Part 8
Deze combinatie heeft, zooals reeds werd opgemerkt, op de geslachts-verhouding der individuen haar invloed uitgeoefend door er een neiging tot collectivisme met economisch voordeel in te brengen, zooals bij de prostitutie, kenmerkend voor ons ras, het best blijkt. Anderzijds heeft het op de economische verhouding der maatschappij haar invloed uitgeoefend, door er een neiging tot individualisme met geslachts-voordeel in te brengen, het best aangetoond in het veelvuldig opofferen van het algemeen welzijn aan persoonlijk voordeel, opdat het individu daardoor "zijn gezin kan onderhouden." Wij zijn zoo gewend om het als een eersten plicht van een man te beschouwen om "zijn gezin te onderhouden", dat wij een zeer sprekend voorbeeld van omkoopbaarheid en verdorvenheid noodig hebben om onze overtuiging in dezen aan het wankelen te brengen; maar als een sociologische wet wordt ieder stadium van de laagheid om den publieken dienst tot een persoonlijk voordeel te maken, van de degradatie van den artist tot de exploitatie van den hulpeloozen onbekwamen werkman, als een ziekelijke maatschappelijke handeling gekenmerkt. Onze maatschappij moet gebaseerd zijn op onze algemeene toestemming, algemeen handelen, algemeene onderwerping aan den algemeenen wil.
Geen individueele belangen kunnen ook maar voor een oogenblik tegenover de belangen van het algemeen welzijn staan, zelfs niet wanneer de oorlog het laatste offer van persoonlijk bezit of het leven eischt, of wanneer de vrede de volkomen onderwerping vereischt aan de wet, de vastgestelde uitspraak van den volkswil. Het handhaven van "wet en orde" sluit den waren socialen geest in,--het opgaan van persoonlijk belang in het algemeen belang. Dit alles berust op de ontwikkeling van den maatschappelijken geest, het scherpe gevoel voor den maatschappelijken plicht, het nauwgezet volbrengen van den maatschappelijken dienst. Hier treedt het overdreven individualisme dat door onze sexueel-economische verhouding gehandhaafd wordt, als een sterke en toenemende nadeelige sociale factor op. Wij hebben zwakjes erkend dat het samengaan van de geslachts-verhouding met de economische verhouding van beide zijden niet bestaanbaar is, door scherp te veroordeelen dat de geslachts-functiën openlijk tot koopwaar worden gemaakt en door aan te sporen tot het ongehuwd blijven in collectieve instellingen. Vereenigingen van mannen of vrouwen, die door de hoogste godsdienstige gevoelens geleid worden tot een waardig leven en het dienen van de maatschappij, hebben in onze geslachts-verhouding altijd iets tegenstrijdigs gevonden. Zij hebben gemeend dat het in de verhouding zelf lag, en zagen niet dat het de economische zijde was die haar tegenstrijdig maakte. Toch was deze handeling praktisch geoorloofd in het voortdurend bestaan van gemengde vereenigingen, waar de geslachts-verhouding bestaat in een vorm die niet erkend wordt en zonder het element van den economischen ruil. Het wordt ook aan de gehuwde zendelingen der Protestantsche kerk toegestaan, die door vrijwillige bijdragen onderhouden worden. Was de zendeling verplicht voor zich en voor zijne vrouw het levensonderhoud te verdienen, dan kon hij te weinig voor de zaak der zending doen.
