De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906
Chapter 51
Er werd een gesprek aangeknoopt. Onze hoedanigheid van Franschen en onze komst uit Nouméa scheen de bewoners niet af te schrikken, dus hebben onze voorgangers er geen slechten indruk achtergelaten. Zoodra ze waren gerustgesteld, naderden ze ons; ze vroegen om 't hardst om tabak, pijpen en lucifers, en hun geestdrift steeg ten top, toen wij hun een geweer en patronen gaven en dat beloofden aan elken inboorling, die te Nouméa wilde komen werken. Dadelijk verklaarden twee sterke, jonge mannen zich bereid om te vertrekken, en zonder op de smeekingen en vertoogen van hunne vrienden te letten, klommen ze in de boot en plantten zich op de achterbank.
De tegenwerpingen van de ouders zonken in het niet voor de betaling, die voor beide verbintenissen werd uitgekeerd; wij gaven hun een Snidergeweer, 20 patronen, 1 K.G. tabak, 20 pijpen, 20 doosjes lucifers, een groot mes en eenig glaswerk, alles misschien ter waarde van ongeveer 30 francs.
Ik kon op mijn gemak deze inboorlingen bekijken, die om ons heen drongen, begeerig om ons wat te verkoopen, armbanden, wapens e.d. In enkele minuten deed ik voor een zeer bescheiden sommetje den aankoop van vele ethnographisch interessante voorwerpen, die een plaats zullen erlangen in 't museum op het Trocadéro. Ik wachtte tot ik weer aan boord zou zijn, om ze te rangschikken en te onderzoeken wat ze mij zouden kunnen leeren over het karakter van dit ras, dat mij op het eerste gezicht uit verschillende elementen scheen samengesteld, goed van elkander te onderscheiden door kleur, vooruitsteken van de wangbeenderen en soort van haar.
Dadelijk bij onze nadering had mij het groote aantal vrouwen en kinderen getroffen, dat op ons was komen toeloopen en ons met nieuwsgierige blikken bekeek; het was een goed voorteeken, want in geval van vijandige bedoelingen zouden de mannen, om vrijer in hunne bewegingen te zijn, wel hun gezinnen op den achtergrond hebben gehouden.
Die vrouwen kwamen geheel naakt op het strand; ze hadden zelfs niet het vijgenblaadje, dat Eva beroemd heeft gemaakt; ze waren slank gebouwd, en het ontbrak haar niet aan een zekere gratie. Het onbescheiden kijken van de vreemdelingen scheen haar niet te verontrusten en ook niet de jaloezie der mannen gaande te maken.
Zij vroegen vrijmoedig om tabak, en er waren een paar tandelooze oudjes, die een stompje pijp in den mond hadden, 't welk bij gebrek aan voedsel lang had gerust. Deze kust wordt zeer zelden door vreemde schepen aangedaan, en europeesche waren zijn er schaarsch.
Het was een wedstrijd, wie van haar het snelst haar parelmoeren armbanden en oorringen of neusversierselen zou afdoen, om ze af te staan tegen een doosje lucifers, een pakje tabak of een halssieraad van koralen. De katoenen of andere geweven stoffen hadden hier in 't geheel geen waarde; die zijn overbodige luxe voor de schoonen van de Salomonseilanden.
De sympathieke ontvangst, die wij genoten, haalde ons over, uit de booten te stappen en het dorp van dichterbij te bezien. Het lag eenige meters van het strand verwijderd, en op den rug van een inboorling gezeten, zette ik voor de eerste maal den voet op den grond der Salomons-eilanden, of eigenlijk raakte mijn voet eerst later den grond. In betaling gaf ik mijn drager een patroon en nam hem als gids aan.
De huizen stonden achter elkander tegen een heuvelhelling aan, die tot het strand doorliep. Om er te komen, moesten wij over groote boomstammen springen, die door den storm gevallen waren, en die door de zorgeloosheid der inboorlingen maar op den weg waren blijven liggen. Overal stonden verder reuzenboomen, die diepe schaduwen wierpen over de lage, primitieve hutten. Men behoeft geen bekwaam bouwmeester te zijn, om in een oogenblik zoo'n huis te verwaardigen, waarin deze menschen wonen met heel hun gezin en hun honden en varkens. Eenige bamboestaken, dicht aaneen in den grond gestoken en door lianen aaneengebonden, een paar palen nog om het stroodak te steunen, een opening aan elken kant en 't huis is gereed; de grond zelf dient als vloer, een paar steenen als vuurhaard, dorre bladeren als familielegersteden. In den eenen hoek lagen wapens, in een anderen houten drinknappen en eenige matten, dat was alle meubileering. Een deur ontbrak, er was niets te halen voor dieven.
