De complete werken van Joost van Vondel. Het Pascha

Chapter 6

Chapter 62,166 wordsPublic domain

's Hemels goedheid, die voorhenen Ons voorvaders heeft beschenen, Is hier op 't tooneel herspeeld, En naar 't leven afgebeeld. Tijd noch de vergetenissen Hoort[437] uit ons gemoed te wisschen Dees weldaden overgroot, Neêrgedaald uit 's Hemels schoot. Doch wanneer wij zien veel milder, Wat den goddelijken schilder Hier met naakt afconterfeit, Raakt dit in vergetelheid, En vertoont zich veel geringer, Wanneer ons dit met den vinger Wijst op 't ware wezen blij Van dees hemel-schilderij: Op een grooter weldaad leerlijk, Die door Jezum Christum heerlijk Ons zoo rijkelijk beschijnt, Dat de schaduwe verdwijnt: Want wanneer de zonne luistert[438], 't Manen-zilver werd verduisterd, 't Bleekste voor het helderst zwijkt[439], 't Minste voor het meeste wijkt; Om den zin hier van te mellen[440] D' een wij tegens d'ander stellen: Nu, het rijk Egypten is Of beteekent duisternis, Daar in zware slavernije Jacob, onder d' heerschappije Faraonis, met geklag Droevelijk in boeyen lag: Maar door 't goddelijk verweere[441] Werden zij, door 't roode meere, Saam verlost uit dees spelonk, Als den Farao verzonk Met zijn schilden en zijn zwaarden, Met zijn ruiters, volk en paarden: Even lagen wij verstrikt, Leelijk in ons bloed verstikt, Onder Satan, Hel en zonden, In 's doods banden vastgebonden, Maar door 's levens klaar fontein, Onzen Zaligmaker rein, Als Hij in het laatst der dagen Aan het kruise werd geslagen, Werden wij, door zijn bloed rood, Vrij van zond', Hel, Duivel, dood, Door zijn goedheid vol genaden Afgewasschen ons misdaden: Niet verlost, als Jacob, bloot[442] Van een tijdelijke dood: Maar door dezen Samson leeuwig Vrij van d' Helsche pijnen eeuwig, Van Gods onverganklijk wee, Van het zwaard, dat uit der scheê Boven 't hoofd ons dreigde grammig, Met den brand des afgronds vlammig. Israël trok al gelijk Naar een aardsch verganklijk rijk, Dat maar voor een tijd mocht bloeyen, Maar, na ons gebroken boeyen[443], Ons de Heere roept tot hem; In het nieuw Jeruzalem, Loopt dan, ijverig genegen, Hebben wij door Christum kregen[444] Eenen weg gebaand en plat Naar de schoone hemel-stad. Daar dood, ziekte, strijd noch tranen Gelijk over der Jordanen[445] Ons meer zal ontmoeten wreed, Als 't den Isralieten deed. Die zoo vlijtig hun[446] bewezen In het uiterlijke wezen, Ook om slachten 't zuiver Lam, 't Welk terstond een einde nam, Als den godlijken Messias (Daar den anderen Helias Zijn verkoren Jongers vroed Op wees met den vinger zoet, Alder schatten kleinoodkoffer), Toen die kwam en zijnen offer, Als hoog-priester, dede spâ Op den berg Calvaria; Toen hij tegens Satan kampten, Alle priester-dienst en ampten Eindden met het Paasschen-feest, Als de Joden jaarlijks meest Posten, dorpels nog bestreken Met 's Lams bloede, tot een teeken Hoe hun God bevrijdde weerd[447] Voor den slaanden Engels zweerd. Voorspel, 't welk ons leert ten besten, Hoe dat in den alderlesten Dag der dagen, in 't gericht, Voor Gods toornig aangezicht, Jezus Christus ons zal vrijden Door zijn heilig bitter lijden, En, met 't rood onschuldig kleid[448] Van zijn droeve sterflijkheid, Ons onrein melaatsche vlekken Voor des Heeren aanschijn dekken. Eet dan geestelijker wijs Nog dit Lam, der zielen spijs, Met een bitter sausse spijtig; Ware Israëlieten vlijtig, Laat de kracht van zijne dood U nog zijn een hemels-brood! Weest omgordt, en staat alreede Om te wand'len na den vrede, Met den staf, alzoo 't behoort, Van des Heeren heilig Woord Opgeschort, omgord op vordel[449] Met der liefden band en gordel. Ook aanmerkt hier algemeen Dees twee leids-liên der Hebreên: Mozes (onbespraakt voor Farons Aanschijn) hoeft des priesters Aronsv Reden-rijke tonge vocht[450]: Doch geen van dees beiden mocht Isak brengen eindelijken In Canaäns koninkrijken: Onder welke schorsse duikt Als men dezen bast ontluikt[451], De onvolkomen zwakheid teder Van der wet te korten leeder[452], Om in 't hemelsch vaderland Op te stijgen uit den brand, Uit den brand der zielen zweerdig[453], Uit Gods toornigheid rechtveerdig, Daar ons Christus, als gezeîd, Heeft behouden uitgeleid. Want in Christo woont bekwamig Zelf de volheid Gods lichamig, 't Evangelische verbond Vloeyet uit zijns wijsheids mond, Der genaden fontein-ader[454], Ons verbidder, bij den Vader. Israël vertrok op hoop, Maar voor ons heeft al den loop Christus 't hoofd van zijne benden Lang te voren gaan vol-enden, En met 't kruis getriomfeerd Boven Hemelen en eerd'[455]. Laat dit plaatse bij u grijpen, Laat dit godlijk zaaisel rijpen, Zoo zal te uwaarts 's Hemels gonst Vloeyen UIT LEVENDER JONST[456].

