De avonturen van Oliver Twist

Part 1

Chapter 13,035 wordsPublic domain

Produced by The Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net

+---------------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | | moderniseren. | | | | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | | | | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder | | accent, met/zonder afbreekstreepje, met/zonder hoofdletter, | | met/zonder extra spatie). | | | | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. | | | | In het boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. | | De dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als | | »aanhalingstekens«. | | | | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de | | aangebrachte correcties. | | | | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | | e-boek op http://www.gutenberg.org | | | | Dit e-boek is een vertaling vanuit het engels van »Oliver | | Twist«, wat ook als e-boek no. 730 beschikbaar is via | | Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org/ebooks/730). | | Aldaar is ook een franse vertaling beschikbaar | | (e-boek no. 16023, https://www.gutenberg.org/ebooks/16023). | | Het engelse boek is ook beschikbaar als audio-boek | | (e-boek no. 9727, https://www.gutenberg.org/ebooks/9727). | | | +---------------------------------------------------------------+

DE MEULENHOFF-EDITIE

EEN ALGEMEENE BIBLIOTHEEK

DE MEESTERWERKEN VAN CHARLES DICKENS

VERTAALD DOOR J. CLANT VAN DER MIJLL-PIEPERS, J. C. DE COCK EN A. VAN GOGH-KAULBACH

UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF TE AMSTERDAM IN HET JAAR MCMXVI

[Illustratie: Arme jongen, arme jongen zei Mr. Brownlow, zijn keel schrapend.]

DE AVONTUREN VAN OLIVER TWIST

DOOR

CHARLES DICKENS

vertaald door ANNA VAN GOGH-KAULBACH

Met afbeeldingen naar de oorspronkelijke Engelsche platen en een titelplaat in kleuren van BAS VAN DER VEER

UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF AAN HET DAMRAK 88 TE AMSTERDAM

INHOUD

Pag.

HOOFDSTUK I 1

Handelt over de plaats waar Oliver Twist geboren werd en over de omstandigheden waaronder zijn geboorte plaats had.

HOOFDSTUK II 5

Verhaalt hoe Oliver Twist opgroeide, hoe hij werd opgevoed en gehuisvest.

HOOFDSTUK III 19

Vermeldt hoe Oliver Twist op het punt stond een betrekking te krijgen, die geen sinecure zou geweest zijn.

HOOFDSTUK IV 32

Er wordt Oliver een andere betrekking aangeboden, waardoor hij het openbare leven binnengaat.

HOOFDSTUK V 41

Oliver leert nieuwe levensgezellen kennen.--Hij gaat voor 't eerst naar een begrafenis en vat een ongunstige meening op omtrent het vak van zijn meester.

HOOFDSTUK VI 56

Oliver, getergd door Noah's plagerijen, valt hem aan en doet hem versteld staan.

HOOFDSTUK VII 64

Oliver blijft weerbarstig.

HOOFDSTUK VIII 72

Oliver loopt naar Londen.--Hij ontmoet onderweg een zonderling jongmensch.

HOOFDSTUK IX 85

Bevat verdere bijzonderheden betreffende den vriendelijken ouden heer en zijn leerlingen.

HOOFDSTUK X 93

Oliver leert de karakters van zijn nieuwe vrienden kennen.--Hij doet ondervinding op tot hoogen prijs.--Een kort, maar zeer belangrijk hoofdstuk in deze geschiedenis.

HOOFDSTUK XI 101

Handelt over Mr. Fang, den politie-rechter, en geeft een klein staaltje van de wijze waarop hij gerechtigheid oefende.

HOOFDSTUK XII 111

Waarin Oliver beter verzorgd wordt dan ooit te voren--en waarin het verhaal terugkeert tot den vroolijken ouden heer en zijn jeugdige vrienden.

HOOFDSTUK XIII 122

De aandachtige lezer maakt kennis met eenige nieuwe persoonlijkheden, die betrokken zijn bij verschillende vroolijke dingen, in verband met dit verhaal.

HOOFDSTUK XIV 133

Bevattende verdere bijzonderheden omtrent Oliver's verblijf bij Mr. Brownlow; met de merkwaardige voorspelling, die door zekeren heer Grimwig omtrent hem geuit werd, toen hij voor een boodschap werd uitgezonden.

HOOFDSTUK XV 146

Waarin aangetoond wordt hoezeer de vroolijke oude Jood en Miss Nancy op Oliver Twist gesteld waren.