Met de grootste vriendelijkheid lieten de inboorlingen mij binnen in hunne huizen, en ze zouden het zelfs onvriendelijk hebben gevonden, als ik aan hunne uitnoodiging geen gevolg had gegeven. Zij schenen mij iets beters te verdienen dan hun slechten naam, en voorwaar, toen ik in een der hutten was, om naar een zeldzaam wapen te kijken, zou het hun niet moeilijk zijn gevallen mij het leven te benemen.
Daar het al laat was, konden wij niet lang te Makira blijven, en zoo groot en vast was ons vertrouwen nog niet, dat wij den nacht aan den wal durfden doorbrengen. Begeleid door de geheele bevolking, mannen vrouwen en kinderen, bereikten wij weer onze booten, die aan de hoede van enkele matrozen waren overgelaten geweest, en een half uur later waren we aan boord van de _Lady Saint Aubyn_ terug. Verrukt over ons eerste uitstapje en rijk voorzien van ethnographica, namen wij ons voor, zoo dikwijls het ons mogelijk zou wezen, aan land te gaan.
Maar ik was nog niet lang aan boord terug, of ik bespeurde, dat eerlijkheid geen hoofddeugd van deze primitieve wilden was; en de verdwijning van mijn revolver en mijn patronenkoker waarschuwde mij, dat ik voortaan beter het oog zou hebben te houden op hun lange vingers. De talrijke assegaaien, die ik had meegebracht, stelden mij niet schadeloos voor het verlies van mijn eigen wapen; maar sommige ervan waren mooi, wel vier meter lang en uitloopend in punten van been of van ijzer. De behendigheid in het werpen is bij deze inboorlingen verbazingwekkend; op een dertigtal meters afstands missen zij nooit het doel, dat zij zich hebben gesteld.
Wij verlieten dien nacht de kust en wendden ons naar het eiland Santa Anna ten zuiden van San Cristoval; wij meenden er een tolk te zoeken, want zoo iemand kunnen wij niet missen bij onzen arbeid van de werving.
Den volgenden morgen tegen zes uur in den morgen lieten wij, na om kaap Surville heengevaren te zijn, het anker vallen te Uaah, dat is de inlandsche naam van Santa Anna. Dadelijk stak er een boot van wal en voer op ons af, zij bracht het hoofd May naar ons over, een man, die bij de kooplieden welbekend is en die zeer gevreesd is bij de stammen, naar wier dorpen het hem behaagt, zijn oorlogsbooten te zenden. Zijn oorlogzuchtige bedoelingen waren algemeen bekend en zij brachten hem later veel geschenken in vanwege de hoofden der dorpen, die wij langs de kust van San Cristoval bezochten. Hij bood ons namelijk zijn diensten aan als loods en tolk, en wij namen die zonder aarzeling aan.
Hij inviteerde ons, om zijn dorp te bezoeken en bood ons een plaats aan in zijn wankel bootje; maar wij gaven er de voorkeur aan, in de boot van ons schip te gaan, en deze zette ons spoedig aan het strand af in een zandige kleine baai. Nauwelijks aangekomen, werden wij bezocht door een van die geïsoleerde Europeanen op de eilanden van de Stille Zuidzee, die zich zelfs niet meer de plaats hunner geboorte herinneren, en die in hun avontuurlijk leven alle eilanden zoowat hebben bezocht. 't Was de heer F., een in Finland geboren Rus; hij woont al sinds een tiental jaren op de Salomons-eilanden en wordt er niet bepaald rijk door den coprahandel.
Hij woont er vrij goed in een houten huis met een veranda eromheen, dat hij aardig heeft ingericht en versierd met allerlei inlandsche wapens en veel cosmopolitische chromolithografieën; hij heeft zelfs, wat in dat land het toppunt van deftigheid vertegenwoordigt, een franschen kok.
