De Geschiedenis Van Woutertje Pieterse Deel 2 Uit De Ideen Verz

Chapter 4

Chapter 43,769 wordsPublic domain

Zóó immers wordt "deugd" by denkers genoemd?

Maar die zedelyke logika zou verkracht worden door de ongerymde machtsverheffing van 'n zweertje tot kanker.

't Is lasteren van de deugd, haar by-uitsluiting te zoeken in 't vermyden van zulke mis... greepjes.

En we doen aan de ondeugd te veel eer, als we haar vervloeken pour si peu!

Goddank, er zyn--'t geringe niet minachtend--verhevener dingen te bejagen!

Goddank, er zyn--zonder de minste vergoelyking van pekelzondjes--vreeselyker zaken te vermyden!

De te grypen eerekroon in 't strydperk der Mensheid, hangt hóóger. En wel is 't jammer dat zooveel mislukte gladiatoren krom groeiden door de opgedrongen hebbelykheid om steeds te bukken naar den lagen prys dien ze deelen met 'n eunuuk.

Excelsior, heeren schryvers en lezers en deugdwetgevers en onthoudingpreekers, en verdere gladiatoren in miniatuur!

Komaan, moralisten, al hàd nu eens onze Fancy geslapen dien nacht, of al wàre ze 's morgens ontmoedigd weggeklept naar 't hof van Wouter's moeder, om daar de treurmare te brengen dat prins Upsilon gestruikeld was...

Zou ze niet met 'n strenge vermaning zyn teruggezonden naar 't zoo ontydig verlaten strydperk? Liep ze niet gevaar--zyzelf nu, de wachtster!--veranderd te worden in 'n zandkorrel, wegens al te grove miskenning van haar plicht?

Er hoorde moed toe--krankzinnigheid liever!--dáár aantekomen met de boodschap:

Scheur u het starrengewaad, o gy arme gebiedster der geesten: 't Hemelsche Ryk heeft 'n eind ... maak voor uw meerdere plaats! Laps sloeg ons prinsje te-pletter, my, u, ons allen, godbetert, Met 'n compositum mixtum. [2] van vleipraat en Fockink's likeur!

Wat de geesten zouden gelachen hebben!

Wanneer Fancy aldus gesproken had, zou zy inderdaad één element van bederf dat den vyand ten-dienste stond, hebben overgeslagen. De fleemery met het verrassend jonkmanschap miste niet allen grond. Wouter was inderdaad opweg om 'n jonkman te worden. Misschien wàs-i 't al. Wie hem dit kwalyk neemt, moet ook afkeuren dat z'n bovenlip begon te roepen om... den barbier wel niet, maar om de schaar toch.

--Zoodat ik maar zeggen wil, dat je nooit die steeg moet passeeren. Als je-n-'n kind was, zou 't geen kwaad kunnen, want 'n kind heeft geen erg. Maar jy!

Zeker, hy moest "erg" hebben! En z'n jeugdig kneveltje was er volstrekt niet tegen om "erg" te krygen. "Al wat van zelven wast, behoeft men niet te zaaien!" zei Kamphuizen. Onze hovenierster liet het daarop niet aankomen, en zaaide zoo hard ze kon. Zelfs was ze niet afkeerig van 't begieten.

--Laat my je nu reis inschenken...

Wouter dronk.

En ... Fancy?

Ze glimlachte!

Allerlichtzinnigst voor 'n hofdame uit het gebied der geesten?

Toch niet!

--Hoe vind je nu dàt likeurtje?

Wouter erkende...

Fancy, Fancy!

Wouter erkende dat-i smaak vond in de parfait-amour uit de steeg die-n-i niet passeeren mocht omdat-i te groot geworden was om zich welstaanshalve te onthouden van "erg".

En 't winkelmeisje van Satan schonk hem nog eens in. De glaasjes waren zoo klein, zei ze, ware notendoppen! Nu ja... doppen van zeer groote noten dan.

--En, je moest er wat by eten ook, m'n allerbeste jongen--gut, ik heb altyd zooveel van je gehouden--dat 's zoo gezond by 'n likeurtje!