HOOFDSTUK XVI 154

Verhaalt wat er van Oliver Twist werd nadat hij door Nancy was meegenomen.

HOOFDSTUK XVII 169

Het lot blijft Oliver ongunstig gestemd. Een groot man komt naar Londen om schade te doen aan zijn goeden naam.

HOOFDSTUK XVIII 181

Hoe Oliver zijn tijd doorbracht in het verheffende gezelschap van zijn eerbiedwaardige vrienden.

HOOFDSTUK XIX 193

Waarin een gewichtig plan wordt beraamd en tot de uitvoering ervan besloten.

HOOFDSTUK XX 205

Waarin Oliver aan Mr. William Sikes wordt overgeleverd.

HOOFDSTUK XXI 215

De tocht.

HOOFDSTUK XXII 222

De inbraak.

HOOFDSTUK XXIII 233

Bevat den hoofdinhoud van een aangenaam gesprek tusschen Mr. Bumble en een dame, en toont aan, dat zelfs een gemeentebode op sommige punten gevoelig kan zijn.

HOOFDSTUK XXIV 242

Handelt over een heel arm schepsel--maar het is kort en kan van belang zijn in dit verhaal.

HOOFDSTUK XXV 250

Waarin het verhaal tot Mr. Fagin en zijn kring terugkeert.

HOOFDSTUK XXVI 257

Waarin een geheimzinnig persoon op het tooneel verschijnt en waarin vele dingen, die tot dit verhaal behooren, gedaan en tot stand gebracht worden.

HOOFDSTUK XXVII 273

Maakt de onbeleefdheid van een vroeger hoofdstuk weder goed, waarin een dame, zonder eenige plichtpleging, aan haar lot werd overgelaten.

HOOFDSTUK XXVIII 282

Houdt zich bezig met Oliver en verhaalt van zijn verdere avonturen.

HOOFDSTUK XXIX 296

Geeft een beschrijving, als kennismaking bedoeld, van de bewoners van het huis, waarin Oliver zijn toevlucht had genomen.

HOOFDSTUK XXX 301

Verhaalt, wat Oliver's nieuwe bezoeksters van hem dachten.

HOOFDSTUK XXXI 310

Verhaalt een netelig geval.

HOOFDSTUK XXXII 323

Van het gelukkige leven, dat voor Oliver bij zijn vriendelijke beschermers aanbrak.

HOOFDSTUK XXXIII 335

Waarin het geluk van Oliver en zijn vriendinnen een plotselingen schok krijgt.

HOOFDSTUK XXXIV 346

Bevat eenige voorloopige bijzonderheden betreffende een jongmensch, dat nu ten tooneele verschijnt; en een nieuw avontuur, dat Oliver overkwam.

HOOFDSTUK XXXV 360

Verhaalt den onbevredigenden afloop van Oliver's avontuur en een niet onbelangrijk gesprek tusschen Harry Maylie en Rose.

HOOFDSTUK XXXVI 370

Is heel kort en schijnbaar zonder belang; maar ondanks dat moet het toch gelezen worden als vervolg op het vorige en als een sleutel tot een ander, dat volgen zal, wanneer de tijd ervoor gekomen is.

HOOFDSTUK XXXVII 373

Waarin de lezer een tegenstelling zal opmerken, niet ongewoon in huwelijksaangelegenheden.

HOOFDSTUK XXXVIII 388

Bevat het relaas van wat tusschen mijnheer en juffrouw Bumble en mijnheer Monks bij hun nachtelijke samenkomst voorviel.

HOOFDSTUK XXXIX 403

Brengt eenige achtenswaardige figuren ten tooneele, die de lezer al kent, en laat zien hoe Monks en de Jood hun waardige hoofden bij elkaar steken.

HOOFDSTUK XL 420

Een zonderling onderhoud, dat een vervolg is op het vorige hoofdstuk.

HOOFDSTUK XLI 429

Bevat nieuwe ontdekkingen, en toont aan, dat verrassingen, evenals ongelukken, zelden alleen komen.

HOOFDSTUK XLII 441

Een oude kennis van Oliver legt besliste bewijzen van genie aan den dag en wordt een publiek persoon in de hoofdstad.

HOOFDSTUK XLIII 456

Waarin wordt verteld, hoe de Slimme Vos er in vloog.

HOOFDSTUK XLIV 470

De tijd breekt voor Nancy aan, om haar belofte aan Rose Maylie te vervullen--het mislukt.