Maar het schijnt dat die landgenoot er niet naar verlangt, kennis met ons te maken; ik begrijp zijn aarzeling, toen hij eindelijk besloot, zijne opwachting te maken. Wij ontdekten in hem al spoedig een strafgevangene, ontsnapt uit Nieuw-Caledonië. Enkele maanden tevoren waren drie misdadigers ontvlucht uit de zuiderbaai met een klein scheepje, dat hen naar de Loyalty-eilanden had gebracht, een dépendance van onze kolonie. Daar zij meenden, in een onafhankelijken archipel te zijn aangeland, gingen zij vol vertrouwen aan wal, maar ze werden gevangen genomen en voor den administrateur dezer eilanden gebracht. Ze wisten echter opnieuw te ontkomen, en, dezen keer gelukkiger terechtkomend, deden ze het eiland Guadalcanar aan, na een lastigen overtocht. Zij deden zich voor als schipbreukelingen van een fransch schip op weg naar Batavia en werden door de blanken van de Salomons-eilanden goed opgenomen. Ik meende den Rus van Santa Anna maar niet nader te moeten inlichten omtrent de herkomst van zijn kok. Moge deze zich een nieuwe levensbladzijde van maagdelijke moraliteit hebben omgeslagen en aldus zijn vroegere fouten boeten.
Ons bezoek bij den heer F... was van korten duur; ik haastte mij om een toertje te gaan maken in het inlandsche dorp en daar enkele gegevens te verzamelen. Wij konden er onbeschroomd binnengaan en ons vrij onder de Kanaken bewegen; Santa Anna is het beschaafdste eiland van de groep, en kapitein Mac Donald, een ervaren reiziger uit den Stillen Oceaan, heeft er lang gewoond, zonder ooit aan gevaar te zijn blootgesteld.
Onze aankomst werd met een groot geschreeuw begroet; de mannen liepen ons tegemoet, terwijl de vrouwen zich beschroomd en angstig achter in de hutten verscholen en niet voor den dag durfden komen.
De mannen waren vriendelijker; zij liepen met ons mee en brachten ons dadelijk in de hut, waar de oorlogsbooten lagen. Dat huisje was het belangrijkste monument van het geheele eiland; de inboorlingen waren er trotsch op en wilden er gaarne de honneurs van waarnemen voor de vreemdelingen. Het ongeveer 4 M. hooge huis werd gesteund op palen van beeldhouwwerk, die dieren en menschen moesten verbeelden.
Het is de karakteristieke eigenaardigheid van de inboorlingen van Santa Anna, dat zij knap zijn in het maken van booten; men kan het eiland de scheepswerf noemen van den geheelen archipel. Wij zagen er de echte oorlogsjonk van wel 7 à 8 M. lengte, waar 60 à 70 roeiers plaats in vinden; een speciale zitplaats is achterin de boot bestemd voor den leider, die het gevecht regelt. De booten hebben geen steunbladen, zooals de booten der inboorlingen van de Nieuwe-Hebriden en van Nieuw-Caledonië vertoonen.
De vaartuigen hier waren met parelmoer ingelegd, aan beide uiteinden omhooggebogen en van teekeningen voorzien; aan de randen waren gebeeldhouwde dieren aangebracht, als honden en vogels; tusschen bloemguirlanden; de stevigheid is buitengewoon groot en de zeewaardigheid voldoende, om te maken, dat de inboorlingen er 50 à 60 mijlen mee kunnen roeien, want van zeilen maken ze nooit gebruik.
Het gebouw, waarin de booten werden bewaard, stond onder de bescherming van een godheid, aan wie een menschenleven wordt geofferd telkens als er een nieuwe oorlogsboot van stapel loopt. Ook is er een boot speciaal voor den god bestemd, en in een hoek stonden artikelen, als huisraad en allerlei vazen, te zijnen gebruike. Nooit willen de inboorlingen een dier voorwerpen afstaan, hoe hoog de prijs ook zij, die hun ervoor wordt geboden, en ze zouden den vreemdeling niet sparen, die het mocht willen wagen, met hun vooroordeelen en hun bijgeloof te spotten.
Het bezoek aan het dorp Santa Anna hield ons den geheelen morgen bezig. Op den middag verlieten wij het eiland, om ons naar de noordkust van het eiland San Cristoval te begeven. May vergezelde ons en diende ons tot loods, om ons de haven Fanariki te helpen bereiken; wij hoopten er den volgenden morgen vroeg aan te komen.
Gedurende den korten overtocht kon ik een algemeen overzicht krijgen van de eilanden, die het zuidelijk gedeelte van den archipel uitmaken; Malaïta, San Cristoval, Hougué, Santa Catalina en Santa Anna kwamen duidelijk uit, en we konden alle goed herkennen.
