Chapter 68
[50] Puccio behoorde tot de orde van Sint Franciscus van Assisi, die behalve monniken ook leeken als zij, tertiartiïe daar in opnam.
[51] Boccaccio zeide, dat hij van dien broeder Puccio had hooren spreken en in de hospitaalherinneringen van de heilige Maria Nuova van Florence leest men, dat in 1300 op den 30en Januari zij van hem een zoon verloste Rinieri genaamd en dat hij te San Pancrazio woonde.
[52] Brancazio of Pancrazio.
[53] Men zegt, dat hij tot zulk een groep behoorde, daar deze dit gewoon waren te doen. Het is echter onzeker, omdat men bij die vergadering kwam met de kap over het hoofd en de leden elkaar slechts zelden kenden.
[54] Over de historische waarheid van deze vertelling weet men niets anders, dan dat ridder Francesco Vergelli of Vergiolesi als gezant naar Parijs werd gezonden in 1313 gelijk Michelangelo Salvi in zijn geschiedenis van Pistoja verhaalt.
[55] Men wil, dat die Ricciardo Minutolo een historische persoonlijkheid is.
[56] Het geslacht der Elisei was een der oudste families van Florence, waaraan door verschillende schrijvers herinnerd wordt voornamelijk door Giovanni Villani en door Malespini.
[57] Men moet zich dit huis voorstellen gebouwd tegen een berg.
[58] Men zie, hoe Boccaccio lang de tijden vooruit was door af te geven op de wreede en valsche wijze van onderzoek, die hem toch nog zooveel eeuwen zou overleven!
[59] De Oude van den Berg, een legendair persoon uit de Middel-Eeuwen, hoofd van een godsdienstige sekte, welke zich tegen het einde van de XIe Eeuw in de gebergten van Perzië vestigde. Marco Polo spreekt er uitvoerig over in zijn Milione. Het poeder, dat de Oude van den Berg aan zijn volgelingen gaf om hun in bedwelming een voorproef te schenken van de vreugden, die hen wachtten, indien zij in zijn dienst stierven, was, naar wat men zegt, indische hennep, door de Arabieren hasheisch genoemd, waarvan de naam assassijnen van het begin af aan gegeven aan de leden van die sekte stamt en sinds dien in het spraakgebruik algemeen is geworden.
[60] Ragnolo Braghiello, boersche verminking van Agnolo Gabriello, de engel Gabriël.
[61] Giovanni Villani in Boek VII van zijn Istoria noemt een zekeren Beltram, graaf de Roussillon, die kapitein was der Florentijnen en misschien van hem zelf hoorde.
[62] Volgens Manni gelooft men, dat dit feit door Boccaccio om eenige reden is gewijzigd en dat het werkelijk plaats had niet in de woestijn van Thebaïda maar in de buurt van Todi. Inderdaad wordt een gelijksoortige gebeurtenis verhaald door Franco Sacchetti in de novelle CI en toegeschreven aan zekere Giovanni Dell’ Innamorato, Apostolo genoemd, die van Todi afkomstig was.
[63] Capsa (thans Gafsa), stad in Tunis, waar de schat was van koning Jugurtha.
[64] Thebaïda was de zuidelijkste der drie voornaamste deelen van Egypte en kreeg den naam Thebe, dat er de hoofdstad van was. De woestijnen omgeven het, welke er gedurende de eerste vijf eeuwen van het Christendom bevolkt waren met monniken en kluizenaars.
[65] Omdat hij dan zoo mager zou zijn geworden (drie mannen met zeven vrouwen!), dat de beenderen hem uit de huid hadden gestoken door de magerheid en ontdaan van spieren geklonken zouden hebben als die van een skelet.
[66] Filostrato is een naam van griekschen oorsprong en beteekent: vriend van oorlog en wapenoefeningen.
[67] Deze plaats wordt op verschillende wijze uitgelegd. De een schreef, dat Boccaccio bedoelde te zeggen, dat zijn boek voorop niet den naam droeg van den auteur; anderen zeiden, dat hij wilde zeggen zonder titel n.l. zonder aan iemand te zijn opgedragen (wat aan Filippo Villani het waarschijnlijkst voorkomt); weer anderen, omdat de naam Decameron eerder dan een ware titel de indeeling er van aanduidt.
[68] Boccaccio begon aan dit boek op zijn 35ste jaar en voltooide het vijf jaar later.
[69] Deze geschiedenis is geput uit een episode van den Roman van Barlaam en Josaphat.
