Part 20
Deze behoefte der beschaving was in vroeger tijd onbekend, toen familie-omgang voldoende was voor allen en toen elke verdere aanraking tusschen individuen oorlog beteekende. Handel en het daaruit voortvloeiend reizen voor zaken, de specialisatie van arbeid en de verspreiding van zijn producten, en alle verdere ontwikkeling, hebben een ruimer en vrijer en herhaaldelijker omgang ten gevolge gehad van de tallooze individuen, wier onderlinge handelingen de maatschappij vormen. Slechts kort geleden en nog maar gedeeltelijk, hebben de vrouwen als individuen aan dit onderling maatschappelijk verkeer deelgenomen, en toch maakt dit de wezenlijke voorwaarde uit voor ware beschaving. Het maatschappelijk verkeer bestaat niet voor ons genoegen, maar als een noodzakelijkheid voor den mensch.
Voor vrouwen als individuen is het een steeds grooter wordende eisch om mannen en andere vrouwen als individuen te ontmoeten, zonder juist in familiebetrekking tot hen te staan. Als een sociale behoefte moet er noodzakelijk eenige vorm aan gegeven worden; maar de juiste ontwikkeling er van wordt thans nog sterk belemmerd door de haar aanklevende vormen van huiselijke en maatschappelijke gewoonten, die hun ontstaan danken aan de sexueel-economische verhouding. De eisch van een vrijer en ruimer maatschappelijken omgang tusschen de beide seksen berust hoofdzakelijk op een wederzijds gevoelde behoefte; doch in het hedendaagsche leven is dit een veel reiner gevoelde en hooger opgevatte aandoening geworden dan zij aanvankelijk was, toen nog slechts één behoefte en één wijze om daaraan te voldoen bestond. Thans eischt deze behoefte dringend een betere regeling van onze levenswijze.
In sociale evolutie, evenals in andere evolutiën, ontgroeien wij slechts langzaam aan den uiterlijken vorm passend voor de vroegere behoeften; en de overgangsperiode, zoolang de nieuwe functiën tastend rondzoeken door de oude organen en die eerst langzamerhand tot een werktuigelijke uiting kunnen dwingen, is steeds onvermijdelijk pijnlijk. Voor zoover onze ontwikkeling thans gevorderd is,--nog steunende op een diep gewortelde overtuiging dat de wereld alleen uit gezinnen is samengesteld en de regeling der zaken noodzakelijk het belang dezer gezinnen moet bevorderen,--hebben wij er nauwgezet naar gestreefd het familie-belang te bevorderen en het familie-leven te veraangenamen en zijn daarbij onbewust of onwillekeurig gedwongen geworden, voor individuen slechts voorbijgaande maatregelen te nemen. Wat niet strekte tot bevordering van het familieleven, maar wel om te gemoet te komen aan de behoeften van individuen, op dat tijdstip in geen familie-verhouding levende, werd steeds in beginsel krachtig bestreden, ofschoon men gedwongen werd in de praktijk er aan toe te geven.
Nog heden worden er ernstige en humoristische artikelen geschreven, met het doel te protesteeren tegen de toenemend weelderige en gemakkelijke inrichting der gehuurde vertrekken voor ongehuwde mannen, even als men te velde trekt tegen de financieele onafhankelijkheid der vrouwen, op grond dat deze omstandigheden het huwelijk en het familieleven tegengaan. De meeste mannen doorleven tegenwoordig een tijdruimte van misschien tien jaren, dat zij op zich zelf staande menschen zijn; zaken roepen hen uit het ouderlijk huis en veroorloven hun voorloopig niet een nieuw gezin voor zich zelf op te bouwen. Ook vrouwen treden elk jaar meer en meer een gelijke individueele levensperiode in. En er is een zeker vast percentage van individuen, "oneven nummers" en "gebroken stellen", die in het familieleven overschieten of achtergebleven zijn; en ook dezen moeten leven.
Het familiehotel, het pension, de club, de gehuurde kamer en het restaurant zijn tegenwoordig de toevlucht voor deze groote en steeds grooter wordende klasse. Het zijn menschen, die voor zekeren tijd ergens willen wonen, soms voor jaren, doch die niet gehuwd zijn of op andere wijze een gezin bezitten. Omdat huiselijk leven in onzen geest onafscheidelijk verbonden is met huwelijksleven, een woning verondersteld wordt een gezin te bevatten en een gezin een hoofd te hebben, zijn zulke alleenstaande personen niet bij machte eenig huiselijk leven te leiden en worden daarom verplicht het ongerief, de schade, de duurte, de dikwijls onhygienische en somtijds onzedelijke invloeden van onze plaatsvervangende hulpmiddelen te verdragen.
