Chapter 65
Saladin en zijn metgezellen vertrokken met het vaste voornemen, dat als zijn leven gespaard bleef en de oorlog, dien hij verwachtte, niet zijn val zou zijn, niet minder eer te bewijzen aan messer Torello dan deze hem had gedaan: en hij sprak veel van hem en zijn vrouw en prees alles steeds meer. Toen hij het geheele Westen met groote inspanning was doorgetrokken en in zee was gestoken, ging hij met zijn metgezellen terug naar Alexandrië en maakte zich geheel ingelicht tot de verdediging gereed. Messer Torello keerde naar Pavia terug en in lang nadenken wie die drie konden wezen; maar hij kwam daar niet achter. Toen de tijd voor den Kruistocht gekomen was en overal groote toebereidselen gemaakt werden, wilde messer Torello ondanks de beden en tranen van zijn donna beslist heengaan en toen alles klaar was om op te stijgen, zeide hij haar, die hij ten zeerste liefhad: Donna, gelijk gij ziet, ga ik bij die kruisvaart mee tot eer van mijn persoon en tot heil van mijn ziel; ik beveel u onze zaken aan en onze eer en daar ik zeker ben van het heengaan maar door duizend gevallen, die zich kunnen voordoen heelemaal niet zeker van den terugkeer, wil ik, dat gij mij een groote gunst bewijst: Wat er ook gebeure, zoolang gij geen tijdingen hebt omtrent mijn leven, dat gij één jaar en één maand en één dag op mij zult wachten, te beginnen van af heden, mijn vertrek. De donna, die zeer schreide, antwoordde: Messer Torello, ik weet niet, hoe ik de smart zal verduren, waarin gij mij achterlaat, maar zoo mijn leven sterker is dan deze en U het tegendeel mocht overkomen, leef en sterf in de zekerheid, dat ik als vrouw van messer Torello en van zijn nagedachtenis zal leven en sterven. Hierop antwoordde hij: Vrouw, ik ben er zeker van, dat, voor zoover het van u afhangt, wat gij belooft, gebeuren zal, maar gij zijt een jonge vrouw en schoon en van voorname familie en uw deugd is groot en overal bekend: daarom twijfel ik niet, dat vele voorname en edele mannen, als er niets van mij gehoord wordt, u zullen vragen aan uw familie. Gij zult u tegen hun aanzoeken, hoezeer gij ook wilt, niet kunnen verzetten en door geweld zult gij hun wil moeten doen. Dit is de reden, waarom ik u dien termijn en geen grooteren stel. De donna sprak: Ik zal doen, wat ik zal kunnen en wanneer ik toch iets anders zou moeten doen, zal ik u zeker gehoorzamen. Ik bid God, dat gij binnen dien termijn terugkeert. De donna omhelsde schreiend Torello; zij trok een ring van den vinger, gaf hem dien en sprak: Indien ik sterf, zoo ik u niet terugzie, denk dan aan mij, als gij dien zien zult. Hij nam dien aan, steeg te paard en na allen vaarwel gezegd te hebben, ging hij op reis. Te Genua ging hij met zijn gezelschap op een galei en kwam spoedig te Acre en vereenigde zich met het andere leger van de Christenen, waarin dadelijk een zware, besmettelijke ziekte uitbrak. Intusschen, of het de krijgskunst of de kans van Saladin was, het overschot der Christenen daaraan ontsnapt werd door hem gevangen genomen en in vele steden verdeeld en gekerkerd. Ook messer Torello werd te Alexandrië in de gevangenis gezet. Daar men hem niet kende en hij vreesde zich te doen kennen, begon hij door noodzakelijkheid gedwongen vogels te fokken, waarin hij een groot meester werd en daardoor de aandacht trok van Saladin. Deze liet hem daarom vrij en hield hem als zijn valkenier. Messer Torello, die niet anders dan de christen van Saladin genoemd werd, die hem niet herkende, noch de Sultan hem, had zijn gedachten in Pavia en had meermalen beproefd te vluchten, maar het was hem nooit gelukt Toen eenige Genueezen als gezanten bij den Sultan kwamen om verscheidene medeburgers los te koopen en vertrekken moesten, schreef hij in een brief aan zijn vrouw, dat hij leefde en zoo spoedig mogelijk bij haar zou terugkeeren en dat zij hem zou verwachten. Hij bad vurig een der gezanten, dien hij kende, dat hij zou zorgen dien in handen te stellen van den abt van San Pietro di Ciel d’oro, die zijn oom was. Eens sprak Saladin hem over zijn vogels; Torello glimlachte en maakte een beweging met zijn mond, die Saladin, toen hij te Pavia was, meermalen had opgemerkt. Daardoor keek hij hem strak aan en hij herinnerde zich Torello. Hij staakte dit gesprek en zei: Zeg mij, Christen, uit