De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906
Chapter 48
Hun muziekinstrumenten zijn allermerkwaardigst; 't zijn holle boomstronken, vastgezet in den grond, met gaten er in geboord, die onderling verbonden zijn door verticale spleten; van boven zijn ze versierd met allerlei snijwerk, dat een voorstelling geeft van vogels en andere dieren, schepen enz. Door op die trommels te slaan met stevige stokken, weten ze vrij afwisselende geluiden in de maat voort te brengen.
Die dansen en die muziek zijn zeer gewild bij de inboorlingen der Nieuwe-Hebriden; bij elken stam zijn er, evenals in onze fransche dorpen, enkele jongelui, die den boel aan den gang maken en de feesten geanimeerd houden; zij zijn ongevoelig voor vermoeienis en warmte, en altijd gereed, om opnieuw te beginnen.
Alleen over dag houden zij zich met die genoegens bezig, en een uur na onze aankomst hielden de dansen op en de inboorlingen keerden naar hun hutten terug. De dansen werden telkens aangemoedigd door grijsaards, die op den grond zaten en nu en dan opstonden, om de vermoeiden te laten drinken en de drukst dansenden te complimenteeren.
Zij, die op het eiland Mélé zich met die dansen bezighielden, woonden niet op het hoofdeiland maar op een klein dor eilandje in de baai, waar bijna geen water en geen groen te vinden waren. Daar vertoeven zij en gaan alleen aan wal, om hun velden te bebouwen. Wat zou de oorsprong van dit gebruik zijn? Waarom hebben zij zich afgezonderd? Ik zou het niet kunnen zeggen, en ik denk, dat zij in vroeger tijden in strijd zijn geraakt met de naburige stammen en dat ze zich op het eilandje moesten verschuilen voor de aanvallen van hunne tegenstanders.
Wij volgden hen, en door een bootje overgebracht, gingen we bij hun woningen aan wal. De bevolking van het eiland Mélé schijnt nog niet spoedig te zullen uitsterven; wij werden omringd door kinderen van elken leeftijd, jongens en meisjes, die elkander duwden en stieten, om ons beter te zien. De kleine kinderen waren geheel naakt en betrekkelijk vrij zindelijk, als wij ze vergeleken met de bewoners van Tanna en vooral van Erromango. Overigens verschilt dit ras van dat der andere eilanden, zoodat ik er wel toe geneigd ben, voor waar aan te nemen de traditie, die wil, dat Mélé bevolkt is geworden tachtig jaren geleden door een schip, dat van Nieuw-Zeeland kwam en schipbreuk leed in de Pangobaai. Hun physieke eigenschappen, hun taal en ook hun gewoonten herinneren sterk aan die der Polynesiërs.
Wij verlieten die eilandbewoners en kwamen op het groote eiland terug, waar wij onze paarden terugvonden, rustig grazend onder de hoede van een paar Kanaken. Een vlugge galop bracht ons in anderhalf uur naar Franceville terug.
Zoodra ik aan boord was, maakte ons schip zich voor het vertrek gereed, nadat wij afscheid hadden genomen van de beminnelijke kolonisten van Port-Vila, en de _Lady Saint Aubyn_ zette koers naar Port-Havannah, de belangrijkste plaats van het eiland Vaté na Port-Vila. Wij zeilden met moeite om de Duivelskaap heen, die de noordwestelijke begrenzing van de Pangobaai vormt; het was nog al een gevaarlijk punt vanwege een klip, die ver in zee vooruitstak. Op die klip was kort te voren een schip van de Nieuw-Hebridische Compagnie vergaan.
We voeren voorbij kaap Tu-ku-tu, bewoond door een fransche familie, die een landbouwkolonie bestuurt; koffieboomen en kokospalmen en bananen waren in de laatste jaren daar aangeplant, zoodat die bezitting een der belangrijkste van de Nieuwe-Hebriden belooft te zullen worden. Het is een doel voor uitstapjes van toeristen uit Port-Havannah, die zeker zijn, door den heer H. goed te worden ontvangen.
