De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877

Part 68

Chapter 68 3,583 words Public domain Markdown

Vroeger was het vrij algemeen de gewoonte, om de kinderen, reeds in de wieg, met elkander te verloven: daardoor werden tusschen twee bevriende familiën nieuwe banden, die ook voor de toekomst zouden gelden, gevlochten. Naar men mij verzekert, begint deze gewoonte steeds meer in onbruik te geraken. De montenegrijnsche meisjes huwen tusschen haar zestiende en twintigste jaar; de jonge mannen treden doorgaans tusschen hun twintigste en vijf-en-twintigste jaar in het huwelijk, ondanks het montenegrijnsche spreekwoord, volgens hetwelk zij eene vrouw nemen zoodra zij het zwaard omgorden. Heeft de jonkman zijne aanstaande gekozen, dan moeten zijne ouders en naaste bloedverwanten, in familieraad vereenigd, die keuze goedkeuren; is deze goedkeuring verkregen, dan gaat hij, zeer vroeg in den morgen, in stilte de hand van het jonge meisje vragen: want de Montenegrijnen, ovenals alle Serviërs, zijn zeer teergevoelig en willen niet gaarne dat eene mogelijke weigering in het dorp bekend worde; maar het spreekt van zelf, dat de toestemming der familie niet gevraagd wordt, zoolang de jongelui het onder elkander niet eens zijn geworden. Daarna worden over en weder bezoeken afgelegd; doch eerst bij het derde bezoek ontmoet de verloofde zijne aanstaande vrouw, en mogen zij elkander de gebruikelijke geschenken ter hand stellen. Het jonge meisje krijgt muilen, en de jonkman ontvangt in ruil een door zijne uitverkorene geweven en geborduurd hemd. Tot op den dag der bruiloft mag hij de woning zijner aanstaande niet meer betreden; die dag wordt in eene bijeenkomst der beide familiën bepaald. Deze bijeenkomst, de svila (zijde) genoemd, heeft doorgaans drie weken voor de inzegening plaats; daarbij wordt ook het getal der te noodigen gasten vastgesteld, en de som bepaald, die voor bruidsgeschenken zal worden besteed. De bruigom is daarbij niet tegenwoordig; maar hij weet dat de svila gehouden wordt, en inmiddels moet hij twee kleine vaatjes brandewijn (raki) ten geschenke zenden, een aan zijne bruid, en het andere aan hare ouders. Zoodra do svila is afgeloopen, worden de genomen besluiten ter kennisse van de bruid gebracht door drie afgevaardigden, die haar tevens linnen voor hemden, zijde om te borduren en een klein goudstuk aanbieden; daarop drinken de drie bloedverwanten van den jonkman met die van de bruid van den gezonden raki. Ten slotte worden de ringen gewisseld en de verloving heeft plaats gehad. In sommige streken van Montenegro biedt de jonkman zijner verloofde een appel aan; wanneer zij dien aanneemt, is zij met hem verbonden; van dat oogenblik af danst zij niet meer in eenig gezelschap; zij gaat niet meer alleen uit en leeft teruggetrokken, zich geheel aan het huiswerk wijdende.

Zoo een jong meisje van die gewoonte afweek en na hare verloving voortging, niet met de jonge mannen te koketteeren,--want dat doet zij nooit--maar eenvoudig aan hunne uitspanningen deel te nemen, dan zou dit een voldoenden grond opleveren voor de verbreking van het engagement. En zoo iets kan zeer ernstige gevolgen na zich sleepen. Er zijn enkele gevallen voorzien, zooals, bijvoorbeeld, blindheid, waarin het geoorloofd is, het eenmaal gegeven woord terug te nemen, zonder dat dit aanleiding mag geven tot eene vendetta; maar in dat geval, geeft hij of zij, die door de ramp getroffen wordt, den ander zijne vrijheid weder;--en zeer zeker ligt er iets zeer edels en verhevens in de zwijgende onderwerping van hem of van haar, die, zonder deze vrijwillige kwijtschelding, het gegeven woord gestand zou doen.