welk land van het Westen zijt gij? Mijnheer, zeide Torello, ik ben Lombardiëer uit de stad Pavia, een arm man en van lagen stand. Toen Saladin dit hoorde, haast zeker van datgene, waaraan hij twijfelde, zeide hij verheugd in zich zelf: God heeft mij de gelegenheid gegeven hem te toonen, hoe aangenaam zijn hoffelijkheid mij was en zonder meer liet hij al zijn kleeren in een kamer brengen, voerde hem er in en sprak: Kijk, christen, of er onder die gewaden geen is, dat gij ooit hebt gezien. Torello zag die, welke zijn vrouw aan Saladin had geschonken, maar dacht, dat die het niet konden wezen en antwoordde: Mijnheer, ik ken er geen van; het is wel waar, dat die twee op rokken gelijken, waarmee ik drie kooplieden, die bij mij verblijf hielden, gekleed heb. Toen kon Saladin zich niet meer houden, omhelsde hem innig en sprak: Gij zijt messer Torel d’Istria en ik ben een van de drie kooplieden, aan wien uw donna die rokken heeft gegeven en nu is het tijd om u zekerheid te geven omtrent mijn koopwaar, gelijk ik u bij mijn vertrek zeide, dat gebeuren kon. Torello verheugde zich zeer en schaamde zich. Hij was blij hem te gast te hebben gehad en verlegen, omdat hij hem armelijk ontvangen had. Saladin sprak: Messer Torello, omdat God u hier gezonden heeft, denk, dat ik niet meer hier de heer ben maar gij. Na te samen een groot feest te hebben gevierd, deed hij hem koninklijk kleeden en na hem voor al zijn groote baronnen te hebben gebracht en veel tot zijn lof te hebben gezegd, beval hij, dat elk zijn gunst op prijs zou stellen en dat hij even geëerd zou zijn als hij zelf. Dit deed van toen af iedereen, maar veel meer dan de anderen de twee heeren, die Saladin’s metgezellen in zijn huis waren geweest.
De grootte van de plotselinge glorie, waarin Torello zich bevond, deed hem een weinig de dingen uit Lombardije vergeten, vooral omdat hij vast hoopte, dat zijn brieven zijn oom zouden bereiken. In het kamp, waar het leger der Christenen, op den dag, dat zij door Saladin gevangen werden genomen, zich bevond, was een provençaalsch ridder van weinig beteekenis gestorven, die messer Torello de Dignes heette. Daar Torello d’Istria door het heele leger om zijn adel bekend was, hoorde ieder zeggen: messer Torello is dood en geloofde, dat het Torello d’Istria was en zijn gevangenneming hield de bedrogenen in dien waan. Vele Italianen, waaronder er verscheiden durfden beweren, dat ze hem dood gezien hadden, gingen met die tijding terug en beweerden zelfs, dat ze bij de begrafenis geweest waren. Toen zijn familie dit wist, was dit de oorzaak van zeer groote en onnoemelijke droefheid, niet alleen bij deze maar bij al zijn kennissen. Groot was de rouw en treurigheid van zijn vrouw, die eenige maanden voortdurend in tranen doorbracht en toen zij wat minder begon te treuren en door vele voorname mannen van Lombardije gevraagd werd, drongen haar broeders bij haar aan te hertrouwen. Zij weigerde vaak met groot geklaag, maar ten slotte gedwongen volgde zij het verlangen van haar familie met inachtneming van de voorwaarde, die zij aan Torello beloofd had. Omstreeks acht dagen voor haar huwelijk, zag Torello te Alexandrië een man, die hij met de Genueesche gezanten op de galei had zien stijgen, die naar Genua ging. Hij liep op hem toe en vroeg hem, hoe de reis geweest was en wanneer zij te Genua waren aangekomen. Hij sprak tot hem: Mijnheer, ik hoorde te Creta, dat de galei een slechte reis deed. In de buurt van Sicilië verhief zich een gevaarlijke storm, die haar op de zandbanken van Barbarije deed stooten. Geen levende ziel ontkwam en twee van mijn broeders kwamen om. Torello geloofde deze woorden en herinnerde zich, dat de termijn binnen kort eindigen zou en daar hij dacht, dat zijn toestand te Pavia niet bekend was, achtte hij het zeker, dat zijn vrouw hertrouwd zou zijn. Hij verloor van verdriet zijn eetlust, legde zich te bed en wilde sterven. Saladin hoorde dit en vernam na ernstig aandringen zijn smart en ziekte, en laakte, dat hij dit niet eerder gezegd had. Hij smeekte hem beter te worden bewerend, dat hij dan zou beproeven hem op den bepaalden termijn naar Pavia te voeren. Torello geloofde hem en daar hij vaak had gehoord, dat dit meermalen was gebeurd, begon hij aan te sterken en bij Saladin op spoed