# De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877

## Part 11

Book page: https://www.cyberlibrary.org/nl/books/de-aarde-en-haar-volken-jaargang-1877-11317/index.md

Toch werd dit onwettig bevel gehandhaafd, en werd de grove fout tot het einde doorgezet. Dit geschiedde niet in onwetendheid, en nog tot heden, nu de onwettigheid is erkend, en de grove fout door den President zelven beleden, wordt de onwettige staat van zaken met geweld in stand gehouden!

Had Durell dat ongerijmde bevelschrift niet geteekend, dan zouden de Kamers bijeen zijn gekomen en zich onder leiding van gouverneur Warmoth hebben geconstitueerd. Meer dan waarschijnlijk zouden zij de verkiezing van Mac-Enery en Penn wettig hebben bevonden; en het Hooggerechtshof van Louisiana zou ongetwijfeld die uitspraak hebben bekrachtigd. Het bevelschrift van den rechter Durell verzekerde de overwinning aan Kelloggs' aanhangers, en daarmede begon feitelijk de "anarchie."

XVII.

Anarchie.--Reactie.

Des Maandagsmorgens verscheen Packard, met de republikeinsche geloofsbrieven in de hand en gevolgd door de federale soldaten, aan het Mechanics' Institute, in welk gebouw de Kamer zou bijeenkomen. Cesar C. Antoine, met Durell's bevelschrift gewapend, stond aan de deur, om aan te wijzen wie al dan niet mochten binnen gelaten worden. Natuurlijk werd alleen aan de vrienden toegang verleend. Dezen, in de zaal der wetgevende macht vereenigd, begrepen geen tijd met praten te moeten verliezen, want het bevelschrift van Durell gold niet langer dan tot Woensdag, en er was nog veel af te doen, eer de conservatieve leden hunne zetels weer zouden innemen.

In de eerste plaats moest de gouverneur Warmoth worden afgezet, en moest men trachten zich meester te maken van de officiëele processen-verbaal der verkiezingen. Maar hoe kon men zich den wettigen gouverneur van den hals schuiven?

Een neger, Pinchback genaamd, in de wandeling als Pinch bekend, bood, tegen behoorlijke belooning, Kellogg zijne diensten aan. Deze Pinch, een echte windbuil, was vroeger hofmeester geweest aan boord van een stoomboot, later deurwachter in een speelhuis; maar zoo als meer anderen van zijn geslacht, was hij tot de ontdekking gekomen dat de politiek een winstgevender handwerk is dan vaten te wasschen, of op te passen dat de policie de spelers niet kwam overvallen. Door een neger-distrikt tot lid van den Senaat van Louisiana benoemd, had hij, bij toeval, gedurende eenige weken ambtshalve de betrekking waargenomen van luitenant-gouverneur. Zijn mandaat was sinds lang geëindigd: maar in Amerika blijft men levenslang een titel voeren, hoe kort men dien ook werkelijk gedragen hebbe. Een professor blijft altijd professor; een luitenant-gouverneur altijd luitenant-gouverneur. Hoewel hij dus het ambt niet meer bekleedde, had Pinch nog altijd een handvat aan zijn naam.

Die man was geld waard, en Kellogg wist met hem eene schikking te treffen. Pinch zou Warmoth omverwerpen; indien hem dit gelukte, zou hij gedurende eenige dagen waarnemend gouverneur zijn, eene aanzienlijke som gelds ontvangen, en, als men zich op eene of andere wijze van Norton kon ontslaan, zou hij ook als senator naar Washington worden gezonden.

Dit alles aldus bepaald zijnde, voerde Billings den waardigen Pinch in de vergaderzaal van den Senaat, en plaatste hem, met behulp van Cesar C. Antoine, als luitenant-gouverneur op den presidialen zetel. Binnen tien minuten was, onder leiding van Pinch, de vergadering geconstitueerd. Daarop haalde hij een dokument voor den dag, door Billings geschreven, waarin de gouverneur Warmoth van verschillende wanbedrijven werd beschuldigd en zijne afzetting gevorderd. Wederom binnen tien minuten was een besluit in dien zin genomen. De federale troepen stonden gereed, onder bevel van Packard, zoodat alles met den meest gewenschten spoed kon worden afgedaan. Pinch trad nu op als waarnemend gouverneur, nam het Kapitool in bezit, maakte zich meester van het groot-zegel van Louisiana, en vaardigde eene proklamatie uit, waarin hij der wereld zijne verheffing mededeelde.