Het menschelijk ras eischt thans dat er voorzien wordt in de behoeften van individuen, afgescheiden van hun geslachts-verhouding. Wij dwalen wanneer wij meenen dat alleen gehuwde menschen en hunne onmiddellijke verwanten eenig recht hebben om in comfort en in een gezonde omgeving te leven. Ieder mensch heeft behoefte aan een woning,--ongehuwde, echtgenoot, weduwnaar, meisje, vrouw, weduwe, jong en oud. Zij hebben er behoefte aan van de wieg tot het graf, zonder dat dit iets met hunne geslachts-verbintenissen te maken heeft. Wij moesten de woning en het comfort der menschheid zoodanig inrichten en opbouwen dat het huwelijk er niet door benadeeld wordt, doch dat zij ook niet van het huwelijk afhankelijk waren. Door de werkzaamheden van het huiselijk leven beroepsmatig te doen uitoefenen, met kamers en suites van kamers en huizen voor een of meer personen verkrijgbaar, zouden wij ongehuwd kunnen leven, zonder iets van het aangename van een eigen woning of van de gewone gezelligheid op te offeren; wij zouden onze familie kunnen verliezen, zonder daarom beroofd te worden van de genoegens van het huiselijk leven; wij zouden kunnen huwen in vrijheid en geluk, zonder eenige verandering te brengen in de economische basis van een der betreffende partijen.
Gehuwde lieden zullen wel altijd aan een gezamenlijke woning de voorkeur geven en die kunnen zij hebben; maar groepen van vrouwen of groepen van mannen zouden ook een gezamenlijke woning of aangrenzende kamers kunnen hebben, indien zij dat wenschten. Doch zelfs alleenstaande personen zouden een woning voor zich zelf kunnen hebben, zonder dat zij daarom ook de drukte van een huishouding op hun schouders behoeven te laden.
Indien men de keukens uit de woningen neemt, houdt men kamers over voor elken regelingsvorm geschikt; men kan die kamers bewonen zonder dat dit beteekent "huishouding" doen. Het persoonlijk karakter en de smaak zouden met zoo'n levenswijze tot bloei kunnen komen als nooit te voren; de woning van elk individu zou ten slotte de persoonlijkheid van den bewoner uitdrukken, en de vereeniging van twee personen tot een huwelijk zou niet noodzakelijk het dooreen gooien van de geheele uiterlijke inrichting van hun leven ten gevolge hebben,--een zaak waarbij steeds veel van de teederheid en frischheid der liefde verloren gaat. Het gevoel van levenslange vrijheid en van vrede in en duurzaamheid van iemands eigen woning zal er veel toe bijdragen de persoonlijke levensverhoudingen te louteren en te verheffen, maar nog meer de maatschappelijke verhoudingen te versterken en uit te breiden. Het individu zal leeren zich zelf een samenstellend deel van het maatschappelijk gebouw te voelen, in nauw, rechtstreeksch en bestendig verband staande met de behoeften en eischen der maatschappij.
Dit is voor vrouwen bijzonder noodig, omdat men haar meestal alleen beschouwt, en zij zelf doen het ook, als deelen van gezinnen, niet in staat om op zich zelf gelukkig te leven. De overtuiging, dat zij voor haar geheele leven rust en vrede kunnen vinden, zelfs zonder dat zij trouwen,--en dat zij die ook kunnen vinden indien zij trouwen,--zal een kalmte en kracht in haar ontwikkelen, die haar zelf en de wereld zeer ten goede zal komen. Het is een schitterend bewijs hoezeer de bestaande huwelijksvorm het karakter prikkelt en den mensch onvoldaan laat, dat de vrouwen door de behoefte aan voedsel en kleederen en de mannen door de behoefte aan keukenmeiden en huishoudsters er toe gedwongen moeten worden. Wij zijn bespottelijk bang, dat mannen en vrouwen, indien zij hun levensbehoeften op andere wijze dan door het huwelijk kunnen verkrijgen, voor de huwelijks-verhouding hartelijk zullen bedanken. En dan bezingen wij nog bewonderend de macht der liefde!