Van alle servische landstreken, waar in hoofdzaak dezelfde gebruiken heerschen, zijn het bepaaldelijk Montenegro en Herzegowina, waar een verbreken van het gegeven woord zeer euvel wordt opgenomen. Ik heb eenigen tijd in de Militaire Grenzen doorgebracht, en ik weet dat daar, voor het verbreken van een engagement, eene schadevergoeding in geld kan worden gegeven. Maar hier gaat dat niet: weigert de jonkman zijn eenmaal gegeven woord gestand te doen, dan neemt de beleedigde partij haar toevlucht tot de wapenen, en menigmaal wordt bittere en bloedige wrake geoefend. In sommige streken van Dalmatië moet het jonge meisje, als zij het engagement verbreekt, dubbel de waarde vergoeden der geschenken, die zij ontvangen heeft.

Het is bekend, dat de grieksche Kerk het huwelijk tusschen bloedverwanten tot den vierden graad ingesloten verbiedt; de Montenegrijnen zijn op dit stuk nog strenger dan hunne Kerk: de gewoonte verbiedt bij hen zelfs huwelijken tusschen familieleden in den negenden graad. Jongelieden, die tot denzelfden clan, tot hetzelfde geslacht, behooren, mogen niet met elkander trouwen, al bestaan zij elkander ook slechts in den twintigsten graad.

De huwelijksplechtigheden zijn zeer ingewikkeld, en het volk hecht daaraan zeer groote waarde; zij vertoonen een zeer eigenaardig karakter: alles heeft eene symbolische beteekenis, en deze gebruiken worden sedert eeuwen zeer nauwgezet nageleefd. Eene uitvoerige beschrijving zou ons te veel afleiden en meer ruimte vorderen, dan waarover ik beschikken mag; ik zal slechts op enkele merkwaardige bijzonderheden wijzen, die ons in gedachte terugvoeren tot de alleroudste tijden en een diepen zin hebben. Als de jonggehuwde vrouw den drempel der echtelijke woning betreedt, biedt men haar eene kleine tarweschoof aan en een bord vol broodkruimels, welke voorwerpen zij op de tafel in de eetkamer nederlegt; zij zelve brengt een brood mede, als symbool van den rijkdom, dien de jonge vrouw in hare nieuwe woning aan moet brengen. Bij alle Serviërs, en dus ook in geheel Montenegro, is het de gewoonte dat de jonge vrouw, bij hare intrede in de nieuwe woning een knaapje bij de hand voert, hetwelk zij vervolgens boven haar hoofd in de hoogte heft en driemaal laat omdraaien: met dien knaap worden voorspoed en kracht het deel van het aanstaande gezin.

VIII.

De inrichting der familie is bij de Montenegrijnen, in hoofdzaak, dezelfde als bij alle Zuid-Slaven: ook zij leven in groote gezinnen, in groepen van verwanten van zeer onderscheiden graad, die een gemeenschappelijken stamvader hebben; een dorp bestaat uit een zeker aantal dezer groepen. In Slavonië en Kroatië dragen deze familiegroepen den naam van zadruga, hetgeen in het servisch maatschap of vereeniging beteekent; overigens verschilt de naam eenigszins in de onderscheidene streken van het Balkan-schiereiland. Wij bepalen ons hier tot Montenegro, waar het geslacht of de maatschap zelve den naam draagt van dom (huis), het hoofd van het gezin dien van domacin, en zijne vrouw dien van domacica.

Als een jong meisje, door haar huwelijk, in een ander geslacht, dat van haar man, overgaat, dan heet het geslacht, waaruit zij zelve afkomstig is, niet langer haar dom (huis), maar haar rod (verwantschap). Die gezinnen of familiën bestaan uit een zeker aantal personen, dat niet overal hetzelfde is. De heer Bogisic, die van deze zaak bepaaldelijk zijne studie heeft gemaakt, meent dat in Montenegro eene familie gemiddeld tusschen de twintig en vijf-en-twintig personen telt.

Het hoofd van zoodanig gezin oefent volstrekt geene onbeperkte macht uit; hij wordt door de leden der familie gekozen, zoodat de noodzakelijke onderwerping van ieder lid aan zijn gezag altijd het karakter van vrijwillige gehoorzaamheid behoudt en dit gezag zelf zijne grenzen heeft. In Montenegro, dat nimmer aan de turksche tirannie onderworpen werd, zijn de oude inrichtingen nog bijna geheel ongeschonden in stand gebleven, zoodat men hier de uitnemendste gelegenheid vindt om de antieke organisatie der servische familie te bestudeeren.

