De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877

Part 48

Chapter 48 3,713 words Public domain Markdown

Tusschen den Vorst en zijne onderdanen staat geen tusschenpersoon, en niets misschien treft den vreemdeling meer, dan de echt patriarchale eenvoudigheid, die aan iederen Montenegrijn zonder onderscheid het recht toekent, onmiddellijk tot den soeverein te naderen: een recht, waarvan zelfs de eenvoudigste zonder schroom of aarzeling, zij het ook met betamelijken eerbied, gebruik maakt. Toch vertoont Nikolaas zich nooit aan zijne onderdanen dan omgeven van den praal en de staatsie, aan zijn rang verbonden,--en ook deze vertooning strookt geheel met de zeden des volks; maar desniettegenstaande is er hier nog iets overgebleven van de antieke zeden, van die aloude gemeenzaamheid tusschen Vorsten en onderdanen, die niet in het minste afbreuk deed aan de achtbaarheid en het ontzag, doch waarvan wij geen begrip meer hebben. Den morgen na onze komst te Cettinjé, terwijl ik in de kamer van het logement zat te teekenen, zag ik den Vorst uitgaan, vergezeld van een talrijken stoet, bestaande uit senatoren, ministers, woïwoden, de lijfwachten en de perjaniks of gendarmen, in alles een dertigtal personen, allen in nationaal kostuum. De meesten, althans de aanzienlijksten, droegen hooge kaplaarzen; de anderen, zoogenaamde dokolienitsé of albaneesche slopkousen. De Vorst liep alleen, eenige schreden vooruit, ongewapend en met een rijzweep in de hand; de hooge staatsambtenaren volgden hem, en daarachter de hoofden, naar hun rang gegroepeerd. Van tijd tot tijd stond de Vorst stil om een voorbijganger aan te spreken, die, met de beretta in de hand, na eene lichte kniebuiging, op zijne vragen antwoordde. In de vlakte gekomen, zette Nikolaas zich op een boomstam neer; enkele personen waren hem gevolgd, en een daarvan ging recht op hem toe, bleef op eenige schreden afstands voor hem staan en richtte het woord tot hem. De Vorst luisterde, en gaf nu en dan een kort bescheid; anderen volgden den eersten spreker op, en het onderhoud duurde alzoo een geruimen tijd. Op dezelfde wijze spreekt Nikolaas bij wijlen recht, beslist een geschil, smoort in de geboorte eene dreigende vendetta, verhindert een misdaad, voorkomt een ongeluk of troost een beproefde. Dien eigen avond, toen wij ten paleize waren, verhaalde Zijne Hoogheid ons, dat een boer uit Rjeka niet had geschroomd hem te spreken over den moord te Podgoritza, en hem met die woordenrijkheid, aan alle Serviërs en met name aan de Montenegrijnen eigen, den indruk had geschetst door dien moord veroorzaakt, en het vertrouwen uitgesproken dat hij, Nikolaas, tijdig zou weten te handelen.

Zooals ik zeide, die rechtstreeksche gemeenschap van den Vorst met zijn volk is een der opmerkelijkste, en laat ik er bijvoegen een der beste, eigenaardigheden van deze regeering. De Vorst verneemt persoonlijk allerlei klachten; hij is in onmiddellijke aanraking met iedereen, van den woïwode tot den armsten herder, die zijne toevlucht tot hem neemt; hij weigert niemand gehoor, en geen Montenegrijn, hoe onaanzienlijk hij ook moge wezen, zal ooit de hulp van een ander inroepen, als het er op aankomt zijne eigene zaak voor te dragen en te verdedigen. In het goede jaargetijde wordt deze vierschaar doorgaans onder den moerbeziënboom, nabij den put in de hoofdstraat, gespannen, of wel onder den boom voor den ingang van het klooster, waar een rondloopende bank is geplaatst. Men denkt daarbij aan den klassieken eik, onder welken Lodewijk de Heilige placht recht te spreken. Ook van nog andere tooneelen zijn die boomen vaak getuige. In 1861 was de Vorst, toen twintig jaar oud, werkeloos toeschouwer van de worsteling tusschen de Serviërs van Herzegowina, onder aanvoering van Luka Voukalovicz, en de Turken. De openbare rouw over den dood van Danilo I was nog niet afgeloopen, toen op zekeren morgen een bode van een woïwode nabij de grens aan het paleis aankwam met de tijding dat de vijand den voet had gezet op montenegrijnsch grondgebied. Nikolaas beval dat de standaard, die van wege den rouw van het paleis was weggenomen, weder zou worden geplaatst; paarden, wapenen en ammunitie werden in gereedheid gebracht; naar alle zijden werden boodschappen gezonden, en des avonds, tegen het ondergaan der zon, zette de Vorst zich neder onder den grooten boom in de vlakte. Alle inwoners van Cettinjé schaarden zich om hem, en daar verklaarde hij den oorlog door het aanheffen van de Pesmas, die schoone, opwekkende, vurige, nationale krijgszangen, die ook in de minst strijdlustige harten den moed en de geestdrift doen ontvlammen.

