Part 3
"Met Mr. Stockton? Ge denkt zeker, dat ik een zeeroover ben en dat ik hem als gijzelaar wil vast houden voor uw goed gedrag. Maar wees gerust, ik zal hem laten overstappen op het eerste het beste schip met bestemming naar Engeland, dat we tegenkomen."
"Dan zou ik gaarne een paar minuten met hem spreken, voor ik mijn besluit neem."
"Dat verzoek lijkt me volstrekt niet onredelijk; ik geef u een kwartier voor een onderhoud."
Terwijl kapitein Brookes dit zei, had hij op den knop van een electrische schel gedrukt en onmiddellijk verscheen er een onderofficier.
"Geleid dezen heer naar zijn kwartier en vraag aan Mr. Black, of hij Mr. Stockton bij hem wil brengen."
"Zeer goed, Sir," antwoordde de zeeman en nadat hij het zware gordijn op zijde had geschoven, verzocht hij Tregarthen, hem voor te gaan.
Geen vijf minuten later was Jack Stockton bij hem.
"Hallo, Jack! Hoe gaat het jou hier?"
"Daar heb ik niet over te klagen. Ze hebben mij verteld, dat jij weer heelemaal beter waart, ondanks die wond aan je hoofd. Over jou had ik me dus niet meer ongerust te maken, maar ik tob nog over het verlies van mijn jacht."
"Ja, 't is ons wel tegengeloopen. Maar je boot was toch verzekerd, niet waar?"
"Zeker, maar wat doet dat er toe? Ik krijg nooit weer zoo'n zeiler terug, en ik was er zoo aan gehecht."
"Je zult wel gauw een ander hebben."
"Wat? Hoe weet je dat?"
"Omdat je zult overstappen op het eerste schip, dat we tegenkomen."
"Zonder jou?"
"Juist. Daar zit hem de knoop. Jij wordt naar huis gestuurd, maar mij willen ze hier houden, met of tegen mijn zin."
"Weet je dat zeker? Wat voor schip is het eigenlijk -- een zeeroover?"
"'k Weet het niet. Alleen kan ik je zeggen, dat ik beslissen moet, of ik hier aan boord gedurende twee jaar dienen wil of niet."
"En als je het niet doet?"
"Dan staat me niet veel goeds te wachten, denk ik."
Toen vertelde Gerald de bijzonderheden van zijn gesprek van den vorigen avond met den kapitein en hoe deze erop stond, dat hij een beslist antwoord geven zou.
"En wat denk je te antwoorden?" vroeg Jack.
"Daarover wilde ik met je praten. Je begrijpt nu, hoe ik ervoor sta. Als ik niet binnen drie-en-dertig dagen op mijn post terugkeer, word ik als deserteur aangemerkt, of men moet de goedheid hebben, mij als vermist op te geven. Dat gebeurt dus in ieder geval, want ze houden me hier en als ik het voorstel van den kapitein aanneem, zal ik waarschijnlijk in staat zijn mijn vaderland een goeden dienst te bewijzen en ik zal nog voorwaarden kunnen stellen ook."
"Waarom zou je het aanbod dan niet aannemen? En als je voorwaarden stelt, laat dan bepalen, dat ik ook hier aan boord mag blijven."
"Jij?"
"Ja zeker. 'k Weet heel goed, dat ik niet zooveel kennis bezit als jij, maar 'k ben toch ook wel wat waard aan boord."
"All right," antwoordde Gerald. "Dan is mijn besluit genomen. Maar het kwartier is om en dus moet ik heengaan."
"Wel, Sir," vroeg kapitein Brookes, "zijt ge tot een besluit gekomen?"
"Ik stem toe, maar wensch enkele voorwaarden te stellen."
"En die zijn ----?"
"Dat ik behandeld word met den eerbied, waarop een Britsch zeeofficier aanspraak kan maken; dat ik niets zal behoeven te ondernemen, dat in strijd is met de belangen van mijn land ----"
"Dat hebben we immers vooropgesteld."
