De Economische Toestand Der Vrouw Een Studie Over De Economisch

Chapter 10

Chapter 103,567 wordsPublic domain

Men zal waarschijnlijk toestemmen dat dit alles vroeger zoo geweest is; maar dan zal onmiddellijk de vraag volgen: indien het zoo duidelijk is dat de onderwerping der vrouw vroeger nuttig en noodig was en dat de slechte, afschuwelijke sexueel-economische verhouding toch ten slotte in het belang van het ras was, hoe weten wij dan dat de tijd voor verandering is aangebroken? Hoofdzakelijk omdat wij reeds bezig zijn te veranderen. Maatschappelijke ontwikkeling komt niet tot stand door het verkondigen van nieuwe theorieën of door het schrijven van boeken. Toen Rousseau over gelijkheid schreef, werd het vrije Frankrijk reeds geboren, trilde de geest des tijds reeds in de menschelijke ziel, en wie ooren had om te hooren hoorde, wie schrijven kon schreef. De toestand der kettingslavernij, die haar natuurlijk einde naderde, deed Garrison en Phillips en Harriet Beecher Stowe ontwaken. Zij maakten de beweging niet. Het einde van de economische afhankelijkheid der vrouwen is nabij, omdat het nut er van voor het ras afnemende is. Wij hebben reeds een stadium van menschelijke verhoudingen bereikt, waarin wij onzen socialen plicht in botsing voelen komen met onze geslachtsbanden, die gedurende zulk een langen tijd de eenige banden zijn geweest die wij erkenden. De algemeene bewustwording der menschheid, de zin voor sociale behoeften en sociale plichten openbaart zich in mannen en vrouwen beiden. De tijd is aangebroken dat wij voor dieper en hooger prikkels dan die van de geslachts-drift vatbaar zijn; het sociale instinkt is thans sterk genoeg om ons tot volle werkzaamheid aan te sporen. Dit is duidelijk in den tweelingstrijd die heden ten dage de geheele wereld beroert,--den strijd tusschen de geslachten en tusschen de klassen,--"de vrouwenbeweging" en "de arbeidersbeweging". Beide namen zijn niet geheel juist. Beide stempelen tot een klasse-gebeurtenis, wat inderdaad een sociale gebeurtenis is, en wat vraagstukken zijn, die het belang van het geheele menschdom in zich sluiten. Maar natuurlijk voelen de vrouwen het meest het pijnlijke van eigen toestand. Zij komen persoonlijk in opstand en meenen dat zij bij de verandering het meest zullen gebaat worden. Zoo gevoelt ook de arbeidende klasse het meest de toenemende onrechtvaardigheid van haar toestand en komt natuurlijk onder dezelfde overtuiging daartegen in verzet. Sociologisch beteekenen deze beide omstandigheden, welke sommigen zoo pijnlijk en zoo schrikwekkend vinden, slechts één ding,--de toeneming van sociale bewustwording. De vooruitgang van sociale organisatie heeft in gelijke mate individualisatie doen ontstaan, die ten slotte zelfs tot de vrouwen, zelfs tot den laagsten trap van onbekwame arbeiders, is doorgedrongen. Deze hoogere graad van individualisatie kenmerkt zich in een scherp persoonlijk bewustzijn van de gebreken van een toestand, die voorheen weinig gevoeld werden. Met deze hoogere ontwikkeling van het individueel bewustzijn en er een deel van uitmakende, gaat een evenredige toeneming van maatschappelijk bewustzijn gepaard. Wij hebben de ontwikkelingshoogte bereikt om voor elkander zorg te dragen.

De vrouwenbeweging berust niet alleen op een hooger staande persoonlijkheid der vrouw en haar diepe verontwaardiging over onrechtvaardigheid, maar op het breede, diepe solidariteitsgevoel der vrouwen. De vrouwenbeweging is een harmonische beweging, gegrondvest op de erkenning van een algemeen kwaad en op het zoeken naar een algemeen goed. Hetzelfde is het geval met de arbeidersbeweging. Zij is niet ontstaan doordat de individueele werkman beter opgevoed, hooger ontwikkeld is dan de domme boer van vroeger, maar door dat met het scherper persoonlijk bewustzijn een grooter sociaal bewustzijn gepaard ging, zonder hetwelk geen klasse haar toestand verbeteren kan. De bijkomende eigenaardigheden van onze sexueel-economische verhouding hebben zich zóó ver ontwikkeld, dat zij het voortduren van deze verhouding verbieden. In de economische wereld hebben de overdreven mannelijkheid met haar woesten wedijver en primitief individualisme, en de overdreven vrouwelijkheid met haar overmatig verbruik en hinderlijke afhankelijkheid thans een stadium bereikt, waardoor zij meer kwaad dan goed uitrichten.