V.

Tot voor weinige jaren was de regeering in Montenegro zuiver autokratisch; er bestond geene andere wet of recht dan het aloude gewoonterecht, dat bij overlevering van het eene geslacht op het andere overging. Danilo I heeft, in overleg met de stamhoofden en de oudsten des volks, een algemeen wetboek uitgevaardigd, dat, zooals in het besluit wordt gezegd, is opgesteld, opdat "voortaan daarnaar allen zouden worden geoordeeld, Montenegrijnen en Berdianis, grooten en kleinen, armen en rijken, daar allen er gelijke aanspraak op hebben dat hun recht geschiede." Dit wetboek, den 23sten April 1855 uitgevaardigd, en waarvan genoeg exemplaren gedrukt zijn dat ieder inwoner er een bezitten kan, bestaat uit drie-en-negentig artikelen; het handelt over allerlei onderwerpen en schijnt in alle mogelijke gevallen te hebben voorzien, behalve die uitsluitend eigendomskwesties betreffen. Zoo als wij later zullen zien, heeft de regeerende Vorst de noodzakelijkheid erkend, om het wetboek van Tzernagora meer in overeenstemming te brengen met de wetboeken, die in de andere landen van Europa gelden. De taak om een nieuw wetboek te ontwerpen is in 1871 opgedragen aan een zeer bekwaam rechtsgeleerde, den heer Bogosic, van Ragusa, staatsraad en hoogleeraar aan de universiteit van Odessa, die daaraan zijne beste krachten wijdt.

Het was in het jaar 1851, dat de grootste en belangrijkste staatkundige hervorming door Danilo I werd tot stand gebracht. Tot dien tijd toe was, zooals ik gezegd heb, het wereldlijk en geestelijk gezag in ééne hand vereenigd: de Vladika was tegelijk bisschop, vorst en opperbevelhebber des legers; met nog meer recht dan de Tsaar, kon de Vladika van Montenegro autokrator worden genoemd. Danilo deed afstand van zijn geestelijk gezag; en daardoor onderging de regeering van het vorstendom eene zeer belangrijke verandering, zoowel wat den aard van het gezag betrof, als de wijze waarop het wordt uitgeoefend; sedert dien tijd kan men zeggen, dat de regeeringsvorm van Montenegro de absolute, erfelijke monarchie is. Hier doet zich eene gewichtige vraag voor: zijn de Turken, die beweeren dat Montenegro door Sultan Moerad I bij hun rijk, en door Mahomed II meer bepaald bij Albanië, werd ingelijfd,--rechtens en feitelijk de suzereinen van het vorstendom?