"Dat mij wordt toegestaan aan de Admiraliteit te melden, op welke wijze ik hier ben vastgehouden en dat Jack Stockton, volgens zijn eigen verlangen, ook hier aan boord zal mogen blijven."
"Al die verzoeken kunnen worden ingewilligd," antwoordde kapitein Brookes, waarbij Tregarthen opmerkte, dat hij het woord verzoeken gebruikte inplaats van voorwaarden.
"Zeer goed, Sir,"
"En ge begrijpt, dat al mijn bevelen blindelings gehoorzaamd moeten worden?"
"Zoolang ze niet in strijd zijn met de belangen van mijn land."
"Dat heb ik al herhaaldelijk toegestemd."
"Te veel nadruk kan niet gelegd worden op die voorwaarde, Sir."
"Wilt ge erin toestemmen, de uniform te dragen van de officieren van de Olijftak?"
"Neen, Sir. De eenige uniform, waarop ik recht heb, is die van de Engelsche marine. Maken de omstandigheden het onmogelijk, die te dragen, dan moet ik me in politiek kleeden."
"Goed, ik zal er niet op aandringen. Laten we nu onzen rondgang over het schip beginnen, om u een denkbeeld te geven van de inrichting."
Dit zeggende, ging de kapitein hem voor naar het half dek en Gerald merkte op, dat het schip veel overeenkwam met het Dreadnought-type, maar daarvan in enkele opzichten afweek. De dienst leek geheel op Engelsche wijze ingericht.
Wat de grootte van het schip aangaat, hij schatte de waterverplaatsing op niet minder dan 10000 ton, dus iets meer dan de helft van die van een moderne Dreadnought. Bij een lengte van 300 voet, bedroeg de breedte, naar zijn meening, 60 voet. Verder merkte hij op: één slanken schoorsteen, een stevigen commando-toren, enkele kleinere torentjes, verscheidene luiken en eenige lantarens. In de torentjes stonden geen kanonnen, hoewel elk voorzien was van twee schietgaten.
Op gelijke afstanden stonden aan beide zijden van het dek dunne, stalen platen, die met een hoek van 45° waren omgebogen.
"Dat zijn windschermen," merkte kapitein Brookes op.
"Ze zijn onontbeerlijk, daar kan ik u de verzekering van geven."
"Ge behoeft er niet tegen op te zien, mij inlichtingen te vragen," ging hij voort. "Het is in ons beider belang, dat ge geheel op de hoogte komt. Ik zag u daareven naar de torentjes kijken. Die zijn nu nog onbewapend, maar binnen een paar dagen hoop ik de kanonnen in positie te hebben."
"Dus op 't oogenblik zijt ge zonder middelen van verdediging."
"Ge zult die gevolgtrekking niet meer maken, wanneer ge het schip geheel gezien hebt. Maar hoe groot, denkt ge, dat de snelheid is, waarmee we nu varen?"
Tregarthen keek aandachtig over de verschansing.
"Vijf en veertig," raadde hij.
"Doe er nog twintig bij en ge zult dichter bij de waarheid zijn. Mr. Gimlette," zei hij tot den officier van de wacht, "hoeveel knoopen?"
"Zeven en zestig, Sir."
Het antwoord werd gegeven op een toon, waaruit viel af te leiden, dat dit niets bijzonders was. Tregarthen stond verstomd. De Olijftak legde dus in één uur een afstand af, die gelijk stond met vijf en zeventig landmijlen. Hij begreep nu, dat alleen de windschutten het mogelijk maakten, op het dek staande te blijven: de luchtstroom, die door den snellen gang van 't schip ontstond, zou anders alles hebben neergeworpen.
"Ge zult zeker wel opgemerkt hebben, dat er bijna geen golf voor den boeg ontstaat," ging de kapitein voort. "Door een vernuftige vinding wordt het verplaatste water geleidelijk langs de zijden van het schip afgevoerd, waardoor ook de schroeven beter kunnen werken. En nu zullen we den commando-toren bezoeken."
