De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877

Part 12

Chapter 12 3,611 words Public domain Markdown

Hij zou drie vijanden tegenover zich kunnen vinden: vooreerst, generaal Badger en de stedelijke policie; ten andere, generaal Longstreet met de milicie van den staat; en eindelijk, generaal Emory met de federale troepen. Maar hij rekende er op, dat noch Longstreet, noch Emory zich gerechtigd zoude achten tusschen beiden te komen in eene kwestie van zoo geheel plaatselijken aard: namelijk, wie der beide kandidaten, Kellogg of Mac-Enery, inderdaad de meerderheid van stemmen der kiezers van Louisiana op zich had vereenigd. Longstreet was uit het Zuiden geboortig; en Emory zou niet licht in openlijken strijd durven handelen met de uitspraak van het Congres. Had hij alleen maar te doen met Badger en zijn negers, dan maakte Ogden zich sterk dat de zaak binnen het half uur zou afloopen.

Om half drie zette Badger zich met zijn regiment in beweging. Hij reed zelf aan de spits, en voerde zijne drie kanonnen met zich; enkelen zijner manschappen vuurden, luid schreeuwende en gillende, al vast hunne geweren af.

Zoodra de vijand in het gezicht kwam, kommandeerde Ogden: vuur! De burgers vuurden, en Badger viel van zijn paard--dood, naar men dacht.

"Valt aan!" riep Ogden. De burgers drongen met de gevelde bajonet voorwaarts, en de negers, blijkbaar door dien aanval verrast, werden overhoop geworpen en op de vlucht gejaagd.

Kapitein Angel spoedde zich met zijne kompagnie naar een der kanonnen. Ten blijk van minachting hunne wapens wegwerpende, vermeesterden eenige burgers het stuk geschut, dreven de neger-kanonniers met slagen en schoppen weg, en joegen hen door straten en stegen na, tot de verbijsterde vluchtelingen een schuilplaats vonden aan de douane, onder bescherming der federale vlag. Bijna geen enkele neger hield zich goed. Een zwarte generaal had eene wijkplaats gezocht in den winkel van een bedienaar der begrafenissen. "Ga weg, riep de kleine fransche doodkistenmaker; zij zullen u nazetten en mij vermoorden." De neger wierp zijn gegalonneerden rok en pluimen weg. "Om Gods wil, massa, laat mij schuilen!"--Een burger trad binnen; nergens was een generaal te zien: niets dan een gewone neger in een wijden jas, bezig met een lijkkleed schoon te maken. De burger zag eens rond, gaf den neger een schop, en ging lachend weer heen.

Zoo als Ogden voorzien had, kwam noch generaal Longstreet, noch generaal Emory bij deze gelegenheid tusschenbeiden. Ten vijf uur kwamen de vier kompagniën van Holly-Springs aan; maar deze troepen werden door Emory niet ter beschikking van Packard gesteld. Longstreet hield het Kapitool bezet, dat niet werd aangevallen. Omstreeks zes uren had het vuren opgehouden, en de zegevierende burgers zetten hunne wapenen in rust ten aanschouwe van de federale troepen.

Aan Badgers zijde waren dertig gesneuvelden; Ogden telde twaalf dooden en dertien gewonden. De negers verloren hun kanonnen, wapenen en ammunitie, terwijl honderd gevangenen in Ogdens handen vielen. Des avonds was het stadhuis, zoowel als de geheele stad, met uitzondering van het Kapitool en de douane, in de macht der burgers. Te middernacht vluchtte Kellogg uit zijne vertrekken in het Kapitool, en nam de wijk naar de douane, onder de bescherming der federale troepen. Den volgenden morgen ontruimde Longstreet het Kapitool, dat dadelijk door generaal Penn bezet werd. Nu keerde de vrede terug. De winkels werden weder geopend, en het verkeer herstelde zich. De blanke reactie had volkomen gezegevierd.

Maar deze ommekeer van zaken te Nieuw-Orleans was een geduchte slag voor de politiek van den President. De dag der verkiezingen naderde: en wanneer Mac-Enery als gouverneur in het Kapitool te Nieuw-Orleans zetelde, was voor de republikeinen de kans in Louisiana verkeken. Kellogg verzekerde den President, dat, als spoedig en met kracht werd gehandeld, de meerderheid voor de republikeinen nog kon worden behouden.

