De aardbeving van San Francisco De Aarde en haar Volken, 1907
Chapter 3
Veel voorschriften waren feitelijk reeds van vroegere aardbevingen bekend, en o.a. de Universiteit van Stanford is voor een groot gedeelte overeenkomstig die voorschriften gebouwd en in dat gedeelte dan ook zoo goed als onbeschadigd gebleven. Maar zorgeloosheid en winzucht hebben overal tot afwijkingen en ontduikingen geleid, en de straf voor deze is verschrikkelijk. Zij treft echter zoo dikwijls anderen dan juist de schuldigen, dat men thans algemeen inziet dat de handhaving dier voorschriften een zaak van algemeen belang is, meer nog dan dat van den bizonderen eigenaar. Vooral de brand trof in hoofdzaak onschuldigen.
Een vraag, die hier natuurlijk telkens besproken wordt, is die naar de kans van een herhaling der aardbeving. Het is aan aardbevingen eigen, dat zij zich herhalen. Gedurende eenige uren worden zij door talrijke kleinere schokken gevolgd, dan worden deze allengs zeldzaam, maar zij zijn eenige weken lang toch nog vrij talrijk, en daarna heeft men nog eenige maanden waarin van tijd tot tijd herhalingen voorkomen. Al deze schokken zijn echter ongevaarlijk; zij hebben ook ditmaal geen schade berokkend. Men schrijft ze daaraan toe, dat de aarde zich eerst allengs volledig kan ontdoen van de spanningen, die de eerste scheur veroorzaakten. De grond zet zich langzaam, om het zoo eens uit te drukken. Wellicht gaat aan elke schok het ontstaan van een grootere of kleinere secundaire scheur vooraf, die het middel is, waardoor de spanning wordt opgeheven.
De aardbeving van 18 April begon des morgens om 5u. 12m. 6sec. volgens den tijd van Californië. Zij eindigde 5u. 13m. 11sec. en duurde dus één minuut en vijf seconden. In het eerste uur daarna werden twaalf kleinere schokken seismographisch opgeteekend, in de volgende twaalf uren nog 31. Dit duurde met afnemend aantal gedurende eenige dagen voort, en nog onlangs, op 19 Juli, werd des nachts door velen een zeer duidelijke schok gevoeld.
Een zeer eigenaardige beschouwing, die ik hier vernam, is de volgende. Zij geeft een denkbeeld van de hoop der Amerikanen en hun vertrouwen op eigen werkkracht. Wat zou men kunnen doen om aardbevingen te voorkomen? Zou dit mogelijk zijn? Natuurlijk niet de kleinere, want die berokkenen geen schade. Maar zou het denkbaar zijn, schokken als van 18 April te voorkomen? Het schijnt ongerijmd, maar is het ongerijmder dan de telefonie was vóór Bell? Er is natuurlijk geen sprake van om in eens een middel te vinden. Maar een weg daartoe schijnt toch uit de ervaringen te kunnen worden afgeleid. Men kan daarbij uitgaan van het beginsel, dat een aardbeving een vereffening van spanningen is, en alleen dan verwoestend, als die spanningen te groot geworden zijn. Kon men dus een aardbeving zóó verdeelen, dat zij uit een aantal kleinere schokken bestond, dan zouden allen te zamen wellicht ongevaarlijk zijn. Men zou dan een middel moeten vinden, om het ontstaan dier spanningen rechtstreeks waar te nemen en ze te meten, en dit is, nu men weet waar men ze ongeveer te verwachten heeft, volstrekt niet onmogelijk. Kon men dan de oude barst openhouden, dan zou de weerstand tegen de opheffing slechts klein behoeven te zijn, en waarschijnlijk zouden de schokken dan gebroken kunnen worden. Of kon men de trillingen zelve lang vóór dat de spanning te groot werd, grooter doen worden, dan zouden kleine vereffeningen en dus onschadelijke schokken allicht de plaats der grootere aardbevingen kunnen innemen. Dit zijn alle natuurlijk nog maar vage beschouwingen, en de krachten die hier in werking zijn zullen misschien ten slotte toch te groot zijn om door den mensch beheerscht te worden. Maar dat men zulke beschouwingen verneemt, pleit voor den moed van het volk, en tevens opent het de kans, dat ook op dit gebied eenmaal een gelukkig toeval en een geniaal verstand samenwerken, om onze macht over de natuur tot welzijn van het menschdom te vergrooten.
