De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906
Chapter 43
Vóór wij uitstappen echter nog even een kijkje genomen aan het uiterste einde van het Park bij den Vredesboog in het complex van gebouwen, dat gewijd is aan een der belangrijkste afdeelingen van de tentoonstelling: de versieringskunst; het zijn eigenlijk twee reeksen van gebouwen, door binnenhoven met zuilengalerijen, aardige beelden en fonteintjes, onderling met elkaâr in gemeenschap, gescheiden door een smal laantje; het is hier, dat ook Nederland zijn beste beentje voor zal zetten. Maar de strijd zal zwaar zijn. Op dit oogenblik zijn de gebouwen nog nauwelijks onder dak en is de chaotische toestand nergens zoo wanhopig als hier in dit hoekje; van étaleeren kan dus nog geen sprake zijn. Maar de ingenieur die hier de leiding heeft, de heer Gatti-Casazza, weet schitterende dingen van deze afdeeling te vertellen. Na de welgeslaagde proefneming in Turijn met de tentoonstelling van versieringskunst in 1902 zal Italië hier nu eens met 500 van zijn eerste architecten en artisten (grootendeels uit Lombardije) uitkomen; een ruimte van maar eventjes 12000 M_2_ heeft het daarvoor noodig; Hongarije, dat in de laatste jaren een reusachtige vlucht nam op het gebied der kunstnijverheid, zal 3500 M_2_ innemen; Engeland 1000; Zwitserland, Japan en Nederland elk 800; Duitschland 500; Turkije 350 en Noorwegen 100. Nederland maakt dus quantitatief geen slecht figuur. Jammer echter, dat onze eerste firma's op dit gebied geen lust tot deelneming gevoelden.
Frankrijk, Oostenrijk, Rusland en België hebben ook hun afdeeling versieringskunst ondergebracht in hun eigen gebouwen op de _Piazza d'Armi_. Ofschoon de Commissie van toelating lang niet gemakkelijk is geweest, hebben de aanbiedingen zóó de verwachting overtroffen, dat zij heeft moeten laten varen het denkbeeld om ook een retrospectieve tentoonstelling van de ontwikkeling der toegepaste kunst in den loop der eeuwen te geven. Een eereplaats zal echter gegeven worden aan den vrouwenarbeid, waarvan, onder de auspiciën van de Hertogin Maria Anna Visconti di Modrone Gropallo, presidente van het damescomité, evenals te Luik, veel belangwekkends zal te zien gegeven worden.
Een zware taak wacht de jury maar ook een aangename, want de Koning heeft een eereprijs van 10,000 lire uitgeloofd voor de fraaiste "complete moderne inrichting".
Aan den anderen kant van het park, nog een groote uitgestrektheid met mooie gazons en waterpartijen, zetelt het Vermaak. Daar kan men een reis naar het hooge noorden maken en zich verbeelden op de ijsberenjacht te zijn, of de geneugten smaken van een montagne russe; daar kan men zich in aardige bars en kiosken door gebronsde zuidelijke schoonen met uitdagende, donkere oogen champagne en vruchtenijs laten bedienen; daar kan men voor een halve lire heel Tyrol of het Berner Oberland doorreizen onder 't genot van Münchener Hofbräu, Chianti of Capri, Marsala of Vermouth van fratelli Cora; daar kan men 's avonds tusschen de donkere cypressen in den maneschijn zitten mijmeren bij "American drinks", zoo echt als in de eerste Broadway-bars; daar kan men zich van een helling in een bootje met duizelingwekkende vaart in een meer laten storten of, wanneer men 't op dit ondermaansche te benauwd krijgt, hoog in de lucht rondvliegen in een _Aëroplan_ en in jolige pret lachen om dat Castello en dien Dom die daar zoo eigenwijs en roerloos staan te droomen midden in dat wereldsche, lawaaierige Milaan; daar klinken muziek en zang; daar raakt men de zilverstukjes kwijt....
Daar mist men alleen Lucas Bols of Wynand Fockink, anders trouwe comparanten op groote tentoonstellingen, die hier met een "Oude Schiedammer" en een jonge Zeeuwsche boerendeern toch zeker al even veel succes zouden hebben als overal elders in de wereld.
Maar het wordt tijd, dat wij het Park verlaten en naar de _Piazza d'Armi_ trekken, waar wij in vogelvlucht hebben te overzien _veel_ dat nog niet àf is en heel _weinig_ dat wèl gereed is. Konden wij maar werkelijk in een luchtballon er over heen zweven! Dan liepen we geen kans overreden te worden door zwaargeladen goederentreinen en in dolle vaart rondsnorrende auto's, die voor de snelle verplaatsing van comité-leden zorgen als zij lastige reclamanten uit de voeten willen blijven.