Niet dikwijls is, hetzij in de werkelijkheid, hetzij in de verdichting, het bespottelijke en ongerijmde tot zulk eene hoogte opgevoerd. Men spreekt met weerzin over de daden van Jan van Leiden, als over een treurige openbaring van menschelijke dwaasheid. De onbeschaamdheid van Sancho Panza doet ons hartelijk lachen, als eene meesterlijke schepping der satire. Maar Munster en Barataria hebben hier hun meerdere gevonden. Pinchback en Antoine in het gestoelte der eere:--dit is, als komisch effect, onovertroffen.

Warmoth weigerde natuurlijk Pinchback te erkennen; en deze laatste wist niet recht wat hem te doen stond, ofschoon hij op Packard en de soldaten rekenen kon. Generaal Warmoth stond bekend als een voortreffelijk schutter, die zonder eenig bedenken, in een tweegevecht, zijn tegenpartij zou neerschieten; het was dus voor Pinch geen zaak, hem persoonlijk te tergen. De conservatieve leden, wien de toegang tot de vergadering geweigerd was, kwamen elders te zamen, protesteerden tegen hunne uitzetting, en riepen de hulp in van Warmoth, als den wettigen gouverneur, tegen een man, die niet de minste aanspraak had op den rang, dien hij bekleedde. Kellogg wist te bewerken dat Pinch als republikeinsch kandidaat voor den Senaat zou worden gesteld. Norton trok te zijnen behoeve zijne kandidatuur in; en men hoopte dat zijne verkiezing tot senator zijne onwettige handelingen in zekeren zin zou goedmaken, althans doen vergeten. Maar Warmoth bleef onverzettelijk. Pinch liep naar Packard om raad te vragen; maar Packard durfde geen raad geven. Ieder rechtsgeleerde in Nieuw-Orleans zeide hem, wat hij trouwens zelf zeer goed wist, dat het bevelschrift, waaraan hij uitvoering gaf, onwettig was. Geen enkele autoriteit erkende Pinch; en ondanks zijne onbeschaamdheid, durfde Packard geen stap verder te gaan zonder nadere machtiging van Washington.

Kellogg, die niets kon doen zonder Pinch, evenmin als Pinch iets zonder Packard, riep toen de hulp in van zijn patroon, President Grant, en zond aan den prokureur-generaal Williams het volgende telegram:

"Nieuw-Orleans, 11 December 1872.

"Als de President op eene of andere wijze te kennen geeft, dat hij het gebeurde erkent, dan zullen de gouverneur Pinchback en de wetgevende macht alles verder in orde brengen."

George H. Williams is voor geen klein gerucht vervaard, en doet in vermetelheid voor niemand onder; maar hij durfde toch den President niet voorstellen om een gauwdief van een neger als gouverneur van Louisiana te erkennen, enkel omdat die gauwdief, met terzijdestelling van alle wettig gezag, zich in den zetel had weten te dringen. Evenwel, zijn bezwaar gold alleen den vorm: voor Pinch, als regeeringspersoon, kon Williams kwalijk eenige achting gevoelen; tegenover Pinch, als partijman, had hij een plicht te vervullen. Hoe zou men het aanleggen, zonder de betamelijkheid en de publieke opinie al te zeer te krenken? Men kon Pinch niet openlijk als gouverneur erkennen. Doch, daar hij de betrekking van gouverneur vervulde, kon men hem den titel geven van "waarnemend gouverneur": op die wijze zou zijne waardigheid, hoewel niet officiëel erkend, toch stilzwijgend aanvaard worden. Williams is een meester in de onbepaalde, huichel- en nevelachtige fraseologie der kanselarijen. Den volgenden dag werd van Washington naar Nieuw-Orleans dit telegram verzonden:

Waarnemend gouverneur Pinchback, Nieuw-Orleans.

Departement van Justitie, 12 December 1872.

"Neem aan dat gij erkend zijt als het wettig uitvoerend gezag van Louisiana, en dat de vergadering in het Mechanics' Institute de wettige wetgevende macht van den staat is. Men stelt voor, dat gij in dien zin eene proklamatie uitvaardigt, en te kennen geeft dat zoowel aan u als aan de genoemde wetgevende macht de noodige hulp zal worden verstrekt om den staat tegen wanorde en geweld te beveiligen."

