De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. Ulehake contra het plan C. Lely

Part 2

Chapter 21,584 wordsPublic domain

Nu behoeft niet meer een deel der jongelingsschap ons land te verlaten, om te trachten elders eigen boer op eene boerderij te worden. Nu behoeven zij, die weten, dat voor 't sluiten van een huwelijk meer noodig is dan zeven el katoen en een paar kussens, niet bevreesd voor stranding te zijn, als ze in 't huwelijksbootje stappen, want voor alle rangen en standen, voor rijk en arm, groot en klein, schipper en kruidenier, bestaat nu gelegenheid zich te vestigen, wetende, dat zij eene goede broodwinning kunnen verkrijgen en behouden.

De Regeering verpachte slechts geen woning of grond aan den dronkaard, maar 't liefst aan hem, wiens »dege degelijkheid" bleek bij het totstand brengen van 't groote werk.

Betrekkelijk spoedig zal de gevestigde bevolking in den vorm van pacht en belasting de Regeering steunen op financiëel gebied en dit zal den beheerscher van 's lands schatkist een voorproef geven van wat wezen zal, als de twaalfde provincie van Nederland gemaakt is tot wat ze worden kan.

De heer U. beweert, dat zijn plan een zuiver nationaal karakter draagt in tegenstelling met 't plan Lely, dat volgens hem in hoofdzaak alleen ten goede komt aan de nakomelingen van den kleiboer.

Als onderwijzer gevoelt hij zeer goed het ongelijke van den strijd, dien hij aanbond tegen den Minister-ingenieur. Tot heden maakte hij kennis met slechts twee leden der Tweede Kamer, van wie hij eenigen steun verwacht, maar hij, die meent te strijden voor heel het Nederlandsche volk, vertrouwt, dat _alle_ vertegenwoordigers van dat volk er op zullen aandringen, dat zijn plan onderzocht worde. Van bevoegde zijde werd hem verzekerd, dat, na een onpartijdig onderzoek van hoogstens anderhalf jaar kan uitgemaakt worden of zijn plan aanbeveling verdient. Welnu, moeten we slechts zooveel langer wachten op den aanvang van 't grootsche werk met de hoop, dat het pl. Lely door een beter plan vervangen wordt, door een plan, dat geen aanvulling of correctie behoeft, dan is eene tijdruimte van anderhalf jaar niet noemenswaard. In dien tijd van onderzoek zal het moorden, branden en rooven in 't beschaafd Europa mogelijk afgeloopen zijn en kan er weer menschenwerk verricht worden. Indien Duitschland mocht zegevieren, dan zal 't plan U. stellig ook zegevieren, daar dit rijk in 1913 kort en goed, o Nederlanders, besloot zijne Waddeneil. met het vasteland te verbinden. Opzettelijk is een schakel uit deze redeneering weggelaten, omdat de ontwerper nochtans hoopt, dat onder het bestuur van onze geliefde Koningin zijn plan verwezenlijkt moge worden.

* * * * *

Hij meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek uit te oefenen op het plan Lely en bestudeerde het IJselmeer. Daar de heer U. wil trachten alle rivieren, uitloozende in de Zuiderzee, te kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te beheerschen, en bovendien een uitgebreid net van breede afvoerkanalen in de verschillende poldergebieden krijgt, hoopt hij, dat zijn IJselmeer slechts klein zal wezen, vergeleken bij dat in 't pl. Lely. Dit laatste toch zal zware, hooge polderdijken moeten hebben, waardoor de polderlasten niet gering kunnen blijven. Wegens zijn groote afmetingen zal het de vier polders volkomen van elkaar gescheiden houden; de polders zullen aanhangsels blijven van de aangrenzende provinciën en door de scheepvaart slechts eenige verbinding verkrijgen, als het ijs die toelaat. Van een nieuwe provincie kan bij dit plan geen sprake zijn.

Als de wind uit het N.W. woedt, zal het rivierwater niet in 't meer, maar 't meerwater in de rivieren komen. De hoofdvorm van 't meer bevordert dit ongelukkig verschijnsel. Komt de (heerschende) wind uit het W., dan bestaat hiervoor eveneens gevaar en verdrinkt over eene groote breedte al het land van Zwolle tot Meppel. Ook Friesland, voorzooverre het water afvoert naar 't Z., zal bij dezen wind onmogelijk water kunnen loozen. Daar de Minister de uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen tot ongeveer de zuidpunt van Schokland, (en dat werk is lang geen peulschilletje), roept hij aldaar een toestand in 't leven, die veroorzaakt, dat het westelijk deel van Overijsel tot verre ten O. van Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de Noordoostelijke polder verdrinkt.

IX.

Wanneer bij strengen winter het groote IJselmeer zal veranderd zijn in een ijsklomp... O, zeker kan dat, want het is minder diep dan de thans bestaande zee, zoodat het door het grondijs van den bodem tot de oppervlakte één ijsmassa worden kan, en wanneer bij dooi dan ook nog het ijs in de rivieren begint te kruien, dan krijgen we een toestand, die den Minister en de polderbewoners tot wanhoop brengen zal.

En hoe lang kan zoo'n toestand niet duren! In den winter van 1848 op '49 dreven Klaas Bording en zijne twee zoons veertien dagen op een ijsschots rond in de Zuiderzee, die in open verbinding staat met de Noordzee!