"Maar welke beweegkracht gebruikt ge?" vroeg Gerald.
"Petroleum, paraffine of eigenlijk een ontvlambare olie, die uit een mengsel bestaat en gemakkelijk door de vaporisators dringen kan. De motoren, die elk door tien ingenieurs worden bediend, brengen zes schroeven in beweging. Stokers hebben we in 't geheel niet noodig en door toepassing van de nieuwste vindingen op machine-gebied, hebben we slechts een bemanning van 105 koppen noodig, de officieren meegerekend."
Al pratende hadden de beide mannen den toren bereikt, een ronde, gepantserde ruimte, die ongeveer vijf voet boven het dek uitstak en een middellijn had van vijfentwintig voet. Tegen de wanden waren electrische schakelborden aangebracht en een net van verschillend gekleurde draden, zooals men ze ook vindt aan boord van Engelsche oorlogsschepen.
Doch de aandacht van Gerald werd dadelijk getrokken door een bord, dat uit koperen en zinken platen bestond, zoodat het wel een groot dambord geleek. In elk van de hoeken was een wijzer aangebracht. Het geheele toestel kon draaien langs stalen draden, die bijna een cirkel vormden, met een kleine gaping, die naar het achterschip was gekeerd.
"Nu, Mr. Tregarthen, waartoe zou dat wel dienen, denkt ge?"
"'t Is een toestel om de plaats van een vijandelijk schip te bepalen, denk ik."
"Daar lijkt het veel op, maar we kunnen er meer mee doen. Voor ik u daarvan op de hoogte breng, moet ge me eerst eens vertellen, of ge, voor uw vertrek uit de haven van Poole, ook een bericht gelezen hebt in de bladen over een avontuur van den kruiser Zieten."
Bij deze vraag kwam het Tregarthen plotseling in de gedachte, dat het schip, waardoor de Zieten op zoo'n geheimzinnige wijze machteloos was gemaakt, den naam droeg van Almirante Constant en dat hij zich dus aan boord bevond van dat wonderlijke vaartuig. Zijn verbazing was zoo groot, dat hij geen woord kon uitbrengen en de kapitein, die de verrassende uitwerking van zijn vraag bemerkte, bleef zwijgend het antwoord van Geralds afwachten.
"Ja, ik heb het gelezen," begon deze eindelijk. "Maar hoe hebt ge dat gedaan?"
"In een paar woorden zal ik het u duidelijk maken. Dit bord is, zooals ge ziet, verdeeld in een en tachtig vierkanten; ieder van die vierkanten vertegenwoordigt eene vierkante mijl. Zoo staat een gezichtsveld van negen mijlen in het vierkant tot mijn dienst. Laten we nu aannemen, dat een vijandelijk schip nadert. De plaats van het vaartuig wordt op de gewone wijze bepaald en nu heb ik slechts de wijzers uit twee tegenovergestelde hoeken te brengen in het vierkant, dat het ligvlak van den vijand voorstelt. De wijzers kunnen daartoe, zooveel als noodig is, worden verlengd. Zoodra dit gedaan is, richt zich een draadlooze stroom, dien ik de Z. straal zal noemen, op het vijandelijk vaartuig. Onmiddellijk wordt nu de geheele electrische installatie daar aan boord in de war gebracht en ge weet, wat dat beteekent voor een modern oorlogsschip. Ge hebt opgemerkt, dat er twee paar wijzers op het bord zijn aangebracht; die met de witte schijven doen de Z. straal ontstaan. Wanneer een vaartuig na de les, die het hiermee ontvangen heeft, nog voortgaat een vijandige houding aan te nemen worden de wijzers met de roode schijf in werking gebracht en dan is de tegenstander van de Olijftak tot een wissen ondergang gedoemd."
"Hoe dan?" vroeg Gerald met de grootste belangstelling.
