De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877

Part 7

Chapter 7 3,720 words Public domain Markdown

Al voortwandelende door deze lange rechtlijnige straten, door de ingenieurs der zestiende eeuw aangelegd, komen wij op de Piazza de'Signori, die nog zeer goed onderhouden is en herinnert aan al soortgelijke pleinen in de steden van Opper-Italië. Het niet zeer ruime plein is vierkant; het prijkt met twee monumentale gebouwen, waarvan het een, tegenwoordig tot bibliotheek dienende, blijkbaar vroeger werd gebruikt voor de bureaux van den proveditor-generaal en de zittingen der afgevaardigden. Daar werden de wetten afgekondigd en der rechterlijke uitspraken en vonnissen den volke bekend gemaakt. Het heeft eene ruime loggia met drie gesloten bogen, in een strengen, soberen stijl, overeen komende met dien van Palladio. Het inwendige is naakt en koud; van de vroegere versiering is niets meer overgebleven dan een reusachtige schoorsteen, en een steenen tafel door heraldieke griffioenen gedragen, en met het opschrift: Hic regimen purum magnaque facta manent. Het beeldwerk in deze zaal verraadt de meesterhand; in de vakken der wanden vermelden opschriften de namen der proveditoren. Boven de boekenkasten, te hoog om goed gezien te kunnen worden, hangen portretten en kopiën naar Tintoretto, waarschijnlijk geschenken van senatoren. Een zeker hoogleeraar aan de universiteit van Turijn, van Zara geboortig, Dr. Paravia, heeft zijne bibliotheek aan zijne vaderstad ten geschenke gegeven; zij is thans geplaatst in deze ruime zaal. Wij werden hier zeer vriendelijk ontvangen door den bibliothekaris, den heer Simeone Ferrari Cupich.

Vlak tegenover de Loggia staat de hoofdwacht, door Sammicheli gebouwd, maar tegenwoordig ontsierd door een toevoegsel uit de achttiende eeuw. Op het plein bevindt zich ook nog het voornaamste koffiehuis der stad, waar de oostenrijksche officieren plegen bijeen te komen. Deze Piazza is het hart van Zara; het Corso loopt er op uit, en op sommige uren van den dag is het hier buitengewoon druk en levendig.

Van nature was Zara een schiereiland, maar de Venetianen hebben het, om stategische redenen, tot een eiland gemaakt, en omringd met muren en breede wallen, waarlangs men de geheele stad kan rondwandelen. Zara heeft vier poorten: twee daarvan, de poort van San-Chrysogone of de Zeepoort, en de Landpoort, verdienen bijzondere aandacht.

Do eerste is eene romeinsche poort met een enkelen boog en een entablement, door korinthische pilasters gedragen; de poort is een ex-voto, door eene zekere Melia Anniana aan haren gemaal Loepicius toegewijd. Naar het opschrift te oordeelen, zou zij vroeger nabij eene markt hebben gestaan, en zonder twijfel was ook deze poort vroeger versierd met standbeelden, even als de fraaie Porta Aurea van Pola:

MELIA. ANNIANA. IN. MEMOR. Q. LOEPICI. Q. F. SERG. BASSI. MARITI. SUI. IMPORIUM. STERNI. ET. ARCUM. FIERI. ET. STATUAS. SUPERPONI. TEST. IVSS. EX. IIS. DCDXX.

Naar men beweert, is deze poort afkomstig uit de antieke stad Oenona; ik vermoed dat de Venetianen, bij het bouwen van den muur, volgens hunne gewoonte, dien boog tot een poort zullen hebben aangewend.

De Landpoort is van Sammicheli; zij vormt een waardigen toegang tot de stad; door haar schoone en sobere lijnen herinnert zij aan de fraaie poort te Verona. Het strekt Sammicheli tot blijvenden roem, dat hij de schoonheid en den adel der vormen heeft weten te verbinden met de strategische eischen van den vestingbouw, de kunst met de militaire genie. Een groote, fraai bewerkte leeuw versiert het vak boven den hoofdingang; de beide zijvakken bevatten opschriften ter eere van Marc-Antonio Diedo, een proveditor uit het begin der zestiende eeuw, van wiens bestuur te Zara nog vele sporen te vinden zijn.