God-vergeef-'m-de-zonde, Wouter begon te eten ook! Nog 'n oogenblik, en hy zal zich thuis voelen, àl te thuis!

Fancy, ben je blind?

--En trek jy gerust je jasjen uit, m'n lieveling! Je moet denken, we zyn hier onder ons beidjes.

Een koninkryk voor 'n nieuwen vloek, o goden: onze Wouter trok waarachtig z'n jasjen uit!

Fancy!

--Heelemaal met ons beidjes, zieje!

Fancy, ben je doof?

--En ik heb lust, dicht naast je te zitten, omdat je zoo'n lieve beste jongen bent...

Fancy... deern!

Wouter schikte by.

Wie dáár niet wanhoopt, moet geen hoop te verliezen hebben!

Och neen!

Ik zeg juist andersom: wie dáár wanhoopt, had nooit behoorlyken grond voor z'n hoop!

"Maar, eilieve... dat is de ware echte oude: zal-i, zal-i-niet-litteratuur!"

Ja, lezer! In stipt-letterlyken zin, ja! Maar overigens?

Meent ge dat ik Wouter in den hemel helpen kan, zonder hem te leiden langs àlle paden die men moet doorworstelen om daar aantelanden?

Dacht ge dat hy ooit den rang die hem by geboorterecht toekomt, weder zou kunnen innemen zonder in 't leger der Menschheid als rekruut te hebben dienst gedaan van de patroontasch af?

Mocht iemand, in-weerwil hiervan, aanmerking maken op Fancy's leiding, dan ligt de schuld aan hem. Het lage bestààt. Wie 't loochent, liegt even misdadig als de miskenner van 't hoogere, van 't goede, want zonder laagheid is er geen hoogte denkbaar.

Niet in de schildering van dat lage ligt de fout, de fout ligt in 't sierlyk aankleeden van 't gemeene, en vooral in 't belangryk maken van onnoozele lapsische platheid.

Hoort ge nog altyd niet, hoe Fancy schatert van lachen over 't veldtochtje van haar stumperige vyandin?

De nietigheid van zulke zaakjes rechtvaardigt zoo'n wyf niet. En ook onze kleine man liep gevaar... schuldiger te worden dan geoorloofd was, zelfs aan de nuchterheid van 'n kind.

Want ieder moet geoordeeld worden naar den maatstaf dien-i omdraagt in z'n eigen gemoed, en Wouter voelde heel goed dat-i zich bevond op... onfatsoenlyk terrein. Zóó ongeveer zoud-i de zaak gekwalificeerd hebben, als-i genoopt ware geworden z'n indruk te vertolken in 'n woord.

Maar... dit zeer betrekkelyk schuldbesef verheft de zaak, als zoodanig, niet tot 'n wereldberoerende kalamiteit, tot 'n casus diluvii! Och, wat zouden we weinig droge jaren hebben als er 'n god was die regenplassend toornde over zùlke ... kostschooljongensvergrypen!

Nogeens, juffrouw Laps wàs 'n slecht schepsel. Om 't beoogde feit niet zoozeer, maar... ze veroorloofde zich zulke feitjes te beoogen omdàt ze nu eenmaal 'n slecht schepsel was. Godsdienst, vochtmenging, zittende levenswys, en 'n tal van dusdanige ziekten meer, zouden kunnen worden aangevoerd ter verligting van schuld. Ik kan me zelfs 'n zéér hoog standpunt denken, vanwaar zou mogen worden gekonkludeerd tot finale vryspraak.

Maar op dàt standpunt plaats ik me nu niet, heden niet! Ze was inderdaad 'n slecht schepsel, en daarmee voor 't oogenblik: uit! Of zou men misschien...

Ik beweer vandaag alleen dat ze ... niet zeer byzonder was. Niet zeer buitengewoon. Niet zeer belangwekkend. Geen kunstenares van eersten, noch zelfs van eenigen rang. Geen exploitatrice van ryk terrein. Geen hóóggeplaatst ambtenaresje van den Duivel...

Och, in myn oog zou 't mensch zoo weinig kontritie behoeven om recht te hebben op 'n goedig: "uw zonden zyn u vergeven, ga heen en... arbeid!"