Inmiddels zitten de Californiërs niet stil. De ramp heeft hen niet terneergeslagen. Overal is men vol moed bezig te herstellen en te herbouwen. Wanneer een volgende aardbeving zal komen en hoe krachtig zij zal zijn, kan men nog niet weten. Maar aardbevingen met zulke verwoestende gevolgen zijn in den loop der geschiedenis zeldzaam en er is geen enkele reden om te denken dat zij in de toekomst veelvuldiger zullen worden. Lange perioden van rust volgen op iederen grooten schok. De aarde moet heel wat afkoelen voordat er weer zulke spanningen kunnen ontstaan. De kansen zijn gering, in elk geval klein genoeg om het herbouwen der verwoeste steden ten volle te rechtvaardigen. Andere landen mogen mindere kansen hebben, maar geheel vrij van gevaar is toch misschien geen enkele streek. Ten minste geen streek, groot genoeg voor een land als Californië. En nergens zijn de rijkdommen van den bodem en van het klimaat zoo onvergelijkelijk groot, nergens biedt een haven zulke onschatbare voordeelen als die van San Francisco. Alles samengenomen is het nadeel van de kans op aardbeving toch veel kleiner, dan het voordeel van alle goede eigenschappen des lands. Vooral als de leeringen der vroegere rampen eerlijk en zonder uitzondering in praktijk zullen worden gebracht. De kleinere steden herrijzen spoedig uit hun puinhoopen, maar het zal jaren duren vóór San Francisco zich weer geheel hersteld heeft. Dan echter zal het de parel van het Westen zijn, zoo schoon als nog nooit een groote handelsstad geweest is.
De Stanford-Universiteit.
Naast de ramp van San Francisco wordt onder de gevolgen der aardbeving de verwoesting van een deel der gebouwen van de Universiteit van Leland Stanford Junior te Palo Alto wel het meest besproken. De aardbeving heeft hier een groot aantal gebouwen getroffen, die om hun bouw algemeen bewonderd werden. Van de allerschoonste daaronder zijn de kunstwerken geheel of ten deele vernietigd. Iedereen in Californië kent, zij het ook slechts door afbeeldingen en beschrijvingen, de Memorial Arch en de Memorial Church. De eerste is onherstelbaar beschadigd en moet afgebroken worden, en daarmede gaat wellicht het meest imposante kunstwerk van Californië verloren. Van de kerk is de koepel ingevallen en het dak rondom vernietigd, de muren met hun beschilderde glasruiten zijn echter zoo goed als onbeschadigd gebleven. De voorgevel echter heeft zijn fraaie muurbeschildering verloren, en het is zeer twijfelachtig of die zal kunnen hersteld worden.
Al deze rampen hebben echter aan de Universiteit een zeer duidelijke vingerwijzing gegeven omtrent de waarde van verschillende wijzen van bouwen. Een aardbeving is rechtvaardig, maar een brand is onrechtvaardig, zeide President Jordan toen ik hem in Juli bezocht. De aardbeving spaart wat goed is en vernielt wat slecht is, maar een brand tast alle huizen en gebouwen zonder onderscheid aan. Wat goed gebouwd was, d.w.z. overeenkomstig met de ervaringen bij vroegere aardbevingen opgedaan, heeft op 18 April weerstand geboden, maar wat uit zuinigheid minder deugdelijk opgetrokken was, is terneergeworpen of zoo gebroken, dat de kosten van het herstellen veel hooger zullen zijn dan de sommen, die men bij den bouw meende te kunnen besparen. Deze ervaring is geheel dezelfde als die men ook te San Francisco en elders opgedaan heeft; maar nergens zijn de feiten zoo sprekend en zoo eenvoudig en onweerlegbaar als hier.