Het doel der gemeenschap is in de eerste plaats de exploitatie van aller gemeenschappelijk bezit, ten meesten bate van allen te zamen en van ieder in het bijzonder. De akkers, de weilanden, de tuinen, de landbouwwerktuigen en gereedschappen vormen het gemeenschappelijk en onvervreemdbaar eigendom der familie. Hot opperhoofd, de domacin, wordt door de mannelijke leden der familie gekozen; hij behoeft niet juist altijd de oudste te zijn, want hoewel de Serviërs in hooge mate eerbied voor den ouderdom gevoelen, wordt er toch in het hoofd der familie bovenal kracht, zelfstandigheid en energie vereischt. Niettemin behoudt toch, wanneer een jonger lid der familie, uitmuntende door zijne bekwaamheden, met de leiding der zaak belast is, de oudste in jaren voor het uiterlijke de waardigheid en het officieel gezag. Doorgaans volgt de oudste broeder zijn overleden broeder op, zooals de oudste zoon zijn vader; echter kan zelfs eene vrouw, indien zij de noodige talenten bezit, gekozen worden; nog meer: eene ongehuwde dochter zou, in geval van zeer buitengewone bekwaamheid, met de opperste leiding der zaken belast kunnen worden; maar in dat geval voert zij niet den officieelen titel, die dan gedragen wordt door den zoon, den rechtstreekschen erfgenaam, al is deze ook nog een zuigeling.

De verkiezing van een familiehoofd geschiedt altijd met zekere plechtigheid, waarbij ook de kerkelijke wijding niet ontbreken mag: meestal heeft deze ceremonie plaats op Kerstdag. De domacin presideert de familie-vergaderingen en vertegenwoordigt de algemeene belangen der gemeenschap; hij voert het beheer, oefent het toezicht uit, en is bevoegd te straffen. Hij doet de noodige uitgaven en inkoopen; beheerder van het gemeenschappelijk familiegoed, mag hij daar niets van afnemen, zelfs niet voor zijn onderhoud of dat zijner kinderen. De eer des huizes is aan zijne hoede toevertrouwd; en is bekwaamheid noodig, niet minder is moed een vereischte: want wij zijn in een land, waar familieveeten zeer dikwijls tot bloedige conflicten kunnen leiden. Niettemin moet hij zoo lang mogelijk trachten, den vrede te bewaren, de geschillen uit den weg ruimen, de weduwen en weezen beschermen. Allen bewijzen hem de verschuldigde eer: hij zit op de hoogste plaats aan het hoofd der tafel en bedient al de gasten; als hij de woning binnentreedt, rijzen alle aanwezigen van hunne zitplaatsen op. Geene uitspanning, geen spel of gezang in den kring der familie is geoorloofd zonder zijne toestemming; zelfs mag men in zijne tegenwoordigheid niet rooken, zonder dat hij door een teeken daarin bewilligd heeft. Echter is zijne rechtsmacht over de leden der familie verre van onbeperkt; hij mag geene getrouwde vrouw berispen of straffen; ook behoort hij geen man, in tegenwoordigheid eener vrouw, verwijtingen te doen, ten einde het beginsel des gezags ongerept te handhaven. Begaat een der leden een of ander vergrijp of misdaad, dan wordt de schuldige, die natuurlijk volgens de wet des lands gestraft wordt, in den regel door een besluit der familie uitgeworpen. De vergadering dezer familiehoofden benoemt de kandidaten voor de hooge staatsambten, wanneer de algemeene volksvergaderiug bijeen wordt geroepen.

De domacin kan op eigen gezag geene besluiten van ingrijpenden aard nemen; maar als beheerder van het familiegoed heeft hij eene zeer groote macht; strikt genomen, mag hij van dat goed vervreemden en eerst daarna rekenschap afleggen. Om hem af te zetten, is volstrekte eenstemmigheid in den familieraad noodig. Blijkbare ongeschiktheid, te hooge leeftijd, dronkenschap of wel verregaande verwaarloozing der hem toevertrouwde belangen, mogen als voldoende redenen voor afzetting worden beschouwd. Deze daad moet, uit eerbied voor het karakter der instelling, mede met zekere plechtigheid geschieden. Is eenmaal tot afzetting besloten, dan rijst de oudste der familie, des avonds, na afloop van den maaltijd, in aller tegenwoordigheid op, somt in aller naam de grieven op, die men tegen den domacin heeft, en maant hem aan, zijne waardigheid neder te leggen, opdat daarna een ander in zijne plaats gekozen worde.