VOETNOTEN:

[1] _nagenoeg._

[2] _Verzonnen_.

[3] _Maar_.

[4] _ingerichte_.

[5] Van (den Latijnschen dichter) _Horatius_.

[6] _Gebrekkig_ (van geest nam.).

[7] Thans _zich_.

[8] Men zou hier verkeerdelijk het wanklinkende _daarnaar_ willen lezen; oorspronkelijk toch werd na en naar (d. i. ei-genlijk _nader_) dooreen gebruikt, en verdient dus in alle deze samenstellingen met _waar_, _daar_, enz. het eerste de voorkeur.

[9] Thans _dan_.

[10] _Korten_ (verg. de uitdrukking _spanne tijds_).

[11] Thans _vertoont_ (d. i. eig. _vertoogent_, met den langeren vorm, die den korteren geheel verdrongen heeft.)

[12] _te omspannen_; verg. boven bl. 5, aant. [8].

[13] _blinkende_.

[14] Tweede-naamval van Venus.

[15] _blinde klip_

[16] Thans _iets anders_.

[17] _bestuur_, _beheer_.

[18] _leerrijke_.

[19] Lat. voor _tooneel_.

[20] _planken_.

[21] J. Mz. _Vaer_ (d. i. _van der_) Laer was een rijk Amsterdamsch lakenkooper, en van 1608-1616 Heer van Jaarsveld.

[22] Thans _doet hem verzellen_.

[23] _bekrachtiging_.

[24] _vrij te laten_.

[25] _beesten_ (verg. 't Fr. _bétail_).

[26] _welriekend_.

[27] _kaauwt en herkaauwt_.

[28] _Dijt uit_.

[29] _schapen_ (het deel voor 't geheel, en de vacht voor 't dier genomen)

[30] _pracht_ (verg. 't Hoogd. _geschmeide_).

[31] _kleed_ ('t Fr. _habit_).

[32] voor _schijnt_.

[33] Thans tot _een helm_ geslonken.

[34] _zacht_.

[35] _dan_.

[36] _dezer dagen_.

[37] _afbeeldt_.

[38] _open_.

[39] Voor _verlustigt_.

[40] _tweesnijdend_.

[41] Thans _ofschoon_.

[42] _luister_, _glans geeft_, _blinkt_.

[43] 't zilver van den maan.

[44] Voor _raast_.

[45] _legt_; thans _ligt_.

[46] _zeis_.

[47] De landbouwende klasse.

[48] Thans tot _lachte_ verzwakt.

[49] _Een iegelijk_.

[50] Voor _gemeen_.

[51] _voren_.

[52] _gelijk_.

[53] _bron_, _water_.

[54] _vonkelen_ (verg 't Eng. _to spark_).

[55] Thans _schijnt te branden_.

[56] Thans alleen _geknield_.