De moderne vrouw die met elken dag zich meer gaat wijden aan een bepaald vak, waarvoor zij den vereischten aanleg van den zich voortdurend meer bekwamenden man heeft geërfd, komt door de zich ontwikkelende ras-hoedanigheden in opstand tegen de primitieve beperkingen van een zuiver sexueele verhouding. De wensch om te produceeren,--deze kenmerkende eigenschap van den mensch,--vergenoegt zich niet langer met een staat waarin alleen de reproductie van het geslacht wordt toegestaan. In ons tegenwoordig stadium van sociale evolutie wordt het voor de vrouwen steeds moeilijker en pijnlijker haar toestand van economische afhankelijkheid te verdragen en daarom scheppen zij zich een andere positie. Dit wil niet zeggen dat op een gegeven oogenblik alle vrouwen economisch onafhankelijk aaneengeschaard zullen staan, maar dat een langzaam aangroeiend aantal vrouwen, nu reeds zoo groot dat de geheele wereld ze opmerkt, bij de meest geavanceerde volkeren reeds dit vrije standpunt inneemt. Groote sociale verbeteringen komen langzaam, gelijk het veel-golvig opkomen van den vloed; het zijn geen plotselinge sprongen over gapende kloven.

Maar, behalve dat wij voor het eerst duidelijk bemerken dat onze vreemde verhouding haar einde nadert, kunnen wij ook zien, hoe zij door eigen werking krachten ontwikkelt, die aan haar bestaan of aan het onze een einde moesten maken. Door onze eigenaardige vereeniging der geslachten, waarbij de vrouw zich van den man bedient als middel om haar doel te bereiken,--de moeder-vader die het werk doet voor het hulpelooze wezen dat hij aan zijn hart koestert; de parasiet-gezellin die zelfs verslindt waar zij het meest moest voeden,--is de toestand geboren reeds herhaaldelijk aangeduid: dat de vrouw door den man onderhouden wordt uit geslachtslust. Uit vrees dat hij haar zal verliezen voedt hij haar, en door den nood gedwongen, ook haar jongen. Zij, haar voedsel verdienende door haar geslachtsleven wordt oversekst en werkt daardoor met steeds toenemende prikkeling op zijn geslachts-neigingen en daar deze neigingen verband moeten houden met zijn economisch kunnen, sporen zij hem tot economisch handelen aan en bevordert de vrouw zoodoende de nijverheid en elken vooruitgang. Maar,--en hier volgt nu het natuurlijke einde van een onnatuurlijken toestand, een toestand die wel is waar een tijdlang zijn doel diende, doch die de kiemen van eigen ondergang medevoerde--de geslachtsdrift, versterkt als zij werd door den abnormalen druk van de economische zijde der verhouding, werd zoo overdreven ontwikkeld, dat zij strekte tot vernietiging van individu en ras beide; en zulke karakter-hoedanigheden ontstonden daardoor, dat ook deze strekten tot ons nadeel en onze vernietiging.

Een verhouding die onvermijdelijk een abnormale ontwikkeling voortbrengt, kan op den duur niet gehandhaafd worden. Het toepassen der geslachtsdrift als een sociale kracht heeft zulk een onbegrensde overdrijving van geslachtslust ten gevolge gehad, dat het sexueel in de onnatuurlijke ondeugden der moderne beschaving, en maatschappelijk in de gespannen economische verhouding tusschen voortbrenger en verbruiker, waardoor de maatschappij in tweeën is gedeeld, tot uitdrukking komt. De sexueel-economische verhouding dient om de sociale ontwikkeling tot een zekere hoogte op te voeren. Nadat die hoogte bereikt is, moet een hooger verhouding aangenomen worden òf het proces houdt op opheffend te zijn; het ras gaat dan te gronde door ziekelijke werking van eigen krachten en een jonger ras komt op, om het geheele verloop van sociale evolutie op nieuw te beginnen.