De volledige bespreking dezer ingewikkelde vraag zou ons ver kunnen leiden, en zou eene ruimte vorderen, waarover ik hier niet beschikken mag; op grond van zeer ernstige historische studie en de nauwkeurige lezing van alle turksche en montenegrijnsche diplomatieke dokumenten sedert de vredesverdragen van Carlowitz en Passarowitz, meen ik echter het recht te hebben, zeer stellig te antwoorden: Montenegro is eene van de Porte onafhankelijke mogendheid. In den franschen Moniteur officiel van 11 Mei 1858 verscheen eene opmerkelijke nota, die te Constantinopel groot opzien baarde, en welke, zoo als naderhand bekend werd, was opgesteld door den heer Faugère, die eene aanzienlijke betrekking bij het departement van buitenlandsche zaken te Parijs bekleedde. Deze nota is zeer kategorisch, zeer positief, en stelt tegenover de oostersche spitsvindigheden de onverbiddelijke logika der feiten. "De ottomannische Porte kan zich noch op onbetwistbare rechten, noch op redenen van dringende noodzakelijkheid beroepen. Er zijn hier twee vraagpunten, die wel onderscheiden moeten worden: vooreerst, bezit de Porte soevereiniteitsrechten op Montenegro; ten andere, moeten sommige distrikten, die beurtelings in handen der Turken en in die van den Vorst van Montenegro zijn geweest, gerekend worden tot dat vorstendom te behooren, of maken zij deel uit van turksche provinciën? Ten aanzien van het eerste punt, beroept de Porte zich op het recht van verovering; en dit is ook inderdaad het eenige recht, waarop zij zich met eenige waarschijnlijkheid zou kunnen beroepen, want er bestaat tusschen haar en Montenegro geen enkel verdrag, waarbij haar eenig recht van soevereiniteit wordt toegekend. Blijft dus de verovering: maar het feit der verovering op zich zelf vestigt geen wezenlijk recht dan onder zekere voorwaarden, waarvan de voornaamste is de voortdurende en blijvende bezetting van het veroverde land, of ten minste de volkomen onderwerping blijkbaar uit daden van soeverein gezag, zoo als bij voorbeeld, het opleggen van een schatting, de tegenwoordigheid van een garnizoen, enz. Nu weten wij uit de geschiedenis, dat zoo de Turken somwijlen met goed gevolg Montenegro hebben aangevallen, zij zich toch nooit in dat land hebben kunnen staande houden; en het is een onbetwistbaar feit, dat nu welhaast sedert een eeuw Montenegro voor hen volkomen gesloten is geweest."

Nikolaas I, soeverein van een onafhankelijk land, bezat, gedurende de eerste jaren zijner regeering, een onbeperkt gezag; sedert heeft hij, althans in theorie, vrijwillig van een deel van zijn gezag afstand gedaan door de instelling van een ministerie, en door het beheer over verschillende takken van administratie aan sommige door hem gekozen aanzienlijken op te dragen. Tot op dien tijd beschikte hij, zonder eenige controle, over al de inkomsten zoowel van den staat als van de kerk. Er bestond wel nevens, of liever onder den Vorst, eene algemeene vergadering of Skoeptchina, maar zij werd niet dan in buitengewone omstandigheden bijeengeroepen, en dan slechts om in een of ander bepaald geval eene beslissing te nemen. Er was ook een Senaat; deze bestaat nog; wij zullen zien hoe dit lichaam is samengesteld, en het zal ons blijken, dat het gezag van den Vorst door dit college niet te zeer aan banden wordt gelegd.

De Senaat (in het servisch Sovjet) werd in 1831 door den Vladika Peter II in het leven geroepen; destijds benoemde de Skoeptchina of volksvergadering de twaalf leden, waaruit de Senaat bestond; de Vladika had echter het recht van veto, en kon de benoeming van hem ongevallige personen weigeren; langzamerhand, en reeds in de eerste jaren der regeering van Danilo, werd de keus der senatoren geheel aan den Vorst overgelaten, en benoemde de Skoeptchina alleen diegenen, die hij aanwees:--het was de officieele kandidatuur in optima forma. Het duurde niet lang, of de vergadering werd in het geheel niet meer opgeroepen; de Vorst zelf benoemde nu rechtstreeks de twaalf senatoren, en droeg het voorzitterschap van den Senaat op aan zijn broeder of een zijner naaste bloedverwanten. In eene soort van constitutie was de bepaling opgenomen, dat de Senaat over de wetsontwerpen zou beraadslagen en die aan de goedkeuring der Skoeptchina onderwerpen; maar aangezien in landen als Montenegro de rechtsbedeeling hoofdzaak en rechtsmacht het voornaamste privilegie is, en de Senaat door Peter II juist was ingesteld om den al te grooten invloed te breken, dien de stamhoofden in hunne hoedanigheid van rechters bezaten,--lag het in den aard der zaak, dat ook de Senaat zelf, reeds onder de regeering van Danilo I, een zuiver rechterlijk college werd. Zoo vaak hij heeft gepoogd, die perken te overschrijden, heeft de Vorst onmiddellijk aan die aanmatiging een einde gemaakt, door, overeenkomstig het hem bij de constitutie toegekende recht, den Senaat te ontbinden. Kort voor mijne komst in Montenegro had dit wederom plaats gegrepen.