aan te dringen. Saladin gelastte aan een toovenaar, dat die een weg zou vinden om Torello in één nacht op een bed naar Pavia te vervoeren. Hij antwoordde, dat dit zou gebeuren, maar dat hij in diepen slaap moest zijn. Toen dit geregeld was, ging Saladin tot Torello terug en daar hij hem geheel bereid vond op den bepaalden datum in Pavia te zijn of, als dit niet kon, te sterven, sprak hij: Messer Torello, als gij uw vrouw innig lief hebt en gij er niet aan twijfelt, dat zij de vrouw van anderen wordt, weet God, dat ik u geenszins zou laken, omdat zij van alle donna’s, die ik ooit zag, degene is, die in gewoonten, manieren en wijze van optreden, daargelaten haar schoonheid, slechts een vergankelijke bloem, mij het meest van allen te loven en beminnenswaardig schijnt. Het zou mij zeer aangenaam zijn, omdat de fortuin u hierheen zond, dat wij zullen leven als heeren, gelijk wij tijdens mijne regeering geleefd zouden hebben. Omdat God het niet toe stond, toen het in u opkwam te sterven of naar Pavia te gaan voor den gestelden termijn, verlangde ik zeer tijdig te weten met welke eer, grootheid en het gevolg, dat uw deugd verdient, ik u naar uw huis moest laten voeren. Dit is mij niet gegund, maar daar gij verlangt er spoedig te zijn, zal ik u er toch heen zenden. Torello antwoordde: Mijn heer, zonder uw woorden hebben uw daden mij genoeg uw welwillendheid getoond, die ik niet in zoo hooge mate verdiende en ik zal gerust leven en sterven. Maar omdat ik die keus deed, bid ik u om dit spoedig te doen, want het is morgen de laatste dag, waarop ik verwacht wordt. Saladin antwoordde, dat hij er voor zou zorgen en den volgenden dag liet Saladin in een groote zaal een rein, schoon en rijk bed van matrassen opmaken, allen naar hun gewoonte van fluweel en goudlaken. Hij liet er een pronkdeken op leggen bewerkt met ornamenten van zeer groote parels en met zeer kostbare steenen, die in het Westen zeer hoog geschat worden en twee oorkussens, gelijk daarbij vereischt wordt.
Toen beval hij Torello, die herstelde, een gewaad aan te doen op saraceensche manier, het rijkste en het mooiste, wat ooit door iemand gezien was en plaatste hem op het hoofd een van zijn grootste tulbanden. Het was al laat, toen Saladin zich met velen van zijn baronnen in die kamer begaf. Hij ging naast hem zitten en sprak bedroefd: Messer Torello, het uur van scheiden nadert en omdat ik u niet kan vergezellen noch laten begeleiden, nu de weg het niet toestaat, neem ik hier afscheid van u. Voordat ik u dus bij Allah aanbeveel, bid ik u bij onze vriendschap, dat gij aan mij denkt en indien het mogelijk is, voordat onze leeftijd vervuld is, dat gij, als gij uw zaken in Lombardije geregeld hebt, tenminste één keer mij komt opzoeken, opdat ik dan verheugd de leemte kan aanvullen, die ik thans moet verdragen. Gij moet geen bezwaar maken mij brieven te sturen en mij alles te vragen, wat gij wenscht, en wat ik voor u liever doen zal dan voor wie ook. Torello kon zijn tranen niet weerhouden en door dezen belemmerd, antwoordde hij, dat hij onmogelijk zijn weldaden en zijn waarde zou vergeten en dat hij zou doen, wat hij hem aanbeval, mits hem de tijd daartoe verleend werd. Saladin omhelsde hem innig en zeide met vele tranen: Ga met God en ging de kamer uit; al de andere baronnen namen daarop afscheid van hem en gingen met Saladin in die zaal, waar het bed geplaatst was. Daar de toovenaar het oogenblik van vertrek afwachtte en het bespoedigde, kwam er een dokter met een drank. Hij gaf hem dien als versterking en kort daarop sliep hij in. Zoo werd hij op bevel van Saladin in zijn fraai bed vervoerd, waarop hij een kostbaren krans plaatste en kenmerkte dien zoo, dat men later wel begrijpen kon, dat deze door Saladin aan de vrouw van Torello was gezonden. Daarop deed hij aan den vinger van Torello een ring, waarin een robijn gezet was, glanzend als een toorts van haast onschatbare waarde. Vervolgens liet hij hem een degen aangorden, waarvan het beslag niet licht te schatten was en hij liet hem bovendien een halsketen om hangen van nooit geziene parels met andere kostbare juweelen en aan beide zijden liet hij twee zeer groote bekkens vol dubloenen plaatsen en vele parelsnoeren, ringen en gordels en andere zaken, wat lang zou zijn om te vertellen.