[70] De berg Asinajo of meer algemeen gezegd Senario, tusschen la Sieve en il Mugnone, tien mijlen van Florence, waarop sinds onheugelijke tijden een klooster stond.
[71] Casuisten zijn de bedriegelijke verdedigers van de grootste misdaden.
[72] De mattapan was een Venetiaansche munt van zilver ter waarde van vier stuivers.
[73] De maremma (zeekust) is het moerassig gedeelte van het land bij Venetië aan zee. Op de wereld of aan de maremma is een schertsende uitdrukking gelijk in het hollandsch: alles en nog wat.
[74] Boccaccio had blijkbaar een hekel aan de Venetianen. Eerst heeft hij ze leeghoofden genoemd en hier oneerlijk.
[75] Deze novelle wordt door Landau gehouden van grieksch-byzantijnschen oorsprong te zijn.
[76] Candia, moderne naam voor het eiland Creta, die Boccaccio schijnt te gebruiken voor de hoofdstad daarvan.
[77] Guiglielmo, de tweede koning van Sicilië, maar door anderen de vierde genoemd; vandaar dat Pandolfo Collenuccio schrijft: Guiglielmo de tweede in de regeering, maar de vierde in de volgorde der Guiglielmo’s. Hij regeerde van 1149 tot 1164.
[78] Inderdaad beklom Ruggiero IV, nadat de Sicilianen den vader in 1161 hadden afgezet, den troon in diens plaats, maar hij werd na enkele dagen vermoord.
[79] De Moorsche heerschappij van Granada in het zuiden van Spanje werd eerst gegrondvest in 1238; dit is dus een anachronisme van Boccaccio.
[80] Wie in de Middeneeuwen op de valkenjacht ging, droeg dien vogel op de vuist en opdat de sterke klauwen van het dier de hand niet kwetsten, hield men die bedekt met een handschoen van zeer dik leer. Dat verklaart het spottend antwoord van Gerbino.
[81] Een soort sierplant.
[82] San Gimignano, een groot gebied in Toscane, waar de linnenweverij bloeide.
[83] Deze novelle van onzen Boccaccio, zegt Manni, wordt bewaarheid in de getuigenis door mij met veel zorg ontleend aan een geschiedenis van uit Brescia bevestigd, welke Elia Cavriuolo Giureconsulto heet, waar zij omstreeks 1378 als historisch in omloop was.
[84] De beroemde florentijnsche dokter Targioni dacht van deze novelle, dat die eer verzonnen zou zijn dan waar, hoewel eenige artsen die als waar hebben opgevat en voornamelijk Antonio Mizaldo Monluciano. Zoo beschouwde haar ook Manni, die onderstelde, dat het geval hierin verhaald plaats had in 1325 of niet veel later.
[85] Er was werkelijk in Florence een familie dei Sighieri en Manni zag het testament van een zekeren Giovanni Sighieri met den datum van 1363, waarin goederen genoemd zijn, die deze familie bezat, in het gebied van Carpentras in Provence.
[86] Men kan een authentiek bewijs lezen van dit voorval tusschen Roussillon en Gardestagne in het leven, dat van den laatste uit het Provençaalsch is vertaald door Crescimbeni, waar men het bijna woord voor woord vertaald vindt. Die Gardestagne was een beroemd dichter uit Provence en deze noemt hem Capestani, gene Cabestain, en een ander Casteign, terwijl Crescimbeni hem op zijn italiaansch Cabestano noemt. Zijn schoone verzen verliefden de vrouw van Roussillon en veroorzaakten haar dood, waarvan Petrarca ter verklaring zeide:
en die Guglielmo, Die door gezang zijn bloei van dagen kortte.
Aldus Martinelli. Het kasteel van Roussillon verrees, naar men gelooft, bij de stad Apt, waar nog steeds een dorp bestaat, dat Castel Roussillon heet.
[87] Mazzeo of Matteo della Montagna, naar hetgeen Scipio Mazzella, een napolitaansch historicus schrijft, leefde in Salerno en tusschen 1309 en 1342, schreef hij op aandringen van koning Roberto de Pandecten der Medicijnen, welke in verschillende talen werden overgezet.
[88] Malfi of Amalfi, een stad op vijftien mijlen gelegen van Salerno.
[89] Een italiaansche uitdrukking.
[90] De Stadico was bij de Napolitanen de rechter.
[91] Een eigenaardige Italiaansche uitdrukking.
[92] Een once, een grooten munt, die iets meer waard was dan een secchino of sequin.