Want, lezer, er zit veel luiheid onder de oorzaken van zulke afdwalinkjes. Menigeen toont zich wat wulpscher dan noodig en behoorlyk is, omdat-i te weinig te doen heeft, of te ... denken.

Misschien had juffrouw Laps de "deugd" van ons kereltje met rust gelaten, wanneer men in-plaats van met God, Israël en hysterische theologie, haar pover zieltje gevoed had met... gedachten. Wasschen, schuren, boenen, is ook goed. Jazelfs, 't verstellen der onderbroeken van 'n pastoor.

Wat Femke rein en gezond bleef by de bezigheid die skabreus zou hebben toegeschenen aan besmette zieken!

Ziek, ziek ... ziedaar 't woord! Juffrouw Laps was ziek!

Hoe is 't mogelyk, dat ik zóó lang zoeken moest naar den waren naam van haar kinderachtig slechtheidje! Dit was dom en verschoold van me. De lezer bedenke dat ik veel boeken heb gelezen. Toch beloof ik beterschap, en als blyk van berouw verbind ik my ter-zyner-tyd ziekteverschynsels van erger soort te schetsen. Ik zal me die laten leveren door Feith, dominee Hasebroek, en meer lui van dergelyk allergodzaligst kaliber. Die voorbeelden zyn van 'n aard, dat men byna achting zou gaan voelen voor juffrouw Laps. De lezer heeft immers opgemerkt dat ze haar "God" wegliet by de zaak? Geschiedde dit uit schaamte? Uit diskretie? Uit besef van overbodigheid? Uit vermoeienis van 't gehuichel? Uit gebrek aan bedrevenheid in toonzetting, en vrees alzoo voor--vermeenden--wanklank? Hoe dit zy, in al haar geknoei had het schepsel de verdienste der Sancta Simplicitas. Ze theologizeerde er niet by, en poogde niet Wouter in den waan te brengen dat-i dezen of genen "Heer" 'n pleizier deed door 't uittrekken van z'n jasje. Dit, of zooiets, trachten die andere verlokkers wèl! Blyvende erkennen dat ons Lapsjen aan zeer ziekelyke aandoeningen leed, wordt het waarlyk tyd eens voor-goed de symptomen te leeren kennen die den geneesheer in-staat stellen lichte verkoudheden te onderscheiden van kwaden droes, huiselyke namiddagkoortsjes van... pest!

Wouter, overigens... goed, of althans niet volstrekt ziek nog, zou 'r geen grein boozer om geworden zyn, al ware... de likeur van den hoogstberoemden Nederlander Fockink nog 'n graad of wat sterker geweest.

Hierom zeker veroorloofde zich de guitige Fancy te lachen. En ze wrong zich nog altyd de handen in 't minst niet, zy die toch blyk gaf van strengheid, door zich verstoord te toonen over Wouter's félonie van den vorigen dag!

Fancy was, en is... liberaal!

Te liberaal?

Voyons!

Beste lezer--ik bedoel: gy die onder al m'n lezers de minst onoprechte zyt--stel u eens op 'n plaats waar zeer veel menschen voorbygaan. En houd boek!

Tel, weeg, meet en noteer de tranenstroomen die al dezen voorbygangers langs wang en kleeren gudsen. Tel de jaren gewrongen handen, de dozynen wanhopighedens, de duizenden gescheurde opperkleeren, de legioenen opengereten boezems...

Verzamel eens al de asch die de voorbygaande dames en heeren zich op 't hoofd strooiden sedert den misstap van de bekende soort, die eenmaal voor elk hunner de traditioneele "eerste" was...

Komponeer vertwyfelings-hymnen uit al 't geween, 'n de profundis uit het gekners der tanden...

Bevolk 'n zoölogisch muzeum met al de wurmen die 't gezelschap inkommodeeren met hardnekkig knagende onsterfelykheid...

En dan...

Zeg eens, minst-onoprechte lezer, vertoont zich niet, by de statistiek van al dien berouwjammer, onze aarde als 'n vóórhel? Als 'n pleisterplaats van verdoemden?