Wij mogen waarlijk hopen, dat het meest te waardeeren gevolg van de verandering in den grondslag van het leven, liefde en huwelijk zal reinigen van dit lage bijvoegsel van financieel belang en persoonlijk gemak; en dat mannen en vrouwen, eeuwig tot elkaar aangetrokken door de sterkste kracht in de natuur, ten laatste in staat zullen zijn elkander op het gebied van zuivere en volmaakte liefde te ontmoeten. Wij maken onze eigen idealen, ons diepste instinkt, onze hoogste overtuiging te schande door deze grove verdenking, dat het edelste ras op aarde niet zou willen paren, of ten minste niet monogaam zou willen paren, tenzij het gekocht en gelokt wordt door de gewone dierlijke behoefte aan voedsel en dekking, en geketend wordt door gewoonte en wet.
De innigheid, de reinheid, de bestendigheid der huwelijksverhouding berusten op de noodzakelijkheid dat beide ouders voor de kinderen langdurig zorg moeten dragen,--een gevolg van de ontwikkeling van het ras, waaraan wij nooit kunnen ontsnappen. Wanneer ouders zich minder zullen uitsloven om voedsel te verkrijgen en het te koken, om meubelen te verkrijgen en ze schoon te houden, dan zullen zij misschien meer tijd vinden om nieuwe gedachten en nieuwe inspanning aan de verzorging hunner kinderen te wijden. Het kind heeft hooger behoeften dan aan een boterham en een bed; dit zijn alleen ras-behoeften die het met zijn geheele soort gemeen heeft. Het heeft veel meer behoefte--en aan deze wordt minder voldaan--aan het gezelschap van, en de vereeniging, de persoonlijke aanraking met zijn vader en zijne moeder. Wanneer vele van de tegenwoordige werkzaamheden uit het huis verwijderd zijn, dan zullen wij den tijd vinden en misschien ook den lust om werkelijk met onze kinderen kennis te maken. Het zal ons dan toeschijnen dat zij niet zoo zeer schepselen zijn die bewaakt, als wel menschjes die begrepen willen worden. Even als door de burgerlijke en militaire bescherming der maatschappij reeds sedert lang de tand-en-klauw-verdediging van wreede ouders werd afgeschaft, zonder dat daardoor de familieband in gevaar gebracht werd, zoo zullen ook de economische veranderingen in de maatschappij, die aan het tehuis brengen van voedsel door de ouders een einde zullen maken, geen slechte gevolgen voor de liefde en achting in het gezin medebrengen. Deze primitieve behoeften en de primitieve wijze om er aan te gemoet te komen, hielden de familie-verhouding ongetwijfeld op een zeer laag standpunt; maar zij liggen reeds gedeeltelijk achter ons en de band tusschen ouders en kinderen werd door de verandering niet verzwakt, maar integendeel versterkt.
Hoe meer wij aan deze lage toestanden ontgroeien, des te volkomener zullen wij de dieper en hooger verhoudingsvormen kunnen verwezenlijken, welke de kracht en den lust van het menschelijk leven uitmaken. Goed en voortdurend voor de veraangenaming van het individueele leven te zorgen, zal niet de kracht vernietigen waardoor mannen en vrouwen zich tot elkander voelen aangetrokken, of die de kinderen aan de ouders bindt; doch het zal deze verhoudingen reiner en sterker maken en tot een hoogte opvoeren, welke wij eenigszins kunnen afleiden uit het resultaat, door zulke veranderingen in sommige gezinnen reeds tot stand gebracht. Door de individuen, oud en jong, van den dwang te bevrijden om deel van een gezin uit te maken en hun te veroorloven vrij in de maatschappij te leven, werken wij bovendien krachtig mede aan de ontwikkeling van het ware maatschappelijk verkeer.
De tegenwoordige economische grondslag van het familieleven houdt onzen vriendschappelijken en gemeenzamen omgang binnen enge grenzen. Het is thans alleen mogelijk met families om te gaan en families te bezoeken in plaats van om te gaan met individuen; en het toenemend persoonlijk verschil der individuen maakt het hoe langer hoe onmogelijker dat alle leden van een zeker gezin den bezoeker behagen of behagen vinden in hem. Zoolang wij op den tegenwoordigen grondslag blijven voortleven belemmeren wij den vrijen omgang en brengen de familieverhouding dikwijls in pijnlijke spanning. De verandering der economische verhouding in de gezinnen, van de geslachts-basis tot de maatschappelijke basis, zal een ruimer individueelen omgang mogelijk maken, zonder dat hiermede een breuk der familiebanden vergezeld behoeft te gaan.