Hierop kuste hij Torello opnieuw en beval den toovenaar zich te haasten, opdat dadelijk in tegenwoordigheid van Saladin het bed met den geheelen messer Torello werd weggevoerd en hij bleef met zijn baronnen over hem spreken. Reeds was Torello in de kerk van San Piero in Ciel d’oro van Pavia neergedaald met al de genoemde juweelen en sieraden en sliep hij nog, toen de vroegmis luidde, de koster met een licht in de kerk kwam en dadelijk het kostbare bed zag en niet alleen verwonderd was, maar zeer bang vluchtte. De abt en de monniken zagen dit, verbaasden zich en vroegen hem de reden daarvan. De koster vertelde het. O, sprak de abt, je bent toch geen kind meer en niet in een vreemde kerk, dat je zoo gauw moet schrikken; laten we gaan kijken wie boe! boe! tegen je geroepen heeft. De abt en de monniken staken meer lichten aan en allen zagen in de kerk dit wonderbare en rijke bed en den ridder en terwijl ze aarzelend en schroomvallig zonder vlak bij het bed te komen de edele steenen beschouwden, richtte, toen de kracht van den drank uitgewerkt had, messer Torello zich op met een grooten zucht. Zoodra de monniken hem zagen, vluchtten de abt met hun allen verschrikt en schreeuwden zij: God helpe ons! Messer Torello opende de oogen en zag duidelijk, dat hij was, waar Saladin het verlangd had. Hij ging zitten, zag met aandacht om zich heen en hoezeer hij vroeger al de vrijgevigheid van Saladin gekend had, scheen die hem nu nog grooter. Niettemin zonder zich verder te bewegen riep hij den abt en verzocht hem niet bang te zijn, omdat hij Torello, zijn neef, was. De abt werd toen nog banger, daar hij hem verscheidene maanden dood waande, maar na eenigen tijd werd hij gerust gesteld, maakte het teeken des kruises en ging naar hem toe. Torel sprak: Mijn vader, waarom zijt gij bang? Ik leef Goddank en ben van over zee teruggekeerd. De abt, hoewel Torello een langen baard droeg en op zijn Arabisch gekleed was, herkende hem spoedig en geheel bedaard, nam hij hem bij de hand en sprak: Mijn zoon, gij zijt behouden teruggekeerd; verbaas u niet over onze vrees, omdat er hier niemand is, die niet vast gelooft, dat gij dood zijt en dat madonna Adalieta, uw vrouw, overreed door de bedreigingen van haar ouders en tegen haar wil hertrouwd is en van morgen naar haar nieuwen man zal gaan; de bruiloft is gereed. Torello, door de abt en de monniken zeer goed ontvangen, smeekte van zijn terugkeer niet te spreken, totdat hij zijn taak zou volbracht hebben. Nadat hij de rijke juweelen in veiligheid had laten brengen, vertelde hij alles aan den abt. Deze was verheugd over zijn fortuin, en zij dankten samen God. Torel sprak: Voor zij mijn terugkeer weet, wil ik haar houding bij die bruiloft zien en hoewel het geen gebruik is, dat geestelijken naar zulk een gastmaal gaan, wil ik, dat gij mij vermomt om er samen te komen. De abt vond dit goed en toen het dag werd, vroeg hij aan den nieuwen echtgenoot verlof om met een ambtsbroeder op de bruiloft te zijn, wat den pas gehuwden zeer aanstond. Op het etensuur gingen zij naar diens huis door ieder met verbazing beschouwd, maar hij werd door niemand herkend en de abt vertelde aan allen, dat hij een Saraceen was door den Sultan naar den koning van Frankrijk gezonden als ambassadeur. Torello werd