Toch kan en moet al die zoo zorgvuldig opgezamelde ellende slechts gevolg zyn van nederlaagjes als die waarmee Wouter bedreigd werd, van krizes als waaraan hy was blootgesteld.

Want... zulke krizes en zulke nederlagen bestaan! Ze liggen in den aard der dingen, en laten zich zoomin vernietigen--'t kinderachtig wègdenken helpt niet!--als 'n atoom of 'n zon. Zoomin loochenen als wiskunstige waarheid.

Wie nu by zoodanige mensch-inspektie al de genoemde akeligheden niet ontwaart, wie niet stuit op de sporen die "zonde" nalaat, op zùlke sporen van zùlke zonden...

Want er zyn anderen wier hoogtreurige beteekenis ik niet ontkennen mag, helaas!

Wèl, hy moet erkennen dat Fancy groot gelyk had de zaak luchtigjes optenemen, en niet den minsten last te geven tot het ilico op-stapel zetten van 'n goferhouten ark, van-binnen en van-buiten bepekt met pek.

Onder ons gezegd--en niet gebleven, naar ik hoop!--het komt me voor, dat de god van Genesis VI zich kleingeestig aanstelde, en dat het z'n eer niet te nà zou geweest zyn ter-school te gaan by Fancy.

Maar sterk wàs de likeur, dit is waar!

En dat Wouter er meer van dronk dan goed was--voor z'n maag vooral!--is ook waar.

Hy verloor dan ook iets van z'n bedeesdheid, en antwoordde een-en-ander op de praatjes van juffrouw Laps, die hiermee zeer in haar schik was, al bleek er dan ook telkens dat zy en haar kleine gast niet uit denzelfden sleutel zongen.

Dat zou straks wel beteren, hoopte ze.

Van-tyd tot-tyd dacht Wouter aan de eigenlyke reden van z'n komst, of althans aan wat daarvoor was opgegeven. Z'n gastvrouw scheen alle dieven en moordenaars glad uit het hoofd gezet te hebben, en spreidde by Wouter's herinnering daaraan, 'n dapperheid ten-toon, die hem alleraangenaamst was. Want... de zyne was geweken.

't Is de vraag of Fancy deze breuk in de logische kontinuïteit van z'n aandoeningen even licht opnam als de gevaren van z'n slecht gezelschap.

--Ik zou ze... denk je dat ik bang ben voor 'n kerel? zei juffrouw Laps. In 't geheel niet! Voor geen drie! Voor geen tien! Voor de heele wereld niet! Ik zou ze...

Des-te-beter, vond Wouter. Dan hoefde hy niet te... zouwen.

Daar ritselde iets op den zolder. Wouter beefde. Hy was weer geheel kind.

--Blyf jy hier, riep 't wyf, ik ga kyken, ik! Denk je dat ik jou wil laten slaan of steken of vermoorden, m'n jongen ... dat nooit! Wie aan jou komt, komt aan my ... aan my, hoorje, dàt zullen ze ondervinden!

En ze verwyderde zich, en nam de kaars mee om te onderzoeken waarom ergens 'n plank gekraakt had. Ze liet Wouter lang genoeg in 't donker alleen, om hem te doen verlangen naar hare terugkomst. De rollen waren omgekeerd, en de ridderlykheid van onzen held begon en quenouille te vallen. Een weinigje behendigheid nog, en de jongen zou schut en wering zoeken onder haar voorschoot.

--Maar, juffrouw ...

--Zeg jy gerust Kristien... want zóó hiet ik. Jy mag gerust Kristien tegen me zeggen.

Dit durfde Wouter nog altyd niet. Hy vermeed liever de heele vokatief.

--Maar... zou ik nu niet liever naar huis gaan?

--Wel neen! Je moeder is lang naar bed, dit begrypje wel. De-n-afspraak was dat je hier zou blyven... ontbyten.

Ontbyten? Ach, lieve hemel, de jongen deed niet anders sedert 'n uur! Moest dat tot den morgenstond worden voortgezet? Het was om te rillen!