Uit wat ik hier heb meegedeeld, kan de lezer wel afleiden, dat een reis naar het eiland Vaté niet lastig of moeilijk is; de Europeanen, die er wonen, zijn blij, eens gastvrijheid te kunnen bewijzen aan iemand, die hun een bezoek brengt. De inboorlingen zijn er zachtzinnig en vreedzaam en beschouwen de Europeanen volstrekt niet met een wantrouwend oog. Ongelukkig kan deze beschrijving alleen voor het eiland Vaté gelden. Op de andere eilanden der groep, bij voorbeeld op Tanna en Erromango, ontmoetten wij slechts wilde, gevaarlijke inboorlingen, en men moet dan uiterst voorzichtig zijn bij de betrekkingen, die men wel genoodzaakt is met hen aan te knoopen, want elk oogenblik kan er een moeilijkheid ontstaan, die den reiziger herinnert aan de waarheid, dat deze archipel, dien hij bezoekt, gelegen is aan den anderen kant van de beschaafde wereld.
Zoodra men Tu-ku-tu voorbij is, bemerkt men het eiland, dat het Hoedeiland wordt genoemd naar den vorm, dien het met zijn laag gebergte vertoont, of dat ook wel het Entrée-eiland heet, omdat het den weg aangeeft, welken men heeft te volgen naar Port-Havannah,
Wij voeren de Zuiderstraat of de Groote Straat binnen, en na enkele oogenblikken bemerkten wij aan het kalme water en den getemperden wind, dat we in een goed beschutte haven waren binnengekomen. Port-Havannah was nog niet duidelijk te zien. Wij ontdekten de eilanden Déception en Protection, die aan alle zijden de haven omsluiten, maar de huizen der kolonisten en hun winkels waren nog niet te zien. Die gebouwen werden verborgen door de kaap, die Kaap van het Witte Zand heette. Daar woonde de engelsche presbyteriaansche zendeling Mac., wiens geest zoo weinig evangelisch is gestemd en die een zoo krachtigen haat tegen Frankrijk koestert.
Wij lieten aan stuurboord die kaap liggen, waar de engelsche vlag boven wapperde, en bemerkten weldra de eerste huizen van Port-Havannah. Wij ankerden tegenover de magazijnen van de Caledonische Maatschappij. Ik zag deze plaats met genoegen terug, waar ik zes maanden van mijn leven had gesleten met dappere soldaten, die door moeraskoortsen gekweld werden, maar die trotsch waren, het eerst de driekleur op deze eilanden te hebben geplant.
Onze nationale vlag heeft er echter slechts eenige maanden gewapperd; zij heeft zich moeten terugtrekken voor britsche aanmatiging, en wij hebben het moeten bijwonen, dat de huizen verwoest werden, waar onze matrozen hadden verblijf gehouden. Nu zag ik er geen spoor meer van.
De groote vlakte, waar Port-Havannah was gelegen, zag er niet meer zoo druk en levendig uit als vroeger; de belangrijkheid van het punt was sterk verminderd in de laatste jaren, en de handels- en landbouwinrichtingen zijn nu alle geconcentreerd te Port-Vila.
Toch scheen deze haven eens een groote toekomst te gemoet te gaan. De reede is veilig; de vlakte wordt bespoeld door twee rivieren, die zoet water van uitstekende hoedanigheid leveren; er zijn weiden, die voldoende voedsel geven voor de honderd-vijftig stuks vee, welke er grazen onder de hoede van eenige inboorlingen.
Ik ontmoette te Port-Havannah mijn ouden vriend Mackintosh, hoofd van het Déception-eiland; hij vertelde mij eenige van zijn gouvernementeele rampen. Hij stond oudtijds aan het hoofd van een belangrijken stam, waarover hij een volstrekt en onbeperkt gezag uitoefende; sedert de engelsche zendeling is aangekomen, hebben zijn onderdanen hem langzamerhand in den steek gelaten en ze zijn gaan wonen in het dorp bij het huis van den heer Mac.
Wij konden niet hopen, veel contracten te sluiten met de inboorlingen van Vaté; ze zijn tot het Christendom bekeerd en wel tot de denkbeelden der presbyteriaansche zendelingen; die laatsten beletten hen het landverhuizen en houden het op alle manieren tegen, dat de jonge lieden van daar gaan. Zij vreezen, dat het reizen hen onafhankelijker zal maken en den invloed zal verkleinen van de predikers der christelijke leer. Alleen de bewoners van Lélépa op het Protection-eiland bleven ongevoelig voor de vermaningen van den anglicaanschen zendeling en behielden ondanks alles het geloof hunner voorouders.
