Part 11
Overwegen wij eens de veranderde gezins-verhouding, die met de verandering in de positie der vrouwen gepaard gaat. Geheel afgescheiden van de gespannen verhouding in het huwelijk, worden ook de andere takken van het familieleven door de vreemde nieuwe krachten geïnfluenceerd en beantwoorden er aan. "Toen ik een meisje was", zucht de grijze moeder, "zaten wij zusters allen stil te naaien, terwijl moeder ons voorlas. Nu gaan mijn dochters allen naar een verschillende club!" Zij zucht, laat ons dat niet onopgemerkt laten. Wij voelen altijd bezwaar veranderingen in die uitingen van het leven te maken, waaraan wij een ethische beteekenis hebben gegeven. Dat al de dochters zouden naaien terwijl de moeder hardop voorlas, werd als goed beschouwd en daarom acht men het verkeerd dat de dochters naar verschillende clubs gaan, omdat hierin gevaar schuilt voor het huiselijk leven. In de periode van gezamenlijk naaien en lezen waren de zoo vergaderde vrouwen even nauw verwant in industrieele en intellectueele ontwikkeling als in familie-verwantschap. Zij konden allen hetzelfde werk doen en zij hielden er van om het te doen. Zij konden allen hetzelfde boek lezen en zij hielden er van om het te lezen. (En lezen werd een halve eeuw geleden, half als een deugd, half als een kunst beschouwd). Van daar het gemak waarmede zulk een groep vrouwen hun gemeenschappelijk werk en hun gemeenschappelijk genoegen opvatten.
De steeds grooter wordende individualisatie door het democratisch leven brengt onvermijdelijk in onze dochters even goed als in onze zonen verandering. Niet alle meisjes houden meer van naaien, velen kunnen het zelfs niet. Nu bij elkaar te gaan zitten naaien, zou in plaats van een harmonisch proces te zijn, op verschillende wijze rusteloosheid, afkeer en zenuwachtige prikkelbaarheid te weeg brengen. En wat het hardop lezen aangaat, het is nu niet meer zoo gemakkelijk een boek te vinden, waarin een goed onderwezen gezin van moderne meisjes en de moeder allen te zamen belang zouden stellen. Met het zich meer specialiseeren, meer differentieeren van het menschenras worden de eenvoudige banden van het familieleven minder sterk gevoeld, terwijl de meer samengestelde banden van het sociale leven krachtiger tot ons spreken; en dit is voor vrouwen zoowel als voor mannen een volmaakt natuurlijk en gewild proces.
Het moet in het voorbijgaan even worden opgemerkt, dat een van de oorzaken van hetgeen men "Americanitis" noemt, gevonden wordt in de toenemende zenuwachtige inspanning om het familieverband te behouden, wat voornamelijk op de vrouwen van invloed is. Nu zij persoonlijk meer zelfstandig worden, lijden zij meer onder de primitieve en onbeteekenende toestanden van het familieleven uit vroegeren tijd. Wat "een vrouw" en "een moeder" verondersteld werd volkomen geschikt te vinden, vindt de ontwikkelde vrouw van heden, die tevens een persoonlijkheid werd, dikwijls leelijk en ongeschikt,--een wantje waar zij een handschoen begeert. De huiselijke zorgen en werkzaamheden die nog niet op de hoogte van den tijd zijn gebracht, laten haar toenemende ontwikkeling geen vrij spel. Waar de embryonische samenvoeging van kok-verpleegster-waschvrouw-kamermeid-huishoudster-naaister-kindermeid tevreden was met een "van alle markten thuis" en niets geheel meester te zijn, daar lijdt de vrouw, die zich in staat voelt in één van die zaken uit te munten, doch daarnaast minder van de andere af te weten dubbel, wanneer zij genoodzaakt wordt te doen waartoe zij zich niet in staat voelt en te laten wat zij goed zou kunnen doen. Het met zorg ontwikkeld modern verstand ondervindt door de botsing en schok van het wel een dozijn keeren daags veranderen van het soort arbeid een bepaald nadeel, een verlies van zenuwkracht. Met de breeder maatschappelijke ontwikkeling van de hedendaagsche vrouw gaat gepaard een geschiktheid en verlangen naar een ruimer arbeidsveld, naar een meer georganiseerde wijze van werken voor grooter doeleinden, waardoor het algemeen belang meer gediend wordt, terwijl de sterke persoonlijke grenzen van de meer primitieve huiselijke plichten, belangen en methoden steeds zwaarder gaan drukken. En deze druk en spanning moet met den vooruitgang der vrouwen grooter worden, totdat de nieuwe functioneele macht zich zelf een organische uiting verschaft en de verouderde huiselijke werkzaamheden onder handen genomen en georganiseerd worden, evenals de andere arbeid van het moderne leven.