De hoogste deugden in den mensch zijn volkomen vereenigbaar met de geslachts-verhouding, maar niet met de sexueel-economische verhouding. Dit wordt ons nog eens bewezen in de neiging tot samengaan in vereenigingen van ongehuwde mannen,--hun kameraadschappelijkheid, gelijkheid en onderlinge hulpvaardigheid,--vergeleken met de houding van diezelfde mannen tot elkander, zoodra zij gehuwd zijn. Hierin kan men ook de reden vinden waarom het organiseerend vermogen in mannen zooveel sterker is dan in vrouwen; hunne algemeen economische belangen dwingen hen met elkander in betrekking te treden, terwijl de geïsoleerde en zelfs tegenstrijdige belangen der vrouwen haar van elkander verwijderd houden. De toestand van individueel economische afhankelijkheid waarin de vrouwen leven, komt overeen met die van de wilden in het bosch. Zij worden haar economische goederen machtig door zich door persoonlijke inspanning een man te veroveren, allen wedijverende voor dit doel. Geen vereeniging is mogelijk. Het groot aantal meisjes in een badplaats doet ons in haar houding tegenover den kleinen groep jonge mannen onwillekeurig denken aan de naijverige wilden op een te klein jachtveld. Hier kan de economische reden gevonden worden voor de dikwijls opgemerkte bitterheid waarmede de deugdzame vrouwen haar gevallen zusters beschouwen. In gesloten rijen staan de deugdzame vrouwen opeen gepakt, weigerend om zich zelf te geven,--haar eenig economisch goed,--tenzij zij verzekerd zijn van een wettig huwelijk, een waarborg voor levenslang onderhoud. Wanneer bij beide geslachten de geboortecijfers gelijk waren, zou elke vrouw vrij wel zeker zijn dat haar eischen ingewilligd werden. Maar ook in dat geval komt de ondeugdzame vrouw tusschenbeide en biedt dezelfde zaken,--ofschoon van minder kwaliteit, dat is zeker,--voor een lageren prijs aan. Elk van zulke onwettige mededingsters vermindert de kans van de ongehuwde en het inkomen van de gehuwde vrouwen. Geen wonder dat dit de vrouwen die zich op waarde houden en op die wijze onderkropen worden tot bitterheid stemt. Het is dezelfde haat dien een werkman die lid is van zijn vakvereeniging, voelt voor den "onderkruiper".
Aan den kant van de vrouw handhaven wij nog steeds de kracht van den oorspronkelijken individueelen wedijver in de wereld, wat natuurlijk ook door hare zonen wordt overgeërfd, en wordt daardoor de richting van den maatschappelijken vooruitgang, die juist co-operatie wil ontwikkelen, tegengehouden.
Aan den kant van den man ontstaat een zelfde gevolg uit een ander kenmerk der verhouding. De neiging tot individualisme met geslachts-voordeel komt in den man door een tegenovergesteld proces als in de vrouw werkt, tot ontwikkeling. Zij verdient haar levensonderhoud met het verkrijgen van een man. Hij verkrijgt zijn vrouw met het verdienen van een levensonderhoud. Het is haar individueel economisch voordeel om een man te bemachtigen. Het is zijn individueel geslachts-voordeel om zich economische voordeelen te verzekeren. De geslachts-functiën zijn voor haar economische functiën geworden. De economische functiën zijn voor hem geslachts-functiën geworden. Hierdoor is onze natuurlijke economische wedijver, die leidde tot economische co-operatie met het element van geslachts-wedijver--een geheel andere kracht--in de war gebracht.
Wedijver onder mannen, met een vrije keus der vrouwen om den besten te kiezen, is het proces der teeltkeus, dat tot verbetering van het ras voert. Voor zoo ver de man met zijne gelijken wedijvert in hooger en hooger bekwaamheden en de vrouw den winnaar kiest, ontstaat een direct algemeen voordeel. Maar er bestaat een ingrijpend verschil tusschen geslachts-wedijver en het huwelijk door koop. In het eerste geval overwint de man door wat hij kan doen, in het tweede door wat hij kan krijgen. De toenemende macht om te doen, overgebracht op de nakomelingen, is van groot voordeel voor het ras. Maar zuiver bezit, zonder de vraag op welke wijze het verkregen is, behoeft niet noodzakelijk voordeelig te zijn voor het individu als vader.
Door het geslachts-voordeel van den man op zijn gekochte macht te gronden, wordt de onmetelijke kracht van den geslachts-wedijver in het sociaal-economische veld geplaatst, niet enkel als een aansporing tot werken en uitvoeren, wat goed is, maar ook als een aansporing om persoonlijke winst te maken, op welke wijze dan ook verkregen, wat slecht is; zoodoende wordt onze wensch om te bezitten grooter en sterker en van daar de buitensporige inhaligheid van onze industrieele bevolking.