Het electrische treintje, comfortabel ingericht--een voorbeeld voor de directie der Italiaansche spoorwegen die, sedert de staatsexploitatie in vollen gang is, nog niet veel gedaan heeft om het spoorwegverkeer uit zijn achterlijkheid te verlossen--brengt ons, hoog over straten en lanen en pleinen, over de ranke en sierlijke viaduct in een paar minuten daar.
Ook deze terminus doet ons kennismaken met een aardig, rustiek station met bloemperken en heesters omgeven; ruim, ongevaarlijk en met zacht-glooiende op- en afgangen. De maatschappij die dat goedkoope lijntje van 5 cent per rit exploiteert heeft eer van haar werk en succes; het aantal abonnés loopt al in de tienduizenden.
Recht voor ons ligt in het midden van het vierkante terrein, dat een omtrek heeft van ruim drie kwartier loopen en doorsneden is van lange rechte lanen, waartusschen nu de vakken tot weelderig plantsoen met rotsen en vijvertjes, fonteinen en bloembedden zijn aangelegd, het groote paleis van het "Transport te water" met den reusachtigen vuurtoren op natuurlijke grootte, die 's avonds een intens licht over tentoonstelling en stad verspreidt, op den voorgrond. Handelsvloot en passagiersschepen worden in deze afdeeling wel erg op den achtergrond gedrongen door de Marine, die toch eigenlijk slechts in verwijderd verband staat met "transport te water." Maar hiermeê kon Italië meer geuren dan met zijn scheepvaart, die niet sterk vooruitgaat, hoewel, na de jongste Marine-rapporten, deze tentoonstelling van model-materiaal een bitter bijsmaakje voor de Italianen heeft gekregen.
Ook het buitenland heeft in deze afdeeling _acte de présence_ gegeven. Krupp en Armstrong vervullen u hier met bewondering voor hun werken maar ook met een tikje wrevel; die onheilspellende kanonnen storen de vredes-gedachten, die de ideëele achtergrond vormen van dit jubelfeest van den arbeid, waar de natiën komen getuigen van hun grootheid en hun kracht ... in de werken der beschaving en des vredes.
Enkele modellen van Oceanflyers, van moderne luxe-schepen, van reusachtige vrachtbooten, zeesleepbooten en baggermolens gaan hier bijna verloren voor 't oog tusschen de vernielingswerktuigen, torpedobooten, torpedo's, pantsertorens enz.
Trouwens, hier en daar verspreid over het terrein vindt men nog onderdeelen van deze sectie. Zoo heeft de groote Italiaansche Stoomvaart-Maatschappij, die ook de dagelijksche diensten tusschen het vasteland en Sicilië verzorgt, haar eigen, kranig gebouw en is er een zeer bezienswaardige inzending van motorvaartuigen, elegante gondeltjes, waarmeê men lust zou gevoelen zich te laten voortglijden over de smaragden golfjes van de Zwitsersche en Italiaansche bergmeren.
Links van "Marine" ligt het grootste tentoonstellingspaleis, de "Galerij van den Arbeid", een complex van reusachtige hallen met drie koepelvormige ingangen. In de voornaamste daarvan was een prachtig plaatsje gereserveerd voor een inzending van de Amsterdamsche diamantindustrie, waarop men aanvankelijk scheen te mogen rekenen. Jammer, want die zou hier _furore_ gemaakt hebben! Over de inzendingen in deze afdeeling valt nog zoo goed als niets te zeggen; behalve een paar mooie kleurendrukpersen en een reusachtige rotatiepers, waarop een tentoonstellingsuitgave van het grootste dagblad van Milaan, de uitnemend geredigeerde en snel-ingelichte _Corriere della Sera_, tot stomme verbazing der toeschouwers wordt gedrukt en gevouwen, staan er slechts rijen van onopengemaakte kisten, waarin de schatten van de machinale kunstnijverheid verborgen zijn. Meer dan een schoone belofte is dit Arbeidspaleis dus nog niet.
