Part 16
Maar hoe laag ook de kookkunst als wetenschap moge staan, als kunst staat zij nog lager. Sedert het voor de echtgenoote-keukenmeid van het grootste belang is genot te verschaffen,--omdat daarin haar voornaamste middel schuilt om te verkrijgen wat zij verlangt of om haar dankbaarheid uit te drukken,--leert zij spoedig het gehemelte streelen, in plaats van de behoeften der maag nauwkeurig te bestudeeren en daaraan tegemoet te komen. Door ontelbare geslachten heen, zijn de volwassen man en het opgroeiend kind het voorwerp geweest van de aanhoudende inspanningen van haar die kookte met liefde in plaats van met kennis, die kookte om genot te geven. Dit is een van de breedste wegen welke naar het verderf voeren. In iedere levensphase is het verkeerd de gebeurtenis aan het doel te doen voorafgaan, de middelen te stellen vóór het eind; en hier heeft het dit algemeen bekende gevolg gehad, dat wij leven om te eten, in plaats van eten om te leven.
Deze houding van de vrouw heeft de overal voorkomende overdaad ontwikkeld, die wij de "fijne keuken" noemen; een ding zoo ver verwijderd van ware artistieke ontwikkeling in de kookkunst als een groote ijskan van een Grieksche vaas. Hierdoor is de ontzettend groote dwaasheid van het voorname leven ontstaan, waarbij menschelijke arbeid en tijd en bekwaamheid worden verspild met voort te brengen wat noch als zuiver voedsel, noch als zuiver genot kan worden aangemerkt, maar een kunstmatige bereiding is, die alleen door kenners gewaardeerd kan worden. Men kan zich nauwelijks een lager levenswijze voorstellen, dan die, welke het gevolg is van den onnatuurlijken wedloop tusschen kunstmatige opwekking en eetlust, waardoor lichaam en ziel beide bedorven worden.
De man, het voorwerp van al deze eetkamer-verheerlijking, heeft hierdoor een aangekweekte belangstelling in eigen smaak en de bevrediging er van ontwikkeld en onderhouden,--de vraag naar dingen waarvan hij houdt, meer dan naar die welke goed voor hem zijn,--waarin een van de meest gevreesde karaktertrekken, aan de psychologen bekend, gelegen is. De gevolgen van deze aanhoudende streeling van het gehemelte op den natuurlijken eetlust kunnen ver nagespoord worden en zij loopen ten slotte uit op een onbeteugeld toegeven aan de trek naar gekruide spijzen en allerlei soort van onmatigheid. Het humeur, dat niet bij machte is deze verzoekingen alle te verdragen, wordt dan tehuis voortdurend bot gevierd.
Even als het concentreeren van de physische krachten der vrouw op haar geslachts-functiën, daartoe door economische afhankelijkheid gedwongen, geleid heeft tot het opwekken en onderhouden van een buitensporigen geslachts-lust bij den man, tot nadeel van het ras; zoo heeft ook de concentratie van de nijvere krachten der vrouw in den beperkten en aanhoudenden dienst van persoonlijken smaak en eetlust er toe geleid een buitensporigen lust in lekker eten en drinken op te wekken en te onderhouden, wat eveneens nadeelig is voor het ras. Hiermede wordt niet beweerd dat dit de eenige oorzaak van deze verkeerde gewoonte is, maar het is een van de belangrijkste en van voortdurenden invloed.
Misschien kan men de uitwerking beter zien door een niet diepgaande vergelijking dan door een bloote vermelding. Men stelle zich twee groote, gezonde, vlugge apen voor. Veronderstel dat het mannetje-aap het vrouwtje-aap niet toestaat rond te springen en haar eigen kokosnoten te plukken, maar dat hij haar brengt wat zij noodig heeft. Veronderstel dat hij dan eischt dat zij den dop breekt, de noot er uitpelt en voor hem gereed maakt wat hij er van wenscht te eten; en verder dat haar deel van het eten, om niets te zeggen van haar kans om na afloop een klein, prettig uitstapje in de boomtoppen te mogen maken, afhangt van zijn tevredenheid met het voedsel dat zij voor hem gereed maakte. Als zij een verstandige aap is, zal zij met alle listen die haar ten dienste staan, prikkel en afwisseling zoeken te voegen bij de maaltijden die zij voor hem bereidt; de stukjes die hij bijzonder graag lust voor hem uitkiezen om zijn smaak te streelen en zijn eetlust op te wekken; en hij, onder dezen aangenamen druk zich ontwikkelende, zal langzamerhand een fijn onderscheidingsvermogen in voedsel verkrijgen en met toenemend genot naar zijn feestmaaltijden verlangen. Er zou een nieuwe dwang zijn om hem te doen eten,--niet alleen zijn behoefte aan voedsel, met de natuurlijke en gezonde eischen, maar haar behoefte aan alles, wat alleen door zijn behoefte aan voedsel verkregen kan worden.