Krachtens deze machtiging van het Kabinet, werd de gouverneur Warmoth afgezet, en Pinchback door de federale officieren in zijn ambt geïnstalleerd. Niettemin was Pinch niet op zijn gemak, en kon dit ook niet zijn zoo lang de gouverneur Warmoth nog in Nieuw-Orleans vertoefde. Het kon gebeuren, dat die heer hem op straat tegenkwam en duchtig afranselde. Pinch had geen trek in een pak slaag; en daar hij niet alleen over federale generaals, maar ook over federale rechters kon beschikken, wilde hij eens beproeven of het gerecht hem niet van zijn geduchten vijand zou kunnen ontslaan.

Een tweede federale rechter, Elmore genaamd, kwam te Nieuw-Orleans, en Pinch verscheen voor zijn rechterstoel met de oude aanklacht tegen gouverneur Warmoth, en met verzoek dat de gouverneur van zijn betrekking zou worden vervallen verklaard. Elmore was in dit geval geheel onbevoegd: de zaak behoorde te huis bij het Hoog-gerechtshof van Louisiana, dat in deze alleen uitspraak kon doen. Niettemin nam Elmore de beschuldiging aan, en verklaarde, zonder zelfs den beschuldigde te hooren, dat de gouverneur Warmoth als zoodanig was afgezet. Warmoth, die dit vonnis niet aannam, beriep zich op de rechters van Louisiana, en dezen beslisten, dat de handelwijze van Elmore onwettig was, en zijne uitspraak van geene waarde. Elmore wilde nochthans zijn vonnis niet herroepen, en de rechters van Louisiana daagden hem voor hunne rechtbank wegens miskenning van het hof. Hij lachte hen in hun gezicht uit, wel wetende, dat hij, even als Pinch, op het federale leger rekenen kon. Want al deze schandelijke handelingen geschiedden onder bescherming van generaal Emory, die de creaturen van President Grant trouw bijstond.

Gedurende vier of vijf weken regeerde Pinch over Louisiana. Spotters noemden hem Koning Pinch, Zijne Zwarte Majesteit, Lord Paper-Collar (papieren halsboord) en Markies van Pomade. Zij zonden hem verdichte depèches, en lieten bespottelijke besluiten drukken, met zijn naam onderteekend. Eindelijk was de tijd zijner regeering verstreken; hij gaf het Kapitool en het groot-zegel over aan Kellogg, en ontving als belooning den titel van gouverneur, en de waardigheid van senator te Washington, met al de voordeelen en emolumenten aan die hooge waardigheid verbonden.

Zijne verschijning in den Senaat, waar hij eene plaats zou innemen naast de Shermans en Wilsons, de Boutwells en Camerons, te midden der eerwaardige beschreven vaderen der republiek, verwekte een storm, die nog niet is bedaard, hoewel er op dit oogenblik (1875) twee-en-twintig maanden verloopen zijn, sinds hij zijn geloofsbrieven op het bureau deponeerde.

De Senaat benoemde eene commissie, die deze geloofsbrieven moest onderzoeken, en dus ook nazien of zij door den wettigen gouverneur waren geteekend en gezegeld. Daardoor kwam natuurlijk de geheele kwestie ter sprake. De groote meerderheid der commissie bestond uit republikeinen, die voor hunne partij eene stem zouden winnen, als Pinch word toegelaten. Maar tot deze toelating te adviseeren, was voor ernstige mannen toch niet mogelijk. De commissie kwam tot het besluit dat Kellogg geen gouverneur van Louisiana was; dat zijne handteekening geen waarde had; dat het staatszegel van Louisiana was misbruikt, en dat Pinchback geen recht had, in het Congres zitting te nemen.

Na een zeer lang en merkwaardig debat, besliste de Senaat, ondanks de eischen van het partijbelang, en overeenkomstig het voorstel der commissie, dat Kellogg niet de wettige gouverneur was van Louisiana, en Pinchback niet de wettige senator voor dien staat; tevens bepaalde dit hoogste College dat eene nieuwe verkiezing zou worden gehouden, opdat aan de heerschende anarchie op echt-republikeinsche wijze, namelijk door een plebisciet, een einde zou worden gemaakt.