Bij het doorwandelen der straten en pleinen, zoo vaak een of ander kunstwerk uwe aandacht trekt, komt ge steeds meer tot de overtuiging dat Zara nog geheel venetiaansch in karakter en voorkomen is. De inwoners spreken hetzelfde dialekt als te Venetië, maar de voortdurende betrekkingen met het slavische platteland hebben vreemde elementen in de taal gebracht; ook zijn de meeste inwoners zoowel het italiaansch als het slavonisch machtig. Het inwendige der huizen vertoont geheel het italiaansche karakter; zij hebben hun binnenplaatsen (cortile) met gebeeldhouwde putten, meermalen door wijngaardranken overschaduwd. In sommige afgelegen straten treft men enkele paleizen aan, die geene onwaardige figuur zouden maken naast de fraaie paleizen te Venetië.

Ge hebt niet veel meer dan een kwartier noodig om de boulevards af te wandelen, die allen naar een heilige of een proveditor genoemd zijn. Niemand zal zich deze wandeling beklagen; want, daar de stad op een eiland ligt, heeft men overal het uitzicht op de zee en de eilanden langs de kust. De veldmaarschalk Baron Welden, gouverneur van Zara en vroeger gouverneur van Weenen, heeft in 1829, op de vestingwerken een fraaien tuin laten aanleggen. Vroeger omsloot de muur de stad als een ijzeren gordel; langzamerhand heeft men dien gordel moeten verwijden, en aan de zeezijde is men bezig den muur af te breken. De stad zal daardoor in schilderachtigheid en eigenaardigheid van voorkomen veel verliezen; maar het moderne leven wischt overal de sporen en herinneringen van het verleden uit, en de pogingen om deze verwoestingen te stuiten, zijn over het geheel machteloos tegen het steeds voortwoekerend kwaad.

De kwestie van het drinkwater is, ten allen tijde, voor Zara van overwegend gewicht geweest. Daar de stad herhaalde belegeringen heeft moeten doorstaan, was deze zaak van het grootste aanbelang, en voortdurend heeft men getracht, deze moeilijke kwestie op bevredigende wijze op te lossen. Dit blijkt vooral aan den zoogenoemde Vijf Putten.

Eene antieke waterleiding, naar men wil door Trajanus gebouwd, en waarvan men de overblijfselen nog mijlen ver, tot in het slavische binnenland, kan volgen, voorzag weleer in de behoeften der romeinsche kolonie; later, toen Sammicheli zijn plan voor den vestingbouw ontwierp, maakte hij gebruik van de werken zijner voorgangers, wijzigde ze, en liet nieuwe kanalen graven; en daar de Venetianen uit den tijd der renaissance niet tevreden waren, wanneer zij bij de behartiging van het publiek belang niet tevens aan de eischen der schoonheid voldeden, ontwierp Sammicheli een fraai plein met vijf sierlijke putten, tegenwoordig de Cinque Pozzi genoemd, waar de inwoners het noodige drinkwater kunnen verkrijgen.

De voorbijganger ziet van dit groote werk niets meer dan de vijf uitstekende randen van de putten; maar de onderaardsche werken zijn van zeer belangrijken omvang en ook uit een archeologisch oogpunt zeer merkwaardig. Het is moeilijk, zich rekenschap te geven van den oorspronkelijken aanleg der kanalen. Vermoedelijk hadden zij eene dubbele bestemming: namelijk, om het water aan te voeren, en ook om, in geval van belegering, gemeenschap met de buitenwereld mogelijk te maken.

Dit kleine Zara is in waarheid bekoorlijk. Wij hebben er geen relatiën aangeknoopt er geen introductie in gezelschappen gezocht. De straat was ons domein, en het marktplein ons hoofdkwartier; daar knoopten wij een gesprek aan met den eersten den besten voorbijganger:--en het toeval is ons gunstig geweest, want onder de voorbijgangers, die stilstonden om een blik te werpen op onze schetsjes naar de natuur, bevonden zich ook hooggeplaatste magistraatspersonen, politieke mannen, en gezeten burgers, volkomen met het land en het volk vertrouwd. Door hunne welwillende tusschenkomst is het ons mogelijk geweest, het zoo ver te brengen dat de slavische boeren en de Morlaken uit den omtrek voor ons poseerden om zich te laten uitteekenen. Maar zeer weinig reizigers waren zoo gelukkig; doorgaans moet men deze lieden haastig, in het voorbijgaan, ik zou haast zeggen in de vlucht, en bijkans zonder dat zij het bemerken, schetsen; hoezeer de kunstenaar het ook moge bejammeren dat hij deze fraaie belangwekkende typen niet op zijn gemak kan nateekenen.

