De grondbeginselen der Nederlandsche spelling Regeling der spelling voor het woordenboek der Nederlandsche taal

c. De b, d, g, v, en z worden aan het einde eener lettergreep en

Chapter 273 wordsPublic domain

in de nabuurschap van sommige andere, inzonderheid van scherpe letters, zóózeer verscherpt, dat zij geheel of nagenoeg als p, t, ch, f en s luiden, de v en z meestal zelfs in f en s overgaan. Men vergelijke been met schub, krab, hebt, hebzucht; daar met raad, gids en blijdschap; goot met oog, oogtand en zegt; vel met diev (dief), leevt (leeft) en ontvangen; zeel met leez (lees), vreezt (vreest), raadzaam en ontzinken.