gesproken worden over Taylor, beschuldigd van desertie en verraad.
"Breng den gevangene voor!" beval de kapitein en een oogenblik later verscheen de beschuldigde onder geleide van twee gewapende matrozen aan dek en werd tegenover zijn rechters geplaatst.