"De wijzers met de roode schijf veroorzaken een stroom van nog veel grootere kracht, de Z. Z. straal genoemd, waardoor dadelijk de munitievoorraden van het vijandelijke schip ontploffen."
"En waarom wilt ge dan kanonnen aan boord nemen? Ik meen toch, dat ge gezegd hebt, dat de bewapening van de Olijftak binnen enkele dagen in orde kan zijn."
"Alleen als voorzorgsmaatregel. Het kleinste gebrek in de geleiding kan de werking van alle electrische toestellen hier aan boord verlammen en dan moet ik mijn toevlucht tot kanonnen kunnen nemen. Maar er dreigt ook nog een ander gevaar. Ik moet niet alleen om me heen, maar ook naar omhoog kijken -- uit de lucht kan de vijand ook een aanval beproeven. Het toestel, dat ge hier ziet, heeft me vijftien jaar arbeid gekost, om het zoo volmaakt te krijgen, als het nu is, maar in den laatsten tijd hebben het luchtschip en de vliegtuigen een ommekeer gebracht in den strijd ter zee. Nu is de gewone afstand van zoo'n luchtschip of vliegtuig 1000 voet; zou ik op dien afstand de Z-stralen of de ZZ-stralen willen laten werken, dan moest de stroom zoo sterk zijn, dat hij stellig noodlottig zou worden voor ons eigen schip. In dat geval dien ik dus ook over verdragend geschut te kunnen beschikken. En nu kent ge de geheimen van den commando-toren en kunnen we onze wandeling voortzetten."
"Maar waarvoor dient dat?" vroeg Tregarthen, terwijl hij wees naar drie rijen metalen knoppen, aangebracht op een mahoniehouten bord tegen den wand van den toren.
"Om de uitwerking van het geschutvuur na te gaan. Als de kanonnen er zijn, zal ik u de werking verklaren. Laten we nu naar de brug gaan."
Op de brug gierde de wind als een orkaan en Gerald was blij, dat hij beschutting kon vinden in een hokje, waar zeekaarten werden bewaard. Hier bevond zich ook het electrische stuurtoestel, maar tot zijn groote verbazing hield daar niemand toezicht. Op de brug stonden alleen een officier en een matroos, die met kijkers den horizon afzochten.
"Moet er niemand aan het roer staan?" vroeg Gerald.
Kapitein Brookes schudde het hoofd. "Bij lange zeereizen is dat niet noodig," zei hij. "Dan stuurt het schip zich zelf. Zooals de meeste vraagstukken is ook dit heel eenvoudig, als men de oplossing weet. Het stuurtoestel van de Olijftak is ingericht als een Whitehead-torpedo. De koers wordt aangewezen door een wijzer op het kompas en bij de minste afwijking wordt een klep geopend, waardoor het roer automatisch in werking komt. In begrensd water, of wanneer we in strijd zijn, gebruiken we het stuurtoestel in den commando-toren. -- En nu hebt ge de voornaamste wonderen van de Olijftak gezien."
Gerald moest toegeven, dat hij haast niet kon gelooven dat al, wat hij hier gezien had, werkelijkheid was.
HOOFDSTUK VII.
GERUCHTEN VAN OORLOG.
"Een oogenblik nog, Sir," zei Gerald toen ze op hun terugweg voorbij een troepje matrozen kwamen, die met het geweer exerceerden. "Waarvoor dient die cylinder aan den mond van de loop."
"Dat is een geluid-demper. Het is een uitvinding van mijzelf en ik heb er patent op gevraagd. Mr. Ball, breng mij eens één van de geweren, als u wilt."
Het bleek, dat Gerald goed gezien had, want het geweer verschilde weinig van het Lee-Enfield type.
"Het magazijn kan tien ronden munitie bevatten," zei kapitein Brookes, terwijl hij het sluitstuk uittrok en een patroon in de kamer legde. "Luister nu."