Het werk der zendelingen, de invloed der Europeanen en de herhaalde aanraking der inboorlingen met de blanken hebben het moreele en intellectueele peil der bewoners van het Sandwich-eiland doen stijgen. Hun materieele leven is er niet weinig op vooruitgegaan en hun maatschappelijke verhoudingen zijn tevens verbeterd. Toch zien wij hier, evenals op Nieuw-Caledonië, een geleidelijke vermindering van het ras der Kanaken; stammen, die ik in 1887 had ontmoet, bestonden niet meer, en het blijkt maar al te duidelijk, dat deze Zuidzeevolken onvermijdelijk ten ondergang zijn gedoemd. In acht-en-twintig jaren is het bevolkingscijfer van 8000 op 3500 gedaald.
Mijn bezoek bij het hoofd Mackintosh van het Déception-eiland heeft mij in die meening niet weinig versterkt; die vervallen grootheid bracht mij naar de plek, waar zijn stam had gewoond, op den top van den hoogsten heuvel van het eiland. Wij kwamen er langs een lastig voetpad, dat naar een nu verlaten dorp geleidde, waar vroeger een volkrijke vestiging was. We zagen er een twintigtal verlaten en in puin vallende hutten. Een enkel huis had weerstand geboden aan den tijd, en merkwaardig genoeg was dat juist het huis, dat het meest iemand moest interesseeren, begeerig om de zeden der inboorlingen te leeren kennen, nu die zeden en gewoonten langzaam, maar zeker, te loor gaan bij de aanraking met de blanken.
In dit huis toch hadden vroeger de tooneelen plaats, die dit eiland om zijn kannibalisme zoo berucht maakten. Mackintosh diende mij tot gids en wees mij op de balken, die het dak steunden. Zij waren gebeeldhouwd aan hun uiteinde en vertoonden de vormen van vogels, bijlen, messen en andere figuren. Het hoofd vertelde mij, dat aan elk dier figuren de herinnering aan een kannibalenfeest verbonden was.
Sedert de komst der Europeanen zijn die treurige gewoonten geheel verdwenen; maar ik zou bijna durven beweren, dat Mackintosh, zoo afkeerig van vreemden invloed, dien goeden, ouden tijd betreurt en met genoegen den tijd zou zien terugkeeren, toen zijne onderdanen nog niet hun culinaire gewoonten hadden veranderd.
In 1872 werd op het eiland Hinchinbrock, niet ver van het Sandwicheiland, nog een Maleier gedood en opgegeten.
Wij verlieten het Déceptioneiland, om den Lélé-Pastam te bezoeken, die op de zuidelijke punt van het Protectioneiland woont; wij zagen er inboorlingen, die wenschten scheep te gaan bij ons, om het werk van matrozen te verrichten; het zeemansleven behaagde hun zeer, maar zij weigerden hun land te verlaten, om bij den landbouw of bij het werk in de mijnen te worden gebruikt. Men ziet er dus niet velen in Australië of Nieuw-Caledonië.
Zij hebben hun plantages op het Sandwicheiland tegenover het Protectioneiland en drijven handel in aardvruchten met de kolonisten van Port-Vila en Port-Havannah; wij kochten er eenige matten en armbanden van hout en schelpen. De kleeding der bewoners bestond slechts uit een gordel van pandanusbladeren; als versiering droegen ze een varkenstand, met een touwtje om den hals vastgebonden, of ook wel een oesterschelp.
Zij leefden in vrede met de naburige stammen, stonden ons met genoegen de wapens af, die hun voorvaderen hadden gebruikt en verkochten ons een voorraad messen en pijlen met in het vuur geharde punten.
Gedurende onzen terugkeer naar Port-Havannah bezochten wij het Rahni-station. Het was vroeger een belangrijke bezitting, waar veel koffie en maïs werd verbouwd; er waren vruchtboomen geplant en ondanks verwaarloozing gaven ze nog heerlijke vruchten. Het Sandwicheiland is inderdaad in 't bijzonder bedeeld met natuurschoon, en de grond brengt er mildelijk allerlei tropische producten voort.
Er zou niet veel inspanning worden vereischt, om aan Rahni zijn oorspronkelijken bloei terug te bezorgen; de grond is ontgonnen en men zou zonder veel moeite het huis, dat nu vervallen is, kunnen herstellen; een gezin van jonge, werkkrachtige menschen zou er zich kunnen vestigen en er een landbouwkolonie stichten. Men zou dan het eerste pionierswerk niet meer behoeven te doen, dat het budget van den kolonist vaak al te zeer drukt en geen onmiddellijk voordeel aanbrengt.