Door den Senaat uitgenoodigd, eene verklaring van zijn gedrag te geven, erkende de President Grant dat de jongste verkiezing in Louisiana "een reusachtig bedrog" was geweest. Hij gaf toe aan het verlangen van den Senaat, dat eene nieuwe verkiezing zou worden gehouden om uit te maken, wie door het volk als gouverneur werd begeerd, generaal Mac-Enery of William P. Kellogg; maar hij behield zich, met het oog op de omstandigheden, de bevoegdheid voor, om het geschikte tijdstip voor deze verkiezing te bepalen. Kellogg, die zich liefst aan geene nieuwe stemming wilde wagen, werd mitsdien gemachtigd, de verkiezing voorloopig, tot gelegener tijd, uit te stellen.

Daar nu alle partijen het eens waren omtrent de nietigheid der laatste verkiezingen, was Warmoth, volgens zijn beweeren, nog steeds de wettige gouverneur, en moest hij zijne functiën blijven waarnemen, tot zijn opvolger was benoemd. Zoo betwistten twee vergaderingen en drie gouverneurs elkander de heerschappij over Nieuw-Orleans. Niemand wist aan wien hij gehoorzaamheid schuldig was: de anarchie was volkomen. [5]

Zeventien maanden lang zuchtte Nieuw-Orleans onder het juk van gouverneurs, die niet konden regeeren, van vergaderingen, die geen wetten konden uitvaardigen, en van gerechtshoven, die elkanders beslissingen vernietigden. Nieuw-Orleans is Louisiana, ongeveer in denzelfden zin als waarin Parijs Frankrijk is. Als Nieuw-Orleans lijdt, lijdt Louisiana, als Nieuw-Orleans herleeft, herleeft ook Louisiana. Onder het zoogenaamde bestuur van Kellogg ging zoowel het publiek krediet der stad te gronde, als de fortuin van een groot deel harer burgers.

Een uitvoerend bewind, uit negers en vreemdelingen samengesteld, tiranniseerde de stad, en verkwanselde de stedelijke goederen; een romp-parlement, [6] waarin de negers, die zich geregeld hun traktement lieten uitbetalen, de meerderheid hadden, nam allerlei besluiten, waaraan alle kracht van wet ontbrak. Een troep negers, door vreemden aangevoerd, voerde, als plaatselijke policie, heerschappij over de straten en kaaien. De zwarte clubs vermenigvuldigden zich, ieder met zijne eigen geheime teekens en wachtwoorden. Zoolang er nog een dollard in de schatkist te vinden was, hielpen deze vreemdelingen zich zelven en hunne aanhangers. Openbare ambten en bedieningen werden verkocht, schuldbrieven van den staat werden verschacherd en vervalscht, en eene rijke welvarende stad werd aansprakelijk gesteld voor een verarmden staat. Vreemde schuldeischers werden bedrogen, en de goede naam der burgers leed schade. De handel ging achteruit: kooplieden en kargadoors lieten hunne magazijnen en kantoren op de kaaien ledig staan; de winkelhuizen in de deftige buurten daalden tot beneden den huurprijs in waarde. De invoer stond bijna stil. De belastingen klommen met zoo verbazende snelheid, dat eigenaars van aanzienlijke huizen hunne vaste goederen aan den staat moesten overlaten. De eenige bezoldigingen welke regelmatig werden uitbetaald, waren die van Kellogg's neger-senatoren, die elke week trouw hun achttien dollars ontvingen. De onderwijzers en professoren bleven onbetaald; de scholen en colleges werden gesloten. De maatschappijen, die voor den aanvoer van drinkwater zorgden, begonnen haar levering te beperken, daar zij niet langer de verschuldigde betaling ontvingen. De ellende was algemeen, zoowel voor rijken als armen. Op sommige avonden bleven de straten donker, daar de directiën der gasfabrieken de kranen hadden afgesloten. De straten van Nieuw-Orleans zijn des nachts nooit geheel veilig, maar gedurende dit noodlottig tijdperk van anarchie nam het kwaad hand over hand toe. De policie-agenten zelven hieven schatting van alle winkels. Deze bewakers der openbare veiligheid waren van wapenen voorzien, en gewapende mannen zorgen er wel voor, dat zij geen gebrek lijden. De levensmiddelen stegen in prijs: visch werd schaarsch, vleesch was niet te bekomen. De gevangenissen en verbeterhuizen werden op de schandelijkste wijze verwaarloosd; dijken en dammen werden doorgestoken, en vruchtbare velden onder water gezet. Het onkruid woekerde alom voort; de katoenplantages verwilderden tot jungles; de dammen en wallen zakten in de rivier, de tuinen en hoven werden wildernissen. Alles, in de stad en daarbuiten, vertoonde den stempel van physieken en moreelen ondergang.