Hij bracht het geweer aan den schouder en haalde den trekker over. Geen knal werd gehoord en dat er inderdaad een schot gelost was, bleek alleen uit den zwakken terugslag van het wapen, het fluiten van den kogel en het uitvallen van de patroonhuls.
"Deze vinding heb ik op alle wapenen aan boord toegepast, ook op de revolvers. Het is een groot voordeel in den strijd, wanneer de vijand overvallen wordt met een geluidloos salvo," voegde de kapitein erbij, terwijl hij het geweer teruggaf.
"Laten we nu ----"
"Schip in zicht!" werd er van de brug geroepen.
"Waar?" vroeg de kapitein.
"Recht vooruit, Sir."
"Dat is de Puma. Mr. Tregarthen, ik moet u nu verder in den steek laten. Zeg aan uw vriend Stockton, dat hij zich over het geheele schip vrij bewegen mag; alleen de commando-toren is verboden terrein voor hem."
Dit zeggende, verliet kapitein Brookes snel de brug. De gang van de Olijftak was tot minder dan twintig knoopen teruggebracht en er werden toebereidselen gemaakt om met de Puma in verbinding te komen. Toen Tregarthen heenging om zijn vriend op te zoeken, was de afstand tusschen de beide schepen nog ongeveer vijf mijlen.
"'t Is in orde, Jack; je moogt aan boord van de Olijftak blijven," riep hij.
"Ja, dat weet ik al, ik dank je voor de moeite. En ze hebben me verteld, dat we samen deze hut zullen bewonen."
"Laten we eens aan dek gaan kijken, Jack," stelde Gerald voor.
"Goed, maar vertel me nu eerst eens, wat je eigenlijk van de Olijftak denkt. Zijn we hier onder zeeroovers?"
"'k Geloof het niet, maar we zullen toch goed doen, met flink uit onze oogen te kijken."
Toen ze het halfdek betraden, presenteerde de schildwacht het geweer. De man wist dus al, dat Gerald niet meer als gevangene beschouwd werd, maar als officier een plaats onder de bemanning had ingenomen.
De Olijftak en de Puma lagen evenwijdig op een kabellengte afstand van elkander. Het was volkomen windstil, de zee was zoo effen als een spiegel en de zon flikkerde op het vlakke water.
De bootsmansmaat had gefloten: "klaar op het benedendek" en op het bovendek hadden enkele mannen trossen uitgelegd om aan het andere schip te bevestigen.
De Puma was een schip van ongeveer 6000 ton, met twee stompe masten, en een zwarten schoorsteen. Aan een vlaggestok hing de Amerikaansche vlag, met de sterren en strepen, slap neer in de stille lucht. De Olijftak voerde geen kleuren.
"Nu is er toch geen sprake van zeerooverij," merkte Jack op. "De matrozen zijn niet eens gewapend."
"Dat denk ik ook niet," stemde Gerald mee in. "Voor zoover ik er nu al over oordeelen kan, is de bemanning een bevaren en goed geoefende troep. 'k Zou wel eens willen weten, hoe die eigenlijk bij elkaar zijn gebracht en hoe ze hier aan boord zijn gekomen. Ze doen voor onze beste Britsche matrozen niet onder."
Gerald had niet te veel goeds van de mannen gezegd. Vlug en behendig volgden ze de bevelen op, die kort en zonder de minste drukte gegeven werden.
Vlug werd de Olijftak langszijde van de Puma gebracht en er werd begonnen met het lossingswerk. In minder dan twee uur waren acht kanonnen van 15 c.M. overgebracht uit het ruim van het vrachtschip op het dek van den kruiser, benevens een flinke hoeveelheid snelvuurgeschut van kleiner kaliber, een aantal kisten en een groote voorraad granaten.
Toen het werk afgeloopen was, kwam de gezagvoerder van de Puma, een echte Amerikaan, aan boord van de Olijftak, gewapend met een bundel papieren. Nadat hij ongeveer een half uur bij kapitein Brookes had doorgebracht, verliet hij het schip en de trossen werden weer losgeworpen.
