De Geschiedenis van het Grieksche Volk

Chapter 18

Chapter 183,051 wordsPublic domain

Alexander was twee en dertig jaar oud geworden. Hij had twaalf jaar geregeerd. In dien tijd had hij Macedonië en Griekenland den vrede geschonken; hij had steden verwoest en gesticht, achttien van deze had hij naar zich zelf, één naar Bucephalus genoemd, hij had zóó groote marschen gedaan en zóó groote overwinningen behaald, als geen veldheer ooit had durven droomen; hij had de vijandschap tusschen Perzië en Griekenland tot een einde gebracht en hij had een rijk gewonnen.

Maar wat zou van dat rijk moeten komen? Toen Alexander op zijn sterfbed lag, werd hem gevraagd, aan wien hij de macht naliet. "Aan den meest waardigen," antwoordde hij, en hij gaf zijn ring aan één van zijn veldheeren, Perdiccas, genaamd. Maar niemand behalve Alexander was in staat het ontzaglijke rijk samen te houden. Na lange jaren van strijd en van samenzweren, van verwarring, oproer en gewelddadigheid, viel het rijk uiteen in drie gedeelten: Azië, Egypte en Macedonië. Azië werd bestuurd door afstammelingen van één der veldheeren van Alexander, maar het ééne gedeelte voor, het andere na werd een afzonderlijk koninkrijk, totdat weinig meer dan Syrië en de landen onmiddellijk ten oosten daarvan gelegen, vereenigd bleven. Een nieuwe macht verrees in het westen, de Romeinsche macht, en de bezittingen van Alexander in Azië vielen in de handen van Rome.

Egypte werd bestuurd door een ander van Alexanders veldheeren, Ptolemaeus genaamd. Hij maakte van zijn rijk een zeemogendheid. Hij stichtte de beroemde Alexandrijnsche bibliotheek; hij noodigde een groot aantal geleerden, kunstenaars en dichters uit, zich in Egypte te vestigen. De dynastie der Ptolemeën regeerde drie eeuwen lang in Egypte, maar ten slotte viel ook Egypte in de handen der Romeinen.

Macedonië werd ondersteld over Griekenland te regeeren, maar Griekenland was volstrekt geen rustige onderdaan. Zoodra de Grieken hoorden van den dood van Alexander, volgden zij de leiding van Demosthenes en trachtten zich tegen de Macedonische overheersching te verzetten. Zij waren daarbij niet gelukkig, en Demosthenes vluchtte naar een tempel van Poseidon op een klein eiland op de kust van Argolis. Hij werd zelfs tot in den tempel vervolgd. "Gun mij nog slechts enkele minuten, om een brief te schrijven." De officier stond zijn verzoek toe. Hij begon te schrijven, daarna beet hij op de punt van zijn riet, alsof hij nadacht. Hij wierp een plooi van zijn mantel over zijn hoofd, en sprak geen woord of bewoog zich niet. De soldaten trokken den mantel weg en zagen, dat de groote redenaar stervende was. Zijn riet was met vergif gevuld, en hij had dit ingenomen, daar hij liever wilde sterven dan in handen van zijn vijanden vallen.

Na eenigen tijd vormden de Grieken twee bonden, maar zij bleven niet eensgezind, en hadden dus geen macht, de Romeinen te weerstaan. Zoowel Macedonië als Griekenland werden deelen van het Romeinsche Rijk. Zoo waren vóór de geboorte van Christus de uitgebreide bezittingen van Alexander wingewesten van Rome geworden.

Zoo eindigt de geschiedenis van het oude Griekenland, de geschiedenis van een volk, dat, wat ook zijn fouten en ondeugden geweest zijn, schoonheid, wetenschap en vrijheid had lief gehad. Niets heeft ooit de kunst, de literatuur of de taal van Griekenland overtroffen. Hij, die volmaaktheid in de kunst wil ontdekken, moet zijn met leven bezielde standbeelden, zijn onovertroffen gebouwen aanschouwen. Hij, die in de letterkunde wil zoeken naar wat eenvoudig, grootsch, waar, edel en welsprekend is, moet de geschriften van zijn dichters, redenaars, geschiedschrijvers en wijsgeeren lezen. Hij, die wil zoeken naar een taal, waarin iedere zweem van gedachte en gevoel de meest passende en geschikte uiting vindt, moet zijn keus doen vallen op de Grieksche taal. En zoo komt het, dat Griekenland niettegenstaande zijn standbeelden bijna alle zijn vernield, zijn tempels tot puinhoopen zijn vervallen, het grootste gedeelte van zijn letterkunde is verdwenen, of slechts bij brokstukken bekend is, en zijn taal, in een modernen vorm, slechts wordt gesproken door een kleine natie--nog altijd de veroveraar van zijn veroveraars is--nog steeds "het onsterfelijke Griekenland."

