Chapter 12
M P = 763.932 = C H × 2 = basis van Cheops. A G = 726.543 = G H = X H = H N = P F = F B = = schuintelijn van Cheops = schuintelijn van Pent. Pyr. D E = 690.983 = D H = X D = apothema van Pentagonale Pyramide. M H = 618.034 = M N = X C = apothema van Cheops. hoogte van Pentagonale Pyr. zijde van ingeschr. decagon. MS = 500.000. 485.868 = middelevenredige tusschen M H en H C. = hoogte van Cheops. OP = 449.027 = GF = GD + DF. HC = 381.966 = halve basis van Cheops. SO = 363.271.5 = H S. CD = 3.090.17 = half M H. PR = 277.516. GD = 224513.5; SP = 263932
De driehoek DXH stelt een vertikale doorsnede van de pentagonale pyramide voor; de hoeklijn HX = HN, en het apothema DX = DE. Veronderstel dat DH een scharnier is die het vlak DXH aan het grondvlak hecht, hef dan het vlak DXH op tot het punt X vertikaal boven het middelpunt C is. Dan zullen de punten A, E, B, O, N van de vijf schuine zijvlakken, wanneer zij saamgesloten worden, samenvallen in het punt X boven het middelpunt C.
Wij hebben nu een pyramide uit een vijfhoek opgebouwd waarvan de helling 2:1 is, daar de hoogte CX : CD = 2 : 1.
Apothema DX = DE. Hoogte CX = HM of MN. Hoogte CX + CH = CM straal. Apothema DX + CD = CM straal. Hoeklijn HX = HN of PF.
Merk ook op dat MP/2 = CH en OP = HR.
Beschouwen wij thans _de vijfpuntige ster als het symbool van de pyramide van Cheops_.
Lijn MP = basis van Cheops. Lijn CH = halve basis van Cheops. Lijn HM = apothema van Cheops. Lijn HN = schuine hoeklijn van Cheops.
Dus Apothema van Cheops = zijde van decagon. Dus Apothema van Cheops = hoogte der pentagonale pyramide.
Schuine hoeklijn van Cheops = schuine hoeklijn van pentagonale pyramide.
Daar nu het apothema van Cheops = MH en halve basis van Cheops = HC is de hoogte de middelevenredige tusschen apothema en halve basislijn; daar volgens de cijfers in de tabel MC : MH = MH : HC en
apothema : hoogte = hoogte : halve basislijn.
Op deze wijze is de vierpuntige ster _Cheops_ ontwikkeld uit de vijfpuntige ster _Pentalpha_. Dit wordt duidelijk aangetoond door fig. 4.
Beschrijf in een cirkel een vijfpuntige ster; construeer den omgeschreven cirkel van den binnensten regelmatigen vijfhoek, en beschrijf een vierkant om dezen cirkel; dan zal dat vierkant de basis van Cheops voorstellen. Trek twee middellijnen van den buitensten cirkel, loodrecht op elkaar, en elke middellijn evenwijdig aan de zijden van het vierkant; dan zullen de deelen van deze middellijnen tusschen het vierkant en den buitensten cirkel de vier apothema's van de vier schuine zijden van de pyramide voorstellen. Verbind de hoekpunten van het vierkant met de vier punten op den cirkelomtrek aangeduid door de einden der middellijnen en de ster van de pyramide is gevormd, die, wanneer zij tot een vast lichaam gesloten wordt, een correct model aan Cheops vormt.
Stel apothema van Cheops, MH = 34 halve basis HC = 21 dan is MH + HC = 55
en 55 : 34 = 34 : 21.018, hetgeen slechts enkele duimen verschilt in de pyramide zelf, indien de werkelijke maten genomen worden.
De verhouding daarom van apothema tot halve basis, 34 : 21, is zoo getrouw mogelijk, voor zoover dit met steenen en kalk uit te voeren is, om bovenstaande verhoudingen weer te geven.
Stel MH = 2. Dan is HC = [wortel] 5 - 1 MC = [wortel] 5 + 1 en hoogte van Cheops = [wortel] (MH + MC).
Vergelijken wij thans de constructie der beide sterren.