Onder den prikkel der sexueel-economische verhouding verhief zich de eene beschavingstoestand na den anderen, om telkens weder onder te gaan in vermoeiende opeenvolging. Ons is het overgelaten een nieuwer, een beter vorm van geslachtsverhouding en daarmee gepaard gaande economische verhouding te ontwikkelen en zoodoende de vruchten te plukken van voorafgaande civilisatie en opgevoerd te worden tot hooger wezens. De ware en duurzame maatschappelijke vooruitgang, verder dan wij thans gekomen zijn, is gebaseerd op onderlinge menschenliefde, niet uitsluitend op onderlinge geslachtsliefde; hij vereischt een economisch samenstel dat voor menschelijke behoeften en niet voor geslachts-behoeften georganiseerd is. De sexueel-economische verhouding voerde den man tot die hoogte op, waarop hij volkomen mensch kan zijn. Zij verhief en ontwikkelde den menschelijken geest tot hij in staat was die groote sociale belangen te begrijpen en te volbrengen, waarin een opvolgend leven zijn uiting moet vinden. Maar indien het menschdom deze nieuwe krachten niet ziet, ze niet voelt, ze niet trouw dient, dan wordt de hoogte van waar elke verdere vooruitgang moet voortschrijden niet bereikt, en daalt het weder. Telkens en telkens was de maatschappij reeds tot op die hoogte gestegen, bleef dan in gebreke de nieuwe plichten te aanvaarden en zonk terug.

Thans zullen wij niet weder dalen, want het sociale bewustzijn is ten slotte zoo'n bezielende kracht in man en vrouw beide geworden, dat wij duidelijk gevoelen dat ons menschelijk leven niet ten volle door het geslachtsleven alleen geleefd kan worden. Wij zijn reeds zoo ver geïndividualiseerd, zoo ver gesocialiseerd, dat mannen kunnen werken zonder de aansporing van den overdreven geslachtsprikkel, werken voor een ander doel dan alleen voor vrouw en kinderen; terwijl de vrouwen, zonder in den slaafschen toestand van economische afhankelijkheid gebracht te zijn, kunnen liefhebben en dienen,--ja beter liefhebben en meer dienen. De geslachtsprikkel begint en eindigt in de individuen. De sociale zin is een hooger iets, een betere zaak, waar een breeder, edeler leven mede gepaard gaat, een leven zooals wij het nooit zullen leeren kennen, zoolang het alleen op een geslachts-basis rust.

Daarenboven moet men goed begrijpen, wat reeds in wijden kring vaag gevoeld wordt, dat de hoogere ontwikkeling van het sociale leven, die op de economische onafhankelijkheid der vrouwen volgt, een hooger geslachtsleven mogelijk maakt dan tot dusver bekend was. Even snel als de mensch tot op een bepaalde hoogte in maatschappelijken vooruitgang stijgt, even snel verslijt en vergaat deze oorspronkelijke vorm van geslachts-vereeniging; dan gevoelt men ook hoe onvoldaan een zoodanige vereeniging laat en hoe kwetsend zij is. In het hedendaagsche leven is dit reeds duidelijk merkbaar. De lange, zekere, opgaande strooming van het menschelijk ras naar het monogame huwelijk wordt niet langer gesteund, maar belemmerd door de economische zijde van de verhouding. Het beste huwelijk is dat hetwelk gesloten is door de beste individuen; doch heden ten dage voelen de beste individuen van beide seksen zich steeds meer gekwetst door de economische basis van ons huwelijk, een basis die in mannen en vrouwen die eigenschappen en de daaruit voortvloeiende industrieele toestanden voortbrengt en in stand houdt, welke het huwelijk met elken dag moeilijker en wisselvalliger maken.

Daarom moest de vrouwenbeweging door ieder rechtschapen en helderziend man zoowel als vrouw begroet worden als de beste vrucht van deze eeuw. De vooruitstrevende banier voert tot zinspreuk: "gelijkheid voor de wet", de vrouw een aandeel in het politieke leven; maar de voornaamste vooruitgang is en zal zijn economische vrijheid en gelijkheid. Zoolang leven op aarde bestaat, zullen de economische voorwaarden van elken bestaanden levensvorm er den grondslag van vormen en den toestand beheerschen; het menschelijk leven maakt hierop geen uitzondering. Een maatschappij, wier economische eenheid een geslachts-verbond is, kan zich niet boven een zekere hoogte economisch ontwikkelen; evenmin als een maatschappij, zooals de patriarchale, wier politieke eenheid een geslachts-verbond was, zich boven een zekere hoogte politiek kon verheffen.