[93] Beroaldo, die in 1499, die novelle in het Latijn vertaalde, gelooft, dat Boccaccio zijn verhaal ontleende aan de antieke annalen van Cyprioten en Manni voegt er eenige redenen aan toe, die het voor mogelijk doen houden, dat Boccaccio dit zou hebben gedaan. Maar er is geen enkel bewijs van en het is niet onmogelijk, dat deze geschiedenis meer dan eenige andere een navolging is van Theocritus, die in zijn idylle getiteld Il bifolchetto (de kleine Koeherder) meer dan een bijzonderheid, die men bij onzen verteller ziet, heeft opgenomen.
[94] Susa, de tweede stad van Tunis in dat gebied door haar bevolkings-cijfer en haar toestand.
[95] Latijn beteekent Italiaansch. De christelijke volken noemden zich in tegenstelling met de Saracenen Latijnen.
[96] Sansovino zegt, dat de raad door Martuccio gegeven aan den koning van Tunis door Villani ontleend is aan het achtste boek, waar hij spreekt over de onderneming, die Cassano, de koning der Tartaren tegen den Sultan ondernam, die door hem werd verslagen, daar hij het middel had gebruikt dunne koorden op de bogen te spannen.
[97] Ten tijde van Boccaccio was het pauselijk Hof te Avignon en Rome in den ban.
[98] Alagna of Anagni, een kleine stad in Latium, beroemd wegens den smaad Bonifacius VIII in 1303 aangedaan.
[99] Het feit verhaald door Boccaccio vindt men terug in de Storia di Faënza van Tonduzzi, die de inneming van zijn stad, waarvan Giacomino in de vertelling spreekt, stelt in het jaar 740 ten tijde van koning Luitprando. In de plaats daarvan zegt Boccaccio, dat zij is overgegeven in den strijd met keizer Frederik en het schijnt, dat hij zinspeelt op Frederik II, die Faënza innam in 1240.
[100] Deze Gianni van Procida, gelijk elders gezegd is, was de neef van den beroemden naamgenoot, die zulk een aandeel had in den opstand van de Siciliaansche Vesper.
[101] Frederik van Sicilië was de zoon van Peter van Aragon.
[102] Ruggier dell’ Oria of Ruggierso di Lauria, een zeer beroemd Italiaansch admiraal. Hij stierf in 1305.
[103] De goede koning Guiglielmo, namelijk Guglielmo il Buono, de derde koning van Sicilië, overleden in 1184.
[104] De bevoegden voor de correctie van de Decameron doen ons weten, dat deze novelle ontleend is aan Elinando, een schrijver in zijn tijd zeer geacht, namelijk omstreeks 1200. Boccaccio verwisselde de namen der personen en van de plaats, waar het feit gebeurde, maar herinnert toch aan de individuen, die tot werkelijk bestaande families behoorden.
[105] De Traversari waren werkelijk een zeer edel geslacht in Ravenna; er wordt van een zekeren Paolo Traversari gesproken in de XXXVe novelle der Novellino.
[106] Chiassi of Classe heette een kleine landstreek niet ver van Ravenna en ook de haven van die stad; thans is die geheel verwoest en is er geen spoor meer van over.
[107] Deze geschiedenis zelf van Elinando wordt verhaald van den Graaf van Niversa en van een kolenbrander en Passavanti herhaalde haar in zijn “Spiegel van de ware Boete”. Overigens zijn die legenden van duivels-jachten in de Midden-Eeuwen zeer algemeen verbreid en ook in latere tijdperken.
[108] Ammirato zegt, dat in het graafschap Florence, daar het eene huis ver van het andere was, men vuur ging halen met een vod om het niet te doen met kolen of brandhout en ook omdat een vod langer (?) brandt en gemakkelijker te dragen valt. Dit is een kleine dienst en toch zegt zij, dat niemand dit voor haar wilde doen, zoo oud en leelijk was ze geworden. (Fanfani).
[109] Troïlus en Crescida zijn de figuren van Filostrato, een gedicht in octaafrijm, geschreven door Boccaccio zelf, die—naar men wil—hier onder den naam van Dioneo zijn eigen persoon laat optreden.
[110] Consistorium, hier schertsend gebruikt. Naam voor de vergadering van den Paus met de kardinalen.
[111] Wat Messire Mazza en de Zwarte Berg beteekenen, hoeft niet nader verklaard te worden. Een goed verstaander....
[112] Deze Oretta of Lauretta was de dochter van Obizzo Malaspina en de vrouw van Ruggeri of Geri di Manetto Spini. Reeds in 1332 was zij weduwe.