De duur van een nacht was voldoende, om de weinige mijlen af te leggen die ons van Fanariki scheidden. Zoodra de _Lady Saint Aubyn_ voor anker lag, gingen wij aan land, om een bezoek te brengen aan het dorpshoofd, dat den naam van Quarter droeg. Allereerst was het bij de recruteering noodig, dat wij de goede gezindheid verwierven van de hoofden. Zij hebben een onbeperkt gezag en besluiten niet om een inboorling te laten vertrekken, als ze niet eerst veel geschenken hebben ontvangen en veel drank hebben genoten. Toen dan ook Quarter van onzen kapitein een flesch jenever en een prachtig Lefaucheux-geweer had ontvangen, beloofde hij ons zijne medewerking en verzekerde ons, dat wij veel verbintenissen zouden kunnen aangaan op zijn grondgebied. Dat laatste beteekent trouwens nog niet veel bij deze koninkjes van de Salomons-eilanden. De inboorlingen vormen namelijk kleine verspreide groepen, en het gezag van een inboorling en hoofd reikt niet verder dan eenige mijlen van de plaats, waar hij woont.
Quarter aarzelde dan ook, ondanks zijn groot gezag in eigen dorp, den voet te zetten op het terrein zijner buren; hij heeft altijd zoo een en ander op zijn geweten, en hij is niet gemakkelijk tegenover de bevolking om hem heen. May, onze loods en Quarter, onze gast, zijn twee beroemde jagers op menschen; zij begrijpen elkander en zijn vereenigd in een vriendschap, die bevestigd is door veel samen vergoten menschenbloed.
De onderdanen van Quarter zijn volstrekt niet veilig, en hij beschikt naar willekeur over leven en goed der zijnen. Hij wou ons zelfs wel eens toonen, hoe weinig hij geeft om een menschenleven meer of minder, en hij zou niet aarzelen, te onzer eer een paar zijner landgenooten te offeren. Maar wij haastten ons hem te zeggen, dat we hem op zijn woord geloofden, en dat we heelemaal geen bewijzen voor zijn bewering verlangden.
Intusschen was zijn houding tegenover Europeanen welwillend, en dank zij zijne bescherming, konden wij in alle gerustheid de omstreken van het dorp bezoeken.
We zagen bij die gelegenheid ook de aanplantingen van de inboorlingen op de helling der bergen. De Kanaken of liever hun vrouwen ontbosschen het terrein door verbranding en planten er daarna hun aardvruchten. Zij eten die taro's en buitendien veel bananen, hun hoofdvoedsel, dat zij zoowel gekookt als rauw tot zich nemen.
Toen we die plantages hadden bekeken, liepen wij die gedeelten van het bosch in, waar de bijl van den mensch nog nooit had gekapt; wij konden oordeelen over de vruchtbaarheid van den grond en bemerken, hoeveel voordeelen die zou kunnen opleveren, als ervaren landbouwers er aan het werk gingen. Onder de reuzenboomen, die men overal ziet, ligt een dikke humuslaag, waaruit bij de warmte en de vochtigheid vaak schadelijke dampen opstijgen; maar als er meer licht en meer lucht in die bosschen werd toegelaten, zou het land gezonder worden en de grond zou er niet minder vruchtbaar om zijn.
Op onze wandeling ontmoetten wij eene groep jonge vrouwen, die gebukt gingen onder den oogst van bananen, voor Fanariki bestemd; zij liepen onder toezicht van een inboorling. Hoewel haar levenswijze niet maakt, dat haar schoonheid lang bewaard blijft, zag ik er toch onder, die er aardig uitzagen, en ze zouden zelfs mooi kunnen heeten, als ze niet tot allerlei dwaze ontsieringen waren overgegaan.
Een van haar had het tusschenschot van den neus doorboord en had er een ring van schildpad aan gehangen; eene andere had het oorlelletje zoo uitgerekt, dat zij er een houten blokje of schijfje had kunnen insteken van 0.05 M. middellijn. Men ziet het, de behaagzucht is nergens de wereld uit. De dames hadden regelmatige trekken, zijdeachtige, niet gekroesde haren als bij negerinnen, en ze waren goed geproportionneerd.
Zoo kwamen wij terug in Fanariki. In onze afwezigheid hadden de onzen veel succes gehad met het werven; vijf inboorlingen gingen mee op ons schip, namelijk Sohima, Toro, Tarimbanne, Tagaro en Soemanson. Zij vonden het aardig, te gaan naar een land van blanken, en onbewust zullen zij meehelpen tot den vooruitgang van de fransche kolonisatie in Nieuw-Caledonië. Het waren knappe, sterke, jonge mannen tusschen 18 en 22 jaar; hen trokken de zucht naar het onbekende en de zin voor avonturen, en zij moeten moed hebben, om weg te gaan, want in hun verbeelding zien ze niet alleen wonderen, maar wel degelijk ook gevaren.