BELANGRIJKE JAARTALLEN IN DE GRIEKSCHE GESCHIEDENIS.

VÓÓR CHRISTUS.

776 Begin der Eerste Olympiade. 621 Draco hervormt de Atheensche wetten. 594 Solon hervormt de Atheensche wetten. 509 Clisthenes hervormt de Atheensche wetten. 500-494 De opstand der Joniërs. 490 De slag bij Marathon, waardoor Darius gedwongen wordt naar Azië terug te keeren. 480 De slagen bij Thermopylae en Salamis, waardoor Xerxes gedwongen wordt naar Azië terug te keeren. 479 De slag bij Plataea bevrijdt Griekenland van de Perzen. De slag bij Mycale bevrijdt den Hellespont en de Aegeïsche eilanden. 477 De Bond van Delos wordt gesticht. 469 Slag bij den Eurymedon. Einde van den Perzischen oorlog. 445 De Vrede van Pericles geeft Griekenland rust. 445-431 De Eeuw van Pericles. 421 De Vrede van Nicias maakt een einde aan den Peloponnesischen Oorlog. 415-413 De expeditie naar Sicilië en het beleg van Syracuse. De burgers, onder aanvoering van den Spartaan Gylippus, verslaan de Romeinen volkomen te land en ter zee. 405 Slag bij Aegos-Potamos. 404 Val van Athene. 401-400 Terugtocht der Tienduizend Grieken door Klein-Azië, onder aanvoering van Xenophon. 399 Dood van Socrates. 394 Zeeslag bij Cnidus. 387 Vrede van Antalcidas, waardoor een einde kwam aan den Corinthischen Oorlog. 371 Slag bij Leuctra. Begin van den ondergang van Sparta. 362 Dood van Epaminondas bij Mantinea. Einde van de hegemonie van Thebe. 338 Slag bij Chaeronea. Geheel Griekenland in de macht van Philippus van Macedonië. 334 Alexander trekt den Hellespont over, om een inval te doen in Perzië, Egypte en Indië. 323 Dood van Alexander. Verdeeling van zijn rijk. 168 Macedonië wordt een Romeinsch wingewest. 146 Geheel Griekenland wordt veroverd en tot een Romeinsche provincie gemaakt. 63 Syrië wordt een Romeinsche provincie. 30 Egypte wordt een Romeinsche provincie.

AANTEEKENING

[1] Niet de beroemde redenaar Demosthenes.

REGISTER DER EIGENNAMEN.

A

Academie, 206.

Achaeërs, 5, 25, 40, 41.

Achaeus, 5.

Achilles, 22, 238, 242, 249.

Acropolis, 61, 67, 68, 69, 114, 130, 141, 145, 147, 153, 163, 165, 201.

Aeëtes, 15, 17.

Aegeïsche Zee, 25, 39, 84, 91, 96, 136, 142, 143, 178, 192, 207.

Aegeus, 7.

Aegina, 104.

Aegos-Potamos, 199, 221, 222.

Aeneas, 19.

Aeneïs, 22.

Aeoliërs, 5, 25.

Aeolus, 5.

Aeschines, 232, 233.

Aeschylus, 149, 150.

Aesculapius, 205.

Afrika, 84, 93, 95, 182, 219.

Agamemnon, 18.

Agesilaus, koning, 212, 214, 221.

Alcaeus, 85.

Alcibiades, 180, 181, 184, 185, 186, 191, 192, 193, 194, 195, 196, 198, 199, 203, 206.

Alcmaeoniden, 62, 65, 67, 68, 71, 72, 75.

Alexander, koning, 233, 235, 237, 238, 239, 240, 241, 242, 243, 244, 245, 246, 247, 248, 249, 250, 251, 253.

Alexandrië, 246.

Amphictyonen, 36, 37.

Amphipolis, 176, 225, 226.

Antalcidas, 213.

Antiphon, 205, 206.

Apelles, 242, 243.