Grant zond daarop bevel aan Emory om, ten spijt van de zegevierende burgers, des noods met geweld, de geslagen scalawags in het gezag te herstellen.

De verkiezing had plaats in een staat van spanning en opgewondenheid, die niet veel verschilde van de razernij van den burgeroorlog. Wederom schreef elke partij zich de overwinning toe. Dit alleen was zeker, dat Kellogg er niet in geslaagd was, den staat voor Grant te behouden. Hij had zijn patroon vijf stemmen beloofd van de zes, die Louisiana had uit te brengen: en van die zes stemmen behoorden er nu maar twee aan Grant.

De verkiezingen voor de wetgevende macht van den staat hadden te gelijker tijd plaats met die voor het Congres, en de conservatieven beweerden daarbij eene wel niet groote, maar ontwijfelbare meerderheid te hebben verkregen. In dit opzicht was de blanke reactie volkomen geslaagd.

Nog eene kans, eene enkele slechts, bleef er over voor Kellogg en zijne beschermers: eene feitelijke interventie van de federale troepen, waardoor de conservatieve leden verhinderd zouden worden, hunne zetels in de vergadering in te nemen. Dit was een uiterst vermetele, ja bijkans een dolzinnige maatregel, maar de geslagen scalawags deinzen voor niets terug.

Om zulk een daad van onomwonden geweld uit te voeren, was een meer doortastend officier noodig, dan generaal Emory: mitsdien werd generaal Sheridan naar Nieuw-Orleans gezonden.

XVIII.

Kort na onze aankomst in het hotel Saint-Charles te Nieuw-Orleans, werd ons een kaartje ter hand gesteld van generaal Sheridan; twee uren later brachten wij den jongen, schitterenden ierschen officier een bezoek. Wij hadden daartoe niet ver te gaan: het hoofdkwartier van de militaire divisie van de Missouri was in hetzelfde hotel gevestigd, waarin wij onzen intrek hadden genomen.

Wij spraken zeer aangenaam over allerlei zaken: over de vlakten van Kansas, waar ik in 1866 getuige was geweest van eenige episoden van den indiaanschen oorlog; over de onrustige distrikten van Texas, die wij zoo even verlaten hebben; over onze reizen en avonturen sedert den oorlog. Als naar gewoonte, was generaal Sheridan vriendelijk en vrij in zijn spreken; hij lachte hartelijk over de vrees, die de menigte voor hem koesterde, en deelde mij het een en ander mede omtrent den aard zijner zending in het Zuiden.

De Vereenigde-Staten zijn voor het militair beheer verdeeld in vier groote afdeelingen: de divisiën van de Zuidzee, van den Atlantischen oceaan, van de Missouri, en van het Zuiden. Het opperbevel in deze divisiën is aan vier hoofdofficieren opgedragen: de generaal-majoor Schofield, wiens hoofdkwartier te San-Francisco is, voert het bevel over de divisie van de Zuidzee; de generaal-majoor Hancock, te New-York, staat aan het hoofd der divisie van den Atlantischen oceaan; luitenant-generaal Sheridan, te Chicago, is belast met het kommando in de afdeeling van de Missouri, en generaal-majoor Mac-Dowell, te Louisville, met dat in de divisie van het Zuiden. Generaal Sherman, de algemeene opperbevelhebber, heeft zijn hoofdkwartier te Saint-Louis.

Elke militaire divisie bestaat uit twee of meer departementen. De divisie van den generaal-majoor Mac-Dowell, waartoe ook Nieuw-Orleans behoort, is in twee departementen gesplitst:--een departement van het Zuiden en een departement van de Golf. Het eerste omvat zeven staten: Kentucky, Tennessee, Noord- en Zuid-Carolina, Georgië, Alabama en Florida, met uitzondering van de forten in Pensacola-baai, van Fort-Jefferson tot Key-West. Het hoofdkwartier is te Louisville, waar generaal Mac-Dowell resideert. Het departement der Golf omvat drie staten: Louisiana, Mississippi en Arkansas, met al de militaire stations langs de Golf van Mexiko, van Fort-Jefferson tot Key-West, met uitzondering van de forten aan Mobile-baai. Het hoofdkwartier is te Nieuw-Orleans, waar generaal Emory het bevel voert, onder zijn superieur, generaal Mac-Dowell.