Op zekeren morgen, toen ik, met mijn album onder den arm, door de stad liep te dwalen, lettende op al wat mij omringde, viel mijn oog op een huis van een statig voorkomen, waarvoor gendarmen, of zoogenoemde pandoeren, in het meest schilderachtige kostuum, de wacht schenen te houden. De menigte ging onverschillig voorbij; wij werpen een blik op de binnenplaats, een fraai patio, uit de zestiende eeuw, in venetiaanschen stijl gebouwd, geheel met marmer geplaveid, en in een der hoeken een put uit den tijd der renaissance. Meer dan vijftig slavische boeren uit den omtrek, allen in hunne schilderachtige kleederdracht, zijn op die binnenplaats gekampeerd; sommigen liggen rechtuit op den grond in de zon, anderen rooken in de schaduw der zuilengangen; terwijl de vrouwen, eenigszins afgezonderd, onbewegelijk tegen den muur staan geleund.

Dit gebouw is het gerechtshof; daar binnen wordt op dit oogenblik een proces wegens kindermoord gevoerd. De raadsheer Piperata, lid van den Landdag van Dalmatië, die over het patio naar de zaal gaat, deelt mij mede, dat al deze lieden als getuigen zijn opgeroepen. De kindermoord,--een misdaad, die bij de Slaven uiterst zelden voorkomt--is ditmaal gepleegd te Kistagné, en een aantal bewoners van de omliggende distrikten zijn min of meer bij de zaak betrokken: ik heb dus hier de vertegenwoordigers voor mij der bevolking van bijna den geheelen kreits.

Men zou diep in het Oosten moeten doordringen, om zulk eene verzameling van eigenaardige, schilderachtige kostumen te vinden, ondanks al hunne verscheidenheid, zoo harmonisch van kleur. Juist aan deze wonderbare kleurenharmonie bespeurt ge onmiddellijk, dat ge het Oosten nadert, waar deze zin voor kleur en toon den ingeborenen in het bloed zit. Daar hebt ge vooreerst de pandoeren zelven, die in de zon schitteren als spiegels; hunne borst is geheel behangen met tien of twaalf snoeren van groote medailles, meest allen met het portret van Maria-Theresia prijkende. Het zijn kolossale, prachtige mannen; in sommige distrikten, waar een energieke policie noodig is, zijn zij bij wijze van lokale gendarmerie georganiseerd. Eigenlijk zijn zij gewapende boeren, die geen soldij ontvangen, en beurtelings gedurende een zeker aantal dagen de wacht betrekken en de dienst waarnemen. Aan hun hoofd staat een sirdar, die onder de bevelen gesteld is van den kolonel-kommandant der militie in elken kreits. De kolonel van Zara had weleer onder zijne bevelen tien sirdars en vijftien onder-sirdars of aramassé. Ik weet niet, in hoever deze organisatie in den laatsten tijd is gewijzigd.