Aphrodite, 18, 19, 230.

Apollo, 1, 2, 3, 10, 19, 35, 36, 43, 49, 51, 72, 84, 116, 120, 127, 129, 146, 184, 206, 230, 231, 232.

Arabië, 250.

Arabische Zee, 250.

Arbela, 247, 248.

Arcadië, 52, 53, 214, 219, 221.

Arcadiërs, 52, 53, 219.

Areopagus, 58, 65.

Ares, 19, 58.

Argo, 15, 56.

Argolis, 141, 178, 252.

Argolische Bond, 178.

Argonauten, 15.

Argos, 53, 54, 113, 140, 213, 223.

Argus, 15.

Ariadne, 7, 8.

Arisch ras, 25.

Aristides, 103, 104, 123, 133, 136, 137, 140.

Aristophanes, 150, 151.

Aristoteles, 237, 238.

Artaxerxes, 207.

Artemisium, 116, 119.

Assyriërs, 109.

Athene, godin, 10, 19, 20, 21, 51, 61, 70, 146, 147, 201.

Athene, stad, 6, 7, 8, 12, 56, 57, 58, 62, 65, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 74, 75, 76, 91, 96, 97, 98, 99, 100, 104, 105, 112, 113, 114, 119, 120, 121, 122, 124, 128, 129, 130, 131, 132, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 153, 154, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 166, 168, 169, 170, 173, 174, 178, 180, 181, 183, 185, 186, 187, 190, 191, 192, 193, 194, 195, 196, 198, 200, 202, 203, 204, 206, 213, 215, 216, 220, 223, 226, 227, 232, 233, 237, 240, 249.

Atheners, 8, 24, 45, 48, 51, 56, 58, 62, 63, 65, 67, 68, 71, 76, 92, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 103, 104, 105, 112, 113, 114, 119, 123, 124, 129, 130, 132, 140, 142, 144, 145, 151, 152, 153, 154, 155, 160, 161, 162, 163, 164, 165, 166, 171, 172, 173, 174, 175, 176, 178, 179, 180, 181, 183, 184, 186, 187, 188, 189, 191, 193, 195, 196, 197, 198, 199, 200, 203, 213, 215, 216, 219, 221, 223, 227, 232, 244, 229, 230,[**229, 230, 232, 244.?]

Athos, Berg, 97, 98, 105.

Atlas, 11.

Attica, 40, 55, 56, 57, 63, 73, 74, 75, 76, 96, 97, 98, 99, 120, 123, 127, 130, 142, 163, 174, 175, 192, 203, 233.

Aurora, 3.

Azië, 92, 134, 207, 213, 224, 234, 242, 243, 245, 251.

B

Babylon, 248, 250.

Babylonië, 207.

Bessus, 250.

Boeotië, 49, 55, 121, 126, 174, 232, 233, 240.

Boeotiërs, 192, 200.

Bondgenooten-Oorlog, 227.

Bosporus, 93, 196, 199.

Brasidas, 174, 175, 176.

Bucephalus, 236, 251.

Byzantium, 132, 133, 160, 196, 232, 238.

C

Cadmus, 16.

Cambyses, 93.

Carthago, 95, 186.

Caryatide, 147.

Caspische Zee, 250.

Centraal-Azië, 25.

Ceos, 118.

Cerberus, 10.

Chaeronea, 233, 236.

Chalcedon, 196.

Chalcidice, 175, 225.

Chalcidiërs, 76.

Chalcis, 75.

Chalybiërs, 109.

Charybdis, 22.

Chios, 22, 192.

Cimon, 137, 138, 139, 140.

Circe, 22.

Cleomenes, koning, 72, 75.

Cleon, 164, 172, 173, 175, 176.

Clisthenes, 72, 73, 74, 99.

Cnidus, 213, 230.

Codrus, koning, 57, 58.

Colchiërs, 109.

Colchis, 13.

Constantinopel, 132.

Corcyra, 161, 162, 174, 184.

Corcyreërs, 162.

Corinthe, 36, 45, 58, 112, 115, 121, 140, 161, 162, 182, 186, 200, 213, 233, 240.

Corinthiërs, 122, 161, 162, 192.

Creta, 7, 9, 24, 41.

Critias, 206.

Crito, 205.

Croesus, koning, 36, 92.

Cycladen, 118.

Cycloop, 4, 22.

Cylon, 61.