Palo Alto en de Stanford-universiteit liggen veel dichter bij de barst, die de aardbeving veroorzaakt heeft, dan San Francisco en Santa Rosa. Van het campus uit ziet men, in het westen, het Santa Cruz-gebergte zich als een lange lijn van noord naar zuid uitstrekken. De barst loopt langs den voet van dit gebergte aan de zijde van Palo Alto door een smal dal. Tusschen dit dal en de Universiteit ligt een reeks van lage heuvels, die voor een groot deel tot het grondgebied der stichting behooren. De afstand van de Universiteit tot de barst is slechts 4 1/2 mijl. De grond waarop de hoogeschool en de stad liggen is bijna vlak en daalt in zeer zachte helling van de heuvels in het westen naar de golf van San Francisco in het oosten. Deze is zoo dicht bij, dat men het blauwe water van verschillende punten zien kan. De grond is dus aangeslibd, een vrij vaste klei vormende, zooals die hier algemeen voorkomt en onder den spaanschen naam van adobe bekend is. Het is dezelfde klei, waarvan in de regenlooze woestijnstreken de lage huizen der Mexicanen gebouwd worden, zonder dat de klei gebakken wordt. In zulk een grond plant zich de aardbeving als machtige golven voort, die niet kort en scherp stooten als op rotsgrond, maar langzaam en krachtig de gebouwen heen en weer schudden. Hoe zij werken kon men het duidelijkst aan de boomen op het campus zien. Zoolang als de schokken duurden werden deze heen en weer geslingerd en nu eens naar rechts, dan weer naar links met hun takken ter aarde gebogen. Daarbij bewogen zij zich niet allen in een zelfde tempo, maar terwijl de een naar het oosten boog, kromde een ander zich naar het westen, en weer andere in andere richtingen. De boomen leden daarbij hoegenaamd geen schade; het is onbegrijpelijk hoe buigzaam en elastisch zij onder de werking van zulke groote krachten zijn. Op de barst zelve zijn, in het Santa Cruz-gebergte, een aantal boomen gebroken en neergeveld, ook van de reuzen van het gebergte, de Sequoia sempervirens. Zij werden nu eens van onderen af opgescheurd, dan weer onttopt, of ook midden doorgebroken, maar dit was natuurlijk een gevolg van den dubbelen stoot, die ze tegelijkertijd in twee tegenovergestelde richtingen trachtte te verplaatsen.
De trillingen of golven in de aardkorst, die het gevolg van het plotseling openscheuren en de daarmede gepaard gaande verschuiving van de randen der barst zijn, vormen wat men gewoonlijk de aardbeving noemt. Men kan zich voorstellen dat die golven zich van de scheur af zijwaarts voortplanten, maar ook van elk punt der scheur in schuine en schuinere richtingen. Die welke rechtstreeks van de scheur kwamen gedroegen zich als gewone onschadelijke aardbevingen, en al wie op dit gebied voldoende ervaring had, meende aanvankelijk met zulk een goedig geval te doen te hebben. Maar de golven die in schuine richting aankomen, loopen natuurlijk tegen elkander in, waarbij zij elkander kunnen opheffen of versterken, of wel te zamen tot een snel draaiende beweging aanleiding geven. Deze opvatting komt in hoofdzaak, hoewel niet geheel, met de vroeger besproken seismographische aanteekeningen overeen; ik geef haar zooals zij mij werd medegedeeld. Aan de draaiende beweging werd vooral de vernielende werking van deze aardbeving toegeschreven. In het huis van President Jordan, dat op de grens van de groote groep van gebouwen ligt, scheen het alsof de natuur trachtte het houten huis rondom de steenen schoorsteenen te wringen. Het hout gaf toe en liet zich buigen, en de bouw was stevig genoeg om alles in één te houden. Maar het pleister werd afgewrongen en gebarsten, vooral dat van de schoorsteenen maar ook over groote gedeelten der kamerwanden. Boeken werden uit hun kasten naar het midden der kamer geworpen; daarop kwamen de vazen, borden en ander aardewerk terecht, die rondom de wanden sierden, en zij vielen zoo zacht op de boeken, dat er betrekkelijk slechts weinig van gebroken werd. Maar ook meubels werden naar het midden geslingerd; in een vertrek viel zelfs de piano voorover. Schilderijen en platen die aan koorden hingen, slingerden in de korte oogenblikken dat de muur schuin stond; soms draaiden zij daarbij om en kwamen met hun voorzijde tegen den muur weer op hun oude plaats terecht. Alles toonde later nog aan dat de draaiende en heen en weergaande bewegingen, die men in die lange minuut meende gezien te hebben, ook werkelijk zoo hadden plaats gevonden.