[113] Deze bakker Cisti is werkelijk een historisch persoon. Van zijn bakkerswinkel spreekt ook Ferdinando Leopoldo Del Migliore in zijn Firenze illustrata. Cisti is misschien een afkorting van Bencivenisti.
[114] Het is Bonifacius VIII, die Paus was van 1294 tot 1303.
[115] Dit gezantschap kwam in Florence in Juni 1300, toen Dante Alighieri tot de Priors der Republiek behoorde. De Paus zond het speciaal om de twee fracties der Cerchi en der Donati te verzoenen, maar dit droeg weinig vruchten. Het hoofd er van was de kardinaal Matteo d’ Acquasparta.
[116] Het zal wel haast onnoodig zijn te melden, dat de Arno de rivier is, die Florence doorstroomt.
[117] Zachtjes om den wijn niet troebel te maken.
[118] Dego: Diego.
[119] Dit gebeurde in het jaar 1314, in welken tijd messer Diego della Ratta kapitein van wapenen was in Florence en vicaris van koning Roberto.
[120] Popolini waren muntstukken van twee stuivers of soldi van denzelfden vorm als de beroemde goudguldens van Florence, namelijk met aan den eenen kant het beeld van San Giovanni Battista, schutspatroon der stad en aan den anderen kant de florentijnsche lelie.
[121] Sint Johannes, den 24en Juni.
[122] Peretola, een dorp, drie mijlen van Florence.
[123] De familie van Rabatta, afkomstig uit Mugello, behoorde vroeger tot de oudsten en edelsten van Florence, maar door de ongelukkige twisten tusschen de Guelfen en de Ghibellijnen moest zij naar Udine trekken en kwam vandaar in het graafschap Gorizia.
[124] De Baronci waren in Florence bekend om hun leelijk gezicht.
[125] Niet ten onrechte schreef Vasari van Giotto: Hij was vernuftig en zeer aardig en heel geestig in zijn uitingen, waarvan er nog velen in de herinnering te Florence voortleven; behalve die van Boccaccio heeft Franco Sacchetti er in zijn driehonderd novellen velen en zeer schoonen van verhaald.
[126] Dit is een lichte spot met Pamfilo. Vergelijk dit met den noot over de Baronci in de voorgaande vertelling.
[127] Een dubbele uitdrukking met een schertsende bedoeling, aldus gebruikt door Scalza. De Maremma is een moerassige streek.
[128] Monseigneur Della Casa toont in zijn Galateo te gelooven, dat het feit van die madonna Filippa waar is. Manni gelooft, dat die wijziging van de wet van Prato waar is en laat ook nog als mogelijkheid aannemen, dat tusschen de familie der Pugliesi en die der Guazzagliotri wegens die liefdes-intrige deze doodelijke vijandschap geboren werd, die zeer lang duurde. Aldus Martinelli in zijn Osservazio storiche.
[129] Deze Betto-Brunelleschi leefde werkelijk in Florence ten tijde van Guido Cavalcanti en stierf in 1311 of omstreeks dien tijd.
[130] Deze zuilen van porfier, die nog bestaan bij de kerk van San Giovanni werden door de Pisanen aan de Florentijnen gegeven.
[131] Het verhaal van dien broeder Cipolla gaf velen heel wat te zeggen door een verkeerde meening, die zij opvatten over de bedoeling van den verteller, alsof hij van plan was den draak te steken met de heilige dingen. Tegen deze blaam begon een prelaat van de grootste reinheid van zeden en gelijksoortige geleerdheid hem te verdedigen met verschillende van zijn grondige lezingen door hem gehouden in de Academia della Crusca en door Manni aangehaald in zijn toelichtingen tot die historie. Zij bevat de aardigste en de teekenendste satire, die ooit door een bedrieger is gemaakt. Het karakter van Frate Cipolla niet minder dan dat van zijn metgezel kan niet beter beschreven worden dan de domheid der goede Certaldesers. De namen der personen er in aangehaald zijn echt, volgens de documenten door Manni aangehaald (en zij leefden omstreeks 1300). Het feit kan aan niemand minder dan aan onzen auteur zelf overkomen zijn volgens een overlevering in Certaldo, waar hij vaak kwam, daar hij er een deel van zijn bezittingen had en waaraan door hem later die gratie verleend is, die het zoo aardig hebben gemaakt (Mannelli).