HOOFDSTUK XLV 478

Noah Claypole wordt door Fagin voor een geheime zending gebruikt.

HOOFDSTUK XLVI 482

Nancy houdt zich aan de afspraak.

HOOFDSTUK XLVII 495

Noodlottige gevolgen.

HOOFDSTUK XLVIII 504

De vlucht van Sikes.

HOOFDSTUK XLIX 516

Monks en de heer Brownlow komen eindelijk te zamen--hun onderhoud en de tijding waardoor dit onderhoud gestoord werd.

HOOFDSTUK L 529

Vervolging en ontsnapping.

HOOFDSTUK LI 544

Geeft de verklaring van meer dan één geheim en bevat een huwelijksvoorstel, waarbij geen woord over speldengeld gerept wordt.

HOOFDSTUK LII 561

De laatste nacht van Fagin's leven.

HOOFDSTUK LIII 574

Het laatste.

HOOFDSTUK I.

Handelt over de plaats waar Oliver Twist geboren werd en over de omstandigheden waaronder zijn geboorte plaats had.

Onder andere openbare gebouwen in een zekere stad, waarvan het mij om vele redenen voorzichtig lijkt den naam niet te noemen, en die ik niet door een gefingeerden naam wil aanduiden, is er één, waar de meeste steden--groot of klein--van oudsher op kunnen bogen: en wel een armenhuis; en in dit armenhuis werd op een dag en datum, dien ik niet behoef te noemen, daar deze ten minste in dit stadium van het verhaal voor den lezer zonder eenig belang zijn, de sterveling geboren, wiens naam in het opschrift van dit hoofdstuk is genoemd.

Een lange poos nadat het kind door den armendokter deze wereld van smart en moeite was binnen gehaald, bleef het een hoogst twijfelachtige zaak of het lang genoeg zou leven om zelfs een naam te dragen; in welk geval meer dan waarschijnlijk deze levensherinneringen nooit verschenen zouden zijn; of als zij verschenen waren, zouden zij in een paar bladzijden zijn samengedrongen, en hadden dan de onbetwistbare verdienste bezeten, de meest beknopte en meest getrouwe proeve van biografie te zijn, die ooit in de literatuur van eenig tijdperk of eenig land is verschenen.

Ofschoon ik niet zou willen beweren, dat in een armenhuis geboren te worden, op zichzelf de gelukkigste en meest benijdenswaardige omstandigheid is, waarin een menschelijk wezen kan verkeeren, wil ik toch zeggen, dat het in dit bijzondere geval het beste was wat Oliver Twist bij mogelijkheid had kunnen overkomen.

De zaak is, dat het buitengewoon veel moeilijkheden opleverde, Oliver er toe te brengen, de taak der ademhaling op zich te nemen--een moeilijke arbeid, maar die door de gewoonte onontbeerlijk is geworden voor ons welzijn; een tijdlang lag hij op een wollen matrasje naar lucht te happen, eenigszins balanceerend tusschen deze wereld en het hiernamaals: de weegschaal helde klaarblijkelijk over naar de zijde van het laatste.

Ware Oliver gedurende deze korte poos omringd geweest van bezorgde grootmoeders, angstige tantes, ervaren kinderverzorgsters en zeergeleerde dokters, dan zou hij onvermijdelijk en ongetwijfeld in minder dan geen tijd dood zijn geweest. Nu er echter niemand bij was als een arme, oude vrouw, ietwat onder den invloed van een extra rantsoen bier, en een armendokter, die zulke zaakjes volgens contract waarnam, nu vochten Oliver en de natuur de kwestie onder elkaar uit. Het resultaat was, dat Oliver na eenige vergeefsche pogingen adem haalde, nieste en er toe overging, aan de bewoners van het armenhuis bekend te maken, dat een nieuwe last aan de gemeente was opgelegd; hij deed dit door zoo luid te schreeuwen als met eenige reden verwacht kan worden van een kind van 't mannelijk geslacht, dat nog niet langer dan drie en een kwart minuut in 't bezit was geweest van dat bijzonder nuttige werktuig: de menschelijke stem.