Constructie van de ster Pentalpha. Constructie van de ster Cheops. Beschrijf een cirkel. Beschrijf een cirkel. Trek de middellijn MCE. Trek de middellijn MCE. Verdeel MC volgens de gulden snede Verdeel MC volgens de gulden in H. snede in H. Pas half MH van C tot D af. Beschrijf den ingeschreven cirkel met straal CH en daarom heen het vierkant a, b, c, d. Trek de koorde ADB, rechthoekig Trek de middellijn ACB, rechthoekig op de middellijn ECM. op de middellijn ECM. Trek de koorde BHN door H. Trek de koorde AHO door H. Trek Aa, aE, Eb, bB, Bd, dM, Mc en cA. Verbind N en E. Verbind E en O.
Nu rijst bij ons de vraag, vertoont deze Cheopspyramide de verhouding van hoogte tot basisomtrek als middellijn tot cirkelomtrek of vertoont zij de gulden snede door de verhouding van apothema, hoogte- en halve basis? Het antwoord luidt dat wegens de praktische onmogelijkheid van zulk een buitengewone nauwkeurigheid in zulk een massa metselwerk, zij op beide duidt en zoowel het een als het ander verzinnebeeldt.
Piazzi Smyth neemt als basiszijdelengte 761.65 voet en de hoogte 484.91 voet, hetgeen zeer nabij komt aan wat hij een pi pyramide noemt, en volgens mijn berekening is de hoogte van een dergelijke pyramide 484.87 voet met een gelijke basiszijdelengte; terwijl voor een pyramide waarin de gulden snede belichaamd was de hoogte 484.34 voet zou zijn.
Het geheele verschil is daarom slechts zes duim op een hoogte van bijna 500 voet. Dit verschil, hetwelk nu de pyramide gedeeltelijk in puin ligt, klaarblijkelijk moeilijk te ontdekken is, zou zelfs bij een gaven toestand van het bouwwerk niet naspeurbaar geweest zijn.
Het schijnt zeer waarschijnlijk dat de ster _Pentalpha_ leidde tot de ster Cheops en dat de ster Cheops (fig. 6), het grondplan vormde voor den bouwheer en dat de verhouding van 34 tot 21, hypotenusa tot basis, de grondslag der bouwers was.
Veronderstel dat een koning tot zijn bouwheer zegt: Maak mij een plan van een pyramide waarvan de basis 420 el in het vierkant zal zijn en de hoogte zich tot den omtrek van de basis zal verhouden als de straal van een cirkel tot den omtrek. Dan zou de bouwheer een uitvoerig plan kunnen maken, waarin de betrekkelijke afmetingen ongeveer als volgt zouden zijn:
ellen Basishoek 51° 51' 14.3'' Basis 420 Hoogte 267.380.304 enz. Apothema 339.988.573 enz.
De koning beveelt daarna het bouwen van een andere pyramide met hetzelfde grondvlak, en waarbij de hoogte middelevenredig tusschen apothema en halve basiszijdelengte moet zijn--en waarbij apothema en halve basiszijdelengte als een lijn beschouwd zich verhouden volgens de guldensnede.
Het plan van den bouwheer zou dan gelijken op fig. 6 en de afmetingen zouden ongeveer zijn:
ellen Basishoek 51° 49' 37-42/471'' Basis 420 Hoogte 267.1239.849 enz. Apothema 339.7875.153 enz.
Maar de bouwheer voert praktisch _beide_ plannen uit als hij bouwt met den grondslag 34 tot 21.
ellen Basishoek 51° 51' 20'' Basis 420 Hoogte 267.394.839 enz. Apothema 340
en koning noch bouwheer zouden een fout in het bouwwerk kunnen ontdekken.
Zie verder R. Ballard. _The Solution of the Pyramid problem._
WAAROM DE BOUWERS DEN PI-HOEK IN DE PYRAMIDE VASTLEGDEN.
