De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877
Part 30
Hoewel Georgië minder van den oorlog geleden heeft dan Virginië en Zuid-Carolina, is de bevolking hier toch meer verbitterd dan in de andere geconfedereerde staten. Het verbranden van Atlanta, de plundering van Milledgeville, de opzettelijke en algemeene vernieling van wegen en spoorbanen, van kanalen en bruggen:--dit waren, althans in haar schatting, niet de onvermijdelijke gevolgen van een eerlijken krijg, maar zuivere daden van woeste wraakzucht en blinden haat. Zulke handelingen worden niet spoedig vergeten, en kunnen, zoo lang zij niet vergeten zijn, ook niet vergeven worden.
Tien jaar geleden woedde in al deze steden van het Zuiden de gruwelijkste burgeroorlog, ooit door zonen van hetzelfde vaderland tegen elkander gevoerd. Legers van ettelijke honderd-duizenden soldaten vertraden de bloeiende wijngaarden, de rijke plantages: elke zuidelijke staat was het tooneel van bloedige belegeringen, van moorddadige veldslagen. Prachtige wouden werden moedwillig in brand gestoken, groote rivieren buiten hare bedding geleid, bloeiende steden en dorpen vernield. Overal heerschte verderf en moord en toomelooze balddadigheid. Wat wonder, dat de toen met zoo ruwe hand geslagen wonden pijnlijke litteekenen hebben nagelaten? De verscheurde en zwart gebrande muren van Atlanta zijn nog niet verdwenen; de wrok en bitterheid in de harten der wreed mishandelde, vertrapte bevolking van het Zuiden is nog niet gestorven. De wonden, in den burgeroorlog geslagen, genezen niet dan zeer langzaam. Een krijg tusschen de stammen verdeelde voor immer de kinderen Israëls. De worsteling tusschen de patriciërs en plebejers heeft eeuwen lang de ontwikkeling van Rome tegen gehouden. Inwendige tweespalt leverde Sevilla in handen der Mooren, en Dublin in handen der Saksers; straatgevechten en onlusten openden de poorten van Constantinopel voor de Turken. Godsdienstoorlogen verzwakten Frankrijk en putten Duitschland uit. De aanslag op Freiburg heeft een nog niet gedoofden wrok achtergelaten in het hart der katholieke kantons van Zwitserland. Maar geen feller en bitterder burgeroorlog, dan die, waaraan een sociale kwestie tot oorzaak of voorwendsel strekt. Lange jaren moesten er verloopen, eer Rome zich had hersteld van haar kamp met Spartacus. De engelsche maatschappij werd door den opstand van Cade tot in haar grondslagen geschokt. De bevolking van Wurzburg en Rothenburg denkt nog met schrik aan den opstand van Münzer. De strijd der Commune in Frankrijk is noch vergeten noch geëindigd, en evenmin de communistische en federalistische beweging in Spanje.
"Zijn er veel leden van den Blanken Bond in Georgië? vroeg ik aan een lid van den Senaat te Atlanta.
--Ja, antwoordde hij onbewimpeld; in alle distrikten waar ge blanken en zwarten te zamen vindt, vindt ge ook leden van de blanke en van de zwarte ligue. Dit is een noodzakelijk gevolg van den toestand. Ook in Atlanta hebben wij blanke verbondenen; maar gij moet niet meenen dat daaronder hier in Georgië zulke eerlooze schurken zijn, als waarvan Sheridan spreekt en waarvan de republikeinsche bladen zoo veel weten te verhalen. Daar is een echte en een valsche Blanke Bond. De echte Bond bestaat uit eene vereeniging van conservatieven, die de orde wenschen te handhaven en den eigendom te beveiligen; de valsche, uit een hoop avonturiers, die den vrede wenschen te verstoren, en huizen en landgoederen willen plunderen. Tot welk van deze twee Bonden zouden wij, naar uwe meening, wel behooren: wij, die genoegzaam al het land in Georgië bezitten en bebouwen? Bonden en onderlinge vereenigingen zullen volstrekt noodig blijven, zoo lang de federale troepen onze steden bezet houden. Indien wij onze stad en ons land van den ondergang willen redden, dan moeten wij onze krachten vereenigen en vast aaneengesloten blijven. De valsche blanke Bond echter is slechts eene schepping van het partikulier kabinet van den President.