Wij naderen nu bekend en bevriend terrein. Een gebouw met frisschen vriendelijken baksteengevel zegt ons terstond, dat wij hier te doen hebben met iets uit gewesten, dichter bij Nederland; het doet zelfs vreemd in deze omgeving van witte paleizen met blauwe koepels en veel verguld. Het verwondert ons dan ook niet uit het dak de Belgische vlag te zien wapperen. Wij zijn thuis; die rustige lijnen van de Vlaamsche renaissance, die symmetrie welke geen oogenblik stijf wordt, zij doen ons Nederlandsch hart goed. Onze naburen zijn hier schitterend voor den dag gekomen, om jaloersch van te worden. Ook de Italianen, die wel eens meenen het monopolie van stijl en smaak te hebben, kunnen hun bewondering niet verbergen.
Inderdaad, dit gebouw--werk van den Brusselschen architect Henry Vaes--is opgericht _à la gloire de la patrie_, zooals op een gedenksteen in den muur van een der torens is gebeiteld. Maar ... de Belgische regeering, zich dankbaar herinnerend de ruime deelneming van Italië aan de wereldtentoonstelling te Luik, stelde dan ook een bedrag van fr. 300.000 ter beschikking van de commissie van dat land. Met zoo'n sommetje kan men wat beginnen!
Ook de inzendingen der Belgische kunstnijverheid die het gebouw en een daarnaast gelegen hal zullen vullen, beloven het beste te geven wat het nijvere land kan voortbrengen, vooral kant en smedewerk.
Langs de achterzijde van het terrein liggen drie groote gebouwen, die samen één reuzenstation vormen met uitgestrekte overkappingen.
Wij hebben hier te doen met de kern der tentoonstelling, de wortel van de reuzenplant: het spoorwegwezen. Vier landen domineeren hier; Duitschland, Oostenrijk, Hongarije en Italië zelf, dat zeker, al komt het hier met mooie dingen uit, op dit gebied eenige bescheidenheid mag in acht nemen. Reusachtige locomotieven en prachtig-ingerichte slaap- en salonwagens vormen het hoofdbestanddeel dezer afdeeling, terwijl Italië zeer interessante nieuwe uitvindingen op het gebied van seinwezen en veiligheidsinrichtingen in werking te aanschouwen geeft.
Van groot practisch belang voor berglanden zijn o.a. de optische en gehoor-signalen voor tunnels en de nieuwste tandradbaan-locomotieven.
Een zeer sympathieken indruk maakt de iets verder onder hangars geherbergde inzending van het Italiaansche _Roode Kruis_, waarvan vooral de aandacht verdienen de met veel zorg ingerichte transportwaggons en booten voor gewonden. Ook Duitschland's _Sanitätswesen_ komt hier schitterend voor den dag met ziekenbarakken, vervoerbare barakken en vriendelijke paviljoentjes.
Van de ziekenverpleging naar de hygiène _il n'y a qu'un pas_. Hier óók in letterlijken zin. Heerlijk is weer die frontgevel van den architect Bongi, aan het paviljoen, waar Aesculapius' vriendelijke dochter troont, gegeven. Van het zinnebeeld der gezondheid, de slang, heeft hij bij de versieringen een gelukkig gebruik gemaakt.
Welke schatten Hygieia in haar tempel tentoonspreidt is nog een geheim. Alleen is mij bekend, dat onder de inzenders ook een Nederlander is. Onze consul te Milaan, de ingenieur H.J. Van der Schalk, exposeert er modellen van hygiënisch ingerichte boerenwoningen en veestallen volgens een nieuw systeem.
Uit het gebied waar de godin der gezondheid heerscht, over te gaan naar Caïro is nog al een sprong. De oosterlingen staan gewoonlijk met Hygieia op een gespannen voet. Maar het tentoonstellings-Caïro in miniatuur is nog al onschuldig! 't Ziet er alles zelfs te onnatuurlijk zindelijk uit, het ruikt er te frisch om de illusie volkomen te doen zijn. Maar aardig is die exotische omgeving voor ons, westerlingen, toch altijd. Hoe verrukkelijk doen die glanzende koepel en die fijne minaret van de Hasinin-moskee tegen het zuidelijk azuur! Hoe schilderachtig zijn die kleine straatjes en de bazar, waar de oosterlingen bezig zijn hun snuisterijen uit te pakken! Nu is 't nog rustig en leeg hier, maar weldra zal de moslem zijn gebeden prevelen in den toren; zal er vreemdsoortige, lawaaierige muziek klinken bij de Arabische danseres, die de Italianen zal laten genieten van een nerveusen _danse du ventre_; dan zullen de kooplieden met hun roode fez u met een "_bon marché, monsieur!_" naloopen om u hun waren aan te prijzen en bruine jongens op bloote voeten u trachten over te halen om op een witten ezel of een hoogen kameelenrug rond te rijden. En nog lang daarna zal de geur van de rozenolie u herinneren aan die oostersche atmosfeer van de nagebootste Nijlstad hier midden in Lombardije.