Welke reden, zoo vraagt men zich af, kunnen de bouwers van de Groote Pyramide gehad hebben om dezen hoek aan de Pyramide te geven, en waarom zij niet van elk der zijvlakken een gelijkzijdigen driehoek maakten? Het eenige wat wij kunnen veronderstellen is, dat zij wisten dat de aarde een bol was; dat zij een gedeelte van een harer grootcirkels opgemeten hadden; en dat zij door het waarnemen van de beweging der hemellichamen over de oppervlakte der aarde, haar omtrek hadden bepaald, en dat zij nu begeerig waren een mededeeling omtrent dien omtrek na te laten, welke zoo nauwkeurig en onvergankelijk was als het voor hen mogelijk was te construeeren. Zij namen aan dat de aarde een volkomen bol was; en daar zij wisten dat de straal van een cirkel zich op bepaalde wijze moet verhouden tot den omtrek, zoo bouwden zij een Pyramide van een hoogte die in zoodanige verhouding tot haar grondvlak stond, dat de loodrechte hoogte gelijk zou zijn aan den straal van een cirkel waarvan de omtrek gelijk was aan den Perimeter van het basisvlak. Om dit te volvoeren maakten zij de zijvlakken van de Pyramide zoodanig dat deze een hoek met het grondvlak vormden van 51° 51' 14'' (indien wij dezen hoek lieten bepalen volgens de hedendaagsche wetenschap). Wij kunnen ons nauwelijks denken dat de bouwers van de Pyramide zulk een nauwkeurige gissing konden maken; maar indien zij bij het bouwen der Pyramide zulk een doel op het oog hadden als wij veronderstelden, zou de hoek die het opgaande vlak met het grondvlak maakt vrijwel die van 51° 51' 14'' nabij komen. Nu heeft men bevonden dat de hoek van de deksteenen werkelijk 51° 50' was. Kan er een meer overtuigend bewijs zijn dat de reden, welke wij opgaven van het bouwen van de Groote Pyramide de ware reden was die hare Bouwers bezielde?....
John Taylor. _The Great Pyramid_, blz. 19. Sect. 18.
BOEKEN, GERAADPLEEGD OF BESTUDEERD BIJ HET SAMENSTELLEN DEZER VERHANDELING.
Blavatsky, H. P. _De Geheime Leer._ (3 dln. en index).
---- _Theosofisch Woordenboek._
---- _Isis Unveiled._ (2 vol.)
Taylor, John. _The Great Pyramid. Why was it built, Who built it?_
Skinner, Ralston _The Source of Measures._
Smith, Piazzi. _Life and Work at the Great Pyramid,_ 3 vol.
---- _Our Inheritance in the Great Pyramid._
---- _New Measures of the Great Pyramid._
Wake, C. Staniland _The Origin and Significance of the Great Pyramid._
Barber, F. M. _The Mechanical Triumphs of the Ancient Egyptians._
Persigny, M. Fialin de _De la Destination et de l'Utilité permanente des Pyramides._
Maspéro, Prof. G. _The Dawn of Civilization._
La Grange, Prof. Ch. _Sur la Concordance qui existe entre la Loi Historique de Brück, la Chronologie de la Bible et celle de la grande Pyramide de Cheops._
---- _Mathématique de l'Histoire._
Grobert, J. _Description des Pyramides de Ghize._
Wilson, John. _The Lost solar System of the ancients discovered_ 2 dln.
Choisy, Auguste. _L'Art de bâtir chez les Egyptiens._
Yeates, W. _A dissertation on the antiquity, origin and design of the principal pyramids of Egypt, particularly of the Great Pyramid of Ghizeh, with its measures, as reported by various authors, and the probable determinations of the ancient Hebrew and Egyptian cubit._
Greaves, John. _The origin and the antiquity of our English weights and measures discovered._
_Records of the Past._ Vol II, IV, XII.
Maspéro, Prof. _Histoire ancienne des peuples de l'Oriënt._
Wilkinson, Sir J. Gardner _The Egyptians in the time of the Pharaohs._
---- _Manners and Customs of the ancient Egyptians_.
Maspéro, Prof. G. _Ancient Egypt and Assyria._
Champollion, Figeac M. _Egypte ancienne._
Adams, W. Marsham. _The House of the Hidden Places._
---- _The Book of the Master._
Rawlinson, Prof. G. _Ancient Egypt._
Congrès provincial des Orientalistes français. Compte rendu de la première session 1875. Tome II.
Giesenburg, R. C. d'Ablaing van _Evolution des idées religieuses dans la Mésopotamie et dans l'Egypte._
Bosc, Ernest _Isis dévoilée._
Pentecost, G. F. _Out of Egypt._
Gabb, Thomas _Finis Pyramidis._
Herkberg, D. G. F. _Geschichte des Altertums._
Bonwick, J. _Egyptian Belief and modern Thought._
---- _Pyramid Facts and Fancies._
Leeman, C. _Monuments Egyptiens._
Margadant, Dr. P. C. _Herodotus._
The Pyramid platform of Giseh.
Karsten, S. _Blik op de monumenten van Egypte._
Langley, W. Ch. _A Lecture on the Great Pyramid in Egypt, suggesting an intimate relationship with the probable foundation of freemasonry._
Tiele, G. P. _Egyptische en Mesopotamische Godsdiensten._
---- _Godsdienst in de Oudheid._
Schneider, H. _Kultur und denken der Alten Ägypter._
Budge, E. A. _The Book of the Dead._ (3 vols).