Onderwijl evenwel lijden de besten en de meest op den voorgrond tredende vrouwen zeer veel; de maatschappelijke vooruitgang wordt sterk belemmerd door de moeilijkheid om oude toestanden aan nieuwe levensvoorwaarden passend te maken. Men moet toch bedenken dat het niet de wezenlijke verhoudingen van vrouw en moeder zijn, welke door deze verandering gewijzigd worden, maar dat alleen de huishoudelijke werkzaamheden die uit de economische afhankelijkheid van vrouw en moeder voortspruiten en die tot nu toe verondersteld werden een deel van haar functiën te zijn, veranderen zullen. De verandering die wij ondergaan maakt in geen enkel opzicht inbreuk op de ware familieverhoudingen, huwelijk, ouderschap; doch alleen op die onder-verhoudingen, die in een vroeger tijd tehuis behooren en nu langzamerhand gaan verdwijnen. De familie als een geheel, een economisch en maatschappelijke eenheid, blijft niet bestaan zooals zij was. De banden tusschen broeder en zuster, neven en nichten en bloedverwanten in het algemeen, worden langzamerhand minder sterk en zijn verplicht plaats te maken voor nieuwe banden, die een beter verbond zullen vormen.
De verandering werkt opvallender bij vrouwen dan bij mannen, omdat onder haar langer de meer oorspronkelijke phasen van het familieleven bleven bestaan. Een van de meest in het oog vallende teekenen is de eisch der vrouwen niet alleen van eigen geld, maar van eigen werk, om zich persoonlijk te kunnen uiten. Zij die zich verzetten tegen vrouwen-arbeid op grond dat zij niet moeten wedijveren met mannen of niet verplicht moeten worden te strijden voor haar bestaan, beschouwen het werken alleen als middel om geld te verdienen. Zij moeten bedenken dat menschenarbeid een uiting van bekwaamheid is, dat "te doen" en "te maken" niet alleen hoog genot verschaft, maar dat het onontbeerlijk is voor een gezonde lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Slechts weinige hedendaagsche meisjes blijven in gebreke om op de een of andere wijze dezen wensch voor persoonlijke uiting te kennen te geven. Dit zien wij niet alleen in de klassen der maatschappij waar men gedwongen is te werken, maar zelfs onder de rijke vrouwen vinden wij dezelfde krachtige uiting van normale ras-energie. Houtsnijden, ijzersmeden, photographeeren, japonnen maken volgens de regelen der kunst,--om het even wat het is, maar onze tegenwoordige meisjes willen allen iets doen. Het is een zeer gezonde toestand die wijst op de ontwikkeling van raskenmerken in de vrouwen en een evenredige vermindering van geslachtskenmerken, tot deze hun normale verhouding weder zullen hebben ingenomen.
De vrouw ondergaat thans in lichaam en geest, in alles wat met het leven in verband staat een zegenrijke verandering; terwijl zij vroeger in hoofdzaak een geslachtswezen was, ontwikkelt zij zich thans tot een volmaakt menschelijk wezen dat niet minder een ware vrouw is, nu zij meer een waar mensch wordt. Wat ons beangstigt en mishaagt bij het zien van deze dingen komt voort uit ons dwaas wanbegrip dat ras-functiën mannelijke functiën zijn. Er wordt veel inspanning nutteloos verbruikt met te willen aantoonen dat vrouwen geslachtloos en mannelijk zullen worden, door deze menschelijke plichten op zich te nemen. Men zegt ons dat het voor de kindsheid en voor den ouderdom karakteristiek is slechts weinig geslachtelijk onderscheiden te zijn en dat aanneming van eigenschappen die de andere sekse eigen zijn, een verval of een onontwikkelden toestand bewijst. Bij elk ras zijn de jongen minder geslachtelijk onderscheiden en van de ouden van dagen zijn de kenmerkende geslachts-eigenschappen somtijds verwisseld, bijv. het kraaien van oude hennen of het groeien van een baard bij oude vrouwen. Het is om die reden dat men ons overtuigen wil dat de poging der vrouwen om mannelijke economische functiën te verrichten een verminderde beschaving bewijst en diep betreurd moet worden. Er zou eenige reden voor die opvatting zijn, indien de gewone ras-werkzaamheden van de menschheid, waaraan de vrouwen nu zoo ijverig deelnemen, inderdaad mannelijke functien waren. Maar dat zijn zij niet. Wij kunnen onze ziekelijke denkbeelden omtrent geslachts-onderscheid niet bespottelijker uitdrukken dan door dezen liefelijken eisch om alle menschelijke levensprocessen tot geslachts-functien van den man te verklaren. "Mannelijk" en "vrouwelijk" heeft alleen betrekking op reproductieve geslachts-functien, op de processen van ras-behoud. De processen van zelf behoud zijn ras-functien, anders voor iedere diersoort, doch gelijk voor beide geslachten.