Wij gingen de woning van den engelschen zendeling voorbij en bespeurden weldra het huis, dat ik in 1887 bewoonde en dat langen tijd het eenige bewoonde verblijf op het eiland Vaté was. Vroeger waren er geïnstalleerd geweest een familie uit Australië deze menschen wilden beproeven, er katoen en indigo te verbouwen.
Er werden groote werken uitgevoerd en zelfs werden met enorme kosten stoommachines overgebracht uit Sydney. Eenige jaren lang scheen het, of Port-Havannah eene groote toekomst te gemoet ging. Ongelukkig bleek het klimaat te ongezond, en de amerikaansche concurrentie maakte, dat er van de mooie plannen weinig terecht kwam; de onderneming liep op eene liquidatie uit.
Wij zouden nog wel langer daar hebben willen blijven en een bezoek hebben willen brengen aan den heer G., die op de oostkust de eerste koffieaanplanting heeft aangelegd, niet enkel de eerste op Vaté, maar in den geheelen archipel. Zijn voorbeeld is gevolgd door de andere Europeanen, want spoedig leerden de planters inzien, dat die cultuur zeer winstgevend was vanwege de nabijheid der groote centra Sydney, Melbourne en Adelaïde. De verkoop der koffie is altijd verzekerd in die groote plaatsen en aan den anderen kant vereischt de koffie, als zij eenmaal geplant is, niets dan wat onderhoud en geeft reeds van het vierde jaar af een overvloedigen oogst.
Ons bezoek aan het Sandwicheiland was afgeloopen. Ik was er lang genoeg geweest, om mij te overtuigen van het gewicht, dat Franschen en Engelschen aan het bezit van het eiland hechten. Herhaalde malen was er sprake van een verdeeling van den archipel der Nieuwe-Hebriden tusschen de beide volken, maar altijd werd het eiland Vaté of het Sandwicheiland door beide mogendheden opgeëischt, waarbij Groot-Britannië zijn recht grondde op de aanwezigheid zijner zendelingen, Frankrijk op die zijner kolonisten.
Ik geloof geen onjuistheid te zeggen, als ik beweer, dat mijn landgenooten het meest er toe hebben bijgebracht, om de natuurlijke hulpbronnen van het eiland te ontginnen en dat zij drie vierden van het grondgebied in bezit hebben.
De degelijke exploitatie van Vaté dateert pas van den dag, waarop de Nieuw-Caledonische maatschappij, te Nouméa opgericht, haren arbeid begon op de Nieuwe-Hebriden. De zending der kolonisten vanwege die Maatschappij heeft misschien niet al die resultaten opgeleverd, die men het recht had, er van te verwachten met het oog op de opofferingen, die men zich had getroost, maar alles is toch niet verloren moeite geweest, en enkelen van die uitgezonden kolonisten hebben zich tot een aardigen welstand opgewerkt.
Onze belangen dateeren dus van vóór die der Engelschen.
Port-Vila heeft, wat de beteekenis van den handel betreft, Port-Havannah vervangen, maar toch zal dit laatste punt in de toekomst altijd belangrijk zijn om de haven, die groote veiligheid aanbiedt en om de rivieren met zoet water, die men er in de buurt vindt. Of die rivieren ook later als beweegkracht te gebruiken zouden zijn, moet nog nader worden onderzocht.
Van Port-Havannah sloegen wij eene noordwestelijke richting in en verlieten de reede door den nauwen doorgang tusschen het Deception- en het Protectioneiland. Wij waren voornemens, het noordelijk deel van de groep der Nieuwe-Hebriden te bezoeken en stevenden naar het eiland Api. De zuidoostenwind blies voor ons in gunstige richting; de _Lady Saint Aubyn_ legde met gemak acht knoopen in het uur af, en 36 uren na ons vertrek uit Port-Havannah kregen wij het eiland Api in het gezicht. Gedurende dien korten overtocht konden wij op een afstand de eilanden der Twee Heuvels waarnemen, het Maï-eiland, waar drie stammen woonden, die ieder een eigen dialect spraken, en het eiland Muna. Er is daar niet veel te zien; de bevolking vermindert gestadig; de eilanden leveren zoo goed als niets op en ze zijn zoo klein, dat men hun ook geen betere toekomst mag voorspellen.
