De afstamming van den mensch Naar voordrachten in populair-wetenschappelijken vorm bewerkt

Part 10

Chapter 10971 wordsPublic domain

Zoo gaf ik vroeger reeds aan, dat eigenaardigheden van het menschelijk lichaam ons reeds doen vermoeden, dat de mensch in de tertiaire periode met haar zacht en warm klimaat is ontstaan. Men gaat nu zelfs nog verder, en meent, dat het proces van eerste menschwording moet hebben plaats gevonden in een weinig boomrijke streek, zoodat de "voormensch" zijn boomleven moest opgeven en meer en meer zich aan een leven op den beganen grond moest aanpassen. Verschillende eigenaardigheden van den bouw van den menschelijken voet in vergelijking met dien van de apen wijzen ongetwijfeld in deze richting. Ja, men hoort zelfs spreken van een "paradijsachtigen oertoestand," waarin de voormenschen moeten hebben verkeerd, en het is zeker merkwaardig, dat dit ons telkens weer het wonderschoon verhaal van de schepping van den mensch in Genesis in de gedachten roept. In verband met het leven op den beganen grond moet den voormensch zich tot een vleescheter hebben gevormd, die van de jacht leefde, steeds moeite moest doen om zich zijn voedsel te verschaffen en in dien voortdurenden strijd om het bestaan zijn geest scherpte, zijn vindingrijkheid ontwikkelde, wapens ging gebruiken, enz. Met dat tot vleescheter worden, gingen weer verschillende veranderingen, aanpassingen, van gebit en verder spijsverteringskanaal gepaard, kortom, het geheele organisme van den mensch zouden wij in verband met zijne afstamming, zijne wordingsgeschiedenis, kunnen beschouwen. Dat geheele vraagstuk moet ik hier echter onbesproken laten, en volstaan met er op te wijzen, dat slechts het onderzoek naar de afstamming van den mensch ons er toe brengt, ook deze vragen te formuleeren, ook van dit nieuwe gezichtspunt uit, het menschelijk lichaam te onderzoeken.

VERKLARINGEN [25]

Pag. 36: Assez intelligents pour faire le feu = begaafd genoeg om vuur te kunnen maken.

Pag. 37: Ces êtres n'étaient pas, etc. = (dat) deze geen menschen waren en dit nog niet konden zijn.

Pag. 44: "Revenons à nos moutons" = om op ons onderwerp terug te komen.

Pag. 78: "Der so lange verkannte Homo neanderthalensis" etc. = (dat) "de zoo lang miskende "neanderthaler mensch" zijn wetenschappelijke opstanding vierde."

Pag. 106: Aanhaling van DARWIN: "Wij moeten niet in de dwaling vervallen van te veronderstellen, dat de oorspronkelijke verwekker van den mensch identiek was met, of zelfs maar van nabij geleek op eenige bestaande apensoort."

Pag. 108: "Simia quam similis, turpissima bestia, nobis" = Hoeveel de aap ook op ons gelijken mag, blijft hij toch het leelijkste beest.

INHOUDSOPGAVE.

Hoofdstuk Pag

Voorwoord V I Ontwikkelingsgang der levende natuur 1 II De plaats van den mensch in dit ontwikkelingsproces 15 III De postpliocaene ijstijd in Europa 25 IV Ouderdom der menschelijke overblijfselen 35 Tabel van de onderverdeelingen van het oud-steenen tijdperk 52 V De overblijfselen van den voorhistorischen mensch zelf 54 VI De voornaamste anthropologische vondsten 63 VII Gevolgtrekkingen en algemeene beschouwingen 106

Verklaringen 145

AANTEEKENINGEN

[1] Alles wat is, kan slechts juist beoordeeld worden, als men weet, hoe het geworden is.

[2] In de eerlang in de W.B. verschijnende monographie van Prof. Jonker over "het ontstaan der Aarde" zal de lezer meer uitvoerige en gedetailleerde gegevens over dit onderwerp vinden. Hier kan ik slechts eenige der hoofdpunten aanroeren.

[3] Zooals de door Cayeux beschreven praecambrische radiolariën.

[4] In den laatsten tijd zijn er ook reeds overblijfselen van laagstaande dieren, die evenwel volgens de auteurs al tot verschillende groepen zouden behooren, in enkele gesteenten van de azoïsche periode door een aantal onderzoekers beschreven. Dat juist op dit gebied nog veel onzekerheid heerscht, en het nieuwere onderzoek telkens andere feiten aan het licht brengt, behoeft ons, de moeilijkheden van dit gebied in aanmerking genomen, niet te verwonderen. Het is hier niet de plaats, hierop verder in te gaan.

[5] De mensch draagt in zijne lichaamsvormen nog steeds den onuitwischbaren stempel van zijn lagen afkomst.

[6] Vierde druk 1908. Tübingen. H. Laupp.

[7] Herkenbaar aan de geheel verschillend bewerkte steenen wapenen, die bij de menschelijke overblijfselen in de verschillende lagen van eenzelfde hol werden gevonden.

[8] De tertiaire mensch staat nog slechts op den drempel van het gebouw der wetenschap.

[9] Zie achterin.

[10] Zie achterin.

[11] Zie achterin.

[12] Men vergelijke hetgeen hierover in hoofdstuk 7 wordt gezegd.

[13] Zelfs in den slag van Hastings werden, naar men zegt, nog wel steenen pijlpunten gebruikt.

[14] Wij weten nog in het geheel niet, hoe lang het geleden is, dat de mensch zich van het geslacht der apen losmaakte; maar het kan zelfs zoo lang geleden zijn als de eocaene periode.

[15] Ook dit wordt echter weer tegengesproken, door Dubois zelf en door een Engelsch anthropoloog van groote autoriteit, Arthur Keith, die in 1912 in een reeks lezingen trachtte aan te toonen, dat de pithecanthropus wel in het tertiaire tijdperk thuis behoort. Voorloopig schijnt mij echter de opvatting van Volz en Martin op degelijker gronden te berusten.

[16] De inmiddels door Dawson en Smith Woodward gepubliceerde uitvoerige beschrijving is niet geschikt, om bestaanden twijfel omtrent de juistheid der voorloopige opgaven weg te nemen. Zoowel wat betreft den hoogen ouderdom van de overblijfselen als hunne zoo uiterst primitieve kenmerken vraagt men zich af, of de beide onderzoekers wel altijd hunne vondsten met de noodige nauwgezetheid hebben beoordeeld.

[17] Zooals echter boven reeds werd opgemerkt, laat de inmiddels verschenen uitvoerige beschrijving van de vondst nog wel eenigen twijfel bestaan aan de juistheid dezer voorloopige opgaven van Dr. Smith Woodward.

[18] Zie achterin.

[19] Door Fraipont en Lohest in 1886 beschreven.

[20] Volgens de opgaven van de Firma Krantz is er nu in den laatsten tijd een beter gipsafgietsel van vervaardigd.

[21] M. Boule. l'Homme fossile de la Chapelle-aux-Saints. Annales de Palaeontologie 1913. blz. 1-278. 101 afbeeldingen.

[22] Zie hierachter.

[23] Zie hierachter.

[24] De verantwoordelijkheid voor de samenstelling van dit Register berust bij de Redactie W. B.

De eigennamen staan cursief.

[25] Deze verklaringen zijn van de Redactie der W.B.

End of Project Gutenberg's De afstamming van den mensch, by J. Boeke