[57] _sterk_ (verg. boven _spark_ met ons _sprank_).

[58] _bespiedde_.

[59] _in eigen persoon_.

[60] _spiegelgladde_, _effene_.

[61] voor _gebracht_.

[62] _aan wien_.

[63] voor _krult_.

[64] Thans _wil_.

[65] _Bewandelt_, _betreedt_.

[66] _draait_.

[67] _perk_, _omvang_.

[68] _van't veld_.

[69] _Zoo_, _indien_.

[70] _bundel_, _koker_.

[71] Thans _beschoren_.

[72] voor _versmelt_.

[73] _erkennen_.

[74] _vloeit_ en _geboeid_, als _vloei-et_ en _geboei-ed_ te lezen; verg. beneden _scheidet_.

[75] _helderen_.

[76] voor _vliegend span_.

[77] _sluw_.

[78] Thans _om te_.

[79] Eig. 't Hoogd. _kreitz_, d. i. _kring_, _perk_; van daar (gelijk ook hier) _strijdperk_.

[80] _veegt_ (van 't oude _dwa-en_, waarvan nog _dweil_).

[81] _schreyend_.

[82] Voor _tarwen-aren_.

[83] Thans _zich_.

[84] _flikkeren_, _vonkelen_.

[85] _hoekigen_, _kronkelenden_.

[86] _golvenden_.

[87] voor _verheuging_.

[88] _afloopt_.

[89] _kunnen_.

[90] _Met uw verlof_.

[91] voor _schijnt het_.

[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_.

[93] voor _zich_.

[94] _op vaderlijke wijs_.

[95] _ook_ (_ofschoon_).

[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker).

[97] Thans _naar de ziel_.

[98] _dreigt_

[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_.

[100] Thans _onbewogen_.

[101] _zijn verlaten opengezet_.

[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_.

[103] Thans _van de ark_.

[104] _zuiver_.

[105] _kon_.

[106] _wel_.

[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3].

[108] Voor _keert het_, _proeft het_.

[109] _toevoegt_.

[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo vroeger "den Farao".

[111] _gestarnte_.

[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.

[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_).

[114] voor _beheerscht het_.

[115] _tot zijn straf_.

[116] _meê_.

[117] _wijselijk_.

[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_.

[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_.

[120] een van boven gespleten stok.

[121] _staf_.

[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_.

[123] voor te _verteeren_.

[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.

[125] Thans tot _plukken_ verdikt.

[126] _bedwelmd_.

[127] _de borst doorbonzend_.

[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_.

[129] voor _duizenden_.

[130] _gekweld_.

[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_.

[132] _Glinsterde_.

[133] versta: _geleek zij_.

[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_.

[135] Thans tot _heette_ verzwakt.

[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der spoed_) thans _met spoed_.

[137] _begraven_.

[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_.

[139] Thans _ontstoken_.

[140] _schielijk afgedane_.

[141] het gelaat verwringende.

[142] Thans _de_.

[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg.

[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_.

[145] _Helsche_, _Duivelsche_.

[146] _Maar al te ongaarne geuit_.

[147] _vlugger_.

[148] _manlijke kracht_.

[149] _lichtgeschitter_.

[150] _walmend_, _smokend_.

[151] enkelv.

[152] _Duizelig maakt_.

[153] _het groote heelal_.

[154] voor _gemakkelijk_.

[155] _plotseling_.

[156] _vreest_.

[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_.

[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_).

[159] voor _wenden_.

[160] _verradelijk_.

[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven.

[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_.

[163] _bliezen_.

[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).

[165] _boos_ (_druipend_).

[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_.

[167] _aanging_.

[168] voor _binnen_.

[169] voor _berekenen_.

[170] voor _strandde_.

[171] _ellen_.

[172] _dubbel snel_.

[173] _ydele beelden_.

[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_.

[175] Lat. tweede naamval van _Isis_.

[176] Thans _vochtig_.

[177] Thans _een of ander_.

[178] _In 't geheel niets_.

[179] voor _dier_, thans _wier_.

[180] voor _acht ik_.

[181] Thans _worden_.

[182] _onachtzaam_.

[183] _hoe langer_.

[184] versta: _ons te ontslaan van_.

[185] voor _te dreigen_.

[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig.