---- _A History of Egypt._
---- _Egyptian Religion._
Pancoucke, _L'Egypte_.
Diverse Encyclopaedieën.
Fellows, A. M. _The mysteries of freemasonry and the ancient Egyptians._
Petrie, Prof. Flinders, _The Pyramids and Temples of Giseh._
MATEN.
Zeer waarschijnlijk ontleenen de Egyptenaren, de Hebreeuwen, de Romeinen en waarschijnlijk de Hindoes, hunne lengtematen aan een bijzondere maat, die door alle eeuwen heen bestaan heeft, n.l. de lengtemaat thans bekend als
DE ENGELSCHE DUIM.
Deze maat kwam voort uit de numerieke integrale betrekking van
MIDDELLIJN TOT OMTREK VAN EEN CIRKEL.
Daar het oppervlak van een vierkant met een zijde van 81,6561 is, is het oppervlak van een ingeschreven cirkel in dat vierkant 5153; en wanneer volgens een eenvoudige geometrische waarheid de _middellijn_ van een cirkel als 6561 wordt genomen, zal haar omtrek 5153 × 4 = 20612 zijn. Al deze maten worden ontleend aan de formule 6561 : 20612; aan welke verhouding de geometrische betrekking van _middellijn_ tot _omtrek_ onderworpen is.
Bij de praktische toepassing van deze getallen op een maatstok, werden zij verbonden aan die feitelijke maat welke thans nog de _Engelsche duim_ wordt genoemd; getoetst volgens de standaard "Yard" maat, in 1824 door Captain Kater geconstrueerd volgens de Engelsche standaardmaat, en door het Engelsche Gouvernement aan de magistraten van Edinburgh aangeboden (zie hierover o.a. Piazzi Smith, _Life and Work at the Great Pyramid_).
De reden waarom de waarde der Engelsche duim is "zooals zij is" ligt hierin dat het juist die waarde was, welke bij toepassing er van, materieele kosmische grootheden doet overeenstemmen met de tijden en afstanden van de planeten van het zonnestelsel, volgens een wet van constructie die volgens de ouden beschouwd werd als goddelijk en die dit ook ongetwijfeld was.
(Zie hierover o.a. Ralston Skinner, _Source of measures_; Taylor, _The Great Pyramid_; J. Wilson, _The Solar System of the ancietits discovered_).
De beste herstelde vormen van de Oude Egyptische _Ellemaat-waarde_ waren die van Sir Isaac Newton, volgens vele opmetingen door Professor Greaves van Oxford van de groote Pyramide genomen, en die vormen van de _Savants_ der Fransche expeditie in Egypte (zie o.a. Pancoucke "_Egypte_") gemaakt volgens een groot aantal opmetingen van de kamers en gangen, wat aangaat hunne hoogte, lengte en breedte van de catacomben van Osimandya. Sir Isaac Newton vond dat de herstelde waarde, uitgedrukt in Engelsche voetmaat was 1.717 voet.
De Franschen bevonden dat zij, uitgedrukt in Fransche metermaat, was.
523,524 _meter_.
Daar de meter = 39,37079 + Engelsche duimen is, is 523,524 × 39,37079 + = 20.611,553 + duimen, hetgeen gedeeld door 12, haar waarde in Engelsche voeten geeft als
1717,629 + _voet_.
Neem de bovenvermelde cirkelomtrek--waarde als 20.612 _duimen_. Deel dit door 12.000 en het resultaat is, uitgedrukt in Engelsche voeten
1,717666 _voet_,
en dit geeft den oorsprong aan voor de _oude ellemaat_ waarde zooals zij afgeleid is (in dezen vorm van 20612) van Engelsche duimen.
Indien wij echter den vorm nemen
20612 36.643.55 + × 16/3 = 6561 11664.
en deze gevonden middellijnwaarde deelen door 1000, dan vinden wij
11.664.
De _Romeinsche voet_ blijkt volgens de beste gegevens (zie o.a. _Great Pyramid_, door John Taylor, blz. 25) in Engelsche duimen uitgedrukt
11.664. _duimen_
te zijn, en toont aldus van denzelfden oorsprong te wezen.