--Weet je wat je doet? Kleed jy je gerust uit. Ik zal 'n kermisbedje voor je maken, daar ... in dien hoek! Want, zieje, als ik alleen ben--ik, als vrouw, weetje--met al die dieven en moordenaars, dan wordt ik zoo... griezelig.

Wouter durfde niet neen zeggen, en evenmin doen wat hem zoo streelend gelast werd...

Hy weifelde...

Zy hield aan...

Hy begon...

Men bedenke dat het kind beneveld was!

O Fancy! Liberalismus is 'n goede zaak, en na de bemoedigende statistiek van zoo-even erkennen wy dat de wereld niet vergaan zou al...

Maar toch... franchement, Fancy, is 't niet jammer van den jongen?

Dit hoofdstuk is gekopieerd uit 'n oud Register der handelingen en besluiten van zekere schutsgodin. Een brok grootwereld. (De lezer kan staatmaken op meer.) 't Verhaal van Klaas Verlaan, den "Amstelhavenknecht." Geleerde verhandeling over voetzoekers. Juffrouw Laps wikt, Fancy beschikt.

Om van Fancy's spinsel en borduursel iets te leeren begrypen, is 't noodzakelyk eenige uren terug te gaan.

De lezer herinnert zich dat er dien middag ter uitspanning van de hooge personaadjes die Amsterdam vereerden met 'n bezoek, 'n hardzeilery zou worden gehouden op den Amstel Juffrouw Laps had reeds de goedheid dit aan ons en de Pietersens meetedeelen, en tevens dat de zaak mislukt was door 'n onhoffelyk gebrek aan wind. Ze had de waarheid gezegd. Hopen wy dat deze uitspatting geen al te nadeelige gevolgen moge gehad hebben voor 't evenwicht van haar ziel.

Het was dien dag inderdaad bladstil. De mannen van 't vak beweerden "dat er geen zuchtjen aan de lucht was." Wie zich anders uitdrukte, werd voor 'n landkrab gehouden.

Het plezier-roeien was nog niet in de mode--de mode had ongelyk, want het is 'n flinke mannelyke oefening--doch al ware dit anders geweest, Amstelboeiers zyn niet op roeien ingericht, en andere geschikte vaartuigen waren niet by-de-hand, om nu niet te spreken van 't gebrek aan eelt in de handen van de liefhebbers.

In dit opzicht dan toch waren onze grootouders nog lamlendiger fatsoenlyk dan wy. Ze dachten er zelfs niet aan, dat zoo'n matrozige inspanning 'n vermaak wezen kon zonder de minste schade voor deftigheid, en meenden al heel wat ferms uitterichten, wanneer ze als halfleege meelzakken met den schoot in de hand in 'n stuurstoel lagen te dutten. De wind moest by die gelegenheden al het werk doen, en had dus eigenlyk alleen aanspraak op 't plezier.

Maar de wind deed nu eenmaal dien dag z'n werk niet. Hy scheen elders bezig, en floot misschien onzen tegenvoeters 'n spotdeuntje voor, op al de gefopte potentaten die tusschen Ouwerkerk en Amsterdam heen-en-weer pauwden in stof en hitte.

Ja, 't was gloeiend heet. Koningen en prinsessen zweetten als menschen. De joujoux de Normandie--'t speel- en groettuig der beau-monde van dien tyd--klommen al trager en trager by hun koordjes op. Nu, dit stond zoo kwaad niet, want de goede toon schreef voor, dat ze zeer langzaam stegen, en zich aanstelden alsof ze moeite hadden de hand te bereiken die ze had laten vallen. Dat, of zoo-iets, heette: morbidezza. De beweging der vingers, die 't kleine rukje moest meedeelen waardoor 't stygen werd te-weeg gebracht, behoorde onmerkbaar te zyn. Dit gold voor gratie, bekwaamheid, verstand, en zelfs by-mangel aan beter, voor genie.