Indien kon aangetoond worden dat de hedendaagsche vrouwen een baard kregen of bijv. van bekkenbeenderen veranderden, of basstemmen ontwikkelden, of dat zij in hun nieuwe werkzaamheden de vernietigende kracht, den ruwen oorlogzuchtigen aard, of de intense geslachts-ijdelheid van den man vertoonden, dan zou er reden zijn om zich ongerust te maken. Maar men vond steeds bij elk onderzoek dat ingesteld werd naar vrouwen die werkzaam waren, dat zij toch vrouwen bleven, en dit schijnt voor vele eenvoudige zielen een verrassing geweest te zijn. Een vrouwelijk paard is niet minder vrouwelijk dan een vrouwelijke zeester, maar zij heeft meer functien. Zij kan meer dingen doen, is een hooger ontwikkeld organisme, heeft meer verstand, en met dit alles is zij zelfs vrouwelijker in haar meer uitgewerkte en verder strekkende voortplantingsprocessen. Zoo zal ook de "moderne vrouw" niet minder vrouw zijn dan de "ouderwetsche vrouw", ofschoon zij ook meer functien verricht, meer dingen kan doen, een fijner ontwikkeld, organisme heeft en meer verstand bezit. Zij zal met dit alles vrouwelijker zijn, daardoor zal zij veel beter voor de kinderen zorg dragen dan met onze tegenwoordige verspillende, betreurenswaardige methode, waarbij wij, evenals een kabeljauw, vijftig percent van de jongen verloren laten gaan, mogelijk is. Een gehuwd paar, zegt de wetenschappelijke dictator in allen ernst, heeft gemiddeld vier kinderen noodig om de bevolking op de tegenwoordige hoogte te houden, twee om de ouders te vervangen en twee om dood te gaan,--een pleizierige manier van doen en eene die veel tot den goeden naam van ons moederschap bijdraagt!
De snelle uitbreiding van den werkkring der moderne vrouw heeft niets te maken met de verwisseling van sommige mannelijke en vrouwelijke eigenschappen; dit is eenvoudig een voortgang in menschelijke ontwikkeling waarbij de eigenschappen aan beide seksen eigen, nu duidelijker aan het licht komen, en wat in zijne gevolgen zeer heilzaam is. Ieder die het leven rondom ons gadeslaat moet de verandering in de toestanden opmerken. Het is jammer dat wij het belang er van niet genoeg weten te waardeeren. Want de groei en het krachtig optreden van het gemeenschapsgevoel onder ons allen, is een even duidelijk en merkbaar teeken van het moderne leven als de verandering in de positie der vrouw, en beide zijn nauw verwant.
Nooit te voren hebben de menschen zooveel voor anderen gevoeld. Van de beginnende uiting van grooter belangstelling in en hulpvaardigheid voor andere menschelijke wezens, tot aan de laatste uiting van de vage, blinde, weifelende beweging voor internationale rechtvaardigheid en wetten, worden de gemoederen heden ten dage in beroering gebracht. Het geheele maatschappelijk lichaam krijgt tegenwoordig plotselinge gevoelsrillingen, wanneer in het een of ander deel van de wereld groote droefheid of reden tot vreugde heerscht. Toen het bericht van "de negerhut van Oom Tom" het hart van alle menschen had aangegrepen en in vuurgloed gezet had; het vuur van menschelijke liefde en medelijden dat in ons allen latent is en dat steeds verlangt naar een gelegenheid tot gemeenschappelijke uiting, toen bleek dat in elk beschaafd land de menschen van onzen tijd over sommige onderwerpen gelijk denken. Niets kon in den tijd van Perikles, Augustinus of zelfs van Elisabeth den geest zoo hebben wakker geschud, omdat de menschheid in dien tijd nog niet zoo ver gesocialiseerd en zoo ver geindividualiseerd was om in staat te zijn zoo gemeenschappelijk te voelen.