Wee over het trotsche en schoone Nieuw-Orleans! Getroffen in haar hoogste belangen, in haar vrijheid, haar eer, haar handel, haar krediet, in al hare verwachtingen, hief de stad zich eindelijk met de kracht der wanhoop op, en stelde zich zelve deze vraag: Moet het geslacht der blanken, langs de golf van Mexiko, onder gaan?

Het antwoord was niet twijfelachtig. Onmiddellijk volgde eene reactie--eene reactie, die bovenal ten doel had, de kwestie van ras te plaatsen boven die van partij, de republiek boven de republikeinen.

Zij openbaarde zich overal, in de clubs, de salons, de magazijnen en winkels. De beweging was niet zoo zeer gericht tegen de kleurlingen zelven, dan wel tegen de scalawags en vreemde fortuinzoekers, die de kleurlingen enkel als werktuigen ten behoeve hunner partij gebruikten. Stilzwijgend vormde zich eene ligue, eene blanke ligue, in tegenstelling van de zwarte; maar de leden van dit verbond hielden geene samenkomsten, benoemden geen commissiën, en kozen geen bestuurders. Het was nog meer eene overeenstemming in gevoelens, dan een eigenlijk genootschap; maar de europeesche geest is organiseerend van nature, en het kon niet uitblijven of deze gemeenschappelijke overtuiging onder de blanke bevolking moest welhaast een bepaalden vorm aannemen. Daar bijna iedere blanke in Nieuw-Orleans soldaat is geweest, vormden de leden van het verbond reeds van zelve een leger, dat binnen eenige uren tot den strijd gereed kon zijn.

Dit verbond versterkte en verlevendigde de hoop en het vertrouwen van dezulken onder de blanke burgers, die een einde wenschten te maken aan de heerschende anarchie, door den vreemdeling Kellogg uit Nieuw-Orleans te jagen, den zwarten pakkedrager Antoine terug te zenden naar het douane-kantoor, en generaal Mac-Enery en generaal Penn als gouverneur en luitenant-gouverneur te installeeren.

Inmiddels naderde de dag, waarop de nieuwe verkiezingen voor de Kamer moesten plaats hebben. De burgers wenschten dat die verkiezingen eerlijk en in volle vrijheid zouden geschieden: althans voor zoo ver dat mogelijk was, nu de kiezerslijsten waren opgemaakt door scalawags en leden van het zwarte verbond. Maar geene vrije en eerlijke verkiezing was denkbaar, zoo lang de vreemde indringers zich niet verwijderd hadden. De republikeinsche senatoren in Washington waren het hierin eens met de conservatieve senatoren in Nieuw-Orleans, dat Kellogg niet de wettige gouverneur van Louisiana was. Maar wat konden de blanke burgers doen om hem tot heengaan te nopen?

Op Maandag den 14den September 1874, des morgens ten elf uur, kwamen de burgers in groote menigte bijeen in de Kanaalstraat. De leider der vergadering, R.H. Marr, plaatste zich aan den voet van het kolossale standbeeld van Henry Clay, en legde der menigte de vraag voor, of zij nog langer de heerschende anarchie wilde dulden? De burgers antwoordden met luid geroep, dat zij de voorkeur gaven aan de tirannie, waaronder zij gezucht hadden vóór de uitvaardiging der Reconstruction Act. [7] Een soldaat, hoe streng despoot hij mocht zijn, was toch altijd een man van orde en tucht; hij handhaafde althans de openbare orde op straat en bewaarde het Kapitool voor verontreiniging. De regeering van een man als Hancock was een zegen, vergeleken bij die van Kellogg. Onder een federaal officier, geen huichelachtige schijn van vrijheid, burgerlijke orde en republikeinsche instellingen: het despotisme zou onverholen aan het licht treden en Louisiana geregeerd worden als een turksche provincie. Toch gaven de burgers de voorkeur aan een man van ijzer en bloed boven een carpet-bagger; want geen erger en smadelijker lot was te bedenken dan overgeleverd te zijn aan de willekeur van vreemde avonturiers, die in het land geen anderen steun hadden dan een leger van vreemde soldaten en het zwarte gepeupel.