Onder Danilo was het voorzitterschap van den Senaat opgedragen aan Mirko, den vader van den regeerenden Vorst; na zijn dood, werd deze waardigheid toevertrouwd aan een neef van den Vorst, Bozidar Petrowitch, die zijne opvoeding in Frankrijk ontvangen heeft, en van wien wij later nog spreken zullen. De schoonvader van den Vorst, Petar Stephanow Voukotich, is onder-voorzitter van den Senaat. Men ziet dat de toegangen tot het gezag wel bewaakt zijn: en sedert de uitvaardiging van de fameuse turksche constitutie, zijn de Montenegrijnen, in vergelijking met de Porte, bepaald als reactionnairen te beschouwen!

De montenegrijnsche Senaat telt zestien leden, de voorzitter en ondervoorzitter daaronder begrepen; het budget van dit regeeringscollege bedraagt vijftienduizend-negenhonderd francs. De president geniet een jaarwedde van drieduizend-vijfhonderd francs; de vice-president van drieduizend; vijf senatoren, die uit de invloedrijkste bewoners van de hoofdstad gekozen worden, ontvangen jaarlijks vijftienhonderd francs, en de negen anderen, uit de meest gegoede bewoners der verschillende provinciën gekozen, krijgen zevenhonderd-vijftig francs. Die jaarwedden zijn niet overdadig, maar het geheele budget is even nederig, en het is ook meer eene tegemoetkoming, dan wel eene eigenlijke bezoldiging. De senatoren hebben geen bijzonder kostuum, maar spreiden toch in hunne kleeding eene weelde ten toon, overeenstemmende met den hoogen rang, dien zij bekleeden.

In den eersten tijd vergaderde de Senaat in een soort van loods, nabij het klooster te Cettinjé staande en in twee afdeelingen gesplitst: de eene afdeeling diende voor paardenstal, de andere was de vergaderzaal van den Senaat. In den stal bond ieder senator, die van buiten kwam, eer hij zich naar de vergadering begaf, zijn paard of muilezel aan een spijker vast; in de vergaderzaal zelve ging het niet minder huiselijk toe: men zat, al rookende, rondom den vuurhaard, en hing de geweren in een rek op, maar hield de dolken en pistolen in den gordel. Duurde de discussie wat lang, dan gebeurde het meermalen, dat in de zaal zelve een schaap aan het spit gestoken, gebraden en opgegeten werd; inmiddels hield de secretaris, op turksche manier neergehurkt, op zijn knie aanteekening van het verhandelde. Maar deze zeden, die aan de homerische tijden herinneren, zijn sedert veranderd.

Tegen het einde der regeering van Danilo, werd er aan het oude paleis een vleugel bijgebouwd, om de senatoren te herbergen, en sedert 1873 houdt de Senaat daar zijne zittingen. Van de vergaderzaal valt niets te zeggen: zij is zonder eenig sieraad hoegenaamd, een hol vertrek met naakte muren. Een soort van balustrade vormt de scheiding tusschen de senatoren en hen, die voor hunne rechtbank moeten verschijnen. Als de Vorst, hetgeen dikmaals gebeurt, de vergadering bijwoont, eischt de etikette dat op de voor hem bestemde bank een wollen zak worde gelegd, even als voor den kanselier in Engeland. Gewoonlijk echter vergaderden de senatoren vroeger niet in deze zaal, maar onder den moerbeziënboom in de voornaamste straat der stad; maar dat waren toch, geloof ik, meer officieuse bijeenkomsten, zoo als de heeren nu nog wel, bij goed weder, bijeenkomen voor de poort van het klooster onder den lommer van den prachtigen boom, die zich daar verheft.

In 1873 stelde de Vorst een ministerie in; maar de plaag der bureaukratie bleef tot hiertoe aan Montenegro gespaard. Van nature is de Montenegrijn geen liefhebber van een zittend leven. In 1871 werden de stamhoofden, de woïwoden, die aan de spits van elke nahija stonden, en tegelijk met rechterlijk en militair gezag waren bekleed, vervangen door een soort van gouverneurs of prefecten; tegelijker tijd werd een krachtige stoot gegeven aan het lager onderwijs, werden telegrafen aangelegd, en allerlei hervormingen en nieuwigheden ingevoerd. Er werd zelfs een echt officieus dagblad opgericht, de Tsernagorats, dat, bij gebrek aan abonné's, de uitgave moest staken, maar spoedig daarop herleefde onder den titel Glas Tsrnagorski, Stem van Montenegro. Dit alles is nu zeer loffelijk: maar de eerste en meest dringende hervorming, belangrijker dan alle andere, is toch het aanleggen van wegen. De Vorst is er nog niet in geslaagd, de verschillende deelen van zijn kleinen staat met elkander in gemeenschap te brengen; men kan in Montenegro nog niet anders dan te voet of te paard reizen, en ook dan zelfs is dit op sommige punten niet zonder inspanning en gevaar mogelijk. Er is een begin gemaakt met den weg, die Cettinjé met Cattaro moet verbinden; maar van dien weg is nog maar een klein stuk voltooid. Trouwens, het is een zwaar en moeilijk werk, en voor de voltooiing zou men over ruimer middelen moeten beschikken, dan het arme vorstendom vermag; bovendien heeft men er eene politieke kwestie van gemaakt, en wordt het werk opzettelijk tegengehouden.