--Gij zijt dus van meening, dat de tegenwoordige verwarring eigenlijk door de Regeering zelve wordt uitgelokt en bestendigd, ten einde eene tweede herkiezing van generaal Grant als President te bevorderen?
--Met geen ander oogmerk. Al dat rumoer in Vicksburg en Nieuw-Orleans komt hem uitnemend te stade. Als Billy-Ross President was en Beere-Poot zijn minister van oorlog, dan zoudt ge niets meer van al die bonden en vereenigingen hooren; maar dan zoudt ge dagelijks in de dagbladen uitvoerige verhalen lezen van de misdaden der negers in Caddo, en van de overweldigingen der blanken langs de Red-River. Als wij een demokratischen President hebben, dan zult ge meer hooren spreken van den zwarten dan van den blanken Bond.
--Die zwarte Bond bestaat dus werkelijk?
--In elk negerdorp en in elk negerkamp bestaat een zwarte bond. Na den moord van Jemmy Gray, is het wel geene vraag meer, of er in Mississippi een geheime zwarte bond bestaat."
In al de steden van het Zuiden is deze moord van Jemmy Gray en de bekentenis, door den moordenaar afgelegd, het onderwerp van schier alle gesprekken. Gray was een jonge neger, die van zijne plantage naar Vicksburg kwam, en daar vermoord werd door een anderen neger, Olivier genaamd, welke laatste echter handelde op bevel van een derde, Jeff Tucker, mede een neger. Na zijne gevangenneming, heeft Olivier eene volledige bekentenis afgelegd. Gray, zelf een lid van den zwarten bond, beluisterde in zijne hut de beraadslagingen en geheime plannen van zijne opperhoofden. Zoo vernam hij dat Vicksburg zou worden aangevallen door zwarte soldaten, bijgestaan door het neger-gepeupel, en dat al de blanke burgers zouden worden vermoord. Gray spoedde zich weg, om enkele personen, die hem vriendelijk bejegend hadden, voor het naderend gevaar te waarschuwen, en verijdelde alzoo den aanslag. Jeff Tucker, een der hoofden en leiders van den bond, had vermoeden op Gray, en beval dat hij gedood zou worden. Olivier betuigde diep berouw te gevoelen, want Gray had hem nimmer eenig leed gedaan; maar Tucker was zijn chef, en hij had zich bij eede verbonden alles te doen wat hem geboden werd, al ware het ook de moord van een broeder. Toen Tucker hem gelastte Gray te dooden, volbracht hij dien last, zonder zelfs naar de reden te vragen. Hij beweert, dat hij dit niet durfde en, door vrees gedreven, handelde. Indien hij Gray niet had gedood, zou hij zelf zijn leven verbeurd hebben.
In Georgië schijnen de kleurlingen tevreden; maar wie zal zeggen, hoe lang die kalmte duren zal? De neger is een geheimzinnig, raadselachtig wezen: niemand kan voorzien wat hij al of niet zal doen. Stemmen wijzen hem den weg; fetischen bezielen en geleiden hem. Zelfs hier op de schoolbanken en in de kerk, blijven de onverdelgbare sporen van zijn oud afrikaansch bijgeloof hem bij. Hij laat zich altijd verlokken door de onzinnigste beloften, zoo als die van de "veertig bunders en een muilezel"; en het ontbreekt nooit aan carpet-baggers, die, als het oogenblik gunstig is, hem dergelijke beloften in het oor blazen. Hij heeft eenmaal de macht in handen gehad, en de bedwelming van dat oogenblik is sedert niet geweken. Welk een glorierijke dag voor het kroost van Cham! Niets streelt den neger meer, dan een publiek ambt te kunnen bekleeden; hoe innig goed doet het hem, zich met den titel van "Edel-Achtbare" te hooren aanspreken, en op blanke losbollen de boete wegens dronkenschap te mogen toepassen. "Hi! Hi! grinnikt hij op zijn rechterstoel. Jij deugniet ... Jij dronken .... Tien dollars! Hi! Hi!"
Even als alle wilden, hebben ook de negers in Georgië een onweerstaanbaren dorst naar rang en gezag. Het baat niet, of ge hun al aan het verstand tracht te brengen, dat zij minder in aantal zijn dan de blanken, en dat de minderheid zich aan de meerderheid dient te onderwerpen. Naar hunne meening, moet ieder op zijn beurt heer en meester zijn. De blanken hebben hun beurt gehad: nu moeten de negers hun beurt krijgen.
