De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877

Part 56

Chapter 56 3,751 words Public domain Markdown

Een vreemdeling mocht niet in het land komen, een inboorling mocht het niet verlaten. China was een land op zich zelf, zonder eenige betrekking met het overige der wereld. Zelfs de inboorlingen waren verdeeld in klassen en maatschappijen, die, in een sociaal belang, niet minder scherp van elkander waren gescheiden dan de kasten in Bengalen. Alles was in geheimenis gehuld. Een koopman kwam niet in rechtstreeksche aanraking met zijn mandarijn, een mandarijn mocht zich niet persoonlijk tot den Vorst wenden. Behalve de leden der keizerlijke familie, mocht niemand den "Zoon des Hemels" naderen. In zijn paleis opgesloten, volkomen onbekend met menschen en zaken, omringd door slavinnen, bracht de beheerscher van een derde gedeelte van het menschdom zijne dagen door met het drinken van thee, het rooken van opium en het spelen met zijne slavinnen. In zijn ongerijmden, dommen hoogmoed, beschouwde de tartaarsche monarch ieder, die buiten de grenzen van zijn gebied geboren was, als een hond, onwaardig zich te koesteren in het licht zijner hemelsche oogen.

Het engelsche geschut verbrijzelde de poorten van dit paradijs van theedrinkers en opiumrookers. De inboorlingen stroomden naar buiten door de bres, die onze kanonnen hadden gemaakt, en sinds dien dag heeft deze menschenstroom niet opgehouden te vloeien, als het overtollige water van een Alpenmeer. De stroom splitst zich in beken, in watervallen, in rivieren: een der takken richt zich naar Polynesië, een ander naar Australië, een derde naar de Gouden-Poort van Californië. Wie zal ons zeggen, of en wanneer deze stroomen zullen ophouden te vloeien?

Bij voorkeur trekken deze Mongolen naar Californië: vooreerst, omdat de overtocht gemakkelijk en goedkoop is; ten andere, omdat het klimaat hun bevalt; ten derde, omdat het loon hooger en de markt uitgestrekter is dan ergens elders. Van Californië gaan zij over de zee naar Oregon, en over land naar Nevada, Idaho en Montana. In Utah vinden zij weinig gelegenheid om zaken te doen, want de Mormonen zijn niet minder matig en arbeidzaam dan zij zelven. Toch hebben zij zich zelfs in de stad van het Zoutmeer weten te vestigen. Zij komen in troepen, en met ieder jaar worden deze troepen grooter. In den beginne verschenen zij bij twee en drie te gelijk, toen bij tien en twintig, kort daarop bij honderden en duizenden. Nu komen zij bij tienduizendtallen.

De intocht dezer aziatische horden in Amerika geschiedde zoo stil en onopgemerkt, en hunne tegenwoordigheid in het land is van zoo veel nut gebleken, dat de zeer ernstige zijde van het probleem, hoewel niet verborgen voor de mannen van wetenschap, toch tot dusver aan de aandacht der staatslieden is ontsnapt. Wel heeft nu en dan een enkele, dieper ziende dan de anderen, zich de vraag gesteld, welken invloed deze invasie van barbaren zal uitoefenen op de europeesche rassen in Amerika? Maar hij deinsde terug voor het antwoord op die vraag, zoodra het gele spook voor zijne verbeelding oprees.

Voor ieder, die eenigermate deze gewichtige kwestie heeft bestudeerd, staan de volgende vijf punten vast, en omtrent de daaruit voortvloeiende gevolgen is ook nauwelijks twijfel mogelijk.

Vooreerst. China is de naaste westelijke nabuur van Californië; uit de havens van Canton, Ningpo en Shanghai kan men, met de minste kosten, de Gouden-Poort bereiken. Een iersche landverhuizer in Cork moet op eene uitgave van honderd dollars rekenen, eer hij te Hunter's Point voet aan wal zet; een mongoolsche landverhuizer in Canton behoeft, om het zelfde punt te bereiken, slechts vijf-en-veertig dollars uit te geven, waarvan dan nog vijf door de Fook-Ting-Tong-Maatschappij in kas worden gehouden, om na zijn overlijden, zijn gebeente naar Hongkong terug te voeren. Een iersche landverhuizer moet de ruwste en onstuimigste zee ter wereld trotseeren, en een hoog gebergte overtrekken; terwijl een Mongool van Fokien of Kiang-soe van de eene haven naar de andere vaart, over eene zee, zoo kalm en effen als een binnenmeer, in een hemelstreek, waar eeuwige lente heerscht. Het spreekt dus wel van zelf, dat wanneer Cork en Canton haar overvloedige bevolking uitwerpen, de hongerige schare van Canton veel vroeger en onder gunstiger omstandigheden te San-Francisco komt, dan die van Cork.