In een apenfamilie klinkt dit een beetje gek, doch het geeft toch juist weer wat gebeurde in de menschenfamilie. De wijze waarop de vrouw haar doel bereikte, was haar man aangenaam te zijn, en de noodzakelijkheid heeft haar geleerd hoe zij dat doen moest; en daar zij over het algemeen een onontwikkelde en onbekwame werkster was, kon zij hem alleen zoeken te behagen door de gaven die zij bezat, in hoofdzaak die van huiselijke diensten. Haar was tot taak gesteld het voedsel voor beiden gereed te maken en daarmede haar voordeel te doen. Zij heeft haar taak goed volbracht, maar of het tot voordeel strekte van een hunner is twijfelachtig.
Uit een oogpunt van sociale ontwikkeling zijn wij van het grove schrokken van den wilde, van elk voedsel wat hij kon bemachtigen, gekomen tot een nauwkeurig uitkiezen van geschikt voedsel en een beschaafder en beter vorm om het te gebruiken. Deze maatschappelijke vooruitgang wordt door onze sexueel-economische verhouding belemmerd; doordat de bereiding van voedsel tot een geslachts-functie is gemaakt, worden al de producten er van vermengd met den gloed van persoonlijke liefde en den drukkenden last van eigenbelang. Op die wijze wordt niet alleen de echtgenoot, maar worden tot op zekere hoogte ook de kinderen gevoed, want waar moederlijke liefde en moederlijke energie gedwongen worden zich hoofdzakelijk te uiten in de bereiding van voedsel, daar wordt de wensch om het kind doelmatig te voeden, vermengd met een onverstandige begeerte om het kind genot te verschaffen, en de moeder verlaagt haar hoog standpunt, door steeds den onontwikkelden smaak te streelen in plaats van dien te veredelen.
Wij meenen in den regel dat wij ons eten en drinken verhoogd en veredeld hebben door het met liefde te verbinden. Integendeel, wij hebben onze liefde verlaagd en doen ontaarden door haar met eten en drinken te verbinden, en wat meer zegt, wij hebben daardoor ook deze behoeften verlaagd. Maatschappelijk is er eenige vooruitgang gekomen, maar deze ongelukkige vermenging van geslachts-belang en eigen-belang met normalen eetlust, deze Cupido-in-de-keuken regeling, heeft den vooruitgang sterk tegengehouden.
Wij hebben veel geleerd door beroeps-koks. Handel en fabrieken hebben onze benoodigdheden sterk vermeerderd. Wetenschap heeft ons geleerd wat wij noodig hebben en hoe en wanneer wij het gebruiken moeten. Maar in het met liefde vermengde werk van vrouw en moeder worden deze verbeteringen slechts weinig gevoeld. Indien het meisje naar de kookschool gaat, dan geschiedt dat meer om te leeren hoe lekkernijen bereid moeten worden welke genot verschaffen, dan om de voedingswaarde van het voedsel te bestudeeren en daardoor de gezondheid van het huisgezin te bevorderen. Uit de steeds grooter wordende magazijnen, door de bedrijvigheid der mannen voor haar geopend, kiest zij in ruime mate, om een afwisselend menu te maken dat den eetlust opwekt, zonder eenigszins op de hoogte te zijn welke combinatiën gemaakt moeten worden om onze lichamelijke behoeften het best te dienen. Wetenschap, scheikunde, gezondheidsleer zijn voor haar slechts namen. "Jan houdt daar zoo veel van"; "Willem lust het niet anders"; "vader kon nooit kool verdragen." Zij moet bedenken wat haar man het liefst lust, niet zoozeer omdat zij het prettig vindt hem een genoegen te verschaffen of omdat zij er voordeel bij heeft als zij hem een genoegen doet, maar omdat hij betaalt voor het eten en zij zijn dienstbode is.