De divisie van de Missouri, waarvan generaal Sheridan aan het hoofd staat, is van grooter uitgestrektheid, en, uit een strategisch oogpunt, ook van meer gewicht, want zij strekt zich uit van de grenzen van britsch-Amerika tot de grenzen van Mexiko, en scheidt alzoo de oostelijke van de westelijke staten. Deze groote afdeeling bestaat uit vier departementen, Dakota, Platte, Missouri en Texas genoemd, welke te zamen acht staten--Minnesota, Jowa, Nebraska, Kansas, Colorado, Illinois, Missouri en Texas--benevens zes groote territoriën, omvatten. Bovendien heeft generaal Sheridan nu eene geheim stuk bij zich, waarbij hem onbeperkte volmacht gegeven wordt, om, zoo noodig, de geheele divisie van generaal Mac-Dowell of wel eenig deel daarvan bij zijn eigen kommandement te voegen, zonder dat hij daaromtrent met iemand behoeft te raadplegen.

Wie is generaal Sheridan? Als man van de wereld en aangenaam prater, mag ik hem zeer gaarne lijden, en indien ik, bij het teekenen van zijn beeld, donkere kleuren moet gebruiken, dan geschiedt dit alleen omdat de historische waarheid mij niet toelaat, andere tinten te bezigen. Ook laat men dezer grootsche en sombere figuur geen volkomen recht wedervaren, wanneer de oorspronkelijke trekken, ter wille van de behagelijkheid, worden weggewischt of vervalscht. Om den toestand te kunnen begrijpen, moet men den man zelven in zijne ware gedaante zien.

Een echt soldaat, kort en gedrongen van gestalte, met een gewoon, ietwat vulgair gelaat, een rond hoofd en oogen vol donkeren gloed: ziedaar "kleine Phil," de wilde iersche duivel, die zich een weg heeft weten te banen tot de hoogste rangen der militaire hierarchie. Vijf namen schitteren als meteoren te midden der bloedige nevelen van den gruwelijken burgeroorlog, en de naam van Sheridan is een van die vijf. Voorzeker hebben Lee en Jackson een vrij wat schooner en onbevlekter naam achtergelaten; maar, met uitzondering van Grant en Sherman, heeft geen van de noordelijke generaals zich grooter reputatie verworven dan Sheridan. Weinig feiten uit den burgeroorlog kunnen de vergelijking doorstaan met den stouten en welberaamden aanval, waardoor Sheridan de vijanden, die Chambersburg hadden verbrand en Washington bedreigden, overhoop wierp en verstrooide. Zijne belooning was dan ook schitterend: Amerika bezit maar één luitenant-generaal, en Philip Sheridan bekleedt dien hoogen rang.

Sheridan heeft eene harde en ruwe school doorloopen, in eene omgeving, die voor zachte gevoelens en aandoeningen van menschelijkheid geen ruimte laat. Hij heeft zes jaren gesleten te midden van de Cheyennes en Sioux, hunne taal leerende en deelnemende in hunne veeten. Onder de soldaten is het een spreekwoord, dat kleine Phil half een iersche wilde en half een indiaansche wilde is. Moet er eene of andere ongewone, gruwelijke daad worden verricht, dan wijst de publieke opinie Sheridan als den meest geschikten man aan. Toen de loop van den oorlog het generaal Grant noodig deed achten, dat de vallei van de Shenandoah moest worden verwoest, werd de toorts der vernieling aan de handen van Sheridan toevertrouwd. "Het geheele land, van de Blue-Ridge tot den North-Mountain, is niet houdbaar meer:" zoo luidde zijn uiterst lakoniek verslag. Maar sedert de fransche generaals, op bevel van Louvois, den Paltz verwoestten, heeft wel geen menschelijk oog ooit een zoo afgrijselijk tafereel van verdelging en moord aanschouwd, als de weleer zoo liefelijke vallei in Virginia te zien gaf.--Toen de regeering besloten had, aan de Indianen eene gevoelige les te geven, werd wederom Sheridan naar de vlakte gezonden. De Piégans werden ten offer uitgelezen; en de bloedige wraakoefening kwam zoo onverwacht en was zoo verschrikkelijk, dat de naam van Sheridan en de herinnering aan deze afschuwelijke menschenslachting zullen voortleven bij de roodhuiden, zoo lang de indiaansche barden en zieners de sombere legenden van de stammen voor de luisterende schare zullen voordragen.