Sommige kroniekschryvers beweren dat de oude puistige Paltsgravin 'n groot gedeelte van 't prestige in hofkringen, dat haar inderdaad niet kon worden ontzegd, te danken had aan de handigheid waarmee ze wist omtegaan met den joujou de Normandie. Volgens Stuart Mill was zy de uitvindster van den zoo beroemden horizontaalworp, en 't is niet geheel-en-al onmogelyk dat zy ook in 't bezit was van 't geheim om 't belangwekkend speeltuig loodrecht omhoog te werpen, en zeer langzaam te laten dalen langs de door 'n onnaspeurlyke oorzaak gespannen koord. Maar deze byzonderheid vereischt bevestiging. Stuart Mill heeft de wreedheid gehad te sterven voor-i den Hollanders heeft voorgezegd wat ze hiervan te denken hebben, en alle kans op licht is dus afgesneden.

Dat ook de zeer hooge geboorte van de Paltsgravin meewerkte aan den invloed dien zy uitoefende op alle Europesche hoven--op één na, want de edelste zaak heeft haar tegenstanders!--mag waar zyn, maar toch... haar virtuoziteit op den joujou was en bleef hoofdzaak.

En ten-onrechte! Want men wordt geboren zonder dat men 't helpen kan--dit was zelfs met de Paltsgravin eenigermate het geval geweest--terwyl er tot het wel besturen van 'n paar palmhouten schyfjes aan 'n koord, natuurgaaf en oefening noodig is. Vorsten en prinsen weten dit wel, en maken er dikwyls gebruik van. Me dunkt ik hoor 'n koning zeggen:

Ma toute bonne, vous qui avez la main si légère, ne pourriez vous pas me faire l'amitié de flanquer à la porte les trente mille hommes que mon diable d'... allié vient de loger dans ma capitale?

Of:

Ach, du meine liebe Cousine, wie du göttlich chouchouirst! Auf und nieder ... nieder und auf! Wenn du einmal unsern sehr verehrten Vetter mit Usurpationsminen, Kaiserliche Majestät, so am Kördelchen hieltest und chouchouirtest?

Nu spreekt 'n prinsje:

--Auf Ehre, Durchlaucht sind zum küssen adorable! Nur der Respekt widerhält mich ... auf Ehre! Clotho, ich beehre mich Ihr Sclave zu sein. Lachesis, Ihrer geschichtlenkenden Hand empfehle ich mein Schicksal! Schaffe mir den Erbprinzen vom Halse, o Athropos! Schicke den... unbescheiden-frühergeborenen nach Italien, ins Pfefferland, in den Krieg, in... Cytherëischen Vergnügungen, womit eine so gescheute Parke wie Durchlaucht, Lebenskördelchen abschneidet... zum Entzücken, verehrungswürdigste Parke Durchlaucht!

Zoo spraken welopgevoede prinsjes van dien tyd. Laf was het, en heel mythologisch, o ja! De mythologie is weg, maar de lafheid is hier-en-daar gebleven. Er bestaan inderdaad tegenwoordig hooggeboren personaadjes die niet de minste konversatie houden over schikgodinnen, en toch de moeite van 't aanhooren niet waard zyn. Meer nog. Zelfs sommige laaggeborenen veroorloven zich zoo'n leegte. Ik heb kooplieden gekend jazelfs werkluî, die praten konden als 'n... prins nà den bloei van de salon-mythologie. Maar we zyn nu met vorstjes bezig. Alzoo:

Een prinsesje spreekt:

--Liebe mütterliche Cousine... aber nein, so geschickt wie du... nie da gewesen! Mit dèm Händchen könntest du mir ganz bequem ein halbdutzend fette Provinzchen aus dem Deutschen Reichsmaraste zur Morgengabe zusammen fischen, Cousine!

'n Sterveling van lager soort:

--Königlich-Kaiserliche Hoheit, ich sehe, staune und... schweige! Wenn Königlich-Kaiserliche Hoheit nur beliebten... Gottes Erdreich wurde sich pflichtsschuldigst freuen wenn Königlich-Kaiserliche Hoheit geruhten es gnädiglich balanziren zu wollen auf Königlich-Kaiserliche Hoheit's göttlichen Fingern! Ich schweige gehorsamst, doch... dass eine Ober-geheim-küchen-ceremonienmeisterstelle vazirt, ist unterthänigste Wahrheit.

Enz. Enz.