Duizenden van deze negers zijn door de roekelooze regeering van den staat gewapend en in den wapenhandel geoefend. De milicie-regimenten bestaan voor het meerendeel uit kleurlingen, en deze neger-regimenten worden gekommandeerd door scalawags en carpet-baggers, die, uit de steden van het Noorden, als een verdelgende uitgehongerde sprinkhanenzwerm, op de rijke katoenplantages en vruchtbare rijstvelden zijn neergestreken. Geen wonder, dat deze troepen, in plaats van een waarborg van orde en veiligheid, zelven de bron van wanorde en een oorzaak van voortdurend wantrouwen zijn.
Sommige scalawags maken de negers wijs, dat de President aan het zwarte ras de eerste plaats in den staat wil bezorgen, en hun de vrije beschikking geven over de bezittingen en het leven der blanken. En de negers en mulatten houden zich ten volle overtuigd, dat deze scalawags de waarheid spreken. Arme drommels! zij kunnen lezen noch schrijven. In hunne jeugd waren zij slaven. Van politiek en geschiedenis hebben zij minder begrip dan de domste boerenarbeider in Engeland. De zedewet en de regelen der samenleving zijn voor hen ijdele klanken; maar de armste neger in Georgië begrijpt zeer goed het onderscheid tusschen een vuil krot en een fatsoenlijk huis, tusschen een welbezette tafel en een ledige spijskamer, tusschen een warm kleed en een lap katoen, tusschen een plaats in de goot en een zetel in het wetgevend lichaam. "Ziet, roepen de scalawags, ziet naar Louisiana en Mississippi! Daar zijn de negers sheriff's en assessors, rechters en wetgevers. Te Nieuw-Orleans en te Jackson vindt ge neger-senatoren en neger-luitenant-gouverneurs; daar worden de blanken door de bondstroepen in bedwang gehouden. Louisiana zendt Pinchback, Mississippi zondt Rush, om de kleurlingen in het nationale Congres te vertegenwoordigen. Sluit u dan aaneen en bezorgt de overwinning aan uw eigen kandidaten...!"
Door deze voorspiegelingen verrukt, begint Sam [13] er ernstig over te denken, om naar eene plaats in de wetgevende macht van den staat te dingen. Is hij al niet zoo gelukkig als Pinchback, misschien brengt hij het toch wel zoo ver als Antoine, of althans als Demas. Als Piet in de Kamer te Jackson of te Nieuw-Orleans zit, waarom zou Sam dan niet in de Kamer te Atlanta mogen zitten? Men zegt hem, dat de minste senator drie dollars per dag verdient, zonder dat hij daarvoor iets anders behoeft te doen dan te dommelen in een leuningstoel, tabak te kauwen, te antwoorden als zijn naam wordt afgeroepen, en nu en dan naar de koffiekamer to slenteren om whisky te drinken. In Louisiana en Mississippi kwijten zijn zwarte broeders zich uitnemend van die taak: waarom hij niet in Georgië?
"Gij zoudt schik hebben in sommigen onzer zwarte politieke mannen, zeide mij zeker welbekend persoon. Van morgen, toen mijn zwarte knecht mijn laarzen poetste, zag hij mij aan, en vroeg mij, met een dommen lach, hoe hij het moest aanleggen om tot lid der Kamer benoemd te worden. De kerel kan nauwelijks lezen en in het geheel niet schrijven; hij slijpt mijn messen en verzorgt mijn paard; en toch wil hij wetten maken voor mij...!"
Wat de verhouding tusschen het blanke on het zwarte ras betreft, is Zuid-Carolina wel de ongelukkigste staat van de geheele Unie. In Louisiana wegen de beide rassen ongeveer tegen elkander op. Na verloop van negen of tien jaar, zal de schaal waarschijnlijk ten voordeele van de blanken overslaan, want hun aantal wast aanhoudend, terwijl dat der negers afneemt. Zelfs in Mississippi is de meerderheid der kleurlingen niet groot: zeven zwarten tegen zes blanken. In geen dezer beide ongelukkige staten is het afrikaansche element zoo overwegend, dat elke strijd bij de stembus hopeloos moet worden geacht. In Zuid-Carolina is dit anders. Hier is het overwicht van het afrikaansche element volkomen: de neger en zijn bastaardbroeder de mulat heerschen hier oppermachtig.
