Cleopatra: historische roman van George Ebers

Part 39

Chapter 39820 wordsPublic domain

De naald van Iras had haar getroffen. Het vergift werkte snel. Iras werd door een duizeling overvallen en kon zich nog slechts met moeite staande houden.

Juist was Charmion neergevallen, toen er buiten luid werd geklopt op de gesloten deur, en de stemmen van Epaphroditus en Proculejus geboden met drift die te openen.

Daar er geen antwoord kwam, liet men het slot van de deur met onstuimigen spoed openbreken. Men vond Charmion, bleek en ontdaan aan de voeten harer gebiedster, doch Iras was, ofschoon wankelend en reeds half bedwelmd door het vergift, bezig haar diadeem recht te zetten, die verschoven was. Haar laatste zorg was haar geliefde meesteres te sparen voor alles wat zou kunnen afbreuk doen aan de schoonheid van haar uiterlijk.

Ontzet, en buiten zichzelven van toorn, ijlden de Romeinen op de vrouwen toe. Epaphroditus had Iras nog bezig gezien met den tooi van Cleopatra. Hij trachtte nu hare gezellin op te richten, en riep haar verwijtend toe: »Dat is wat schoons, Charmion!" Doch zij raapte hare laatste kracht bijeen en antwoordde met brekende stem: »Ja, iets zeer schoons, zooals het voor de afstammeling van zoovele heerschers past."[23]

[23] De uitroep van den Romein en het antwoord der stervende trouwe Charmion, zijn woordelijk volgens het verhaal van Plutarchus.

Toen sloot zij de oogen, doch Proculejus, de dichter, die lang met ontroering had gestaard in het trotsche, schoone gelaat der vrouw tegen wie hij zoo zwaar had misdreven, zeide: »Zij werd gevierd door de grootsten, bemind door de hoogstgeplaatsten, zooals geen andere vrouw op aarde. Haar roem weergalmde van volk tot volk over de geheele wereld. Hij zal voortklinken van geslacht tot geslacht; doch hoe luide hij haar betooverende bevalligheid prijst, den gloed harer liefde, die den dood overleeft, haar geest, kennis, heldenmoed, waarmede zij, de vrouw, den dood verkoos boven de schande--toch zal hij ook niet vergeten den lof te verkondigen van deze twee.--Hare trouw heeft dat verdiend. Onbewust hebben zij door haar wonderbaar einde voor haar gebiedster het schoonste gedenkteeken opgericht; want hoe waarlijk goed en beminnenswaardig moet de vrouw zijn geweest, die na den diepsten val het voor degenen, die haar het naaste stonden, zoeter deed schijnen te sterven, dan zonder haar te leven."

De tijding van den dood der geliefde, gevierde Vorstin veranderde Alexandrië in een huis van rouw. Een uitvaart van ongeëvenaarde pracht en plechtigheid, waarbij veel oprechte tranen werden gestort, eerde hare nagedachtenis.

Voor Octavianus was een zijner schitterendste plannen door haar dood verijdeld, en vol woede had hij den brief gelezen, waarin Cleopatra hem met eigen hand meedeelde, dat zij van plan was te sterven. Toch was hij het verschuldigd aan den roem zijner grootmoedigheid, haar een begrafenis toe te staan, die haar rang waardig zou zijn. Aan dooden, die niet langer gevaarlijk voor hem waren, kon hij licht ruimschoots genade bewijzen.

Ook door de behandeling die hij haar kinderen liet ondervinden, deed hij de wereld de zachtmoedigheid zijner gezindheid bewonderen. Octavia, zijn zuster, nam hen in haar eigen huis, en liet hunne opvoeding aan Archibius over.

Toen het bevel was gegeven, dat alle standbeelden van Antonius en Cleopatra moesten worden omvergeworpen, gaf Octavianus nogmaals aan zijne tijdgenooten een bewijs zijner vergevensgezindheid, door te gebieden dat de standbeelden der Koningin, die talrijk waren te Alexandrië en in geheel Aegypte, moesten blijven staan en onderhouden worden. Trouwens, hij was daartoe gebracht door de aanzienlijke som van tweeduizend talenten, die een Alexandrijn in zijn schatkist had doen vloeien om deze grootmoedige daad te bewerken. De voortreffelijke vriend, die zich tot een arm man had gemaakt om aan de nagedachtenis der dierbare overledene dezen dienst te bewijzen, heette Archibius.

Dus bleven de standbeelden der ongelukkige vorstin ook nog in later tijd onaangeroerd de plaats versieren, waar zij waren opgericht.

De sarcophagen van Cleopatra en Marcus Antonius, waarnaast ook Iras en Charmion rustten, waren steeds overladen met bloemen en geschenken aan de dooden. Het grafteeken der veelgeliefde Koningin trok als een plaats der bedevaart vooral de vrouwen van Alexandrië aan; maar ook uit ver verwijderde streken, en nog in later tijd, kwamen trouwe harten die haar betreurden, het bezoeken, en onder die ook de kinderen van het beroemde paar, dat hier in den dood vereenigd was: Cleopatra Selene, die later de gemalin werd van den geleerden Numidischen koningszoon Juba; Antonius Helios, en de tot man gerijpte Alexander. Archibius, hun leeraar en vriend, vergezelde hen. Hij had er voor gezorgd, dat het aandenken hunner moeder bij hen in eere werd gehouden, en hen opgevoed tot menschen, die hij met opgerichten hoofde leiden mocht naar de sarcophaag zijner vriendin, die hen aan hem had toevertrouwd.

EINDE.

MEESTERWERKEN van GEORGE EBERS

_$Volksuitgave.$_

Prijs per deel:

$In geïllustreerden omslag f 1.50.$

$In fraaien stempelband f 1.90.$

In deze uitgave zijn verschenen:

I. $Eene Egyptische Koningsdochter.$

II. $Warda.$

III. $Homo Sum.$

IV. $Klea en Irene.$

V. $De Keizer.$

VI. $Serapis.$

VII. $De Nijlbruid.$

VIII. $Jozua.$

IX. $Melissa.$