dus aan tafel geplaatst vlak tegenover zijn vrouw. Zij keek hem aan, hoewel zij hem niet herkende, want de groote baard en het ongewone gewaad en het vaste geloof, dat hij dood was, beletten dit. Toen Torello wilde beproeven of zij zich hem herinnerde, deed hij den ring van zijn vinger, dien de donna hem bij zijn vertrek gegeven had, liet een jongen knecht roepen, die hem vroeger diende en zeide: Zeg namens mij aan de jonge vrouw, dat het in mijn land de gewoonte is, wanneer een vreemdeling gelijk ik hier eet aan het gastmaal van een jonggehuwde vrouw ten teeken van goedkeuring, dat zij hem haar beker geeft vol met wijn, waarvan, nadat de vreemdeling heeft gedronken, zooveel hij lust en hij die weer heeft toegedekt, de vrouw de rest drinkt. De jonkman deed de boodschap aan de donna, die welgemanierd en verstandig hem voor een groot edelman hield en wilde toonen, dat zijn komst haar aangenaam was. Zij liet een grooten, vergulden beker schoonmaken en vullen en naar den ridder brengen. Torello, die haar ring in den mond had gestopt, liet dien bij het drinken er in vallen, dekte den beker weer toe en stuurde dien aan de donna. Deze nam hem aan, opdat zij zijn gewoonte volgde, maakte hem open, zette dien aan den mond, zag den ring en zonder iets te zeggen bezag zij hem even. Zij herkende dien, greep dezen, tuurde hem star aan, herkende hem, werd als dol, wierp de tafel voor haar omver en schreeuwde: Dit is mijn heer, dit is werkelijk messer Torello! Zij liep naar de tafel, waaraan hij zat zonder te letten op de lakens of wat er op stond, wierp zich aan zijn hals, omarmde hem innig en men kon haar niet scheiden, wat men ook zeide of deed, voor messer Torello had gezegd, dat zij tot zich zelf zou komen, omdat er nog tijd genoeg was tot onmhelzen.
Nadat zij zich hersteld had, maar de heele bruiloft in de war kwam en men ten deele blijder was dan ooit, omdat men zulk een edelman herwon, bleef, toen hij er om vroeg, ieder stil. Toen vertelde Torello alles en zeide, dat het den edelman, die zijn vrouw had gehuwd, niet moest mishagen, dat hij haar weer tot zich nam. De nieuwe echtgenoot, hoewel verlegen, antwoordde grootmoedig en als vriend, dat hij met zijn eigendom mocht doen, wat hij wilde. De donna gaf den krans en den ring aan den nieuwen echtgenoot terug, deed zich dien uit den beker aan en zette zich den krans op gezonden door Saladin en van daar gingen zij met bruiloftspraal naar het huis van messer Torello en daar bekeken hem al de troostelooze vrienden, verwanten en burgers als een wonder en hielden een lang en vroolijk feest. Messer Torello maakte hem, die de kosten van de bruiloft had gedragen van zijn dure juweelen deelgenoot en ook den abt en vele anderen. Door vele berichten verwittigde hij Saladin van zijn gelukkigen terugkeer, bleef zijn vriend en dienaar en leefde sinds met zijn donna vele jaren en hoffelijk voor anderen. Dat was het einde van de ongelukken van messer Torello en die van zijn dierbare vrouw en het loon van hun beleefdheid. Velen doen hun best zoo te handelen, die, hoewel zij de middelen hebben, het zóó slecht doen, dat zij hun grootmoedigheid voor meer verkoopen dan die waard is. Als er daarom voor hen geen loon op volgt, moeten zij er zich niet over verwonderen.
TIENDE VERTELLING.
