De Geest van China

Part 14

Chapter 14289 wordsPublic domain

Met de mystieke parel wordt bedoeld Tao.

[47] Doe-Niets Zeg-Niets had gelijk in zóó ver dat hij het niet wist; Dolleman-Stotteraar was er dichtbij, had dus bijna gelijk omdat hij ’t vergeten had. De groote fout ligt in ’t weten. Tao moet men niet weten maar zijn. Alleen in zijn ligt de erkentenis van Tao. Het weten dat geen Zijn is, is geen eigenlijk weten.

[48] Tao hier even in de Confucianistische beteekenis „Weg”, bij wijze van woordspeling, genomen.

[49] Men zie het werkje van Kern-Mannoury over Boeddhisme, in de „Wereld-Bibliotheek” verschenen.

[50] Eerder dan ’t populaire versje van Kipling is het woord van Goethe waar: „Orient und Occident sind nicht mehr zu trennen”.

[51] Verlag Oesterheld & Co. Berlijn.

[52] Bij Van Oest, Brussel, uitgegeven.

[53] Leiden. E. J. Brill.

[54] Uit Vetrucci’s „Kie Tseu Yuan Houa Tchouan”. Leiden. E. J. Brill.

[55] H. A. Giles: Introduction to the History of Chinese Pictorial Art.

[56] Edmond de Goncourt: La Maison d’un Artiste.

[57] Zie mijn „Het Daghet in den Oosten” (L. J. Veen, Amsterdam) en mijn artikel „De Nieuwe Banen der Sinologie” (in „De Gids” van 1 Nov. 1911).

[58] Prof. G. von der Gabelentz: Confucius und seine Lehre.

[59] In zijne inleiding tot Ku Hung Mings „Chinas Verteidigung gegen Europäische Ideeën.”

[60] In het werk „De Geest van Japan” van Okakura-Yoshisaburo (Uitg. Wereldbibliotheek) vindt men op blz. 39 en 40 uittreksels uit dit Heilig Edict.

[61] In zijn „Shantung, the Sacred Province of China”.

[62] Een zekere vorm van literaire opstellen, vereischt bij de—thans afgeschafte—literaire staats-examens.

[63] „Mémoires relatives à l’Asie”.

[64] Men zie voor bizonderheden mijn artikel „De Nederlandsche Sinologie” in „De Gids” van 1 Augustus 1912.

[65] De oorspronkelijke Chineesche werken zijn hierbij niet opgenoemd.