Wij lieten het anker vallen in de Diamantbaai, aan de zuidwestkust van Api; de engelsche boot _Hector_, uit Maryborough in Queensland, lag in dezelfde baai voor anker; zij bracht een zeker aantal Kanaken van verschillende eilanden uit den archipel naar hun respectieve woonplaatsen terug. In deze baai moest het schip een inboorling en zijn vrouw afzetten, die drie jaar te voren aangenomen waren bij een stam in het binnenland; het paar had intusschen een baby veroverd, op engelschen grond geboren.
Alle drie gingen aan land, in hun mooiste spullen uitgedost; de man droeg een deftige jas uit een of ander australisch modemagazijn, hij droeg een horloge met vergulden ketting op een smetteloos wit vest; maar hij had bloote voeten. De vrouw liep onder een vuurroode parasol en zag er met haar kanten japon met sleep en strooken uit als een danseres uit een paardenspel, altijd met bloote voeten, wel te verstaan.
Maar pas waren ze aan wal gegaan in hun geboorteland, of de inboorlingen aan de kust verzameld, maakten zich meester van hun koffers en deelden den inhoud onder elkander, en binnen eenige minuten waren de stumpers beroofd van de opbrengst van hun arbeid van drie jaren; de australische jas en de roode parasol wekten de begeerigheid op van het hoofd van den stam, die er zich krachtens het recht van den sterkste van meester maakte. Zóó is nu eenmaal de ontvangst, die de inboorlingen wacht, wanneer ze na kortere of langere afwezigheid in hun land terugkeeren. Wat zij hebben overgespaard in den vreemde en de waren, die zij meebrengen, worden aan de plundering van de landgenooten prijs gegeven. Behooren ze tot een stam uit het binnenland, dan moeten ze zich gelukkig achten, wanneer de inboorlingen van de zeekust hun het leven laten en hen rustig laten vertrekken naar hun geboorteland.
De tegenwoordigheid van de _Hector_ was hinderlijk voor onze wervingsbezigheid; wij maakten ons zeilreê, om bij kaap Foreland weer het anker te laten vallen in een door die kaap beschutte baai. Een klein zoetwaterstroompje liep er door een vruchtbaar dal, dat echter nog weinig bebouwd was; de bevolking is er echter vrij talrijk en drijft een drukken handel in kokosnoten met een handelaar uit Jersey, die sinds eenige jaren op het eiland woont; een engelsche zendeling woont er dichtbij en beproeft, maar met slechts matig succes, den inboorlingen zijne geloofsovertuiging bij te brengen.
Wij recruteerden een paar jongelingen en een kleinen jongen van een jaar of zes, die zijn vader en zijn moeder had verloren en opgedragen was aan de zorg van een oom. Deze kon hem niet langer te eten geven en wenschte hem te verhuren voor den arbeid te Nouméa. Het was een goed werk, dat aanbod aan te nemen, want het stond te vreezen, dat die oom, dien het verveelde den knaap te onderhouden, hem op een goeden dag een gewelddadigen dood zou doen sterven.
De kleine Kanakenjongen ging met genoegen mee; zijn vroolijk, intelligent gezichtje straalde van blijdschap, en ieder had plezier in hem. Onze reeder hield hem later bij zich en wilde er een jockey van maken, bestemd te schitteren op de nieuw-caledonische renbaan.
's Nachts wist een onzer pas aangeworven arbeiders te ontsnappen; hij zwom naar den wal, maar was niet zoo beleefd geweest, ons het handgeld terug te geven. Er zal nauwlettender toezicht moeten worden gehouden, en de inboorlingen zullen bij zonsondergang in het tusschendek worden opgesloten.
Wij zeilden nu naar Pané op dezelfde kust; maar terstond bij aankomst zagen we aan het strand in den grond gestoken palen, taboes, die vrouwen en jongelieden moesten waarschuwen, niet mee te gaan met de schepen der fransche wervers. Ziehier, welke reden ons voor dat verbod of die waarschuwing werd opgegeven. Twee maanden te voren had een engelsch schip _Alice and Mary_ veertig inboorlingen, tot den stam uit Pané behoorend, aangeworven. Het had schipbreuk geleden op de kust van Mallicolo, en de Kanaken waren verdronken. Nu mocht voor een vastgestelden tijd geen inboorling zijn dorp verlaten; zóó hadden het de toovenaars van den stam beslist.