Langs Bulgarije, dat zich de weelde van een eigen fraai paviljoen kon veroorloven evenals vorig jaar te Luik, keeren we weer naar Midden- en West-Europa terug. We hebben nu het langwerpige paleis van Frankrijks decoratieve kunst met de 4 smaakvolle ingangen vóór ons liggen. Uitwendig en inwendig viert de Fransche kunst hier weer haar triomfen. Wie kan zich daarmeê meten!? Een glans van voornaamheid ligt over al dat werk.
In een boog om dit gebouw heen liggen drie afdeelingen die, eenmaal gereed, tot de belangrijkste der tentoonstelling zullen behooren. Het zijn: "Automobilisme en Cyclisme", "Rijtuigfabricage" en "Landbouw"; rococostijl was hier wel de meest aangewezene, maar toch hebben de architecten de bestemming van de gebouwen gelukkig uitgedrukt in attributen, symbolische fresco's enz.
Over den inhoud valt nog weinig te zeggen; de automobiel-fabricage heeft in Italië groote vlucht genomen en schijnt dan ook kranig te zullen uitkomen, vooral met luxe-auto's en omnibussen, zooals er hier thans reeds verscheidene in dienst zijn.
De Landbouw beschikt over uitgestrekte hallen van groote wijdte. Juist nu het ideaal van den Koning: "een internationaal Landbouw-instituut te Rome" het eerste stadium van verwezenlijking is ingetreden, wil Italië eens laten zien hoe ver het op dit gebied is. Dat had misschien ook op den weg van Nederland gelegen, maar onze landbouw zal in deze afdeeling slechts vertegenwoordigd worden door een magere inzending van zuivelproducten en ... een Turksche sigarettenfabriek uit Amsterdam. Verkeerde indrukken worden op die wijze wèl bevorderd! Te leeren zal er in deze afdeeling veel zijn, want vooral in Lombardije staat de landbouw op een hoogen trap. De Italiaansche landbouwer is een zorgzaam arbeider; dat kan men, door deze vruchtbare laagvlakte reizende, overal waarnemen.
Wij zijn nu weêr bij het punt van uitgang: het station, teruggekeerd. Overal stilstaan konden wij natuurlijk niet; men zal mij de opsomming van reclame-inzendingen, van azuren grotten en een Afrikaansch dorp, wel willen schenken. Dat alles is _schon dagewesen_ op iedere wereldkermis.
Maar wij mogen toch geen afscheid nemen van de _Piazza d'Armi_ zonder even binnengeloopen te zijn in het mooie, sprekende paviljoen van de latijnsche staten van Zuid-Amerika. Deze staten: Peru, Chili, Uruguay, Guatemala, San Domingo, Brazilië en Argentinië hebben van praktischen zin blijk gegeven. Hoe ook onderling steeds verdeeld, heeft ditmaal een zeker ras-instinct hen er toe gedreven om de handen ineen te slaan tot het verrichten van datgene, waartoe elk op zichzelf niet krachtig genoeg zou zijn. Elke van de regeeringen dezer landsn heeft 6000 francs beschikbaar gesteld voor een collectieve inzending, die er van getuigt, dat men op het zuid-westelijk halfrond nog iets anders verstaat dan staatsgrepen en omwentelingen op touw te zetten.
De in Italië gevestigde consuls van deze staten, aan wie het voornamelijk te danken is, dat Zuid-Amerika hier meer op den voorgrond treedt dan op de laatste wereldtentoonstellingen in Europa, hebben eer van hun werk, zoo goed als de beeldhouwer Laforet, auteur van het standbeeld van Christoforus Columbus in de vestibule van het paviljoen en reeds bekend door het mooie Verdi-monument te Triëst. De 400-jarige sterfdag van den koenen ontdekker van Amerika wordt op 21 Mei bij dat standbeeld plechtig herdacht, o.a. met een redevoering van Edmond de Amicis.