Het steekspel in de middeleeuwen was misschien een ruwe sport, met zijn verminkende kwetsuren, pijn en dood; maar met het aanvuren van: "Vooruit, moedige ridders, schoone oogen zijn op u gevestigd!" vertegenwoordigde het een gezonder proces dan onze moderne handelwijze, van zich eerst een middel van bestaan te verzekeren om de geslachts-verhouding te kunnen betalen. Door Jean Ingelow werd dit zeer goed bezongen:
Ik werkte ver opdat ik kon verdienen Een gezellig tehuis op Engelands grond; Ik zwoegde hard om veel te kunnen sparen. En had daarom mijn zwaren arbeid lief.
En steeds fluisterde het in mijn geest zeer zacht: "Hoe kalm en gelukkig zal mijn leven zijn Als een lieve vrouw en kleine kinderen Het door mij verdiende brood mede-eten."
De strijd die tegenwoordig in het hart van ieder goed mensch gevoerd wordt tusschen hetgeen hij "moest doen" en hetgeen hij "doet", tusschen zijn goed werk en het werk om den broode, is zijn persoonlijk aandeel in dezen voortdurenden strijd tusschen sociaal-belang en eigen-belang. Voor hem zelf en door hem zelf zou hij blijde zijn als hij zijn beste werk kon leveren, als hij trouw kon zijn aan zijne idealen, als hij moedig verlies kon dragen ter wille van de waarheid. Maar het is even als een inschikkelijke kapitalist in: "Stel U In Zijn Plaats" zeide, toen zijn flinke jonge vriend--een ongehuwde--zich verwonderde dat hij op onrechtvaardige eischen van zijne werklieden inging: "Het huwelijk maakt een muis van een man."
De jonge handelsman die de kronkelwegen in de geslachts-verhouding bewandelt, vindt in het dure onderhoud van zijne schoone afhankelijke een aanhoudende bedreiging voor zijn eerlijkheid en zijne verwachtingen in zaken. Wanneer diezelfde man trouwt, werken de behoeften van zijne vrouw dikwijls op dezelfde wijze. Het gevoel van de afhankelijkheid van het hulpelooze schepsel dat door hem gevoed moet worden, prikkelt niet tot meer moedbetoon, maar dwingt tot onderwerping. Dit op den voorgrond tredend onderscheid moet goed in het oog gehouden worden.
Wettige geslachts-wedijver doet al de goede eigenschappen van een man uitkomen. Om haar te behagen, om haar te winnen streeft hij er naar zijn best te doen. Maar de economische afhankelijkheid der vrouw van den man, met de daaruit voortvloeiende koopbaarheid, oefent een geheel anderen invloed op hem uit; het plaatst hem voor de noodzakelijkheid om dingen te verkrijgen, niet om dingen te doen. Op de laagste treden van den arbeidsladder, waar men niets verkrijgt zonder iets te doen en de werkman altijd meer doet dan hij verkrijgt, heeft dit niet zulke tastbare slechte gevolgen als op de hoogere treden, waar de beroepen en kunsten staan en het beste werk altijd boven de markt staat; werken voor de markt beteekent daar verlaging van arbeid. De jonge kunstenaar of dichter, de wetenschappelijke jonge man werkt ter wille van de kunst of van de wetenschap en zoo voor het welzijn van de maatschappij. Maar zoodra zij huwen, moeten zij geld verdienen, moeten dan werken voor hen die betalen willen, en die betalen willen zijn niet diegene die de vlag van den vooruitgang hoog houden. Den belangeloozen werkers voor het maatschappelijk welzijn is het zeer goed mogelijk gemeenschappelijke belangen te hebben, doch zoodra de geslachts-verhouding tusschen beide treedt, scheurt de solidariteit vaneen en lost zich op in kleine groepen van individuen, die vereenigd zijn alleen op grond van geslachts-vereeniging en zich druk maken alleen voor hunne persoonlijke belangen, ten koste van iemand of van iedereen.