Het is natuurlijk niet mogelijk, de waargenomen verschijnselen in alle bizonderheden te verklaren. Van een rij van aarden kannen werden enkele omlaag geworpen, terwijl andere onbeschadigd op hun plaats terug kwamen. In de kelderverdieping van het zoölogisch laboratorium zijn de rijke verzamelingen van visschen uit alle werelddeelen, die Prof. Jordan voor zijn studiën over de oorzaken der geographische verspreiding in den loop van vele jaren bijeengebracht heeft, op houten rekken als in een bibliotheek geplaatst. Elke vischsoort, en de exemplaren van elke vindplaats zijn in een flesch gebracht en worden hierin in spiritus bewaard. Van die flesschen waren er een groot aantal op den grond gevallen en gebroken, maar andere flesschen, op hetzelfde rek en op de zelfde plank, waren niet merkbaar van hun plaats geweken. Volkomen grillig had de aardbeving sommige soorten trachten te vernielen en andere gespaard. Soms lagen de flesschen naast elkaar op den grond, gebroken, doch met den inhoud nog er in of erbij, zoodat elke visch weer bij zijn etiquette terecht gebracht kon worden. Soms echter lag alles zoo wanhopig dooreen, dat men, om ze niet te laten bederven, eenvoudig den heelen hoop der visschen met al hun etiquetten dooréén, samen voorloopig in een groote flesch in spiritus gebracht had. Gelukkig trof dit noodlot vooral de verzameling van gedetermineerd en volledig beschreven materiaal, zoodat door raadplegen van de beschrijving, elk exemplaar weer terecht gebracht kan worden. In een andere kamer stonden echter de nog onbeschreven visschen, en hier zal het in vele gevallen wellicht niet mogelijk zijn, voor elk exemplaar het bijbehoorend etiquette, waarop de vindplaats vermeld is, terug te vinden.
Deze grilligheid, die in zulk een verzameling zoo zeer in het oog loopt, vindt men nu overal in de gebouwen terug. In groote trekken is er geen twijfel aan, dat de graad van soliditeit beslist, en men kan dit tot in vele bizonderheden aantoonen. Maar ten slotte staat men altijd voor de vraag, waarom een bepaalde boog gebroken is, terwijl zijn buren heel bleven, of waarom uit een gevel juist dit stuk uitgevallen is, en niet het aangrenzende. Al die bijzonderheden behooren als onderdeelen van het geheele beeld opgemerkt te worden, maar tot de verklaring der verschijnselen dragen zij niet bij.
De Universiteit is oorspronkelijk, omstreeks het jaar 1890, gebouwd als een langwerpig vierkant van gebouwen. De geheele groep omgeeft, in een dubbele rij, een plein van dien vorm. De gebouwen wier gevel naar het plein is toegekeerd, vormen het inwendig Quadrangle: daar rondom staat het uitwendig Quadrangle met de gevels naar buiten gekeerd. Beide gevelfronten zijn rondom gevormd door een zuilengalerij in Spaanschen stijl, en de gebouwen zelve zijn, met eenige uitzonderingen, slechts één verdieping hoog. Deze oorspronkelijke gebouwen zijn, volgens de plannen van den heer Stanford en onder diens toezicht, hoogst soliede gemaakt, en hebben dan ook zoo goed als geen schade geleden. Daarbij moet natuurlijk afgezien worden van het pleisterwerk, dat overal gebroken en gebarsten is, en van enkele schoorsteenen.
De geheele Universiteit is gebouwd van zandsteen, zooals die hier in den omtrek gevonden wordt en onder den naam van San Jose-zandsteen bekend is. Het is een mooi, grijsgeel gesteente. Het wordt voor de binnenzijde der muren meest glad afgehouwen, maar aan de buitenzijde ruw gelaten, waardoor een zeer bepaalde indruk van het geheel verkregen wordt. De oude gebouwen waren gemaakt van steenen, die elk zoo dik waren als de geheele muur, en die met cement aan elkaar waren bevestigd. Deze methode bleek dus zoo volkomen te voldoen, als men tijdens den bouw verwacht had. Wel is het een dure bouwwijze, en om haar goed te doen uitvoeren, heeft men de werken in eigen beheer genomen. Mochten de kosten bezwaar maken, dan bestreed de heer Stanford dit steeds met de woorden: "Reken op een aardbeving."