Onmiddellijk zetten wij koers naar de Yémubaai tegenover het eilandje Lamenu; een vrij aardig huis werd zichtbaar aan de kust; het was de woning van een nieuw-caledonischen kleurling, die een belangrijke aanplanting van maïs en koffie had aangelegd. Hij gebruikte als arbeidskrachten Kanaken van de naburige eilanden. Zijn plantages lagen in een zeer vruchtbaar dal, besproeid door een rivier, die steeds voldoende water had.
Mijn tochtjes over het eiland in verschillende richtingen deden mij tot het besluit komen, dat het eiland Api het vruchtbaarste van den archipel was. De grond is er rijk; de humuslaag op den rotsgrond heeft eene aanmerkelijke dikte bereikt, en zoo is er een weelderige plantengroei ontstaan, en de rivieren zetten aan hun oevers een groote hoeveelheid slijk af, die nieuwe vruchtbaarheid brengt. Het eiland Api wordt goed besproeid en heeft vrijwat stroomende watertjes, want eveneens is het gesteld te Foreland, Pané, Yému; maar ongelukkig is er geen enkele haven, wel heeft men aan deze kust bruikbare ankerplaatsen.
De geheele bevolking van het eiland kan op 18.000 zielen worden geschat. Zij zijn tenger en klein, en velen van hen hadden wonden op het lichaam, die zij door bepaalde planten er op te leggen, trachten te genezen. Zij hebben den naam van erg wraakzuchtig te zijn en hebben zich berucht gemaakt door herhaalde aanvallen op Europeanen. Zoo is er bijna geen enkel punt op Api, waar men met vertrouwen kan landen, en men moet de grootste waakzaamheid in acht nemen. Vele nachten heb ik aan den wal geslapen, altijd met revolver en patronen binnen mijn bereik.
In de Yémubaai zag ik de inboorlingen op een dag vereenigd bij gelegenheid van een hunner feesten of _sinn-sinn_. De mannen hadden om het middel een enkel touw, waaraan een koker van schors was bevestigd; enkelen van hen hadden het tot een wollen hemd of vest gebracht. De vrouwen uit het binnenland hadden niet anders aan of om, dan een gordel van bananenbladeren, maar die van de kust waren in een lap katoen gehuld.
Elke inboorling was gewapend met een knots of met een rond mes. Hoewel de bewoners van Api niet zoo beslist oorlogszuchtig zijn als die van Tanna, voeren ze dikwijls strijd tegen elkander. Het is dan een oorlog met hinderlagen; er worden diepe kuilen in den grond gegraven en een inboorling, door den hoofdman van den stam aangewezen, moet er in gaan liggen en den vijand afwachten, als hij voorbijgaat.
Hun instinct is tot menscheneten maar al te zeer geneigd, en als ze die kannabalistische> neiging kunnen bevredigen, gaan ze daarbij aldus te werk. Van een gevangene wordt de romp aan de jonge lieden afgestaan; de ingewanden zijn bestemd voor de varkens en de honden; de mannen krijgen de ledematen. Vrouwen mogen aan dergelijke barbaarsche maaltijden niet deelnemen.
Altijd gaan die maaltijden met feesten en dansen gepaard. Een koopman, die reeds lange jaren op Api woont, gaf mij een beschrijving van de dansen. Het costuum van het hoofd bestaat dan uit een groote bloem, in ieder oor gestoken, een veêr in de haren, een tak in den gordel, een laag verf op iedere wang en op het puntje van den neus. Hij houdt in zijn linkerhand een zeker aantal lansen vast en in de rechter zwaait hij een knots. Dan loopt hij rondom de inlandsche trommelslagers, en danst en springt, terwijl de muzikanten met behulp van twee stukken hout hun trommels slaan en een helsch rumoer maken.
De hoofden hebben veel autoriteit; het heet, dat zij alleen de kunst verstaan, de pijlpunten te vergiftigen.
Ons verblijf te Yému was nog al gunstig voor onze werving; we konden een tiental Kanaken recruteeren. De _Lady Saint Aubyn_ wendde zich daarna naar de westkust en wij voeren door de straat, die het eiland van Ambryn scheidt. Daar zagen wij een bezitting van een Europeaan, die kort te voren door de bewoners van het eiland Paama vermoord was geworden. Wij ankerden in de Groote Baai.