Dat de geslachts-verhouding een slechten invloed uitoefent op de ras-werkzaamheden is tot de volksovertuiging doorgedrongen en heeft uiting gevonden in het hartelooze gezegde: "Cherchez la femme". Wanneer iemand zijn zaken slecht behartigt, den moed laat zakken, onverschilligheid toont, dan vragen zijn cynische vrienden: "wie is zij?" Niet voor niets zuchten de goede vrienden van een man wanneer hij trouwt, vooral wanneer hij iemand is met groote gaven. Maar naast dit oordeel van de wereld staat eveneens het vertrouwen in den veredelenden invloed der vrouw. De wereld heeft gelijk. Het kan evengoed het een als het ander zijn. Beide opinies zijn juist. De vrouw die alleen door de geslachts-verhouding of alleen door de individueel-economische verhouding invloed uitoefent, werkt veredelend op de maatschappij. De vrouw die door hardnekkig beide verhoudingen te vereenigen, een macht wordt in de maatschappij, oefent inderdaad een zeer vreemden invloed uit.
Een van de amusante kleine gevolgen van deze omstandigheden is dit: terwijl wij het gevolg van het huwelijk op de sociaal-economische verhouding en het gevolg van de sociaal-economische verhouding op het huwelijk hebben opgemerkt en gezien dat de trouwe dienaar van het gezin een slechte dienaar van de maatschappij en de trouwe dienaar van de maatschappij een slechte dienaar van het gezin was, en dat instellingen waar ongehuwden samenwonen een goed resultaat opleveren, maakten wij de conclusie dat alleen de ongehuwde staat met collectieve welvaart kan samengaan, iets dat wij niet wenschen. Daarom is de volksmeening zoo spoedig gereed om de socialistische theorieën gelijk te stellen met ondermijning van het huwelijk. Toen men inzag dat het huwelijk ons minder gezind maakte tot collectivisme, heeft men de gevolgtrekking gemaakt dat dan ook omgekeerd het collectivisme ons minder gezind moet maken om te trouwen,--dat "het gezin zal afgebroken worden" en dat het "de grondslagen van het familieleven zal aantasten."
Wanneer wij ons eerst duidelijk voor den geest hebben gesteld dat een zuivere, duurzame, monogame geslachts-vereeniging bestaan kan zonder lokmiddel of koop, zonder de ijzeren boeien van economische afhankelijkheid, en dat mannen en vrouwen zoo vereenigd in geslachts-verhouding toch vrij zullen zijn om met anderen vereenigd te zijn in economische verhouding, dan zullen wij toewijding aan de menschheid niet meer beschouwen als een onnatuurlijk offer en collectieve welvaart als een zaak om te vreezen.
Buiten en behalve het handhaven van dit oorspronkelijk individualisme in het steeds toenemend collectivisme van het sociaal-economisch proces en het brengen van het beginsel van den geslachts-strijd in het nauwe veld van industrieelen wedijver, bestaat er nog een andere zijde van den slechten invloed dien de sexueel-economische verhouding op de maatschappelijke ontwikkeling uitoefent. Dit komt doordat de vrouw niet produceert en toch consumeert.
In de individueele ontwikkeling van het menschenras, dat wonderbaar fijne uitwerken en ineenvloeien laten van bepaalde functiën welke het organisch leven van de maatschappij samenstellen, vinden wij dat productie en consumptie hand aan hand gaan, maar dat productie voorafgaat. Iemand kan niet verbruiken, wat nog niet voortgebracht is. Economische voortbrenging is de natuurlijke uiting van menschelijke energie,--geen geslachts-energie maar ras-energie,--de onbewuste plichtsvervulling van het maatschappelijk organisme. Maatschappelijk georganiseerde menschen hebben de neiging om voort te brengen, zooals een klier om af te scheiden; dit ligt in den aard der zaak. De scheppingsdrang, de wensch om te maken, om de innerlijke gedachte in uiterlijken vorm te brengen,--alleen uit behoefte om te maken, niet uit behoefte aan het gemaakte,--is het meest kenmerkend karakter der menschheid. "Ik wil teekenen", roept het kind, een potlood vragende. Het begeert niet te eten. Het wil teekenen. Het begeert niet iets in te brengen, maar het probeert iets uit te brengen. Meestal verlangt het iets te doen wat het heeft zien doen, om het even of het geldt het maken van een taartekorst of van scheermessen. De eerste kan het opeten, de laatste niet, maar dat maakt blijkbaar geen verschil. Dit is het natuurlijk voortbrengingsproces en wanneer het uitvoerbaar is, wordt het gevolgd door het natuurlijk verbruiksproces. Maar de consumptie is niet het voorname doel, de macht die regeert. Onder deze organische maatschappelijke wet komt, indien zij natuurlijk werkt, de evolutie van die kunsten en ambachten tot stand, in welker beoefening ons leven bestaat en van wier opbrengst wij leven. Zoo ontwikkelt de maatschappij in zich zelf,--scheidt af als 't ware--den socialen bouw met zijn samengestelde inrichting; en waren andere dingen gelijk, dan zouden wij in de maatschappij even natuurlijk functioneeren alsof wij zoovele klieren waren.