Wordt het niet tijd dat de weg naar het hart van den man door zijn maag wordt verlaten voor een idealer toegang? Laat de maag voor haar natuurlijk werk bestemd blijven, niet tot doortocht voor ongewone hartstochten en doeleinden gemaakt worden; en laat ons tot het hart doordringen langs idealer wegen. Wij hebben behoefte aan een nieuwe afbeelding van onzen overwerkten blinden god,--dik, vet, volgepropt met lekkernijen door de arme aanbidsters, zoolang gedwongen haar toewijding te betalen met zulke lage middelen.
Neen, het menschelijk ras wordt slecht gevoed door het voedingsproces tot een geslachts-functie te maken. De keuze en bereiding van voedsel moest in de handen van geoefende deskundigen rusten. De vrouw moest naast den man staan als de verwante van zijn geest, niet als de dienares van zijn lichaam.
Dit zal groote veranderingen in onze levenswijze vereischen. De wereld door het werk van deskundigen te voeden; aan deze groote functie de bekwaamheid en ondervinding van geoefende specialiteiten, de macht der wetenschap en de schoonheid der kunst ten goede te doen komen, is met de sexueel-economische verhouding onmogelijk. Zoolang wij het koken als een aan alle vrouwen eigen geslachts-functie beschouwen, en het eten als een zaak die alleen in het gezin goed kan geschieden, kunnen wij niet verder komen. Wij besteden tegenwoordig veel ernstige studie en inspannenden arbeid om de vrouwen in de kunst van koken te onderwijzen en te oefenen, zoowel de echtgenoote als de meid; want met onze gewone opvatting, dat het willekeurig gedrag van het individu de oorzaak der omstandigheden is, zoeken wij de omstandigheden te wijzigen door het gedrag van het individu te veranderen.
Wij moeten evenwel inzien dat het gedrag niet kan veranderen, zoolang de omstandigheden dezelfde blijven. Ieder ambt of beroep, waarvan de ontwikkeling afhankelijk zou zijn van het werk van op zich zelf staande personen, alleen geholpen door gehuurde bedienden, onwetender nog dan zij zelf, zou op een gelijk laag niveau blijven.
Voor zoover gezondheid kan bevorderd worden door openbare middelen, wordt zij door gezondheids-reglementen en medisch toezicht, door hygiënische literatuur en door beroeps-personen bereide "gezondheidsmiddelen", door bepaalde wetten voor besmettelijke ziekten en gevaarlijke beroepen, voortdurend verbeterd; maar door deze middelen wordt de bevordering der gezondheid, voor zoover die in de handen der huisvrouw ligt, niet bereikt. Negen-tiende van de vrouwen die haar eigen huiswerk doen, kunnen niet tot bedreven koopers en ervaren keukenmeiden worden opgeleid, evenmin als negen-tiende van de mannen tot bedreven kleermakers kunnen worden gemaakt, zonder beter oefening of gelegenheid om zich te vormen, dan met het kleeden van eigen familieleden verkregen wordt. Het overige tiende gedeelte der vrouwen kan dan het werk doen volgens de primitieve arbeids-methoden.
Het voedsel te laten bereiden door gehuurde bedienden is nog slechter dan door de echtgenoote en moeder; de kunst om te koken wordt dan met nog minder oefening en geringer ondervinding uitgevoerd. De dienstboden zijn meerendeels jonge meisjes, die dezen vorm van dienstbaarheid verlaten zoodra zij kunnen trouwen; en zoodoende vertrouwen wij de lichamelijke gezondheid der menschen, voor zoover het koken daarop influënceert, aan de handen van ongeoefende, onvolwassen vrouwen van de laagste maatschappelijke klasse, die door geen hooger prikkel gedreven worden dan van financieele noodzakelijkheid. De liefde der vrouw en moeder is ten minste een prikkel om haar gezin goed te willen voeden. Voor de dienstbode bestaat die prikkel niet. Alleen in die enkele gevallen waarin de vrouw en moeder "een geboren kok" is en haar gezin begunstigt met de producten van haar buitengewone gaven, of in de rijke gezinnen, waar de hulp van beroepslieden kan betaald worden, kan het koken tehuis goede resultaten opleveren.