Op onzen weg naar den uitgang van het terrein passeeren wij de afdeelingen luchtscheepvaart en meteorologie, die zeker in nauwe betrekking tot elkaar staan, al is het den vernuftigsten en stoutmoedigsten luchtschipper nooit gelukt in letterlijken zin "naar de maan" te gaan. Van tijd tot tijd worden hier op een met tribunes omringd terrein luchtballons opgelaten, zoowel bestuurbare als vrij in het luchtruim zwevende; ook het Duitsche militaire luchtscheepvaartcorps doet daaraan meê met zijn sigaarvormige uitkijkballons; deze zeer vreedzame verkenning van Lombardije vindt bij het publiek wegens de bewonderenswaardige vlugheid en nauwkeurigheid der exercitiën grooten bijval. Geen wonder; de kleine, weinig gespierde Italiaansche officieren en soldaten missen dat stramme en stroeve!
Milaan heeft zijn "_settimana di gloria_" gehad! De feesten, waarmede de blijde begroeting van de jong-geborene is gevierd, zijn nu weer voorbij, de Koning en de Koningin naar Rome teruggekeerd; ook de vertegenwoordigers van de buitenlandsche dagbladen en tijdschriften pakken hun koffers; de tentoonstelling wordt verder afgewerkt en Milaan bereidt zich voor op de ontvangst der duizenden vreemdelingen uit het zuiden en van over de Alpen.
Veel reclame in het buitenland maakt het Propaganda-comité van de tentoonstelling niet; het is waarschijnlijk overtuigd, dat de 120 internationale congressen, ingezet met het groote en luidruchtige studentencongres, de automobielen-wedstrijden en gymnastiek-feesten, de wedrennen en andere hippische feesten, de concerten en historische optochten, de vuurwerken en illuminaties, de diner's en recepties onder de auspiciën van Milaan's gastvrije en royale vroedschap, genoeg aantrekkingskracht zullen oefenen op de duizenden, die een gelegenheid zoeken om hun zomervacantie aangenaam door te brengen.
"Naar Milaan!" zal het parool zijn van alle toeristen en toeristenbureaux in het komend seizoen.
De lezer make, na mijn indrukken van de eerste levensdagen der tentoonstelling, die ik getracht heb zoo objectief mogelijk weer te geven, gelezen te hebben, voor zichzelf uit of er aanleiding is om aan dat wachtwoord te gehoorzamen ook voor dengene die geen modeslaaf wil zijn.
Maar ik ben er zóó zeker van, dat wie het voorrecht zal hebben deze tentoonstelling in een later stadium van ontwikkeling of wèl, eerlang tot vollen wasdom gekomen, te aanschouwen, hier rijke schatten van leering en genieting zal vergaren, dat ik straks mijn laatsten groet van de toppen der Alpen aan de tegen den horizont vervagende spitsen van den Dom niet zal brengen zonder een: "_A rivederci, Milano!_"
_Milaan, Mei 1906_.
Een vliegreisje in het Land der Rijzende Zon
Door T. TJ. DE BOER.
Onlangs gaf een mijner collega's een' al te enthousiasten aspirant-zeeman den raad: "Als je wat van de wereld wilt zien, ga dan niet naar zee."
Dit nu klinkt paradoxaal, maar er ligt toch een grond van waarheid in. Weliswaar bezoeken wij vele plaatsen, doch de zeehavens der wereld zijn tot op zekere hoogte allen gelijk.
Eerstens is er altijd een groote categorie van menschen, met wie wij niet in aanraking komen, omdat wij meestal geene introductie hebben. Dan zijn er de kooplui, die, zoowel aan wal als aan boord, den armen zeeman steeds trachten af te zetten, hetgeen hij zich met werkelijk verwonderlijke onverschilligheid laat welgevallen. Verder zijn er de koelie's, die onder ons toezicht het schip moeten lossen en laden, en evenmin een hoog als een juist denkbeeld geven van het volk waartoe zij behooren. En ten slotte is er de buurt waar de zeeman op de meest ergerlijke wijze wordt geplukt, en die het maar het best is te mijden.
Bovendien hebben wij vaak weinig tijd en blijft de gelegenheid om aan land iets te zien wat de moeite loont, gewoonlijk beperkt tot des avonds of tot een enkelen vrijen Zondag; juist genoeg om ons te doen wenschen er meer van te kunnen genieten.