Cyrus, koning, 92, 93, 199, 207, 209, 210, 212.

Cythera, 174.

D

Daedalus, 8.

Damon, 89.

Darius I, 93, 94, 95, 96, 97, 105.

Darius II, 192.

Darius III, 243, 244, 245, 246, 247, 249, 250.

Decelea, 186, 187, 191, 197.

Delium, 174.

Delos, 126, 136, 137, 138, 142, 154, 160, 193, 215, 226, 227.

Delphi, 35, 36, 43, 49, 50, 57, 72, 84, 92, 113, 120, 127, 128, 129, 231, 232.

Delphische amphictyonen, 36, 37, 231.

Demaratus, 110, 111.

Demeter, 146.

Demosthenes, 170, 188, 190, 227, 228, 229, 230, 232, 233, 238, 239, 240, 251, 252.

Dertig Tyrannen, 203, 206.

Deucalion, 5.

Diogenes, 240, 241.

Diomedes, 20.

Dionysius, 89, 90.

Dionysus, 148, 149, 197, 202, 230, 232.

Dodona, 34, 35.

Donau, 93, 99.

Doriërs, 5, 24, 25, 40, 41, 57, 58, 179, 183.

Dorische bouwkunde, 146.

Doriscus, 109.

Dorus, 5.

Draco, 59, 60, 73, 74.

E

Ecclesia, 60, 65, 73, 74.

Egesta, 183, 185.

Egypte, 88, 89, 93, 246, 251.

Eleusinische Mysteriën, 185, 197.

Eleusis, 197, 198.

Elis, 12, 53, 77.

Elyseesche Velden, 32.

Epaminondas, 215, 216, 219, 220, 221, 222, 223.

Ephialtes, 116.

Epirus, 34.

Erechtheum, 146, 147.

Eretriërs, 96, 98.

Eridanus, 4.

Ethiopië, 109.

Euboea, 96, 97, 98, 119, 183, 191, 195.

Eupatriden, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 73.

Euripides, 151, 228.

Euripus, 119, 150.

Europa, 9, 114.

Europa, werelddeel, 105.

Eurymedon, 137.

Eurystheus, 10, 11, 12.

F

Frankrijk, 84.

G

Gallië, 160.

Gaza, 245, 249.

Gelo, 113.

Georgia, 155.

Gordiaansche Knoop, 244.

Gordium, 244.

Gouden Vacht, 13, 14, 15, 17, 27, 182.

Granicus, 243.

Gylippus, 187, 188.

H

Hades, 33.

Hector, 22, 249.

Helena, 18.

Hellen, 5.

Hellenen, 5.

Hellespont, 106, 108, 112, 124, 134, 152, 195, 242.

Heloten, 41, 42, 48, 134, 139, 172, 175, 176, 219.

Hephaestos, 10.

Hera, 4, 19.

Heracles, 10, 11, 12, 35, 56.

Heracliden, 12, 24, 41.

Hermen, 184.

Hermes, 10, 202, 230, 232.

Herodotus, 152, 153.

Hesiodus, 50, 70, 159.

Hesperiden, 11.

Hindu-Kush, gebergte, 250.

Hipparchus, 71.

Hippias, 71, 72, 76, 96, 98.

Histiaeus, 95.

Homerus, 22, 29, 32, 34, 38, 70, 107, 238, 242.

Hyllus, 12.

I

Ilias, 22, 159, 238, 245, 249.

Ilyssus, 100, 141.

Ilium, 21.

Indië, 93.

Indus, 250.

Ion, 5.

Issus, 244.

Isthmus, 117, 122.

Italië, 83, 122, 160, 162, 170, 182, 219, 250.

Ithaca, 155.

Ithome, 51, 139, 220.

J

Jason, 13, 14, 15, 16, 17, 27.

Jonië, 91, 92, 95, 96, 126.

Joniërs, 5, 25, 40, 41, 73, 119, 120, 126.

Jonische bouwkunde, 146.

Jonische stammen, 55, 73.

Jonische steden, 209.

Jupiter, 209.

K

Klein-Azië, 25, 39, 41, 132, 192, 195, 207, 213, 243, 244, 246.

L

Lacedaemonius, 140.

Laconië, 41, 42, 50, 52, 174.

Lamachus, 185.

Lange Muren, 200.

Leonidas, koning, 115, 116, 117, 118.

Lesbos, 85, 164.