Er was een tijd dat vorsten en voorname lieden er eigen dichters op nahielden om hen te prijzen en bezig te houden, maar zoo'n dichter was nooit werkelijk groot, tenzij hij tevens dichtte voor de menschheid. Zoo kan ook de kunst van koken nooit haar hooge plaats als een maatschappelijke functie, die in een menschelijke behoefte voorziet, innemen, zoolang zij alleen voor eigen behoefte wordt aangewend. Ons leven en onze woningen zoodanig in te richten dat het koken een beroep kan worden, is de eenige manier om deze groote kunst uit hare tegenwoordige begrenzing te bevrijden. Het moet een eervolle, goed betaalde betrekking worden, waartoe zulke mannen of zulke vrouwen opgeleid worden, die zich tot dit werk voelen aangetrokken, even als men meubelmaker of apotheker wordt. Tusschen de koks die hun werk alleen als handwerk opvatten en de artisten in hun vak zal er een natuurlijke verscheidenheid komen; en wij zullen een breeden, nieuwen weg voor winstgevenden arbeid en eervolle werkzaamheid en een nieuwen grondslag voor menschelijke gezondheid en geluk openen.
Dit sluit geen coöperatie in. Onder coöperatie verstaan wij gewoonlijk de vereeniging van gezinnen met het doel hunne veronderstelde functiën beter te kunnen vervullen. Deze zaak faalt in den regel omdat het beginsel niet deugt. Koken en reinigen zijn geen functiën van het gezin. Wij bezitten geen familie-mond, geen familie-maag en geen familie-gezicht dat gewasschen moet worden. Individuen moeten gevoed en gewasschen worden van hun geboorte tot hun dood, geheel afgezien van hun familie-verhoudingen. De wees, de ongehuwde man, de kinderlooze weduwnaar, hebben even veel behoefte aan deze voedende en reinigende zaken als eenig patriarchale vader. Eten is een individueele functie. Koken is een maatschappelijke functie. Geen van beide is in het minst een functie van het gezin. Dat wij het in de vroegere beschavingsperioden geschikter vonden tehuis te koken, bewijst niets meer dan hetzelfde feit dat wij het vroeger ook geschikter vonden tehuis te spinnen en te weven, onze zeep en kaarsen te bereiden, onze boter te maken, ons vee te slachten, ons brood te bakken en ons goed te wasschen.
Met de ontwikkeling der maatschappij gaat een specialiseering, van hare functiën gepaard; en de reden dat deze groote ras-functie, het koken, in zijn natuurlijken groei zoo lang werd tegengehouden, ligt hoofdzakelijk aan de economische afhankelijkheid der vrouwen, die daardoor aan den menschelijken vooruitgang niet deelnamen. Zoodra de vrouwen economisch vrij zijn, zullen zij de achterlijk gebleven functiën opheffen en verruimen, zoowel om hunne plichten als vrouwen en moeders beter te kunnen volbrengen, als om de gezondheid en het geluk van het menschenras te bevorderen.
Hiervoor wordt geen coöperatie vereischt, maar wel de hulp van geoefende beroepslieden en zulk een regeling onzer levenswijze, waardoor wij in staat worden gesteld er van te profiteeren. Wanneer een groot aantal lieden denzelfden kleermaker of bakker of kruidenier begunstigen, dan coöpereeren zij nog niet. Evenmin zouden zij coöpereeren indien zij denzelfden kok begunstigen. De verandering moet van de zijde van den kok komen en niet van het gezin. Zij moet door natuurlijke functioneele ontwikkeling in de maatschappij gebracht worden en zij is reeds in aantocht. De vrouw, inziende dat haar plicht als voedster en reinigster een maatschappelijke en geen sexueele plicht is, moet de eischen van den toestand onder de oogen zien en zich zelf voorbereiden er aan tegemoet te komen. Honderd jaar geleden kon dit niet gedaan worden. Nu wordt het gedaan, omdat de tijd er rijp voor is.
