De Grondbeginselen Der Nederlandsche Spelling Regeling Der Spel

Chapter 4

Chapter 4368 wordsPublic domain

samenstellende deelen noodeloos onkenbaar worden gemaakt. Het schrift zou dus al de voordeelen missen, die een verwijzen op de etymologie der woorden kan opleveren.

46. De waarheid, dat het schrift de uitspraak niet volkomen juist behoeft voor te stellen, geeft echter in geenen deele de vrijheid om een geheel anderen klank af te beelden, dan in de beschaafde uitspraak gehoord wordt, al ware het dat een andere spelregel, b.v. die der Gelijkvormigheid, zulk eene afwijking scheen te vorderen. De Regel der Beschaafde Uitspraak overheerscht uit zijnen aard alle andere regels; daarom schrijft men b.v. koninklijk, afhankelijk, gezocht, van koning, afhangen en zoeken; gracht voor graft, van graven.

47. Ofschoon het doel van het schrift door de eenvoudige opvolging van den Regel der Beschaafde Uitspraak kan bereikt worden, is die regel geenszins voldoende om in alle gevallen tot richtsnoer te dienen. Vooreerst toch doet de doelmatigheid strengere eischen dan het slechts mogelijke bereiken van het doel. Zij wil, dat een woord zoo vlug doenlijk, en niet eerst na lang wikken en wegen, met zekerheid herkend worde. Vervolgens maakt de bestaande toestand van de taal en het letterschrift een aantal bijzondere regels noodzakelijk, die de keus uit zoogenaamde gelijkluidende letterteekens moeten bepalen. De Regel der Beschaafde Uitspraak behoeft derhalve andere regels onder zich, die hem verklaren en aanvullen.

a. De regelmatigheid zou vorderen, dat men voor iederen letterklank maar één letterteeken had, en dat ieder letterteeken slechts ééne waarde bezat en altijd denzelfden klank vertegenwoordigde. De bestaande toestand beantwoordt in vele opzichten niet aan die eischen.

b. Vooreerst zijn onze letterteekens niet voor het Nederlandsch uitgedacht; ons alphabet is van de Latijnen ontleend, en bezat reeds bij de overneming eenige gelijkluidende letters, namelijk de i en y, c en k, c en s, x en ks; terwijl ph, th en qu door ons gelijkgesteld worden met f, t en kw. Vervolgens zijn eenige oorspronkelijk zeer verschillende klanken in den mond van velen allengs geheel gelijkluidend geworden, waardoor sommige teekens, voor de zoodanigen althans, dezelfde waarde hebben gekregen, te weten de zachte e en o en de scherpe ee en oo, en de tweeklanken ij en ei. Er zijn dus voorschriften noodig, die de keus der genoemde letters bepalen.