[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_.

[188] _herbracht_.

[189] _ontzaggelijker_.

[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_).

[191] d.i. van E.

[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_.

[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en Godenlegenden in Vondels eeuw.

[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen).

[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet, dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden.

[196] _overladen_.

[197] voor _klimmen_.

[198] Anders _soep_, _spijs_.

[199] _wegneemt_, _belet_.

[200] _tot dwaling brengen_. (verg. het Hoogd. _verrückt_.)

[201] _een veêrtjen_.

[202] _gelooft gij_.

[203] _wakker_.

[204] _mars_, _koopwaar_.

[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_.

[206] _kleuren_.

[207] _Schort op_, _staakt_.

[208] _is hij niet voorzichtig_.

[209] _in beweging_, _beroerte_.

[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_).

[211] _schuinsch_ geslingerde.

[212] _kunt_.

[213] _het meest Helsche_.

[214] minder gelukkig voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_.

[215] Versta: _de opgesperde kaken_.

[216] Thans _naar de ziel_.

[217] _streelende_, _vleyende_.

[218] _uitpraten_.

[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_.

[220] _zorgt_.

[221] (voet-)_zolen_.

[222] Verkeerdelijk voor _meer_.

[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_.

[224] _bundel_.

[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.

[226] Midden-Egypte.

[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten.

[228] Voor _een vloed van regendroppels_,

[229] Rijmshalven voor _eizig_.

[230] _onbedekt, dor._

[231] Anders _altegaâr_.

[232] voor _de zon_.

[233] _houdt weg_, _verschuilt_.

[234] _schittert_.

[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_.

236] _vonkt_ (zie vroeger).

[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht.

[238] _krijgshaftig_.

[239] _Neder-Egypte_.

[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden.

[241] _het uitspansel te naderen._

[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_.

[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_) voor 't Oosten.

[244] _Zuiden_.

[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_.

[246] binnen den kring der stervelingen.

[247] _voedt_, _onderhoudt_.

[248] Minder juist voor _afschiet_.

[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort.

[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.

[251] _den heer te spelen_.

[252] _op zijn minst_.

[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte.

[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_.

[255] _niet_.

[256] Thans _te vermaken_.

[257] met _duren_ eede.

[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd.

[259] Versta: _daarheen_, _van waar_.

[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_.

[261] _vochtige_.

[262] voor u.

[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_.

[264] _keuken_.

[265] _kraanvogels_.

[266] _Te gast te gaan_.

[267] Thans _den eik_.

[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_.

[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_.

[270] Thans _om te_.

[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_.

[272] _naauwlijks_.

[273] _afgemeten_.

[274] _gewelven_.

[275] _middelpunt_.

[276] voor _strafzwaard_.

[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt.

[278] _allerlaagsten_.

[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk meestal _offerhand_ geschreven.

[280] Thans _veroorlooft_.

[281] _verzacht het_.

[282] _ontbloote_, _zichtbare_.

3[283] Thans _wordt_.

[284] _wegneemt_.

[285] Thans tot _en_ verkort.

[286] _wijselijk_.

[287] Germ. voor _verwen_.

[288] _vrijwaren_.

[289] Voor _doorklieft_.

[290] _onderwijl_.

[291] Thans _zich_.

[292] _aan 't spit braden_.

[293] _zuur_.

[294] _gereed_.

2[295] Thans _maan_.

[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_).

[297] Voor _terwijl_.

[298] _luchtige_, _vlugge_.

[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_.

[300] Verwarring van konijnen en hazen.

[301] de golven van Thetys, d. i. de zee.

[302] _klaarlijk_.

[303] den reidans opent.

[304] Thans _spreidt_.

[305] Anders _flambouw_ ('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_.

[306] Neder-Egypte.

[307] _overschaduwen_.

[308] Thans _dien_.

[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken.

[310] _helderheid te gunnen_.

[311] _bespreid_.

[312] De Grieksche Wraakgodinnen.

[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.

[314] Voor _sterren_.

[315] _gedraaid_.

[316] _gouden lokken_.

[317] Thans _onttrokt aan_.

[318] Voor _gestarnte_.

[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende).

[320] De bekende rivieren der oude wereld.

[321] Rijmshalven voor _schadelijk_.