De laatste bevrijding van het individu zal de laatste vereeniging van individuen mogelijk maken. Zoolang de zonen zich moesten buigen voor den wil van een patriarchalen vader was democratie een onmogelijkheid. Democratie beteekent, vereischt, is, persoonlijke vrijheid. Zoolang de sexueel-economische verhouding het huisgezin maakt tot het doel waarvoor wij werken, is geen hooger samenleven dan wij thans bereikt hebben mogelijk. Doch zoodra de vrouwen vrije, economische, maatschappelijke factoren geworden zijn, wordt een volkomen maatschappelijke vereeniging van individuen met collectieve voortbrenging mogelijk. Met zulk een vèr strekkende vereeniging, wordt ook een vereeniging tusschen man en vrouw mogelijk, zooals de wereld zich die reeds lang te vergeefs gedroomd heeft.

VIII

Met zoo'n onmisbare en ingrijpende verandering in het menschelijk leven als deze verandering van economischen grondslag in de positie der vrouwen, doen wij goed eindelijk meer aandacht te schenken aan de verklaring van alledaagsche feiten in ons gewone leven, die door elken oppervlakkigen lezer begrepen kunnen worden, indien hij ten minste weet, hoe hij moet lezen. In den regel begrijpen wij niets van de belangrijkste openbaringen aan de menschheid,--de teekenen des tijds. Geschiedkundige crisissen, welke langzaam haar hoogtepunt bereikt hebben, barsten plotseling over ons los, nog voor de overgroote meerderheid van het volk bemerkt dat er iets gaande is. Het eerste geweer dat te Fort Sumter werd afgeschoten, was een buitengewone verrassing voor de meeste burgers der Vereenigde Staten. Toen de adel van Frankrijk werd vernietigd, hadden slechts weinigen dit genoegzaam voorzien om het te voorkomen.

Gelukkig wachten de wetten der sociale evolutie niet op onze erkenning of aanneming er van, zij gaan onverbiddelijk haar gang. Zoo is de verandering, grooter en belangrijker dan de wereld ooit aanschouwd heeft, het langzaam oprijzen van de eeuwenlang onderdrukte vrouw tot volkomen ras-gelijkheid met den man, reeds lang genoeg rondom ons gaande geweest, om opgemerkt te kunnen worden. Zij verscheen om velerlei redenen in Amerika eerder en sterker dan ergens elders.

Het Anglo-Saksisch bloed, dat engelsch mengsel waarvan Tennyson zingt,--"Saksisch, Normandisch en Deensch zijn wij",--toont de krachtigste uiting van den laatsten stroom van frisch rassen-leven van het Noorden; van deze krachtige rassen, waar de vrouwen meer gelijk waren aan de mannen en de mannen er niet minder mannelijk om waren. De sterke, levendige geest van den godsdienst-opstand in de nieuwe kerk, die protesteerde tegen en zich los maakte van de oude, deed de ziel der vrouw even goed als die van den man ontwaken en in de gelijkheid van het martelaarschap leerden beide seksen naast elkander staan. Daarna, in het durven en zich blootstellen, het harde werken en de bittere ontbering van het pioniers-leven der eerste kolonisten, was de aanwezigheid der vrouwen werkelijk van het hoogste belang en had haar arbeid groote economische waarde. Geslachts-afhankelijkheid werd bijna niet gevoeld. Zij die de kogels goot en de geweren laadde, terwijl de mannen ze afvuurden, was mede-verdediger van huis en haard. Zij die de wol kamde, verfde, spon en weefde was mede-kostwinner van het gezin. Mannen en vrouwen zonden te zamen hunne gebeden op, werkten te zamen en vochten te zamen in betrekkelijke gelijkheid. De ontwikkeling der democratie heeft ons echter meer dan alles de volmaaktste individualisatie gebracht die de wereld ooit aanschouwd heeft. Ofschoon dit in het politieke leven alleen door de mannen wordt geuit, is toch het karakter dat het heeft voortgebracht, ook door hun dochters geërfd. De democratische Federatie die in haar organische vereeniging terugwerkt op individuen, heeft in Amerika den geest der menschen zoo vrij gemaakt, zoo versterkt, zoo aangemoedigd, dat zij de slavernij hebben afgeworpen, en, door denzelfden prikkel in beweging gebracht, den langen strijd voor wettelijke gelijkstelling der vrouw zijn begonnen.