Toen Oliver deze eerste proeve van de vrije en gezonde werking zijner longen aflegde, kwam er beweging in de lappendeken, die slordig over de ijzeren krib was gegooid; het bleeke gelaat van een jonge vrouw rees met moeite uit het kussen en een zwakke stem bracht nauw verstaanbaar uit: »Laat mij het kind zien en sterven.«

De dokter zat met zijn gezicht naar het vuur en trachtte zijn handen te warmen door ze beurtelings met de palm boven het vuur te houden en te wrijven. Toen de jonge vrouw sprak, stond hij op, ging naar het hoofdeinde van het bed en zeide, vriendelijker dan van hem verwacht kon worden:

»Kom, je moet nog niet over doodgaan spreken.«

»Lieve hemel, nee, m'n goeie ziel!« viel de baker in, terwijl zij haastig een flesch van groen glas in haar zak wegmoffelde; den inhoud had zij zich in een hoekje goed laten smaken. »Lieve hemel, dokter, als die goeie ziel zoo lang geleefd heeft als ik en ze heeft dertien kinderen van der eigen gehad en allemaal dood op twee na en die twee met 'er in 't armenhuis, dan zal ze 't wel laten om zoo te praten, 't arme mensch! Bedenk eres wat 't is om moeder te zijn; kijk eres, daar leit je lieve schaapie.«

Dit troostrijke vooruitzicht op moederweelde miste blijkbaar de bedoelde uitwerking. De zieke schudde 't hoofd en strekte haar handen uit naar het kind.

De dokter legde het haar in de armen. Zij drukte haar koude, witte lippen hartstochtelijk op zijn voorhoofdje; streelde 't gezichtje met haar handen; keek verbijsterd om zich heen, rilde, viel terug in de kussens--en stierf. Ze wreven haar borst, haar handen en haar slapen; doch het bloed stond voor altijd stil. Zij hadden van hoop en troost gesproken. Die waren te lang vreemden voor haar geweest.

»'t Is voorbij, vrouw Thingummy!« sprak de dokter eindelijk.

»Dat is 't; de arme ziel!« zei de baker, en raapte de kurk van de groene flesch op, die op het kussen was gevallen, toen zij bukte om het kind weg te nemen. »Arm schaap!«

»Je hoeft niet om mij te sturen als het kind huilt, baker,« zei de dokter en trok met zorg zijn handschoenen aan. »Hoogstwaarschijnlijk zal het wel lastig zijn. Dan kan je 't wat pap geven.« Hij zette zijn hoed op en op zijn weg naar de deur even toevend bij het bed, voegde hij er bij: »Ze was een knap meisje, waar kwam ze vandaan?«

»De inspecteur heeft haar van nacht hier laten brengen,« antwoordde de oude vrouw. »Ze hadden haar op straat vinden liggen. Ze moet een eind geloopen hebben, want de lappen hingen bij haar schoenen; maar waar ze vandaan kwam, of waar ze naar toe ging, dat weet niemand.«

De dokter boog zich over de doode en tilde haar linkerhand op. »De oude geschiedenis,« zeide hij, zijn hoofd schuddend; »geen trouwring zie ik. Nu! Goedenavond!«

De geneesheer stapte weg om te gaan eten; de baker ging, na eerst de groene flesch nog eens aangesproken te hebben, op een laag stoeltje voor 't vuur zitten en begon het kind aan te kleeden.

Wat een prachtig voorbeeld van de macht der kleedij was de kleine Oliver Twist! Zoolang hij in de wollen deken gewikkeld was, die tot nu toe zijn eenige bedekking had uitgemaakt, kon hij 't kind zijn geweest van een edelman of van een bedelaar; het zou zelfs den hooghartigsten vreemdeling moeielijk zijn gevallen, hem zijn juiste plaats in de maatschappij aan te wijzen. Maar eenmaal omkleed door het oude katoenen gewaad, in den dienst vergeeld, was hij gemerkt en geteekend, en nam terstond zijn plaats in--een gemeentekind--een wees van het armhuis--een ellendige, half verhongerde slover--bestemd om met stompen en slagen voortgejaagd te worden--door allen veracht en door niemand met medelijden aangezien.

Oliver schreeuwde er lustig op los. Als hij geweten had, dat hij een wees was, overgelaten aan de teedere zorgen van kerkvoogden en regenten, zou hij misschien des te harder geschreeuwd hebben.

HOOFDSTUK II.

Verhaalt hoe Oliver Twist opgroeide, hoe hij werd opgevoed en gehuisvest.