[322] _oorlogsmaagd_.

[323] Thans _wapenen_.

[324] _streng_, _wreed_.

[325] Thans _zoo_.

[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_.

[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons _pijper_).

[328] _ommekring_.

[329] Voor de _beesten van 't veld_.

[330] _dicht bewassen_.

[331] Anders _verloor_.

[332] Voor _ouderdom_.

[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_.

[334] _gilde_.

[335] _bovenal_.

[336] _overtrokken_, _overschaduwd_.

[337] Gallicisme voor _graf_.

[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_.

[339] Van _ijs_.

[340] _gestalte_.

[341] Thans _eener zon_.

[342] _bliksemflits_.

[343] Thans _te_.

[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_).

[345] _toorts_.

[346] _vonkt_.

[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_).

[348] _doorboorden_.

[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_.

[350] _vergetelheid_.

[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_.

[352] _laat vrij_.

[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_.

[354] Voor _be-ijzeld_.

[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_ in 't algemeen te velde getrokken.

[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_).

[357] _weldra_.

[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]).

[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_.

[360] Thans _maakt u_.

[361] _weggevaagd_ (zie vroeger).

[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor _menschelijke treden_.

[363] _draai_, _ommezwaai_.

[364] _vergolden_, _betaald_.

[365] Voor _dubbel_.

[366] Thans _worden_.

[367] _arm_.

[368] Thans _om te_, _tot_.

[369] D.i. den _moed_.

[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden vermeesteren).

[371] _weifelen_.

[372] _oorloogt_, _strijdt_.

[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't vroegere _werd_).

[374] _In korten tijd_.

[375] Voor _gezwind_.

[376] _laat_.

[377] Rijmshalven voor _beroemen_.

[378] _kregel_, _wrevelig_.

[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren).

[380] Hoogd. voor _spoedig_.

[381] Thans _dien_.

[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem zijn hartstocht _verleidde_.

[383] Thans _zelf_.

[384] _'thelpt niet_.

[385] voor _onbedacht_.

[386] Hier voor _schaar_.

[387] _werpe_.

[388] _golvend_, _drijvend_.

[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg. ook ons _stuursch_).

[390] _wankel-_, _kleinmoedig_.

[391] Thans _hoop_.

[392] In 't _midden_.

[393] _lager_.

[394] _tegen den aard_.

[395] _Dwars overtrekken_.

[396] _op den duur_.

[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe.

[398] D. i. _van de zee_.

[399] _boos_, _verraderlijk_.

[400] _zakt_.

[401] Thans _eindlijk_.

[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_.

[403] _vloeyend tal_.

[404] Rijmshalven voor _klimmen_.

[405] Voor _snellende_.

[406] Thans _dollen_, _woedenden_.

[407] _wien_, _tegen wien_.

[408] _geeft om_.

[409] _dwarsch_, _stuursch_.

[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_.

[411] _binnen zoo korten tijd_.

[412] Voor _meest onvervalschte_.

[413] _goedgunstig_.

[414] _ruw_, _woest_.

[415] Voor _krijgswapens_.

[416] Thans _meê_.

[417] trompet.

[418] _voorstaat_, _beschermt_.

[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_.

[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_).

[421] Thans _om te_; verg. vroeger.

[422] Voor _breed_.

[423] Versta: _treurend slaakte_.

[424] Voor _gesternte_.

[425] Voor _teeken van dankbaarheid_.

[426] Thans _niets_.

[427] Thans _bron_.

[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_.

[429] _heeft het_.

[430] Voor _gebouwd_.

[431] _geheime raad_.

[432] Namelijk _het offer_.

[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_.

[434] Rijmshalven voor _verdiensten_.

[435] Voor _doet versagen_.

[436] _trotschen_.

[437] _Behooren_.

[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.

[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_.

[440] Rijmshalven voor _melden_.

[441] Voor _verweren_, _beschermen_.

[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_).

[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_.

[444] Maatshalven voor _gekregen_.

[445] Thans _de Jordaan_.

[446] Thans _zich_.

[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd.

[448] Voor _kleed_.

[449] _voordeel_.

[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_.

[451] _ontsluit_.

[452] ladder.

[453] _snijdend_, _fel_.

[454] _bron-aâr_.

[455] _aarde_.

[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te Amsterdam.