De galerij van arcaden, die rondom het plein en rondom het buitenste vierkant der gebouwen, telkens als één geheel doorloopt, is niet geheel zonder schade ontkomen, ofschoon zij op dezelfde wijze gebouwd was. Maar de bogen rusten natuurlijk op zuilen, die op afstanden van elkander staan, en dit kan op zich zelf ternauwernood als een hooge graad van soliditeit beschouwd worden. Daarenboven waren de bogen niet aan de gebouwen verbonden, maar stonden zij feitelijk los; het dak der galerij is van hout gemaakt, dat eenvoudig op de beide muren rust, zonder ze op eenige wijze soliede te verbinden. Op ééne plaats, n.l. achter de kerk, waar deze galerij over een lengte van een groot aantal bogen geheel zonder gebouw was, zijn de bogen allen omgeworpen, maar overigens zijn zij zoo goed als volkomen gespaard geworden. Toch werden zij door de aardbeving in lange golven opgetild en weer neer gezet, en bedroeg de verplaatsing daarbij, zoover men na kon gaan, ongeveer 5-10 c.M. Hier en daar is daardoor een boog opengebarsten, en het kon voorkomen dat een of twee der wigvormige steenen, waaruit zulk een boog pleegt te bestaan, losraakten en tijdens de optilling omlaag schoven. Dan bleven zij zoo zitten, nu eens meer, dan weer minder naar onderen tusschen hun buren uitstekend. Aan een aantal bogen heb ik dit gezien, en dan liep natuurlijk een barst van den verschoven steen door de muur boven de boog omhoog.
Het merkwaardigste echter gedroegen zich de bogen tusschen het inwendige Quadrangle en het Memorial Court, dat van den Memorial Arch daarheen leidt. Het zijn één middenboog en twee kleinere zijbogen, en dit zoowel links als rechts van het pad dat tusschen de beide pleinen doorloopt. Elke boog rust op een vier-dubbele zuil van bijna manshoogte; de twee middelste zijn telkens vierkant, doch de beide buitenste rond. Aan den boog en aan hun voetstuk waren ze met cement verbonden. De aardbeving, die in golven over het terrein trok, heeft daarbij deze bogen opgetild en neergelaten, of misschien wel onder hen den grond omlaag getrokken en weer omhoog geschoven. Het gevolg was, dat de bogen van hun zuilen losbraken. Nu eens scheurde het cement boven een zuil en dan bleef deze staan; dan weer onder een zuil, zoodat deze bleef hangen. Maar bij een aantal zuilen brak het cement aan beide einden door. Dan begon de zuil om te vallen, terwijl de boog van haar weggetild werd. Doch alles ging uiterst snel, en voor dat de zuil meer dan duidelijk in een schuinen stand geraakt was, daalde de boog en klemde hij de zuil in dien stand vast. De geweldige schok brak de kanten waar de aanraking begon en schilferde soms groote stukken van den zandsteen af. Met de grootste belangstelling ging ik deze standen na, geholpen door de aanwijzingen van President Jordan. Niets was nog hersteld en men kon alles duidelijk zien, zoowel de een handbreed uit hun oude plaats verschoven zuilen als het losgebroken cement, de afgespleten schilfers. Alles stond en rustte op elkaar, maar bijna niets stond precies op zijn plaats. Meer dan door de grove verwoestingen werd ik door deze fijne verschijnselen getroffen, door de geweldige krachten die noodig moeten zijn om zulke veranderingen teweeg te brengen en door den solieden bouw van de bogen en de muur daarboven, die dit alles doorstaan hadden zonder te bezwijken, ja zonder zichtbare barsten te vertoonen. Toch waren deze muurstukken zoolang als het Memorial Court breed is; de middelste boog was even breed als de groote boog van den Memorial Arch.