Ten tweede. China, Californie's naaste buur, is het armste en meest bevolkte land der wereld. Fokien, Tshe-kiang en Kiang-soe gelijken meer op bijenkorven en mierennesten dan op gewone menschelijke maatschappijen. De dichtheid der bevolking is geheel buiten verhouding tot de uitgestrektheid van het chineesche gebied, en zelfs tot de vruchtbaarheid van den chineeschen grond. Wat de oppervlakte aangaat, is China, zonder de schatplichtige landen, niet meer dan een rijk van den tweeden rang: nauwelijks half zoo groot als Brazilië, Canada of de Vereenigde-Staten. Maar in bevolking overtreft het alle andere landen. De bevolking van Europa en Amerika te zamen staat in getal nog beneden die van China. In Kiang-soe wonen tweemaal zooveel menschen op eene vierkante mijl dan in België, het dichtst bevolkte land van Europa. De bodem is in vele provinciën bij uitstek rijk en vruchtbaar: maar hoe vruchtbaar ook, kan geen land zulke massaas onderhouden. Daar moet gebrek heerschen op groote schaal. En zullen die noodlijdenden niet gaarne van alle gelegenheden gebruik maken om een goed heenkomen te zoeken?

Ten derde. De havens van China zijn niet in waarheid open, en het volk is metterdaad niet vrij. Er bestaat alle grond om aan te nemen dat de chineesche landverhuizing geene vrijwillige daad is, zoo als bij voorbeeld de landverhuizing uit Ierland en Duitschland. Rijke en tevreden menschen verlaten schier nooit hun vaderland; geleerden en gezeten burgers doen dat maar zelden. In den regel zijn het de armen en onvermogenden, zij, die in hun eigen land geene toekomst hebben, die naar elders trekken om daar vooruit te komen. Maar als de havens open zijn, en ieder vrij is te gaan of te blijven, bestaat er althans de mogelijkheid dat ook meer gegoede en ontwikkelde mannen zich naar elders begeven. Gemeene sujetten van allerlei aard zijn in menigte naar San-Francisco gekomen; maar over het geheel genomen, behoorden de landverhuizers uit Europa toch niet tot de klasse der bepaalde misdadigers. Kan men hetzelfde zeggen van China? Welken waarborg heeft de amerikaansche regeering, dat de landverhuizers van Hongkong niet allen, of althans voor het grootste deel, oproerlingen, bedelaars, lichtekooien, moordenaars en slaven zijn? Daar is reden om het ergste te vreezen. Het is bekend dat al de vrouwen slavinnen zijn, in haar eigen land openbare lichtekooien, door slavenhandelaars in Canton gekocht en naar San-Francisco gezonden met het doel om daar haar ontuchtig bedrijf voort te zetten. De mannen schijnen maar al te dikwijls tot dezelfde kategorie te behooren. Het is eene nog altijd onbeantwoorde vraag, of China niet misschien het schuim harer bevolking naar Californië zendt, zoo als Engeland eertijds zijn grootste boeven naar Botany-bay zond.

Ten vierde. Deze Mongolen komen in dichte drommen. Nu brengt de amerikaansche theorie van openbaar recht mede, dat alle macht bij de menige berust. "Alle menschen zijn vrij en gelijk". Luidt zoo niet de sakramenteele fraze, waarin eene der kolossaalste domheden wordt uitgesproken? Iedereen heeft hetzelfde recht, ieders stem is van gelijk gewicht. De meerderheid beslist. "De stem des volks is de stem van God." Van de beslissing eener meerderheid is geen beroep.... Welnu, wat zal men met al deze luid klinkende onzinnigheden aanvangen tegenover de chineesche emigratie? Zijn de europeesche kolonisten in Amerika gezind en bereid, de aziatische als huns gelijke te beschouwen en te behandelen? De theorie eischt het; en op welken grond zou men ook aan de Chineezen mogen onthouden, wat zelfs aan de negers werd toegekend? Maar hoe zal dan de overmacht van die immer aangroeiende menigte bij de soevereine stembus worden gekeerd?