Indien er tegenwoordig in een of ander groote stad een geriefelijk en goed ingerichte woning met afzonderlijke vertrekken geopend werd voor vrouwen die een gezin hebben en een beroep uitoefenen, zou zij op eens gevuld worden. De kamers moesten zonder keukens zijn; maar er moest een keuken bij het huis behooren van waar de maaltijden naar verkiezing aan de gezinnen in hun eigen kamers of in een gemeenschappelijke eetkamer werden opgedischt. Het zoude een huis moeten zijn dat schoon gehouden werd door flinke bedienden, die niet door de gezinnen afzonderlijk gehuurd, maar door den leider der inrichting aangesteld werden, en een overdekte tuin, kinderkamer en Kindergarten onder goed geoefende kinderjuffrouwen en onderwijzers zou een doelmatige verzorging der kinderen moeten verzekeren. Met den dag neemt de behoefte aan zulke instellingen toe en weldra moet hieraan tegemoet gekomen worden, niet door een kosthuis, of een inrichting waar alleen huisvesting verleend wordt, of een hotel, een restaurant of het een of ander maaksel van eenige van deze instellingen te zamen; maar door eene instelling waarin voortdurend voorzien wordt in de behoeften van individuen en van afzonderlijke gezinnen, die de voordeelen van het gemeenschappelijk samenleven willen genieten. Dit moet op een bedrijfs-basis rusten, om een deugdelijk bedrijfs-succes te hebben en het zal dit hebben omdat het in een toenemende sociale behoefte voorziet.
Alleen in New-York City zijn honderd duizenden vrouwen die loontrekkend zijn en die tevens een gezin hebben, en het getal wordt steeds grooter. Dit is niet alleen waar voor de armen en ongeletterden, maar nog veel meer voor de vrouwen die een ambt of beroep uitoefenen, voor de wetenschappelijke, artistieke en literaire vrouwen. Onze onderwijzeressen, die een talrijke klasse vormen, zijn niet allen zonder bloedverwanten. De behoeften van een menschenziel worden niet voldaan in een kosthuis. Deze vrouwen hebben behoefte aan een tehuis, maar zij begeeren daarom niet den vervelenden aanhang van rudimentaire werkzaamheden die verondersteld worden bij een tehuis te behooren. De moeilijkheden waarmede zulke vrouwen te kampen hebben zijn niet langer noodzakelijk. Het private leven van een eigen huis kan even goed in een gebouw, als hierboven beschreven, gehandhaafd worden, als in een of ander deel van een blok woningen, een of andere kamer, verdieping of gedeelte er van, onder de tegenwoordige levenswijze. Het voedsel zou beter zijn en minder kosten; en dit zal ook met andere werkzaamheden en benoodigdheden het geval zijn.
In de voorsteden zou dit doel veel beter uitgevoerd kunnen worden door een groep van aangrenzende woningen, elk huisje afzonderlijk met een eigen erf, maar allen zonder keuken en door een overdekten weg verbonden met het eet-huis. Geen gedétailleerd plan van den juisten vorm, hoe ten slotte de inrichting het beste en pleizierigste zal zijn, kan thans gegeven worden; doch de maatschappij verlangt met steeds grooter aandrang dat de werkzaamheden die in huis verricht worden, aan bekwamer handen worden toevertrouwd.
Elk huis zal veel gemakkelijker schoon gehouden kunnen worden, wanneer de twee voornaamste oorzaken van het vuil worden, vettigheid en asch, er uit verwijderd zijn.
Natuurlijk kunnen de maaltijden, zoolang men dat wenscht, te huis worden opgedischt; doch zoodra de menschen gewend raken aan zuivere, reine woningen, waar geen stoom-werkzaamheden worden uitgevoerd, zullen zij het langzamerhand verkieselijker vinden naar hun voedsel te gaan, dan het voedsel bij hen te doen brengen. Het is volmaakt natuurlijk dat iemand naar zijn voedsel gaat. Achterna beschouwd, is het slechts een gradueel verschil; huist men in één kamer, waar ook gekookt wordt, dan heeft men het eten vlak bij; in de groote huizen gaat men om te eten naar de eetkamer; nog een beetje verder en men gaat niet naar de eetkamer in zijn eigen, maar in een aangrenzend huis. Gezinnen zouden gezamenlijk kunnen gaan eten, even als zij te zamen kunnen gaan baden of te zamen kunnen luisteren naar muziek; doch mocht het gebeuren dat verschillende individuën op verschillende uren wenschten te eten, dan zou hieraan te gemoet gekomen kunnen worden, zonder dat het comfort van anderen of hun eigen, daarbij behoefde opgeofferd te worden. Iedere huisvrouw weet hoe moeilijk het is de leden van het gezin altijd te zamen aan de maaltijden te krijgen. Waarom moet dat ook? Hier komt het gevoel voor den dag en men beweert dat familie-liefde, familie-éénheid, het ware huiselijk leven, afhankelijk is van het te zamen zijn bij de maaltijden. Een familie-éénheid te zamen gehouden door een tafellaken, is van bedenkelijke waarde.