Al deze menschen logen 'n beetje. Maar hun praatjes waren minder dom dan 'n oppervlakkige beoordeelaar meenen zou. Want ze bereikten dikwyls hun doel. Die laatste aanbidder, byv. kreeg inderdaad 'n aanstelling by 'n königlich-kaiserliche hofkeuken. Wat wil men meer?

Overdreven verwondering over den invloed van de Prinses, zou 'n blyk van onkunde wezen. Want al reike nu de historische kennis van den lezer niet toe om hem te doen raden welke persoonlykheid ik bedoel--men weet reeds dat ze roode puistjes in 't gezicht had, en ik voeg er nu by dat ze gewoon was te slapen tusschen lakens van hollandsch linnen: dit is iets!--welnu, al kent men haar niet, toch mag ik verwachten dat ieder wete hoe macht, aanzien en invloed gewoonlyk gegrond zyn op kleinigheden. Misschien zou er eenige verwondering te-pas gekomen zyn wanneer ik m'n Paltsgravin had voorgesteld als verdienstelyk, of als bekwaam in belangryker zaken dan 't op-en-neerwippen van 'n joujou. Haarzelf lieten zulke kwestien volkomen onverschillig.

Een ruiter naderde haar koets.

--Eh bieng, zjefalier, n'est-ze-pas qu'il fait affreussemang chaud dang ze pays?

--Wie K. K. Hoheit befehlen.

--Ch'étouve!

--Zu dienen.

--Und wo steekt denn unsere kleine wilde Katze? Ist sie hinten? Ist sie vor? Wo ist sie?

De "chevalier" werd door 'n toedringende volksmenigte van de koets gescheiden. Dit beviel hem wel. Vooreerst was-i uit de oude school, en hy durfde zich niet wagen aan 't duitsche hoffransch van de Palatine, waaraan-i admirablemang wèl deed. Ten-tweede bezat-i te veel routine van nieuwer school, om gaarne te antwoorden op de vraag naar de "wilde kat." Dit katje namelyk was 'n zeer superlatief-K. K. Hoheit. De halfbakken hoveling mocht dus niet te snel verstaan wie er bedoeld werd, en durfde zich evenmin schuldig te maken aan niet-verstaan. Een groep welwillende zangers kwam z'n verschrikte diplomatie te-hulp:

"Amour à la plus belle, Honneur au plus vaillant...

Ja, ja, lezer, er is 'n tyd geweest, dat de kracht van hollandsche jenever--amsterdamsche proef--zich openbaarde in fransche romances. Of onze straatzangers dat refrein precies uitspraken en zongen naar de bedoeling van den auteur, van de auteur, liever...

De Paltsgravin scheen dit te ontkennen. Met haar joujou riep zy 'n zeer elegant jongmensch van 'n jaar of achttien tot zich; dien zy in haar nabyheid ontdekte. De jonge ruiter groette ganz rittermässig met z'n karwats terug, en drong door de menigte heen.

--Ecoutez, mein Prinz! Das Pöbel singt la changsong de la Reine! Oh, mong Dié, quelle pronongziaziong!

--Vous avez l'oreille si délicate, ma Cousine!

--Ang férité! Aber, Prinz, sagen Sie mir 'nmal, wo ist denn Ihre Prinzessin Schwester, mein Waldkätzchen?

--Ma foi il y a plus d'une heure que je ne l'ai vue! Elle s'amuse peut-être là-bas, au village d'Awercric. Qui sait si elle n'a pas passé l'eau. Vous savez, Palatine, qu'elle n'a pas l'habitude de se gêner...

Nu ja, dit wist de Paltsgravin. Dit wist ieder die ooit de eer had het prinsesje van naby gade te slaan, en de lezer zal er ook iets van te zien krygen, parole d'honneur!

Honneur au plus vaillant! schreeuwde nu weer 'n troep al te opgetogen Nederlanders, en onze Paltsgravin reed op-nieuw 'n oogenblik onverzeld. Van-tyd tot-tyd harkte zy met haar speeltuig dezen of genen "kavalier" naar zich toe, en knoopte dan 'n gesprek aan, dat echter telkens door de volte werd afgebroken.