Men heeft den drang der familieleden, hun toenemenden wensch naar een algemeener en persoonlijker maatschappelijken omgang enkel toegeschreven aan dorst naar genoegens, en daarom meenden de moralisten er krachtig tegen te velde te moeten trekken. Zij beweerden dat de hoogste vorm van omgang, omgang met eigen familieleden was en dat de wensch om ruimer en gemakkelijker met anderen te kunnen verkeeren uit onwaardige gevoelens voortsproot. "Hij is goed voor zijn gezin;" zeggen wij vol bewondering van den man die s'avonds niets meer verlangt dan zijn courant en zijn pantoffels; en voor de vrouw, die durft bekennen dat zij nog ander gezelschap wenscht dan haar man, hebben wij slechts één naam. Ook voor de kinderen geldt dit. Onophoudelijk spannen wij ons in "de jongens tehuis te houden", "het tehuis aantrekkelijk te maken", opdat ons oud ideaal, het patriarchaal ideaal, een wereld van gezinnen en niets anders, gehandhaafd blijft.
Maar wij leven in een wereld van personen zoowel als van gezinnen. Wij zijn personen zoodra wij geboren zijn, ofschoon geboren in gezinnen. Wij zijn personen zoodra wij de gezinnen verlaten hebben en nog personen, zelfs wanneer wij een nieuw, ons eigen gezin, gevormd hebben. Als personen hebben wij in elke generatie meer, behoefte ons met andere personen te vereenigen. Het is zeer interessant op te merken hoe deze behoefte zich steeds deed gevoelen en zich zelf, door reine en onreine middelen, in de voorafgaande duistere eeuwen heeft trachten te helpen. Door onze onzinnige overdrijving van de geslachtsverhouding hebben wij ruwweg voorondersteld, dat de wensch naar vrijer menschelijken omgang beteekende een vrijer geslachts-verhouding en daarom moest tegengegaan worden; evenals men het in Spanje voor zeer onverstandig hield vrouwen te leeren schrijven, omdat zij dan gemakkelijker met hun minnaars konden omgaan en zoodoende de grondslagen der maatschappij aan het wankelen zouden kunnen brengen.
Zoodra echter onze geslachts-verhouding door de economische onafhankelijkheid der vrouwen gezuiverd en geregeld is, zoodra geslachts-aantrekking niet langer een verterende koorts is, die onze maatschappij voortdurend in beroering brengt, zullen wij niet meer tevreden neerzitten bij een half dozijn bloedverwanten, als onzen eenigen maatschappelijken cirkel. Wij zullen elkander dan meer, niet minder, noodig hebben en wij zullen de behoefte aan maatschappelijk verkeer erkennen en beschouwen als het hoogste recht van hen, die het hoogste ras op aarde zijn.
De kracht, waardoor vrienden zich tot elkander voelen aangetrokken is een hoogere dan die welke de seksen tot elkander brengt,--hooger in dien zin, dat zij bij een latere ras-ontwikkeling past. "De liefde van vrouwen overtreffend", is geen onbeteekenende phrase. Kinderen hebben elkanders omgang noodig, zoo ook jonge menschen. Menschen van middelbaren leeftijd hebben elkanders omgang noodig, oude menschen eveneens. Wij hebben elkander allen noodig, veel en dikwijls. Even als ieder mensch behoefte heeft aan een plaats waar hij alleen kan zijn, zoo hebben alle menschen eveneens behoefte aan een plaats van samenzijn; van de twee die elkaar ongestoord hun innigste gewaarwordingen willen toevertrouwen, tot het grootst aantal dat zich in harmonie kan verzamelen en bewegen.
Menschheid beteekent samenzijn, terwijl onze levenswijze, waaraan wij ontegenzeggelijk ontgroeid zijn, ons apart houdt. Hoe vele menschen, indien zij het feit onder de oogen durven zien, hebben niet dikwijls hopeloos verlangd om hunne vrienden op betere wijze te kunnen ontmoeten, hun eigen ware vrienden, verwanten door den geest, indien niet door het lichaam.