Maar andere dingen zijn niet gelijk. Het halve menschdom is van de vrije productieve uiting verstoken en gedwongen zijn menschelijken drang tot productie te beperken tot dezelfde wegen waar langs ook zijn geslachtsdrang tot reproductie uiting vindt. Zijn scheppend vermogen wordt beperkt tot het niveau van den rechtstreekschen persoonlijken lichamelijken dienst, tot het maken van kleederen en het bereiden van voedsel voor individuen. Geen maatschappelijke dienst wordt toegestaan. Terwijl de macht van de vrouw om te produceeren belemmerd wordt, neemt haar macht om te consumeeren onevenredig toe door den gullen toevoer van onverdiende gaven van den man. Eerstens heeft men de vrouw niet toegestaan vrij te produceeren en ten tweede bestaat er geen verhouding tusschen wat zij voortbrengt en wat zij verbruikt. Haar werkzaamheid is niet het natuurlijk gevolg van haar scheppende kracht, niet het werk dat zij doet omdat zij er de innerlijke macht en kracht toe heeft; noch geeft haar arbeid zelfs den maatstaf aan van hetgeen zij verdient. Zij bezit natuurlijk den aangeboren wensch om te consumeeren en men heeft daaraan geen andere grens gesteld, dan de macht of den wil van haar man.
Zoodoende hebben wij in ons midden met moeite ontwikkeld en met zorg gekweekt een groote klasse van on-productieve verbruikers, een klasse die de halve wereld is en de moeder van de andere helft. Wij hebben in het menschenras den wensch en de gewoonte gekweekt om "te nemen" afgescheiden van zijn natuurlijken voorlooper of begeleider van "te maken". Wij hebben deze eindelooze schare groote bloedzuigers voor ons zelf gemaakt, die allen roepen: "Geef! Geef!" Om voedsel te verbruiken, kleederen te verbruiken, huizen en meubelen en schilderijen en versierselen en amusementen te verbruiken, om eeuwig te nemen, te nemen, te nemen,--van één man als zij deugdzaam zijn, van velen als zij slecht zijn,--maar altijd te nemen en er nooit aan te denken om iets terug te geven dan alleen haar vrouw-zijn; dit is de gedwongen toestand van de moeders van ons ras. Het is geen wonder dat hare zonen in "zaken" gaan, om geld te maken. Het is geen wonder dat de wereld vervuld is van den wensch, om zooveel mogelijk trachten te krijgen en zoo weinig mogelijk te geven. Wat wonder ook dat wij hooge, innige liefde slechts bij naam kennen, met hier en daar een vreemde, mooie uitzondering, waarvan wij door onze bewondering de zeldzaamheid bewijzen.