De markies van Saluzzo door de verzoeken van zijn leenmannen gedwongen tot trouwen, neemt naar vrije keus de dochter van een dorper. Hij krijgt twee zonen, die hij schijnbaar laat dooden. Daarna voorgevend zijn vrouw niet meer lief te hebben en een andere te begeeren, doet hij zijn eigen dochter terugkeeren of die zijn tweede vrouw wordt, na de moeder in haar hema te hebben weggejaagd. Wanneer hij haar in alles toegevend ziet, doet hij haar terugkeeren, hem dierbaarder dan ooit, toont haar de volwassen zonen, eert haar en doet haar eeren als markgravin.
Toen het lange verhaal van den koning geëindigd was, zeide Dioneo lachend: De goede man, die de rechte staart wou laten neerhalen van het spook [192] zou geen twee oortjes gegeven hebben voor al de lofuitingen van u voor messer Torello. Daar hij alleen nog had te spreken, begon hij: Mijn lieve donna’s. Naar het mij schijnt, is deze dag gewijd aan een koning, sultans en meer lieden van dien rang en opdat ik niet afwijk, wil ik u van een markgraaf verhalen: geen grootmoedige daad maar een buitengewone beestachtigheid, hoewel er voor hem ten slotte goeds uit voort kwam. Toch raad ik niemand hem te volgen, want het is jammer, dat het zoo voor hem eindigde.
Lang geleden was onder de markgraven van Saluzzo de doorluchtigste van hun huis een jonkman, Gualtieri, die ongetrouwd zijn tijd doorbracht met de valkenvangst, de jacht en niet aan het huwelijk dacht, waarom hij zeer wijs verdiende genoemd te worden. Zijn leenmannen beviel dit niet en zij verzochten hen een vrouw te nemen, opdat hij niet zonder erfgenaam bleef en zij niet zonder heer. Zij boden zich aan er een van zulk een waarde te zoeken en van zulk bloed, dat hij goede hoop mocht koesteren en zeer tevreden zou zijn. Gualtieri antwoordde: Mijn vrienden. Gij dwingt mij tot iets, wat ik mij voorgenomen had nooit te doen, daar het moeielijk is er een te vinden, die zich in mijn gewoonten schikt en groot de overvloed van het tegendeel en hard het leven van hem, wiens vrouw bij hem niet past. En uw geloof, dat gij uit de manieren van den vader en moeder de dochters kunt kennen, waardoor gij mij er een wilt geven, die mij bevalt, is een dwaasheid, omdat ik niet weet, waar gij de vaders zoudt hebben kunnen kennen of de geheimen van hun moeders; hoe het ook zij, ook als men ze kent, zijn toch dikwijls de dochters aan de ouders ongelijk. Maar, omdat gij mij in ketenen wilt boeien, heb ik er vrede mee. En opdat ik er mij niet over zal hebben te beklagen, als er kwaad voor mij uit voort komt, zal ik haar zelf zoeken en wie ik ook kies, als zij door u niet als donna geëerd wordt, zult gij tot uw groote schade ondervinden, hoe gevaarlijk het was mij tot een huwelijk te dwingen. De waardige mannen zeiden, dat zij tevreden waren, mits hij zich maar een vrouw koos. De manieren van een arm meisje uit een dorp dicht bij zijn kasteel, hadden Gualtieri zeer behaagd en daar zij hem zeer mooi scheen, dacht hij, dat hij met haar een gelukkig leven kon leiden en vroeg haar ten huwelijk. Hierna liet Gualtieri al zijn vrienden uit den omtrek bijeenkomen en sprak tot hen: Mijn vrienden, het behaagde u, dat ik een vrouw nam meer om u dan uit eigen beweging. Gij weet, dat gij mij hebt beloofd de donna te eeren, wie ik ook nemen zou. De tijd is gekomen, dat ik mijn belofte aan u en gij die aan mij moet nakomen. Ik heb een meisje gevonden hier heel dicht bij, dat ik als vrouw binnen enkele dagen naar huis leid. Denk er dus aan, dat het bruiloftsfeest schoon wordt en haar eervol te ontvangen, opdat ik over u zoo tevreden kan zijn als gij over mij. De goede lieden antwoordden verheugd, dat zij, wie het ook was, haar in alles als gebiedster zouden eeren. Hierna maakten zij en ook Gualtieri zich gereed voor een groot bruiloftsfeest. Vrienden en verwanten en groote edellieden en anderen uit den omtrek werden uitgenoodigd. Hij liet verscheidene rijke gewaden maken naar het model van een jonge vrouw, die hem gelijk van maat scheen met zijn meisje, en ook bestelde hij gordels, een ring, een fraaien krans en verder al wat voor een bruid vereischt wordt.