Gedurende de volgende acht of tien maanden was Oliver het slachtoffer van systematisch volgehouden bedrog en teleurstelling. Hij werd met de flesch grootgebracht. Door de armhuis autoriteiten werd er plichtmatig tegenover de gemeente-autoriteiten gewag van gemaakt, in welken ellendigen toestand van verhongering het weesje verkeerde. De gemeente-autoriteiten vroegen met vertoon van waardigheid aan de armhuis-autoriteiten of er in »het huis« geen vrouwelijk wezen was, in staat aan Oliver Twist de troost en het voedsel te verschaffen, dat hij noodig had. De armhuis-autoriteiten antwoordden onderdanig, dat zulk een wezen er niet was. Hierop besloten de gemeente-autoriteiten grootmoedig en menschlievend, dat Oliver »uitbesteed« zou worden, of met andere woorden, dat hij naar een hulpgebouw van het armhuis zou gebracht worden, dat ongeveer drie mijlen van het hoofdgebouw af lag; daar rolden twintig of dertig andere jeugdige overtreders der armenwet den heelen dag over den grond, niet geplaagd door te veel voedsel of te veel kleeren, en onder het moederlijk oppertoezicht van een oudachtig vrouwmensch, die de jeugdige misdadigers opnam tegen een schadeloosstelling van zeven en een halve penny per hoofd en per week. Voor zeven en een halve penny per week kan men een kind flink zijn genoegen geven; men kan een massa voedsel koopen voor zeven en een halve penny--ruim genoeg om zijn maagje te overladen en het kind ziek te maken. De oudachtige vrouw was een mensch van overleg en van ondervinding; zij wist wat goed was voor kinderen en zij bezat het juiste begrip van wat goed was voor haarzelf. Dus wendde zij het grootste deel van de wekelijksche uitkeering tot eigen gebruik aan en zette het opgroeiende weezengeslacht op nog kariger rantsoen dan waarmee zij oorspronkelijk bedeeld werden. Op die wijze wist zij in de diepste diepte nog iets diepers te ontdekken, een bewijs, dat zij thuis was in de experimenteele filosofie.

Iedereen kent de geschiedenis van een ander experimenteel filosoof, die in een zwaarwichtige theorie verkondigde, dat een paard leven kon zonder te eten, en die deze theorie zoo prachtig demonstreerde, dat hij zijn eigen paard op een stroohalm per dag bracht; zonder twijfel zou hij er een vurig, dartel dier van gemaakt hebben, dat in 't geheel niet behoefde te eten, wanneer het niet gestorven was, vierentwintig uur vóór het van zijn eerste lekkere luchtmaal zou genieten. Ongelukkig voor de experimenteele filosofie van het vrouwmensch, aan wier zorgen Oliver Twist was overgeleverd, werd de toepassing van _haar_ systeem gewoonlijk door eenzelfde resultaat gevolgd; want juist op het oogenblik, dat één der kinderen zoover was, in het leven te kunnen blijven bij de kleinst mogelijke hoeveelheid van het slapste voedsel, gebeurde in negen van de tien gevallen het schandelijke--òf dat het ziek werd door gebrek en koude, òf het viel door zorgeloosheid in het vuur, òf werd per ongeluk half gesmoord; in elk van welke gevallen het arme kleine wezentje gewoonlijk naar de andere wereld werd opgeroepen om daar vergaderd te worden tot zijn vaderen, die het in deze wereld nooit gekend had.

Een enkele maal, wanneer er met meer dan de gewone belangstelling navraag gedaan werd naar een of ander weeskind, dat bij 't opmaken van een bedstee over 't hoofd was gezien of bij vergissing verbrand werd als 't waschwater voor den dag kwam--het laatste ongeluk kwam trouwens heel zelden voor, daar iets als een reiniging in deze inrichting tot de zeldzaamheden behoorde--kreeg de jury het in haar hoofd, lastige vragen te stellen of de gemeenteleden zetten in opstandigen zin hunne handteekening onder een protest. Maar aan deze brutaliteiten werd dadelijk paal en perk gesteld door de getuigenis van den dokter en van den gemeentebode. De eerste had altijd het lijkje geopend en er niets in gevonden (wat wezenlijk zeer waarschijnlijk was) en de laatste bezwoer zonder voorbehoud wat de Gemeente verlangde; hetgeen van groote toewijding getuigde. Bovendien deed de commissie van toezicht nu en dan een bedevaart naar het buitenhuis, waarbij zij steeds den bode vooruitzond om haar komst aan te kondigen. De kinderen zagen er netjes en zindelijk uit als _zij_ kwamen; wat konden de menschen dan meer verlangen!

Het is niet te verwachten, dat een dergelijk systeem van uitbesteding buitengewone of rijke vruchten zou dragen.