Leuctra, 216, 218.

Lotos-eters, 22.

Lycurgus, 42, 43, 44, 45, 48, 49, 65.

Lydië, 36, 91, 92, 112.

Lydiërs, 91, 92.

Lysander, 199, 200.

M

Macedonië, 25, 95, 175, 176, 182, 192, 220, 221, 223, 224, 225, 226, 227, 229, 233, 235, 238, 242, 244, 250, 251, 252.

Macedoniërs, 223, 233, 235, 237, 238, 245.

Maliër, 116.

Mantinea, 178, 214, 218, 221.

Mantineërs, 218.

Marathon, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 147, 150, 211.

Mardonius, 97, 105, 124, 126.

Marmora, 133.

Mars, Heuvel van, 58.

Medea, 16, 17.

Meden, 109.

Medië, 92.

Megacles, 61, 62.

Megalopolis, 219.

Megara, 62, 140.

Meliërs, 179.

Melos, 178, 179.

Menelaus, 18.

Messene, 220.

Messenië, 42, 50, 139, 170, 174, 219.

Messeniërs, 50, 51, 52, 139, 140, 170, 220.

Midas, koning, 91.

Middellandsche Zee, 83, 190, 245.

Milete, 92, 95.

Miltiades, 95, 99, 100, 137.

Minos, 7, 8, 9.

Minotaurus, 7, 8, 9, 17, 56.

Muzen, 1.

Mycale, 126, 132.

Mycene, 10, 11.

Myron, 147, 148.

Mytilene, 164, 166.

Mytileners, 165.

N

Naupactus, 140, 219.

Nausicaä, 29.

Nemeïsch bosch, 11.

Nicias, 173, 177, 178, 179, 180, 182, 185, 188, 190.

Nijl, 84, 246.

O

Odeon, 149.

Odyssee, 22, 159.

Odysseus, 18, 20, 22, 28.

Oedipus, 9.

Olympia, 38, 53, 77, 78, 80, 82, 148, 232.

Olympiade, 82.

Olympische Spelen, 53, 67, 77, 81, 116, 135, 152, 159, 181, 206.

Olympus, Berg, 1, 19.

Olynthus, 226.

Onsterfelijken, Tienduizend, 108.

Ormuzd, 108, 109.

P

Pactolus, 91.

Pamphylië, 137.

Paris, 18, 19.

Parisch, 72.

Parnassus, 35, 120.

Parthenon, 71, 145, 146, 147, 201.

Pausanias, 133, 134, 136.

Pelias, 13, 14, 15, 16.

Pelopidas, 214, 215, 220, 221, 222, 223.

Peloponnesus, 24, 25, 41, 50, 52, 53, 55, 58, 116, 121, 122, 123, 124, 127, 139, 140, 143, 162, 163, 175, 178, 186, 219.

Pelops, 118.

Perdiccas, 251.

Pericles, 140, 142, 143, 144, 145, 146, 149, 152, 153, 154, 155, 157, 159, 160, 161, 162, 164, 172, 179.

Perioeki, 41.

Persepolis, 248, 249.

Perzen, 92, 94, 96, 97, 98, 99, 100, 103, 105, 107, 108, 109, 111, 113, 115, 117, 119, 120, 121, 122, 123, 124, 126, 127, 132, 133, 134, 136, 137, 138, 154, 155, 193, 194, 195, 213, 234, 236, 243, 244, 245, 247, 248, 250.

Perzië, 36, 94, 124, 139, 160, 199, 207, 210, 212, 213, 221, 234, 236, 242, 246, 248, 251.

Phaëton, 2, 3, 4, 23.

Phalerum, 132, 142.

Pharnabazus, 195.

Pheidon, 53.

Phidias, 148.

Philippicae, 229.

Philippus II, 25, 223, 224, 225, 226, 227, 229, 230, 231, 232, 233, 234, 235, 236, 237, 238, 239, 241.

Phocensers, 230, 231, 232.

Phocis, 35, 232.

Phoenicië, 93.

Phrygië, 244.

Pindarus, 129, 159, 240.

Piraeus, 105, 132, 142, 184, 196, 198, 200, 220, 228.

Pisatiërs, 53.

Pisatis, 53.

Pisidië, 207.

Pisistratus, 67, 68, 69, 70, 71.

Plataea, 99, 113, 126, 127, 128, 133, 150, 166, 169.