Uitvindingen en wetenschappelijke ontdekkingen werken er voortdurend toe mede om de wereld thans tot eenheid te brengen. Dikwijls wordt beweerd dat het verstand van de Grieken of van de groote denkers der Middeleeuwen sterker en grooter was dan het verstand der hedendaagsche menschen. Misschien is dat waar. Evenzoo waren de lichamen van een megatherium (voorwereldlijk gordeldier) en een ichthyosaurus (voorwereldlijke hagedis) sterker en grooter dan de lichamen der hedendaagsche dieren. Toch stonden zij in organische ontwikkeling lager. De maatstaf voor maatschappelijken vooruitgang ligt niet zoozeer in de bekwaamheid van het individu, als wel in de organische verhouding der individuen, waardoor de vooruitgang van ieder afzonderlijk ten bate komt aan allen. Emerson heeft meer voor Amerika gedaan dan Plato kon doen voor Griekenland. Plato heeft inderdaad meer voor Amerika gedaan dan hij kon doen voor Griekenland, omdat door de drukpers en de openbare scholen het denken vrijer werd en wat gedacht werd gemakkelijker aan anderen kon worden medegedeeld.
Menschelijke vooruitgang moet gezocht worden in het volmaken der maatschappelijke organisatie, en hierin gaan wij thans met reuzenschreden vooruit. Terwijl bij de meer oorspronkelijke volkeren alleen nadeel gevoeld werd, wanneer het individu daardoor aan zijn lichaam of in zijn persoonlijke belangen getroffen werd, en later wanneer het zijn natie of kerk betrof, is tegenwoordig het gevoel reeds zoo ontwikkeld, dat wij in verzet komen wanneer vreemde natiën onrechtvaardig behandeld worden. De beschaafde wereld heeft geleden onder de martelingen in Armenië, ofschoon de wijze waarop de maatschappij aan hare verontwaardiging lucht geeft nog niet de juiste is om het sociale gevoel en den socialen wil ten volle tot uitvoering te brengen. [2] Altijd ontstaat eerst de functie en dan het orgaan; het menschelijk hart en de menschelijke geest, welke het hart en de geest der maatschappij zijn, moeten eerst lang gevoeld en gedacht hebben, alvorens het maatschappelijk lichaam zich krachtig kan uiten.
Het maatschappelijk voelen en denken wordt elken dag krachtiger en werkzamer. In onze lastige pogingen om tot internationale arbitrage te komen; in de half-gewilde verbonden en overeenkomsten tusschen groote volkeren; in de samenwerking der geheele menschheid om zeeën en bergen en woestijnen door stoom en electriciteit over te steken; in het vestigen van zulke wereld-functiën als de internationale postdienst;--in deze uiterlijke zaken begint onze maatschappelijke eenheid reeds te werken. Wie heeft op het meer bekende terrein van het huiselijk leven niet opgemerkt hoe velen van ons bestendig worden bezig gehouden voor de belangen der gemeenschap, zelfs ten koste van hun eigen-belang. Aanvankelijk werden vrouwen die belangstelling toonden in den gang der maatschappij met spot overladen door zulke personen als een juffrouw Pieterse of mevrouw Smit, ofschoon enkele vrouwen, die zoo groot waren of zoo voor godsdienst en philanthropie ijverden, dat zij achting afdwongen, vrouwen als de heilige Elisabeth Frij, Clara Burton en Florence Nightingale, hieraan ontkwamen. Doch beide categorieën van vrouwen behooren tot denzelfden tijd, maken deel uit van dezelfde verschijnselen. Tegenwoordig is er in geheel Amerika, om niet van andere landen te spreken, nauwelijks één verstandige vrouw te vinden, die niet op de eene of andere wijze werkzaam deelneemt aan een maatschappelijk belang, die niet erkent, dat zij nog andere plichten te vervullen heeft, buiten die welke alleen haar eigen bloedverwanten ten goede komen.