De ingang tot den Memorial Court, en daarmede tot de geheele Universiteit wordt gevormd door den Memorial Arch, een poort, die in hoogte voor den Arc de l'Étoile onderdoet, maar die door haar massieve vormen, haar harmonie met de omgeving en de sober maar trots aangebrachte versieringen den diepsten indruk op mij maakte. Van dat schoone geheel, dat ik voor twee jaren zoo zeer bewonderde, stond nu nog slechts een onherstelbare ruïne. De boog zelve en de beide vierkante gebouwen waarop zij rustte, stond nog; zij waren in den zelfden stijl opgetrokken als de overige oude gebouwen van het Quadrangle. Maar boven den boog was een fries geplaatst, de ontwikkeling der beschaving op deze aarde in haar beteekenis voor Amerika en haar kroning door de stichting dezer Universiteit voorstellende. Daarboven was een even hooge zuilengalerij en dan volgde weer een kapiteel. Die zuilengalerij omgaf een groote zaal; zij is door de aardbeving geheel omlaag geworpen, deels in de zaal, deels achter en naast den boog vallende. De breuk ging vlak boven het fries langs en daardoor zijn de hoofden van bijna al deze levensgroote figuren min of meer onherstelbaar beschadigd geworden. Naar die zaal geleidden twee trappen, van buiten aan de raampjes kenbaar. Langs deze lijnen is het gebouw van boven tot iets dieper dan halverhoogte opengescheurd met wijde barsten. De losgeraakte buitenmuren stonden zóó wankel, dat men ze voorloopig met ijzeren kabels aan het gebouw bevestigd heeft, in afwachting der latere afbraak. Het is niet onbelangrijk de verklaring van de werking der aardbeving op den boog te lezen in een beschrijving, die daarvan in 1903 in het blad Palo Alto Live-Oak gegeven werd, dus langen tijd vóór de aardbeving. Men leest er: "Het metselwerk is massief tot aan den top van den boog, met uitzondering van de groote zaal in het bovengedeelte en van de trappen die daarheen geleiden". Juist deze uitgezonderde gedeelten hebben geleden, het overige niet.
Het is een treurig gezicht het fraaie allegorische fries met zijn tallooze relief-figuren die rondom het gebouw een grooten optocht vormen, in dezen toestand te zien. Aan de voorzijde, midden boven den ingang, staat de Beschaving, het begin en het eind van den optocht. Eerst komt de ontwikkeling van het menschdom vóór Columbus in enkele forsche figuren, dan de ontdekking van Amerika en de snelle groei der Vereenigde Staten. Een hoofdaandeel daaraan hebben de spoorwegen en onder deze vooral de eerste transcontinentale, die door den heer Stanford ontworpen en tot stand gebracht werd. Dit werk, waaraan Californië zijn bloei te danken heeft, is tevens een der voornaamste bronnen geweest van de schatten, waarmede de heer Stanford deze Universiteit stichtte. Men verhaalt dat Stanford, toen hij het denkbeeld van een lijn dwars door de Rocky Mountains opgevat had, stuitte op onoverkomelijke bezwaren van de zijde der ingenieurs. Toen besloot hij door te zetten, en begaf zich met zijne vrouw naar de streek, om deze met haar te paard door te trekken tot hij de lijn zou gevonden hebben, waarlangs de spoorweg kon en moest gaan. Tehuis gekomen liet hij zijn reisjournaal uitwerken, en waar hij eenzaam reed door woeste streken en met de hoop op een wellicht verre toekomst, rijden thans millioenen in de Pullman-cars met snelle vaart van het dicht bevolkte oosten naar het land der onafzienbare productie. Men ziet op de fries de echtgenooten te paard in het woeste rotsgebergte, gevolgd door werkvolk dat de rotsen doorhakt en door een locomotief. Midden door deze groep gaat helaas de groote barst, die nu een meer dan een meter wijde gaping is. Het schoone en imposante is verdwenen en herstel zoo goed als niet mogelijk, men zou bijna een geheel nieuwe Arch moeten optrekken. Het is een droevig denkbeeld dat juist de beide groote monumenten, de boog en de kerk, die de ouders voor hun geliefden zoon hebben opgericht, door deze aardbeving zoo volkomen zijn getroffen.