(Wordt vervolgd.)

Reis naar de mijndistrikten van westelijk Zevenbergen.

(Vervolg van bladz. 152.)

VI.

Ten westen van Thorda verheffen zich naakte, grijze, leelijke heuvelen, die, althans op het eerste gezicht, zich door niets bijzonders schijnen te onderscheiden. Echter wees men ons van verre een spleet, niet ongelijk aan den mond van een ravijn, en men beschreef ons die kloof als een verwonderlijk schoone bergpas. Wij lieten ons overhalen, en togen op weg ter bezichtiging van dit wonder.

De zeer moeilijke en lastige weg, met steenen bezaaid en zeer steil afdalende, loopt om een heuvel, waarin hier en daar sneeuwwitte albastrotsen door de dunne aardlaag te voorschijn komen, die met distelen, onkruid, gras en mos bedekt is. Wij gaan door een kleinen pas en dalen af in een weiland, waar een smal beekje zich murmelend tusschen het hooge gras kronkelt. Den loop dier beek volgende, komen wij weldra aan een geheel met meel bestoven molen, die daar als te midden der aardige watervalletjes schijnt neergeworpen. Voor den ingang zit eene schoone rumenische vrouw te spinnen. Haar echtgenoot, een prachtige jonge man met lange blonde hairen en een vriendelijken lach om de lippen, leidt ons zijne woning binnen, richt eenige bescheiden vragen tot ons, en laat ons zijne heiligenbeelden zien: oude byzantijnsche kunstwerken, die voor een liefhebber van antieke symbolische kunst veel geld waard zouden zijn.

Deze molen staat juist aan den ingang van de bergengte. De heuvelreeks met hare eentonige hellingen splitst zich hier, en vormt twee witte of goudgele rotswanden, bezaaid met zwartachtige mossen. De blik klimt langs de grillig gevormde wanden omhoog en ziet op naar den hemel, die zich als een blauw lint boven den langen, smallen pas uitspant; beneden is men in de vochtige schaduw als verloren.

Een der uitgetande rotspunten, die de smalle kloof beheerschen, is geheel doorboord en laat een helderen lichtstraal door; andere spleten en kloven schijnen daarentegen zwarte gapende muilen. Twee dezer grotten hebben dit eigenaardige, dat zij inderdaad maar eene enkele grot vormen, die door de kloof in tweeën gedeeld is. De reusachtige portalen, ter wederzijde van het enge dal, passen volkomen bij elkander: een bergstroom holde de rotsen uit toen de kloof, die volgens de legende door het zwaard van den heiligen Ladislaus geopend werd, nog niet bestond, en de heuvel nog slechts ééne samenhangende massa vormde. In voorhistorische tijden moeten vluchtelingen de ingangen dezer grotten hebben versterkt; de overblijfselen der poorten zijn nog op de hellingen zichtbaar. Scharen van vleermuizen bevolken thans de straten der twee oude onderaardsche steden.