De domacica, de vrouw van den domacin, behoudt hare waardigheid ook na den dood van haar echtgenoot, en geniet in haar kring eene hooge onderscheiding. Zij voert het bestuur over de huishouding en ontvangt de opbrengst van de melkerij en van den hoenderhof, die zij vervolgens aan den domacin ter hand stelt; zij verdeelt het door de vrouwen en meisjes te verrichten werk, en wijst ieder hare bepaalde taak aan. Zij heeft ook het oppertoezicht over de opvoeding, leert de kinderen hunne gebeden, onderwijst hen bij hun werk en houdt hun hunne plichten voor; in de lange winteravonden vergadert zij ze om haar schoot en verhaalt hun de wondervolle overleveringen, die zij zelve ook van hare moeder geleerd heeft: de oude volksverhalen, de nationale liederen, die de geschiedenis van het volk van Montenegro bevatten, en waaraan ieder stamhoofd, iedere Vorst eene bijdrage toevoegt, aldus den schat vermeerderende der zoo geliefde nationale pesmas. Ook jegens de overledenen heeft de domacica plichten te vervullen: elken zaterdag gaat zij naar het kerkhof of naar de mis voor de afgestorvenen; zij is het ook, die het gebed voor de dooden uitspreekt, een der meest aangrijpende tooneelen, die mij tijdens mijn verblijf onder de Zuid-Slaven getroffen hebben.

Wij willen thans kortelijk de verplichtingen en voorrechten van de leden dezer coöperatieve vereenigingen--want dat zijn die familiën eigenlijk--opnoemen. Elk lid heeft zijn aandeel in de winsten; hij heeft recht op voeding, huisvesting en kleeding, die voor gemeenschappelijke rekening verschaft worden. De vereeniging kent noch graden, noch privilegiën; maar de leeftijd en de sekse kunnen de aan ieder toekomende rechten binnen zekere grenzen beperken. Zoodra hij zijn achttiende jaar volbracht heeft, mag een jonkman mede zijne stem uitbrengen; tevens verkrijgt hij daardoor het recht op het hem toekomende deel van de winst. Gewoonlijk nemen de vrouwen geen deel aan de beraadslagingen; slechts in buitengewone gevallen wordt haar gevoelen gevraagd, zoo als bij voorbeeld, als er sprake is van verhuizing of van den verkoop van het familiegoed. De familieraad wordt steeds des avonds gehouden, na afloop van den maaltijd, als de arbeid geheel ten einde is; des zomers vergadert men in de open lucht. De domacin doet verantwoording van het door hem gevoerde beheer; het gaat in die vergadering doorgaans zeer kalm en rustig toe; de minderheid, zoo zij er is, onderwerpt zich zwijgend aan de beslissing der meerderheid; in den regel wordt er zelfs in het geheel niet gestemd: de overgelegde rekeningen worden goedgekeurd, en de voorstellen omtrent de verdere exploitatie van het gemeenschappelijk kapitaal bij akklamatie en zonder tegenspraak aangenomen. Maar men verwacht nu ook van den domacin, wien zoo groot vertrouwen geschonken wordt, dat hij niet, zonder vooraf hare toestemming te vragen, bij koop of verkoop tot eenigszins aanzienlijk bedrag, of op andere wijze, de maatschap geldelijk verbinden zal. Daar de huwelijken in Montenegro aan zekeren regel onderworpen zijn--zoodat, bij voorbeeld, de oudere dochter vóór de jongere moet trouwen, en de huwbare dochters vóór de zoons--moet de domacin voor de handhaving van dien regel zorgen en niet al te spoedig en te onbedacht zijne toestemming geven tot eene nieuwe echtverbintenis, omdat elk jonggetrouwd paar een nieuwe last is voor de vereeniging.