Als deze pandoeren een misdadiger aanhouden om hem voor het gerecht te brengen, leggen zij hem niet de handboeien aan, maar in plaats daarvan snijden zij zijn wijden broek naar de turksche mode, die de bewoners der omliggende distrikten algemeen dragen, ter zijde open, zoodat hij op de hielen valt en het ontvluchten onmogelijk maakt. Eenigen dezer prachtige pandoeren hadden de vriendelijkheid voor mij te poseeren, zoodat ik, tot mijn genoegen, hun portret maken kon. Uren lang vertoefde ik op deze binnenplaats, schrijvende, teekenende. Drie boerinnen van Kistagné zijn welwillend genoeg om mede haar portret te laten maken. De eene, een blond jong meisje, met eene roode muts met goud galon en pailletten op het hoofd, met een fijn wit hemd versierd met veelkleurig borduursel, met fraaie schitterende snoeren om den hals en medailles op de borst, met een blauwen geborduurden rok en een veelkleurig voorschoot, staat onbewegelijk voor mij, schier even onbewust als een standbeeld. Achter haar staan twee oude vrouwen, het hoofd gehuld in witte doeken met rood lint omzoomd, met groene linten door haar groote valsche haarvlechten, en den breeden met zilveren knoppen versierden gordel; zij schijnen voortdurend beheerscht door een zekeren angst. Zoodra ik mijne schets voltooid heb, spoeden zij zich weg; en de president van de rechtbank, die de zitting voor eenige oogenblikken geschorst heeft, komt mij straks eene merkwaardige mededeeling doen. De twee oude vrouwen, die zwijgende gedurende ruim een uur geposeerd hebben, zijn hem komen zeggen, dat een man haar een uur lang voor zich heeft doen staan en haar al dien tijd strak heeft aangekeken en voortdurend geschreven; dat hij haar daarna een gulden gegeven heeft, zouder evenwel zijn oordeel te spreken of vonnis te vellen. De beide vrouwen hadden mij voor een rechter aangezien, en gemeend dat ik door mijn strak aankijken tot in het diepst harer ziel had willen doordringen! De vrees of schuwheid om zich te laten portretteeren, is trouwens aan alle onbeschaafde of onontwikkelde bevolkingen eigen, en ieder reiziger, die gepoogd heeft zulke menschen voor zich te laten poseeren, zou daaromtrent merkwaardige ervaringen kunnen mededeelen. Nauwelijks een maand geleden, toen wij ons te midden der bosnische uitgewekenen, langs de oevers van de Una bevonden, vluchtten de arme vrouwen der rajahs verschrikt weg, zoodra zij bemerkten dat wij schetsen van haar ontwierpen; zij riepen dat wij haar aan de Turken wilden uitleveren. In de Militaire Grenzen is het ons nimmer gelukt, hoeveel geld wij ook boden, eene boerin voor ons te doen poseeren; ja zelfs op de markt te Agram, eene zeer beschaafde stad, scheelde het weinig of wij hadden het te kwaad gekregen met de boeren, toen wij hen begonnen uit te teekenen.

Zara is eene stad van ambtenaren. De gouverneur-generaal van Dalmatië heeft hier zijne residentie, benevens de voorzitter van het hof van appel, de directeur-generaal van politie, de intendant der financiën, de intendant der fortificatiën, de directeur-generaal der posterijen, en met hen het gansche personeel van hoogere en lagere beambten voor het bestuur eener zeer belangrijke provincie, die den officiëelen naam van koningrijk draagt.

Zara heeft geen eigen leven, en de industrie beteekent zoo goed als niets. De kreits brengt wijn en olie voort; in de stad bestaat eene maatschappij, die zich op de verbetering van den wijnbouw toelegt en dien aanmoedigt: de marasquin en de rosolio van Zara zijn zeer beroemd. Zij worden bereid van eene soort van kleine kers, die in grooten overvloed in den geheelen omtrek groeit.

Het museum is niet onbelangrijk, omdat het overblijfselen bevat van oude monumenten: antieke standbeelden, fragmenten van gebouwen, eene menigte oude munten, waaronder zeer zeldzame, antiek glaswerk, gegraveerde steenen; het museum bezit ook eene collectie van voorwerpen uit het gebied der natuurlijke historie. Het dankt zijn oorsprong, of althans zijne tegenwoordige inrichting, aan den gouverneur, graaf Liliënberg.

Zara heeft ook een splinternieuwen schouwburg, een fraai gebouw, waar men ruimschoots gelegenheid heeft, de verschillende elementen, waaruit de bevolking der stad bestaat, te bestudeeren. Daar verschijnen de eigenlijke Zaratinen, in voorkomen en kleeding aan de italiaansche dames gelijk, met ontzaggelijk hooge kapsels, van nog reusachtiger afmetingen dan men in de steden van noordelijk Italië ziet: eene overdrijving, aan provinciesteden niet ongewoon. Nevens dezen ziet men de duitsche dames, kenbaar aan den eenvoud en de bescheidenheid van haar toilet, aan de zedigheid en onbeduidendheid van haar voorkomen; voorts de oostenrijksche officieren en hoogere ambtenaren, eindelijk de handelaars van Zara, meest winkeliers of kleinhandelaars.

De stad moet al hare benoodigdheden van buiten ontvangen, en wel over de zee, van Triëst of uit zuidelijk Italië. Het is een ramp voor deze slavische kustprovinciën, dat zij, even als Bosnië, Servië, Herzegowina, voor haar bestaan geheel afhankelijk zijn van den duitschen handel en de duitsche industrie. Het platteland brengt vruchten en groenten naar de stad, en koopt daar ook het noodige, om in zijn behoeften te voorzien. Het intellektuëele leven heeft weinig te beteekenen: er is eene drukkerij en er verschijnen zes of zeven dagbladen: eene officiëele courant, een klerikaal dagblad, een slavisch dagblad, en een vierde, het politiek orgaan van de italiaansche partij; de anderen zijn aan de belangen van den landbouw gewijd. In de bibliotheek Paravia, die dertigduizend banden bevat, zult ge bijna nimmer bezoekers aantreffen: de weinige wetenschappelijke ontwikkeling, die in Dalmatië valt op te merken, moet ge te Spalato en Ragusa zoeken.