De beweging voor het vormen van verschillende bonden voor vrouwen is een van de belangrijkste sociologische verschijnselen van deze eeuw,--eigenlijk van alle eeuwen,--omdat zij de eerste bedeesde pogingen tot sociale organisatie van deze zoo lang ongesocialiseerde leden van ons ras aantoont. Het maatschappelijk leven moet onvoorwaardelijk organisatie ten grondslag hebben. De militaire organisatie welke vrede bevordert, de industrieele organisatie waardoor het leven onderhouden wordt en alle opvoedkundige, godsdienstige, liefdadige organisatiën welke voor onze hoogere behoeften zorgen, stellen de wezenlijke factoren van die sociale werkzaamheid samen, waarin wij als individuen leven en opgroeien; en het is daarom duidelijk dat, terwijl vrouwen aan deze organisatiën vroeger niet deelnamen, zij ook niet aan het sociale leven deelnamen. Haar hoofdzakelijke verhouding tot de maatschappij was een persoonlijke, een dierlijke, een sexueele verhouding. Zij brachten de menschen voort waaruit de maatschappij was samengesteld, maar zij maakten geen deel uit van de maatschappij. Natuurlijk waren zij in hunne hoedanigheid onmisbaar, maar evenmin als wij voedsel een deel noemen van de maatschappij omdat de menschen niet bestaan kunnen zonder te eten, evenmin mogen wij de vrouwen een deel van de maatschappij noemen, omdat menschen niet bestaan kunnen zonder geboren te worden. Vrouwen hebben menschen gemaakt, die de wereld maakten en men behoeft geen vrees te koesteren dat zij niet altijd daarmede zullen voortgaan. Maar tot nu toe speelden zij een zeer onbeteekenende rol in de door haar zonen gemaakte wereld.
De eenige vorm van organisatie voor de vrouwen was langen tijd de ongehuwde godsdienstige gemeenschap. Deze is haar altijd dierbaar geweest. Evenals thans vele vrouwen haar onafhankelijkheid niet willen opofferen voor een ongewenscht huwelijk, zoo vluchtten er vroeger velen voor een gevreesd huwelijk naar de gemeenschappelijke onafhankelijkheid van het klooster. De liefde der vrouwen voor de Kerk vindt haar grondslag niet alleen in godsdienstige gevoelens, maar in de zucht van den mensch om gezamenlijke belangen te dienen en gemeenschappelijken arbeid te verrichten; en de vrouwen konden daarvoor in de Kerk alleen bevrediging vinden. Daar konden zij ten minste te zamen zijn. Daar konden zij voelen met anderen, werken met anderen,--het hoogste menschelijk genot. Toen de Kerk haar werkzaamheden uitbreidde, vond zij overal in de vrouwen haar vlijtigste en vertrouwdste arbeiders. Te zamen te werken, te zamen fondsen te vormen voor een gemeenschappelijk doel, voor een nieuw gebouw of een nieuwe geestelijke, voor plaatselijke, liefdadige instellingen of voor zendingen in den vreemde,--als het maar betrof samenwerking voor andere behoeften dan die van het huisgezin,--dit is altijd met blijdschap door de strijdende menschelijke ziel der vrouwen aanvaard. Toen het mogelijk werd samen te werken voor andere dan godsdienstige doeleinden,--toen de vrouwen groote maatschappelijke belangen mochten dienen, bijv. het werk mochten doen in de ambulances gedurende den laatsten Amerikaanschen oorlog, waren zij overal onmiddellijk bereid in deze behoefte te voorzien. De oprichting en uitbreiding van de grootste vrouwen-organisatie, de Women's Christian Temperance Union (christelijke-vrouwen-geheel-onthouders-vereeniging) heeft op nieuw aangetoond hoe bereidwillig het hart van de vrouw is, om andere dan persoonlijke belangen te dienen. Door heel Amerika verrijzen de vrouwenbonden thans als paddestoelen uit den grond. De bonden vereenigen en verbinden zich tot stedelijke bonden, staatsbonden, nationale bonden en zelfs tot wereldbonden. Met elken dag neemt het gevoel van menschelijke eenheid onder vrouwen toe. Dit niet op te merken is onmogelijk. Deze nieuwe groei in het sociale leven, dit plotseling en buitengewoon versterken van onze beste krachten in haar allereerste levensuiting niet met voldoening en bewondering gade te slaan, is alleen reeds een bewijs hoe blind wij zijn voor den waren menschelijken vooruitgang en hoe onverstandig wij zijn ons zoo te hebben gehecht aan ons buitensporig geslachts-kenmerk.