Doch wij, levende in de verhitte atmospheer van onzen overseksten geest, hebben de menschen steeds als een ras van beesten uitgeschilderd, wier eenige wensch tot samenzijn gebaseerd is op den grooten, overwerkten hartstocht, en die alleen van gemengde nachtelijke zwelgpartijen teruggehouden worden door dat zij aan huis gebonden zijn. Dit is onwaar! Het is zelfs nu in onzen over-seksten toestand niet waar. En het zal nog minder waar zijn, wanneer wij van den kunstmatigen druk der sexueel-economische verhouding verlost zullen zijn en ons weder natuurlijk kunnen ontwikkelen.
Mannen, vrouwen en kinderen hebben behoefte aan vrijheid om op een menschelijken grondslag samen te komen, dat wil zeggen, dat zij in hun dagelijksch leven en door hunne bezigheden bijeenkomen, zonder bepaald doel, en niet opzettelijk elkander behoeven op te zoeken. Wij weten allen hoe prettig de kennismaking en de innige vriendschap is die ontstaat, wanneer menschen op natuurlijke wijze samen worden gebracht, op de school, aan de universiteit, op een werkplaats, aan boord van een schip, in den trein, op een gezamenlijk uitstapje, in zaken. De maatschappelijke behoefte van beide partijen aan een algemeene, functioneele ontwikkeling van het maatschappelijk verkeer is een uitgemaakte zaak en gemeenschappelijke functioneele werkzaamheden bieden daarvoor op natuurlijke wijze de gelegenheid.
De reden waarom vriendschap voor mannen meer beteekent dan voor vrouwen en waarom de mannen zich veel gemakkelijker en vrijer vereenigen, ligt in de omstandigheid dat zij zooveel verder in de ras-functiën ontwikkeld zijn en dat zij samen werken. Het natuurlijk verbond van gemeenschappelijke inspanning en gemeenschappelijke ontspanning is de beste bron voor vriendschap. Alleen door een aantal menschen in een zelfde vertrek bijeen te brengen, om de kubieke ruimte, als het ware, met hunne lichamen te vullen, daardoor brengt men hunne zielen niet tot elkander. Onze tegenwoordige vereenigingswijze, in het bijzonder die der vrouwen, is zeer onvoldoende. Zij kleeden zich en brengen elkaar een kort bezoek. Dit kort bezoek wordt evenzoo beantwoord. Of zij zetten veel voedsel gereed en verzoeken veel menschen om het te komen opeten; of een danspartij, muziek of voordracht is het lokmiddel voor hun bijeenkomst. Maar zulke menschen ontmoeten elkander niet werkelijk. Zij doorleven op deze wijze heele leeftijden, zonder ooit kennis met elkaar gemaakt te hebben. Wij dorsten thans naar een voller en eerlijker maatschappelijken omgang, maar onze samenleving verschaft ons thans de middelen nog niet om dien dorst te lesschen.
Mannen hebben onderling in deze behoefte ruimschoots voorzien; maar tusschen vrouwen onderling of tusschen mannen en vrouwen bestaat nog geen vrije omgang. Mannen ontmoeten elkaar vrij bij hun werk, terwijl vrouwen alleen werken. Maar het verschil komt nog sterker uit bij hun spelen. "Meisjes hebben nooit eenige pret", zeggen de jongens verwijtend, en zij hebben gelijk. De pret die de meisjes hebben, moet, evenals haar boterham, langs de geslachts-lijn komen. Mannen moeten haar het vermaak verschaffen, evenals zij haar al het overige verschaffen, De mannen hebben de wereld gevuld met spelen en sport, van de edele worstelperken der Olympische spelen tot de geest en lichaam versterkende sport van heden; goede, slechte en onbeteekenende sport. Door alle eeuwen heen hebben de mannen gespeeld en de vrouwen toegezien, als zij daartoe ten minste uitgenoodigd waren. Zelfs de prettige bezigheid om mannen te zien spelen was haar ontzegd, tenzij zij door de deelnemers daarvoor gevraagd werden. De "koningin van het bal" blijft een muurbloempje, totdat zij door den koning ten dans gevraagd wordt.