Er wordt gewoonlijk beweerd, dat zij gaan op bevel hunner hoofden of van hun ouders; maar dat is een vergissing; zij moeten integendeel meestal den tegenstand van de ouders overwinnen en den onwil van hun hoofden, die het volstrekt niet prettig vinden, het aantal hunner strijders te zien verminderen.
Door velerlei geschenken moeten wij de smart der scheiding verzachten. Maar zoodra het schip de kust verliet, werden we met geschreeuw uitgeleid, en ik heb wel jonge meisjes zwemmend onze boot zien volgen en pogingen zien aanwenden, om door waarschuwingen en gebeden den broeder terug te houden, die haar misschien voor altijd ging verlaten.
Wij vervolgden onzen weg naar de Wannoni-baai, De pas ingescheepte Kanaken verzochten mij, of ik hen op mijn register wilde inschrijven. Ze wisten, dat die plechtige formaliteit onmisbaar is, als hun contract geldig zal zijn. Het is in hun belang, als de plaats hunner geboorte staat opgeschreven en de duur van hun contract, opdat men hen, als het tijd is, naar huis kunne terugbrengen, namelijk als de drie jaren, waarvoor ze zich verbinden, om zijn.
Ik liet hun een volledig stel kleederen geven en een deken; hoewel ze een lange reis gingen ondernemen, was er geen sprake van bagage, en naakt als wormen trokken ze uit hun dorp weg. Toch zag ik nog, dat ze allen een heel klein gevlochten zakje droegen, en door nieuwsgierigheid gedreven, zag ik na, wat er in was. Het bevatte een beschilderd bamboekokertje met de ingrediënten voor het sirih-kauwen, een paar arekanoten dus, wat tabak en betelbladeren. Ze doen allen aan het betel- of sirih-kauwen, deze inboorlingen, en de gewoonte moet door de Maleiers er zijn ingevoerd. Dit is niet het eenige bewijs van maleischen invloed; men vindt, uit anthropologisch en ethnographisch oogpunt kijkend, er nog zeer veel sporen van.
Wij kwamen te Wannoni aan en ankerden in een ruime baai, tegen de heerschende zuidoostenwinden beschut. De inlichtingen, die wij hadden ingewonnen, leerden ons, dat dit deel der kust zeer bevolkt was, en dat de inboorlingen uit het binnenland er dikwijls kwamen handel drijven. Wij zouden dus die menschen uit de wildernis kunnen aanschouwen, die aanmerkelijk verschillen van de kustbewoners.
Ik geef aan elken zeevaarder, die deze eilanden bezoekt, den raad, de Wannoni-baai niet voorbij te gaan; hij zal er in overvloed zoet water kunnen innemen uit twee groote rivieren, die in de baai uitloopen, en als het noodig is kan hij van de inboorlingen proviand koopen, als bananen, suikerriet, aardvruchten en varkens. Wij bereikten een dorp, dat ongeveer 500 inwoners had. De huizen waren gelegen op de oevers van één der rivieren, en wij hielden gemeenschap met de overzijde door onze bootjes; de inboorlingen waren nog niet zoo slim geweest, om de noodzakelijkheid van een brug in te zien.
Wij ontmoetten vrouwen aan hare huiselijke bezigheden, bananen bereidend voor den avondmaaltijd, of visch schoonmakend, en bereikten weldra het voornaamste huis uit het dorp. Bij elken stam heeft men een gemeenschappelijk huis, dat tot plaats van samenkomst dient voor het mannelijk deel der bevolking; de vrouwen mogen er niet binnenkomen, omdat haar maatschappelijke rang te laag is, dan dat zij een woordje zouden mogen meespreken bij de discussies van haar echtgenooten.
Op het platform vóór de hut stonden de mannen dan ook druk te praten over het mooie weêr en de lange dagen en vertelden elkander, wat ze hadden gezien op hun reizen naar Queensland en Nieuw-Caledonië en de Samoa-eilanden. Ze besloten er ook tot komende oorlogsexpedities en kozen de plaatsen uit, die van de kusten in de buurt in aanmerking kwamen voor het zenden van oorlogsbooten.