Plataeërs, 101, 166, 168, 169.

Plato, 204, 206, 212, 237, 240, 241.

Polycrates, 88, 89.

Pontonous, 30.

Pontus Euxinus, 83, 211.

Poseidon, 10, 70, 146, 147, 252.

Praxiteles, 230.

Priamus, koning, 20.

Propontis, 133.

Ptolemaeus, 251.

Pylos, 170, 171, 172, 174, 175, 188, 189.

Pyrrha, 5.

Pythagoras, 85, 86, 87.

Pythias, 89, 90.

R

Rhegium, 185.

Rhone, rivier, 84.

Rome, 251, 253.

Romeinen, 251, 252.

Rusland, Zuid, 93.

S

Saciërs, 109.

Salamis, 62, 63, 120, 121, 122, 123, 124, 125, 127, 135, 150.

Samos, 85, 88, 126, 160, 193, 194, 195, 207.

Sappho, 85.

Sarangiërs, 109.

Sardes, 96, 112.

Sardinië, 83.

Scylla, 22.

Scythen, 93, 94, 95.

Selinus, 185.

Sestos, 199.

Sicilië, 83, 95, 113, 170, 178, 179, 182, 183, 185, 186, 187, 191, 197, 219.

Simonides, 118, 159.

Sinon, 20, 21.

Socrates, 36, 180, 181, 204, 205, 206, 207, 212.

Solon, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 74.

Sophocles, 150, 151, 228.

Spanje, 160, 250.

Sparta, 18, 41, 42, 43, 45, 48, 49, 53, 54, 55, 75, 88, 96, 97, 110, 112, 113, 128, 130, 131, 138, 139, 140, 142, 144, 161, 162, 170, 174, 175, 178, 186, 187, 192, 193, 200, 202, 203, 207, 212, 213, 214, 215, 216, 217, 218, 221, 223, 226.

Spartanen, 41, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 57, 72, 75, 92, 97, 99, 100, 111, 112, 113, 115, 116, 117, 118, 121, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 140, 142, 143, 162, 163, 166, 167, 168, 169, 171, 172, 173, 174, 175, 176, 178, 179, 186, 187, 191, 192, 193, 194, 195, 196, 197, 199, 200, 207, 212, 213, 214, 215, 216, 217, 218, 219, 220, 221, 222.

Sphacteria, 171, 172, 173.

Sphinx, 9.

Stagira, 238.

Sunium, 120, 191.

Susa, 248.

Syracusanen, 186, 187, 188, 189, 190, 192, 193.

Syracuse, 89, 113, 183, 185, 186, 187, 188, 189.

Syrië, 251.

T

Tempe, pas, 112, 115.

Thebanen, 75, 76, 129, 169, 200, 214, 215, 216, 221, 236, 240.

Thebe, 9, 99, 113, 129, 169, 200, 203, 213, 214, 215, 218, 220, 221, 222, 223, 224, 226, 233, 239, 240.

Themistocles, 103, 104, 105, 119, 121, 122, 123, 127, 129, 130, 131, 132, 134, 135, 140.

Thermopylae, de, 115, 116, 117, 118, 119, 142, 174, 175, 176.

Theseus, 6, 7, 8, 9, 23, 56, 57.

Thespiërs, 118.

Thessalië, 13, 112, 220, 239.

Thessaliërs, 112, 217.

Thessalonica, 217.

Thracië, 93, 95, 97, 109, 132, 175, 182, 192, 198, 225.

Thraciërs, 109, 115, 198.

Thucydides, 152, 153, 166, 168, 171, 176, 189, 229.

Thyrea, 53.

Tienduizend, De, 211, 212, 234.

Tissaphernes, 193, 194, 195, 199, 212.

Trapezos of Trebizonde, 211.

Trojanen, 18, 19, 20, 21.

Troje, 18, 19, 20, 21, 113, 242.

Tyrus, 245, 249.

Tyrtaeus, 51.

V

Vaphio, 28, 29.

Vierhonderd, 194, 195.

Virgilius, 22.

X

Xenophon, 203, 207, 209, 210, 211, 212, 221, 222.

Xerxes, 105, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 115, 116, 119, 120, 123, 124, 133, 134, 152, 242.

Z

Zeus, 1, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 19, 33, 34, 38, 51, 78, 80, 96, 128, 148.

Zwarte Zee, 83, 195, 196, 232.