Volgens de laatste volkstelling, zijn er in Zuid-Carolina tien zwarten tegen zeven blanken. In zeven graafschappen hebben de blanken eene belangrijke, in drie andere een zwakke meerderheid; maar in de twee-en-twintig overige graafschappen hebben de negers eene verpletterende meerderheid. In de graafschappen Richland en Charleston, staan zij als twee tegen een. In de bayous en de savannahs hebben de kleurlingen bijna geheel de blanken verdrongen. In het graafschap Beaufort telt men bijna zes negers tegen één blanke; in dat van Georgetown, bijna zeven. De graafschappen Greenville, Anderson en Spartanburg mogen blanke geleerden, advokaten en grondbezitters naar de Kamers afvaardigen; maar de stem van een Trenholm of een Russell heeft niet meer waarde dan die van een neger uit de moerassen; en voor iederen Trenholm of Russell in het Parlement van Zuid-Carolina, zijn er drie negers uit de moerassen. Wat vermag, onder de heerschappij van zulk eene verstandige en billijke wet van gelijkheid, door de federale troepen stipt gehandhaafd, de blanke volkplanter?
Het vooruitzicht is voorwaar somber genoeg, en toch vreezen de burgers van Zuid-Carolina dat hun nog erger dingen te wachten staan. De uitgestrekte gordel van moerassen en savannahs, die van kaap Fear tot den Mississippi, en weder van dezen stroom tot Saint-Andrew's-Sound reikt, schijnt voor de Afrikanen een nieuw vaderland te zijn geworden. Daar leven en tieren en vermenigvuldigen zij; en zoo de negers voor eene bepaalde streek binnen dien gordel eene zekere voorkeur toonen, dan is het voor de heete en vochtige landstreek tusschen Columbia en de zee. Klimaat en bodem zijn daar voor hun gedijen even gunstig. Kalebassen kosten er bijna niets, de tabak groeit er in 't wild, en er is overvloed van suikerriet. Zoo ergens, dan zal de neger zich daar kunnen staande houden; en naar het schijnt worden de Afrikanen ook inderdaad naar deze streek heengetrokken, door de werking dier machtige en geheimzinnige wetten van verwantschap, die na de emancipatie ongestoord haar invloed kunnen doen gelden. Elders neemt het afrikaansche ras voortdurend af. Boven deze voor hen zoo gunstige streek, maar toch nog altijd binnen de grenzen van het Zuiden, strekt zich van de Chesapeake tot den Missouri en den Arkansas een gebied uit, waar de negers vroeger als slaven woonden en zich vermenigvuldigden. Maar tegenwoordig trekken zij zich uit deze streken terug, om zich naar het Zuiden en naar de zee te begeven. Missouri en Kentucky worden gaandeweg door hun zwarte burgers verlaten: niet omdat de negers van daar met geweld verdreven worden, maar ten gevolge van onnaspeurlijke oorzaken. Maryland en Virginië verkeeren in hetzelfde geval.
Vanwaar die verhuizing van het afrikaansche ras van het noorden naar het zuiden? Wie zal dat raadsel oplossen? Wie heeft tot dusver de verklaring gevonden van deze periodieke verhuizingen, die aan mensch en dier gemeen zijn? Welk toovenaar heeft het geheim doorgrond van de zwaluw en de sprinkhaan, den haring en den springbok? Wie zal zeggen, waarom, in vroeger dagen, de Gothen hun geboorteland verlieten; waarom nu in dezen tijd de Chineezen hun heiligen grond verlaten? Men zegt, dat Gothen en Chineezen tot deze verhuizing gedreven werden, omdat het in hun land aan voedsel begon te ontbreken. Dit mag in sommige gevallen een der medewerkende oorzaken geweest zijn en nog zijn, maar daardoor wordt het verschijnsel in zijn geheel niet verklaard. Reeds voor de vogels en de visschen is deze verklaring onvoldoende, hoeveel te meer voor de hooger georganiseerde dieren en bovenal voor den mensch. Sommige schepselen worden aangetrokken door licht en warmte; anderen worden, onbewust, geleid door geheimzinnige aandriften en neigingen, die dienstbaar moeten zijn aan het behoud of de voortplanting des levens. Doch zeer dikwijls worden de menschen ook gedreven door hooger behoeften dan die van warmte en voedsel. Het was geen hongersnood, die de Kruisvaarders naar Syrië en de Pelgrimvaders naar Nieuw-Engeland dreef. Het was niet de begeerte om in hutten te wonen en zich met antilopenvellen te kleeden, die anderen naar Paraguay en weder anderen naar Mexiko deed gaan. Wat doet de Russen naar Troïtza, do Mooren naar Mekka, de Mormonen naar het Zoutmeer trekken?