Een van de meest gewaardeerde teekenen van dezen vooruitgang is de zielegrootheid die in het leven wordt uitgestort. Het is een overal opgemerkt feit dat onder den druk van ons modern zaken-leven de eerzucht en het idealisme aan het afnemen zijn en van lager gehalte worden. Wij worden opgevoed om overtuiging en geweten en eergevoel ondergeschikt te maken aan de eischen van succes in zaken, onze edelste gaven op te offeren voor de meest onedele praktijken, met de laffe verontschuldiging: "een mensch moet leven."
In deze levensphase komt thans een nieuwe geest,--de geest van vrouwen als Elisabeth Cady Stanton en Susan B. Anthony; van dr. Elisabeth Blackwell en haar schitterende zusterschaar; van al de vrouwen die geleden en gestreden hebben een halve eeuw lang, die met kracht den weg baanden met opoffering van zoo veel wat haar lief en dierbaar was, naar het veld van vrijheid, haar zoo lang ontzegd,--niet voor zich zelf alleen, maar ook voor anderen. Wij hebben het luide uitgebazuind dat de huishouding en het huisgezin onder zulk een loop van zaken zouden lijden. Wij hebben niet weinig er aan meegedaan de onaantrekkelijke en onvrouwelijke figuren onder deze vrouwen die de voorhoede vormden bespottelijk te helpen maken.
Maar weinigen van ons dachten er over na, hoeveel geestkracht er noodig was om de lieve oude paadjes, door zoo vele voeten plat getreden, te verlaten en heel alleen nieuwe wegen te banen en die te volgen. De aard van de inspanning bracht mede en de aard van den tegenstand dien zij zich op den hals gehaald hadden leidde er toe, om de zachte bekoorlijkheden en bevalligheden van den over-vrouwelijken staat te verliezen; doch de vrouwen die volgen en zachtjes de treden beklimmen die deze groote voorgangsters zoo ijverig op gebouwd hebben, kunnen het nieuwe werk op de nieuwe wegen verrichten en toch veel behouden van hetgeen deze krachtige heldinnen hebben moeten opofferen.
Niet doctor zijn maakt een vrouw onvrouwelijk, maar de behandeling welke de eerste vrouwelijke medische studenten en doctoren van hare mannelijke collega's ontvingen, was van dien aard dat het mannen onmannelijk maakte. Die tijd is reeds lang voorbij. De poorten zijn bijna alle geopend, ten minste in sommige landen;--de ras-bekwaamheden der vrouwen kunnen zich thans vrij ontwikkelen, zoo als uit den aard der zaak wel zal geschieden. Het voornaamste struikelblok ligt nu in het verwrongen karakter van de vrouw zelf.
Hoe groot ook de vrouwen mogen zijn die in elk opzicht den hoogsten geest des tijds belichamen, de zware erfenis van de jaren die achter ons liggen blijft toch nog op ons drukken, er bestaan nog tallooze zwakke, kleinzielige vrouwen, die geen hooger begeerten kennen dan die van een verliefd guineesch biggetje. Ook deze vrouwen zullen tot werken gebracht en haar over-ontwikkelde geslachts-aard tot de normale ontwikkeling terug gevoerd worden, door het onzekere bestaan van een afhankelijk, onproductief leven. Zij moeten eerst erkennen dat zij benadeeld worden. Zij moeten de moeilijkheid waarin zij verkeeren begrijpen en die moedig en flink onder de oogen zien.
Maar dit is een zaak van persoonlijke wilskracht, van subjectieve bewustwording. Wat wij in de zaak zien en waarin wij ons verheugen is dat, met of zonder haar bewusten wil, met of zonder de toestemming en de hulp van mannen, zelfs ondanks de historische dwaasheid van enkele vrouwen om zwaren tegenstand te bieden aan den vooruitgang der anderen,--het wijfje van ons ras zekere en snelle vorderingen maakt in menschelijke ontwikkeling.
IX