Deze strijd is in Amerika reeds 50 jaren onvermoeid gestreden en nadert thans met snelle schreden zegevierend zijn einde. Het is niet alleen dat in vier Staten ten volle het kiesrecht wordt uitgeoefend door beide seksen, noch dat in vierentwintig andere Staten het kiesrecht voor een deel aan de vrouwen is toegekend, wat wij onder vooruitgang rekenen; maar wij vinden in de wettelijke en maatschappelijke, geestelijke en lichamelijke veranderingen het bewijs dat de moeder der wereld haar rechte plaats in de maatschappij gaat innemen. Hebben wij niet reeds opgemerkt dat de moderne vrouw in grootte, kracht en vlugheid gewonnen heeft? De moderne vrouw, die geest en lichaam staalt, vertegenwoordigt het nieuwe type, waarlijk een edel type. De heldinnen van novellen en drama's hebben tegenwoordig reeds een ander karakter dan die van het begin dezer eeuw. Niet alleen dat men ze uiterlijk anders schetst, maar zij gedragen zich ook anders. De valsche sentimentaliteit, de valsche preutschheid, de valsche teederheid, de buitengewone valschheid van de overdreven complimenten en kruipende hoffelijkheid, welke met al die andere valschheden hand aan hand gaan, verdwijnen langzamerhand. De vrouwen beginnen oprechter, flinker, sterker, gezonder en werkzaam, bekwaam, vrij te worden, meer menschelijk in elk opzicht.

De verandering in opvoeding is voor een groot deel de oorzaak hiervan en zal er later een gevolg van worden. Dag aan dag vallen hinderpalen neder. Meer en meer worden wegen voor de vrouw geopend waar zij haar geest kan verrijken, en gretig maakt zij daarvan gebruik. Niet alleen onze leerlingen, maar zelfs onze onderwijzers zijn meestal vrouwen. En het heldere en krachtige verstand der vrouwen toont telkenmale hoe onrechtvaardig de laffe beleediging was, waarmede men vroeger steeds verachtelijk sprak van "vrouwelijk verstand." Vrouwelijk verstand bestaat niet. Hersenen zijn geen geslachtsorganen. Wij zouden even goed van een vrouwelijke lever kunnen spreken.

Aanhoudend gaat de vrouw vooruit in kunsten en wetenschappen, handel en ambachten; doch het is zeer dom met deze betrekkelijke vorderingen aanspraak op superioriteit op dit gebied van vrouwen boven mannen te maken of zelfs hunne gelijkheid hieruit te willen afleiden. Meer voor dit doel geschikt, en wat ook gemakkelijker aangetoond kan worden, is de superioriteit der hedendaagsche vrouwen boven die van vroeger tijden, de onbegrensde nieuwe ontwikkeling van ras-hoedanigheden in de vrouw. Zouden wij ons nog in spreekwoorden uitdrukken, dan zouden onze moderne spreekwoorden niet meer met zulk een verpletterende, onbeteugelde verachting van de hedendaagsche vrouwen spreken, als deze onfeilbare uitspraken der volksmeening vroeger deden.

De volksgeest van heden wordt weergegeven in novellen en romans, eenvoudige verzen en humoristische toespelingen. Onze verandering in omstandigheden en verandering van gevoelens blijkt uit hetgeen door de meeste auteurs vrij geschreven en door de meeste menschen vrij gelezen wordt. In oude romans was de vrouw alleen mooi, voornaam, deugdzaam en soms "talentvol". Zij deed niets dan beminnen en haten, gehoorzamen of niet gehoorzamen, hier en daar werd zij aan schurken, helden en slechte ouders overgeleverd, werd uitgescholden, viel in zwijm of barstte in tranen uit, al naar het best bij de gelegenheid paste.