De bergengte is niet uitgestrekt, maar wij hadden ons lang opgehouden, en beklommen nu haastig een uitspringenden heuvel, om daarna weder af te dalen naar het dorp Meskö, op een albastrots gebouwd, die den Aranyos beheerscht. Daar wachtte ons, sedert eenige uren, het rijtuig, dat een gastvrije Magyaar ons te gemoet gezonden had. De vier vurige paarden, die naar den stal verlangden, joegen voort in galop; maar telkens moesten zij hun drift betoomen, want de weg is een echte zevenbergsche weg: dat wil zeggen, goed, overal waar de natuur daarvoor gezorgd heeft, maar doorgaans hobbelig, vol gaten en kloven, bezaaid met steenen en rotsblokken, en door afgronden omzoomd. Het was ons dus eene ware uitkomst, toen wij in de vlakte van Keresztes de groep van hooge populieren bespeurden, waarachter de woning wegschool, in welke ons een gewenschte avondmaaltijd wachtte. Welk een aangenaam verblijf in deze eenvoudige landelijke woning! Zij maakt geen aanspraak op architectonische schoonheid; maar het is een genot, dien houten trap te beklimmen en te wandelen onder die ruime veranda, die de welriekende heesters van den tuin schier met hunne bloemrijke takken omslingeren. Door het gebladerte heen ziet ge de stallen en de schuren, om een ruim grasveld gebouwd; eene ruischende beek stuwt haar helder water voort achter een dichte rij boomen en verdwijnt straks onder de wilgen langs de oevers van den Aranyos. Ik meende een oogenblik overgebracht te zijn naar eene plantage in Louisiana, en de gulle gastvrijheid, waarmede wij in het huis ontvangen werden, droeg er toe bij, om dien indruk te versterken.

Den volgenden morgen vroeg rolde ons rijtuig reeds door de vruchtbare vlakte, waar het ongetemde volk der Daciërs vergeefs den schok poogde te weerstaan der legers van Trajanus, en zagen wij steeds duidelijker de opening der bergvallei voor ons, waaruit de Aranyos te voorschijn treedt. Wij stonden aan den drempel van het beroemde land, dat, vóór de ontdekking van Amerika, door den rijkdom zijner mijnen, voor de volken van Europa de groote schatkamer der kostbare metalen was.

De ingang van het smalle dal, een ware triomfboog, wordt gevormd door eene opening, die de ingenieurs, ten behoeve van den weg, in de porfierrots hebben uitgehouwen. De soort van obelisk aan den noordelijken oever van den stroom draagt den naam van Leany-Kö of Maagdenrots, ter eere eener jonge prinses, die door de Tartaren in haar burcht belegerd werd, en die een middel wist te vinden om 's nachts te ontsnappen en de wijk te nemen op deze rots.

Het meest in de nabijheid van Thorda liggen de mijnen van Torotzko, in eene nevenvallei, ten zuiden van de rivier. Naar het schijnt, bevatten de bergen van dit distrikt ook een overvloed van lood, zwavellood en kwikzilver; maar sedert onheugelijke tijden worden alleen de ijzermijnen geëxploiteerd. Sedert eeuwen danken de inwoners aan deze industrie hunne buitengewone welvaart, en vooral ook hunne vrijheid. Als mijnwerkers en vervaardigers van allerlei gereedschappen en wapenen, hadden zij het voorrecht verworven, zich zelven naar eigen wetten te mogen regeeren.

Terwijl ons rijtuig langzaam den weg volgde, die uit de vallei van den Aranyos, al slingerende, de hellingen van den berg Szekel-Kö bestijgt, verhaalde een mijner reisgenooten in 't kort de geschiedenis van het mijnwerkers-stadje. Reeds in de tiende eeuw werden de mijnen dezer streek door magyaarsche kolonisten bewerkt, maar de wijze van bewerking was hoogst gebrekkig; de eerste vaste smeltovens werden opgericht door oostenrijksche kolonisten uit het distrikt Eisenwürzel. Die bekwame mijnwerkers verbroederden zich gemakkelijk met de bewoners des lands, namen de taal en de zeden der Magyaren aan, en losten zich geheel in de massa der bevolking op. Slechts eene enkele gewoonte is in stand gebleven als eene herinnering aan den duitschen oorsprong: bij bruiloftsmaaltijden, zijn het de genoodigden, die voor den wijn zorgen. Maar deze gewoonte, die eene ergernis is voor de Hongaren der andere distrikten, daargelaten, onderscheiden de inwoners van Torotzko zich, wat hunne zeden aangaat, gunstig van de meeste andere bewoners van Zevenbergen. De vrouwen genieten hier de algemeene achting en eene groote mate van vrijheid; voor het onderwijs wordt behoorlijk gezorgd; mannen en vrouwen kunnen bijna zonder uitzondering lezen, schrijven en rekenen, en weten iets van de geschiedenis des vaderlands; de magyaarsche taal wordt hier met groote zuiverheid gesproken; luiheid is eene schier onbekende ondeugd.