Ten vijfde. Deze Aziaten staan tegenover de europeesche kolonisten, niet alleen door hun geloof en zedeleer, door hunne wetten, taal en litteratuur, maar ook in de lagere kringen van het gewone leven. Zoo zij in eenig distrikt de meerderheid hebben, zouden zij het onderwijs en de opvoeding naar aziatische, in plaats van naar amerikaansche beginselen kunnen inrichten. Een Mongool heeft geen zin voor natuurwetenschap; hij koestert wantrouwen tegen een stoomwerktuig, en vrees voor een spoorweg. Ridderlijkheid tegenover het zwakke geslacht is hem geheel onbekend. Hij hecht geene waarde aan het menschelijk leven, maar zeer veel aan uitwendigheden en ceremoniën. In hun eigen land aan slavernij, polygamie en kindermoord gewend, zouden chineesche magistraten waarschijnlijk niet gezind zijn, hun gelen broeders het koopen van slaven, het huwen van onderscheidene vrouwen en het vermoorden van onwelkome kinderen te verbieden. En waar de Chineezen in de meerderheid zijn, kunnen zij magistraten naar hun goedvinden kiezen.

In Californië is thans de vraag gesteld: zal de europeesche beschaving of de aziatische barbaarschheid aan de kusten van den Stillen-oceaan de overhand behouden?

XXVI.

De zes maatschappijen.--Hop-Ki.

Wat men elkander te San-Francisco omtrent de Chineezen verhaalt, klinkt vrij verward en zonderling. Volgens het algemeene gevoelen, zouden de Chineezen in Amerika niet veel anders zijn dan een troep lijfeigenen, naar lichaam en ziel behoorende aan de Zes Maatschappijen en onderworpen aan eene soort van aziatisch veemgericht of groot-loge, met een geheimzinnig gezag bekleed, waaraan niemand, wie hij ook zij, zich kan onttrekken.

Daar de geloofwaardigheid van deze legende mij nog al twijfelachtig voorkwam, trachtte ik nadere berichten in te winnen bij personen, die geacht konden worden met de feiten bekend te zijn--ambtenaren bij de policie en geestelijken; maar langen tijd was al mijn onderzoek vergeefs. Eindelijk gelukte het mij, door bemiddeling van den consul Booker, in aanraking te komen met de eenige personen, die volledig met den waren stand van zaken bekend zijn--de in Californië gevestigde Chineezen van rang. Onder dezen, wier getal niet groot is, komt eene eerste plaats toe aan Li-Wong, een voornaam koopman van onbesproken eerlijkheid. Beter dan anderen, schijnt hij de rechte man om op mijne vragen te antwoorden. Bovendien heeft Li-Wong verplichting aan onzen consul wegens zekere diensten, hem in zijn handelszaak bewezen. Hij toont zich bereid, een deel van zijne schuld af te doen, door ons alle inlichtingen te geven, die wij mochten verlangen. Wij noodigen hem daarom uit tot eene samenkomst op het consulaat. Hij verschijnt stipt op het bepaalde uur, en na vele plichtplegingen en complimenten, laten wij hem in een stoel plaats nemen tegenover het portret van Koningin Victoria, wier majesteit mitsdien in zijne aziatische oogen kon stralen.

"Wilt ge zoo beleefd zijn, om het een en ander te vertellen omtrent de Zes Maatschappijen?

--Zes Maatschappijen? Gij verkeert daaromtrent in dwaling. Wij hebben in werkelijkheid maar vijf maatschappijen, en geen zes. Wat gij de zesde maatschappij noemt, is eene commissie van beheer en arbitrage, een plaatselijk bestuur, in Amerika gevestigd, en belast met de behartiging onzer belangen langs de kust van den oceaan. De Vijf Maatschappijen hebben haar zetel in China, en ontleenen haar naam aan de plaats waar haar leden wonen: Ning-Yung, Kwong-Tchaw, Hop-Wo, Sam-Yep en Yung-Wo. Deze Vijf Maatschappijen verzamelen de emigranten, brengen hen naar Canton en Hongkong, maken al de noodige schikkingen voor hun overtocht, en bezorgen hen aan boord der stoombooten. De zesde maatschappij, of liever commissie, zetelt in San-Francisco, waar het haar taak is, de landverhuizers bij hunne aankomst te ontvangen, en toe te zien dat hunne contracten en verplichtingen zorgvuldig worden nagekomen.

--Wilt gij mij iets naders mededeelen omtrent die contracten en verplichtingen?