Het was dus niet te verwonderen, dat de onverwachte verschijning van dezen generaal Sheridan te Nieuw-Orleans, te midden van groote spanning en onrust, de stad met huiverende ontzetting sloeg.

Generaal Sheridan was in Chicago, zijn dienst als bevelhebber zijner divisie waarnemende, en tevens het hof aan zijne uitverkorene makende, toen hij een vertrouwelijk schrijven ontving van generaal Belknap, secretaris van staat voor oorlog, dat eensklaps al zijne schikkingen voor bals en partijen voor de naderende Kerstdagen in de war stuurde. Deze brief luidde als volgt:

Vertrouwelijk.

Departement van Oorlog, 24 December 1874.

"Generaal, de President liet mij dezen morgen ontbieden en droeg mij op, u te zeggen, dat hij wenscht dat gij u naar de staten Louisiana en Mississippi zult begeven, en bepaaldelijk naar Nieuw-Orleans en Vicksburg.... Gij zult hierbij een bevelschrift vinden, waarbij gij gemachtigd wordt het opperbevel op u te nemen in de militaire divisie van het Zuiden of in eenig gedeelte dezer divisie, wanneer gij dit noodig mocht achten.... Ge kunt, zoo ge dit verlangt, generaal Mac-Dowell in Louisville bezoeken, en hem vertrouwelijk mededeeling doen van het doel uwer reis. Maar dit wordt niet voorgeschreven; aan uwe beoordeeling blijve het overgelaten, in hoever overleg met hem moet plaats hebben. Natuurlijk kunt ge zoovele officieren van uw staf mede nemen als gij verkiest; het is echter wenschelijk dat uw reis meer het voorkomen hebbe van een pleiziertochtje dan van eene officiëele zending.... Gij kunt over Washington terugkeeren en mondeling verslag doen.

W.W. Belknap."

Steeds gereed aan de bevelen zijner meerderen te gehoorzamen, telegrafeerde Sheridan naar Washington: "Uw brief ontvangen--alles in orde."

Er werd nu een gezelschap gevormd van officieren en dames, waaronder ook de jonge dame, aan wie generaal Sheridan het hof maakte, die aan dit zoogenaamde pleizierreisje zouden deelnemen; en in de dagbladen van Chicago kon men het bericht lezen dat generaal Sheridan verlof had gekregen om een gedeelte van den winter op Cuba door te gaan brengen. Men hield het er algemeen voor, dat dit uitstapje de voorbode was van zijn aanstaand huwelijk.

Daar Nieuw-Orleans op den weg van Chicago naar Cuba ligt, kon de generaal zich derwaarts begeven, zonder achterdocht op te wekken. De tegenwoordigheid van dames, en vooral van de jonge dame met wie, naar men zeide, Sheridan verloofd was, gaf aan de geheele reis een zeker huiselijk, feestelijk karakter. De grootste moeilijkheid lag in de verhouding tegenover de hoofdofficieren, wier functiën Sheridan moest overnemen. De zending was ongewoon, en de geheele handelwijze onregelmatig. Was Emory voor zijn taak niet opgewassen, dan kon men een doortastender man zenden, zonder Sheridan van de oevers van het meer Michigan te ontbieden. Werd eenheid van gezag noodig geacht, generaal Mac-Dowell was de opperbevelhebber in het Zuiden. Was de toestand zoo ernstig, dat de tegenwoordigheid van een officier van hoogeren rang werd gevorderd, dan kon dit niemand anders zijn dan generaal Sherman.

Het is geen geheim, dat generaal Sherman met de handelwijze van Belknap en het departement van oorlog geen vrede heeft. Sherman is geheel vrij van caesaristische neigingen: patriot in de eerste plaats en eerst daarna soldaat, acht en waardeert hij militaire talenten bovenal als eene bescherming voor de vrijheid en een waarborg voor de veiligheid der republiek. Niet in staat om, zij het ook door zijn stilzwijgen, mede te werken tot eene zuiver persoonlijke, egoïstische politiek, heeft hij met den President, de ministers en adjudanten gebroken, en zijn hoofdkwartier van Washington verlegd naar Saint-Louis, waar hij zich afgezonderd houdt buiten alle aanraking met de tegenwoordige machthebbers. Sherman is echter een persoon van te veel beteekenis, om hem eenvoudig over het hoofd te zien. Zoodra Belknap Sheridans antwoord ontvangen had, zond hij dan ook een vertrouwelijk schrijven naar Saint-Louis, waarin omtrent Sheridans reis naar het Zuiden de noodige opheldering gegeven werd. Generaal Sherman bepaalde er zich toe, de ontvangst van dien brief te berichten.