"Gij meent dus dat de kleurlingen van Kentucky en Virginië naar Zuid-Carolina trekken? vroeg ik aan een dagbladcorrespondent, met wien wij over deze zaak spraken.
--Zonder twijfel, was zijn antwoord. Ten gevolge van mijn beroep, ben ik voortdurend op reis, en onophoudelijk zie ik de negers, mulatten en quadronen, bij gansche scharen, naar het Zuiden heentrekken. Ziekte dunt echter die karavanen--want de zwarten zijn aan verschillende epidemiën onderhevig; de meesten sterven eer zij ons land bereiken."
Wat moet men hieruit besluiten? Stort de gansche stroom der verhuizing uit Missouri en Kentucky, Virginië en Maryland zich over Alabama, Mississippi en vooral Zuid-Carolina uit? Of wordt de bestaande verhouding tusschen de rassen, behalve door deze verhuizing, ook nog door een andere oorzaak verbroken, die wijst op een algemeenen achteruitgang van het zwarte ras? De vraag kan ook zoo gesteld worden: neemt het afrikaansche ras over het algemeen in Amerika in aantal toe?--en zijn de individuen van dit ras nu beter gehuisvest en gevoed dan vroeger?
Over de vraag, of het getal der Afrikanen in Amerika toeneemt, loopen de gevoelens uiteen. Zeker is het, dat de mate der vermeerdering, in verhouding bij vroeger, is afgenomen. Dat de zwarten niet in gelijke mate als de blanken in Amerika vermenigvuldigen, is een feit, dat door niemand betwijfeld wordt. Ieder beoefenaar der statistiek zal ook toegeven, dat zij na hunne vrijverklaring minder snel toenemen dan in den staat der slavernij. Verder is men het er tamelijk over eens, dat, behoudens enkele uitzonderingen, de negers en mulatten tegenwoordig in slechter huizen wonen en minder gezond voedsel gebruiken dan vóór de emancipatie. Zij zuigen meer suikerriet en kauwen meer tabak, maar woning en voedsel zijn van minder gehalte. Kindermoord, de eigenaardige ondeugd der wilde stammen, is onder hen zeer algemeen geworden.
De negers zijn in den regel afkeerig van het opvoeden hunner kinderen, die veel moeite en last veroorzaken, veel geld kosten, en veel zorg vorderen. Als slavin, was de negerin wel gedwongen haar kroost op te voeden, want die kinderen vertegenwoordigden een kapitaal. Vrij verklaard, kan zij haar natuurlijke neiging volgen: en even als bij de Chineezen en de bewoners der Fidji-eilanden, drijft deze natuurlijke neiging ook bij de negerin meermalen tot kindermoord. In Afrika dooden de Papals en Bulloms hunne kinderen; en men is er in Amerika nog niet in geslaagd, deze afrikaansche gewoonte uit te roeien. In Zuid-Carolina moet een vrije neger voor eigen rekening zijn kind kleeden en voeden, en iederen dollar, dien hij daarvoor uitgeeft, moet hij missen voor de bevrediging zijner hoogste begeerten: tabak pruimen en whisky drinken. Naar men mij verzekert, is kindermoord thans in de negerkoloniën even algemeen als in de steden van China of in de tartarijsche steppen.
Dat is de eigenlijke negerkwestie; en in vergelijking met haar verdienen zulke kinderachtigheden als deze: zullen de zwarten in dezelfde rijtuigen mogen rijden en aan dezelfde tafel zitten als de blanken? of wel: zullen de zwarten, even als de blanken, het stemrecht mogen uitoefenen, leden van wetgevende vergaderingen zijn en wapenen dragen?--ter nauwernood de aandacht. De echte negerkwestie in Zuid-Carolina en elders komt hierop neêr: zullen de zwarten, in den vrijen staat, kunnen blijven voortbestaan?