--Volgaarne; maar dan moet gij u ook op ons standpunt plaatsen en de zaken in het ware licht beschouwen. De Melikanen (Amerikanen) noemen ons heidenen, maar wij hebben onze eigene godsdienst, en onze godsdienst is niet, als die der Melikanen, alleen verbindend voor degenen, die van haar gediend willen zijn en slechts zoolang zij dit willen. Onze godsdienst geldt voor ons zoo lang wij leven en ook na onzen dood. Alzoo, wanneer de Vijf Maatschappijen zich verbinden om iemand naar Californië te brengen, is dit één punt: wanneer zij zich verbinden om zijn stoffelijk overschot naar China terug te brengen, is dat een tweede punt. Gij begrijpt mij? Het eerste punt is een contract, het andere eene verplichting.

Geldt dezelfde soort van overeenkomst voor al uw passagiers?

--Niet voor allen. Wij hebben op onze lijsten twee klassen van landverhuizers: ten eerste, zij, die op onze kosten overkomen, alzoo onze schuldenaars zijn, en verplichting hebben tegenover ons; en ten andere, zij die hun overtocht zelven te Hongkong betalen en dus bij hunne komst in Francisco vrij zijn. Met de eersten alleen hebben wij een contract; maar ook tegenover de anderen hebben wij onze verplichtingen, daar wij gehouden zijn, hen, in geval van overlijden, terug te voeren.

--Zeg mij, hoe die maatschappijen werken. Waar vinden zij de landverhuizers?

--De Vijf Maatschappijen hebben hare reizende agenten, die alle provinciën bezoeken, zoowel langs de kust als in het binnenland; zij spreken de arme lieden, die gebrek hebben aan rijst en thee, van het overvloedige loon, dat zij in Californië, Oregon en Nevada met hun handenarbeid verdienen kunnen. Natuurlijk hangen zij daarvan de verleidelijkste schilderingen op. De Melikanen verstaan de kunst van overdrijven; de Chineezen hebben het daarin nog verder gebracht dan de Melikanen. Die agenten maken den lieden wijs, dat de heuvels louter zilver zijn, en dat de rivieren goud in overvloed bevatten. Zij bieden hunne hulp aan, en verstrekken paspoorten aan allen, die wenschen te vertrekken. Zij maken gebruik van alle mogelijke vervoermiddelen, te land en te water; en daar zij over voldoende middelen kunnen beschikken, weten zij alles zoo goed in te richten, dat zij een landverhuizer, per wagen en per schip, naar de kust brengen voor minder geld dan hij op een voetreis zou moeten uitgeven. Voor vijf dollars brengen zij hem van zijn dorp naar Hongkong. Is hij arm, dan worden hem die vijf dollars voorgeschoten, en krijgt hij ook het noodige voedsel, voor welk een en ander hij eene schuldbekentenis afgeeft. In Hongkong aangekomen, zorgen zij voor zijn paspoort, en bespreken zijne plaats op de boot. De vracht, vijf-en-veertig dollars, wordt door hen betaald, benevens eene landings-premie van vijf dollars, die door de stoomboot-maatschappij aan onze commissie in San-Francisco wordt terugbetaald. Die vijf dollars worden in het fonds der overledenen gestort.

--Zoo is dan, als algemeene regel, ieder landverhuizer, die van Hongkong naar San-Francisco gaat, niet alleen een hulpbehoevende maar bovendien een schuldenaar, op wien bepaalde verplichtingen rusten?

--Hm! Een Chinees is daaraan gewend; hij geeft daar niet om; hij kan hard werken en veel geld opsparen. Dan wordt hij van zelf vrij.

--Hoeveel bedraagt, gemiddeld, zijne schuld bij zijne aankomst in Amerika?

--Een gewoon passagier kan, alles bijeen genomen, bij zijne maatschappij voor negentig of honderd dollars in schuld staan. Al dat geld moet hij verdienen.

--Eer hij zijn eigen meester is en kan doen wat hij verkiest?

--Natuurlijk; eer hij doen kan wat hij verkiest moet hij beginnen met zijne schuld af te betalen.

--Stellen de Vijf Maatschappijen in China zich met zijne persoonlijke schuldbekentenis tevreden, in het vertrouwen dat zij van de zesde maatschappij in San-Francisco haar uitschotten terug zullen krijgen?

--Zij nemen ook eene schuldbekentenis voor de geheele familie aan. In China heeft iedereen wel iemand--vader, oom, broeder--die borg voor hem spreken wil. Wij zijn niet als de Melikanen. De inrichting der familie bij ons maakt het gemakkelijk zulke borgstellingen te krijgen, want ieder lid eener familie heeft zijne aangewezene plaats in eene heilige reeks, die van het eene stamhoofd tot den laatsten afstammeling reikt. Is er grondeigendom, dan nemen wij daarop hypotheek, en de familie betaalt de aflossing en de rente tegen vier-en-twintig of zes-en-dertig ten honderd.