Onze domme wijze van huishouden omvat verscheiden beroepen. Een goede keukenmeid behoeft niet noodzakelijk een goede huishoudster te zijn, of een goede huishoudster iemand die nauwkeurig en voorzichtig reinigt, of iemand die goed reinigt, een die verstandig inkoopt. Onder de vrije ontwikkeling van deze verschillende vakken zou een vrouw haar positie kunnen kiezen, zich er voor bekwamen en een zeer gewaardeerde beambte worden in het door haar zelf gekozen vak. En toch kon zij daarbij in eigen huis blijven wonen, dat wil zeggen, dat zij in haar huis leeft zooals een man in het zijne, met zekere uren van den dag aan het werk, de andere tehuis te besteden.
Verdeeling van het huishoudelijk werk zou den dienst vereischen van een geringer aantal vrouwen gedurende minder uren daags dan thans het geval is. Waar nu twintig vrouwen in twintig gezinnen den geheelen dag werken en hun verschillende plichten zeer onvoldoende vervullen, zou hetzelfde werk door handen van specialiteiten in minder tijd en door een geringer aantal personen kunnen geschieden; en daardoor zouden de anderen vrij worden om werk te doen waarvoor zij beter geschikt zijn en waarmede zij de voortbrengende kracht in de wereld vergrooten. Met de pogingen voor dit doel te coöpereeren, werd wel getracht het bestaande werk van vrouwen te verminderen, maar de behoefte aan andere bezigheden werd daarbij niet erkend en daarin ligt juist een der oorzaken van het herhaaldelijk schipbreuk lijden dezer proefnemingen.
Het schijnt bijna onnoodig te zeggen dat vrouwen als economische voortbrengsters, natuurlijk de beroepen zullen kiezen, die met het moederschap vereenigbaar zijn en verscheiden beroepen zijn met het moederschap veel meer in harmonie dan de huishoudelijke werkzaamheden. Moederschap is geen toevallige gebeurtenis in het verschiet, maar een algemeene plicht van gezonde vrouwen. Indien vrouwen beroepen kozen onvereenigbaar met het moederschap, dan zou de natuur, door haar onveranderlijk proces, hen heel kalm uitroeien. De moeders die hardnekkig volhielden acrobaten, paardrijdsters of matrozen te worden, zouden waarschijnlijk geen krachtig en talrijk kroost voortbrengen. Deden zij dat wel, dan zou dat eenvoudig bewijzen dat zulk werk haar niet hinderde. Er behoeft geen vrees te bestaan dat wij uitgeroeid zullen worden, doordat de vrouwen verkeerde beroepen zouden kiezen, wanneer zij vrij zijn in haar keuze. Vele vrouwen zouden voortgaan hetzelfde werk te kiezen wat zij nu doen, maar het op de nieuwe en betere wijze uitvoeren. Zelfs schoonmaken, goed begrepen en uitgevoerd, is een nuttig en achtenswaardig beroep. Het is vermakelijk dat eertijds dit minst geliefde werk zoo onschuldig voor een natuurlijke plicht der vrouw gehouden werd. De vrouw, de liefelijke en schoone, de beminde echtgenoote en vereerde moeder werd onder algemeene goedkeuring gehouden voor de aangewezen persoon om kamers en vaatwerk te reinigen. Haar had men toch in de laatste plaats moeten aanwijzen voor werk dat als min en verachtelijk staat aangeschreven. Zij mocht haar dagen slijten te midden van vettigheid, asch, stof, vuil linnen en roetvuil ijzerwerk. Wanneer wij de huishoudelijke functiën socialiseeren, dan zullen deze werkzaamheden wel uit de handen van de vrouw naar die van den man verhuizen. De stad schoon te maken is het werk der mannen. En zelfs in onze huizen wordt de schoonmaker van beroep hoe langer hoe meer een man.