De vergadering besloot dat vijf burgers zich naar het Kapitool, in de straat Saint-Louis, zouden begeven, en in naam van het vrije en souvereine volk, William P. Kellogg, als vreemdeling in de stad, zouden uitnoodigen, zich te verwijderen.

Kellogg sloot zich op in zijne vertrekken, omringd door zijne zwarte lijfwacht, maar zond Billings en een officier van zijn staf om met de afgevaardigden te onderhandelen. "Gij verlangt dat de gouverneur zich verwijdere! zeide Billings. Hij weigert te luisteren naar eene deputatie van eene gewapende menigte, die bovendien met eene bedreiging komt."

De burgers, in de Kanaalstraat vergaderd, waren niet gewapend, zoo als Kellogg en Billings trouwens zeer wel wisten. Immers, een uur later telegrafeerde Packard zelf aan den prokureur-generaal Williams:

"De deelnemers aan de meeting waren over het algemeen ongewapend."

Dit praatje van wapenen en bedreiging was dan ook bestemd voor Washington en New-York, niet voor Nieuw-Orleans, waar men de waarheid kende.

"Keert thans naar uwe woningen terug, Heeren, zeide Marr. Voorziet u van levensmiddelen en dekens, en komt ten twee uur heden middag weer bijeen: gij zult dan wapens en aanvoerders gereed vinden."

Packard, wien deze demonstratie niet aanstond, had reeds naar Jackson, in Mississippi, getelegrafeerd, en om troepen gevraagd. In den loop van den morgen was eene kompagnie soldaten te Nieuw-Orleans aangekomen, en in het douane-kantoor ingekwartierd. Nu telegrafeerde hij op nieuw naar Holly-Springs, en ontving ten antwoord, dat nog vier kompagniën tot zijne hulp zouden worden afgezonden. Voorziende wat gebeuren zou, zond hij, in de vreugde zijns harten, het volgende telegram naar Washington: "Hoogst waarschijnlijk zal het heden avond tot eene botsing komen. Ik heb eene afdeeling federale troepen in het douanekantoor. Vier kompagniën zijn in aantocht van Holly-Springs. De plaatselijke autoriteiten hebben eenige honderden manschappen onder de wapenen in het Kapitool en de arsenalen."

Zoodra Marr zich verwijderd had, liet Kellogg generaal Badger ontbieden, en ontwierp met hem het plan van een aanval op de blanke bevolking. De policiemacht, waarover Badger, een carpet-bagger, het bevel voerde, bestond uit een regiment, uitgerust en gewapend als de iersche konstabels en voorzien van een artilleriepark. Deze gewapende macht staat in dienst van de stad en wordt door haar betaald; in gewone tijden is de mayor (burgemeester) met het opperbevel belast, maar de vreemde indringers hadden zich het gezag van den mayor aangematigd, de blanken uit de dienst verwijderd, en de gelederen gevuld met groote, sterkgespierde negers. In handen van Badger was deze policie eigenlijk niets dan eene zwarte pretoriaansche garde.

Badger bezette nu de Kanaalstraat, en was daardoor meester van de voornaamste straten, die van de kaaien naar het meer voeren en deze hoofdstraat snijden; tevens scheidt de Kanaalstraat de fransche wijk, waarin zich de straat Saint-Louis bevindt, van de engelsche wijk, waarin de meeste blanken wonen. Hij had drie stukken geschut bij zich; tweehonderd man van zijn neger-regiment stonden onder de wapenen, rondom het standbeeld van Henry Clay.

Bij groepjes van twee en drie vereenigden zich de ongewapende burgers in de nabijheid van het plein Lafayette; en ten twee uur in den namiddag bezetten zeventienhonderd hunner de voetpaden van de Poydrassstraat en de aangrenzende straten.

Op een gegeven bevel, vormden de burgers, die zeer goed hun plicht schenen te kennen, zich tot kompagniën en bataillons, en werden barrikaden opgeworpen. Op last van den luitenant-gouverneur Penn, werden geweren, in alle haast uit een stoomboot ontscheept, onder de menigte rondgedeeld; en generaal Ogden, een oud soldaat, nam het opperbevel op zich.

