De Grondbeginselen Der Nederlandsche Spelling Regeling Der Spel

Chapter 1

Chapter 1363 wordsPublic domain

het wezen en het doel van het schrift. Hij is daarom de hoofd- en grondregel der Spelling. Alles wat met dien regel strijdt, is tevens strijdig met het wezen en de bestemming van het schrift. Uit dien hoofde kan hij wel door andere regels verklaard en nader bepaald, maar niet weersproken worden, en is elke regel, die tegen dezen strijdt, van het theoretische standpunt, te verwerpen.

De practijk echter kan gewichtige redenen hebben om zoodanige regels, wanneer zij eenmaal bestaan, als geldig te erkennen.

41. Uit de verhouding der beschaafde uitspraak tot de overige dialecten volgt, dat alleen zij beslist, en dat de andere dialecten slechts in twijfelachtige gevallen eene raadgevende stem kunnen hebben. Wanneer eene plaatselijke of gewestelijke uitspraak in strijd is met de afleiding, de regelmaat of wel met eenigen anderen regel, uit dien der beschaafde uitspraak afgeleid, dan mag zij op de spelling geen invloed oefenen.

De noodzakelijkheid dezer bepaling vloeit reeds voort uit den strijd der dialecten. Het is vanzelf onmogelijk gelijktijdig aan de eischen van alle te voldoen; en één bijzonder dialect te bevoorrechten, verbiedt de billijkheid.

42. Bij eene oppervlakkige beschouwing schijnt eene volkomen nauwkeurige afbeelding der beschaafde uitspraak door het schrift zeer wenschelijk en ook wel mogelijk. In de practijk echter blijkt spoedig, dat het ondoenlijk is, eenig dialect, welk ook, volkomen juist voor te stellen. Reeds terstond ziet men, dat de eigenaardigheden in de spraak der bijzondere personen, die ook in de beschaafde uitspraak blijven bestaan, onmogelijk kunnen aangeduid worden. Het schrift stelt dus van niet één individu de uitspraak geheel nauwkeurig voor; het kan uit zijnen aard slechts een middelweg houden tusschen de individueele eigenaardigheden. Doch ook op dezen weg ontmoet het schrift bijna onoverkomelijke zwarigheden in de wijzigingen der meeste letterklanken, veroorzaakt deels door den invloed der naburige letters, deels door hunne plaats vooraan, achteraan of in het midden der woorden.

a. De letters, bij welke die invloeden zich het duidelijkst doen gevoelen, zijn de n en de zachte onder de zoogenaamde verwante medeklinkers, met name de b, d, g, v, en z.

b. De n klinkt geheel anders in zoon en mijn dan in tang en dank, of in franje, kransje, hondje.