[132] Deze woordspeling is aldus bedoeld: Cipolla is de naam van den monnik en beteekent tegelijkertijd: ui, wat in het Hollandsch niet letterlijk schertsenderwijze te vertalen is.
[133] Te Altopascia in Lucchese was een abdij; twee maal in de week was er groote soepuitdeeling. Vandaar werd de buitengewoon groote ketel, waarin zij die kookten, spreekwoordelijk.
[134] Porco: het zwijn.
[135] Beteekent vermoedelijk Leugenland.
[136] Beduidt vermoedelijk Kletsland.
[137] Leugenrijk.
[138] De heele redevoering van Fra Cipolla is volgens Fanfani de bizarste en de aardigste ter wereld. Al de opgesomde plaatsen en rijken zijn straten en plaatsen in Florence, die denzelfden naam dragen.
[139] Namelijk als zij er saucijzen van maken.
[140] Snoeimessen: pennati, een woordspeling met de uitdrukking: pennati, ook pennuti: met vleugels uitgerust.
[141] “Scheld-me-niet-uit Alsjeblieft”.
[142] Deze vraag slaat schertsend op de bedriegerijen, die in verhalen het onderwerp zullen zijn van den volgenden dag in de Decameron.
[143] De uitdrukking “bescio sanctio” in den oorspronkelijken tekst is volgens verschillende commentators niet geheel helder.
[144] De naam Egano vindt men veelvuldig onder de Bologneezen en de familie Galluzi is in Bologna zeer oud.
[145] Heilige oorlog: Kruistocht.
[146] Avignon was toen de zetel van den Paus.
[147] Behoedt mij.
[148] Zonder wacht.
[149] Dit drietal waren schilders, die ten tijde van Boccaccio leefden.
[150] De Mugnone is een stroom, die zich bij Florence in den Arno stort.
[151] De Heliotroop is een kostbare steen evenals de smaragd rood gevlekt, waaraan de Ouden de eigenschap toeschreven onzichtbaar te maken wie hem droeg.
[152] Settignano en Montisci of Montici, twee streken van den Valdarno, de eene op drie, de ander op twee en een halve mijl van Florence.
[153] Fiesole ligt op een heuvel in gezonde lucht, Sinigaglia in een ongezond moeras vooral gedurende den zomer.
[154] De uitgang “azza” heeft door den klank in het Italiaansch iets verachtelijks.
[155] Te Florence evenals in alle andere, middeneeuwsche republieken noopte de staatkundige naijver der stads-partijen altijd vreemde magistraten te kiezen.
[156] Vele commentators beweren, dat dit geval voor de helft werkelijk is gebeurd en dat Boccaccio in den leerling zich zelf schildert, aan wien de poets wordt gebakken door de weduwe, die hij beminde.
[157] Middeneeuwsche uitdrukking voor: naar den grond, daar de hel onder de aarde was.
[158] Camollia, een straat in Siena.
[159] Daar de doktoren over de toga van scharlaken een mantel droegen van bont en op het hoofd een bonten baret.
[160] Lucifer van San Gallo, een dwaasheid in scherts gezegd, evenals mellonaggine da Legnaja. Maar hier is het noodig er bij te voegen, dat werkelijk uit Legnaja, een dorp niet ver van Florence de beste en grootste meloenen komen en ook komkommers. Mellonaggine beteekent ezelachtigheid.
[161] Priester Johannes was een legendaire figuur uit de Middeneeuwen, die een zeer machtig christelijk rijk beheerschte van het Oosten in Aethiopië of in Indië.
[162] Dit bewijst, dat de doktoren toen ook nog drogisten waren en geneesmiddelen bereidden en verkochten.
[163] Het schijnt dat men hier het tegenovergestelde moet lezen, maar niet voor niets steekt Bruno den draak met de onnoozelheid van den dokter.
[164] Vet varken.
[165] Peretola ligt misschien vier mijlen van Florence, maar aan dien dokter schijnt dit een heel ding.
[166] Een slechte buurt in Florence.
[167] Gewoonlijk spreekt hij van groote dwaasheden om dien zot te verbluffen. De guitaren van turksch koren, zouden volgens Martinelli, guitaren uit riet van Turksch koren of zwart graan zijn, die de kinderen der landbouwers vervaardigen.
[168] Bagattini, kleine venetiaansche munt.
[169] Maëstro Scipa, een spotnaam. Scipa is ongetwijfeld afgeleid van scipito, leeghoofd, dwaas.
[170] Hoewel de commentatoren hier: “comeque’ signori” niet begrijpen, komt mij voor, dat hiermee slechts ironisch geen andere heeren bedoeld zijn dan Bruno en Buffalmacco zelf.