Doch ook een nieuwe bron van inkomst: want elke winst die, op welke wijze ook, aan een der leden te beurt valt, moet der geheele vereeniging ten goede komen; en wie op dit stuk bedrog zou willen plegen, zou uit de gemeenschap geweerd kunnen worden. Niemand mag, behoudens in enkele nauwkeurig omschreven gevallen, een eigen spaarpot hebben: zoo behoort, bij voorbeeld, de in den krijg behaalde buit aan den overwinnaar; zoo behouden ook de popen, leden eener familie, wat zij persoonlijk ten geschenke ontvangen, maar hunne vaste inkomsten worden bij het algemeene kapitaal gevoegd. Zoolang echter een lid der vereeniging op reis is, wordt hij beschouwd als tijdelijk daar niet toe te behooren, en hetgeen hij gedurende zijne afwezigheid verdient, blijft zijn persoonlijk eigendom. Even als elke muzelman eenmaal in zijn leven ter bedevaart naar Mekka moet gaan, zoo krijgt ook ieder Montenegrijn van de familie vergunning om naar den berg Athos te trekken, naar die beroemde grieksche kloosters, ten deele door de oude servische koningen gesticht. De bepalingen en regels omtrent de positie der afwezige leden zijn verschillend in de onderscheidene provinciën, en worden doorgaans bij speciale overeenkomst vastgesteld. Wie, in tijd van nood of tegenspoed, uit eigen middelen aan zijne vereeniging geld geeft, mag op de terugbetaling dier som geene aanspraak maken; maar dikwijls geeft de vereeniging, als zij in betere omstandigheden komt, uit eigen beweging het geleende met interest terug.

Welke is nu, met uitzondering altijd van de domacica, de stelling der vrouwen in dit gezin? Ik zeide hierboven reeds, dat men tot het intieme leven van de Montenegrijnen moet doordringen, om zich te overtuigen dat de vrouw, die schijnbaar de taak van een lastdier vervult, toch in zekeren zin met eerbied en verschooning bejegend wordt: haar toekomst is verzekerd, en over hare belangen waakt de familie met groote zorg. De vrouw torscht zware vrachten op de wegen, maar bij den veldarbeid valt haar de lichtste taak ten deel: de man ploegt, maait en dorscht het graan; zij bindt de garven en houdt de nalezing. Binnenshuis neemt zij aan den arbeid deel, zoodra haar leeftijd dit eenigszins toelaat; de bezigheden worden onderling verdeeld; de vrouwen loten onder elkander, wie op het veld en wie in huis zullen arbeiden. Ieder heeft de zorgen voor hare eigene onmiddellijke verwanten: in de eerste plaats voor den echtgenoot, dan voor de kinderen, eindelijk voor de ongehuwde broeders en zusters. Een jong meisje moet noodwendig een bruidschat, hoe gering ook, mede ten huwelijk brengen; en om haar gelegenheid te geven dien te verdienen, mag zij elken dag eenige uren voor zich zelve arbeiden; hetgeen zij met dien arbeid verdient, vormt haar bruidschat. In geen geval mag de echtgenoot zich daarvan meester maken. Zij behoudt evenzeer de erfenis harer ouders, die nooit bij de massa gevoegd wordt. Die fraaie muntstukken, die de vrouwen op de borst dragen, die prachtige, dikwijls smaakvol bewerkte juweelen en sieraden, die zware oorhangers, die rijk versierde gordels, die tot het vrouwelijk kostuum behooren, zijn haar persoonlijk eigendom en gaan bij erfenis van de moeder op hare dochters over. Voor zoo ver de vrouw met en in de vereeniging arbeidt, behoort natuurlijk de vrucht van dien arbeid ook aan de maatschap; maar als deze arbeid stilstaat, en zij elders hare diensten verhuurt, dan blijft hetgeen zij op die wijze verdient haar eigendom. Doorgaans worden ook de regelen der vereeniging met zekere toegevendheid ten aanzien van de vrouwen toegepast; en de domacica kan haar zekere voordeelen en tegemoetkomingen verschaffen, waarop niemand aanmerking maakt. Zij ontvangen haar schoenen, haar hoofddeksel en haar mantel van de vereeniging; bovendien worden alle kleedingstukken in het huis zelf vervaardigd; voor bloote sieraden moet ieder in het bijzonder zorgen.