Nog lastiger was de verhouding tegenover generaal Mac-Dowell. Geen enkel officier wordt gaarne op zijde geschoven, en dat nog wel bij een geheim bevelschrift en zonder vooraf gehoord te zijn. Belknap schoof de verantwoordelijkheid van zich zelven af op Sheridan, door het aan diens eigen goedvinden over te laten, of hij generaal Mac-Dowell zou gaan opzoeken en in vertrouwen met het doel zijner zending bekend maken. Sheridan oordeelde het beter, den generaal van de zaak geheel onkundig te laten.

Het gezelschap dames en officieren vertrok van Chicago. Vijf dagen later waren zij te Nieuw-Orleans, waar zij door de straten kuierden, de proklamaties van koning Carnaval lazen, en inlichtingen inwonnen omtrent het vertrek der stoombooten naar Cuba!

Op Zondag, 3 Januari 1875, heerschte er eene buitengewone drukte in de straat Saint-Louis: den volgenden dag zou de groote strijd, op de straat begonnen, worden voortgezet in de wetgevende vergadering. Dien Maandag zou het beslist worden, of de scalawags en hun kliek nog langer in Nieuw-Orleans den baas zouden spelen.

Van de honderd-elf nieuw verkozen leden der Kamer van vertegenwoordigers, werden acht-en-vijftig tot de conservatieve, en drie-en-vijftig tot de republikeinsche (liberale) partij gerekend. De conservatieven hadden dus niet slechts eene meerderheid van vijf stemmen, maar vertegenwoordigden tevens de grootste helft der Kamer, die als zoodanig tot het nemen van besluiten gerechtigd is. Al deze acht-en-vijftig conservatieven waren blanken. Kwam deze Kamer inderdaad bijeen, dan was de kans voor Kellogg onherroepelijk verloren.

De strijd was begonnen in het hoofd-kiesbureau, eene commissie van vijf personen, die, volgens de wet, uit de beide partijen moeten worden gekozen, om zoodoende de twee groote richtingen der openbare meening te vertegenwoordigen. Kellogg benoemde dit bureau: en in openbaren strijd met de wet, koos hij vijf republikeinen. De wet bepaalt verder dat de zittingen van dit bureau publiek moeten zijn, om zelfs den schijn van oneerlijkheid te vermijden; op Kelloggs last werden alle eenigszins belangrijke werkzaamheden in het geheim verricht. Longstreet, lid van dit bureau, trok zich terug; in zijne plaats werd een zeer inschikkelijke conservatief benoemd; maar deze, ziende dat zijn medeleden willens en wetens de wet schonden, protesteerde en nam zijn ontslag. Door dit ontslag was de commissie rechtens ontbonden, want volgens de wet moet het bureau uit vijf leden bestaan. Maar de liberale leden stoorden zich natuurlijk niet aan de wet. Hadden zij niet tweeduizend bondssoldaten bij de hand--waarom zouden zij zich dan nog om de wet bekommeren?

In Louisiana worden de stemmen herhaaldelijk geteld. De plaatselijke stembussen worden eerst gezonden naar de supervisors of registration, die ze nazien, de billetten tellen en die vervolgens aan de commissarissen voor de verkiezingen doen toekomen. Zij ondergaan alzoo een driemaal herhaald onderzoek, alvorens zij het hoofd-kiesbureau (returning board, de commissie, die den einduitslag der verkiezing moet constateeren) bereiken. De uitkomst van dit voorloopig onderzoek was, dat er zeventig conservatieven en een-en-veertig republikeinen waren gekozen. De conservatieven hadden dus eene meerderheid van negen-en-twintig stemmen; maar de onwettige commissie van Kellogg wist deze conservatieve meerderheid handig weg te goochelen. De vier liberale heeren kwamen tot eene gansch andere conclusie: volgens hen waren er drie-en-vijftig republikeinen en drie-en-vijftig conservatieven gekozen, terwijl omtrent vijf verkiezingen de beslissing moest worden aangehouden.