Een paar jaar geleden is Zara als vesting opgeheven: eene groote overwinning voor het burgerlijk element. Want hoewel de meeste vestingwerken van deze kuststeden, in verband met de nieuwe ontdekkingen op het gebied der krijgskunst en bij den grooten vooruitgang der artillerie, volkomen nutteloos zijn geworden, laat de militaire genie gewoonlijk hare prooi niet licht los. De vestingwerken zijn aan de gemeente afgestaan; en tijdens mijn eerste bezoek te Zara, waren meer dan honderd vrouwen van de eilanden, met bevallige vormen en standen en bewegingen, die u aan antieke standbeelden denken doen, bezig met het aanbrengen van aarde voor het doortrekken der kaaien. De stad, tot hiertoe binnen haar engen muurgordel opgesloten, zal nu aan licht en lucht winnen, maar aan schilderachtigheid verliezen.

Zara is ook de kerkelijke hoofdstad van geheel Dalmatië en de zetel van een aartsbisschop. De massa der bevolking, ten beloope van ruim tienduizend zielen, is katholiek. Men vindt hier ook een zeker aantal Grieken; zij houden hunne godsdienstoefeningen in de kerk van Sint-Elia. Vóór de fransche bezetting hadden de Grieken slechts eene kleine kapel, die geen voldoende ruimte aanbood. Zij beklaagden zich daarover bij den maarschalk Marmont, die bevel gaf, hun eene kerk af te staan.

Deze kleine stad, zoo schilderachtig aan haar zeearm gelegen en door hare Lange Eilanden, de Isole Longhe, aan de blikken der voorbijvarenden onttrokken, heeft eene merkwaardige en veel bewogen geschiedenis achter zich.

Sinds overoude tijden was Zara, destijds Jadera geheeten, de hoofdstad van Liburnia; als romeinsche kolonie, koos zij de partij van Caesar. De waterleiding, die het water van de Kerka, over een afstand van dertig mijlen, naar de stad voert, is waarschijnlijk het werk van Trajanus, wiens naam daarvoor gezegend zij. Bij de verdeeling des rijks, kwam Zara, destijds Diodora genoemd, onder het gezag der oostersche Keizers, maar de stad wist eene groote mate van onafhankelijkheid te bewaren. Toen de barbaren de kusten der Adriatische zee overstroomden, werd ook zij verwoest, en viel van nu beurtelings in de handen van Kroaten en Hongaren.

In het voorjaar van 997 rustte Venetië eene groote vloot uit, met het doel om de zeeroovers, die de vaart belemmerden, te straffen en ook om de kustlanden aan haar gezag te onderwerpen. De Doge Orseolo voerde het bevel over die vloot; hij ontving achtervolgens de hulde van Pola, van Pirano, van Rovigno, van Zara zelve, dat zich van alle zijden door geduchte vijanden bedreigd zag en den Doge als redder begroette.

Maar reeds in 1050 komt de stad in opstand tegen de republiek, waarschijnlijk op aansporing van den onttroonden Koning van Kroatië, die in Zara een toevlucht heeft gezocht. Domenico Contarini ontvangt van den Senaat bevel, eene vloot uit te rusten, en de oproerige stad te gaan onderwerpen. Hij trekt Zara binnen, herstelt de orde en ontvangt op nieuw de hulde en onderwerping der burgers.

In 1115 waagt zij wederom een poging om aan het gezag van Venetië te ontsnappen, en stelt zich onder de bescherming van den Koning van Hongarije: zij wordt nogmaals overwonnen. In 1170, nieuwe poging tot opstand. De Doge Domenico Morosini heeft de stad tot den zetel van een aartsbisschop gemaakt: aan dezen draagt zij nu alle gezag op, om zich zoo doende zoowel van de Venetianen, als van de Kroaten en de Hongaren te bevrijden. De republiek rust wederom een vloot uit, en dwingt haar tot onderwerping. Doch in 1124 en 1185 komt zij, ondersteund door den Koning van Hongarije, op nieuw in opstand; en telkens onderworpen, en telkens weerspannig, waagt zij aldus nog driemaal de worsteling, tot in het jaar 1346, toen zij een zeer gedenkwaardig beleg had te doorstaan.