Wij zien hieruit, dat, ondanks de uiterlijke schijn het tegendeel zou doen vermoeden, het lot der vrouwen in Montenegro niet zoo hard is; dat zij in de familie ongeveer dezelfde rechten genieten als de mannen, en met achting en onderscheiding behandeld worden. Maar de vreemdeling, die zich eensklaps ziet overgeplaatst te midden van geheel andere zeden en gewoonten, loopt altijd groot gevaar door den schijn misleid te worden, en dat te meer wanneer het, zoo als hier, niet gemakkelijk valt tot het intieme leven der bewoners door te dringen. Iemand, die de gave bezat van nauwkeurige waarneming, de reiziger Wilkinson, heeft zijn gevoelen in deze woorden uitgesproken: "In Turkije zoowel als in Montenegro, is de man despoot, en de vrouw slavin; het eenige onderscheid tusschen de beide landen is, dat de vrouw in het eene een voorwerp is van de voorbijgaande gunst des mans, een der noodige meubels van zijn huis, ongeveer gelijk staande met de paarden in zijn stal; terwijl zij in het andere het lastdier is van den man en voor hem den zwaarsten arbeid verricht. Maar de montenegrijnsche vrouw heeft het voorrecht, in eene christelijke maatschappij te leven; en hoe zwaar de taak ook moge zijn, die op hare schouders rust, zij is toch altijd de levensgezellin van haren man, en niet eene der slavinnen in zijn harem. Zij is zijne echtgenoote, de eenige moeder zijner kinderen. Zij vindt eene groote vergoeding voor haar moeilijk lot in de liefde harer zonen, die in dit land misschien inniger aan hunne moeder gehecht zijn dan in eenige andere beschaafde maatschappij."

Ik durf verder gaan:--en zonder te spreken van zoo menig bewijs van innige liefde, hartelijke gemeenschap en volkomen gelijkheid tusschen man en vrouw, dat ik gelegenheid had op te merken, durf ik beweeren, dat de stelling der montenegrijnsche vrouw, hetzij gehuwd of ongehuwd, beter gewaarborgd is dan die van hare zusters in Frankrijk en Engeland, of in de meest beschaafde landen van Europa. Ziehier het bewijs. Is de jonge vrouw, bij haar huwelijk, uit het familieverband, waarin zij geboren werd, uitgetreden, om in dat van haren man over te gaan, dan laat daarom haar familie haar niet geheel los. Werden hare rechten in hare nieuwe familie miskend en geschonden, dan zouden de leden harer eigene familie steeds gereed staan om hare belangen te bepleiten, haar te verdedigen, des noods te wreken. Weduwe geworden, kan zij tot hare eerste familie terugkeeren, die haar met vreugde ontvangt. Nooit en in geen geval blijft zij alleen, zonder steun of hulp aan haar lot overgelaten, nooit ontbreekt het haar aan een tehuis, waar zij veilig kan inkeeren; zelfs in weerwil van het nieuw ingevoerde geschreven recht, blijft het volk ten deze de aloude, voorvaderlijke traditiën en inzettingen in eere houden. Elke beleediging, een meisje, eene vrouw of weduwe aangedaan, vordert bloed, tenzij de vergoeding worde gegeven, door de familie geëischt, welke de in haar schoot geboren dochter nooit uit het oog verliest en nooit aan haar lot overlaat. Weeze geworden, vindt zij een vader in iederen huisvader, tot de vereeniging behoorende; haar broeder zal haar uithuwen, en zoo niet, zal hij zelf ongehuwd blijven, om haar het leven aangenaam te maken. Ik zou nog verder kunnen gaan, en nog meer feiten kunnen aanvoeren ter eere van dat servische volk, waarvan niettemin de mannen, als zij van hunne vrouwen spreken, tot onze groote ergernis zich steeds aldus uitdrukken: Da prostite moja xena (Mijne vrouw, met uw verlof!), zoo als een normandische boer ter nauwernood van zijn varken zou spreken. Maar ik meen door het boven aangevoerde der waarheid hulde te hebben gedaan en, naar ik hoop, iets te hebben bijgedragen tot een billijker oordeel over de zeden dezer bergbewoners, waaromtrent zoo velen, zij het ook volkomen te goeder trouw, in zonderlinge dwaling hebben verkeerd, of althans eenzijdig geoordeeld.