Stoomen wij b.v. van Aboji (straat van Simonoseki) naar Kobe door de Binnenzee van Japan, eene reis van één etmaal, dan valt er veel te bewonderen. Het kalme, spiegelgladde water, de honderden groene eilanden en eilandjes, de witte dorpjes, die soms als een vlucht rustende vogels aan den rotswand schijnen te hangen, en 's avonds het glanzende maanlicht, de blauw-lichtende zee en de ontelbare lichtjes der vreemdsoortig gevormde visschersvaartuigen ... dat alles vormt een bekoorlijk geheel, en wekt in ons het verlangen op, dieper in het onbekende land door te dringen, een verlangen, dat slechts zelden bevredigd wordt en, gevoegd bij de kleine ongemakken, aan ons beroep onvermijdelijk verbonden, een zekere onvoldaanheid teweegbrengt, die aanleiding geeft tot overdreven verzuchtingen. Want hoe vroolijk de zeeman ook aan land moge zijn, aan boord is hij een onverbeterlijke mopperaar.
Slechts aan een geluksvogel, zooals ik was, is het soms gegeven, land en volk beter te leeren kennen.
Ik lag nl. in September j.l. met mijn schip te Kobe. Wij hadden één passagier aan boord, een jongmensch, die voor zijn genoegen een reis met ons meemaakte. Deze wilde eenige dagen in Japan reizen en door de goedheid van den gezagvoerder kreeg ik verlof, met hem mee te gaan. Het schip moest nog naar Yokohama en daarna weer terug naar Kobe. Tot zoolang mocht ik wegblijven.
Door dezen samenloop van omstandigheden ben ik in staat gesteld, mijnen lezers eene beschrijving te geven van mijn reis door Japan, het land, dat door zijn ongekend aanpassingsvermogen de geheele wereld heeft verbaasd en vooral in dezen tijd ieders belangstelling opwekt. Uit den aard der zaak is deze beschrijving vluchtig en onvolkomen; zij maakt volstrekt geen aanspraak op volledigheid, want om een goed denkbeeld te kunnen geven van dit vreemde en unieke land, moet men er veel langer vertoeven.
Wij vertrokken 's morgens om 8 uur van boord en lieten ons met een bootje naar den wal roeien. Een ambtenaar van de douane visiteerde onze koffers en liet, toen ik mijn kwaliteit bekend maakte, ons met een ongewoon groote hoeveelheid sigaren ongehinderd door.
Kobe is de drukste havenstad van het land en ligt heel mooi tegen de bergen aan. Doch wij konden ons hier niet ophouden, lieten ons per "jinrickisja" naar een kennis brengen, die ons eenige waardevolle inlichtingen verstrekte, en daarna naar het station.
De jinrickisja (letterlijk: man-kracht-rijtuig), kortweg genoemd "ricksja", is een hoog, tweewielig voertuig, voorzien van een opzetbare kap, dat door een man getrokken wordt met een vrij groote snelheid. Het is het vervoermiddel bij uitnemendheid in Japan, tenminste over niet te groote afstanden, en heeft van hier zijn weg gevonden naar bijna alle plaatsen in Oost-Azië. Wij namen een biljet 1ste klasse naar Tokyo en vertrokken om 10 uur van Kobe.
Het land is over 't algemeen bergachtig en ziet er vruchtbaar uit. Eigenaardig zijn de vele reclames, op groote borden overal langs den spoorweg geplaatst. Soms zijn het meer dan levensgroote menschenfiguren, dan weer enorme flesschen of theepotten of rijwielen, niet altijd even artistiek, ook ziet men wel hoog tegen de groene bergen geweldig groote, witte Japansche karakters afsteken, die den roem van de eene of andere bier- of theesoort mijlen ver verkondigen. Ten 12.25 verlieten wij te Kyoto den trein. Dat gaat in Japan zeer gemakkelijk: zoo'n biljet is nl. vijf dagen geldig, het te laten afteekenen onnoodig. Ook hebben de reizigers 50 kilo bagage vrij.
Kyoto is een groote stad met ± 350000 inwoners. Bijna elf eeuwen lang was het de hoofdstad van het rijk, totdat in 1869 de zetel der regeering naar Tokyo verlegd werd.
Wij reden, natuurlijk weder per ricksja, de geheele stad door naar het Kyoto-hôtel. Dit is zeer mooi gelegen, en biedt een ruim uitzicht aan over de stad met hare ontelbare, grillig gevormde daken, en met de bergen tot achtergrond.
Na de lunch gingen wij er op uit, om wat van Kyoto te zien. Het eerst naar de Hongan-ji, een Boeddha-tempel.
Het Boeddhisme, in de 6de eeuw uit Voor-Indië via China in Japan ingevoerd, is heden ten dage de meest populaire godsdienst. Het is verdeeld in 12 secten, die tezamen meer dan 70000 tempels bezitten, met 60000 bonzen (priesters).