De Koning van Hongarije zag met leede oogen de havens van Dalmatië in de handen der Venetianen; nadat alle pogingen om het juk der republiek af te schudden, waren mislukt, sloeg hij eene schikking voor: Zara zou in de macht van Venetië blijven, maar de republiek zou de stad bezitten als een leen van de hongaarsche kroon en daarvoor eene jaarlijksche schatting betalen. De Senaat weigerde: de Koning sloeg het beleg voor Trau, Spalato en Zara, dat zijne zijde koos. De venetiaansche vlootvoogd Marc Justiniani tastte de stad van de zeezijde aan, en vermeesterde haar, ondanks dapperen tegenstand; Faliero werd tot gouverneur benoemd, en moest nu de stad verdedigen tegen de Hongaren, die haar van de landzijde bedreigden. Het beleg duurde zes maanden, en kostte aan de republiek ontzaggelijke sommen en veel verlies van menschenlevens. Eindelijk viel de stad, door verraad, in de handen der Hongaren.

Daar Venetië destijds ook op het italiaansche vasteland in een geduchten oorlog met dezen zelfden Koning van Hongarije was gewikkeld, en al haar krijgsmacht noodig had, moest zij van van verdere pogingen tot herovering van Zara afzien. Faliero werd naar Venetië ontboden, verscheen voor den Senaat, en werd gestraft met eene geldboete, een jaar gevangenis en levenslange uitsluiting uit alle regeeringsambten. Daarentegen ontving de militaire bevelhebber van Onone, die zich hardnekkig verdedigd had, en aan wien de republiek had gelast zich over te geven, eene openlijke hulde. De veldtocht viel ongelukkig voor Venetië uit; de Koning van Hongarije was overwinnaar, en eischte dat de republiek afstand zou doen van geheel Dalmatië en alle steden en eilanden, van Fiume en Pola tot Durazzo, dat wil zeggen de gansche kust der Adriatische zee. Het traktaat werd den 18den Februari 1358 geteekend. De Doge verloor de titels van hertog van Dalmatië en hertog van Kroatië; de Venetianen mochten in de beide landen zelfs geen eigendom meer bezitten; de republiek mocht zich in de havens niet meer door consuls laten vertegenwoordigen, en moest, in gdeal van een oorlog ter zee, den Koning van Hongarije met vier-en-twintig galeien bijstaan.

Dit vernederende, door den nood afgedwongen traktaat bleef slechts vijftig jaar in stand. In 1409, toen Ladislas en Sigismond elkander de kroon van Hongarije betwistten, knoopte de Senaat onderhandelingen met Ladislas aan, en kocht van hem Zara terug. De stad bleef sedert, tot aan den vrede van Campo-Formio (1797), in het bezit van Venetië, dat haar tot een der bolwerken maakte van haar koloniën in Dalmatië, ter afwering van de zoo lang geduchte turksche macht. Zara kwam ook niet meer in opstand, en ging, na den val der republiek, over in handen van Oostenrijk, dat haar, behoudens het korte fransche tusschenbestuur, nog bezit.

Zoo als ik zeide, is Zara eigenlijk op een schiereiland gebouwd, in een kanaal of straat, gevormd door den vasten wal van Dalmatië en door een aantal eilanden, evenwijdig met de kust strekkende. Deze eilanden ontleenen aan hunne gedaante den naam van Isole Longhe, lange eilanden: zij heeten Uglian, Eso, Pasman, Longa, Incoronata. Toen de aangrenzende kust nog onophoudelijk blootstond aan de invallen der barbaren, namen de bewoners bij herhaling de wijk naar deze rotsige eilanden, en maakten, door onvermoeiden arbeid, den harden grond voor bebouwing geschikt. Zij plantten er den wijnstok, die uitnemend slaagde en een der bronnen van welvaart voor het land werd; ook werd de proef genomen met graanbouw. Men telt niet minder dan dertig dorpen en twee-en-twintig parochiën in deze eilanden: de bevolking zal tusschen de twintig- en vijf-en-twintigduizend zielen bedragen. De inwoners zijn voor het meerendeel visschers, die de zeer vischrijke wateren langs de kust exploiteeren. De visschers van Chioggia komen ook hier gedurende zekeren tijd van het jaar hun bedrijf uitoefenen.