--Dat is eene aardige rente!

--Ja; het is handel, en als zoodanig moeten wij trachten er zooveel mogelijk voordeel van te trekken. Als een landverhuizer geen vaste goederen bezit, verlangen wij de persoonlijke borgstelling van zijn vader en grootvader: want voor een Chinees is eene verbindtenis, uit naam van zijn voorouders aangegaan, de heiligste die hij kent. Wordt er enkel een persoonlijke borgtocht gesteld, dan vorderen wij hooger rente; wij vragen dan tien dollars per maand, in plaats van twee. Toch worden die overeenkomsten zelden verbroken. Natuurlijk loopen wij eenige risico.

Onze man kan sterven; nog erger, hij kan ziek worden; of wat het ergste is, hij kan eene misdaad begaan. Wordt hij in de gevangenis gezet, dan kan hij niet werken. Ook kan het gebeuren dat zijn borg in gebreke blijft. Maar in alle zaken moet men op dergelijke kwade kansen rekenen.

--Een man, met zulk eene schuld te zijnen laste, is metterdaad een slaaf.

--In Canton, ja; in San-Francisco, niet. Wij gebruiken nooit zulke uitdrukkingen; wij zijn zijne meesters en zijne bloedverwanten. Wij ontvangen hem, bij zijne komst te San-Francisco, in onze twee groote vereenigingen--de Wing-Yung en de Fook-Ting-Tong--die bij leven en sterven zorg voor hem dragen.

--Wat zijn dat voor vereenigingen?

--Wing-Yung is ons bureau voor de levenden, dicht bij de gevangenis van het graafschap. Bij de aankomst der schepen brengen wij onze lieden naar Wing-Yung, waar zij huisvesting en voeding vinden, en waar eene dienst voor hen gezocht wordt. Fook-Ting-Tong is ons bureau voor de overledenen, op het kerkhof van Laurel-Hill, waar het stoffelijk overschot van ons volk wordt bijgezet, tot het naar China kan worden terug gezonden.

--Trachten uwe schuldenaars zich niet dikwijls door de vlucht aan hunne verplichtingen te onttrekken?

--Dat kunnen zij niet doen. Zij hebben geen eten en geen geld; zij spreken geen woord engelsch en kennen geen enkel melikaansch magistraat. Bijna iedereen in San-Francisco beschouwt hen als slechte menschen--straatloopers, booswichten en oproerlingen. In geen enkel gezin wil men een Chinees als bediende aannemen, tenzij wij hem een getuigschrift geven en borg blijven voor zijn goed gedrag. Zoo moeten zij zich wel aan ons houden, of op straat van gebrek omkomen. Wij verhuren hen en ontvangen hun loon, waarvan wij hun een zeker bedrag per maand uitkeeren, zooveel zij noodig hebben om van te leven, tot dat hun schuld is afgelost.

--Maar nu de personen van de andere kategorie, zij die zelven hun overtocht betalen en voor eigen rekening naar herwaarts komen--hebben zij bij hunne aankomst niets met u te maken?

--Niets te maken met de zesde Maatschappij?

--Ja; zijn zij dan van alle toezicht ontslagen, behalve natuurlijk van dat der amerikaansche policie?

--Zij betalen aan de Maatschappij vijf dollars per hoofd, bij wijze van landingspremie. Die premie moeten zij betalen, omdat zij zonder onze vergunning niet aan land kunnen komen.

--Zoo heeft dus uwe maatschappij eene zekere mate van gezag over ieder, die van Hongkong komt en in deze haven aan wal stapt?

--Wij zijn zedelijk verplicht, zijn gebeente naar China terug te brengen: tot dekking van onze kosten, leggen wij hem de betaling van vijf dollars op. Als wij geen getuigschrift voor hem afgeven, wil de stoombootmaatschappij hem niet aan land laten gaan. Dit is eene voorwaarde van het contract, door de Vijf Maatschappijen met de stoomvaart-maatschappij gesloten. Zoodra een passagier zijn vijf dollars betaald heeft, mag hij het schip verlaten;--maar die vergunning wordt hem niet gegeven, zoolang hij niet bewijzen kan, deze premie betaald te hebben, hetzij in goud, hetzij door eene schuldbekentenis.