(De Vertaler.)
[171] In den gevel van de kerk van Pasignano, een dorp van het florentijnsche graafschap, was God de Vader geschilderd. Maar de goede dokter verbeeldde zich, dat Buffalmacco werkelijk bij deze vreeselijke Godheid een belofte deed.
[172] Woordspeling van meloen met mellonaggine, de onnoozelheid van den dokter. Sommige, vroegere navorschers hebben echter beweerd, dat imparar sulla mela en sul mellone een dubbelzinnige en verachtelijke beteekenis had en misschien bedoelde Buffalmacco het ook zoo.
[173] Namelijk wanneer de winkels gesloten zijn en er geen zout te koop is, wat gelijk staat met hem voor dwaas uit te schelden.
[174] Civillari was in Florence een plaats, waar zekere kuilen waren om de uitwerpselen te bewaren en er de omliggende tuinen van te voorzien. Die naam en allen, die volgen, als Laterina (wat een streek is in het gebied van Arezzo maar hier latrine beteekent), Tamagnino, Meta enz., zijn van Florentijnschen tongval en zinspelen weinig geschaafd op faecaliën, uitwerpselen en ander vuil van dit soort.
[175] Werktuigen van het edele gilde der putscheppers.
[176] Hier spreekt Boccaccio zich tegen, want in den aanvang der historie heeft hij gezegd, dat de dokter in Florence was geboren.
[177] Er bestond werkelijk destijds een orde van gedoopte (eigenlijk gebaadde) ridders, die zeer gezien en beroemd was en die de gewoonte had de nieuwelingen openlijk in de kerk in een bad te dompelen. De plechtigheid had met zeer groote praal plaats en daarom waren de kosten zeer hoog. Derhalve om hem niet wegens zijn gierigheid te verschrikken, verzekeren de schelmen, dat de gravin de kosten zal betalen, maar zij maken een woordspeling met dubbele beteekenis, want het bad, wat zij van plan zijn hem te geven, is er geen in water, maar in een ... welriekende stof!
[178] Jancofiore, Biancofiore, Witte Bloem.
[179] In geheel Italië gedurende de Middeneeuwen en ook twee eeuwen nog daarna waren er blanke en oostersche slaven, wat wet en kerk toestonden.
[180] De kamers in de badhuizen waren zonder eenig raam om er de warmte in te bewaren en daardoor geheel donker.
[181] Het was toen gewoonte aan de zuilen van het bed eenige kleine instrumenten toe te voegen in den vorm van vogels, die door middel van zekere toestellen gemoduleerde klanken voortbrachten als het gezang van werkelijke vogels. In het oude gedicht Fabusso en Breusso, is in bijzonderheden zulk een bed beschreven. (Fanfani.)
[182] Volgens het systeem van Ptolemeus, in de Oudheid en de Middeneeuwen algemeen aangenomen, was de hemelsfeer met de vaste sterren, die zich bevond onder de zeven hemelronden der planeten, de achtste en gaf aan het uitspansel de kleur van azuur.
[183] Deze streek, uitgehaald met den onnoozelen Calandrino wordt op goede gronden door Manni voor zeer waar gehouden, zoodat hij er toe komt er den datum van te berekenen, n.l. omstreeks 1320.
[184] Kogels om te werpen met den voetboog, wat men deed door te steunen op de aarde.
[185] Maëstro Scimmione is een schertsnaam voor meester Simone en beteekent groote aap.
[186] Chiarea is een drank, waarvan men tot nu toe de samenstelling niet te weten kwam, waarschijnlijk was het een purgeermiddel of eenvoudig: helder water afgeleid van chiaro, chiara? [De Vertaler.]
[187] Hiermee zijn bedoeld de kamhoutjes, waarop de snaren worden gespannen; er is dus mee uitgedrukt, dat Calandrino lange tanden heeft.
[188] De titel baron staat in den oorspronkelijksten tekst. Juist om de naïveteit van dien middeneeuwschen term is dit geheel in den stijl van dien tijd. (De Vertaler.)
[189] Cattajo of Cathay. Zoo pleegde men in de Midden-Eeuwen de landen te noemen van het Uiterste Oosten en in het bijzonder China.
[190] Deze Neri was evenwel toch Ghibellijn.
[191] Zoo heette in de Midden-Eeuwen Caïro.
[192] Vierde Dag. Eerste Vertelling van Gianni Lotteringhi.
[193] Twee beruchte drinkebroers.