De Engelsche voet van 12 duimen werd blijkbaar beschouwd als de rectificatie van een _omtrek_waarde in termen van de bovenstaande formule van 12 tot een _middellijn_ van 3.819.716 + voet. Wij hebben alsdan
_middellijn_ 6561; _omtrek_ 20612.
20612/1000 Engelsche duimen of 20.612. Engelsche duimen = 1 _el._ (6561 × 16)/9000 duimen 11.664. duimen = 1 _Romeinsche voet_. 12 duimen _omtrek_ tot 3.819716 + duimen _middellijn_ = 1 _Engelsche voet_.
Supplement to The Source of Measures, blz. 3, 4, 5.
AANTEEKENINGEN
[1] _Books on Egypt and Chaldea. A History of Egypt from the End of the Neolithic Period to the Death of Cleopatra VII, B.C. 30_, by E. A. Wallis Budge, London, 1902, 8 Vol.
[2] In het aangehaalde werk, deel II, Voorwoord, blz. viii en ix.
[3] Volgens Manetho's lijsten zou dit wel het geval zijn, en eenvoudig om die reden zijn er velen toe gekomen hem als een soort oerkoning te beschouwen. Nu zijn deze lijsten absoluut niet gezaghebbend, omdat slechts de _brokstukken_ van deze lijsten door enkele klassieke schrijvers aangehaald worden. De oorspronkelijke lijsten van Manetho zijn naar alle waarschijnlijkheid verbrand bij den grooten brand van de bibliotheek te Alexandrië. [v. G.].
[4] _t.a.p._, Voorwoord, blz. xii.
[5] _Histoire Ancienne des Peuples de l'Oriënt, l'Egypte Primitive_, blz. 17.
[6] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 510, 511.
[7] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 510, noot.
[8] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 511, vgl. _Prometheus Bound_, blz. 385, noot.
[9] _t.a.p._
[10] Deel I, 569, 570.
[11] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 512.
[12] _The Story of Atlantis_, blz. 37, 38.
[13] _The Pyramid and Stonehenge_, blz. 10 en 15.
[14] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 923, 924. Zie ook _Geheime Leer_, Deel II, blz. 510, 511.
[15] _The Pyramid and Stonehenge_, blz. 13.
[16] _t.a.p._, blz. 13.
[17] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 558.
[18] 3,1415 of pi, de samenvatting of de schare, één geworden in den Logos.... volgens H. P. Blavatsky, _t.a.p._ Het zal den lezer dus geen verwondering kunnen baren, wanneer wij bij de verdere behandeling der Groote Pyramide veel op dit getal pi terugkomen. [v. G.]
[19] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 432.
[20] _Herodotus._ Hfdst. CXXIV, 124.
[21] _The Pyramid and Stonehenge_, blz. 16, 17.
[22] Bonwick, _Pyramid Facts and Fancies_, blz. 71.
[23] _A Dissertation on the Antiquity, Origin and Design of the Principal Pyramids of Egypt_, blz. 16.
[24] In het aangehaalde werk blz. 228.
[25] _Pyramid Facts and Fancies._ blz. 75.
[26] Rawlinson, _Herodotus_, Deel II, blz. 207.
[27] J. Ralston Skinner, _The Source of Measures_. Appendix II § 89 blz. 208, 209, 210, 211.
[28] Zie Hoofdstuk I.
[29] _Analysis of Ancient Mythology_, ii 760.
[30] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 480, 481.
[31] _Geheime Leer_, Deel II, pag. 481, 482 en _The Source of Measures_ § 85 blz. 186.
[32] _Herodotus_. Boek II, hfdst. CXXIV.
[33] _Herodotus_. Hfdst. CXXV.
[34] Was hij hier maar verder op ingegaan! (v. G.)
[35] Diodorus van Sicilië I, i § 63.
[36] _Strabo_ I, xvii, blz. 808.
[37] Rawlinson, _Egypt_, blz. 76.
[38] _Isis Unveiled_, Deel I, 518.
[39] _Our Inheritance in the Great Pyramid_ blz. 85-93.
[40] De hier door mij gegeven hoeken en afmetingen zijn gemiddelde, en bij benadering gegeven, daar nagenoeg iedere schrijver andere maten geeft. Deze maten ontleen ik aan _Pyramid Facts and Fancies_.
[41] Pancoucke's _Description de l'Egypte_. Tome IX, blz. 485 en verv.
[42] _Voyage du docteur Shaw en Barbarie etc._ D. III, blz. 314 en volg.