De hedendaagsche roman ruimt de vrouw hoe langer hoe grooter plaats in de handeling van het verhaal in. Er worden persoonlijke bijzonderheden van haar vermeld, buiten en behalve haar lichamelijke schoonheid. En zij is niet meer tevreden met er eenvoudig "te zijn", zij "doet" ook werkelijk iets. Onze romanheldinnen bezitten thans eigenschappen van moed, lijdzaamheid, kracht, overleg, en de macht om een goed overlegd plan snel uit te voeren. Zij hebben een eigen oordeel en een eigen doel, en zelfs wanneer, zooals in zoovele gevallen door de meer reactionaire novellisten beschreven wordt, de pogingen van de heldin volkomen nutteloos blijken en zij meestal vrij onberedeneerd ten slotte toch haar toevlucht neemt tot een huwelijk met economische afhankelijkheid, dan ontbraken toch de pogingen niet. Afkeuren mag hij, zijn kunst gebruiken om te veroordeelen en te verguizen mag hij, maar de ware novellist is verplicht om de kenmerkende verschijnselen van dezen tijd te boekstaven, en geen teeken is meer kenschetsend voor dezen tijd, dan de steeds toenemende individualisatie der vrouwen. Lichtelijk, doch met gelijke onfeilbare waarheid, vertoonen het vernuft en de humor tegenwoordig dezelfde ontwikkeling. De meeste van onze tegenwoordige aardigheden op vrouwen hebben betrekking op haar "nieuwheid", haar geavanceerdheid.

Geen sociologische verandering, die in belangrijkheid gelijk was aan deze duidelijk opgemerkte verbetering van een geheele sekse, heeft ooit in één eeuw plaats gegrepen. Onophoudelijk gaat de spil waar alles om draait, de groote verandering in de economische verhouding, haar gang. Zij volgt een geheel natuurlijke, richting. Even als het toenemend gebruik van machines de ruwe lichaamskracht in waarde doet verminderen en ontwikkeld verstand en ervaring in waarde doet stijgen, zoo eischt ook de druk van industrieele toestanden een steeds hoogeren graad van arbeidsverdeeling en leidt tot het verdwijnen van dit overblijfsel uit het patriarchale tijdperk,--het gezin als een economische eenheid.

De vrouwen zijn door den druk der noodzakelijkheid tegen haar zin op het veld der economische werkzaamheid aangeland. Voor haar langzaamheid en begeerigheid, een gevolg van eeuwenlange afhankelijkheid, is die verandering volstrekt niet aantrekkelijk. Vele vrouwen werken alleen omdat zij moeten, en niet langer dan tot zij kunnen trouwen en "onderhouden worden." Ook de mannen, die in de macht van het geld en in de geringe soort dankbaarheid en toewijding die er mede gekocht kan worden behagen scheppen, verwerpen en bestrijden de verandering; maar door dit alles wordt de loop van den socialen vooruitgang slechts weinig gewijzigd.

Een sprekend feit is de toenemende wensch van jonge meisjes om onafhankelijk te worden, om een eigen loopbaan te hebben, ten minste voor een tijd, en het steeds aangroeiend bezwaar van tallooze gehuwde vrouwen om hun man nederig om geld te vragen, om te bedelen voor hun onderhoud. Meer en meer geven vaders hun dochters en mannen hun vrouwen een vast jaargeld--een afzonderlijk bedrag, dat zij naar eigen goedvinden kunnen gebruiken. Het gevoel van persoonlijke onafhankelijkheid bij de tegenwoordige vrouwen is een zeker bewijs dat er verandering is gekomen.

De invoering der machines, waardoor een tijd geleden vele takken van industrie uit het huis verdreven werden, beroofde de vrouw geheel van hare economische waarde; maar thans verheft zij zich en volgt haar verloren spinnewiel en weefstoel naar hun nieuwe plaats, de fabriek. Er is tegenwoordig nauwelijks een industrie aan te wijzen waarin niet eenige vrouwen werkzaam gevonden worden. Door heel Amerika vindt men vrouwelijke werklieden buiten den onbetaalden arbeid van het gezin; bij de laatste volkstelling waren er reeds drie millioen. Dit is zulk een bekend feit en wordt op zoo verschillende wijzen door een zoo groot aantal personen gevoeld dat het tot herhaalde en breedvoerige bespreking en verschillende opvatting aanleiding geeft. Zonder ons hier te verdiepen in de onmiddellijke vóór- of nadeelen hiervan voor de industrie, halen wij dit alleen als een onbetwistbaar bewijs aan van de radicale verandering in de economische positie der vrouwen, zooals die zich thans aan ons voordoet. Voor onze oogen zien wij de vrouw van jaar tot jaar nieuwe banen betreden, maar met deze feiten uit een persoonlijk oogpunt te beschouwen, bleven wij in gebreke den aard der verandering naar waarde te schatten.