De kans stond nu niet kwaad voor Kellogg. Als er een voorwendsel gevonden kon worden om de verkiezing dezer vijf leden, waaronder vier conservatieven, te vernietigen, dan had geen der beide partijen de wettige meerderheid, en konden de conservatieven met geen mogelijkheid een partijbesluit doordrijven. In vrije wetgevende vergaderingen nemen doorgaans de kandidaten dadelijk zitting en deel aan beraadslaging en stemming, in afwachting dat hunne geloofsbrieven worden goedgekeurd; maar Kellogg was van meening dat regelen, die bijna overal elders gelden, voor Nieuw-Orleans niet toepasselijk konden zijn. Als deze vijf leden, op den dag der opening van de Kamers, zitting namen, dan konden de conservatieven, zeven-en-vijftig in getal, zich als wettige vergadering constitueeren: zij waren dan verzekerd van eene meerderheid van drie stemmen, die misschien tot vijf kon klimmen. Wat zou die conservatieve meerderheid kunnen beletten, Kellogg in staat van beschuldiging te stellen en af te zetten, juist zooals met gouverneur Warmoth was geschied?

Met eene Kamer, waarin geen der beide partijen de wettige meerderheid heeft, valt natuurlijk te "onderhandelen." Kellogg houdt zich ten volle overtuigd, dat enkele stemmen kunnen worden gekocht. Reeds verhaalt men dat hij inderdaad eene stem gekocht heeft; hij heeft er nu nog maar twee noodig om eene meerderheid te hebben. Doch hij moet zich haasten en niet karig zijn in het bieden, want, indien het hem niet gelukt althans een schijn van wettigheid te bewaren, blijft er niet anders over dan zijn nederlaag te belijden en terug te treden. Zijn eigen partijgenooten begonnen hem moede te worden; hij bracht hun geen wezenlijke voordeelen aan, en haalde hun bovendien het verwijt van caesarisme op den hals. Op zijn laatste verzoek om militaire hulp, had de President wrevelig geantwoord: "Het is zeer verkeerd, de troepen te gebruiken in het vooruitzicht van gevaar; laat de overheid van den staat naar recht handelen en dan haar plicht doen."--Daar waren nog andere teekenen, dat zijn eigen partij zijne handelingen afkeurde; ook mag hij niet vergeten dat nagenoeg alle fatsoenlijke lieden in Louisiana tot zijne tegenstanders behooren. Kolonel Morrow, een republikeinsch officier, reist door het land, en houdt generaal Sherman op de hoogte der zaken. Morrow bericht, overeenkomstig zijne bevinding, dat het Zuiden trouw is aan de Unie, maar niet gezind zich door scalawags en carpet-baggers de wet te laten stellen. De republikeinsche meerderheid in het Congres, opgeschrikt door den uitslag der algemeene verkiezingen in November, heeft eene commissie benoemd, om te Nieuw-Orleans zelf een onderzoek naar den staat van zaken in te stellen. Drie leden van die commissie, Foster van Ohio, een republikein, Phelps van New-Jersey, een republikein, en Potter van New-York, een demokraat, bevinden zich in de stad: en deze twee republikeinen kunnen kwalijk anders dan met den demokraat instemmen, dat de poging om door middel van de bondstroepen een onwettig bestuur in stand te houden, de eenige oorzaak is van alle wanorde in Louisiana. Tegenover deze dreigende kritiek, is het voor Kellogg dubbel noodig, een eenigszins wettigen grondslag en steun voor zijne handelingen te zoeken: maar waar zal hij dien vinden?

Mac-Enery is niet alleen de meerdere in stemmenaantal, maar in ontwikkeling, kennis en reputatie. Velen van zijne aanhangers, zoo als Penn, zijn luitenant-gouverneur, en Wiltz, zijn kandidaat voor het voorzitterschap der Kamer, zijn mannen gewoon aan de behandeling van zaken en bekend met de eischen en voorwaarden van het openbare leven. Rijkdom, bebeschaving, welsprekendheid, invloed, zijn aan hunne zijde. Onder Kelloggs aanhangers is kwalijk iemand van eenige beteekenis te vinden. Daar zijn vele echte republikeinen onder: lieden, die zich nu eenmaal in het hoofd hebben gezet, dat het voor de handhaving van de gelijkheid der negers noodig is de vrijheid der blanken te vernietigen; maar deze lieden hebben geen stem in de clubs en salons, waar de blanke mannen samenkomen en de blanke vrouwen den toon aangeven. Zij vormen een afzonderlijke groep, die door de fatsoenlijke maatschappij in den ban is gedaan.