Onze komst wekte de algemeene nieuwsgierigheid, en, getrouw aan de algemeene bedelachtigheid, begonnen ook zij te vragen naar pijpen en naar tabak. Ik heb tot principe aangenomen, nooit eenig geschenk te geven, waarvoor geen wederdienst wordt bewezen. Eén van hen verdween uit de groep, om uit zijn huis een prachtigen boog met pijlen te halen, en na lange onderhandelingen gaf ik hem er tien rollen tabak voor in betaling. De boog was werkelijk mooi en artistiek gemaakt; hij was aan de rugzijde met parelmoer ingelegd en was gespannen met een zeer stevig koord van gevlochten lianenvezels; zoo'n boog heb ik op mijn latere omzwervingen nergens meer aangetroffen, en het museum op het Trocadéro zal met dit eenig exemplaar worden verrijkt.
De inboorling, die hem mij verkocht, beweerde hem te hebben gekocht van een inboorling uit Malaïta; maar ik vrees, dat dit niet waar is en dat het alleen gezegd wordt, om de waarde van het voorwerp te verhoogen. Deze eilandbewoners gaan immers juist door voor de handigste en bekwaamste.
Ik kon ook een stuk beeldhouwwerk van hout bemachtigen boven van een huis; en ik kocht andere ethnografische voorwerpen, als vazen, borden en ander houten huisraad.
Zooals ieder europeesche natie haar eigen oorlogswapen heeft en een veelgebruikt soort van geweer, zoo vindt men op de groep der Salomons-eilanden knotsen van verschillende soort; ieder eiland heeft er zijn eigene, door de inboorlingen in aanval en in verweer nog liever gebruikt dan de assegaai, waarmee ze zoo uiterst behendig werpen.
De knots van San Cristoval is van zeer hard hout, en heeft den vorm van een sikkel van soms wel 1.50 M. lengte. Het is een geducht wapen in de handen der inboorlingen, en vaak heeft het hun gediend, om Europeanen uit den weg te ruimen. Wie er een slag mee heeft ontvangen staat niet weer op.
Bij gelegenheid van ons bezoek aan het dorp in de Wannoni-baai deden wij een uitstapje in het binnenland en voeren een eind de rivier op; wij kwamen daarbij ook weer in bosschen, nog niet door menschenhanden aangeraakt. Er waren veel vogels, en hun gekweel was de eenige verlevendiging der eenzaamheid; als de inboorlingen er door gaan, houden ze zich zoo stil mogelijk, en trachten hun aanwezigheid te verbergen, uit vrees dat een achter een boom verscholen vijand hen onverhoeds mocht aanvallen en hen berooven van het weinige, dat zij bij zich dragen.
Warmte en vocht zijn de beste hulpmiddelen voor de ontwikkeling van den plantengroei, en die worden op de Salomons-eilanden aangetroffen. Zoo konden wij op die wandeling langs de smalle boschpaden reuzenboomen bewonderen, waaronder veel bananen met groote luchtwortels. Kokospalmen waren er niet veel, die bleven meestal tot het strand beperkt; ze waren minder algemeen dan op de Nieuwe-Hebriden en de Fidsji-eilanden, en de coprahandel, de verkoop van het gedroogde kokosnotenvleesch, is veel minder algemeen hier dan in beide genoemde archipels.
Maar daarentegen komt hier de boom voor, die plantaardig ivoor levert; het is ook een palmsoort, die den wetenschappelijken naam _Phytelephas macrocarpus_ draagt en een eigenaardig voorkomen heeft. De bladeren zitten laag, bijna op den grond en komen voort uit een lagen stronk, die een weinig op een cactusplant gelijkt. Hij brengt zaden voort, die vóór ze rijp zijn, een waterig vocht bevatten, dat later melkachtig van kleur en consistentie wordt en eindelijk een witte kleverige massa vormt. Is het zaad, dat de grootte van een dikke kastanje heeft, volkomen rijp, dan is die massa hard geworden als ivoor en lijkt daar ook precies op. Daar die stof veel duurder is, wordt het plantaardig ivoor er dikwijls voor gebruikt; men maakt er sieraden van en voert de stof in groote hoeveelheid uit van de Salomonseilanden; er wordt 200 francs voor een ton betaald.
Aan de beide rivieroevers vonden wij telkens sporen van kaaimans; die dieren krioelen in de wateren van den archipel, maar ze worden bijna nooit buitgemaakt, altijd zijn ze den inboorlingen te slim af.