Zelfs thans, nu vele gymnastische spelen voor vrouwen open staan, nu zij zich kunnen oefenen in tennis en golfspel en al de overige vermaken, zijn de kansen om te spelen voor beide seksen toch nog niet gelijk. Een goeden speelmakker te wenschen, is niet hetzelfde als het gezelschap van de andere sekse te begeeren, en toch hangt de vervulling van den wensch van een meisje om een goede tegenpartij bij haar spel te hebben, sterk af van haar macht tot geslachts-aantrekking; dit is een andere van de vele betreurenswaardige uitingen dier macht. De wensch om elkander te ontmoeten, wordt door ons uitgelegd als: "hij" wenscht "haar" te zien, of "zij" wenscht "hem" te zien. De ontspanning en het pleizier van de menschen is zoo verward met de geslachts-afhankelijkheid der vrouwen van mannen, dat vrouwen gedwongen worden naar "hofmakerij" te streven, als zij in waarheid niets anders wenschen dan zich te amuseeren; en zoolang wij de vereeniging der geslachten in die richting dringen, houden wij een heilzamer samenkomen tegen.
Zelfs onze kleine kinderen worden bij hun spel zorgvuldig geoefend het geslacht te doen uitkomen; en op verschil in gedrag van jongens en meisjes wordt sterk en aanhoudend aangedrongen, nog voor dat een van hen aan het bestaan van zulk een verschil denkt. Wanneer meisjes en jongens samen spelen, worden zij zoo door anderen geplaagd en moeten zij zooveel aanmerkingen hooren, dat dit alleen reeds elken gezonden vriendschapsband tegenhoudt en aanleiding geeft tot een vroegtijdig geslachts-bewustzijn. Jonge mannen en jonge vrouwen wordt toegestaan meer of minder vrij samen te komen, maar altijd op een strenge geslachts-basis, want vriendschap tusschen mannen en vrouwen wordt als iets belachelijks aangemerkt. Iedere gezonde jongen en ieder meisje neemt dit kwalijk en tracht een vrije, natuurlijke verhouding te vormen; maar de maatschappelijke druk hiervan is moeilijk te dragen. Zij mag zooveel "beaux" hebben, als zij omarmen kan; hij mag aan zooveel meisjes als hij wil "attenties bewijzen", maar op die wijze alleen mogen zij elkaar ontmoeten.
Het staken van alle vriendschapsbezoeken zoodra een van beide partijen verloofd is, bewijst den aard van dien band. Wanneer hij eenmaal een keuze voor een huwelijk gedaan heeft, waarom zou hij dan nog andere meisjes bezoeken? Wanneer zij eenmaal den man gevonden heeft die haar wil trouwen, waarom zou zij dan nog met andere mannen omgaan? Die "bezoeken" en die "omgang" waren alleen maar onderzoekende voorbereidingen voor een mogelijk huwelijk. En na het huwelijk wordt verondersteld dat de vrouw geen anderen man dan haar echtgenoot wenscht te zien en de echtgenoot geen andere vrouw dan de zijne. In sommige landen keert men deze regeling om, door meer maatschappelijke vrijheid aan gehuwde lieden toe te staan, maar die gewoonte gaat vergezeld van een totaal gemis aan vrijheid vóór het huwelijk, waaruit zoowel in het huwelijksleven als in het maatschappelijk leven zeer twijfelachtige resultaten verkregen worden. In de hooger maatschappelijke kringen heeft altijd na het huwelijk meer vrijheid van socialen omgang tusschen de beide geslachten bestaan; maar in het algemeen van Amerika gesproken, na de periode van de bezoeken vóór het huwelijk vinden er zeer weinig natuurlijke en ernstige kennismakingen tusschen mannen en vrouwen plaats.
Zelfs de vriendschap welke tusschen man en vrouw kan bestaan hebben vóór het huwelijk, wordt dikwijls in het huwelijk met zijne economische verwikkelingen spoedig verwoest. Zij hebben dan geen tijd meer om over vraagstukken te spreken zooals vóór hun huwelijk; zij zijn te veel bij elkander en stellen te diep belang in de technische en financieele zaken, hun nieuwe huishouding betreffende. Dit werkt de ontwikkeling van hooger en reiner verhoudingen tusschen mannen en vrouwen bestendig tegen en leidt er toe, hen op denzelfden primitieven voet van geslachts-vereeniging te houden.