Neemt men in aanmerking dat de sterk ontwikkelde mannelijke energie met ruwe wreedheid op de arbeidsmarkt moet strijden als op een slagveld en dat de averechtsche toestand der vrouwelijke energie een onnatuurlijke begeerigheid aangekweekt heeft, dan spreekt het van zelf dat de industrieele ontwikkeling der menschheid bijzondere verschijnselen te aanschouwen geeft. Een van de mindere gevolgen van deze laatste omstandigheid, het beperken van de vrouwelijke werkzaamheid tot uitsluitend persoonlijke behoeften en de neiging van haren over-ontwikkelden geslachts-aard, om de zoogenaamde "plichten der vrouw" te overschatten, heeft een fijn uitgesponnen toewijding aan personen en persoonlijke behoeften doen ontstaan, niet met het doel om beter karakters te vormen, maar om de lichamelijke behoeften en genoegens hooger op te voeren. De vrouw en moeder, die den opkomenden vloed van de macht van het ras in dezelfde oude kanalen stort als weleer haar vroegste voorouders deden, voorziet voortdurend en met toenemende kracht alleen in de physische behoeften van het gezin. Zij doet dit natuurlijk gaarne. Maar het onderhoudt in de menschen een overdreven gevoel van waarde voor kleederen, voedsel en versierselen voor zich zelf, zonder dat men het werkelijk nut en de waarde voor het algemeen er van beseft. Het ontwikkelt persoonlijke zelfzucht.
Doch ook, de verbruikende vrouw, uitgesloten als zij is van iedere vrije voortbrenging, is niet in staat het werk te waardeeren dat noodig was om haar al datgene te verschaffen, wat zij zoo lichtzinnig verbruikt. En daar haar verbruik zich hoofdzakelijk bepaalt tot die voorwerpen die haar zinnelijkheid streelen, is zij oorzaak dat de markt overvoerd wordt met zaken voor opschik en persoonlijke versierselen, met allerlei dingen die weelderig en ontzenuwend stemmen en dat wel in zulk een groote en grillige verscheidenheid dat zij een onoverkomelijk beletsel vormen voor de ware industrie en echte kunst. Als de priesteres van den tempel der consumptie, als de onbeperkte vraagster naar voorwerpen die zij verbruikt, is haar economische invloed reactionair en nadeelig. Veel, zeer veel van den stroom van nuttelooze productie waarin onze economische krachten doodloopen,--de kracht van den man uitloopend als water op mul zand,--is een gevolg van het scheppen en zorgvuldig handhaven van deze valsche markt, dien put waarin menschelijke arbeid wordt opgeslorpt, zonder dat er iets van terugkeert. De vrouw in haar valschen economischen toestand werkt nadeelig terug op industrie, op kunst, op wetenschap, op ontdekkingen en op vooruitgang. Door den invloed van de sexueel-economische verhouding op de lichaamsgesteldheid van het individu wordt in ons de drift naar oorspronkelijk individualisme levendig gehouden, waaraan wij anders reeds lang ontgroeid zouden zijn. Het maakt onze industrieele verhouding geslachtelijk en het maakt onze geslachts-verhouding tot handel. En als zichtbaar gevolg op de markt, verhindert en bederft de over-sekste vrouw, in haar onverstandig en voortdurend eischen, de economische ontwikkeling der wereld.
VII
Een toestand die reeds zoolang bestaat, zoo algemeen voorkomt en zoo standvastig was als de sexueel-economische verhouding in het menschdom, kon niet in den loop der sociale evolutie opgenomen en gehandhaafd zijn, indien hij geen natuurlijke oorzaken had gehad. De grootste kracht van den individueelen wil kon op den duur geen toestand gaande houden, waardoor de maatschappij zooveel nadeel berokkend wordt. Kerk en Staat en maatschappelijke vormen gaan met onzen vooruitgang mede, wij kunnen ze nooit lang tegenhouden, zoodra de tijd voor verderen vooruitgang gekomen is. Er is dus een tijd geweest dat de sexueel-economische verhouding voor de maatschappij voordeelig was. Nu zij dit niet meer is, is "de vrouwenbeweging" ontstaan en wij zien hoe van jaar tot jaar, van dag tot dag de toestand onder onze oogen verandert, ondanks ons traditioneel verzet. De verandering in deze bladzijden besproken, is dan ook niet voorspeld en wordt hier niet aanbevolen, zij heeft reeds onder de kracht der sociale evolutie plaats gevonden en zij behoeft alleen tot ons bewustzijn door te dringen om den nutteloozen maar prikkelenden tegenstand onzer zelfmisleiding te overwinnen.