[43] Duidelijk genoeg wordt hier gedoeld op de Pyramiden; zie Hoofdstuk I. (v. G.)
[44] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 260.
[45] _A Dissertation on the antiquity, origin and design of the principal Pyramids of Egypt._
[46] _Our Inheritance in the Great Pyramid._ Chap. I, blz. 5, 6.
[47] t.a.p. blz. 7.
[48] _The Pyramids and Temples of Gizeh_, door Prof. Flinders Petrie.
[49] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 397, 398.
[50] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 402.
[51] astronomische kennis.
[52] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 399, 400.
[53] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 558, noot.
[54] _Isis Unveiled_, Deel I, blz. 519.
[55] Staniland Wake _The Origin and Significance of the Great Pyramid_, blz. 93.
[56] _Geheime Leer_, blz. 403, 404.
[57] Hetgeen ik hier mededeel met betrekking tot Proctor's verklaring is gedeeltelijk ontleend aan _Knowledge_, Vol. I, en aan _Origin and Significance of the Great Pyramid_ door Staniland Wake, blz. 6-19.
[58] _Origin and Significance of the Great Pyramid_, blz. 12.
[59] Marsham Adams. _The House of the Hidden Places_, blz. 147.
[60] t.a.p. 149, 150, 151.
[61] M. Adams, _The Book of the Master_, blz. 105.
[62] Uitgegeven door M. Naville.
[63] De Heliopolische verzameling van het _Boek der Dooden_ (vijfde en zesde dynastie) zijnde de oudste aan ons bekende vorm van dit werk, is met eene Fransche vertaling uitgegeven door Maspéro in _Recueil de Travaux_, en afzonderlijk als _Les Inscriptions des Pyramides de Saqqarah_, Paris 1894.
De verzameling van de elfde en twaalfde dynastie is uitgegeven door Lepsius en Maspéro (zie Birch's _Vertaling van den text op de mummiekist van Amamu_). Deze vertaling is uitgegeven met een facsimile door het British Museum onder den titel van _Egyptian Texts of the earliest periods from the coffin of Amamu_, London, 1886.
De Thebaansche verzameling (achttiende tot zes en twintigste dynastie) is uitgegeven door Birch, Mariette, Leeman en Devéria; Naville gaf eene volledige uitgave met Inleiding in 1880.
De belangrijkste uitgave van de Saïtische verzameling is die van het Turijnsche Manuscript door Lepsius in 1842, genaamd _Das Todtenbuch der Egypter_. In 1861 gaf E. de Rougé hetzelfde manuscript uit als _Rituel Funéraire_. Latere uitgaven van geheele of gedeeltelijke verzamelingen komen voor in: _Proceedings of the Society of Biblical Archaeology, vol. VII_; Lieblein, _Le Livre Egyptien Que mon nom fleurisse_, Leipzig 1895; Birch, vertaling van Bunsen's _Egypts Place in Universal History_, vol. V, blz. 123-333; Pierret, _Le Livre des Morts des anciens Egyptiens_.
Voor verdere bijzonderheden over het _Boek der Dooden_ raad ik mijn lezers aan te raadplegen _The Book of the Dead, The Chapters of Coming forth by day_, by E. A. Wallis Budge. London, Kegan Paul, Trench, Trubner & Co. 1898.
[64] E. Budge, _The Book of the Dead_, blz. XLV.
[65] t.a.p. blz. XLVI.
[66] t.a.p. blz. LXXV.
[67] _The Book of the Master_, blz. 96.
[68] Men leze hierover _Hermes, the Thrice-Greatest_, door Mead.
[69] _Book of the Master_, blz. 97.
[70] t.a.p. blz. 123, 124.
[71] _House of the Hidden Places_, blz. 192-195.
[72] _Esoterisch Christendom_, blz. 28, 29. De cursiveering is van mij (v. G.); evenzoo in de volgende aanhalingen.
[73] _Plotinus_, blz. 42.
[74] _Esoterisch Christendom_, blz. 24.
[75] _Lucifer_, deel IV, blz. 228.
[76] _Esoterisch Christendom_, blz. 188, 189.
[77] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 404.
[78] t.a.p. blz. 141.
[79] _De Christelijke Geloofsbelijdenis_, blz. 80.
[80] _The Book of the Master_, blz. 155, 156.
[81] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 690.
[82] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 399.
[83] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 399, 400.
[84] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 718.
[85] Zie hierover mijn artikel "De Dierenriem". Theosophia XVIe jaargang, afl. 3 en verv.