Tregarthen had opgemerkt, dat intusschen de vlag op den kruiser geheschen was: een groene olijftak op een wit veld.
Toen de beide schepen weer in beweging kwamen, werd er van weerszijden met de vlag gesalueerd en een uur later was de Puma in noord-westelijke richting geheel uit het gezicht verdwenen.
Het overige deel van den dag werd gebruikt om de kanonnen te stellen en dat werk ging verwonderlijk vlug, dank zij de vernuftige werktuigen, waarover men daarbij kon beschikken. Men was al een heel eind gevorderd, toen het sein voor het middagmaal gegeven werd, dat Gerald en Jack in gezelschap van de andere officieren zouden gebruiken. Vóór ze aan tafel gingen, werden de beide vrienden aan hun nieuwe makkers voorgesteld door kapitein Brookes.
Er waren vijftien officieren bij elkaar, waarvan Gerald er al een paar kende, namelijk White, den dokter en Christoffel Weeks, den jongen luitenant, die hem naar de hut van den kapitein had gebracht. Het waren knappe, vroolijke menschen, die gemakkelijk over allerlei onderwerpen praatten. Alleen vermeden ze zorgvuldig te spreken, over hetgeen ze vroeger geweest waren. Met één uitzondering echter: Taylor, die het opzicht had over het laboratorium, waar de granaten werden gevuld, praatte zonder terughouding, zonder acht te slaan op de teekenen van afkeuring van zijn dischgenooten.
Na den maaltijd begaven Gerald en Jack zich weer naar het dek, waar nu bij 't heldere licht van een aantal booglampen hard werd doorgewerkt. Kapitein Brookes was overal tegenwoordig om tot spoed aan te zetten, aanwijzingen te doen en te helpen. Hij leek geen vermoeienis te kennen.
"Waartoe dient die buitengewone haast, Mr. Sinclair?" vroeg Tregarthen aan den dienstdoenden officier op de brug.
"Weet u dat niet? Heeft de kapitein u het nieuws nog niet verteld? In den namiddag is er een draadloos bericht ontvangen, dat de oorlog verklaard is tusschen twee Zuid-Amerikaansche republieken. Daar zullen we aan meedoen."
"'k Zou wel eens willen zien, hoe hier de inrichting voor draadlooze telegraphie in elkaar zit," zei Stockton, toen ze samen in hun hut zaten.
"Ja, dat zal wel weer wat bijzonders zijn, maar aan boord van dit schip verwonder ik me over niets meer. Toch ben ik benieuwd, hoe het eindelijk met dit vaartuig zal afloopen. De Olijftak kan toch niet eeuwig in volle zee blijven. De voorraden moeten worden aangevuld en het schip moet van tijd tot tijd dokken om te worden schoongemaakt en gerepareerd. Dat kost alles schatten en waar komt al dat geld vandaan? En dan vraag ik mezelf af: "Wie is eigenlijk die kapitein Brookes? Is hij een millionnair -- een fantastisch plannenmaker, -- wat is hij?""
"Ik denk -- Hallo, wie is daar? Binnen!"
Een bescheiden tikje op de deur had Jack verhinderd zijn meening uit te spreken.
Een kleine man, met een rond, blozend gezicht kwam stilletjes binnen en sloot behoedzaam de deur achter zich.
Het was Taylor, de scheikundige.
"Wel, Mr. Taylor, waarmee kunnen we u van dienst zijn?" vroeg Gerald.
"Zacht wat, Sir, niet zoo luid, als ik u verzoeken mag," zei de kleine man, terwijl hij zenuwachtig met de hand door zijn kortgeknipt, grijzend haar streek. "Mijn naam is niet Taylor, maar Schneider. Ik ben onderwijzer in talen en andere wetenschappen. U kwaamt van Poole, niet waar? Hebt u daar soms kolonel Mortebeque gekend? Ik ben gouverneur van zijn zoon geweest ----"
"Neem me niet kwalijk, Mr. Schneider," viel Tregarthen hem ongeduldig in de rede, "ik ken dien kolonel Dinges niet, en ik stel geen belang in uw levensgeschiedenis. Kom tot de zaak, wat wenscht ge van ons?"