--En daarna verliest gij hem evenmin uit het oog als uw rechtstreekschen schuldenaar?

--Zeker, evenmin. Wij verliezen niemand uit het oog. Wie zou anders zorg dragen voor zijn lijk?

--Gij hebt uwe eigene policie en uwe eigene magistraten, niet waar?

--Wij hebben overal onze spionnen en opzieners. In San-Francisco hebben wij veel spionnen. Niemand ziet daarin iets berispelijks. Met behulp van deze onze spionnen en opzieners weten wij wat er in ieder huis omgaat. Wij kennen den naam van ieder der onzen; wij weten waar hij is en wat hij doet. Het is onze plicht, zooveel mogelijk met alles bekend te zijn. Immers, als iemand gestorven is, moeten wij zijn lijk opsporen en naar het vaderland terugzenden. Zoo wij dit niet deden, zou hij als een hond begraven en vergeten worden.

--Naar men verzekert, zou uwe maatschappij over zoo groote geheime macht beschikken, dat gij de overtreders op elke plaats kunt bereiken en te ieder stond kunt treffen, zelfs onder de oogen der plaatselijke overheid. Men heeft mij, bij voorbeeld, verhaald van twee uwer landslieden, die bij Reno, in de bergen van Nevada woonden; een daarvan zou zich schuldig hebben gemaakt aan een of ander vergrijp tegen de reglementen van de Zes Maatschappijen; zijn makker zou daarop een wenk hebben ontvangen om hem te dooden, waarop de schuldige zoo handig uit den weg werd geruimd, dat men de misdaad nooit op het spoor is kunnen komen. Kan zoo iets waarlijk zijn gebeurd?

--Wie zal dat zeggen? Er zijn goede en er zijn slechte Chineezen. De melikaansche wetten maken de slechten nog slechter. Zoo gij in Hongkong iemand vermoordt, wordt gij onfeilbaar opgehangen, onverschillig of gij rijk zijt of niet. Het geld doet niets af. Maar zoo gij in San-Francisco een moord pleegt, laat men u, indien ge veel geld hebt, vrij gaan. Dat is geen billijke wet. Hier zijn ook allerlei soorten van geheime genootschappen geoorloofd. In China worden alleen ter kwader naam bekend staande lieden leden van eene Vrijmetselaarsloge: schavuiten en rebellen, die de dynastie willen omverwerpen en de godsdienst vernietigen. Al zulke geheime genootschappen, die niets dan kwaad stichten, worden door de mandarijnen streng onderdrukt. Hier stichten de slechte, verdorven Chineezen eene loge. Wij verzoeken de Melikanen, dat zij die loge zullen doen sluiten, en wij krijgen ten antwoord, dat de melikaansche wet de oprichting van Vrijmetselaarsloges vergunt. Dat is eene zeer verkeerde wet. Zoo moet dan de Zesde Maatschappij zelve die genootschappen en loges vernietigen.

--Gij schijnt dus de taak van eene veiligheids-commissie op u te hebben genomen? [24]

--Neen; wij bezitten geene geheime macht. Wij hebben alleen onze schuldbekentenissen en hypotheken, en daarmede dus ook de macht, welke ieder die geld leent bezit over zijn schuldenaar. Wat daarbuiten ligt, is enkel zedelijke macht ... en de twee groote vereenigingen Wing-Yung en Fook-Ting-Tong. Zelven Chineezen, kennen en begrijpen wij onze broeders; wij hebben dezelfde godsdienstige plechtigheden en hetzelfde besef van familieband en familieplicht als de armste volgelingen van Tao en Boeddha. Het begrafenisfonds--ziedaar den voornaamsten grondslag van ons gezag. Wie niet zou aarzelen een moord te doen, zal zich toch tweemaal bedenken, eer hij in verzet komt tegen eene rechtbank, die de macht heeft om het overbrengen van zijn gebeente naar Hongkong voor onbepaalden tijd uit te stellen.

--Gebeurt dit dikwijls?

--Ja, voor maanden en soms voor jaren. Zonder een door ons afgegeven bewijs, wil geene stoomboot een lijk aan boord nemen; sommige gezagvoerders weigeren het volstrekt.

--Bezit gij zelf geen schepen?

--Nog niet. Wij drijven onzen handel met engelsche schepen; en engelsche matrozen zijn afkeerig van het vervoer van lijken. Hunne godsdienst brengt niet, als de onze, mede, dat iemand moet begraven worden op de plaats, waar hij geboren is.

--Keeren dan al uwe landgenooten terug?