Maar, als na de afsluiting voor het ijs nergens, nergens een uitweg te vinden is, hoe lang zal het dan niet belemmerend zijn voor de scheepvaart en de visscherij? Arme visschers, uwe zijden netjes zijn zoo duur en zoo teer. Het ergste voor u is echter, dat ge weken aaneen gedwongen zijt uwe broodwinning stop te zetten. Troost u echter met deze gedachte, dat uw leven nog niet direct in gevaar is; de boeren in de polders verkeeren in groot levensgevaar, als gij honger moet lijden, want straks begint het ijs in 't meer te kruien en de ijsschotsen, door den wind her- en derwaarts gedreven, bedreigen den afsluitdijk zoowel als de overige dijken om het meer en als....., dan.....

Lezer, vul in, als ge durft, maar bedenk tevens, dat bij uitvoering van 't plan Ulehake deze toestanden totaal uitgesloten zijn.

Nederlanders, leest dit korte opstel en allen, die op- of aanmerkingen kunnen maken of den heer Ulehake, hoofd der openbare lagere school te Groote-IJpolder, gem. Sloten (N.H.) sterker kunnen doen staan met zijn plan tegenover het plan Lely, steunt hem, helpt hem, opdat hij het voorloopig doel, dat hij beoogt, moge bereiken, n.l. dat zijn plan onpartijdig door de Regeering worde onderzocht.--Alleen dan eerst kan men een voor de praktijk waardevol oordeel over zijn plan vormen, als er een volledig project van is opgemaakt met globale raming van kosten, rentabiliteit enz.

Dan eerst kan uitgemaakt worden, welk plan de voorkeur verdient, het kunstmatig plan Lely of 't natuurlijk plan Ulehake.

»Maar, vanwaar moet het noodige geld komen?"

De zware oorlogsleening van f 275.000.000 was in korten tijd volteekend, en zouden de menschen met kapitaal niet gaarne hun geld beschikbaar willen stellen, om een stuk grond aan Nederland toe te voegen ter waarde van f 500.000.000 of meer, zonder één nabuur leed te doen of schade te berokkenen, zonder moord, brandstichting of roof?

Men denke er om, het plan Ulehake behelst dezen regel: 420000 × f 1200 = f 504.000.000; er mocht aan 't einde van 1915 staan: 420000 × f (3000 × 300) / 2 = f 693.000.000.

Is het plan Ulehake uitgevoerd, dan is inderdaad een nieuwe provincie ontstaan; de deelen kunnen door tram- en spoorwegen met elkaar verbonden worden en alle deelen van het N. des lands, zoowel als van de eilanden en de nieuwe provincie, komen in onmiddellijke verbinding met Holland, het hart van Nederland. Ook vergete men niet, dat alleen _zijn_ plan een eind maakt aan de overstroomingen in Overijsel, Drente en Friesland; het plan Lely _verergert_ ze.

BLADVULLING, (geknipt uit een courant).

»Men meldt ons uit Weesp d.d. 12 Jan.: (1914?)

De Noorderstorm heeft het Zuiderzeewater zoo hoog opgezweept, dat de Vecht haar water niet kon loozen, zoodat de waterstand zulk een abnormale hoogte bereikte, als in maanden niet voorgekomen is.

Op verschillende plaatsen drong het water door de dijken. De peilschaal wees hedenavond 53 + A. P. De schutsluis was gesloten".....

* * * * *

Als zulke toestanden zich daar kunnen voordoen, dan is in 't hierboven gegeven opstel nergens overdreven, als er gesproken werd van opstuwing, onder water loopen, enz.!

* * * * *

Verder leze men de courantenberichten van 8-18 Jan. '16 over Meppel, Wolvega, Weesp, Waterland enz. enz.

* * * * *

Als men bedenkt, vanwaar het meeste geld kwam, waarmee de drooglegging van de Beemster werd gedekt, dan denkt men onwillekeurig aan 't schip, geladen met gouden staven, dat zonk in het Marsdiep, dus binnen den afsluitdijk van 't plan Ulehake.

* * * * *

Als de bunzing zijn kop in 't hoenderhok kan steken, ziet hij kans het binnen te dringen, en doodt hij de kippen.

Als de zee nog gedeeltelijk landwaarts in blijft bestaan, zal ons land af en toe door rampen getroffen worden, gelijk aan die van 15 Januari 1916, neen niet gelijk aan, maar veel verschrikkelijker dan.................

Is het plan Ulehake uitgevoerd, bestaat er dus geen Zuiderzee meer, dan worden de thans overstroomde gedeelten van ons land niet weer door een watervloed geteisterd.

26 Jan. '16.

[Illustratie: SCHETSKAARTJE PLAN ULEHAKE.]

+----------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst | | aangebracht: | | | | Bron (B:) -- Correctie (C:) | | | | B: totale afstand van den Helder | | C: totale afstand van Den Helder | | B: waar de geschikste plaats | | C: waar de geschiktste plaats | | B: naar 't W., 't N. W.,'t N. | | C: naar 't W., 't N.W., 't N. | | B: handelswaarde van f 800 per H.A. | | C: handelswaarde van f 800 per H.A." | | B: van 't ijs zelf dwingen tot | | C: van 't ijs zelfs dwingen tot | | B: Harlingen een flinken »derden', waterweg | | C: Harlingen een flinken »derden" waterweg | | B: steunen op ficancieel gebied en dit zal | | C: steunen op financiëel gebied en dit zal | | B: VIII. | | | | Hij meende | | C: Hij meende | | B: het noodige geld komen? | | C: het noodige geld komen?" | | | +----------------------------------------------+