"Ach! zuchtte de man, terwijl hij een treurig gezicht zette, ik ben erin geloopen en ze hebben me hier onder valsche voorspiegelingen aan boord gehaald. Ik zou scheikundige onderzoekingen doen en nu moet ik granaten vullen. Dat bevalt me heelemaal niet. -- Hij is een zeeroover."
"Hoe weet u dat?"
"Ja, ziet u, misschien is dat de goede naam niet. Hoe noemt u dat in 't Engelsch? Ha! Nu weet ik het -- een toovenaar. U verkeert dus beiden in groot gevaar. Vraag in de eerste de beste haven verlof om aan land te gaan en neem mij dan mee. We vluchten dan en zijn weer veilig."
"'t Spijt me, Mr. Schneider, maar ge zijt hier aan het verkeerde adres. Als ge wat te klagen hebt, waarom wendt ge u dan niet tot den kapitein zelf? En als ge zoo zeker weet, dat hij een toovenaar is, dan zal hij nu ook wel gehoord hebben, wat ge ons hebt verteld. Ge kunt dus wel heengaan."
Mr. Schneider, die wel begreep, dat hij hier geen troost zou vinden, volgde den raad op, die hem zoo zonder complimenten gegeven was.
"Dat is een gluiper, dien ik voor niets vertrouw," zei Jack, toen de deur van de hut weer dicht was. "'t Zijn natuurlijk allemaal praatjes, die hij ons heeft willen wijsmaken."
"Ik geloof tenminste niet, dat we bij een toovenaar aan boord zijn," zei Gerald lachend, terwijl hij zich gereed maakte om naar kooi te gaan. "In allen gevalle moeten we ons er maar zoo goed mogelijk in schikken, nu we eenmaal hier zijn. En om je de waarheid te zeggen, ik ben er niet rouwig om, dat het toeval ons aan boord van de Olijftak gebracht heeft."
HOOFDSTUK VIII.
VERRAAD.
Gedurende verscheidene dagen vervolgde de Olijftak haar onstuimige vaart in zuidelijke richting met het doel Straat Magelaan te bereiken, die de Atlantische met de Groote Oceaan verbindt.
In dien tijd had Tregarthen weinig gelegenheid om met kapitein Brookes te spreken, die letterlijk nacht en dag werkte.
Toen men de Linie passeerde, werd er niet aan gedacht de oude gewoonte, om den klassieken zeegod met zijn gevolg te ontvangen, in eere te houden. Naar het scheen, was de oude Neptunus daarover verbolgen, want vóór de streek der windstilten bereikt was, werd de Olijftak door een verschrikkelijken orkaan beloopen.
Het leek wel, of de zee en de lucht samenwerkten bij deze wraakoefening op het schip. De golven werden bergenhoog opgezweept en de bulderende stormwind joeg witte schuimvlokken door de grijze, laaghangende wolken. De regen viel als een stortvloed neer en midden op den dag was het zoo grauw en schemerig, dat men niet verder dan een kabellengte voor zich uit kon zien.
Maar ondanks de woede der elementen, joeg de Olijftak met een vaart van ongeveer dertig knoopen voort door het kokende en bruischende water. Het leek wel, of het schip niet langer door de golven gedragen werd, maar of het er dwars doorheen boorde.
Geweldige watermassa's werden over het dek geworpen en sloegen bij oogenblikken tot hoog boven de brug, maar daarbij bleef het schip verwonderlijk goed in evenwicht.
Gerald moest, evenals de overige bemanning, beneden blijven en sprak zijn verbazing uit, over den rustigen gang van het schip in zoo'n woest bewogen zee.