Aan de slaven is landlooperij natuurlijk verboden. De grootste stap in den overgang van wilde tuchteloosheid tot maatschappelijke orde, is waarschijnlijk wel deze beperking der persoonlijke vrijheid, waardoor de nomade tot een gezeten burger wordt. Er zijn wilde stammen, voor wie deze overgang onmogelijk is. Kan men den Afrikaan aan eene vaste woonplaats binden? Als vrije man, kan hij onbelemmerd zijn luimen volgen. Hij gaat en komt naar het hem invalt:--de eene week is hij in Missouri, de volgende week in Tennessee, de derde aan de Golf. Turkije poogt enkelen harer arabische stammen aan vaste woonplaatsen te binden: maar tot dusver zijn die pogingen ijdel gebleken. De kolonisatie der russische steppen heeft tot de lijfeigenschap geleid; en eerst na ruim drie eeuwen van onverbiddelijke, ijzeren tucht, waagde het de russische regeering die banden te verbreken, in het vertrouwen dat de oude zucht tot zwerven bij het volk nu zou zijn uitgedoofd. Zijn de negers rijp voor kolonisatie en vestiging? Het is onmogelijk, een vrije Sioux of een vrije Apache aan eene vaste woonplaats te binden. Een roodhuid kan de mededinging met zijn blanken buurman onmogelijk volhouden: hij gaat heen of bezwijkt. Heeft de neger wel de kracht om op zich zelven te staan? In de slavernij wies het getal der zwarten aan; na hunne vrijverklaring, slonk het getal der roodhuiden. Staat den zwarten ook een gelijk lot te wachten? Indien het eens bleek dat de vrome en welmeenende mannen, die niet rustten voor de negers waren vrij verklaard, in hunne volslagen onbekendheid met de wetten der natuur, ondanks de beste bedoelingen, inderdaad niets anders hadden gedaan dan het vonnis geveld der langzame, maar onvermijdelijke verdelging van het negerras?
"Wees van één ding verzekerd, zegt kolonel Binfield, een zuidelijk officier, die de negerkwestie heeft bestudeerd op het slagveld, op de tabaksplantages en in de openbare scholen;--wij hebben niet meer voor wanorde op straat te vreezen. Wij zullen ons verder niet laten leiden door bekrompen hartstocht. Wij hebben een fout begaan, door ons van onze vlag te scheiden; maar wij hebben sinds lang die dwaling ingezien, en zullen niet weder in dezelfde fout vervallen. Wij hebben nu ons vertrouwen gesteld op de onveranderlijke wet des levens. De neger heeft de macht in handen gehad. Zijn dwaasheid en wispelturigheid ergerden ons, maar nooit heeft hij ons door zijn kracht ontzag ingeboezemd. Zelfs nu, nu de gouverneur te Columbia op zijne hand is, nu zijne vrienden de meerderheid hebben in de Kamers, en over alle openbare machten beschikken,--zelfs nu vreezen wij hem niet. Geen Afrikaan is tegen een Europeaan opgewassen. Zeker kan hij u in den donker een dolksteek toebrengen of een brandende fakkel in uwe kamer werpen, maar overigens kan een kleurling u niet licht ernstig kwaad doen. De strijd van een blanke met een neger is als de strijd van een man met eene vrouw. En dit geldt evenzeer van de massa. Neem er de proef van. Sticht een kolonie, een Utopia, aan de oevers van de Santee of den Edisto; [14] plaats tien Europeanen te midden van negentig negers; geef aan elk der honderd kolonisten een gelijk aandeel in den grond, een gelijke hoeveelheid werktuigen, gereedschappen, zaad, geld; geef hun de meest mogelijke vrijheid en gelijkheid van recht; laat hen den grond bebouwen, wetten maken en zich zelven regeeren. Na verloop van tien jaren, zal de grond met de opbrengst en al het kapitaal uitsluitend in handen der blanken zijn. De natuur heeft nu eenmaal aan den blanke meer verstand en kracht, meer scheppend vernuft, meer moed en volharding, in één woord, hooger gaven naar lichaam en geest geschonken, dan aan den neger. Dit is een feit, en alle gemoedelijke bespiegelingen en quasi-humanitaire droomerijen kunnen daaraan niets veranderen. Ten spijt van voorbijgaande verwarringen, moet de blanke in dit land meester zijn. Waarom zouden wij dan op nieuw onze toevlucht tot de wapenen nemen? Slechts een vijand der blanke beschaving kan naar een tweeden burgeroorlog verlangen. Wij behoeven slechts onzen tijd af te wachten, zeker dat de overwinning in 't eind aan ons zal zijn."